,,volksuniversiteits ,,bibliotheek onder redactie van de ,vereeniging ,v4,u4,b4 ,prof4 ,dr4 ,j4 ,,de ,,zwaan1 ,groningen1 ,voorzitter2 ,prof4 ,dr4 ,ph4 ,,kohnstamm1 ,amsterdam1 ,ondervoorzitter2 ,dr4 ,n4 ,,adriani2 ,prof4 ,mr4 ,d4 ,,van ,,blom2 ,prof4 ,dr4 ,j4 ,,boeke2 ,prof4 ,dr4 ,h4 ,,bolkestein2 ,prof4 ,dr4 ,f4,j4,j4 ,,buytendijk2 ,,raden ,dr4 ,,hoesein ,,djajadiningrat2 ,h4,j4,g4 ,,janssen ,,van ,,raay2 ,prof4 ,mr4 ,j4 ,,van ,,kan2 ,prof4 ,dr4 ,j4,w4 ,,pont2 ,prof4 ,mr4 ,n4,w4 ,,posthumus2 ,prof4 ,dr4 ,a4,h4,m4,j4 ,,van ,,rooy2 ,prof4 ,dr4 ,c4 ,,snouck ,,hurgronje2 ,,ir4 ,j4,a4,g4 ,,van ,,der ,,steur2 ,dr4 ,h4,h4 ,,zeijlstra ,fzn41 ,deventer1 ,secretaris4 #g ,,haarlem ,,de ,,erven ,f4 ,,bohn #aiba ,,de ,,magie ,,bij ,,de ,,grieken ,,en ,,romeinen ,,door ,dr4 ,k4,h4,e4 ,,de ,,jong1 ,privaat-docent aan de ,rijks-,universiteit te ,leiden4 ,,haarlem ,,de ,,erven ,f4 ,,bohn #aiba 99 99 99 99 99 ,,voorrede4 ,de magie is in wezen handelen1 actief optreden bij uitnemendheid en wel met behulp van wonderbaarlijke of wonderbaarlijk werkende middelen1 zij doet blijken dat de mensch krachten bezit1 die buiten het bereik van de algemeen erkende zintuigen vallen2 zij leidt tot de overtuiging dat onze ziel den dood overleeft en dat er nog andere intelligenties zonder cellichamen bestaan4 ,wat de religie betreft1 deze onderscheidt zich van de magie hoofdzakelijk daarin1 dat zij tegenover de hoogere machten uitteraard eene passieve houding aanneemt1 een onderscheid1 dat zich echter niet streng laat doorvoeren1 zooals bijv4 het gebed in vele gevallen beslist een actief karakter draagt4 ,de mantiek1 d4w4z4 het om raad vragen en uitvorschen van de toekomst buiten de rede om1 wijkt eveneens door haar passief karakter van de magie af1 maar ook hier is de grens niet scherp te trekken1 daar immers de magie vaak ter wille van de wichelarij wordt beoefend4 ,wij vatten voorts de magie meer in individueelen zin op en roeren daarom bijv4 de zg4 mysterin1 die immers in den grond der zaak officiele magie waren1 niet dan bij uitzondering aan4 ,bij de indeeling van de gegeven stof laten wij ons door historische gezichtspunten leiden4 ,hoofdstuk ,i behandelt den tijd tot #dej v4 ,chr41 het tijdperk van het naeve geloof1 hoofdstuk ,,ii den tijd van #dej v4 ,chr4-- #ajj v4 ,chr41 waarin het ongeloof bovendrijft1 hoofdstuk ,,iii den tijd van #ajj v4 ,chr4-- #ej n4 ,chr41 waarin de kentering intreedt en het ongeloof terugwijkt2 hoofdstuk ,,iv den tijd van #ej n4 ,chr4-- #bjj n4 ,chr41 waarin de nederlaag der ongeloovigen niet meer te loochenen valt1 en hoofdstuk ,v de laatste eeuwen der oudheid1 #bjj #ejj n4 ,chr41 waarin het geloof door de wijsbegeerte wordt gerechtvaardigd4 ,hypothesen wantrouwende bepalen wij ons er hoofdzakelijk toe den lezer met de bronnen zelve in kennis te stellen4 ,wij hebben daarom getracht de citaten1 hoe moeilijk1 ja zelfs raadselachtig deze vaak zijn1 zoo nauwkeurig mogelijk te vertalen4 ,ook hierbij hebben wij1 zooals van zelf spreekt1 ons den arbeid onzer voorgangers ten nutte gemaakt4 ,in de vertaalde teksten staan onze eigene toelichtingen tusschen 4 ,het is mij eene aangename plicht1 in de eerste plaats ,prof4 ,dr4 ,j4 de ,zwaan1 en verder ,dr4 ,c4 ,brakman en den ,heer ,w4 ,c4 ,cape1 voor de nuttige wenken1 die ik van hen ontving1 mijn hartelijken dank te betuigen4 ,den ,haag4 ,k4 ,h4 ,e4 de ,jong4 99 99 99 99 99 ,,inhoud4 ,blz4 ,voorrede 4444444444444444444444444444444444444444 44444444444444444444 ,v ,inleiding444444444444444444444444444444 444444444444444444444444444444 #a ,i4 ,het naeve geloof4444444444444444444444444444444444 44444444444444 #g ,,ii4 ,het bovendrijvende ongeloof44444444444444444444444444444444 44444 #ai ,,iii4 ,kentering444444444444444444444444444444 444444444444444444444444 #dh ,,iv4 ,nederlaag der ongeloovigen4444444444444444444444444444 4444444444 #hj ,v4 ,het geloof gerechtvaardigd door de wijsbegeerte444444444444444444 #acf ,slotwoord444444444444444444444444444444 44444444444444444444444444444 #bdb ,register4444444444444444444444444444444 44444444444444444444444444444 #bde ,addenda44444444444444444444444444444444 44444444444444444444444444444 #bdg 99 99 99 99 99 ,,inleiding4 ,de magie hangt samen uit allerlei bestanddeelen1 die het uiterst moeilijk is1 uit elkaar te halen1 te meer1 daar zij immers vaak met de wichelarij1 die wij zooveel mogelijk uitschakelen1 dooreen is geward4 ,toch laten zich enkele onderscheidingen van principielen aard maken4 ,het staat bijv4 vast1 dat tal van tooverpractijken overleefsels 7survivals7 zijn1 die het nageslacht in toepassing brengt zonder den waren zin ervan te begrijpen4 ,als wij1 zooals immers vaak geschiedt1 iets afkloppen1 dan denken wij er niet bij1 dat dit kloppen oorspronkelijk de bedoeling had1 om afgunstige en gevaarlijke geesten of demonen op de vlucht te drijven4 ,vaak maakten die overleefsels vroeger deel uit van de eene of andere religie1 zooals o4m4 de doodenbezwering1 die ook in de classieke oudheid voorkwam1 op een vroeger tijdperk van doodenvereering duidt4 ,dikwijls echter klampt de tooverij zich ook aan een nog bestaanden godsdienst vast en zijn nog heerschende religieuze plechtigheden in wezen magisch4 ,wie bijv4 eene hostie bij zich draagt1 om zich daardoor voor gevaren te beschermen1 drijft tooverij met een bestaand cultusvoorwerp1 en de consecratie zelf1 waardoor1 volgens de kerkleer1 de substantie van het brood in de substantie van het lichaam des ,heeren verandert1 is1 uit een oogpunt van godsdienstgeschiedenis1 magie4 ,vaak echter hebben magische handelingen niets met eene ondergegane of bestaande religie te maken en dienen zij slechts om verbazing te wekken1 ja1 om er geld uit te slaan4 ,men denke bijv4 aan de publieke vertooningen van telepathie1 zooals ze onlangs ten onzent de grootste belangstelling wekten1 vertooningen die overigens met telepathie in den strengen zin van het woord niets te maken hebben4 ,en zoo ontbrak het ook in de oudheid niet aan toovenaars1 die op de markt aan nieuwsgierige toeschouwers voor weinige stuivers hunne kunststukjes lieten zien4 ,wat de opvattingen betreft1 die men in de oudheid van de magie had1 ligt het voor de hand1 dat men1 afgaande op de laatst vermelde practijken1 haar veelal als eene soort bedrog1 hetzij van groven1 hetzij van meer verfijnden aard beschouwde4 ,waar dit niet opging1 maakten de ongeloovigen zich liefst met het een of andere groote woord er van af1 als bijv4 deisidaimonie1 en superstitie1 beide vrijwel equivalenten van de ten onzent geliefkoosde uitdrukking bijgeloof4 ,diegenen echter1 die de magie als iets supranormaals beschouwden1 stelden zich meestal tevreden met een onderscheid te maken tusschen de magie in ongunstigen en in gunstigen zin1 waarbij men de eerste meer bepaaldelijk gotie1 en de laatste sinds de tweede eeuw na ,chr4 bij voorkeur thergie noemde4 ,het lag echter in den aard der zaak1 dat dit onderscheid niet altijd streng in acht werd genomen4 ,de doodenbezwering bijv41 ging voor ongeoorloofd of voor geoorloofd door naar gelang men zich hierbij van afkeerwekkende of van onaanstootelijke middelen bediende4 ,denkers1 die zich niet met een diergelijk op ethische gronden berustend onderscheid vergenoegden1 legden bij hunne pogingen om de magie te verklaren1 den nadruk hetzij meer op het bestaan van geheimzinnige krachten in de menschen en in den kosmos1 hetzij meer op de inwerking van bovenmenschelijke wezens4 ,in onzen tijd heeft de poging om het alom voorkomende verschijnsel der magie te verklaren1 tot diep gaande en ingewikkelde theorien aanleiding gegeven4 ,dat met enkel bedrog1 hoewel bedrog op dit gebied ongetwijfeld eene groote rol speelt1 zich op lange na niet alles laat verklaren1 is zeker1 en ook1 dat men met groote1 maar1 alles wel beschouwd1 zinledige woorden als bijgeloof evenmin verder komt4 ,men beschouwt de magie thans hoofdzakelijk als het onvermijdelijke resultaat van het nog onlogische en niet wetenschappelijk geschoolde denken der primitieve volkeren1 terwijl men haar ook wel eens opvat als eene reactie tegen een hoog religieus standpunt1 reeds in overoude tijden ingenomen4 ,verder zijn het thans voornamelijk twee theorien1 die elkaar den voorrang betwisten4 ,in de eerste plaats de animistische1 volgens welke er ook buiten de menschheid om zielen of geesten bestaan1 zelfs in voorwerpen1 die wij heden ten dage als levenloos beschouwen4 ,hierbij valt de nadruk op het onloochenbaar verband tusschen het geloof aan geesten of zielen en tooverij4 ,daarentegen vestigt de praeanimistische theorie de aandacht op het wijd verspreide geloof van eene niet-individueele levenskracht door welke de tooverij wordt verondersteld te geschieden4 ,de aanhangers dezer theorie beroepen zich te recht op het feit1 dat bij vele magische handelingen niet aan den bijstand of zelfs het bestaan van geesten of zielen wordt gedacht4 ,beide theorien sluiten elkaar echter volstrekt niet uit1 zooals immers ook in onze dagen het geloof aan geesten met het geloof aan het magnetische flude of dierlijk magnetisme bij zeer velen goed samengaat4 ,in elk geval is bij diergelijke theoretische overwegingen groote voorzichtigheid aan te bevelen1 aangezien wij immers het zieleleven der huidige primitieve volkeren niet dan hoogst onvolledig kennen en aangaande de volkeren uit overoude praehistorische tijden in hoofdzaak op vrij onzekere gissingen zijn aangewezen4 ,maar niet alles in de magie berust op bedrog of op foutief denken2 zij steunt ook1 althans in vele gevallen1 op een grondslag van psychische feiten1 zooals men het nu pleegt te noemen4 ,dat door hallucinaties1 hypnose1 verbaalsuggestie en autosuggestie veel te verklaren is1 wordt al lang toegegeven4 ,men dient echter nog verder te gaan en zekere feiten1 wier lang ontkende realiteit nu toch meer en meer blijkt1 als bijv4 de mentale suggestie of telepathie en de helderziendheid er bij te trekken2 ook de werking van psychische centra buiten den mensch om is althans niet a priori af te wijzen4 ,dat bij deze onderzoekingen de grootst mogelijke critische voorzichtigheid behoort te worden in acht genomen1 behoeft geen betoog4 ,in elk geval moeten wij echter dit principe als onomstootelijk aannemen2 daar de magie een complex is van allerlei heterogene bestanddeelen1 moet zij ook door de samenwerking van verschillende theorien worden verklaard4 ,,litteratuur4 a4 ,van algemeenen aard1 ,h4 ,schurtz1 ,urgeschichte der ,kultur 7#aijj74 ,a4 ,lang1 ,magie and religion 7#aija71 99,zckler1 s4v4 ,magier1 ,magie1 in ,herzog1 ,realencyklopaedie f4 protest4 ,theol4 u4 ,kirche1 #c;e uitg4 ,,xii 7#aijc74 ,a4,c4 ,haddon1 ,magie and ,fetishism 7#aijf71 in ,religions1 ancient and modern4 ,mgr4 ,a4 le ,roy1 ,la religion des primitifs 7#aiji74 ,n4,w4 ,thomas1 s4v4 ,magie1 in ,encyclopaedia ,britannica1 #aa;e uitg4 ,,xvii 7#aiaa74 ,arendzen1 s4v4 ,occult art1 occultism1 in ,the ,catholic ,encyclopaedia ,,xi 7#aiaa74 99,frazer1 ,the golden bough1 #c;e uitg4 #aiaa - #aiae4 ,r4 ,dussaud1 ,introduction l'histoire d4 religions 7#aiad74 ,k4 ,beth1 ,religion und ,magie bei den ,naturvlkern 7#aiad74 ,r4,r4 ,marett1 s4v4 ,magie 7,introductory71 in ,encyclopaedia of ,religion and ,ethics ,,viii 7#aiae74 ,a4 ,jeremias1 ,allgemeine ,religionsgeschichte 7#aiah74 b4 ,over ,animisme4 ,l4 ,frobenius1 ,aus den ,flegeljahren der ,menschheit 7#aija74 ,e4,b4 ,tylor1 ,primitive culture1 #d;e uitg4 7#aijc74 ,goblet d',alviella1 s4v4 ,animism1 in ,enc4 o4 rel4 a4 eth4 ,i 7#aijh74 ,a4,w4 ,nieuwenhuis1 ,die ,wurzeln des ,animismus4 ,eine ,studie ber die ,anfange der naiven ,religion nach den unter primitiven ,malaiern beobachteten ,erscheinungen1 in ,internat4 ,archiv f4 ,ethnographie1 ,,xxiv1 ,supplem4 7#aiag74 ,b4 ,ankermann1 ,totenkult u4 ,seelenglaube bei den afrikanischen ,vlkern1 in ,zeitschrift fur ,ethnologie #ej;e jrg4 7#aiah74 ,g4,w4 ,gilmore1 ,animism or thought-currents of primitive peoples 7#aiai74 c4 ,over ,praeanimisme4 ,r4,h4 ,codrington1 ,the ,melanesians 7#ahia74 ,r4,r4 ,marett1 ,the threshold of religion1 #b;e uitg4 7#aiad74 ,r4,r4 ,marett1 s4v4 ,mana1 in ,encycl4 o4 rel4 a4 eth4 ,,viii 7#aiae74 ,p4 ,saintyves1 ,la force magique 7#aiad74 d4 ,over psychische feiten4 ,j4,a4 ,mac ,culloch1 ,the childhood of fiction1 a study of folktales and primitive thought 7#aije74 99,k4,h4,e4 de ,jong1 ,das antike ,mysterienwesen in religionsgeschichtlicher1 ethnologischer und psychologischer ,beleuchtung1 #b;e uitg4 7#aiai74 ,aanm4 ,de met 99 gemerkte boeken zijn ook voor 't vervolg van dit werk te raadplegen4 99 99 99 99 99 ,,hoofdstuk ,i4 ,het naeve geloof4 ,de oudste en prachtigste gedenkstukken der ,grieksche letterkunde1 de heldendichten van ,homerus 7vr de zevende eeuw7 bevatten verscheidene episoden1 waarin de magie onmiskenbaar op den voorgrond treedt4 ,in de ,ilias1 die den oorlog der ,grieken tegen ,troje verheerlijkt1 lezen wij o4m4 hoe ,hera1 de echtgenoote van den hoogsten god1 ,zeus1 van ,afrodite1 de godin der schoonheid1 den gordel leent1 aan wien eene onweerstaanbare charme is verbonden1 en ,zeus zoodoende betoovert1 teneinde hem te beletten1 den ,trojanen bijstand te verleenen 7,,xiv1 #aec-cea74 ,veel sprekender is echter in dit opzicht de ,odyssea1 die de lotgevallen van koning ,odysseus1 een der ,grieksche helden uit den ,trojaanschen oorlog1 bezingt4 ,odysseus toch1 de meest vindingrijke en meest volhardende van alle helden uit de classieke sagenwereld1 raakt bij zijn avontuurlijken terugkeer uit ,troje met zijn eenig overgebleven schip op een onbekend eiland verzeild1 en stuurt de helft van zijne makkers op verkenning uit4 ,dezen bereiken het paleis van de toovenares ,circe1 wier liefelijk gezang tot hen doordringt en gaan1 vriendelijk door haar uitgenoodigd1 naar binnen1 op n na1 die uit wantrouwen achterblijft4 ,en terecht1 want ,circe mengt onder het wijnmoes dat zij haren gasten voorzet booze kruiden1 en verandert hen door aanraking met eene tooverroede in zwijnen4 ,de eenige achtergeblevene makker1 na tevergeefs te hebben gewacht1 keert tot ,odysseus terug en spoort hem aan1 zoo spoedig mogelijk te vluchten4 ,de held echter heeft daar geen ooren naar en gaat terstond geheel alleen er op uit om de verlorene makkers weer op te sporen4 ,onderweg ontmoet hem de god ,hermes1 de geleider van de zielen der overledenen1 licht hem in1 hoe hij het gevaar moet afwenden en verstrekt hem de geheimzinnige plant ,moly als werkzaam tegenmiddel4 ,odysseus ledigt evenzeer den verraderlijken beker1 maar weet zich ongemerkt van het tegengift te bedienen1 en als ,circe ook hem met de roede aanraakt1 springt hij met getrokken zwaard op haar los1 als om haar te dooden4 ,circe valt voor hem op de knien1 smeekt om genade1 en biedt hem1 als onderpand van trouw1 haar liefde aan4 ,odysseus gaat daar echter niet eerder op in1 voordat zij zich door een plechtigen eed gebonden heeft1 geen arglist meer in 't werk te stellen4 ,op verzoek van den held1 geeft ,circe voorts aan zijne makkers de menschelijke gedaante terug1 en de zwervelingen brengen nu een vol jaar op het toovereiland in vreugde en genietingen door4 ,vr hun vertrek echter gebiedt ,circe ,odysseus1 zich naar 't doodenrijk te begeven en aldaar den ziener ,tiresias omtrent zijn verderen terugkeer te raadplegen4 ,odysseus ziet daar zeer tegen op1 maar ,circe bemoedigt hem en geeft hem nadere inlichtingen over den tocht naar het doodenrijk en wat hij aldaar te verrichten heeft4 ,de held vaart naar het doodenrijk1 dat aan gene zijde der wereldzee ligt en gaat naar de plek1 hem door ,circe aangewezen4 ,daar graaft hij met zijn zwaard een kuil van eene el breedte en lengte1 brengt daaromheen een plengoffer voor alle dooden1 eerst van honig met melk gemengd1 vervolgens van wijn1 daarna van water en strooit er ten slotte wit meel op4 ,hij belooft aan de wezenlooze hoofden der dooden na zijn terugkeer naar ,ithaca1 zijn vaderland1 eene allervoortreffelijkste koe te offeren1 en een brandstapel met heerlijke gaven overladen te ontsteken1 maar ter eere van ,tiresias afzonderlijk een geheel zwarten ram1 uitmuntende onder de anderen1 te slachten4 ,hierna keelt hij een mannelijk en een vrouwelijk schaap1 zoodat het bloed in den kuil vloeit en beveelt zijn makkers ze te villen en te verbranden1 onder een gebed tot de goden van het doodenrijk1 ,hades en diens gade1 ,persephoneia4 ,de dooden komen op1 maar ,odysseus posteert zich1 altijd naar de voorschriften van ,circe1 met getrokken zwaard naast de groeve en laat geen der overledenen1 zelfs zijne eigen moeder niet1 het bloed naderen1 alvorens ,tiresias te hebben geraadpleegd4 ,tiresias1 kenbaar aan zijn gouden staf1 nadert1 drinkt van het bloed en voorspelt aan ,odysseus wat hem op zijn terugkeer en na zijn thuiskomst wacht4 ,odysseus laat vervolgens zijne moeder en ook andere overledenen van het bloed drinken en onderhoudt zich met hen#a4 ,deze verhalen1 hoe mythisch ook1 zijn toch voor de magie der ,grieken en ,romeinen1 of liever voor de magie van alle volkeren in de hoogste mate kenschetsend4 ,wij zien onwillekeurig welk een nauw verband er is tusschen tooverij en zinnelijke liefde4 ,wij leeren1 dat de magie zelfs den toegang tot het doodenrijk vermag te ontsluiten4 ,voorts blijkt bij de doodenbezwering het hoofddoel te zijn1 zich omtrent het heden en de toekomst nader te laten inlichten2 vandaar dan ook de uitdrukking necyomantie of de meer gebruikelijke necromantie1 d4w4z4 doodenwichelarij4 ,in de geschiedenis is herhaaldelijk sprake van doodenbezweerders en doodenorakelen4 ,wij zullen hier enkele treffende gevallen vermelden1 waarbij men zich tot genoemde bezweerders of instellingen wendde1 ten einde den toorn van overledenen te verzoenen of bijzonderheden te weten te komen die aan de levenden onbekend waren4 ,de lierdichter ,archilochus1 vaak in n adem met ,homerus genoemd1 was1 omstreeks #fdj v4 ,chr41 gesneuveld4 ,calondas die hem had neergeveld1 wilde het orakel van ,delphi raadplegen1 maar de ,pythia 7profetes7 verdreef hem1 naar algemeen verzekerd werd1 met de woorden3 ,weg uit den tempel met ,u1 die gedood hebt den dienaar der ,muzen6 ,toen hij daarop zich verontschuldigde als in noodweer te hebben gehandeld en wenschte dat hij maar liever zelf was omgekomen1 werd hem geboden1 zich naar het doodenorakel te ,taenarum 7in het ,zuiden van de ,peloponnesus7 te begeven en de ziel van den dichter door smeekbeden en plengoffers te verzoenen4 ,calondas voldeed hieraan en werd toen tot ,delphi toegelaten#b4 ,melissa1 de echtgenoote van ,periander1 tyran van ,corinthe 7omstreeks #fjj v4 ,chr47 had van een vreemdeling een deposito ontvangen4 ,toen ,periander1 na haar dood1 dit nergens vermocht te vinden1 liet hij door middel van het vermaarde doodenorakel der ,thesprotirs 7in ,epirus7 de overledene vragen1 hem de plaats1 waar het deposito verborgen was aan te wijzen4 ,zij weigerde echter zulks te doen en verzekerde1 koude te lijden daar zij geen baat had van de kleeren die met haar wel begraven maar niet verbrand waren2 tevens voegde zij er een identiteitsbewijs bij van zeer intiemen aard4 ,de tiran1 overtuigd dat hij inderdaad met zijne overledene vrouw te doen had1 liet terstond de ,corinthische vrouwen van hare gewaden berooven en deze in een kuil verbranden1 waarop de schim van ,melissa1 voor de tweede keer opgeroepen1 de plaats van het deposito aanwees4 ,het verhaal hieromtrent is bij ,herodotus1 den vader der geschiedenis1 te vinden 7,v1 #ib74 ,ter loops zij hier opgemerkt1 dat het een zeer oud en wijd verspreid gebruik is1 om ter eere van overledenen kleedingstukken te verbranden4 ,reeds bij ,homerus verzekert ,andromache1 de weduwe van den gesneuvelden ,trojaanschen held ,hector1 zijne fijne gewaden als eerbetoon in 't vuur te zullen werpen 7,ilias ,,xxii1 #eaj-ead74 ,te ,athene zoowel als te ,rome was het verboden1 meer dan drie gewaden te gelijk met den doode aan de vlammen prijs te geven4 ,en nog in onzen tijd verbranden ,joodsche pelgrims in een zeker dorp van ,galilea op een bepaalden dag van 't jaar shawls en zakdoeken ter eere van overledene ,rabbis4 ,van ,pausanias1 sinds #dhj voogd van een minderjarigen ,spartaanschen koning1 wordt bericht dat hij1 tijdens zijn verblijf te ,byzantium eene jonkvrouw1 genaamd ,cleonice1 had willen verleiden en haar bij vergissing had gedood4 ,sindsdien werd hij onophoudelijk gekweld door de schim der verslagene1 die hem in den droom verscheen en hem dreigend toeriep3 ,ga uwe straf tegemoet6 ,baldadigheid voert ten verderve6 ,hij nam1 ten einde raad1 tot het doodenorakel te ,heraklea 7in ,klein-,azi aan de ,zwarte ,zee7 zijne toevlucht1 liet door allerlei ceremonin en plengoffers de ziel van ,cleonice bezweren en trachtte haar toorn te verbidden4 ,zij verscheen en zeide dat hij1 te ,sparta aangekomen1 spoedig van zijne ellende bevrijd zou zijn1 zinspelende1 naar het schijnt1 op het einde dat hem wachtte4 ,inderdaad werd ,pausanias van verraad overtuigd en vluchtte hij1 om de inhechtenisneming te ontgaan1 naar een tempel1 waarin men hem echter inmetselde en aan den hongerdood prijsgaf#c4 ,de ,spartanen werden daarna eveneens door schrikwekkende verschijningen verontrust en daar het orakel hun gelastte de ziel van ,pausanias te verzoenen1 ontboden zij psychagogen1 d4w4z4 doodenbezweerders1 uit ,itali1 die een offer brachten en het schimbeeld uit het heiligdom verdreven#d4 ,aangaande de liefdestooverij zij opgemerkt1 dat men daarbij1 zooals allereerst eene zinspeling van ,pindarus1 den verhevensten ,griekschen lierdichter 7eerste helft der vijfde eeuw7 aanduidt#e1 o4m4 een vogel uit de familie der spechten1 den draaihals 7gr4 iynx7 op een rad 7of schijf7 bond en in eene zekere richting ronddraaide4 ,wij zullen in hoofdstuk ,,ii er een hoogst interessant voorbeeld van aanhalen4 ,het spreekt vanzelf dat de magie zich niet bij de doodenbezwering en de opwekking of verdrijving van liefde beperkte1 maar haren invloed op het geheele leven liet gelden4 ,door tooverij trachtte men ziekten te genezen--reeds de ,odyssea 7,,xix1 #deg vlg47 kent eene bezwering1 die eene bloedende wond vermag te stelpen--1 door tooverij een vijand te schaden1 ja1 zoo mogelijk1 te dooden--waartoe men reeds vroeg van wassen beeldjes gebruik maakte--1 door tooverij zelfs het weder en levenlooze wezens te benvloeden--zooals men van de ,thessaalsche heksen vertelde1 dat zij de maan van den hemel vermochten omlaag te trekken4 ,aan de mythische figuur van den zanger ,orpheus knoopte zich1 ongeveer sinds het begin der zesde eeuw1 eene geheele litteratuur vast1 die in hooge mate een magisch karakter droeg4 ,orpheus zelf ging door voor een groot toovenaar4 ,orphische amuletten waren in omloop4 ,de orphische tooverliederen riepen1 naar het heette1 gestorvenen weer in het leven terug1 en bezielden levenlooze voorwerpen4 ,rondreizende profeten beweerden1 door offers en allerlei andere ceremonin1 overeenkomstig de voorschriften van ,orpheus1 aan belanghebbenden de zaligheid in het hiernamaals te kunnen waarborgen4 ,een historisch figuur daarentegen en wel uit de tweede helft der zesde eeuw v4 ,chr4 is ,pythagoras1 de ascetische1 aristocratisch gezinde1 geheimzinnige hervormer1 die ook als een magir en wel voornamelijk een beoefenaar der doodenbezwering werd beschouwd4 ,aangaande zijn volgelingen waren soortgelijke geruchten--blijkbaar niet zonder reden--in omloop4 ,de veelzijdige en geniale ,siciliaan ,empedocles 7#die - #dce71 arts1 staatsman1 dichter1 wijsgeer1 wiens leeringen soms aan de evolutie-theorie doen denken1 had eveneens de faam van wonderdoener1 hetgeen zeer zeker niet in tegenspraak is met het volgende fragment waarschijnlijk uit zijn leerdicht ,de natuur#f3 ,alle kruiden die er groeien om ziekten en ouderdom af te weren1 zult gij leeren kennen1 daar ik ,u alleen dit alles wil toevertrouwen4 ,gij zult het geweld der onvermoeide winden tot staan brengen1 die zich tegen de aarde verheffen en met hun ademtocht de bouwlanden vernielen en omgekeerd zult gij1 als gij het wilt1 tot herstel van het evenwicht1 de winden er bij roepen2 gij zult eene donkere regenbui op tijd voor de menschen in droogte doen verkeeren2 gij zult ook de zomerdroogte in stroomen herscheppen1 die den groei der boomen bevorderen4444gij zult uit de onderwereld de kracht van een gestorven man weer terugroepen4 ,van de magie bij de oudste ,romeinen weten wij slechts zeer weinig4 ,volgens latere berichten zou ,numa ,pompilius1 de tweede1 overigens legendaire koning van ,rome1 zich er op hebben toegelegd om1 door middel van tooverij1 de gestalten der goden in het weerspiegelende water te aanschouwen 7hydromantie1 d4i4 waterwichelarij7#g en zou zijn evenzeer legendaire opvolger1 ,tullus ,hostilius1 door een geheim offer ,juppiter1 den hoogsten god1 getracht hebben op te roepen1 maar wegens het niet in acht nemen van den juisten ritus door den vertoornden god met den bliksem zijn getroffen#h4 ,zeker is het1 dat de zoogenaamde wet der twaalf tafelen 7ongeveer uit het midden der vijfde eeuw7 dengene met straf bedreigde1 die het veldgewas had betooverd of eene booze bezwering had uitgesproken4 ,vatten wij de uitkomsten van ons onderzoek over de magie in de vroegste eeuwen der klassieke oudheid samen1 dan valt te constateeren dat zij blijkbaar van meet af aan in ,griekenland en ,itali inheemsch was1 dat zij wel is waar veelal angstvallig geschuwd en soms van rechtswege gestraft1 maar ook in noodgevallen zelfs door regeeringen te hulp geroepen werd en dat1 naar alle waarschijnlijkheid1 slechts enkelen1--bijv4 zeer zeker de panthest ,xenophanes uit de zesde eeuw--hare realiteit in vollen ernst betwijfelden of ontkenden4 ,litteratuur4 99,d4 ,tiedemann1 ,disputatio de quaestione quae fuerit artium magicarum origo 7#aghg74 99,l4 ,georgii1 s4v4 ,magie1 in ,pauly1 ,real-,encycl4 d4 class4 ,alt4 ,,iv 7#ahdf74 99,kroll1 ,antiker ,aberglaube1 in ,samml4 gemeinverst4 wiss4 ,vortrge1 ,n4,f4 ,heft #bgh 7#ahig74 99,k4,h4,e4 de ,jong1 ,de ,apuleio ,isiacorum mysteriorum teste4 ,dissert4 ,leiden 7#aijj74 99,h4 ,hubert1 s4v4 ,magia1 in ,daremb4 e4 ,sagl4 ,dict4 d4 ant4 gr4 e4 rom4 ,t4 ,,iii1 #b part4 7#aijd74 99,gruppe4 ,griech4 ,myth4 u4 ,rel4 ,,ii 7#aijf74 ,e4 ,samter1 ,die ,religion der ,griechen1 in ,aus ,natur u4 ,geisteswelt ,bd4 #deg 7#aiad74 99,a4 ,abt1 ,die ,apologie des ,apuleius von ,madaura u4 die antike ,zauberei1 in ,religionsgesch4 ,vers4 u4 ,vorarb4 hrg4 v4 ,dieterich u4 ,wnsch1 ,,iv ,bd4 #b4 ,hft4 7#aijh74 ,f4,b4 ,jevons1 ,graeco-,italian ,magie1 in ,anthropology a4 t4 classics4 ,six lectures edited by ,r4,r4 ,marett 7#aijh74 ,bouch-,leclereq1 ,histoire de la divination dans l'antiquit 7#ahgi-ahha74 99,bouch-,leclercq1 s4v4 ,divinatio1 in ,daremb4 e4 ,sagl4 ,dict4 d4 ant4 gr4 e4 rom4 ,t4 ,,ii1 ,i part4 7#ahib74 99,dubray1 ,necromancy1 in ,the ,cath4 ,encycl4 ,x 7#aiaa74 ,mau1 s4v4 ,bestattung1 in ,pauly1 ,real-,encyd4 d4 cl4 ,alt4 #b;e uitg4 ,,iii 7#ahii74 ,frazer1 ,adonis1 ,attis1 ,osiris ,i 7#aiad74 ,gruppe1 s4v4 ,orpheus1 in ,roscher1 ,lex4 ,mythol4 ,,iii4 99,zeller1 ,die ,philosophie d4 ,griechen ,i4 #e;e uitg4 7#ahib74 99,w4 ,t7euffel71 s4v4 ,iynx1 in ,pauly1 ,real-,enc4 d4 cl4 ,alt4 ,,iv 7#ahdf74 ,gossen s4v4 ,iynx1 in ,pauly1 ,real-,encyd4 d4 d4 ,alt4 #b;e uitg4 ,x 7#aiai74 99,r4 ,heim1 ,incantamenta magica graeca latina1 in ,jahrbcher f4 class4 ,philologie1 v4 ,fleckeisen1 ,,xix ,supplementb4 7#ahic74 99,pfaff1 s4v4 ,incantatio1 in ,pauly1 ,real-,enc4 d4 cl4 ,alt4 #b;e uitg4 ,,ix 7#aiaf74 99 99 99 99 99 ,,hoofdstuk ,,ii4 99,het bovendrijvende ongeloof499 ,de tweede helft der vijfde eeuw vr ,christus is de tijd der sophisten1 die1 ,griekenland in alle richtingen doorkruisende1 onderricht gaven in welsprekendheid en in practische levenswijsheid4 ,zij oefenden scherpe critiek op de van oudsher heerschende opvattingen en de eminentste van hen1 ,protagoras1 trok zelfs het bestaan der goden in twijfel4 ,waarschijnlijk heeft de twijfel aan de realiteit der magie zich inzonderheid van hen uit in ruimeren kring verspreid4 ,toch was het nog langen tijd veel meer de angst dan de twijfelzucht1 die de houding van het groote publiek tegenover de magie bepaalde4 ,dit blijkt zonneklaar uit de beschouwingen dienaangaande van den dichterlijken denker1 die voornamelijk door zijn stijl zulk eene bekoring op het nageslacht heeft uitgeoefend1 dat hij ook nu nog door velen als de grootste ,griek wordt beschouwd--,plato uit ,athene 7#dbg-- #cdg74 ,plato toch geloofde niet alleen dat bij de graven wel eens schaduwachtige verschijningen van overledenen1 die een te materiel leven hadden geleid1 gezien werden2#i hij spreekt ook van eene kunst der bezweringen1 die eene betoovering is van slangen1 spinnen1 schorpioenen en andere dieren en ziekten#aj en van eene zwarte magie1 zooals men nu zou zeggen1 die zelfs gezondheid en leven bedreigt4 ,in zijn laatste werk ,de wetten heeft hij het o4m4 over schade1 door vergif of tooverij toegebracht 7,,xi #icb;e-#icc;e73 ,het feit dat er twee soorten van vergiftiging onder het menschelijk geslacht gebruikelijk zijn1 maakt de uiteenzetting hieromtrent langdradig4 ,de eene n4l4 is die1 welke op natuurlijke wijze door lichamelijke middelen den lichamen schade berokkent2 de andere die1 welke door middel van zekere tooverijen1 bezweringen en boeingen1 zooals men 't noemt1 werkt en zoowel aan boosdoeners de overtuiging geeft1 dat zij iets diergelijks vermogen1 als aan anderen het geloof1 dat zij in de ergste mate door diegenen1 die vermogen te tooveren1 schade lijden4 ,het is niet gemakelijk1 er achter te komen1 hoe het met deze en diergelijke dingen eigenlijk gesteld is1 noch1 als men er achter kwam1 doenlijk1 anderen daaromtrent op overtuigende wijze in te lichten4 ,en ook is het een onbegonnen werk1 menschen1 die om diergelijke redenen argwaan tegen elkander koesteren1 te willen voorlichten1 en als ze bijgeval wassen beeldjes1 't zij bij hunne deuren1 't zij bij driesprongen1 't zij bij de grafmonumenten hunner ouders zien1 hen aan te sporen1 niets om al dat soort dingen te geven1 daar ze toch geen duidelijk inzicht dienaangaande hebben4 ,wij maken de wet in kwestie tweeledig en gaan in de eerste plaats iemand--op welk van beide manieren hij ook trachte schade te berokkenen--verzoeken en aanraden niet te probeeren iets diergelijks te doen en niet het gros der menschen als kinderen schrik aan te jagen en bang te maken1 noch ook den wetgever en rechter te noodzaken de menschen van diergelijke angsten te genezen1 daar in de eerste plaats hij1 die probeert in dier voege schade te berokkenen1 niet weet wat hij doet1 zoowel wat de lichamen betreft1 als hij geen verstand heeft van geneeskunde1 als wat de tooverijen betreft1 wanneer hij geen wichelaar of teekenuitlegger is4 ,de wet aangaande vergiftiging en tooverij luide aldus3 ,indien iemand door vergif een ander persoonlijk of diens slaven eene niet-doodelijke schade toebrengt1 of zijn kudden of bijenkorven hetzij eenige andere hetzij doodelijke schade berokkent1 moet hij1 wanneer hij een geneesheer is en wegens gifmengerij wordt veroordeeld1 met den dood worden gestraft2 als hij echter een leek is1 moet de rechtbank uitmaken1 welke straf of boete hij dient te ondergaan4 ,als iemand echter den indruk maakt van door boeingen of aantrekkingen of zekere bezweringen of door welke hekserijen van dien aard ook1 schade te hebben berokkend1 moet hij1 als hij een wichelaar of teekenuitlegger is1 sterven1 als hij echter zonder kennis van wichelarij wegens tooverschade wordt veroordeeld1 moet ook aangaande hem de rechtbank schatten1 welke straf of boete hem haars inziens moet worden opgelegd4 ,hoogst kenschetsend is ook het volgende 7,x1 #iji;a-c73 ,wie het bestaan van goden of hunne voorzienigheid loochenen of gelooven dat ze te verbidden zijn en voorts tot het dierlijke vervallen en1 de menschen verachtende1 velen van de levenden verleiden en beweren de gestorvenen op te roepen en belooven de goden over te halen1 d4w4z4 ze door offers en gebeden en bezweringen betooverende1 en zoowel particulieren als geheele families en steden ter wille van 't geld probeeren te gronde te richten1--wie hieraan blijkt schuldig te zijn1 dien veroordeele de rechtbank om1 overeenkomstig de wet1 in de gevangenis in 't binnenland te worden opgesloten en dat nooit eenig vrij persoon toegang tot hem hebbe en dat hij de voeding1 hem door de mannen der wet bepaald1 uit handen van slaven ontvange2 als hij sterft1 dan moet men hem buiten de grenzen werpen en hem de begrafenis ontzeggen4 ,en als een vrije hem helpt begraven dan mag wie maar wil hem wegens goddeloosheid aanklagen4 ,wie hier ook maar eenigszins objectief tegenover staat1 zal moeten erkennen1 dat zelfs de goddelijke ,plato zich door bigotterie en staats-fanatisme op de treurigste wijze heeft laten verblinden4 ,het is toch al te naef1 een kwaadwillige vaderlijk te vermanen zijn evenmenschen vooral geen schrik aan te jagen1 en te onzinnig1 gevangenisstraf te eischen voor diegenen1 die eene geheele stad trachten te gronde te richten1 maar de doodstraf voor hen1 die aan een bijenkorf eene niet-doodelijke schade toebrengen6 ,zeer zeker is het voor ,plato eene verzachtende omstandigheid1 dat hij niet de laatste hand aan dit werk heeft kunnen leggen1 maar eene zware verantwoordelijkheid rust op hen1 die zulk verward en verderfelijk geschrijf--men denke slechts aan de heksenprocessen--gedurfd hebben te publiceeren4 ,van ,aristoteles 7#chd--cbb71 den universeelen en tevens nuchteren man der wetenschap1 werd1 zooals wij in hoofdstuk ,v nader zullen zien1 verzekerd1 dat hij de realiteit der magie loochende1 en dit stemt ook met hetgeen ons van hem is bewaard gebleven1 goed overeen4 ,echter heeft hij in zijn geschrift ,over het voorspellen in den slaap erkend1 dat wij somtijds in onze droomen de toekomst vooruitzien en in c4 #b getracht1 de meest raadselachtige gevallen aldus te verklaren3 ,evenals wanneer iets het water of de lucht in beweging brengt1 het bewogen gedeelte weer een ander gedeelte in beweging brengt en wanneer dat tot rust is gekomen1 het voorkomt dat zulk eene beweging tot een zeker einddoel voortgaat1 hoewel hetgeen de beweging veroorzaakte niet meer aanwezig is1 aldus is er niets tegen1 dat zekere bewegingen en gewaarwordingen de droomende zielen bereiken444en hoe ze ook tot ons geraakt zijn1 's nachts meer waarneembaar zijn1 doordat ze1 wanneer zij zich over dag voortplanten1 eerder opgelost worden 7want de lucht is 's nachts minder in beroering omdat er dan meer windstilte heerscht7 en in het lichaam tengevolge van den slaap eene gewaarwording veroorzaken1 omdat de slapenden meer dan de wakenden ook de kleine inwendige bewegingen gewaar worden4 ,deze bewegingen veroorzaken voorstellingen1 waaruit men de1 toekomst aangaande de betrokken voorwerpen vooruitziet4 ,dat kennissen het meest de toekomst van kennissen vooruitzien1 komt door het feit dat kennissen het meest over elkaar bezorgd zijn4 ,want evenals ze elkaar uit de verte zeer snel herkennen en gewaar worden1 aldus worden ze ook de bovenbedoelde bewegingen snel gewaar1 want de bewegingen1 die van kennissen uitgaan1 zijn gemakkelijker kenbaar4 ,men heeft opgemerkt dat volgens deze ietwat duistere verklaring een zeker rapport tusschen kennissen zou bestaan en dat derhalve aan ,aristoteles het geloof aan telepathie1 d4w4z4 gedachteoverbrenging of juister de overbrenging van gedachtebeelden1 indrukken1 gevoelens buiten de gewone zintuigelijke kanalen om1 niet vreemd zou zijn geweest4 ,van hoe groot belang dit voor ons onderwerp is1 zal spoedig blijken4 ,de ,atomisten1 die de ziel verklaarden voor een aggregaat van stofdeeltjes dat zich tegelijk met de ontbinding van het lichaam zou oplossen1 werden gewoonlijk mede onder hen gerekend1 die de realiteit der magie loochenden4 ,echter trachtte ,democritus 7 #djj v4 ,chr47 de grootste der atomisten1 het geloof aan het booze oog1 dat nu nog in de landen om de ,middellandsche ,zee sterk leeft1 te rechtvaardigen door zijne leer der ,idolen1 d4w4z4 ijle beelden1 die door de lucht zweven en verklaarde hij het alomverspreide geloof aan goden door de verschijningen van reusachtige en lang levende1 schoon niet onsterfelijke ,idolen#aa4 ,er waren dan ook willekeurige hypothesen en ingewikkelde redeneeringen noodig om te ontkomen aan consequenties1 die tot de realiteit van geestverschijningen en tooverij voerden4 ,ja1 ,epicurus 7#cda-bgj7 die de atoomleer tot een ethisch systeem verwerkte en haar zulk eene groote populariteit deed erlangen1 heeft1 in zijn ijver voor de wilsvrijheid1 de uitspraak gedaan3 ,het ware beter zich aan de fabelleer over de goden te houden1 dan slaaf te zijn van het noodlot der natuurkundigen1 want de fabelleer geeft toch eenige hoop1 de goden door eerbetooning te kunnen verbidden1 maar het noodlot oefent een onverbiddelijken dwang uit#ab1 een uitspraak1 die met eene plat materialistische opvatting der dingen in onverzoenlijken strijd is4 ,de ,cynici1 d4w4z4 ,hondschen1 aldus genoemd om hunne primitieve levenswijze1 die vaak ook met goede zeden in botsing kwam1 verstompten zich door hun hoofddogma van de zelfgenoegzaamheid der deugd den blik voor de fijnere verschijnselen van het zieleleven4 ,de populairste vertegenwoordiger dier richting1 ,diogenes 7tweede helft der vierde eeuw7 verzekerde dat wij na den dood in 't geheel niets meer waarnemen#ac1 en dat hij1 lettende op droomuitleggers1 wichelaars en diegenen1 die aan hunne woorden geloof slaan1 niets zotters vond dan den mensch#ad4 ,geen wonder1 dat de ,cynici ook in latere eeuwen een verwoeden strijd voerden tegen alles wat naar magie en het soortgelijke zweemde4 ,de ,sceptici eindelijk 7sinds ongeveer #cej v4 ,chr471 die tengevolge van hun twijfel aan de juistheid van onze waarnemingen en redeneeringen ook de meest alledaagsche feiten op losse schroeven stelden1 wilden van het wonderbaarlijke in 't geheel niets afweten2 ook zij richtten hunne wapenen onvermoeid tegen de magie en hare voorvechters1 waarbij zij zich o4m4 niet ontzien hebben1 een man als ,pythagoras voor een bedrieger uit te maken#ae4 ,de nuchtere1 materialistische1 van het ongewone afkeerige wijsgeeren voerden ruim twee eeuwen lang den boventoon1 voornamelijk in de kringen der intellectueelen4 ,het was een tijd van verlichting4 ,bij zulk eene mentaliteit tiert van alle litteratuur-genres de comedie het meest1 die immers uitteraard vijandig staat tegenover het wonderbaarlijke4 ,reeds ,aristophanes 7 #dde - #che71 de beroemdste dichter der oud-,attische comedie1 had herhaaldelijk den draak gestoken met de tooverkunst4 ,in zijn ,wolken 7#dbc7 neemt een oude boer1 die diep in de schuld zit1 zijn toevlucht tot ,socrates en vraagt hem1 hoe hij zich aan de uitbetaling van de renten zou kunnen onttrekken4 ,na lang praten raadt ,socrates den boer aan1 zich in te hullen en zelf iets uit te denken4 ,de boer jammert1 maar gehoorzaamt en roept v4 #gdf in eens uit3 ,o beste ,socrates6 ,socrates4 ,wat is er1 vadertje8 ,boer4 ,ik heb iets bedacht om van mijne rente af te komen4 ,socrates4 ,laat eens hooren4 ,boer4 ,zeg mij eens-- ,socrates4 ,wat8 ,boer4 ,als ik eene ,thessaalsche toovenares geld gaf1 en de maan 's nachts omlaag haalde en ze vervolgens als een spiegel1 opborg in eene ronde doos en goed bewaarde-- ,socrates4 ,wat zou je dat helpen8 ,boer4 ,wat8 ,als de maan nooit weer opkwam1 zou ik geen rente behoeven te betalen4 ,socrates4 ,hoe zoo8 ,boer4 ,omdat de rente per maand wordt uitbetaald4 ,een ,grieksche maand liep nl4 van de eene opkomende maan tot de volgende4 ,en in zijn laatste stuk1 ,plutus 7#chh7 bespot ,aristophanes 7v4 #fdi-gdg7 de wonderdadige genezing van den blinden ,plutus 7god van den rijkdom7 op eene manier1 die de ergste straatjongen hem niet had kunnen verbeteren4 ,in de latere comedieschrijvers wordt al spoedig de geest van ,epicurus vaardig2 ook ,menander 7 #cdc_/b- #bia_/j7 de bekendste van allen maakt hierop geen uitzondering4 ,dit blijkt reeds uit de titels van sommige stukken als de ,demonenvreezer en de ,thessaalsche1 die blijkbaar tot hoofddoel hadden1 het wonderbaarlijke en magische te bespotten4 ,met dat al was de magie in die tijden voor de letterkundigen niet slechts een voorwerp van spot4 ,ook hare potische zijde oefende eene machtige bekoring uit en de grootste dichters hebben er partij van weten te trekken4 ,euripides 7#dha- #djf71 de fijngevoeligste en wetenschappelijkste der ,grieksche tragici1 koos tot onderwerp van zijn beroemdste drama de tooveres ,medea 7#dca74 ,medea1 evenals ,circe eene figuur uit de mythologie1 was de dochter van ,ates1 heerscher van het wonderland ,colchis1 aan de kust der ,zwarte ,zee en ten ,zuiden van den ,caucasus gelegen4 ,jason uit ,thessali kwam tot ,ates om het gouden vlies op te eischen1 maar de koning verklaarde dit slechts aan dengene te zullen uitleveren1 die een allergevaarlijksten kampstrijd met goed gevolg zou hebben daarstaan4 ,medea vatte liefde voor ,jason op en stelde hem door toovermiddelen in staat de bovenmenschelijke taak te volbrengen2 toen ,ates des ondanks met de uitlevering van het gouden vlies talmde1 hielp zij ,jason dit heimelijk te ontvoeren en vluchtte zij met hem naar ,griekenland1 waar zij tal van jaren samen een gelukkig leven leidden4 ,in zijn treurspel schetst ,euripides hoe ,jason ,medea1 aan wie hij zooveel te danken had1 verstoot om met de dochter van een koning in 't huwelijk te treden4 ,medea1 vastbesloten zich te wreken1 veinst in haar lot te berusten en zendt zelfs de bruid kostbare kleeren en een gouden krans ten geschenke4 ,de uitwerking dier geschenken wordt in het navolgende tot ,medea gerichtte bodeverhaal 7v4 #aaei-abba7 aanschouwelijk beschreven3 ,zij de koningsdochter nam de bonte gewaden en deed ze zich om1 zette den gouden krans op hare lokken1 schikte het haar voor den glimmenden spiegel op en lachte haar zielloos evenbeeld toe4 ,vervolgens stond ze van haar zetel op1 ging door 't vertrek heen1 bevallig stappende met blanken voet1 en1 boven mate verblijd met de geschenken1 draaide ze vaak het hoofd om1 en keek naar haar opgeheven hiel4 ,wat er echter op volgde1 was een verschrikkelijk tooneel om te zien4 ,ze verandert van kleur1 gaat schuinschachteruit1 bevende aan hare leden en ter nauwernood voorkwam zij een val door in den stoel neer te zinken4 ,en eene oude dienares1 in den waan1 dat de toorn van ,pan of van een ander god op haar neerkwam en haar tot waanzin bracht gilde een gebed uit1 totdat ze zag hoe wit schuim uit den mond vloeide1 hoe ze de oogpupillen verdraaide1 en geen bloed meer in 't vleesch was2 toen ging ze van 't gegil tot eene luide weeklacht over4 ,terstond rende de eene slavin naar 't huis van haar vader1 de andere naar den bruidegom om te berichten1 wat de bruid overkwam4 ,het geheele huis dreunde van al het geloop4 ,en reeds zou een hardlooper in stagen draf het einddoel van een renbaan hebben bereikt1 toen de rampzalige met een naar gesteun uit hare sprakeloosheid ontwaakte en het oog weer opensloeg4 ,een dubbel onheil bestookte haar2 de gouden wrong om 't hoofd zond een wonderbaarlijken stroom uit van alverslindend vuur en de fijne kleeren1 uw geschenk1 verteerden het blanke vleesch der ongelukkige4 ,in brand geraakt1 vliegt ze op van haar stoel1 schudt het haar en het hoofd nu herdan derwaarts heen en wil den krans afwerpen4 ,maar de gouden band bleef vastzitten en wanneer zij 't haar schudde1 ontvlamde het vuur dubbel zoo erg4 ,zij valt op den grond1 door 't onheil overweldigd1 en behalve voor haar vader moeilijk te herkennen4 ,de stand van hare oogen1 de edele vorm van het gelaat waren verdwenen1 bloed1 met vuur vermengd1 druppelde neer uit haren kruin en het vleesch viel1 door den onzichtbaren beet van het vergif1 van hare beenderen af1 zooals hars uit een pijnboom druppelt--een ontzettend schouwspel4 ,schrik belette allen1 het lijk aan te raken2 haar afgrijselijk lot was voor ons eene waarschuwing4 ,maar de rampzalige vader1 in zijne onwetendheid van 't onheil1 komt plotseling binnen1 werpt zich op 't lijk1 weeklaagt luid1 slaat de armen om haar heen1 kust haar en spreekt haar toe3 ,o arm kind1 welke demon heeft ,u zoo schandelijk doen omkomen8 ,wie maakt den grijsaard1 van ,u beroofd1 een graf gelijk8 ,wee mij1 mocht ik maar met ,u sterven kind6 ,toen hij echter met treuren en weeklagen ophield en zijn oud lichaam weer wilde opheffen1 kleefde hij vast aan die fijne kleeren als de klimop aan een laurierspruit1 en 't werd eene verschrikkelijke worsteling3 hij toch wilde zijne knie opheffen1 maar zij hield hem vast1 en als hij zich met geweld wilde losrukken1 scheurde hij het grijze vleesch van zijne beenderen af4 ,ten slotte bezweek hij en gaf den geest4 ,het onheil was hem te machtig4 ,daar liggen ze nu dood naast elkaar de dochter en de grijze vader1 een ramp1 die tot tranen roert4 ,theocritus1 de grootste bucolische1 d4w4z4 landelijke dichter 7eerste helft der derde eeuw7 beschrijft in zijne tweede ecloga ,de toovenaressen1 hoe een verlaten meisje haar geliefde door magie weer tot zich tracht te trekken4 ,zij bezigt tot dat doel allerlei toovergerei1 voornamelijk echter den draaihals1 reeds in ons eerste hoofdstuk vermeld4 ,vandaar het refrein in het gedicht1 dat wij hier gedeeltelijk laten volgen3 ,de toovenaressen4 ,waar zijn me de laurieren8 ,thestylis1 breng ze6 ,waar de tooverkruiden8 ,omkrans de schaal met de roode wol van een schaap1 opdat ik den tegenover mij hardvochtigen man1 dien ik toch zoo lief heb1 moge boeien1 die sinds twaalf dagen1 o1 die ellendeling6 nog maar niet komt1 en niet weet of ik gestorven ben of nog in leven en niet aan mijne deur heeft geklopt1 die wreedaard6 ,heeft ,eros1 heeft ,aphrodite zijn wuft gemoed elders heen gevoerd8 ,ik ga naar de worstelschool van ,timagetos1 morgen1 om hem te zien1 en zal hem verwijten dat hij zoo met mij omspringt4 ,nu echter zal ik hem door de kracht van het offer boeien4 ,maar gij1 o ,maangodin1 blink schoon6 ,want ,u zing ik toe1 o kalme godin1 en ,u1 onderaardsche ,hecate1 waarvoor ook de honden sidderen1 als gij schrijdt door de graven om het donkere bloed te slurpen4 ,wees gegroet1 o ,hecate1 schrikwekkende en sta mij bij1 tot het einde toe1 bewerk dat deze kruiden niet zwakker mogen zijn dan die van ,circe noch die van ,medea noch die van de blonde ,perimede#af4 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,eerst moet het offermeel in 't vuur rooken4 ,maar strooi het er toch in1 ,thestylis6 ,ongeluk1 waar zijn je hersens gebleven8 ,of steekt gij1 vuilpoes1 ook al den draak met mij8 ,strooi en zeg te gelijk dit3 ,ik strooi de beenderen van ,delphis4 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,delphis martelde mij4 ,maar ik brand tegen ,delphis den laurier1 en evenals deze1 door het vuur gegrepen1 luid kraakt en plotseling is ontvlamd en wij zelfs geen asch van haar zien1 zoo moge ook het vleesch van ,delphis in de vlam worden verteerd4 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,evenals ik dit wassen beeld8 met de hulp der godin laat versmelten1 zoo moge ,delphis uit ,myndos terstond door liefde versmelten4 ,en evenals die bronzen toovertol door de kracht van ,aphrodite wordt rondgedreven1 zoo moge hij ronddraaien rondom mijn huis6 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,nu offer ik de klei4 ,gij1 ,artemis1 zoudt zelfs het gevoellooze staal kunnen ontroeren en wat er verder onwrikbaar is--,thestylis1 de honden huilen door de stad heen2 de godin is op de driesprongen2 sla gauw op het bronzen bekken6 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,zie daar6 de zee zwijgt1 de winden zwijgen1 de smart echter in mijn borst zwijgt niet1 maar ik verteer geheel van liefde voor hem1 die mij1 rampzalige1 in plaats van zijne gade tot eene slechte deerne heeft gemaakt4 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 99 99 99 99 99 ,deze franje van zijn mantel verloor ,delphis1 die ik nu uiteen pluk en in het woeste vuur werp4 ,o martelende liefde6 hoe hebt gij als een bloedzuiger aan mij hangende al het donkere bloed uit het lichaam gedronken6 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,eene waterhagedis stamp ik fijn en breng ,u morgen een boozen drank4 ,thestylis1 neem die tooverkruiden en besmeer daarmee van boven zijn deurpost zoolang het nog tijd is1 en zeg1 er op spuwende3 ,ik vermorzel de beenderen van ,delphis6 ,draaihals1 lok gij dien man naar mijn huis toe6 ,deze booze tooverij1 het envotement1 dat bij vrijwel alle volkeren voorkomt1 berust in de eerste plaats op het geloof1 dat de mensch doortrokken is met eene soort zelfstandigheid1 die ook op de voorwerpen overgaat1 waarmede hij in aanraking komt4 ,door op die voorwerpen1 zooals in het vermelde geval op een stuk van een kleed in te werken1 meent men den persoon zelf te treffen1 die verondersteld wordt er altijd in psychisch contact mede te blijven4 ,onwillekeurig denken wij hierbij aan het veelbesprokene magnetische flude en enkele onderzoekers hebben dan ook in die richting proeven genomen1 uit welke zou zijn gebleken1 dat het gebruik in quaestie1 schijnbaar alleronzinnigst1 toch nog op eenigen rationeelen grondslag zou berusten4 ,zeker is het1 dat bij primitieve volkeren de suggestie zulk eene onweerstaanbare uitwerking heeft1 dat menigeen1 zoodra hij gelooft betooverd te worden1 door de bloote angst ziek wordt en wegkwijnt4 ,maar het envotement veronderstelt nog een ander geloof1 n4l4 dat symbolische handelingen reele gevolgen kunnen hebben1 bijv4 wanneer men1 zonder iets te bezitten wat met het slachtoffer in aanraking is geweest1 eene figuur ervan in het zand teekent en daarin met stokken prikt4 ,hierbij toch wordt blijkbaar aangenomen1 dat de mensch het vermogen bezit om door wilsconcentratie een ander op afstand te deren1 en tevens dat die wil door eene symbolische handeling tot hoogere kracht wordt opgevoerd4 ,de echte telepathische experimenten in aanmerking genomen--niet de publieke vertooningen tegen entree1 die onlangs zoo grooten opgang hebben gemaakt--zou iets dergelijks niet als onmogelijk te beschouwen zijn1 maar toch altijd wel tot de grootste uitzonderingen behooren4 ,apollonius uit ,rhodus1 een tijdgenoot van ,theocritus1 verhaalt in het derde boek van zijn epos ,argonautica op uitvoerige en dichterlijke wijze1 hoe de toovenares ,medea 7zie boven7 liefde voor ,jason opvat en hem de middelen aan de hand doet zich onkwetsbaar te maken1 ten einde de hem wachtende kampstrijden met goed gevolg te kunnen doorstaan4 ,de held gaat heen1 om hare aanwijzingen ten uitvoer te brengen 7v4 #aaia--abbd73 ,de avondzon dook in de duistere aarde weg achter de verstafgelegen bergkruinen der ,aethiopirs4 ,de nacht legde hare paarden het juk op2 de helden maakten hunne legersteden gereed bij de kabeltouwen4 ,maar zoodra de lichten van het schoonblinkende beergesternte overhelden en de lucht van af den hoogen hemel volslagen kalm was geworden1 stapte ,jason heimelijk als een dief naar de eenzaamheid1 met al zijne benoodigdheden1 want hij had overdag voor alles afzonderlijk gezorgd2 een ooi en melk uit de wei kwam zijn makker ,argos brengen2 het overige nam hij uit het schip zelf4 ,maar toen hij een plek zag1 die bezijden het pad der menschen lag1 kalm te midden van zuivere beemden1 baadde hij allereerst1 overeenkomstig den ritus1 zijne slanke gestalte in de goddelijke rivier1 en omkleedde zich met den donkeren mantel1 dien ,hypsipyle uit ,lemnos hem vroeger geschonken had als eene herinnering aan hunne innige liefde4 ,na vervolgens een kuil van eene el breedte in den grond te hebben gegraven1 hoopte hij gekloofd hout op1 sneed een lam de keel af en strekte het naar behooren over den kuil heen uit2 hij stak de blokken van onder in brand en goot gemengde plengoffers uit1 ,hecate-,brimo de geweldige aanroepende als helpster bij de kampstrijden4 ,en na die aanroeping ging hij weer terug2 de geduchte godin echter1 haar vernemende uit de diepste holen1 begaf zich naar het offer van ,jason toe2 haar omkransden schrikwekkende slangen te midden van eikenloof2 ontzaglijk straalde het licht der fakkels2 onderaardsche honden deden om haar heen een scherp geblaf hooren4 ,alle weilanden langs het pad sidderden2 de moerasbewonende nimfen1 die rondom de beemden van den ,phasisstroom zwieren1 gilden het uit4 ,jason beving wel de vrees1 maar desondanks zag hij niet om en zijn voeten droegen hem verder1 totdat hij zich onder zijne makkers had gemengd2 reeds wierp de in de vroegte geboren ,dageraad verrijzende zijn licht over den besneeuwden ,caucasus4 ,het reinigingsbad heeft hier kennelijk bovenal de bedoeling1 de booze demonen af te weren1 die licht op den tooverende een schadelijken invloed vermochten uit te oefenen4 ,ook elders is dit heldendicht1 dat inzonderheid bij de ,romeinen in groot aanzien stond en sterk werd nagevolgd1 rijk aan verhalen over magie4 ,dat men ook in die tijden van spot en scepticisme zich1 hetzij voor goede1 hetzij voor booze doeleinden van tooverij bediende1 blijkt uit tal van gegevens4 ,in eene redevoering 7na #cbg7 die op naam van ,demosthenes gaat en in elk geval tot de meest boeiende lectuur uit de oudheid behoort1 t4w4 eene aanklacht tegen den chanteur ,aristogiton1 vinden wij vermeld dat de ,atheners de giftmengster ,theoris1 de ,lemnische met haar geheele geslacht ter dood lieten brengen en wordt de broeder van ,aristogiton ervan beschuldigd1 door middel van eene slavin der tooveres hare kruiden en bezweringen te hebben overgenomen ten einde1 naar zijn zeggen1 daardoor o4m4 lijders van de vallende ziekte te genezen4 7,i4 ,rede tegen ,arist4 c4 #gi vlg474 ,aan koning ,pyrrhus 7gest4 #bgb71 den bekenden tegenstander der ,romeinen1 werd eene wonderbare geneeskracht toegeschreven3 ,men geloofde dat hij aan miltzieken genezing bracht door een witten haan te offeren en hun1 terwijl zij achteroverlagen1 met den rechter voet de milt zachtjes aan te raken4 ,niemand was zoo arm of onaanzienlijk1 dat hem niet op verzoek die behandeling werd toegestaan4 ,pyrrhus kreeg dan ook den haan1 wanneer hij hem geofferd had1 en op dit eergeschenk was hij bijzonder gesteld4 ,men zegt ook1 dat de groote teen van dien rechter voet eene goddelijke kracht had1 zoodat hij na zijn dood1 terwijl het overige lichaam verbrand was1 ongedeerd en door het vuur onaangeraakt werd gevonden#ag4 ,de volkenkunde levert hiertoe tal van paralleles4 ,bij de primitieve volkeren heerscht algemeen de overtuiging1 dat hunne hoofden eene bijzondere kracht of zelfstandigheid bezitten1 die men tegenwoordig gewoonlijk met een ,polynesisch-,melanesisch woord mana noemt1 door welke zij o4m4 ook zieken vermogen te genezen4 ,van de hoofden op de ,tonga eilanden 7in de ,stille ,zuidzee7 geloofde men1 dat de aanraking van hun voet aan kliergezwellen en leververharding een einde maakte4 ,bij de ,walos 7aan den ,senegal7 brachten moeders hunne zieke kinderen naar de koningin1 die ze plechtig met den voet op den rug1 de maag1 het hoofd en de beenen aanraakte4 ,hetzelfde geloof heerschte in ,europa4 ,toen ,waldemar ,i van ,denemarken 7#aaeg-aahb7 door ,duitschland reisde1 brachten moeders hunne kinderen tot hem met het verzoek1 zijne handen op ze te leggen1 in de overtuiging1 dat ze dan beter zouden groeien4 ,van de ,engelsche koningen verwachtte men wonderdadige hulp tegen klierziekten4 ,koningin ,elizabeth 7#aeeh-afjc7 oefende herhaaldelijk de gift der genezing uit4 ,karel ,i zou in #afcc op n dag honderd1 zijn zoon ,karel ,,ii in den loop van zijne regeering 7#affj-afhe7 ten naastenbij honderdduizend klierlijders hebben aangeraakt4 ,ook ,fransche koningen traden als wonderdadige genezers op4 ,dat door de kracht der suggestie de koninklijke aanraking vaak zal hebben geholpen is niet onwaarschijnlijk2 of echter ook nog het magnetische flude er wel eens bij in 't spel is geweest1 moeten wij vooralsnog in 't midden laten4 ,wij komen later nog op diergelijke wonderdadige genezingen terug4 ,wat de booze tooverij betreft1 zijn ons ook uit dien tijd verscheidene plaatjes1 bijna allen uit lood1 bewaard gebleven1 waarop men vervloekingen kraste4 ,een voorbeeld hiervan is het navolgende1 uit ,attica1 van omstreeks #cjj v4 ,chr4 ,ik boei ,theagenes de tong en de ziel en het pleidooi dat hij voorbereidt2 ik boei ook van ,pyrrhius den kok de handen en voeten1 de tong en de ziel en het pleidooi dat hij voorbereidt2 ik boei ook de vrouw van ,pyrrhius haar tong en haar ziel2 ik boei ook ,cercion den kok en ,docimus den kok de tong en de ziel en het pleidooi dat zij voorbereiden2 ik boei ook ,cineas de tong en de ziel en het pleidooi dat hij met ,theagenes samen voorbereidt2 ik boei ook ,pherecles de tong en de ziel en het getuigenis dat hij ten gunste van ,theagenes aflegt2 ik boei ook ,seuthes de tong en de ziel en het pleidooi dat hij voorbereidt en de voeten en de handen en de oogen en den mond2 ik boei ook ,lamprias de tong en de ziel en het pleidooi dat hij voorbereidt1 de handen1 de voeten1 de oogen en den mond1 al dezen boei ik1 ik doe ze verdwijnen1 ik stop ze onder den grond1 ik spijker ze vast2 en als ze voor de rechtbank en bij den scheidsrechter iets doen1 mogen ze dan niet in aanmerking komen1 noch in woord1 noch in daad#ah4 ,hier tracht men dus zijne tegenpartij in rechten te schaden en hoopt dat hetgeen met de plaat geschiedt1 ook de personen zelf zal overkomen4 ,de symboliek hierbij verraadt een uiterst naeven gedachtengang4 ,lood is zwaar1 dus moet het ook op een afstand een bezwarenden invloed uitoefenen4 ,de spijker houdt vast1 dus moet hij ook op afstand iemand vastleggen4 ,overigens verwijzen wij naar hetgeen reeds boven over het envotement is gezegd4 ,meestal worden bij die vervloekingen ook de onderaardsche goden aangeroepen1 zooals bijv4 op de navolgende plaat uit de vierde eeuw3 ,hermes1 gij vastlegger en ,persephone1 legt vast van ,parthenius en ,apollonius1 de zoons van ,hagnotheus de tong en de ziel en de daden en de voeten en de plannen4 ,hermes1 gij vastlegger en ,persephone1 legt vast van ,euxenus de ziel en het lichaam en de voeten en de handen en de daden en de plannen en de tong totdat hij naar de onderwereld is neergedaald#ai4 ,ook bij de ,romeinen werd de tooverij gedurende die tijden evenzeer in practijk gebracht en ook bij hen ontbrak het niet aan vervolgingen van staats- en rechtswege4 ,in den loop van den tweeden ,punischen oorlog waren de gemoederen door de voortdurende wisselingen van den krijgskans ten zeerste geschokt4 ,men nam de toevlucht tot allerlei uitheemsche plechtigheden2 magirs en profeten verkregen grooten invloed op het volk4 ,toen 7in #bac7 gelastte de senaat1 verontrust over de toenemende verwaarloozing van den ,romeinschen eeredienst1 de geschriften over magische en soortgelijke onderwerpen aan de overheid uit te leveren#bj4 ,ook kwam het wel eens voor1 dat men een landman1 wiens voorspoed te zeer in 't oog liep1 er van beschuldigde1 tooverkunsten te hebben aangewend1 zooals blijkt uit navolgend feit1 dat in het jaar #aeg plaats vond4 ,toen ,c4 ,furius ,chresimus1 een vrijgelatene1 van een zeer kleinen akker meer vruchten had geoogst1 dan de naburen van de meest uitgestrekte velden1 ontstond er een groote afgunst tegen hem1 en beschuldigde men hem1 dat hij andermans vruchten door booze tooverij verlokte d4w4z4 naar zich toe lokte4 ,om die reden door een magistraat1 ,spurius ,albinus1 aangeklaagd1 vreesde hij te worden veroordeeld en bracht1 toen de volksvergadering waarbij hij in beroep was gekomen tot de stemming moest overgaan1 al zijn akkergereedschap naar het forum de vergaderplaats en haalde zijne krachtige1 welgevoede en goed gekleede slaven erbij1 alsmede zijne voortreffelijk gesmeede ijzeren werktuigen1 zware houweelen1 geweldige ploeg en en doorvoedde runderen4 ,daarop zeide hij3 ,dit zijn mijne booze toovermiddelen1 medeburgers6 ,en al mijn zwoegen1 mijne nachtwaken en zweet kan ik ,u niet eens vertoonen noch naar het forum brengen4 ,hij werd met algemeene stemmen vrijgesproken#ba4 ,er is hier1 zooals wij zien1 sprake van het verlokken1 d4w4 z4 naar zich toe lokken1 van andermans veldgewas2 die term komt ook al voor in de wet der twaalf tafelen1 die wij aan het einde van ons eerste hoofdstuk hebben vermeld4 ,hoe stelde men zich echter dat naar zich toe lokken voor8 ,toch wel niet zoo1 dat de rijpe korenaren van het eene veld naar het andere overliepen1 al wordt dan ook1 zooals later blijken zal1 iets dergelijks door dichters gezegd4 ,om ons een juist denkbeeld te vormen van hetgeen bedoeld wordt1 moeten wij op het primitieve denken van landbouwende volkeren nader ingaan4 ,zooals wij kunnen opmaken uit talrijke mythen en gebruiken1 die zoowel in ,europa als elders voorkomen1 geloofde men van oudsher dat ook de planten en de oogst bezield waren4 ,de korenziel is ook nog ten onzent bekend1 zij het dan ook slechts als een onbegrepen overleefsel 7survival74 ,deze ziel wordt veronderstelt in de laatste schoof te huizen1 van daar dan ook dat bij een oogst allerlei gebruiken er mede zijn verbonden4 ,zeer vaak wordt van de laatste schoof eene pop gemaakt1 de graanmoeder1 soms met vrouwenkleeren opgetuigd4 ,teneinde het volgende jaar een goeden oogst te hebben wordt de pop veelal met water besprenkeld1 om door deze symbolieke handeling--men spreekt ook van sympathetische magie--een vruchtbaarmakenden regen te bezweren4 ,de korenziel leeft naar men aanneemt het geheele jaar lang2 door eenige graankorrels uit de laatste schoof met het zaaigraan te vermengen1 is men zeker van de aanwezigheid der korenziel in den oogst van het volgende jaar4 ,in onze ,oost spreekt men van eene rijstmoeder als draagster van eene bezielende zelfstandigheid4 ,de rijstmoeder1 d4w4z4 enkele halmen van weelderigen en eigenaardigen groei1 bijv4 van zeven geledingen1 wordt met de noodige zorg naar huis gebracht en meestal op eene afzonderlijke plek in de schuur gezet4 ,zoolang men de rijstmoeder heeft1 is men verzekerd van den overigen oogst4 ,nemen wij dit alles in overweging1 dan ligt het voor de hand1 dat men volgens het aloude geloof door bezweringen en tooverijen niet alleen aan het veldgewas van een ander rechtstreeks schade kon toebrengen1 maar ook diens korenziel naar zich toe kon lokken en zoodoende zich den oogst van zijn buurman toeigenen4 ,dat de dichters1 die evenmin als anderen1 den oorsprong van het geloof in kwestie kenden1 het verlokken van den oogst letterlijk opvatten om hetzij hunne fantasie1 hetzij hunne ironie bot te vieren1 kan geen verwondering wekken4 ,er werden echter aan de magie ook gunstige werkingen toegeschreven4 ,zoo geloofde men o4a4 dat hagelslag door tooverspreuken kon worden afgeweerd en dat bezweringen de kracht hadden wonden te heelen4 ,de oude ,cato 7gest4 #adi71 de conservatieve practicus bij uitnemendheid1 geeft in zijn werk over den akker bouw 7c4 #afj7 den volgenden1 overigens niet zeer duidelijken raad3 ,indien iets ontwricht is1 zal het door deze bezwering genezen4 ,neem een groen riet1 vier of vijf voet lang1 splijt het midden door en laten twee mannen het tegen uwe heupen aanhouden4 ,begin met te bezweren4 ,motas1 vaeta1 daries1 dardares1 astataries1 dissunapiter1 totdat ze de stukken riet samenkomen1 en zwaai er het ijzer over heen4 ,wanneer ze op deze wijze zijn samengekomen en het eene stuk het andere heeft aangeraakt1 grijp dan dat met de hand en snijd het rechts en links af4 ,bind het vast aan de plek waar de ontwrichting of de breuk is1 en deze zal genezen4 ,blijkbaar is ook hier magische symboliek in 't spel2 evenals de stukken riet worden samengevoegd1 zullen1 naar men gelooft1 ook de beenderen weer samengroeien4 ,het zwaaien van ijzer 7blijkbaar het mes7 was kennelijk tegen de booze geesten gericht1 die1 naar men meende1 er voor bevreesd waren4 ,hierover later meer4 ,de tooverwoorden zelve1 van wier uitwerking men ongetwijfeld het meeste verwachtte1 zijn onverstaanbaar4 ,zijn het woorden uit eene oude1 vergetene taal en dus een overleefsel8 ,het oeroude heeft van zelf al iets magisch4 ,of uit eene vreemde taal8 ,ook wat uit den vreemde komt1 geldt vaak voor tooverkrachtig4 ,of zijn het willekeurige klankverbindingen8 ,ook dit is dikwijls in de magie het geval1 vgl4 slechts het ook ten onzent gebruikelijke hocuspocus en abracadabra4 ,wij komen op dit onderwerp later uitvoerig terug4 ,het geloof aan de kracht van het belezen heeft zich in landelijke streken met groote taaiheid weten te handhaven4 ,in ,west-,vlaanderen bestond nog niet lang geleden het gebruik1 om1 tot genezing van een verstuikten paardepoot1 driemaal het kruisteeken er over heen te maken en daarbij de eerste keer aul1 de tweede keer aulel en de derde keer super aul te zeggen4 ,en ten onzent wordt bij gevallen van ontwrichting en dgl4 nog wel eens het volgende rijm uitgesproken3 ,dit arm of poot ,is verrukt of verstoot1 't ,zal niet verrotten of verzweren ,in den naam des ,heeren 444 99,litteratuur499 ,th4 ,gomperz1 ,griechische ,denker ,,iii 7#aiji74 ,s4 ,seligmann1 ,der bse ,blick u4 ,verwandtes7#aiaj74 ,r4 ,wnsch1 ,die ,zauberinnen des ,theokrit1 in ,hessische ,blatter f4 ,volkskunde1 ,,viii 7#aiji74 ,frazer1 ,the magic art1 ,vol ,i 7#aiac74 ,a4 de ,rochas1 ,l'extriorisation de la sensibilit1 #e;e uitg4 7#ahii74 ,o4 ,berthold1 ,die ,unverwundbarkeit in ,sage u4 ,aberglauben d4 ,griechen1 in ,religionsgeschtliche4 ,vers4 u4 ,vorarb4 hrg4 v4 ,wnsch u4 ,deubner1 ,,xi ,bd41 #a ,hft4 7#aiaa74 ,r4 ,wnsch1 ,antike ,fluchtafeln1 in ,,ki4 ,texte f4 ,vorles4 u4 b41 hrg4 v4 ,h4 ,lietzmann1 ,no4 #bj1 #b;e uitg4 7#aiab74 ,e4,n4 ,fallaize1 s4v4 ,harvest1 in ,encyd1 rel4 eth4 ,,vi7#aiac74 ,frazer1 ,spirits of the corn a4 of the wild 7#aiad74 ,a4 ,kruyt1 ,animisme i4d4 ,ind1 archipel 7#aijf74 ,frazer1 ,balder the beautiful ,,ii 7#aiad74 ,a4 de ,cock1 ,volksgebr4 e4 ,volksgel1 m4 betr4 t4 ,huisdieren1 in ,volkskunde1 ,tijdschr4 v4 ,nederl4 folklore1 ,,vii 7#ahid74 99 99 99 99 99 ,,hoofdstuk ,,iii4 99,kentering499 ,de eerste eeuw vr onze jaartelling kenmerkt zich o4m4 door een steeds toenemend verzet tegen materialisme en scepticisme4 ,de ingewikkelde atoomleer zoowel als de onvruchtbare twijfelingen lieten de dieper denkenden op den duur onbevredigd4 ,het ,pythagoresme en het ,platonisme herleefden4 ,het onzienlijke en buitengewone trok weer in verhoogde mate de aandacht4 ,posidonius 7 #ace-- #ea71 een der invloedrijkste denkers1 de ,leibniz der oudheid1 evenzeer uitmuntende in de wiskundige wetenschappen als in de geschiedenis1 hecht aan droomen en gelooft aan demonen4 ,de veranderde zienswijze der ,grieksche denkers deed zich ook bij de ,romeinen sterk gelden4 ,terentius ,varro 7#aaf--bg7 ,rome's grootste geleerde1 en geenszins blind voor de bedriegerijen op het gebied der tooverij1 vermeldt als een feit1 dat1 toen de bewoners van ,tralles 7in ,klein-,azi7 door middel van magie den afloop van den oorlog met koning ,mithradates 7tusschen #hh en #fc v4 ,chr47 van ,pontus 7aan de ,zuid-,oostkust van de ,zwarte ,zee7 trachtten te weten te komen1 de daartoe gebezigde knaap in water het beeld van den god ,mercurius 7,hermes7 aanschouwde en de toekomst in #afj versregels voorspelde#bb4 ,de ,pythagoreer ,nigidius ,figulus1 een tijdgenoot van ,varro en in kennis ter nauwernood bij hem achterstaande1 bracht1 door zekeren ,fabius om inlichtingen gevraagd aangaande #ejj denaren 7zilverstukken7 die hij verloren had1 eveneens knapen door bezweringen in extase1 waarin zij aanwezen1 waar de buidel met een gedeelte der muntstukken begraven en hoe de rest verdeeld was1 ook dat ,cato 7de jongere7 een dier denaren had1 en inderdaad erkende deze het muntstuk van een zijner slaven voor een offer aan ,apollo te hebben ontvangen#bc4 ,van ,vatinius1 eveneens een ,pythagoreer1 verzekert ,cicero in de tegen hem gerichte redevoering 7,,vi1 #ad1 uit het jaar #ef7 dat hij de zielen uit de onderwereld opriep en de schimmen door het offeren van knapen gunstig stemde4 ,aangezien ,cicero twee jaren later ,vatinius heeft verdedigd1 zal de laatstgenoemde gruwel wel niet als een bewezen feit zijn te beschouwen4 ,in de ,romeinsche litteratuur dier tijden speelt de magie1 inzonderheid voor erotische doeleinden1 eene groote rol4 ,wij willen hiervan het o4i4 meest belangrijke aanhalen4 ,de beroemdste ,romeinsche dichter1 de ernstige1 verhevene en toch populaire ,vergilius 7#gj--ai7 volgt in zijn achtste herdersdicht 7v #fd--aji7 de idylle van ,theocritus na1 door ons in hoofdstuk ,,ii aangehaald4 ,ook hier weer is het eene verlatene minnares1 die met medehulp van eene slavin1 liefdestooverij verricht3 ,breng water en omwind dit altaar met een zachten band4 ,brand saprijke tooverkruiden en uitnemenden wierook1 opdat ik beproeve mijn koelen echtgenoot door een magisch offer in hartstocht te doen ontvlammen2 hier ontbreken slechts tooverzangen4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,tooverzangen kunnen zelfs de maan van den hemel omlaag trekken2 door tooverzangen heeft ,circe de makkers van ,odysseus veranderd2 de kille slang in de wei barst door tooverzangen4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,eerst bind ik deze drie draden van drie verschillende kleuren om uw beeld en voer dit driemaal rondom dit altaar2 't oneven getal behaagt aan de goden4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,amaryllis1 leg drie knoopen in de drie kleuren1 ,amaryllis leg de knoopen en zeg3 ,ik knoop de boeien van ,venus6 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,evenals deze klei hard wordt en dit was smelt door n en hetzelfde vuur1 aldus moge ,daphnis voor anderen gevoelloos worden1 maar voor mij in liefde opgaan6 ,strooi gezouten meel en ontsteek de brosse laurier met aardpek6 ,de gevloekte ,daphnis brandt mij en ik brand dezen laurier op zijn beeld4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,zulk eene liefde als die eene vaars overmeestert1 wanneer zij1 door wouden en diepe bosschen heen1 een stier zoekende1 vermoeid en verloren naast eene waterbeek in het groene moerasriet neerzinkt en vergeet dat de late nacht haar terugroept3 zulk eene liefde overmeestere ,daphnis--en moge het niet bij mij opkomen hem te genezen6 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,deze kleeren liet de trouwelooze mij eens als dierbaar onderpand van hem achter1 die ik nu onder den drempel zelf aan ,u1 o aarde toevertrouw3 dit onderpand staat mij borg voor ,daphnis4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,deze giftige tooverkruiden1 uit ,pontus bijeengegaard1 gaf ,moeris zelf mij2 ,pontus is er rijk aan4 ,dikwijls zag ik ,moeris door die kruiden een wolf worden en zich in de bosschen verbergen1 dikwijls zielen uit de diepste graven opwekken en het veldgewas elders heenvoeren4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,breng asch1 ,amaryllis1 naar buiten en werp ze over uw hoofd heen in de stroomende beek1 maar zie niet om4 ,hiermede wil ik ,daphnis aanvallen2 hij geeft niets om goden noch om tooverzangen4 ,trekt1 o mijn zangen1 ,daphnis van de stad weg naar mijn huis6 ,zie6 de asch heeft1 terwijl ik draal met haar weg te dragen1 van zelf het altaar met trillende vlammen aangetast2 het zij een goed voorteeken6 ,er is zeker iets aan de hand2 ,hylax blaft op den drempel4 ,moet ik het gelooven1 of droomen zij1 die minnen1 wakende8 ,houdt op1 mijn zangen1 houdt op6 ,daar komt ,daphnis al van de stad4 ,hierbij enkele opmerkingen4 ,de symbolieke beteekenis van knoopen in de magie is gemakkelijk te vatten4 ,door het leggen van een knoop wil men boeien1 wil men zekere handelingen van personen of uitwerkingen van voorwerpen verhinderen4 ,knoopen zijn dan ook vooral in de liefdestooverij gebruikelijk4 ,bij de ,arabieren legt een meisje1 om een man tot zich te trekken1 knoopen in diens zweep4 ,volgens het oude volksgeloof kon eene heks door tooverij met knoopen een verderfelijken invloed op het huwelijksleven uitoefenen4 ,maar de macht van den knoop strekt zich nog veel verder uit4 ,de ,finsche toovenaars1 heette het1 vermochten door het leggen van knoopen den wind zelf vast te leggen4 ,en onwillekeurig denken wij hierbij ook aan den ,gordiaanschen knoop4 ,gordius toch1 een der oudste koningen van ,phrygi 7in ,klein-,azi7 had1 naar de overlevering luidt1 een wagen aan ,zeus1 den hoogsten god1 gewijd en aan dien wagen het juk met de dissel door een knoop verbonden1 die niet gemakkelijk was los te maken4 ,een orakel verkondigde1 dat diegene koning over ,azi zou zijn1 welke dien knoop vermocht te ontwarren4 ,alexander de ,groote vervulde die godspraak door den knoop met het zwaard door te hakken#bd4 ,dat het getal drie en andere oneven getallen1 eene groote rol in de magie spelen1 is eveneens een feit4 ,de toovergodin ,hecate werd vaak met drie aangezichten afgebeeld4 ,herhaaldelijk wordt den toovenaar eene sexueele onthouding van drie dagen voorgeschreven4 ,mephisto moet drie keer door ,faust worden uitgenoodigd1 alvorens hij diens vertrek mag binnentreden4 ,voor eene zekere oproeping van den god ,apollo was een lauriertak met zeven bladen vereischt#be4 ,de toovenaars op het schiereiland ,malakka gebruiken zijden draden van zeven kleuren4 ,in de ,joodsche toovervoorschriften wordt ronduit verklaard1 dat de even getallen beneden tien bepaald ongunstig zijn4 ,het geloof1 dat een mensch de gedaante van een wolf of ook wel van een ander dier kan aannemen1 is bij zeer vele volkeren heerschende4 ,in de zestiende en zeventiende eeuw beschouwde men den weerwolf als een dienaar des duivels en menigeen werd zoodoende het slachtoffer van den brandstapel4 ,dat de wolf in oude tijden aan primitieve volkeren een demonisch wezen toescheen en in verband werd gebracht met tooverij is geen wonder2 voorts hebben ook krankzinnigheid en hallucinaties bij het geloof aan den weerwolf eene groote rol gespeeld4 ,van tegenovergestelde strekking als de bezwering in het bovenvermelde herdersdicht is eene episode uit het vierde boek van de ,aenede1 het onafgewerkt tot ons gekomen heldendicht van ,vergilius4 ,de dichter laat aldaar 7v4 #dgh--dih7 ,dido1 de koningin van ,carthago1 gemarteld door eene noodlottige liefde voor ,aeneas1 die haar op goddelijk bevel verlaten moet1 aldus tot hare zuster spreken3 ,ik heb een middel gevonden--wensch er mij geluk mee--dat mij hem ,aeneas zal teruggeven of mij van mijne liefde zal bevrijden4 ,aan den rand van den ,oceaan1 waar de zon ondergaat1 houdt het gebied der ,aethiopirs op1 waar het hemelgewelf met zijne fonkelende sterren op de schouders van den ontzaglijken ,atlas zich wentelt4 ,vandaar is eene priesteres van 't ,massylische volk mij gewezen1 die den tempel der ,hesperiden en den boom met de gouden appelen bewaakte1 die den draak aldaar voedde door hem vochtige honigkoeken toe te dienen1 bestrooid met slaapwekkenden papaver4 ,deze belooft door tooverzangen de harten van wie zij wil1 van liefde te bevrijden1 maar bij anderen eene felle hartstocht op te wekken1 het water in de stroomen tot staan te brengen en de sterren te doen terugkeeren op hare baan4 ,zij roept de nachtelijke schimmen op4 ,gij zult den grond onder hare voeten hooren grommen en de esschen van het gebergte zien neerdalen4 ,ik roep de goden en ,u1 geliefde zuster1 tot getuigen1 dat ik tegen wil en dank het wapen der magische kunst te baat neem4 ,richt gij in het geheim een brandstapel op 't binnenplein hemelhoog op en leg het zwaard van den man1 dat hij1 de booswicht1 in mijn vertrek vastgehecht achterliet1 en al zijne kleeren en het bruidsbed1 mijn verderf1 er boven op4 ,de priesteres gebiedt mij1 al wat mij aan dien verfoeilijken man herinnert1 te vernietigen4 ,ook hier weer eene symbolische handeling1 waaraan eene reele uitwerking wordt toegeschreven4 ,het vernietigen van voorwerpen die op eene ongelukkige liefde betrekking hebben1 moet ook aan die liefde zelf voorgoed een einde maken4 ,aan den wensch van ,dido wordt voldaan en het verhaal gaat 7v4 #ejd--eai7 aldus door3 ,maar nadat op het binnenplein van 't paleis een ontzaglijke brandstapel uit blokken van pijnboom-en eikenhout hemelhoog was opgericht1 versiert de koningin de plaats met guirlanden uit cyprssentakken gevlochten en1 met volkomen besef van wat zij gaat doen1 legt zij de kleeren1 het achtergelatene zwaard en het beeld van ,aeneas op het rustbed bovenop den brandstapel4 ,er staan altaren rondom en de priesteres1 met loshangende haren1 roept driemaal het honderdtal goden1 den ,erebus1 de ,chaos1 de driedubbele ,hecate1 de drie aangezichten van de maagd ,diana met bulderende stem aan4 ,ook had zij vocht gesprenkeld1 dat water uit het meir ,avernus moest verbeelden en kruiden bijeengegaard1 afgesneden bij maneschijn met bronzen sikkel1 tierige kruiden vol van zwart venijn4444 ,dido zelf stond naast het altaar1 met het offermeel in de reine handen1 n voet ontbloot1 in een los kleed en riep1 den dood voor oogen1 de goden tot getuigen aan4 ,dido1 die slechts voor den schijn die magische handelingen laat verrichten1 stort zich ten laatste in het zwaard van ,aeneas en de brandstapel wordt ontstoken4 ,dat ook aan het getal honderd eene bijzondere uitwerking werd toegeschreven1 blijkt uit den grooten ,parijschen tooverpapyrus v4 #beb1 waar sprake is van een magischen godennaam1 die uit honderd letters bestaat4 ,bij het meir ,avernus1 dat in ,campani te midden van huiveringwekkende bosschen lag1 was1 naar men beweerde1 een toegang tot de onderwereld2 vandaar dat dit meir bij de magie dikwijls ter sprake kwam1 zooals wij nog herhaaldelijk zullen zien4 ,de symboliek van het loshangende haar1 den ontblooten voet en het ontgordelde kleed is vrij duidelijk4 ,al hetgeen boeit zou bij deze plechtigheid hinderlijk zijn1 waar het geldt den knellenden band der liefde los te maken4 ,maar ook bij andere magische handelingen komen dezelfde gebruiken voor1 blijkbaar oorsponkelijk met de bedoeling om de raadselachtige kracht1 waarvan reeds in hoofdstuk ,,ii sprake is geweest1 ongestoorder te laten werken2 later is dit alles een bloot overleefsel4 ,ook ,medea laat1 zooals wij straks zullen zien1 bij bezweringen het haar neerhangen4 ,van ,apollonius van ,tyana 7in ,klein-,azi7 een der beroemdste magirs1 wordt verzekerd1 dat hij dit gebruik zijn leven lang in acht nam#bf4 ,bij de ,mohammedanen laat de geestenbezweerder het haar loshangen en hetzelfde doen ook de tooverartsen in het ,zuiden van ,vr-,indi4 ,wat de ontblooting van n voet betreft1 heeft men op eene ,grieksche vaas eene afbeelding gevonden van een man met zijn ontblooten rechtervoet op de huid van een offerdier en met zijn geschoeiden linkervoet op den grond#bg4 ,de tweehonderd ,plataeers1 die in den ,peloponnesischen oorlog door de linies der hen belegerende ,spartanen heenbraken1 hadden slechts hun linker voet geschoeid#bh4 ,blijkbaar was het een aloud gebruik1 eene soort wijding1 door diegenen in acht genomen1 die een levensgevaarlijk waagstuk beproefden4 ,vastgeknoopte kleeren en gordels werden over 't algemeen bij tooverhandelingen als hinderlijk beschouwd4 ,vandaar dat bijv4 ook ,medea1 zooals spoedig blijken zal1 hare kleeren los draagt4 ,bij het exorcisme1 d4w4z4 de uitbanning van booze demonen1 mocht1 volgens het ,joodsche gebruik1 de patint slechts n gewaad1 en wel zonder gordel1 dragen4 ,opmerkelijk is ook1 dat te ,rome de ,flamen ,dialis1 een der hoogste priesterlijke ambtenaren1 geen knoop in zijn kleedij mocht dragen en dat de ,mohammedaansche bedevaartgangers bij hun tocht naar ,mekka hetzelfde gebruik in eere houden4 ,de ,epicurist ,horatius 7#fe--h v4 ,chr471 zanger van wijn1 liefde en vaderlandsche deugd1 tracht op alle mogelijke manieren de magie hatelijk en bespottelijk te maken4 ,herhaaldelijk richt hij aanvallen tegen eene zekere ,canidia1 waarvan wij in 't midden willen laten of zij al dan niet eene historische persoonlijkheid is geweest4 ,o4m4 beschrijft hij in zijn vijfde ,epode op allergriezeligste wijze hoe een geroofde knaap van voornamen stand door ,canidia en hare helpsters1 ,sagana1 ,veia en ,folia1 wordt doodgemarteld 7#ae--ch73 ,canidia1 het onopgeschikte hoofdhaar omwonden met gezwollen adders1 gebiedt wilde vijgeboomen1 uit graven opgewoeld1 doodsche cypressen1 veeren en eieren van de gekuifde uil1 besmeerd met het bloed van de afschuwelijke pad en kruiden uit ,thessali en ,iberi ,georgi1 vruchtbaar aan vergiften1 alsmede beenderen1 ontrukt aan den muil van eene hongerige teef1 in ,colchische magische vlammen te verbranden4 ,maar ,sagana1 opgeschort1 sprenkelt door het geheele huis heen water uit den ,avernus en lijkt met haar te berge rijzend haar op een zeegel of op een rennend everzwijn4 ,veia1 door geen gewetenswroeging afgeschrikt1 groef1 al hijgende van 't werk1 met haar hard houweel een kuil1 opdat de knaap1 er ingegraven en met zijn mond er boven uit stekende als een zwemmer1 die slechts met zijn kin zich boven 't water verheft1 door den aanblik van twee- of driemaal in den loop van den langen dag verwisseld eten zou wegsterven1 opdat zijn uitgesneden merg en dorre lever voor de bereiding van een minnedrank zouden dienen4 ,bij de magie is wel eens meer sprake van kinderoffers4 ,op eene afbeelding1 die ons uit de oudheid is overgebleven1 schijnt het offeren van een kindje te worden voorgesteld#bi4 ,in een tooverpapyrus wordt voorgeschreven1 hoe men1 om eene vrouw in zijn macht te krijgen1 den toorn van de maangodin tegen haar moet opwekken3 men moet haar nl4 beschuldigen dat zij o4m4 een ongeboren of een jong kind offert#cj4 ,dit is1 zooals van zelf spreekt1 slechts eene fictie4 ,daar echter het griezelige eene zekere bekoring heeft1 achtte men ook later nog de tooverij met het offeren van kinderen en soortgelijke gruwelen verbonden4 ,vooral in het heksengeloof speelt dit eene rol1 zooals men o4m4 kan opmaken uit de bereiding van het tooverbrouwsel in de vierde akte van ,macbeth1 waarbij onder andere zonderlinge en onsmakelijke ingredinten ook de vinger van een bij de geboorte vermoorden zuigeling voorkomt4 ,met groote ironie verklaart de dichter1 in de zeventiende epode1 dat hij voor de tooverkunsten van ,canidia zwicht3 ,reeds geef ik het gewonnen aan ,uwe krachtige wetenschap1 ik bid en smeek ,u bij het rijk van ,proserpina1 bij de niet aan te tasten majesteit van ,diana1 bij de boeken met tooverzangen1 die de gesternten1 aan den hemel vastgehecht1 vermogen omlaag te roepen1 ,canidia1 houd eindelijk op met ,uwe bezweringen en laat den vluggen toovertol achteruit draaien ten einde de betoovering daardoor op te heffen 7v4 ,i--#g74 ,ik ben te over reeds door ,u gestraft1 o veel geliefde van matrozen en straatventers6 ,gevlucht is mijn jeugd en de blozende kleur verliet de beenderen1 omhuld met eene vaalbleeke huid2 mijn haar is grijs geworden door ,uwe tooverwalmen2 geen rust ontspant mij van het werk1 de nacht verjaagt den dag1 de dag de nacht en mijne benauwde borst vindt geen verlichting4 ,dus word ik1 rampzalige1 gedrongen om te gelooven wat ik ontkende1 dat ,sabellische bezweringen de borst tot in het diepst schokken en je hoofd vaneen splijt door een ,marsisch tooverlied4 ,wat wil je meer8 7v4 #ai--cj74 ,aan de ,sabellen en ,marsen1 volksstammen in ,midden-,itali1 van oudvaderlijken eenvoud1 schreven de verfijnde ,romeinen het bezit van tooverkrachten toe4 ,ook dit verschijnsel is zeer opmerkelijk4 ,volkeren van eene hoogere cultuur zijn licht geneigd aan te nemen1 dat volkeren die1 zooals het heet1 op een lageren trap van ontwikkeling staan1 in de magie uitmunten4 ,de ,hindoes beschouwden de oerinwoners van ,indi als toovenaars en zoo ook de ,zweden de ,finnen4 ,de ,hollanders vermoeden vaak bij de ,javanen het bestaan van eene stille kracht4 ,en het is dan ook niet onmogelijk1 dat volkeren1 die te kort schieten in het uitdenken van machinerien--dit toch beschouwt men gewoonlijk als het meest sprekende kenmerk van eene hoogere cultuur--daarentegen meer begaafd zijn met zekere geheimzinnige krachten die het wezen uitmaken der magie4 ,en eindelijk worden in eene satire 7,i1 #h7 ,canidia en ,sagana1 die 's nachts er op uit gaan om dooden te bezweren1 door ,horatius op zulk eene wijze gehoond1 dat wij de reproductie ervan maar liever achterwege laten1 en met de opmerking volstaan1 dat de bestrijders der magie het zoo nauw niet nemen4 ,ovidius 7#dc v4 ,chr4 - #ag n4 ,chr471 de meest ingenieuze en meest irreligieuze van alle ,romeinsche dichters1 steekt althans op minder onhebbelijke wijze den draak met de tooverkunst4 ,hooren wij1 uit een zijner minnedichten 7,i1 #h1e--af7 de navolgende beschrijvingvan eene oude koppelaarster1 tevens magicienne3 ,zij kent de tooverkunsten en de zangen van ,circe2 zij doet de snelle wateren zich terugbochten naar hunne bron2 zij weet goed wat een kruid1 wat een band1 rondom een draaienden toovertol gewonden1 vermag2 444 als zij wil1 hoopen zich wolken aan den geheelen hemel op2 als zij wil1 blinkt de dag aan den helderen trans4 ,bloed zag ik1 7zou je 't gelooven871 van de sterren neerdruppelen2 het gelaat der maan was purpurrood van bloed4 ,ik vermoed1 dat zij1 van gedaante veranderd1 door de nachtelijke schaduwen vliegt en dat haar oud lichaam zich met veeren overdekt2 ik vermoed het1 en 't wordt beweerd2 ook schittert eene dubbele pupil in hare oogen4 ,dit laatste is ons ook van de ,thibii1 eene volksstam aan de ,zwarte ,zee1 bericht1 van wie men verder vermeldde1 dat zij de macht van het booze oog 7vgl4 ,,ii7 uitoefenden en in 't water niet onderzonken#ca4 ,in zijn ,remedie tegen de liefde1 overigens een geneesmiddel erger dan de kwaal1 keurt hij 7#bdh--bfj7 het gebruik van magische middelen af3 ,meent iemand1 dat de booze kruiden van het ,thessalische land en de magische kunsten hulp kunnen brengen1 dan zie hij wel toe6 ,dat is de oude manier van giftmengerij3 mijne muze biedt met hare gewijde zangen eene onschuldige hulp4 ,volgt gij mij1 dan zal geen schim op bevel uit den grafheuvel te voorschijn treden2 geen tooverkol zal door gruwelijke bezwering den grond doen splijten2 geen veldgewas zal van den eenen akker naar den anderen over gaan2 en de zonneschijf zal niet plotseling bleek zien4 ,de ,tber zal1 als gewoonlijk1 naar de wateren der zee loopen1 de maan als gewoonlijk1 met een sneeuwwit span voortrijden4 ,geen hart zal door bezweringen van kommer verlost worden1 geen liefde voor brandende zwavel op de vlucht slaan 444 ,men schreef nl4 reeds in overoude tijden aan zwavel eene reinigende kracht toe en ook in de liefdestooverij werd er gebruik van gemaakt4 ,ovidius verklaart verder 7v4 #bhi vlg473 ,we gij ook zijt1 die hulp verlangt van onze kunst1 ontzeg aan giftmengerij en tooverzangen geloof4 ,maar met dat al was de magie als litterair onderwerp ook voor hem onmisbaar4 ,het werk1 waaraan hij bovenal zijn naam te danken heeft1 zijn immers de ,metamorphosen1 d4w4z4 gedaantewisselingen1 eene reeks verhalen uit de mythologie1 die telkens met verandering van lichaamsvormen1 dus met tooverij1 eindigen4 ,en de episode van ,medea is zeer zeker niet de minste in dit bij uitstek kleurrijke en schilderachtige dichtwerk4 ,en greep 7,,vii1 #ahj-ahh73 ,toen de maan in haar volsten glans en met gevulde schijf op de landen neerzag1 verliet ,medea het huis1 gehuld in ontgordelde kleeren1 n voet ontbloot1 de haren over de naakte schouders neergolvende2 onverzeld gaat ze met zwervende schreden door de stomme stilte der middernacht2 diepe rust had menschen1 gevogelte en wilde dieren ontspannen2 de heggen zijn zonder gefluister2 onbewogen zwijgt het loof2 de vochtige lucht zwijgt2 de sterren alleen flikkeren4 ,hierbij eene opmerking4 ,er is hier sprake van ontbloote schouders4 ,diergelijke ontblootingen en zelfs algeheele naaktheid komen bij de tooverij meer voor4 ,in een fragment uit eene ,grieksche tragedie wordt uitdrukkelijk gezegd1 dat ,medea naakt de benoodigde tooverkruiden maait#cb4 ,op eene vaas vindt men afgebeeld1 hoe twee naakte toovenaressen de maan omlaag halen#cc4 ,in de tooverpapyri wordt voorgeschreven1 dat de knaap1 die bij zekere handelingen onmisbaar is1 naakt moet zijn#cd4 ,bij het exorcisme1 dat aan den doop voorafging1 moest oudtijds1 inzonderheid volgens het ritueel der ,grieksche kerk1 de doopeling ontkleed worden4 ,dit alles sluit goed aan bij het boven vermelde feit1 dat men knoopen en gordels bij tooverhandelingen ongewenscht achtte3 het geheimzinnige mana immers moet zoo vrij mogelijk kunnen werken4 ,de liefdestooverij was meer dan eene bloote litteraire fictie4 ,tooverdranken waren ook toen veel in gebruik en er wordt zelfs vermeld1 dat ,lucretius ,carus 7 #ig v4 ,ch4--#ee787 v4 ,ch47 door het toedienen ervan in zijne geestvermogens zou zijn gekrenkt en derhalve zijn beroemd leerdicht ,over de natuur der dingen1 eene uiteenzetting van ,epicurus' systeem slechts in zijne heldere oogenblikken zou hebben geschreven4 ,men heeft wel is waar dit bericht in twijfel getrokken1 maar er zijn omstandigheden1 die sterk voor de waarheid ervan pleiten3 het gedicht is niet alleen onvoltooid1 maar heeft ook verscheidene lacunes en plotselinge overgangen2 daarenboven doet de inhoud er onwillekeurig aan denken1 dat de auteur aan hallucinaties leed1 't geen immers met groote dichterlijke begaafdheid best kan samengaan4 ,maar ook andere tooverijen werden blijkbaar herhaaldelijk in practijk gebracht4 ,van ,catilina1 een energiek1 maar ook onbesuisd man1 die in #fc v4 ,chr41 zooals bekend1 eene poging deed om de regeering te ,rome omver te werpen1 vertelden sommigen1 dat hij1 na het houden van eene opruiende toespraak1 om zijne deelgenoten nauwer aan zich te verbinden1 menschenbloed1 met wijn vermengd1 in bekers liet rondreiken2 eerst nadat ze onder vervloekingen1 zooals deze bij zekere plechtigheden gebruikelijk waren1 den drank hadden geproefd1 zou hij hun zijn plan hebben geopenbaard4 ,aldus de geschiedschrijver ,sallustius 7#hg--ce v4 ,chr471 die echter verklaart1 geen genoegzame bewijzen ervoor te hebben 7,samenzw4 v4 ,cat4 #bb71 terwijl een later auteur zelfs verhaalt1 dat de saamgezworenen een kind slachtten en bij de ingewanden ervan den eed aflegden#ce4 ,dat men zich door het storten en ook wel door het drinken van bloed tot trouwe kameraadschap verplichtte#cf1 kwam meer voor en zoodoende zou het bericht omtrent ,catilina eene kern van waarheid kunnen bevatten zonder dat men daarom noodzakelijkerwijs aan het allerergste behoeft te denken4 ,hoe het zij1 de vrees voor de magie was zoo groot1 dat men herhaaldelijk van overheidswege er maatregelen tegen nam4 ,onder ,augustus werden door zijn alvermogenden gunsteling1 ,vipsanius ,agrippa1 de toovenaars en de vaak met hen op ne lijn gestelde sterrewichelaars1 uit ,rome verdreven 7#cc v4 ,chr47#cg4 ,en in 't jaar #bh v4 ,chr4 moest ,anaxilaos uit ,larissa 7in ,thessali71 een ,pythagoreer en magir1 ,itali verlaten#ch4 ,maar ook de vervolgers onthielden zich niet van occultistische1 resp4 magische practijken4 ,agrippa zelf had samen met ,octavianus1 zooals hij oorspronkelijk heette1 zich den horoscoop laten trekken#ci1 en de keizer droeg1 ten einde niet door den bliksem te worden getroffen1 altijd en overal het vel van een zeekalf bij zich als afweermiddel#dj4 ,het optreden van ,agrippa had niet1 of slechts tijdelijk1 het gewenschte gevolg3 onder keizer ,tiberius moesten 7waarschijnlijk in #af n4 ,chr47 de astrologen en magirs wederom uit ,itali worden verjaagd4 ,zelfs werd n hunner1 ,l4 ,pituanius1 van de ,tarpejische rots afgeworpen 7de straf op hoogverraad7 en lieten de consuls ,p4 ,marcius buiten de ,esquilijnsche poort 7aan de ,oostzijde van ,rome71 na met trompetgeschal het sein te hebben gegeven1 op de ouderwetsche manier1 d4w4z4 door geeseling en onthoofding1 terechtstellen4 ,aldus bericht de beroemde geschiedschrijver ,tacitus in zijne ,annalen 7,,ii1 #cb74 ,meer opzien baarde1 in 't jaar #bj n4 ,chr41 het proces van ,piso1 dien men beschuldigde1 ,germanicus1 een neef van den keizer en een zeer populair veldheer1 door vergif uit den weg te hebben geruimd4 ,er werden1 zooals ,tacitus in ,ann4 7,,ii1 #fi7 verzekert1 op den grond en bij de muren overblijfsels van opgegravene menschelijke lichamen en tooverspreuken en vervloekingen en de naam van ,germanicus op looden tafels ingekrast en halfverbrande asch met smetstof bestreken en andere toovervoorwerpen gevonden1 waardoor men gelooft dat zielen aan de onderaardsche machten gewijd worden4 ,piso1 hoewel hij openlijk zijne vijandschap tegen ,germanicus had betuigd1 ontkende hem te hebben vergiftigd1 maar pleegde1 aan zijne vrijspraak wanhopende1 zelfmoord4 ,men verzekert verder1 dat ,tiberius zelf vrij was van angstvallige gelooverij1 maar toch de astrologie beoefende 7,ann4 ,,vi1#bj vgl471 en1 als er onweer dreigde1 voor de securiteit een laurierkrans op het hoofd droeg#da1 omdat men geloofde1 dat dit loof door den bliksem niet wordt getroffen4 ,er is een factor1 die reeds lang in werking1 zich van die tijden af met groote kracht doet gelden1 nl4 de invloed van ,oostersche gedachten1 gebruiken1 godsdiensten1 eene strooming1 aan welke men den naam ,orintalisme heeft gegeven4 ,de ,romeinen1 tot dusver onweerstaanbaar voortdringende1 hadden eindelijk in 't ,oosten een tegenstander gevonden1 dien ze niet vermochten te overweldigen3 de ,parthen4 ,de schitterende overwinning1 door de ,parthen in #ec v4 ,chr4 op ,crassus behaald1 die tengevolge hiervan met leger en al zijn ondergang vond1 is een keerpunt in de geschiedenis4 ,en terwijl het ,romeinendom aldus door het ,oosten op het slagveld werd gestuit1 onderging het tevens in steeds toenemende mate den invloed van het ,oosten op geestelijk gebied4 ,het is geen toeval1 dat de invloedrijkste denker der eerste eeuw v4 ,chr41 ,posidonius 7reeds in 't begin van dit hoofdstuk genoemd7 uit ,syri afkomstig was4 ,aan ,posidonius bovenal is het o4m4 toe te schrijven1 dat eene door en door ,oostersche leer1 de astrologie1 in ,rome tot aanzien kwam4 ,zooals wij zagen1 werd de astrologie door de wetgevers met de magie op ne lijn gesteld1 en inderdaad kwamen beide niet slechts vaak met elkaar in aanraking1 maar versmolten zij ook herhaaldelijk met elkaar1 zooals nog later zal blijken4 ,de ,oostersche godsdiensten wonnen1 om het zoo uit te drukken1 met den dag veld1 al verzetten ook de ouderwetsch gezinde ,romeinen er zich met hand en tand tegen en al deinsden zij zelfs voor vervolgingen niet terug4 ,in de eerste plaats was het de ,alexandrijnsche religie1 die1 op instigatie van koning ,ptolemaeus ,i 7 #cjj v4 ,chr47 uit ,egyptische en ,grieksche bestanddeelen samengesteld1 zich reeds vroeg over de ,helleensche en ,romeinsche wereld ging verspreiden4 ,de ,egyptische godsdienst1 dien wij1 tengevolge van de talrijke ons bewaard geblevene gedenkstukken1 zelfs wat kleine bijzonderheden betreft1 vrij nauwkeurig kunnen reconstrueeren1 was in wezen magie4 ,het geloof1 dat men door zekere woorden en handelingen invloed vermag uit te oefenen op de onbezielde zoowel als op de bezielde wezens1 heerschte van af de oudste tijden bij de ,egyptenaren en was met al hun doen en laten innig verbonden4 ,en evenals de menschen1 weten ook de goden zich niet te helpen zonder magie2 ook zij hangen zich amuletten om1 om zich te beschermen en gebruiken tooverformulieren om elkaar te bedwingen4 ,allermerkwaardigst is bijv4 het navolgende verhaal1 dat wij sterk verkort1 maar toch zooveel mogelijk met de woorden van het oorspronkelijke weergeven1 hoe n4l4 de godin ,isis1 die de kennis heeft van geweldige tooverformulieren1 den zonnegod ,re zijn diepste geheim weet te ontlokken4 ,re was oud geworden en leed aan de gebreken van den ouderdom4 ,het speeksel droop uit zijn mond op den grond neer4 ,isis mengde dit met aarde1 vormde er eene slang van en legde die neer op de plek1 waarlangs ,re zou voorbijkomen4 ,de zonnegod werd door de slang gebeten2 de adem des levens verliet hem2 zijne kaken trilden en al zijne ledematen beefden4 ,het vergif verspreidde zich door zijn geheele lichaam1 evenals de ,nijl door de landstreken van ,egypte4 ,re riep de goden om hulp aan3 ,o gij goden1 die uit mij zijt ontstaan6 ,eene verschrikkelijke ramp heeft mij getroffen4 ,mijn hart voelt haar1 maar mijne oogen zien haar niet2 ik weet niet wie mij dit heeft aangedaan4 ,nooit heb ik zulk eene pijn gevoeld2 geen ziekte kan meer wee veroorzaken als dit4 ,ik ben een vorst1 de zoon van een vorst1 ik heb menigten van namen en menigten van gedaanten2 mijn wezen is in ieder god4 ,ik kwam te voorschijn om neer te zien op hetgeen ik had gemaakt1 ik schreed door de wereld1 die ik geschapen had1 toen iets mij stak1 maar ik weet niet wat4 ,brengt tot mij mijne kinderen1 de goden1 die woorden van macht en de taal der magie bezitten1 en monden die weten hoe ze uit te spreken4 ,de kinderen van iederen god kwamen en ook ,isis kwam1 met zich brengende hare woorden van magische kracht2 haar mond was vol van den adem des levens1 want hare amuletten overwinnen de pijnen der ziekte en hare woorden doen weer herleven de kelen van hen die gestorven zijn4 ,en zij zeide3 ,wat is er gebeurd1 o heilige vader8 ,heeft eene slang ,u gebeten en heeft een ding dat gij geschapen hebt1 zijn hoofd tegen ,u opgeheven8 ,voorwaar het zal neergeworpen worden door mijne machtige woorden en ik zal het wegdrijven buiten het bereik van uwe stralen4 ,de heilige god zeide3 ,ik ging langs mijn pad om te zien wat ik geschapen had1 toen ik gebeten werd door eene slang1 die ik niet zag4 ,is het vuur8 ,is het water8 ,ik ben kouder dan water en gloeiender dan vuur4 ,mijn oog heeft geen kracht1 ik kan den hemel niet zien2 het zweet loopt van mijn aangezicht als in den zomertijd4 ,toen zeide ,isis tot ,r3 ,noem mij uwen geheimen naam1 heilige vader1 want al wie bevrijd zal zijn door uwen naam1 die zal leven4 ,r gaf toen allerlei namen op1 maar het vergif werd niet uit zijn lichaam weggenomen2 het vrat dieper door en de groote god kon niet langer gaan4 ,toen zeide ,isis tot ,r3 ,wat gij gezegd hebt1 is niet uw ware naam4 ,noem hem mij en het vergif zal verdwijnen4 ,eindelijk gaf de groote god toe1 dat zijn naam in ,isis zou overgaan en ,isis1 de heerscheres over woorden met tooverkracht1 zeide3 ,wijk1 vergif1 ga weg van ,r4 ,ik ben het die het overwonnen vergif ter aarde doe neervallen1 want de naam van den grooten god is van hem genomen4 ,moge ,r leven en het vergif sterven6 ,moge het vergif sterven en ,r leven4 ,dit waren de woorden van ,isis1 de machtige heerscheres1 de meesteres der goden1 die ,r bij zijn eigen naam kende4 ,dat speeksel aarde vermag te bezielen1 berust op het reeds in hoofdstuk ,,ii vermelde geloof aan het mana1 eene kracht of zelfstandigheid1 waarmee het lichaam van goden en bevoorrechtte menschen zou zijn doortrokken en die ook buiten de sfeer van het lichaam om1 drager van het psychische zou blijven4 ,de wonderdadige werking van speeksel zal ook later nog wel eens ter sprake komen4 ,veel belangrijker echter is de rol1 die de naam in de tooverkunst speelt4 ,en het is dan ook volstrekt geen wonder1 dat de naam1 de kortste vertegenwoordiger van iemands persoonlijkheid1 van de oudste tijden af aan tooverkracht scheen te bezitten4 ,volgens het primitieve denken is de naam een deel1 en wel een belangrijk deel van dengene die hem draagt4 ,hij is een dubbelganger en tevens ten nauwste met zijn drager verbonden4 ,zoo kwam men er toe om aan kinderen1 ja ook aan steden1 een geheimen naam te geven1 waarop een kwaadwillige en een vijand geen vat zou kunnen hebben4 ,bovenal echter kan de naam van een god niet zonder uitwerking worden uitgesproken2 de god is verplicht er antwoord op te geven en te handelen overeenkomstig den eisch van wie hem aanroept4 ,zoo was ook van ouds her een mysterie verbonden met den naam van den god der ,hebreen2 slechts in zeer bijzondere omstandigheden mocht men hem op de lippen nemen en vandaar dan ook het uitdrukkelijk verbod3 ,gij zult den naam ,uws ,gods niet ijdellijk gebruiken1 een verbod1 dat thans1 nu men den magischen achtergrond ervan niet meer voor oogen heeft1 maar al te vaak wordt overtreden4 ,en toch is ook heden ten dage het geloof aan de mysterieuze kracht van den naam nog niet geheel verdwenen2 nog zijn sommigen er van overtuigd1 dat onze namen een geheimzinnigen invloed zouden uitoefenen op onze lotgevallen en telkens weer hoort men den spreuk aan voeren3 nomen est omen1 d4w4z4de naam is een voorteeken4 ,van alle ,egyptische goden traden reeds in oude tijden ,isis en ,osiris sterk op den voorgrond4 ,de mythen aangaande hen zijn ons echter in haren samenhang slechts in het verhaal bij ,plutarchus 7 #ajj n4 ,chr47 overgeleverd#db1 die wel is waar klaarblijkelijk uit goede bronnen put1 maar zich wel eens tendentieuze uitleggingen veroorlooft4 ,volgens de traditie was ,osiris1 de weldadige god1 door zijn broeder ,set 7of1 zooals de ,grieken hem noemden1 ,typhon71 de verpersoonlijking van het booze1 verraderlijk omgebracht en in veertien stukken verscheurd1 maar door de bezweringen van zijne gade ,isis en hun zoon1 ,horus1 weer samengevoegd en tot het leven teruggeroepen geworden4 ,het menschelijke tot het goddelijke verheffende1 ging men iederen overledene als een ,osiris beschouwen1 die door de bezweringen van zijn zoon als van een anderen ,horus1 het eindelooze leven verkrijgt4 ,en nog verder in die richting doorgaande geeft de magir vaak zich zelf voor den een of anderen god uit1 teneinde door den goddelijken naam zijn wil grootere kracht bij te zetten4 ,enkele voorbeelden3 ,ik ben ,r1 in dezen zijn geheimzinnigen naam ,hij-die-was-in-den-oceaan1 zijne pijlen tegen zijne vijanden afschietende4 ,of1 als men zich tegen een vijand keert3 ,verwijder ,u1 want ik ben ,horus1 trek ,u terug1 want ik ben de zoon van ,osiris4 ,de magie van mijne moeder ,isis is de bescherming van mijne leden4 ,door eene of andere mythe te vermelden meent de magir de daden te kunnen verrichten1 die daarin aan een god worden toegeschreven4 ,ik wil alle booze en slechte dingen1 die neerkomen op ,n1 den zoon van ,m41 verbannen1 evenals ,r zich zelf voor zijne vijanden redde1 evenals ,chnoem zich redde voor ,sobk1 evenals ,horus zich redde voor ,set4 ,wij komen later nog op dergelijke bezweringen herhaaldelijk terug4 ,dat de hoofdgoden van den ,alexandrijnschen cultus1 ,osiris1 ,isis1 ,horus en de raadselachtige1 maar1 wat zijne werkingssfeer betrof1 met ,osiris vereenzelvigde ,sarapis1 als begunstigers van de magie bij uitnemendheid werden beschouwd1 spreekt van zelf4 ,men verhaalde van hen tallooze wonderen2 men verwachtte van hen in den droom goeden raad te ontvangen2 men schreef hunne namen op amuletten4 ,de ,egyptische priesters gingen voor toovenaars door1 en ,egypte voor het tooverland bij uitnemendheid4 ,niet slechts de ,egyptische1 maar ook de ,joodsche religie deed zich in de ,grieksch-,romeinsche wereld gelden4 ,en ook bij de ,joden stond de magie toen in grooten bloei1 ondanks de strengste verboden en de wreedste vervolgingen4 ,de ,joodsche tooverspreuken hadden gezag bij de naburige volkeren4 ,in de ,koptische en ,grieksche tooverlitteratuur speelt de god der ,joden1 ,iao1 ,sabaoth1 eene groote rol2 ook de namen van aartsvaders1 van ,jozua 7,jezus7 en ,salomo komen er herhaaldelijk in voor4 ,een lang exorcisme 7verdrijving van een boozen geest door bezwering71 dat wij nog over hebben#dc1 is blijkbaar afkomstig van een ,joodsch-,orphisch genootschap4 ,nog in latere eeuwen hebben de ,joden den naam van toovenaars1 meestal in ongunstigen zin1 behouden4 ,het geloof aan den ritueelen moord1 nl4 dat de ,joden bij hun ,paaschfeest of tot andere doeleinden het bloed van een ,christenkind gebruiken1 behoort nog niet tot het verleden1 al ontbreekt het ook ten eenenmale aan deugdelijke bewijzen4 ,maar ook de hoogere magie1 zooals zij in de ,kabbala1 de ,joodsche geheimleer uit de middeleeuwen1 werd geleeraard1 heeft de aandacht van velen1 en niet altijd van de minst begaafden1 getroffen4 ,er is in onze dagen1 voornamelijk in ,frankrijk en ,engeland1 veel belangstelling voor ,kabbalistiek1 waarbij het echter aan degelijke studies over dit ingewikkelde onderwerp maar al te zeer ontbreekt4 ,keizer ,tiberius is in #ai n4 ,chr4 ook tegen de vereerders van ,isis en de ,joden met de wreedheid hem eigen1 opgetreden1 zooals o4m4 ,tacitus het in zijn ,annalen 7,,ii1 #he7 vermeldt3 ,er is ook verhandeld over het verdrijven van de ,egyptische en ,joodsche religies en een senaatsbesluit genomen om vierduizend vrijgelatenen1 met die superstitie besmet1 wier leeftijd het toeliet1 naar het eiland ,sardini te verbannen1 ten einde aldaar de roovers in bedwang te houden2 als ze door het slechte klimaat omkwamen1 zou er niets aan verloren zijn2 de overigen moesten ,itali verlaten1 tenzij ze voor een bepaalden datum de uitheemsche godsdiensten zouden hebben afgezworen4 ,al die wreedheid was te vergeefs4 99,litteratuur499 99,l4 ,fahz1 ,de poetarum romanorum doctrina magica1 uit ,religionsgesch4 ,vers4 u4 ,vorarb4 ,,ii ,bd4 #c ,hft4 7#aijd74 ,w4 ,j4 ,dilling1 s4v4 ,knots1 in ,enc4 rel4 a4 eth4 ,,vi 7#aiad74 ,fraser1 ,taboo and the perils of the soul 7#aiad74 ,skeat1 ,malay ,magie 7#aijj74 99,l4 ,blau1 ,das jdische ,zauberwesen 7#ahih74 ,j4 ,a4 ,mac ,culloch1 s4v4 ,lycanthropy1 in ,enc4 rel4 eth4 ,,viii 7#aiae74 ,e4 ,penquitt1 ,de ,didonis ,vergilianae exitu1 ,dissert4 ,knigsberg 7#aiaj74 99,r4 ,wnsch1 ,aus einem griechischen ,zauberpapyrus1 in ,kleine ,texte f4 ,vorles4 u4 b4 hrg4 v4 ,h4 ,lietzmann1 ,no4 #hd 7#aiaa74 ,j4 ,heckenbach1 ,de nuditate sacra sacrisque vinculis1 uit ,religionsgesch4 ,vers4 u4 ,vorarb4 ,,ix1 #c 7#aiaa74 ,w4,y4 ,sellar1 s4v4 ,lucretius1 in ,encyclopaedia ,britannica1-lle uitg4 ,,xvii 7#aiaa74 ,p4,j4 ,hamilton-,grierson1 s4v4 ,brotherhood 7,artificial71 in ,enc4 rel4 eth4 ,,ii 7#aiji74 99,riess1 s4v4 ,astrologie1 in ,pauly1 ,real-,enc4 class4 ,alt4 #b;e uitg4 ,bd4 ,,ii 7#ahif74 99,a4 ,bouch-,leclercq1 ,l'astrologie grecque 7#ahii74 99,f4 ,cumont1 ,astrology and religion among the ,greeks and ,romans 7#aiab74 99,g4 ,lafaye1 ,histoire du culte des divinits d',alexandrie 7#ahhd74 99,w4 ,drexler1 s4v4 ,isis1 in ,roscher1 ,lex4 d4 ,myth4 ,bd4 ,,ii 7#ahij--ig74 99,f4 ,cumont1 ,die oriental4 ,religionen im rm4 ,heidentum1 vert4 v4 ,g4 ,gehrich1 #b;e uitg4 7#aiad74 ,erman1 gypten u gyptisches ,leben im ,altertum ,,ii 7#ahhg74 ,budge1 ,egyptian magie1 #b;e uitg4 7#aija74 ,lange1 ,die gypter1 in ,chantepie de la ,saussaye ,lehrbuch d4 ,religionsgesch4 #c;e uitg4 ,i 7#aije74 ,g4 ,roeder1 ,urkunden z4 ,religion d4 alt4 ,agypten 7#aiae74 ,h4 ,schmidt1 ,namenglauben im ,alten ,testament1 in ,die ,religion in ,gesch4u4,gegenwart ,,iv 7#aiac74 ,g4 ,roeder1 s4v4 ,set1 in ,roscher1 ,lex4d4,myth4 #fc4 ,lfg4 7#aiaj74 ,a4,h4 ,gardiner1 s4v4 ,magic 7,egyptian71 in ,enc4 rel eth4 ,,viii 7#aiae74 99,t4 ,witton ,davies1 ,magic1 ,divination a4 ,demonology among the ,hebrews and their neighbours 7#ahih74 99,m4 ,gaster1 ,magic 7,jewish71 in ,enc4 rel4 eth4 ,,viii 7#aiae74 99 99 99 99 99 ,,hoofdstuk ,,iv4 99,nederlaag der ongeloovigen499 ,sinds ongeveer het midden van de eerste eeuw onzer jaartelling neemt het geloof in het wonderbaarlijke en magische eene hooge vlucht4 ,de grootste persoonlijkheden op intellectueel gebied erkennen de realiteit der magie2 magie en wijsheid worden als identiek beschouwd4 ,de keizers zelf gaan de tooverij begunstigen en de felle protesten van enkelen bewijzen slechts1 hoe weinig zij de teekenen dier tijden verstaan4 ,allerlei omstandigheden werken als bij afspraak samen tot de nederlaag der ongeloovigen4 ,wij willen een en ander nader toelichten4 ,dat de magie met wijsheid en wetenschap wordt gelijkgesteld komt meer voor4 ,de ,arabieren gebruiken het woord ilmoe 7wetenschap7 ook voor hetgeen op occultisme1 zooals wij het noemen1 betrekking heeft4 ,vandaar het ,javaansche nglmoe1 de kennis der geheime tooverformulieren1 een wonderlijk mengelmoes van ,polynesische1 ,hindoesche en ,mohammedaansche bestanddeelen4 ,de ,javanen jagen deze wetenschap ijverig na en meenen door haar al het mogelijke te kunnen gedaan krijgen4 ,maar niet alle tooverspreuken zijn even machtig en bij een rechtsgeding bijv4 zal de verliezende partij hare nederlaag aan de grootere kracht van de bezweringen der tegenpartij toeschrijven4 ,wellicht het meest typische voorbeeld van een magir-wijsgeer is ,apollonius van ,tyana 7in ,klein-,azi71 omtrent wien wij echter niet zoo goed zijn ingelicht als wij het zouden wenschen4 ,de uitvoerige levensbeschrijving toch1 die de belletrist en kunstkenner ,philostratus op last van de keizerin ,julia ,domna 7gest #bag71 van hem te boek stelde1 is rijk aan onwaarschijnlijke verhalen en overbodig vertoon van belezenheid2 bovendien heeft men1 wellicht niet zonder reden1 vermoed1 dat zij de strekking had1 een tegenbeeld te zijn van de ,christusverhalen der evangelin4 ,of ,apollonius werkelijk1 zooals ,philostratus verhaalt1 het grootste gedeelte der toenmaals bekende wereld doorkruiste om de menschen tot handhaving der oudvaderlijke zeden en zoo mogelijk tot inachtneming van de ,pythagoreesche leeringen en leefwijze aan te sporen1 blijft eene opene vraag1 maar het lijdt geen twijfel dat hij door allerlei wonderbaarlijke handelingen aanleiding gaf1 als magir te worden beschouwd4 ,het verhaal bijv4 dat hij een gestorven meisje in 't leven terugriep#dd1 wijst onmiskenbaar op wonderdadige genezingen1 door hem verricht4 ,philostratus is echter met zulke wonderen niet tevreden en verhaalt o4m4 dat ,apollonius te ,ephese eene epidemie vooruit gevoelde en haar vervolgens1 op verzoek van de inwoners1 deed ophouden door den demon der pest1 die zich als een oud bedelaar voordeed1 te laten steenigen4 ,en toen de ,ephesirs1 op aansporen van den profeet1 den steenhoop opruimden1 zagen ze1 inplaats van dat monster1 een hond er onder liggen1 van uiterlijk op een dog gelijkend1 zoo groot als de grootste leeuw1 verpletterd door de steenen en met schuim op den muil#de6 ,en wonderbaarlijk feit betreffende ,apollonius is historisch vrij goed geboekstaafd1 en wel het volgende3 ,in 't jaar #if n4 ,chr4 hield de wijze1 reeds op hoogen leeftijd1 te ,ephese eene openlijke voordracht4 ,onder 't spreken raakt hij gaandeweg afgeleid1 zwijgt1 doet eindelijk eenige stappen vooruit en roept3 ,stoot hem neer1 den tyran1 stoot hem neer6 ,daarna keert hij zich tot zijn gehoor en zegt3 ,heden--op dit oogenblik is keizer ,domitianus gedood en spoedig kwam een bericht uit ,rome1 dat ,apollonius' visioen schitterend bevestigde#df4 ,over 't geheel genomen heeft ,apollonius blijkbaar reeds bij zijne tijdgenooten en zeer zeker bij de nakomelingschap den indruk gemaakt van eene hoogstaande persoonlijkheid4 ,zelfs van kerkvaders zijn ons gunstige oordeelen over hem bewaard gebleven4 ,hieronymus verklaart3 ,die man vond overal iets te leeren1 en altijd vorderingen makende1 overtrof hij telkens weer zich zelven#dg4 ,en ,augustinus zegt3 ,veel beter1 dat moet men erkennen1 was ,apollonius1 dan de bewerker en bedrijver van zoovele liefdesschandalen1 dien ze ,jupiter noemen#dh1 eene zinspeling op de vaak hoogst onkuische verhalen aangaande dien oppersten god4 ,plutarchus 7#df n4 ,chr4-#abj n4 ,chr47 die door zijne levensbeschrijvingen zulk een ontzaglijken invloed heeft uitgeoefend1 ,plutarchus1 die in zeldzame mate practisch inzicht met het geloof in het onzienlijke vereenigde1 geeft ook bewijzen van zijne belangstelling voor het aanhangige onderwerp4 ,wel is waar wordt de angstvallige vrees voor bovenmenschelijke wezens in zijn geschrift hierover 7c4 #aj en #ac7 voor erger dan zelfs athesme verklaard1 maar dit is blijkbaar zonder nadenken1 in eene oogenblikkelijke opwelling1 van een ongeloovigen moralist overgenomen4 ,immers elders handhaaft ,plutarchus de realiteit van vele verschijnselen en handelingen1 die nu nog bij menigeen voor ongeloofwaardig doorgaan4 ,zoo vinden wij bijv4 in zijne ,huwelijksvoorschriften het navolgende 7c4#e73 ,de jacht door middel van vergif vangt den visch wel is waar spoedig en gemakkelijk1 maar zij maakt hem voor spijs ongeschikt4 ,zoo hebben ook de vrouwen die zekere liefdesdranken en tooverijen tegen de mannen verzinnen en hen door wellust overweldigen1 zinnelooze1 onverstandige en bedorvene levensgezellen4 ,immers ook ,circe had geen baat van hare tooverkunst en kon niets met hare slachtoffers beginnen toen ze zwijnen en ezels geworden waren1 maar ,odysseus1 die zijn verstand had en bedachtzaam met haar omging1 had ze uitermate lief4 ,en in zijne ,tafelgesprekken wijdt hij 7,v1#g7 eene uitvoerige discussie aan het booze oog en maakt daarin energiek tegen de ontkenners front7#a73 ,de feiten steunen op wonderbaarlijke wijze de faam4 ,en al weten wij er de reden niet van1 daarom mogen wij toch de geschiedenis geen geloof ontzeggen1 daar immers van duizenden dingen wier zelfstandigheid helder voor oogen ligt1 de reden ons ontgaat4 ,wij kennen menschen1 die door hun aanblik inzonderheid kinderen deren1 wier vochtig en zwak gestel door dezen wordt aangedaan en eene ongunstige verandering ondergaat1 terwijl dit minder overkomt aan vaste lichamen1 die reeds hun beslag hebben gekregen4 ,wat de verklaring van het feit in quaestie betreft1 verwerpt ,plutarchus de hypothese der atomisten 7#f71 in ,,ii door ons vermeld1 en neemt zijn toevlucht tot de theorie der uitstroomingen 7#b73 ,de reuk toch en de stem en de ademhaling zijn zekere uitstroomingen der levende wezens en deelen1 die de zintuigen treffen en allerlei doen ondergaan 444 ,het ligt voor de hand1 dat dit het meest door de oogen gebeurt1 want het gezicht1 dat zeer bewegelijk is1 verspreidt met het flude1 dat een flikkerenden glans uitzendt1 eene wonderbaarlijke kracht1 door welke de mensch zoowel veel lijdt als bewerkt4 ,immers1 de mensch1 door de zichtbare dingen aangedaan1 verkeert in dienovereenkomstige genoegens en onaangenaamheden2 en tot de verliefdheden1 die toch de grootste en felste aandoeningen der ziel zijn1 geeft het gezicht de aanleiding1 zoodat de minnaar versmelt1 wanneer hij naar de schoonen kijkt1 en er als 't ware naar toegetrokken wordt4 ,daarom dient men zich ook te verwonderen over diegenen1 die meenen dat de mensch door het gezicht wel aangedaan en gekrenkt wordt1 maar geenszins er iets door doet en schade toebrengt4 ,plutarchus vermeldt ook de meening1 dat zekere amuletten tegen den nijd beschermen1 omdat het booze oog door hunne vreemde gestalte wordt afgewend en minder in het slachtoffer doordringt 7#c74 ,wij vinden inderdaad op tal van amuletten1 die nog bewaard zijn gebleven1 allerzonderlingste afbeeldingen4 ,voornamelijk speelt het oog zelf daarbij eene groote rol4 ,sommige onderzoekers hebben dan ook reeds bij de primitieve stammen het bestaan vermoed van de theorie1 dat dezelfde kracht1 die eene werking uitoefent1 ze ook vermag op te heffen1 dat dus het gelijke met het gelijke1 en in ons geval het oog met het oog moet worden bestreden4 ,tegenwoordig heerscht echter onder de ethnologen de opvatting1 dat zulk eene systematische gedachte van de primitieve volkeren niet is te verwachten1 maar eene reeds gevorderde beschaving veronderstelt4 ,de ware verklaring zou deze zijn3 ,de primitieve volkeren gelooven1 dat geesten1 hetzij overledene menschen1 hetzij bovenmenschelijke wezens1 het door ons reeds in hoofdstuk ,,ii vermelde mana1 eene kracht of zelfstandigheid1 ook aan onbezielde voorwerpen kunnen mededeelen4 ,al wat door iets bijzonders den primitieven mensch als drager van die geheimzinnige kracht toeschijnt1 bijv4 steenen van een eigenaardigen vorm1 dient als amulet4 ,het amulet vermag dus1 om het zoo uit te drukken1 door uitstraling van mana de kracht van het booze oog te breken4 ,aangenomen1 dat deze verklaring voor de primitieve volkeren opgaat1 dan wekt toch het feit1 dat wij op ,grieksche amuletten o4m4 de afbeelding vinden van het gedrochtelijke ,gorgo- of ,medusahoofd1 met slangen omwonden en met wijd geopenden1 starenden blik1 onwillekeurig de gedachte op1 dat men de bedoeling had1 door zulke schrikgestalten de booze demonische machten op de vlucht te jagen4 ,het behoeft verder wel geen betoog1 dat hetgeen van dit geloof aan het booze oog op waarheid berust1 blijkbaar hoofdzakelijk door de inwerking der hypnose en suggestie moet worden verklaard4 ,plutarchus--om tot hem terug te keeren--acht ook wonderdadige genezingen niet uitgesloten1 zooals o4m4 het door ons in hoofdstuk ,,ii aangaande ,pyrrhus vermelde uit zijne biographie van dien koning is geput4 ,van de realiteit der doodenbezwering is hij vast overtuigd4 ,de verhalen over ,calondas en ,pausanias1 die wij in ons eerste hoofdstuk hebben aangehaald1 zijn bij hem te vinden4 ,en in zijn levendig geschreven dialoog ,over den genius van ,socrates verhaalt hij 7c4#af7 hoe een ,pythagoreer door middel van een droom verneemt dat een zijner geestverwanten is overleden 7de ,pythagoreers konden1 heette het1 door een zeker teeken in den droom onderscheiden of het beeld van een doode dan wel van een levende verscheen7 en in den waan1 dat deze niet naar eisch ter aarde was besteld1 zich naar het graf begeeft1 's avonds plengoffers brengt en de ziel bezweert terug te keeren om hem te verkondigen1 hoe in deze te handelen4 ,in 't verloop van de nacht ziet hij wel is waar niets1 maar verbeeldt hij zich1 eene stem te hooren1 die zegt1 dat voor het lijk overeenkomstig den ritus was gezorgd en dat de ziel zich reeds heeft afgescheiden voor eene nieuwe geboorte4 ,en naar aanleiding van het feit1 dat in zijn vaderstad ,chaeronea een zekere ,damas door zijne medeburgers in het bad was vermoord1 vermeldt ,plutarchus in het leven van ,cimon 7,i73 ,daar gedurende langen tijd zekere verschijningen op die plek gezien en zuchten gehoord werden1 zooals onze voorouders verzekerden1 liet men de deuren van het bad dichtmetselen2 en tot nu toe nog meenen zij1 die nabij deze plek wonen1 dat schrikwekkende gezichten en stemmen er aan verbonden zijn4 ,bij de ,latijnsche auteurs speelt de magie ook in dien tijd geen geringe rol4 ,seneca 7gest4 #fe n4 ,chr471 de veelzijdigste en beroemdste schrijver van zijn tijd1 evenzeer een virtuoos in verzen als in proza1 schept in het beschrijven van tooverijen veel genoegen1 al is dan ook iets zoo willekeurigs als de magie met het ,stocijnsche determinisme dat hij overigens huldigt1 moeilijk overeen te brengen4 ,eene groote plaats neemt de magie1 zooals van zelf spreekt1 in zijn treurspel ,medea in1 dat blijkbaar door ,euripides 7vgl4 hoofdstuk ,,ii7 is genspireerd4 ,medea toch1 zooals in de vierde acte haar voedster--eene in de antieke drama's onmisbare figuur--uitvoerig beschrijft1 stort al hare toovermiddelen uit en brengt te voorschijn1 wat ook zij zelf lang vreesde2 zij ontplooit de geheele menigte der rampspoeden 7v4 #fgg-fgi744444 ,aangetrokken door de tooverzangen is de geschubde schare uit de eenzame schuilhoeken opgedaagd 7#fhd vlg474 ,medea maakt vergif uit planten gereed1 perst het zwadder uit de slangen1 mengt er deelen van onheilspellende vogels onder1 het hart van den droeven oehoe1 het ingewand1 levend aan een gekuifden uil uitgesneden2 dit alles legt de in misdaden bedrevene afzonderlijk2 in sommige middelen zit de verterende kracht van 't vuur1 in andere het kille ijs der trage koude4 ,ze voegt bij de vergiften woorden1 niet minder te vreezen4 ,daar laat zij 't gedruisch van haren razenden tred hooren en spreekt de bezwering uit2 reeds bij de eerste klanken beeft de wereld 7#gca--ci74 ,en in de derde acte van zijn ,oedipus wordt met even sombere kleuren de oproeping van ,laus1 's konings vader geteekend4 ,de scenerie is doodsch1 een afgelegen bosch4 ,in 't midden staat een ontzaglijke boom1 die met dichte schaduw de mindere stammen drukt en zijne takken met wijden omvang uitbreidende1 alleen het woud beschermt4 ,onder hem bevindt zich eene sombere waterplas1 die licht noch zon kent1 onbewegelijk door eeuwige kou4 ,een slijkerig moeras omringt den tragen poel 7v4 #edb--edg74 ,hierheen begeeft zich de grijze toovenaar en verricht de magische plechtigheden4 ,zijne stem vindt gehoor4 ,het geheele bosch daalde om zich weer met zijn loof te verheffen4 ,het eikenhout kreeg spleten en een huivering deed het geheele woud schokken4 ,de grond zonk weg en zuchtte diep 7#egd vlgg474 ,het is alsof de onderwereld zich er over verontwaardigt dat men in haar wil doordringen4 ,toch verschijnen de bleeke schimmen en onder hen de goden4 ,en ten slotte verrijst1 na eene herhaalde aanroeping1 de schim van ,laus en laat zijne voorspellingen hooren 7v4 #fai--feh74 ,niet in de pozie alleen werden de aardbevingen aan de inwerking van bovenmenschelijke wezens toegeschreven4 ,ook ,pythagoras zou beweerd hebben1 dat de aardbevingen niets anders waren dan de samenkomsten der afgestorvenen#di4 ,analoge opvattingen vermeldt ons de volkenkunde4 ,de ,balineezen beschouwen de aardbevingen als het werk van booze geesten4 ,volgens den koning van ,dahom veroorzaakte de geest van zijn vader de aardbeving in 't jaar #ahfb4 ,de ,kwakiutl-,indianen 7in ,britsch ,columbia1 ,canada7 gelooven1 dat het geesten zijn die de aarde doen schokken4 ,het animisme zooals wij het noemen1 is dus hier ver doorgevoerd4 ,seneca's neef1 ,lucanus 7#ci--fe71 een niet tot rijpheid gekomen genie1 een dichter van ongekende stoutheid en gezwollenheid1 tracht ook waar de magie ter sprake komt1 zijne voorgangers te overtroeven4 ,alleruitvoerigst beschrijft hij1 in het zesde boek van zijn epos ,pharsalia het uiterlijk en de handelingen van de ,thessaalsche tooveres ,erichtho4 ,ziehier enkele1 en niet eens de ergste trekken3 ,erichtho had de verfoeilijke tooverkunst tot nieuwe practijken opgevoerd4 ,zij vindt het een gruwel1 haar doodsch hoofd aan het dak van een stad of aan een tehuis toe te vertrouwen2 zij bewoont de verlaten graven en nestelt zich in de zerken1 na de schimmen er uit te hebben verdreven 7v4 #eji--eab7 444 ,het aangezicht der goddelooze is in walgelijke vervuiling vermagerd4 ,haar schrikwekkend gelaat1 dat geen helderen hemel kent1 wordt door eene stygische bleekheid bezwaard en zwoegt onder een last van ongekamde haren 7v4 #eae--'ah7 444 ,zij rooft de rookende asch en de gloeiende beenderen van jongelingen midden uit de houtmijt 7v4 #ecc vlg47 444 ,worden de lijken in steenen graven bewaard1 444 dan woedt zij gretig tegen alle ledematen en dompelt hare handen in de oogen2 zij heeft er behagen in de kille pupillen uit te graven en kauwt de bleeke uitgroeisels der verdroogde hand4 ,zij breekt met haar gebit den strop van den gehangene 7v4 #ech--edd7 444 ,ja1 dikwijls bij de begrafenis van een bloedverwant legde de afgrijselijke ,thessaalsche zich op de dierbare leden1 deed alsof ze eene kus wou geven1 sneed het hoofd af1 maakte met hare tanden den saamgepersten mond los1 beet in de tong1 die aan de dorre keel hing1 stortte een gemurmel uit in de kille lippen en droeg eene geheime gruwelboodschap op naar de onderaardsche schimmen 7v4 #efd--efi74 ,alleronsmakelijkst6 ,maar die beschrijving heeft op ,dante zoowel als op ,goethe een diepen indruk gemaakt1 en ,erichtho is daardoor eene figuur in de wereldletterkunde geworden4 ,artistiek daarentegen en guitig is ook hier de antagonist van ,lucanus1 de geestig-onhebbelijke romancier-satyricus ,petronius 7gest4 #fg71 die in zijn ,gastmaal van ,trimalchio een tot dusver nog onovertroffen portret van een ,o-weer heeft geleverd4 ,laten wij hooren1 hoe in c4 #fb een der helden van zijn roman1 een gewezen slaaf1 het navolgende griezelige avontuur met een toovenaar vertelt3 ,eens op eene keer was mijn patroon naar ,capua gegaan1 om wat snuisterijen van de hand te doen4 ,gebruik makende van de gelegenheid haal ik onzen gast over om vijf mijlen ver met me mee te gaan2 't was een soldaat1 een vent als een duivel4 ,wij maken ons uit de voeten bij 't hanengekraai 7de maan blonk als of 't middag was7 en komen te midden van grafmonumenten4 ,mijn makker verwijdert zich achter een steen2 ik ga al neurinde verder en tel de monumenten4 ,toen ik vervolgens naar mijn begeleider omkeek1 kleedde hij zich uit en lei al zijne kleeren naast den weg neer4 ,de moed zonk mij in de schoenen2 ik stond er als verstijfd4 ,maar hij maakte eenen kring om zijne kleeren heen en plotseling was hij een wolf4 ,denkt niet1 dat ik grappen verkoop2 ik zou niet willen liegen om al het geld van de wereld4 ,maar waar had ik het over8 ,wat ik begonnen was te vertellen1 toen hij een wolf geworden was1 begon hij te huilen en vluchtte naar de bosschen toe4 ,ik wist eerst niet1 waar ik was2 toen trad ik dichter bij om zijne kleeren op te rapen1 maar die waren in steen veranderd4 ,als ik niet van angst verging1 wie dan8 ,ik trok echter mijn zwaard1 en hakte al den weg langs op de schimmen in1 totdat ik het landhuis van mijn meisje bereikte4 ,als een spook trad ik binnen2 bijna gaf ik mijn ziel op3 het zweet brak mij uit2 ik zag niet uit mijne oogen2 ter nauwernood kwam ik weer bij4 ,mijn meisje verbaasde zich er over1 dat ik zoo laat wandelde en ,als je1 zei ze1 eerder gekomen was1 had je ons ten minste kunnen helpen2 een wolf drong onze stal binnen en al onze schapen--als een slager heeft hij ze het bloed afgetapt4 ,maar hij heeft er ook van gelust1 al is hij ontvlucht1 want onze slaaf heeft hem met de lans zijn hals doorboord4 ,toen ik dit gehoord had1 kon ik geen oog meer dicht doen1 en zoodra 't dag was1 vloog ik naar 't huis van mijn makker1 als een bestolen kroegbaas en toen ik op die plek kwam1 waar de kleeren in steen waren veranderd1 vond ik niets dan bloed4 ,maar toen ik thuis kwam1 lag mijn soldaat in bed1 als een os1 en een dokter behandelde zijn hals4 ,ik begreep nu1 dat hij een weerwolf was1 en van toen af had ik geen stuk brood meer met hem kunnen proeven1 al had je me doodgeslagen4 ,wij zien hier1 hoe het oude volksgeloof aan den weerwolf--vgl4 het in hoofdstuk ,,iii aangehaalde herdersdicht van ,vergilius--op romantisch-vermakelijke wijze is uitgewerkt4 ,eene nadere toelichting4 ,het geloof1 dat men door het zwaard booze geesten vermag op de vlucht te drijven1 ja zelfs te deren1 is wijd verspreid4 ,op den ,babar-archipel 7ten ,noord-,oosten van ,timor7 dragen de vrouwen zwaarden om1 ter bescherming van den zuigeling1 de booze geesten schrik aan te jagen4 ,op het eiland ,nias 7aan de ,westkust van ,sumatra7 slaan mannen met hunne zwaarden links en rechts om den ziektedemon uit het huis van den patint te bannen en op diergelijke wijze gaan ,chineezen en ,japanneezen tegen den demon van de pest te werk4 ,maar ook aan andere wapenen werd tooverkracht toegeschreven4 ,jozua bijv4 strekt1 op bevel van ,god1 zijne lans zoo lang tegen ,a uit1 totdat die stad gevallen is 7,joz4 ,,viii1 #ah en #bf74 ,bij eene oorlogsverklaring door de ,romeinen moest een zeker priester eene bebloede lans in het vijandelijke gebied slingeren4 ,in ,koningen ,,ii1 #ac1ad--ag staat hoe ,joas1 koning van ,isral1 op bevel van den profeet ,eliza1 een pijl des heils tegen de ,syrirs afschiet4 ,eene treffende parallel hiertoe is het navolgende uit eene ,zweedsche sage4 ,tot koning ,eirik kwam1 toen hij door de vijanden erg in 't nauw werd gebracht1 een groote man met een breeden hoed1 gaf hem een rietstengel en liet hem dien met de woorden3 ,odin hoogste god der ,scandinavirs heeft ,u allen 6 over zijne vijanden heen afschieten4 ,een exorcisme 7demonenuitdrijving7 ten overstaan van een ,romeinsch veldheer wordt ons uitvoerig beschreven door den geschiedschrijver ,flavius ,josephus in diens ,joodsche oudheidkunde 7,,viii1 #b1 #e73 ,ik was er getuige van1 hoe een zekere ,eleazar1 een van mijne landgenoten1 in tegenwoordigheid van ,vespasianus1 zijne zonen1 de krijgstribunen en de andere menigte soldaten de bezetenen van de macht der demonen bevrijdde4 ,de manier van genezing was als volgt3 hij bracht onder de neus van den bezetene zijn ring1 onder welks zegel zich een van die wortels bevond1 die ,salomo hiervoor had aangewezen1 liet den zieke hieraan ruiken en trok hem alsdan den demon door de neusgaten naar buiten4 ,en terwijl die mensch terstond neerviel1 bezwoer hij den demon onder aanroeping van ,salomo en opzegging van diens bezweringen1 nooit meer in hem terug te keeren4 ,daar ,eleazar echter de aanwezigen er volkomen van wilde overtuigen1 dat hij die kracht bezat1 zette hij voor den zieke in de nabijheid een beker1 met water gevuld1 of een voetbekken en beval den demon1 om bij zijn uittreden uit den mensch1 deze gereedschappen omver te werpen en de toeschouwers te leeren3 begrijpen1 dat hij den patint had verlaten4 ,dit geschiedde en het verstand zoowel als de wijsheid van ,salomo bleek duidelijk4 ,het exorcizeeren zelf was niet het meest wonderbaarlijke en laat zich door suggestie gemakkelijk verklaren4 ,merkwaardig echter is1 dat hier1 in afwijking van de procedure bij andere bezweringen1 een physisch feit als bewijs van de demonische inwerking er aan toe is gevoegd4 ,dat n4l4 demonen of goden diergelijke raadselachtige bewegingen konden veroorzaken1 werd toenmaals zelfs door diegenen geloofd die in de physische wetenschappen niet onbedreven waren4 ,heden ten dage denkt men hierbij onwillekeurig aan zekere verhalen omtrent de ,indische fakirs en aan de spiritistische mediums4 ,wat de fakirs betreft1 is een dergelijk feit1 schoon wel eens door geloofswaardige personen bericht1 tot dusver o4w4 nog niet streng wetenschappelijk vastgesteld4 ,bij eenige mediums daarentegen zijn analoge verschijnselen van telekinesie1 d4w4z4 beweging uit de verte buiten de bekende krachten om1 herhaaldelijk onder goede voorwaarden van controle waargenomen1 zoodat hunne realiteit op redelijke gronden bezwaarlijk te loochenen valt4 ,maar het zijn en blijven hooge uitzonderingen1 feiten1 die zich niet zoo maar op commando kunnen voordoen en daarom zijn wij eerder geneigd aan te nemen1 dat het door ,josephus vermelde feit aan zekeren jongleurtruc te danken was1 die trouwens ook later nog herhaaldelijk is toegepast4 ,tacitus1 reeds in hoofdstuk ,,iii door ons aangehaald1 vermeldt in ,historin ,,iv1 #ha hoe zijn oudere tijdgenoot1 keizer ,vespasianus 7#fi--gi7 zelf eene wonderdadige genezing verrichtte3 ,gedurende die maanden1 dat ,vespasianus te ,alexandri de passaatwinden en eene rustige zee afwachtte1 gebeurden er vele wonderen1 waaruit de gunst des hemels en eene zekere genegenheid der goden jegens ,vespasianus bleek4 ,iemand van het mindere volk uit ,alexandri1 bekend als ooglijder1 wierp zich voor zijne knien neer en smeekte hem jammerend om genezing van zijne blindheid1 op aanraden van den god ,serapis1 dien het aan gelooverij lijdende volk boven de anderen vereert4 ,hij verzocht den keizer zich te verwaardigen1 zijn wangen en oogkringen met het vocht van zijnen mond te besproeien4 ,een ander1 met eene lamme hand1 verzocht1 op aansporing van denzelfden god1 door den keizerlijken voet te worden getreden4 ,vespasianus lachte er eerst om en weigerde2 toen ze bleven aandringen1 ging hij weifelen2 nu eens vreesde hij een mal figuur te slaan1 dan weer vatte hij door hun gesmeek en de taal van vleiers1 hoop2 tenslotte beval hij geneesheeren te onderzoeken of zulke blindheid en lamheid door menschelijke hulp te genezen was4 ,de medici zeiden1 na allerlei discussies1 dat bij de eene het gezichtsvermogen niet vernietigd was en terugkeren zou1 als de beletselen verwijderd werden2 van den andere kon het verstijfde lid weer door aanwending eener heilzame kracht hersteld worden4 ,misschien was dit de wil der goden en de keizer voor de volvoering daarvan uitgekozen2 en tenslotte zou als het geneesmiddel slaagde1 de keizer er de eer van hebben1 als het faalde1 de spot de ongelukkigen treffen4 ,toen gaf ,vespasianus1 in de meening dat zijn geluk geen grenzen kende en niets verder ongeloofelijk was1 zelf met een blij gelaat1 en te midden van de gespannen verwachting der aanwezige menigte1 aan het verzoek gehoor4 ,terstond werd de verlamde hand weer lenig en herblonk voor den blinde het daglicht4 ,zij die er getuigen van waren1 vermelden nog beide feiten1 nu er met een leugen niets te verdienen valt4 ,men vergunne ons hier eene uitweiding4 ,aan het speeksel wordt ook elders geneeskracht toegeschreven4 ,bij de ,romeinen meende men door eene dagelijksche bestrijking 's morgens met speeksel druipoogigheid te kunnen genezen#ej4 ,de ,joden geloofden1 dat bespuwing een goed middel tegen oogziekten was1 zooals blijkt uit het volgende merkwaardige ,talmoedverhaal3 ,toen een man van zijne vrouw eischte om ,rabbi ,mer in 't gezicht te spuwen1 veinsde de beroemde leeraar pijn aan zijn oog te lijden1 opdat de vrouw1 in 't belang van den huiselijken vrede1 aan den wensch van haar man zou kunnen voldoen4 ,de ,islamieten gelooven nu nog1 dat door het lichaamsvocht van hunne sjeichs 7heiligen7 baraka 7zegen1 genade1 d4w4z4 een flude1 levenskracht of genezingskracht7 kan worden overgebracht4 ,van de ,wakerew1 een volksstam in ,midden-,afrika1 bericht ,stanley dat de onderdanen zich door hun koning in de handen lieten spuwen en dan vervolgens hunne oogen bestreken1 blijkbaar omdat zij aan het vocht van den koninklijken mond geneeskracht toeschreven4 ,dit alles laat zich gemakkelijk verklaren door het primitieve geloof1 dat het lichaam o4m4 van opperhoofden1 zooals wij reeds in hoofdstuk ,,ii hebben vermeld1 van mana1 eene magische kracht of zelfstandigheid is doortrokken4 ,men kan nog verder gaan en hierin een hoofdfactor zien van de reliquienvereering4 ,vaak immers wordt ook aan het lijk en het gebeente van een heilige wonderkracht toegeschreven4 ,het mana1 om maar die uitdrukking te gebruiken1 is ook na den dood nog in de overblijfselen van eene bevoorrechte persoonlijkheid aanwezig4 ,keeren wij nu tot ,vespasianus terug4 ,verdient het al onze aandacht dat die bejaarde1 nuchtere1 practische keizer eene wondergenezing verrichtte1 niet minder opmerkelijk zijn de berichten bij ,philostratus1 dat ,vespasianus#ea1 evenals zijn zoon ,titus#eb1 achting voor ,apollonius van ,tyana zouden hebben gevoeld1 die daarentegen door den achterdochtigen ,domitianus 7z4b47 den broeder en opvolger van ,titus werd vervolgd#ec4 ,hadrianus 7#aag-ach71 de veelzijdigste en bedrijvigste aller keizers1 was een en al belangstelling voor de magie en wij lezen dan ook in den grooten tooverpapyrus uit ,parijs 7v4 #bddf-bdee71 dat ,pachrates1 de profeet uit ,heliopolis 7in ,egypte7 hem de macht van zijne goddelijke magie toonde en dat de keizer1 uit bewondering voor den profeet1 beval hem eene dubbele remuneratie uit te keeren4 ,hadrianus stichtte voorts ter eere van ,antinos1 een jongeling1 die zich voor den keizer zou hebben opgeofferd1 eene stad1 ,antinopolis 7in ,egypte7 en wijdde hem een cultus4 ,van welken aard die cultus is geweest kan men opmaken uit de woorden van een ,christelijk schrijver#ed3 ,indien iemand met waarheidsliefde en onpartijdigheid de geschiedenis van ,antinos onderzoekt1 zal hij vinden1 dat tooverkunsten en wijdingen der ,egyptenaren de oorzaken zijn1 dat hij in ,antinopolis ook na zijn dood nog iets schijnt te verrichten4 ,zoo iets wordt ook in andere tempels1 naar verluidt1 door de ,egyptenaren en diegenen1 die in diergelijke kunsten bedreven zijn1 bewerkstelligd4 ,zij vestigen nl4 op zekere oorden voorspellende of genezende demonen1 die echter vaak ook hen kwellen1 die iets schijnen te hebben misdreven aangaande verbodene spijzen of het aanraken van een dood menschelijk lichaam1 om zoodoende den grooten en onbeschaafden hoop schrik aan te jagen4 ,van dien aard is ook hij1 die te ,antinopolis in ,egypte voor een god wordt gehouden1 van wiens wondermacht zwendelaars allerlei leugens verzinnen1 terwijl anderen1 door den aldaar gevestigden demon bedrogen1 en nog weer anderen door hun boos geweten overtuigd1 eene straf meenen te ondergaan1 hun door ,antinos als god opgelegd4 ,op het bannen van demonen naar zekere oorden en meer bepaaldelijk in standbeelden1 komen wij in hoofdstuk ,v terug2 hier willen wij er voornamelijk op wijzen1 hoe een destijds ingestelde cultus bovenal een magisch karakter droeg4 ,het is ook juist in den tijd1 dien wij nu behandelen1 dat de ,oostersche1 in de ,helleensch-,romeinsche wereld ingedrongen1 religies zich eene overheerschende positie onder de beschaafde kringen verwerven1 en het spreekt van zelf1 dat dit de toch al sterke neiging van het publiek voor het magische nog meer deed toenemen4 ,de dienst der ,egyptische goden werd omstreeks het midden der eerste eeuw1 zij het dan ook onder een zekere beperking1 officieel erkend4 ,otho 7in #fi keizer7 vierde dikwijls de ,isisfeesten openlijk in het linnen plechtgewaad4 ,vespasianus 7z4b7 betrad te ,alexandri alleen in eigen persoon den tempel van ,serapis1 ten einde den god over zijn heerschappij te raadplegen#ee4 ,van toen af aan zijn de keizers begunstigers van den ,alexandrijnschen cultus4 ,onder ,hadrianus werden de ,egyptische goden voor het eerst op de keizerlijke munten afgebeeld4 ,geen wonder1 dat zulke illustre voorgangers ook op dit gebied hunne volgelingen hadden4 ,hier zij slechts vermeld1 dat ook ,plutarchus1 hoezeer aan de oud-vaderlandsche gebruiken gehecht1 warme sympathie voor ,isis en ,osiris koesterde1 zooals uit zijn geschrift over beide goden genoegzaam blijkt4 ,ongeveer omstreeks denzelfden tijd als de ,isisreligie verkreeg ook de dienst van de ,klein-,aziatische godin ,cybele1 die twee eeuwen lang in ,rome slechts een zeer beperkten kring van vereerders mocht hebben1 door de gunst van keizer ,claudius 7#da-ed7 groote uitbreiding4 ,magie was ook aan dezen cultus niet vreemd2 men beoefende er o4m4 het hypnotisme1 echter onder den naam van ,corybantisme1 afgeleid van de ,corybanten1 figuren uit de ,cybele-mythe1 die ook afzonderlijk vereerd werden4 ,eveneens blijken de aanhangers van den oorspronkelijk ,perzischen ,mithrasdienst1 die sinds den tijd van ,vespasianus het ,romeinsche rijk binnendrong1 zich vaak op de tooverkunst te hebben toegelegd4 ,de ,oostersche religies1 die toenmaals in het ,westen zulk eene opgang maakten1 leefden dus met de magie in vrede2 de nieuwe wereldgodsdienst daarentegen1 het christendom1 veroordeelde de tooverij van meet af aan ten strengste4 ,laten wij dienaangaande het ,nieuwe ,testament raadplegen4 ,wij lezen vooreerst in de ,handelingen der ,apostelen1 ,,viii3 7#e7 ,philippus trok naar de stad ,samaria en predikte hun den ,christus4 7#f7 ,het volk luisterde eensgezind en vlijtig naar hetgeen ,philippus zeide en zag de teekenen1 die hij verrichtte4 7#g7 ,want de onzuivere geesten voeren uit vele bezetenen met groot geschreeuw2 ook werden vele jichtlijders en lammen weer gezond gemaakt4 7#h7 ,en er ontstond eene zeer groote vreugde in die stad4 7#i7 ,er was echter in die zelfde stad een man met name ,simon1 die reeds vroeger tooverkunsten verrichtte en het volk in verrukking gebracht had door te zeggen dat hij zelf iets bijzonders was1 7#aj7 wien allen1 van den kleinste tot den grootste aanhingen en zeiden3 ,deze is de kracht ,gods1 die de ,groote heet1 7#aa7 ,en zij hingen hem aan1 omdat hij langen tijd hunne zinnen door tooverij verrukt had4 7#ab7 ,maar nu zij ,philippus geloofden1 die de blijde boodschap van het koninkrijk ,gods en van den naam van ,jezus ,christus verkondigde1 lieten zij zich doopen1 mannen zoowel als vrouwen4 7#ac7 ,en ook ,simon zelf werd geloovig en na gedoopt te zijn bleef hij voortdurend bij ,philippus en toen hij de teekenen en groote krachten zag1 die er geschiedden1 ontzette hij zich4 7#ad7 ,toen nu de apostelen in ,jeruzalem hoorden1 dat ,samaria het woord ,gods aangenomen had1 zonden zij tot hen ,petrus en ,johannes4 7#ae7 ,dezen kwamen en baden voor hen1 dat zij den ,heiligen ,geest mochten ontvangen4 7#af7 ,want deze was nog op niemand hunner neergedaald1 maar zij waren alleenlijk gedoopt in den naam van den ,heer ,jezus4 7#ag7 ,toen legden zij de handen op hen en zij ontvingen den ,heiligen ,geest4 7#ah7 ,en als ,simon zag1 dat door de handoplegging der apostelen de ,heilige ,geest geschonken werd1 bood hij hun geld aan 7#ai7 en zeide3 ,geeft ook mij deze macht1 opdat hij1 wien ik de handen opleg1 den ,heiligen ,geest ontvangt4 7#bj7 ,petrus echter zeide tot hem3 ,uw geld ga met ,u ten verderve1 omdat gij gemeend hebt1 dat de gave ,gods door geld verkregen wordt6 7#ba7 ,gij hebt part noch deel aan dit woord1 want uw hart is niet oprecht tegenover ,god4 7#bb7 ,bekeer ,u dan van deze uwe boosheid en bid ,god1 of misschien deze overlegging uws harten ,u vergeven wordt1 7#bc7 want ik zie1 dat uwe ziel vol is van bittere gal en dat gij verstrikt zijt in ongerechtigheid4 7#bd7 ,doch ,simon antwoordde en sprak3 ,bidt gijlieden voor mij tot den ,heer1 dat niets over mij kome van hetgeen gij gezegd hebt4 ,de oudste ,christenen gingen dus1 zooals wij zien1 van het gezonde principe uit1 dat de uitdeeling der goddelijke gaven vrij moet zijn van winstbejag1 overigens echter werd tusschen de wonderen in naam van den ,christus of in naam van andere godheden verricht1 geen scherpe grenslijn getrokken4 ,hoogst kenschetsend is verder het navolgende verhaal1 eveneens uit de ,handelingen der ,apostelen1 ,,xiii3 7#f7 ,en toen zij nl4 ,paulus en ,barnabas het eiland ,cyprus doorgetrokken waren tot aan de stad ,paphos1 troffen zij er een ,joodschen toovenaar en leugenprofeet aan1 met name ,bar-,jezus1 7#g7 die tot het gevolg van den stadhouder ,sergius ,paulus1 een zeer verstandig man1 behoorde4 ,deze ontbood ,barnabas en ,saulus en begeerde zeer1 het woord ,gods te hooren4 7#h7 ,maar ,elymas1 de toovenaar--want aldus wordt zijn naam vertolkt--kwam tegen hen op en trachtte den stadhouder van het geloof afkeerig te maken4 7#i7 ,maar ,saulus 7ook ,paulus genoemd71 vervuld van den ,heiligen ,geest1 keek hem scherp aan 7#aj7 en zeide3 ,o gij kind des duivels1 vol van alle bedrog en alle arglist1 vijand van alle gerechtigheid1 wilt gij eens ophouden1 de rechte wegen des ,heeren krom te maken8 7#aa7 ,zie dan1 de hand des ,heeren keert zich tegen ,u en gij zult blind zijn en de zon voor een tijd niet zien6 ,en terstond viel nevel en duisternis op hem1 en tastende zocht hij rond naar wie hem bij de hand zouden leiden4 7#ab7 ,toen de stadhouder zag wat gebeurd was1 geloofde hij1 ontzet over de leer van den ,heer4 ,hier zien wij dus1 hoe naar de ,christelijke opvatting1 een toovenaar-profeet door de goddelijke macht krachteloos wordt gemaakt4 ,zeer opmerkelijk is ook hetgeen naar aanleiding van ,paulus' prediking in ,ephese wordt vermeld 7,handelingen ,,xix1 #ai73 ,velen ook dergenen1 die magische kunsten beoefend hadden1 brachten de tooverboeken bijeen en verbrandden ze in tegenwoordigheid van allen2 men berekende de waarde ervan en kwam tot een bedrag van vijftigduizend zilverstukken4 ,in de ,openbaring van ,johannes wordt 7,,xxi1 #h7 verzekerd1 dat ook aan de toovenaars als aan de andere misdadigers hun deel zal zijn in den poel die daar brandt van vuur en sulfer1 hetwelk is de tweede dood 7vgl4 ook ,,xxii1 #ae74 ,de zg4 ,apostolische ,vaders sluiten zich bij die zienswijze aan4 ,in den zg4 ,brief van ,barnabas 7waarschijnlijk uit de eerste eeuw dagteekenende7 wordt c4 #bj gewaarschuwd voor den weg der duisternis1 want het is de weg van den eeuwigen dood met straf1 waarop zich bevindt wat de ziel te gronde richt1 en daaronder wordt ook de magie uitdrukkelijk genoemd4 ,ook de zg4 ,leer der ,twaalf ,apostelen 7hoogstwaarschijnlijk later dan de brief van ,barnabas7 zegt in c4 ,,iii1 #d o4m43 ,mijn kind1 wordt geen bezweerder noch astroloog noch magir en verlang die dingen niet te zien1 want uit dit alles ontstaat afgodendienst4 ,dit was dus bij de ,christenen het groote bezwaar tegen de tooverij4 ,desondanks werden zoowel ,jezus zelf als zijne volgelingen in 't algemeen als magirs beschouwd4 ,het is bijv4 een feit1 dat de ,joden ,jezus voor een toovenaar uitmaakten4 ,volgens eene overlevering zou ,jezus in ,egypte de magie hebben geleerd en door middel van haar zijne wonderdaden hebben verricht4 ,in ,joodsche legenden van lateren tijd staat o4m4 te lezen1 dat ,jezus een geheim perkament met den waren naam ,gods had bezeten1 dat dit hem echter afhandig werd gemaakt en hij dientengevolge zijne tooverkracht verloor4 ,die verhalen hebben echter1 zooals van zelf spreekt1 geen historische waarde4 ,daarentegen valt het niet te ontkennen1 dat zekere wonderdadige genezingen1 zooals ze in de ,evangelin worden verhaald1 sterk op die van magirs gelijken4 ,wanneer wij lezen1 hoe ,jezus doofstomheid 7,marcus ,,vii1 #cc7 en blindheid 7,marcus ,,viii1 #bc en ,johannes ,,ix1 #f7 geneest door o4m4 van zijn speeksel gebruik te maken1 dan denken wij onwillekeurig aan de wonderdaad van ,vespasianus en aan hetgeen wij verder t4p4 hebben vermeld4 ,en wanneer in ,lucas ,,viii1 #dc vlg4 staat1 hoe eene zieke vrouw reeds daardoor genezen wordt1 dat zij den zoom van ,jezus' kleed aanraakt1 en hoe in v4 #df ,jezus zelf verklaart te voelen dat kracht van hem is uitgegaan1 dan herinnert dat ons van zelf aan de wonderdadige geneeskracht1 die1 zooals wij reeds in hoofdstuk ,,ii zagen1 door de primitieve volkeren aan hunne opperhoofden wordt toegeschreven4 ,de ,christenen gingen1 evenals de ,joden1 in 't algemeen bij de ,romeinen voor magirs door4 ,wanneer de geschiedschrijver ,suetonius in zijn leven van ,nero c4 #af1 de ,christenen naar aanleiding van de vervolging onder dien keizer eene soort menschen noemt van eene nieuwe en boosdoende superstitie1 dan gebruikt hij--'t geen hoogst opmerkelijk is--een woord1 nl4 boosdoende 7malefica7 dat ook bij uitstek van de tooverij in ongunstigen zin werd gebezigd4 ,in een brief1 aan keizer ,hadrianus toegeschreven1 worden de ,christelijke presbyters voor wichelaars en dgl4 uitgemaakt#ef4 ,met die beschuldiging van magie hangt ook het gerucht samen1 dat vooral in de tweede eeuw hardnekkig werd geloofd1 dat nl4 de ,christenen een klein kind slachtten en brood in het bloed doopten om aldus het eeuwige leven te verwerven4 ,aanleiding daartoe was blijkbaar de geheime viering van het avondmaal bij de ,christenen en zekere uitdrukkingen1 die zij voor dit sacrament gebruikten4 ,het griezelige1 dat men van de magirs geloofde1 geloofde men ook van de ,christenen1 en men nam zich niet de moeite1 om het feit zelf deugdelijk te bewijzen4 ,voorts werd het1 zooals te begrijpen1 als magie beschouwd1 wanneer de ,christenen door den naam van ,jezus duivelen uit de bezetenen verdreven4 ,overigens was1 zooals wij in hoofdstuk ,,iii gezien hebben1 het exorcisme reeds voordien gebruikelijk4 ,begunstigers daarentegen van de magie waren de zg4 ,gnostieken1 sectarirs1 van vr onze jaartelling dateerende1 echter reeds spoedig met het ,christendom in aanraking gekomen4 ,gnosis1 d4w4z4 kennis1 is1 naar hunne opvatting1 niet zoo zeer de zelfbezinning van het intellect als wel eene geheimzinnige openbaring1 die door inwijding en sacramenten1 door visioenen en extase den mensch ten deel valt4 ,wij zijn aangaande de ,gnostieken vrij gebrekkig ingelicht en meestal slechts op de berichten van hunne tegenstanders aangewezen1 maar dat zij sterk aan magie deden1 is boven twijfel verheven4 ,zeer opmerkelijk is het1 dat bovenvermelde ,simon de toovenaar door de oude kerk werd beschouwd als de vader der ketterijen1 die deels door goocheltoeren1 deels ook door de hulp van demonen#eg velen misleidde4 ,zooals wij in hoofdstuk ,v zullen zien1 beoefenden de ,simonianen1 die zich geruimen tijd wisten te handhaven1 o4m4 de doodenbezwering4 ,van ,carpocrates 7eerste helft der tweede eeuw7 en zijne volgelingen luidt het3 ,zij houden zich op met magische kunsten en bezweringen1 minnedranken en toovermiddelen1 bijzitters helpende geesten en droomenzendende geesten en de overige boosdoenarijen1 bewerende de macht te hebben om reeds te heerschen over de vorsten en vormers van deze wereld1 ja zelfs over al het geschapene in haar#eh4 ,uit koptisch-gnostische geschriften1 die men in den laatsten tijd gevonden en uitgegeven heeft1 zijn wij hieromtrent een en ander te weten gekomen4 ,in een dier boeken bijv4 staat o4m4 opgegeven welke symbolen en bezweringen van noode zijn1 om de oorden van den onzichtbaren ,god te doorwandelen4 ,de symbolen of zegels bestaan uit allerlei figuren1 die soms op sneeuwkristallen gelijken1 de bezweringen grootendeels uit vreemdsoortige namen1 als ,jaldabaoth en allerzonderlingste klankverbindingen als zozeze1 ja1 herhalingen van enkele klinkers als bijv4 eene drievoudige e4 ,bij iedere afzonderlijke aanroeping van gindsche heerschers moet men tevens een mystiek getal als bijv4 #aaai met de handen grijpen#ei4 ,dergelijke practijken waren reeds in het oude ,egypte gebruikelijk1 zooals o4m4 uit het zg4 ,doodenboek1 feitelijk eene verzameling van tooverformulieren1 blijkt4 ,in de tweede helft der tweede eeuw n4 ,chr4 heeft het ongeloof nog wel eenige voorstanders onder de wijsgeeren1 maar het moet hoe langer hoe meer zwichten voor de onweerstaanbare macht der pythagoresche en platonische philosophie4 ,en hoe men in die kringen over de realiteit der magie dacht1 leert ons bijv4 de veertiende voordracht van ,maximus1 uit ,tyrus1 een toenmalig confrencier1 die daarin o4m4 inlichtingen omtrent allerlei orakelen geeft4 ,vgl4 inzonderheid de navolgende passage1 7#b1 vlg473 ,in ,boeoti1 nabij de stad ,lebadea1 is een orakelgrot1 genoemd naar den halfgod ,trophonius4 ,wie hem wil raadplegen1 legt een linnen1 tot de voeten reikend1 roodkleurig gewaad aan1 neemt honigkoeken in beide handen1 en begeeft zich achterovergebogen door eene smalle opening binnen de grot4 ,na het een en ander te hebben gezien of gehoord komt hij weer naar boven en is zelf de tolk van wat hij waarnam4 ,en ergens in ,itali1 in ,groot-,griekenland1 was bij het meir dat ,avernus heet1 een orakelgrot met priesters3 psychagogen1 geheeten naar hun werk het oproepen van zielen4 ,wie daar ter wille van het orakel gekomen was1 deed een gebed1 slachtte offerdieren1 bracht plengoffers en riep de ziel van wien hij wilde1 van voorouders of van vrienden1 op4 ,en dan kwam hem een schimbeeld te gemoet1 wel is waar onduidelijk om te zien en moeilijk te herkennen1 maar toch in staat om eene stem te laten hooren en voorspellingen te doen1 en na geantwoord te hebben op hetgeen men vroeg1 verdween het4 ,het schijnt mij toe1 dat ook ,homerus dit orakel kende en ,odysseus er de reis heen laat doen1 al heeft hij het1 met dichterlijke vrijheid1 ver van de ,middellandsche zee verplaatst4 #c4 ,indien deze dingen waar zijn1 zooals het geval is1 daar deels die orakelen ook nu nog bestaan1 zooals ze waren1 deels nog duidelijke sporen van den dienst en de plechtigheden bij die instellingen over zijn1 enz4 ,eene zeer uitvoerige beschrijving van het ,trophonius-orakel geeft1 uit eigen ervaring1 een tijdgenoot van ,maximus1 nl4 ,pausanias1 in zijne beschrijving van ,griekenland de ,baedecker der oudheid 7,,ix1 #ci74 ,van het meir ,avernus1 in ,campani1 is reeds in hoofdstuk ,,iii sprake geweest2 hier willen wij nog slechts opmerken1 dat ,zuid-,itali1 wegens de vele ,grieksche kolonies die er waren1 vaak ,groot-,griekenland werd genoemd4 ,de satiricus ,lucianus uit ,syri 7 #abj-na #ahj71 die zich niet ontzag de meest hoogstaande philosophen te bespotten1 kantte zich fel tegen alles wat maar naar magie zweemde en heeft enkele geschriften speciaal aan de bestrijding ervan gewijd4 ,bekend is zijne levensbeschrijving van ,alexander den leugenprofeet uit ,abonouteichos 7in ,klein-,azi71 die ook bij hooggeplaatste ,romeinen zeer gezien was4 ,lucianus1 zijn persoonlijke vijand1 noemt hem een toovenaar 7c4 #a71 verwijt hem1 op grond van hooren zeggen1 grove onzedelijkheid 7c4 #e7 en beschuldigt hem van stelselmatig bedrog1 ja zelfs van poging tot moord 7c4 #ef vlg474 ,dit alles valt1 door gebrek aan andere bronnen1 moeilijk te controleeren2 maar dat men ,alexander niet botweg mag beoordeelen naar de critiek van iemand1 die1 op 't voorbeeld van ,epicurus1 verklaart1 dat wonderen bedrog moeten zijn1 ook al kan men dit niet aantoonen 7c4 #ag7--;daarover worden de deskundigen het toch meer en meer eens4 ,van eenigszins minder inferieur gehalte is de ,menippus of doodenbezwering1 waarin ,lucianus genoemden satiricus1 geholpen door een ,chaldeeuwschen magir1 in de onderwereld laat neerdalen4 ,de beschrijving van de hiertoe vereischte voorbereidingen en ceremonin1 hoe wonderlijk ook1 is geen pure fantasie4 ,menippus nl4 vertelt o4m41 hoe de magir hem omstreeks middernacht naar de ,tigrisrivier leidde1 hem reinigde1 met klei afwreef1 met fakkels en de zeeajuin en verscheidene andere middelen zuiverde en tevens eene bezwering mompelde1 7c4 #g71 't geen met andere berichten omtrent soortgelijke handelingen overeenstemt4 ,van de onderwereld zelve zij hier vermeld1 dat1 volgens onzen zegsman1 ,socrates daar1 tengevolge van zijne vergiftiging1 nog met gezwollen beenen rondliep1 7c4 #ah74 ,al zijne bitterheid heeft ,lucianus echter in ,de leugenvriend of de ongeloovige bijeengegaard1 om ze onbarmhartig uit te storten over iedereen die zich in dezen niet met de zienswijze der atomisten 7c4 #cb f4f47 kan vereenigen1 's ,mans fijne en vindingrijke ironie moge uit staaltjes als de navolgende blijken3 ,een der wondergeloovigen verzekert1 een blik in de onderwereld te hebben geslagen en antwoordt op de vraag of hem ook ,socrates voor oogen was gekomen1 aldus3 ,ik zag ,socrates1 echter niet duidelijk1 maar op de gis af1 omdat hij een kaal hoofd en een dikken buik had 7c4 #bd74 ,van een ander wordt gezegd1 dat hem de ideen zelve verschijnen1 die ,plato laat zien1 een duister schouwspel voor zwakken van gezicht 7c4 #af71 waarmee de geestigheid van ,lucianus in deze materie haar toppunt heeft bereikt4 ,een tegenhanger van ,lucianus is de grootste der toenmalige ,latijnsche belletristen1 ,apuleius uit ,madaura 7heden ten dage ,mdauroesch in ,algiers71 tevens een man van encyclopaedische kennis4 ,zijn bekendste werk1 de kleurrijke en artistieke roman ,metamorphosen1 d4w4z4 ,gedaanteverwisselingen1 ook wel ,de gouden ezel genoemd1 vereenigt op eigenaardige wijze nuchter realisme met weelderige fantasie1 losbandige dartelheid met innige devotie4 ,de held ervan1 ,lucius1 een jeugdig en hoogst onbezonnen geleerde1 wordt nl4 in een ezel veranderd en beleeft als zoodanig de zonderlingste lotgevallen1 totdat hij door de genade van ,isis wordt verlost en zich uit dankbaarheid aan den dienst der godin wijdt4 ,uit dit boek spreekt een enthousiasme voor tooverij1 zooals wij het zelden elders aantreffen4 ,wij willen hier het meest frappante aanhalen4 ,lucius1 te ,hypata1 een stadje in ,thessali1 aangekomen1 denkt over de wonderen na1 die hij verwacht te zien 7,,ii1 #a73 ,zoodra de zon de nacht verdreven en den dag hernieuwd had1 verhief ik mij tegelijkertijd uit den slaap en uit het bed1 tch al gespannen en bovenmatig nieuwsgierig1 om wat zeldzaam en wonderbaarlijk is1 te leeren kennen1 en bedenkende1 dat ik mij midden in ,thessali bevond1 dat de geheele aardkring als de bakermat der tooverzangen verheerlijkt 444 bekeek ik alles stuk voor stuk met de grootste belangstelling en nieuwsgierigheid4 ,en er was niets in dat plaatsje wat ik bij den aanblik voor dat hield wat het was1 maar ik geloofde dat alles zonder onderscheid door helsch toovergemompel in eene andere gestalte was omgezet1 dat de steenen1 die ik er aantrof1 uit menschen verhard1 de vogels die ik hoorde1 evenzoo bevederd1 de boomen1 die de stadgrens omgaven1 op gelijke wijze bebladerd en dat de bronwateren vervloeide menschenlichamen waren4 ,reeds verwachtte ik1 dat de standbeelden en schilderijen zouden gaan wandelen1 de muren spreken1 de runderen en soortgelijk vee profeteeren en van den hemel zelf en de zonneschijf plotseling een orakel zou neerdalen4 ,daar ontmoet hij eene aanverwante1 de matrone ,byrrhina1 die hem waarschuwt voor de booze kunsten van ,pamphile 7jongensgek71 wier echtgenoot hem gastvrijheid verleent 7#b vlg473 ,maar ik1 aldus gaat ,lucius in c4 #f voort1 toch al nieuwsgierig1 was1 zoodra ik het altijd gewenschte woord tooverkunst hoorde1 er zoo verre van af1 om voor ,pamphile op mijne hoede te zijn1 dat ik integendeel er naar snakte1 om mij aan zulk eene leerschool zelfs tegen eene rijke betaling gaarne over te geven en mij rechtstreeks met rassen sprong in den afgrond te storten4 ,de zucht naar tooverij valt moeilijk met schellere kleuren te teekenen4 ,door middel van eene slavin1 waarmee hij liefdesbetrekkingen aanknoopt1 tracht ,lucius achter de geheimen van ,pamphile te komen4 ,pamphile1 aan haar weinig sympathieken echtgenoot ontrouw1 legt zich vooral op liefdestooverij toe1 waaromtrent dan ook in ,,iii1 #ag vlg4 een en ander wordt medegedeeld4 ,zij tracht afgesneden haren van dengene op wien ze verliefd is1 meester te worden1 en bedient zich voorts van een zeer omvangrijk tooverapparaat3 allerlei soort welriekende kruiden1 platen met onverstaanbare karakters bekrast1 overblijfselen van verongelukte schepen1 lichaamsdeelen van overledenen1 bloed van vermoorden1 bekkeneelen aan de tanden van roofdieren ontrukt1 bezweringen1 plengingen1 nu eens met bronwater1 dan met koeienmelk1 met wilden honig ofwel met wijnmee4 ,na vervolgens de haren in elkaar gestrengeld en geknoopt te hebben werpt ze deze ter verbranding in een gloeiend kolenvuur4 ,wij hebben verscheidene van deze toovermiddelen reeds herhaaldelijk vermeld en willen hier meer bepaaldelijk onze aandacht op de haren vestigen4 ,de haren toch spelen in het volksgeloof eene groote rol4 ,zelfs worden ze vaak als zetel van de levenskracht beschouwd4 ,volgens ,euripides snijdt de dood een lok af van het hem gewijde slachtoffer#fj4 ,vergilius verhaalt in het 7reeds in hoofdstuk ,,iii door ons aangehaalde7 vierde boek der ,aenede 7v4 #fif-gje71 hoe ,dido die voor haar tijd zelfmoord pleegt1 niet van het lichaam kan scheiden1 alvorens haar van godswege een lok van de kruin is afgesneden4 ,en wie denkt hierbij niet onwillekeurig aan ,simson1 die met zijne weelderige haren tegelijk ook zijne reuzenkracht verliest8 ,het is dus geen wonder1 dat de haren bij liefdestooverij en envotement te pas komen4 ,lucianus vermeldt in zijne heterengesprekken 7,,iv1 #d71 hoe voor de betoovering van een ontrouwen minnaar iets van den man zelf1 zooals bijv4 enkele van zijne haren1 vereischt zijn4 ,en treffend stemt het met de tooverij van ,pamphile overeen1 als wij lezen1 hoe de magirs bij de ,tamilen op ,ceylon1 om iemand te envoteeren1 haren en speeksel van hem met zand van zijne voetsporen vermengd1 samenkneeden en op een looden plaat uitspreiden1 waarbij tevens een ontvleeschte schedel met magische1 er op ingekraste karakters onmisbaar is4 ,met de bovengenoemde middelen echter in een zeker geval niets kunnende gedaan krijgen1 besluit ,pamphile de gedaante van een vogel aan te nemen en zoo naar haar geliefde toe te vliegen4 ,ze begeeft zich voor dat doel naar haar bovenkamertje4 7c4 #ba74 ,lucius1 door de slavin gewaarschuwd1 klimt1 in den nacht1 stilletjes de trap op en ziet door eene spleet in de deur1 hoe ,pamphile zich eerst van al hare kleeren ontdoet1 daarna uit een gesloten kastje verscheidene busjes te voorschijn haalt1 uit een ervan eene zalf neemt1 deze lang met hare handpalmen wrijft en zich van de teenen tot de kruin er mee bestrijkt4 ,eindelijk schudt ze hare ledenmaten1 die zich met veeren bedekken2 ze wordt een oehoe en gaat met vollen vleugelslag er van door4 ,wij zien hier dus1 hoe eene zalf vereischt is1 als men zich in een dier wil veranderen1 en denken daarbij meteen aan de zalf1 waarmede de heksen zich bestreken1 ten einde naar hunne nachtelijke samenkomsten te vliegen1 zooals ,goethe het in ,faust dichterlijk heeft beschreven4 ,en ook wordt ons overgeleverd1 dat men zich van eene diergelijke zalf bediende1 om de gedaante van een wolf aan te nemen1 zooals immers het geloof aan den weerwolf met dat aan den duivel en tooverij samen is gesmolten4 ,de hoofdbestanddeelen van de zalven in quaestie waren narcotische kruiden2 een occultist uit de vorige eeuw1 ,k4 ,kiesewetter1 die het geheim van de samenstelling meende te kennen1 heeft er zelf proeven mee genomen1 waarbij hij van reizen in verre gewesten en groote menschenmassa's droomde4 ,het geloof der heksen1 op eene samenkomst te zijn geweest1 waarbij de duivel het voorzitterschap bekleedde1 laat zich verder door autosuggestie gemakkelijk verklaren4 ,lucius1 door dolle nieuwsgierigheid gedreven1 wil nu ook een experiment met de zalf wagen1 maar neemt per ongeluk een verkeerd busje en wordt zoodoende in een ezel veranderd 7c4 #bd74 ,slechts het eten van rozen vermag hem de menschelijke gedaante weer te geven1 maar dit valt hem niet dan na eene reeks allerellendigste wederwaardigheden ten deel 7,,xi1 #ac74 ,ook eene doodenbezwering wordt in onzen roman beschreven1 en wel naar aanleiding van het feit1 dat zeker bejaard burger eene vrouw beschuldigt1 zijn neef1 met wien zij gehuwd was1 te hebben vermoord4 ,er ontstaat een oploop2 het volk dreigt de vrouw te steenigen1 zij echter verzekert onder tranen1 onschuldig te zijn 7,,ii1 #bg74 ,toen dan1 aldus gaat het verhaal bij ,apuleius 7c4 #bh7 voort1 zeide de grijsaard3 ,de beslissing omtrent de waarheid zij aan de goddelijke voorzienigheid overgelaten6 ,zatchlas is hier1 een ,egyptisch priester van den eersten rang1 die met mij tegen eene groote belooning is overeengekomen1 om den geest van den overledene voor eene korte poos uit de onderwereld terug te roepen en dit lichaam weer te bezielen4 ,en meteen brengt hij een jongeling er bij1 in linnen gewaden1 met schoenen van palmbladeren en met kaalgeschoren hoofd4 ,lang kust hij diens handen1 raakt zijne knien aan en zegt3 ,ontferm ,u1 priester1 ontferm ,u6 ,bij de gesternten des hemels1 bij de godheden der onderwereld1 bij de elementen der natuur1 bij het zwijgen der nacht1 en de heiligdommen van ,coptos1 bij het aanwassen van den ,nijl en de geheimen van ,memphis 444 geef een kort gebruik van de zon en giet in de voor eeuwig gesloten oogen een weinig licht6 ,wij verzetten ons niet tegen het noodlot1 wij ontzeggen niet aan de aarde haar eigendom1 maar slechts terwille van den troost der wraak1 smeeken wij om eene korte spanne levens4 ,de profeet1 aldus vermurwd1 legt een zeker kruid op den mond en een ander op de borst van 't lijk4 ,vervolgens aanbidt hij1 naar het ,oosten gekeerd1 zwijgend de opkomst van den verheven zonnegod en wekt door den aanblik van dit eerbiedwaardig tooneel de belangstelling der aanwezigen voor een zoo groot wonder op 7#bi74444 ,reeds begon de borst op en neer te gaan1 reeds de pols hersteld te kloppen1 reeds het lichaam door geest te worden vervuld2 daar verrijst het lijk en spreekt de jongeling4 ,nog meer echter dan die roman geeft het feit te denken1 dat ,apuleius zelf van tooverij is aangeklaagd 7tusschen #aee en #aeh74 ,hij was nl4 in het huwelijk getreden met eene rijke maar veel oudere weduwe en had daardoor de verwanten van haar eersten echtgenoot tegen zich in 't harnas gejaagd4 ,men beweerde1 dat het huwelijk door verbodene kunsten tot stand was gekomen en diende eene aanklacht tegen ,apuleius in1 waartegen deze zich in zijne ,apologie1 die ook de kerkvader ,augustinus als zeer inhoudsrijk en welsprekend roemt#fa1 met goed gevolg verdedigde4 ,de aanklagers legden ,apuleius o4m4 ten laste1 dat hij zeldzame visschen had gekocht om er toovermiddelen uit te bereiden1 dat hij een slaaf had behekst en voor eene lamp aan den voet van een altaar had doen neervallen1 dat hij in de woning van een vriend nachtelijke offers had gebracht en dat hij een geheimzinnig beeld voor magische doeleinden met zich voerde4 ,deze punten van beschuldiging waren geenszins1 zooals men vroeger waande1 bespottelijk1 maar integendeel1 zooals het onderzoek in den laatsten tijd heeft aangetoond1 van zeer ernstigen aard1 daar ze overeenstemden met hetgeen men toenmaals van de tooverij en hare benoodigdheden geloofde4 ,apuleius verdedigt zich hiertegen in dier voege dat hij de lachers op zijne zijde tracht te krijgen1 bij bijzonderheden van weinig beteekenis lang blijft stilstaan en allerlei uitweidingen maakt1 die zeer zeker veel wetenswaardigs bevatten--ook wij hebben er in ,,iii een en ander uit geput--maar die toch kennelijk bedoelen1 de aandacht van den toehoorder en lezer af te leiden4 ,op zekere gewichtige beschuldigingen gaat de verdediger zoo weinig mogelijk in4 ,aangaande de visschen tracht ,apuleius 7in c4 #cj vlg47 uitvoerig aan te toonen1 dat de magirs er zich niet van bedienen en roept o4a4 in 7c4 #cj7 uit3 ,hoe zou een stomme en koude visch in staat zijn om den minnegloed te doen ontvlammen81 maar het staat vast1 dat toch wel eens visschen voor liefdestooverij werden gebruikt1 en ,apuleius heeft dus niet anders gedaan1 dan om de moeilijkheid heen praten4 ,in zake de beheksing van den slaaf 7c4 #db-eb7 ontkent ,apuleius niet1 dat deze in zijne tegenwoordigheid was neergevallen 7c4 #dd vlg471 schrijft dit echter aan epilepsie toe3 ,dat moet wel de grootste toovenaar van allen zijn1 in wiens tegenwoordigheid die slaaf lang kan blijven staan 7c4 #dc74 ,echter komen de bijzonderheden van deze beschuldiging1 zooals wij in ons laatste hoofdstuk zullen zien1 vrij goed overeen met hetgeen ons de tooverboeken aangaande diergelijke handelingen leeren4 ,van het nachtelijke offer1 eene echte tooverpractijk1 door de wet verboden1 maakt ,apuleius zich 7#eg-fj7 grootendeels met grappen1 insinuaties en sofismen af4 ,zijne tegenargumenten zijn weinig steekhoudend en zelfs is het vermoeden geopperd1 dat hij1 na zijne vrijspraak1 er een en ander ten gunste van de rhetorische werking aan zou hebben geretoucheerd4 ,het geheimzinnige beeld 7c4 #fa-fe7 verklaart ,apuleius voor een onschuldig voorwerp van particuliere vereering2 het was echter een ebbenhouten beeld 7c4 #fa71 van ,mercurius 7de ,latijnsche naam voor ,hermes1 z4b4 hoofdstuk ,i7 met een kleed om de schouders 7c4 #fc71 en juist zulke beelden van ,mercurius1 den god-toovenaar1 werden1 zooals in de tooverpapyri te lezen staat1 voor magische doeleinden vervaardigd4 ,vat men alles samen1 dan bevestigt de ,apologie wat men a priori van den auteur der ,metamorphosen kon verwachten1 n4l4 dat hij1 die zich op elk gebied van wetenschap bewoog1 ook het occultisme beoefende1 al was het dan ook niet met booze bedoelingen4 ,apuleius1 wien in geval van veroordeeling de doodstraf wachtte1 bleef dan ook1 ondanks zijne vrijspraak1 bij zijne tijdgenooten voor een magir doorgaan en werd in latere eeuwen met ,apollonius van ,tyana op ne lijn gesteld4 ,de magie werd echter ook destijds1 zoo noodig1 voor officieele doeleinden gebruikt4 ,keizer ,marcus ,aurelius 7#afa-ahj7 verzekert wel is waar in zijne ,zelfbeschouwingen 7,i1 #f7 geen geloof te slaan aan hetgeen wonderdoeners en toovenaars omtrent bezweringen en het bannen van demonen en soortgelijke practijken vertelden1 maar toen het ,romeinsche rijk door de ,marcomannen uit ,bohemen en andere volksstammen uit aangrenzende streken werd bedreigd1 riep hij overal priesters vandaan1 liet vreemdsoortige plechtigheden verrichten en ,rome op allerlei manieren reinigen1 zoodat dit zelfs zijn vertrek naar het leger vertraagde#fb4 ,ook heeft hij blijkbaar den leugenprofeet1 ,alexander van ,abonouteichos 7z4b471 begunstigd en wordt bericht1 dat een ,egyptisch magir1 ,arnouphis1 toen het ,romeinsche leger1 door de ,quaden ingesloten en door afschuwelijken dorst gekweld werd1 ,hermes 7,mercurius z4b47 en andere goden door middel van tooverkunsten bezwoer en zoodoende een regenval veroorzaakte1 die de ,romeinen verkwikte terwijl eene felle onweersbui de vijanden teisterde#fc4 ,zooals bekend hebben kerkelijke schrijvers dit wonder aan de gebeden van ,christelijke soldaten toegeschreven4 ,van een later keizer1 ,didius ,julianus1 wiens bewind 7in #aic7 slechts kort duurde1 wordt bericht dat hij aan alle kanten bedreigd door middel van magirs verscheidene handelingen liet verrichten waardoor hij meende1 den haat van 't volk te kunnen kalmeeren en de wapenen der opgestane soldaten te kunnen bedwingen4 ,want ze offerden sommige offerdieren1 die bij den ,romeinschen eeredienst niet hooren1 en hieven profane gezangen aan4 ,julianus nam ook zijne toevlucht tot die tooverij1 waarbij1 naar verluidt1 een spiegel gebruikt wordt en geblinddoekte knapen1 over wier kruin eene bezwering is uitgesproken1 een blik in de toekomst slaan4 ,toen dan zou de knaap de aankomst van ,severus en het aftreden van ,julianus hebben gezien#fd4 ,van spiegels in engeren zin1 d4w4z4 metaalspiegels1 is bij de magie der ,grieken en ,romeinen slechts zeer zelden sprake4 ,opmerking verdient echter hetgeen de reeds vroeger genoemde ,pausanias1 in zijne ,beschrijving van ,griekenland 7,,vii1 #ba1 #ab7 bericht1 dat nl4 voor een zeker heiligdom van de godin ,demeter 7,ceres7 zich eene bron bevond1 die men ter wille van zieken in dier voege raadpleegde dat men een spiegel aan een dun koord liet neerzakken1 totdat de rand ervan het wateroppervlak eventjes aanraakte4 ,na vervolgens tot de godin gebeden en reukwerk gebrand te hebben1 zag men in den spiegel1 die den zieke levend of gestorven vertoonde4 ,in de ,middeleeuwen daarentegen en later bediende men zich voor magische doeleinden bij voorkeur van uiterst kunstig vervaardigde spiegels1 of van bijzonder geslepene kristallen4 ,bij het raadplegen ervan werden allerlei bezweringen tot engelen en geesten gericht1 die1 naar men geloofde1 alsdan verschenen en in heel enkele gevallen zelfs hunne stem lieten hooren4 ,in den laatsten tijd is ook het kristal-zien proefondervindelijk onderzocht en gebleken1 dat zich daarbij1 naast waardelooze fantasiebeelden1 ook visioenen voordoen1 die op helderziendheid en wellicht nog op andere geheimzinnige krachten en invloeden wijzen4 ,bij de ,christenen bleef de afkeer tegen de magie bestaan maar de feiten zelve werden erkend4 ,allermerkwaardigst is te dien opzichte de navolgende uitspraak in de eerste apologie 7c4 #ah7 van ,justinus den martelaar 7 #aed73 ,de doodenbezweringen1 de visioenen van onbedorven knapen1 de oproepingen van menschelijke zielen en wat de magirs droomenzendende geesten en bijzitters helpende geesten noemen en hetgeen verricht wordt door hen1 die in deze dingen ervaren zijn1 mogen ,u ervan overtuigen dat de zielen ook na den dood nog waarnemingsvermogen bezitten2 let ook op de menschen1 die door de zielen van overledenen gegrepen en geschokt worden1 welke men eenstemmig bezetenen en waanzinnigen noemt1 op de zoogenaamde orakelen bij ,u1 van ,amphilochus1 van ,dodona en ,pytho en wat er verder van dien aard is4444 ,amphilochus1 een mythisch figuur evenals ,trophonius 7z4b471 werd op verscheidene plaatsen vereerd2 te ,dodona 7in ,epirus7 was een orakel van ,zeus en te ,pytho 7,delphi7 een van ,apollo4 ,tatianus1 een jongere tijdgenoot van ,justinus1 haalt in zijne ,rede tot de ,grieken zooveel mogelijk de booze geesten er bij1 7c4 #af73 ,de demonen1 die aan de menschen bevelen geven1 zijn niet de zielen der gestorvenen4 ,het schijnt hierbij niet te onpas1 op te merken dat de ,grieken en ,romeinen geen scherpe grenslijn trokken tusschen demonen1 d4w4z4 bovenmenschelijke intelligenties1 en overledenen en vaak de overledenen zelven als demonen beschouwden4 ,wellicht de meest frappante uitspraak dienaangaande is de navolgende van den reeds bovengenoemden ,maximus uit ,tyrus in ,voordracht ,,xv1 #f3 ,de ziel houdt het lichaam dat altijd in vloed en golfslag drijft en geschud en geslingerd wordt1 bijeen en legt het vast voor anker1 en wanneer die pezen en de adem en al het andere waardoor het lichaam1 als met touwen1 zoolang aan de ziel vastgeankerd was1 verslappen1 dan vergaat het lichaam en zinkt in de diepte1 maar zij zelf ontzwemt den dood1 ze is haar eigen vaartuig1 houdt zich zelf bijeen en blijft onwrikbaar4 ,en zulk eene ziel draagt reeds den naam van demon1 een voedsterling van den ether1 uit de aarde naar ginds verhuisd1 evenals uit een onbeschaafd volk naar ,grieken1 en uit eene wettelooze en door een tiran overweldigde en door onlusten geteisterde stad naar eene met goede wetten1 die door een koning wordt bestuurd en vrede geniet4 ,van amuletten en toovermiddelen wil ,tatianus niets af weten 7c4 #ag73 ,alle soorten van wortelen die men gebruikt1 de magische toepassing van pezen en beenderen1 hebben uit zich zelf geen uitwerking4 ,zij zijn slechts het werktuig1 waarvan de demonen zich in hunne boosheid bedienen2 zij hebben het bijzondere gebruik van ieder dier heelmiddelen vastgesteld en wanneer zij zien dat de menschen genegen zijn om de hulp aan te nemen1 die ze hun door dit middel geven1 dan slagen ze er in1 ze tot slaven te maken terwijl ze hen bijstaan4 ,tatianus beweert1 dat de demonen de menschen eerst ziek maken en dan1 opdat men zich te meer aan hen zou verslaven1 gehoor geven aan de bezweringen1 die zij zelf hebben ingevoerd 7c4 #ah73 ,de demonen genezen niet1 maar vangen de menschen met list444zij dringen in de ledematen van zekere menschen1 wekken vervolgens door droomen het geloof aan hunne macht op1 bevelen de zieken in het openbaar te verschijnen1 ten overstaan van allen1 en na de eerbewijzen te hebben genoten1 die men hun toekent1 vliegen zij uit het lichaam van deze zieken en maken een einde aan de ziekte1 die zij zelven hadden veroorzaakt en herstellen de menschen in hun vroegeren toestand4 ,van de ,gnostieken uit het tijdperk der ,antonijnen zij hier een zekere ,marcus vermeld1 aangaande wien wij bij den hl4 ,irenaeus in diens werk ,tegen de ketterijen 7,i1 #ac77;,ed4 ,massuet7 lezen3 ,hij bewerkt dat bekers met gemengden wijn1 terwijl hij voorgeeft ze te wijden en de formule van aanroeping lang maakt1 in purperen en roode kleur schitteren1 zoodat het schijnt dat de ,genade1 die boven alles is door zijne aanroeping haar bloed in dien beker druppelt en de aanwezigen ten zeerste verlangen uit dien kelk te proeven1 opdat de ,genade1 door den magir aangeroepen1 ook in hen vloeie4 ,naar bericht wordt1 wierp ,marcus te dien einde een zeker vocht in den beker1 dat het mengsel langzamerhand kleurde4 ,irenaeus verzekert ook1 7,i1 #ba71 dat bij de gnostieke inwijding een doop plaats vond en dat sommigen hier zekere hebreeuwsche namen aan toe voegden om de inwijdelingen meer te doen ontstellen en ook dat zij dezen met sap van balsem inwreven4 ,die fragmentarische en verwarde berichten zijn thans door de nieuwe vondsten eenigszins opgehelderd4 ,in een koptisch geschrift toch worden de drie doopen1 nl4 die met water1 met vuur en met den ,h4 ,geest uitvoerig beschreven1 die ,jezus zijn jongeren toedient alvorens hun de mysterin mee te deelen waardoor de ziel de oorden van den onzichtbaren ,god vermag te doorwandelen 7z4b474 ,ten behoeve van den eersten doop moeten de discipelen uit de handen van een man en eene vrouw die rein zijn van sexueelen omgang1 twee kruiken wijn ontvangen en wijnranken halen4 ,jezus maakt vervolgens een offer gereed1 plaatst een wijnkruik links en den anderen rechts van het offer1 gelast den discipelen zich in linnen kleeren te hullen1 steekt in hun mond en legt in hunne handen zekere kruiden en stelt hen voor het offer4 ,daarna spreidt ,jezus kleeren van linnen uit1 zet een beker met wijn en legt brooden overeenkomstig het aantal der discipelen er op en bekranst de discipelen met olijftakken4 ,na een gebed van ,jezus geschiedt een wonder3 de wijn aan de rechter zijde van het offer wordt tot water2 dan treden de discipelen voor ,jezus1 die ze doopt en hun de brooden toereikt4 ,daarop volgt de vuurdoop1 waarmee waarschijnlijk de zelfontvlamming van een reukwerk is bedoeld1 terwijl de ceremonin voorts met die bij den eersten doop vrijwel overeenstemmen4 ,bij den derden doop worden aan het reukwerk overblijfselen van safraan1 balsem en honig toegevoegd en de discipelen met myrtetakken bekranst4 ,een bewalming met wierook en andere stoffen dient om uit de discipelen de boosheid van de heerschers in de lagere gebieden van de andere wereld te verwijderen#fe4 ,ook legt ,jezus den discipelen wierook in den mond en deelt hun ten slotte de reeds boven vermelde geheimzinnige woorden en teekenen mede4 ,blijkbaar hebben diergelijke ceremonin1 met zekere variaties1 in de mysterin der ,gnostieken plaats gevonden4 ,de benoodigdheden zoowel als de handelingen bij deze gnostieke mysterin komen bijna alle ook elders in de magie voor4 ,gedeeltelijk is dit reeds gebleken1 omtrent enkele bijzonderheden echter willen wij nog een en ander in 't midden brengen4 ,onthouding van sexueelen omgang is vaak een vereischte voor het slagen van magische handelingen4 ,de minste tijdruimte hierbij is1 zooals wij reeds in ,,iii aanstipten en later nog blijken zal1 drie dagen4 ,voor eene zekere oproeping van ,aphrodite1 7,pap4 ,paris4 #cbji7 moet men zeven dagen1 voor de bezwering1 vermeld in het ,achtste boek van ,mozes1 n en veertig dagen zuiverheid betrachten#ff4 ,apollonius van ,tyana bleef1 naar verluidt1 gedurende zijn geheele leven1 sexueel rein#fg4 ,dergelijke voorschriften vindt men bij vrijwel alle volkeren4 ,ook de ,hindoes achten bij zelfstandige tooverhandelingen het inachtnemen van onthouding gedurende ten minste drie dagen noodzakelijk4 ,de ,chineesche magirs ontzeggen zich o4m4 ook sexueele genietingen en bij de primitieve volkeren moeten de toovenaars zich door wekenlange en uiterst strenge onthoudingen op de uitoefening van hun beroep voorbereiden4 ,de hoofdreden hiervan is1 dat de geslachtelijke omgang als verontreinigend wordt beschouwd4 ,men gaat daarbij niet uit van ethische of maatschappelijke overwegingen2 of de handeling in quaestie bijv4 echtelijk of buitenechtelijk is1 doet niets ter zake4 ,maar men vreest1 dat booze demonen1 door de wellust aangetrokken1 den mensch binnendringen en hem zoodoende onrein maken4 ,het animisme doet zijn machtigen invloed ook op het sexueele leven gelden4 ,linnen is eveneens bij de magie vaak in gebruik ,in den ,pap4 ,par4 wordt 7v4 #cjid7 den magir bevolen1 een rein kleed van ,indisch linnen om te doen1 en ,apollonius van ,tyana zou zijn leven lang linnen gewaden hebben gedragen4 ,onder het ,romeinsche bewind werd een ,egyptisch priester van lageren rang aangeklaagd1 omdat hij o4m4 wollen kleedingstukken droeg#fh4 ,waarschijnlijk geloofde men in overoude tijden dat linnen een uitstekend geleider is voor dat geheimzinnige1 en reeds herhaaldelijk door ons vermelde mana4 ,ook de magnetiseurs verkondigen dergelijke theorien4 ,wierook is1 zooals wij ook later nog zullen zien1 eene der voornaamste benoodigdheden bij de magie4 ,in een tooverpapyrus wordt o4m4 den magir bevolen1 zijn mond met een wierookkorrel te berooken#fi4 ,en in onze ,oost is het branden van benzo1 eene soort wierook1 algemeen in zwang1 en wel teneinde booze geesten te verjagen1 eene bedoeling1 die men zeker ook oudtijds had bij het gebruik van reukwerk4 ,vatten wij de uitkomsten van dit hoofdstuk samen1 dan blijkt1 dat aan het einde der tweede eeuw n4 ,chr4 de realiteit der magie en1 in verband hiermede1 de inwerking van demonen vrijwel algemeen werd erkend4 ,bij de discussies1 die van toen af over dit onderwerp werden gehouden1 ging het hoofdzakelijk om de vragen3 ,hoe moet men de magie uit een wijsgeerig standpunt verklaren8 en ,hoe moet men haar uit een religieus oogpunt beoordeelen8 99,litteratuur499 ,p4,j4 ,veth1 ,java1 #b';e4 dr4 bew4 d4 ,snelleman e4 ,niermeyer ,,iv #aijg4 ,gttsching1 ,apollonius v4 ,tyana1 dissertatie ,leipzig #ahhi4 99,k4 ,kiesewetter1 ,der ,occultismus des ,altertums #ahif4 ,g4,r4,s4 ,mead1 ,apollonius of ,tyana #aija4 ,canney1 ,apoll4 of ,t41 in ,enc4 ,rel4 ,eth4 ,i #aijh4 ,th4 ,whittaker1 ,apollonius of ,tyana a4 other essays #aiji4 ,j4,j4 ,hartman4 ,de ,avondzon des ,heidendoms4 ,het leven e4d4 werken v4d4 ,wijze v4 ,chaeronea #b';e dr4 #aiab4 ,g4 ,abernetty1 ,de ,plutarchi qui fertur de superstitione liber1 dissert4 ,knigsberg #aiaa4 ,b4 ,freire-,marreco1 ,charms a4 ,amulets1 in ,enc4 ,rel4 ,eth4 ,,iii #aiaj4 ,f4,t4 ,elworthy1 ,evil ,eye1 in ,enc4 ,rel4 ,eth4 ,v4 #aiab4 ,r4 ,lasch1 ,die ,ursache u4 ,bedeutung d4 ,erdbeben im ,volksglauben1 in ,arch4 f4 ,religionswiss4 ,v #aijb4 ,wallis1 ,prodigies a4 portents1 in ,enc4 ,r4,e4,x4 #aiah4 ,frazer1 ,scapegoat #aiad4 ,f4 ,schwally1 ,semitische ,kriegsaltertmer4 ,i4 ,hft4 ,der hl4 ,krieg im alten ,isral #aija4 ,p4 ,fiebig1 ,antike ,wundergeschichten4 ,zum ,studium der ,wunder des ,neuen ,testamentes1 in kl4 ,texte f4 ,vorl4 u4 ,ueb4 hsg4 v4 ,h4 ,lietzmann ,no4 #gi #aiaa4 99,a4 de ,rochas ,l'extriorisation de la motricit1 #d';e uitg4 #aijf4 ,e4 ,feilding1 ,w4,h4 ,baggally1 ,h4 ,carrington1 ,report o4a4 series o4 sittings with ,eusapia ,palladino1 in ,proceedings o4t4 ,society ,psychical ,research1 ,vol4 ,,xxiii #aiji4 ,riess1 ,aberglaube1 in ,pauly1 ,real4-,enc4 cl4 ,alt4 #b';e dr4 ,i #ahid4 ,doutt1 ,magie et ,religion d4 l',afrique d4 ,nord 7#aiji74 ,stanley1 ,through the dark continent1 ,vol4 ,i #ahgh4 99,graillot1 ,le culte de ,cyble1 ,mre des ,dieux ,rome et dans l'empire ,romain1 in ,bibl4 col4 franaises d',athnes e4d4 ,rome1 fase4 #ajg #aiab4 99,cumont1 ,textes e4 ,monuments fig4 rel4 a4 mystres d4 ,mithra ,i #ahii4 ,s4 ,krauss1 ,d4 ,leben ,jesu n4 jdischen ,quellen #aijb4 ,anrich1 ,das antike ,mysterienwesen in seinem ,einfluss auf das ,christentum #ahid4 ,j4 de ,zwaan1 ,imperialisme v4 d4 ,oud-christelijken geest 7#aiai74 ,h4 ,weinel1 ,die ,wirkungen des ,geistes und der ,geister im nach-apostolischen ,zeitalter 7#ahii74 ,bousset1 ,kyrios ,christos1 ,geschichte des ,christusglaubens v4 d4 ,anfangen d4 ,christentums bis ,irenaeus1 in ,forsch4 z4 ,rel4 u4 ,lit4 d4 ,alt4 u4 ,neu4 ,test4 #ba ,hft4 7#aiac74 ,thimme1 ,alexander von ,abonuteichos4 ,ein ,beitrag zur ,glaubwrdigkeit ,lucians1 in ,philologus ,,xlix 7#ahij74 99,o4 ,seeck1 ,gesch4 d4 ,unterg4 d4 ant4 ,welt ,bd4 ,,iii 7#aiji74 ,couperus1 ,de verliefde ,ezel #aiah4 ,e4,e4 ,sikes1 ,hair a4 nails in ,enc4 ,r4 ,e4 ,,vi #aiac4 ,m4 ,bartels1 ,die ,medizin der ,naturvlker #ahic4 ,k4 ,kiesewetter1 ,die ,geheimwissenschaften #ahie4 ,p4 ,monceaux1 ,apule magicien1 in ,revue d4 deux mondes ,,lxxxv #ahhh4 ,p4 ,vallette1 ,l'apologie d',apule4 ,thse1 ,paris #aijh4 ,s4 ,dill1 ,alexand o4 ,abonoteich41 in ,enc4 ,r4 ,e4 ,i1 7#aijh74 ,k4,h4,e4 de ,jong1 ,dienstweigering bij de oude ,christenen 7#aije74 ,m4 ,ott1 ,thundering ,legion1 in ,the ,catholic ,encyclopedy ,,xiv #aiab4 ,a4 ,lang1 ,crystal-,gazing1 ,enc4 ,r4 ,e4 ,,iv #aiaa4 99,t4 ,dempsey1 ,the ,delphic oracle1 its early history1 influence a4 fall47#aiah74 ,puech1 ,rech s4l4 disc4 a4 ,grecs d4 ,tatien 7#aijc74 99,e4 ,fehrle1 ,die kultische ,keuschheit im ,altertum1 in ,religionsgesch4 ,ver4 u4 ,vor4 ,,vi 7#aiaj74 99 99 99 99 99 ,,hoofdstuk ,v4 99,het geloof gerechtvaardigd door de wijsbegeerte499 ,de derde eeuw n4 ,chr4 wordt geestelijk beheerscht door het zg4 ,neoplatonisme1 dat de leer van ,plato en die van ,aristoteles tot n geheel trachtte te verwerken1 maar tevens ook veel aan de ,pythagoreen en de ,stoa ontleende4 ,de ,neoplatonici1 vol van belangstelling voor cosmologische en psychologische problemen1 kenden ook aan de magie eene plaats in hun systeem toe en hebben ze in hare hoogste uitingen ten slotte als iets van goddelijken aard beschouwd4 ,van den stichter der ,neoplatonische school1 ,ammonius ,saccas 7gest4 #bdb71 die niets schriftelijks heeft achtergelaten1 weten wij zeer weinig met zekerheid1 al is er reden om aan te nemen1 dat zijne verdiensten ook op zielkundig gebied nog niet naar waarde zijn geschat4 ,van zijn leerling ,plotinus 7#bjc-bfi7 daarentegen zijn ons alle geschriften overgebleven en gelukkig is dit ook het geval met zijne biographie1 geschreven door zijn eigen volgeling ,porphyrius 7 #bcc - #cjc71 een man van litterair talent en critische waarheidsliefde4 ,de levensbeschrijving van ,plotinus is vooral uit een zielkundig oogpunt belangrijk4 ,porphyrius toch verzekert dat zijn leermeester buitengewone psychische gaven bezat en twee door hem vermelde feiten behooren rechtstreeks tot het gebied der magie4 ,wij geven ,porphyrius zelf het woord 7c4 #aj73 ,van hen1 die zich voor philosofen uitgaven1 zag ,olympius uit ,alexandri1 die korten tijd discipel van ,ammonius was geweest1 met verachting op ,plotinus neer1 daar hij gaarne zelf den eersten rang had ingenomen4 ,olympius bestookte ,plotinus ook in dier voege1 dat hij zelfs door tooverijen den schadelijken invloed der gesternten op hem wilde doen werken4 ,daar hij echter gevoelde dat zijne poging op hem zelf terugsloeg1 zeide hij tot zijne vertrouwelingen1 dat de zielskracht van ,plotinus groot was1 zoodat deze de tegen hem gerichte aanvallen tegen de kwaadwilligen zelven vermocht te keeren4 ,plotinus verzette zich dan ook1 wanneer ,olympius tegen hem werkte en zei dan3 ,nu wordt het lichaam van ,olympius als een in elkaar gewrongen geldbeurs saamgetrokken en wel z1 dat zijne ledematen zich tegen elkaar wrijven4 ,aangezien ,olympius aldus vaak in de onaangename situatie had verkeerd van eerder zelf te lijden dan ,plotinus te deren1 hield hij met zijne pogingen op4 ,zooals reeds in hoofdstuk ,,iii is gebleken1 werden de sterrewichelaars1 die vooral sinds het optreden van ,posidonius 7#ace-ea v4 ,chr47 steeds meer aanhangers wonnen1 gewoonlijk met de magirs op ne lijn gesteld4 ,hier zien wij hoe astrologie en tooverij1 schoon uitteraard verschillend1 ineen vloeien1 zooals trouwens het verschil tusschen magie en wichelarij zich niet altijd door scherpte kenmerkt4 ,in het bovenstaande geval is wat de verklaring betreft1 de mogelijkheid niet van de hand te wijzen1 dat iemand1 door het vaste geloof aan de macht der sterren1 eene telepathische werking zou vermogen uit te oefenen en evenmin1 dat degene1 tegen wie ze is gericht1 door een sterkeren aanleg voor supranormale krachtsuitingen1 de booze bedoelingen op den belager zelf zou kunnen doen neerkomen4 ,nog belangrijker is wat terstond op het bovenvermelde verhaal volgt3 ,plotinus was dan ook reeds van geboorte af1 boven de andere menschen bevoorrecht zooals uit het volgende blijkt4 ,een ,egyptisch priester1 die naar ,rome was gekomen en door een vriend met hem in kennis was geraakt1 wilde eene proeve van zijne wijsheid toonen en verzocht ,plotinus om mee te komen1 ten einde zijn eigen demon beschermgeest1 zooals men hem noemt1 te zien verschijnen4 ,daar ,plotinus er gaarne gehoor aan gaf1 geschiedde de oproeping in den ,isistempel1 want dit was1 naar het zeggen van den ,egyptenaar1 de eenige reine plek1 die hij in ,rome had gevonden4 ,toen nu de beschermgeest opgeroepen werd om te verschijnen1 zou een god en geen van het geslacht der demonen zijn gekomen1 en zou de ,egyptenaar dan ook gezegd hebben3 ,gelukzalig zijt gij1 dat ge een god tot beschermgeest hebt en niet een van lageren rang4 ,zij hadden echter den god niet kunnen ondervragen en ook niet verder kunnen zien1 daar de mee aanwezige vriend de vogels1 die hij tot afweer van schadelijke invloeden in de hand hield1 worgde1 hetzij uit afgunst of uit schrik4 ,omdat nu ,plotinus een van de goddelijkere demonen tot beschermgeest had1 verhief hij ook bestendig zijn goddelijk oog tot hem4 ,en om die reden schreef hij ook een betoog ,over den demon die ons ten deel is gevallen1 waarin hij pogingen doet1 om gronden voor de verscheidenheid der beschermgeesten aan te voeren4 ,vogels bij diergelijke bezweringen te offeren1 ook door ze op een bepaald oogenblik te verstikken1 was meer gebruikelijk4 ,daardoor toch meende men den dood te kunnen afwenden1 waarmee1 naar het aloude geloof1 de verschijning van eene godheid den mensch bedreigde4 ,de vogels1 bij de oproeping van bovenmenschelijke wezens gedood1 waren dus1 naar alle waarschijnlijkheid1 oorspronkelijk plaatsvervangende offers4 ,voorts hangt dit vogeloffer wellicht ook samen met het geloof1 dat de menschelijke ziel1 na den dood1 de gedaante van een vogel aanneemt1 een geloof1 dat vooral bij de oude ,egyptenaren heerschte4 ,plotinus heeft getracht1 de magie uit de grondstellingen van het ,neoplatonisch systeem te verklaren en wel1 om het in 't kort1 maar zooveel mogelijk met zijn eigen woorden weer te geven1 aldus3 ,de wereld is n levend organisch wezen#gj waarin gelijkgestemde deelen ook op afstand op elkaar vermogen in te werken4 ,als eene snaar van onder in beweging wordt gebracht1 plant die beweging zich ook naar het boveneinde voort2 zijn twee snaren gelijk gestemd1 dan heeft1 wanneer de eene getokkeld wordt1 ook de andere vaak er als 't ware een gevoel van#ga4 ,er is ne ,al-ziel1 waardoor het geschieden kan1 dat tooverzangen en magische kunsten de menschen tot elkaar voeren1 en dat een zacht gefluisterd woord het verafliggende benvloedt en op ontzaggelijken afstand zich verneembaar maakt#gb4 ,de magie is dus mogelijk door de sympathie 7samen-aandoenlijkheid71 d4w4z4 door den organischen of wil men1 den dynamischen samenhang in de wereld4 ,onwillekeurig denkt men hierbij aan de moderne en reeds herhaaldelijk door ons vermelde leer der telepathie1 d4w4z4 der gedachteoverbrenging1 of juister1 der overbrenging van gedachtebeelden1 indrukken1 gevoelens buiten de gewone zintuigelijke kanalen om1 eene theorie1 die1 zooals wij in hoofdstuk ,,ii gezien hebben1 reeds ,aristoteles flauw voor den geest zweefde4 ,de ware magie is de liefde in het ,al en haar tegendeel1 de haat4 ,de menschen zijn tot liefhebben geboren2 wat liefde verwekt1 trekt tot elkaar aan2 zoo ontstond de tooverkunst die de eene ziel met de andere verbindt4 ,door de melodie van de bezwering1 door de gebaren van den toovenaar wordt de ziel1 d4w4z4 haar niet-redelijk deel1 medegesleept evenals zulks ook door gebaren en uitroepen geschiedt die medelijden wekken#gc4 ,ook de wijze is1 in zooverre hij aan het niet-redelijke deel heeft1 vatbaar voor magische invloeden en zou er zelfs ziekte1 lichamelijk ongemak of den dood door kunnen lijden4 ,zoo noodig zal hij die booze krachten door afwerende tooverij krachteloos maken#gd4 ,dat ,plotinus ook de doodenbezwering als reel erkende1 blijkt uit het slot van de verhandeling ,over de onsterfelijkheid der ziel1 onloochenbaar de scherpzinnigste critiek1 die oudtijds op het materialisme is geoefend1 waarin hij spreekt van de orakelen der goden1 welke gebieden om den toorn van verongelijkte zielen te verzoenen en aan dooden eerbewijzen te betoonen en van vele zielen1 die vroeger in menschen woonden en niet ophouden1 de menschen weldaden te bewijzen1 diegenen nl4 die ook door openbaring van orakelspreuken hulp verleenen#ge4 ,blijkbaar heeft ,plotinus hierbij ook aan de gevallen gedacht1 door ons in het eerste en derde hoofdstuk vermeld4 ,zelfs de demonen kunnen1 daar ook in hen iets niet-redelijks is1 door tooverij worden benvloed en degenen1 die hen aanroepen1 verhooren#gf4 ,na deze theoretische uiteenzettingen gaan wij over tot de belangrijkste gegevens omtrent de antieke magie1 nl4 de zg4 tooverpapyri1 die men sinds ongeveer het midden der vorige eeuw met grooten ijver is gaan opsporen en publiceeren4 ,deze officiele stukken1 om ze aldus te noemen1 die meestal uit de derde eeuw n4 ,chr4 of later dateeren1 bevatten zeer oude bestanddeelen en leeren ons niet slechts de tooverij in hare zonderlingste vormen kennen1 maar ook het toenmalige leven in zijne bonte verscheidenheid4 ,eene groote ruimte neemt ook hier de zinnelijke liefde in1 zooals reeds de inhoudsopgave van den #cbgd regels langen tooverpapyrus uit de ,biblothque nationale te ,parijs ons leert4 ,wij ontleenen uit dezen grooten ,parijschen tooverpapyrus de navolgende uiterst kenschetsende passages1 te beginnen met v4 #adif-aeic3 ,liefdesopwekking bij een offer van mirre4 ,offer mirre op een kolenvuur en spreek daarbij de bezwering uit4 ,bezwering4 ,gij zijt mirre1 de bittere1 de lastige1 de verzoening-bewerkende onder strijdenden1 de schroeiende en tot beminnen dwingende alwie zich niet bekommeren om de liefde4 ,allen noemen ,u mirre1 ik echter noem ,u de vleeschverterende en hartontvlammende4 ,ik zend ,u niet ver weg naar ,arabi1 ik zend ,u niet naar ,babylon1 maar ik zend ,u naar ,athenodra de dochter van ,periction opdat gij mij van dienst moogt zijn bij haar1 opdat gij haar naar mij toe moogt voeren4 ,indien zij zit1 niet moge zij zitten1 indien zij tot iemand spreekt1 niet moge zij spreken1 indien zij naar iemand kijkt1 niet moge zij kijken1 indien zij naar iemand toegaat1 niet moge zij naar hem toegaan1 indien zij rondwandelt1 niet moge zij rondwandelen1 indien zij drinkt1 niet moge zij drinken1 indien zij eet1 niet moge zij eten1 indien zij iemand kust1 niet moge zij kussen1 indien zij zich vermeit in eenig genot1 niet moge zij zich vermeien1 indien zij slaapt1 niet moge zij slapen1 maar mij alleen1 ,callicles1 moge zij in gedachte houden1 naar mij alleen verlangen1 mij alleen liefhebben1 alle mijne verlangens vervullen4 ,dring tot haar in niet door hare oogen1 niet door haar ribben1 niet door hare nagels1 niet door haar navel1 niet door hare ledematen1 maar door hare ziel en blijf in haar hart en brand haar binnenste1 haar borst1 hare lever1 haar adem1 hare beenderen1 haar merg1 totdat zij kome naar mij1 ,callicls1 mij lief hebbende en doe al wat ik verlang1 omdat ik ,u1 mirre1 bezweer bij de drie namen ,anocho1 ,abrasax1 ,tr en den meer achterhalenden en sterkeren ,kormeith1 ,ia1 ,sabath1 ,adnai opdat gij mijne opdrachten moogt vervullen1 mirre6 ,zooals ik ,u verbrand en zooals het in ,uw vermogen is1 aldus verbrand van haar die ik bemin1 ,athenodra1 de hersenen1 brand uit haar en wring er uit het binnenste1 doe het bloed uit haar uitdruppelen totdat zij kome tot mij1 ,callicls1 den zoon van ,timocleia4 ,ik bezweer ,u bij ,marparkourith1 ,nasaari1 ,naiemarepaiparine1 ,kouri4 ,ik werp ,u in 't brandende vuur en ik bezweer ,u bij den albeheerschenden god1 den altijd levenden2 ik bezwoer ,u en bezweer ,u ook nu1 ,u1 ,adnai1 ,barbar ,ia1 ,zagour ,arsamsi1 ,alaous1 ,kaisalas1 ik bezweer ,u1 die den mensch stelt tot leven1 hoor6 hoor6 ,o groote ,god ,adnaie1 ,ethuia1 ,zelfverwekker1 ,altijdlevende ,god1 ,ei1 ,ia1 ,a1 ,a1 ,phnes ,sphints ,arbathia1 ,ia1 ,ia1 ,ia ,aon1 ,our1 ,gonthiar1 ,rarael1 ,abra ,brachasoroormerphergar1 ,marbaphriouiringx1 ,ia1 ,sabath1 ,maskelli1 ,maskell4 ,de bezwering3 ,amouse1 ,anouringch1 ,phnoukentabath1 ,sousaephinphesch1 ,maphirar ,anourin ,ibanaoth1 ,arour1 ,chnouph1 ,anoch1 ,bathi1 ,ouchiarbas1 ,babaubar1 ,elai4 ,voer naar mij ,athenodra1 de dochter van ,periction1 naar mij1 ,callicles1 den zoon van ,timocleia1 op den dag van heden1 in deze nacht1 in dit uur ,mouloth1 ,phorith ,phthoith1 ,phthuth1 ,penin4 ,ik roep ook u aan die het vuur beheerscht ,phthananoch1 verhoor mij1 gij ,eene1 ,eeniggeboren ,mane1 ,bia1 ,ba1 ,ba1 ,churir1 ,oou1 ,thadein1 ,adnai1 ,erounouni1 ,minch ,chioutiai1 ,marmar1 ,auo1 ,e1 voer ,athenodra de dochter van ,periction naar mij ,callicls den zoon van ,timocleia nu1 nu1 reeds1 reeds1 snel1 snel6 ,de namen van den minnaar1 de beminde en de moeders hebben wij ter wille van de grootere levendigheid zelf er in gevoegd2 in den tekst staat ,n4,n4 ,dat men bij eene bezwering den naam van de moeder en niet dan bij uitzondering dien van den vader noemt1 zal wel een overleefsel zijn van het z4g4 moederrecht1 d4w4z4 de gewoonte om de afstamming naar de moeder1 in plaats van1 zooals thans1 naar den vader1 te bepalen4 ,van het moederrecht dat bij tal van primitieve volkeren heerscht1 zijn n4l4 ook bij de oude oostersche volkeren sporen te vinden4 ,overigens hebben wij deze bezwering in haar geheel weergegeven1 met al de tooverwoorden4 ,want blijkbaar is het niet slechts de accentuatie1 maar ook het aantal dier tooverwoorden1 wat het gewenschte effect bewerken moet4 ,zooals de lezer al spoedig ziet1 zijn er ,hebreeuwsche uitdrukkingen onder2 ook ,egyptische bestanddeelen zijn te constateeren1 maar veel blijft uit den aard der zaak onzeker en onbegrijpelijk4 ,slechts van ,abrasax willen wij1 omdat het straks te pas komt1 vermelden dat de getallenwaarde ervan 7in 't ,grieksch worden de getallen door letters aangegeven7 #cfe bedraagt4 ,aan ,theocritus' in ,,ii en ,vergilius' in ,,iii vermelde idyllen herinnert de navolgende ,wonderbaarlijke liefdestooverboei 7v4 #bif-dcc71 die wij slechts gedeeltelijk aanhalen3 ,neem leem van een pottebakkerswiel en vorm twee beeldjes1 een mannelijk en een vrouwelijk2 maak het mannelijke als den gewapenden oorlogsgod1 met een zwaard in de linker hand1 en een slag doende neerkomen op haar rechter sleutelbeen1 haar zelve met de armen op den rug geboeid en op de knien neergezonken4 ,dan moet de magir op verschillende lichaamsdeelen van de vrouw tooverwoorden schrijven en vervolgens dertien bronzen naalden nemen en het beeldje in dier voege doorprikken1 dat hij allereerst een in de hersenen steekt met de woorden3 ,ik doorprik de hersenen van u1 ,simaitha en zoo voort met de overige lichaamsdeelen4 ,daarna moet hij op een looden plaatje eene bezwering inkrassen en uitspreken1 voorts het plaatje aan de beeldjes vastbinden met een draad uit een weefsel na in dien draad driehonderd vijf en zestig knoopen te hebben gemaakt en zeggen3 ,abrasax houd vast6 ,het toovergerei wordt bij zonsondergang1 naast de zerk van een ontijdig gestorvene of van een gewelddadig gedoode neergelegd met de bloemen van dat jaargetijde er bij4 ,in de bezwering zelf2 worden de onderaardsche goden en in 't bijzonder de blijkbaar aan dieplek verbonden doodengeest aangeroepen2 overigens lijkt ze zeer op de eerst-aangehaalde bij het mirre-offer1 maar is langer en hartstochtelijker1 zooals o4m4 blijkt uit v4 #cif-djf3 ,ik bezweer u1 doodengeest1 bij den geduchten grooten ,oae ,baphrenemounothilarikriphia ,eueai ,phirkiralithonuomener ,phabeai1 dat gij ,simaitha naar mij voert en dat zij haar hoofd met mijn hoofd samenvoege en hare lippen met mijne lippen 444 en liefde met mij1 ,meleagros1 uitoefene1 al haar leven lang4 ,aan deze tooverboei na verwant is 7v4 #acij-adie7 de navolgende ,liefdesopwekking door medehulp van helden1 zwaardvechters of gewelddadig omgekomenen4 ,laat van het brood dat gij eet1 een weinig over1 breek het1 maak er zeven brokken van1 ga naar eene plek waar helden1 zwaardvechters en slachtoffers van geweld gedood zijn1 spreek de bezwering over de brokken uit en werp ze neer en raap mest op van de plek waar gij dit doet en werp hem binnen bij haar die gij begeert en ga en leg ,u te ruste neer4 ,de bezwering1 uit te spreken over de brokken1 is als volgt3 ,aan de schikgodinnen1 de noodzakelijkheden1 de tooverijen1 't verderf1 de afgunst1 de dooden1 de ontijdig en gewelddadig omgekomenen werp ik voedsel toe1 o gij driehoofdige1 nachtelijke1 slijkverslindende maagd1 sleutelhoudster ,persephassa1 kind van den ,tartarus1 norsch kijkende1 geduchte met vurige slangen omgorde6 ,philogynes mengde de overblijfselen van zijn eigen voedsel met tranen en bittere zuchten opdat gij hem bijstaat1 die door kwellingen is bevangen1 gij rampzalige helden1 gij die op deze plek wordt vastgehouden1 gij lichtverstokenen1 lotmisdeelden1 rampzaligen1 staat ,philogyns bij1 die zwoegt in zijn hart ter wille van ,misandra1 de goddelooze en onreine4 ,voert haar in kwellingen hierheen1 zoo snel mogelijk4 ,eioutabath1 ,takerba1 ,abrathia1 ,lalaoith1 ,isachtou1 ,allaleth1 en gij heerscheres1 slijkverslindende1 ,sunatra1 ,kabibau1 ,baras1 ,enphnoun1 schikgodin1 ,ereschiga ,neboutosoualth1 zend de wraakgodin 444 die de zielen der afgetobde dooden met vuur opwekt2 gij rampzalige helden en ongelukkige heldinnen1 gij die op deze plek1 die op dezen dag1 die op dit uur door mij wordt aangeroepen 444 verhoort mij en wekt ,misandra op in deze nacht en neemt haar den zoeten slaap weg van de oogleden en geeft haar hatelijken kommer1 geducht verdriet en laat haar mijne sporen nazoeken en willen wat mijne verlangens zijn totdat zij verricht heeft wat haar opgedragen wordt door mij1 o heerscheres ,hecat1 ,phorba1 ,phorba1 ,barbar1 ,phrphr1 ,phrbai1 godin der wegen1 zwarte dog6 ,wanneer gij met dit te doen binnen drie dagen niets hebt uitgericht1 maak dan gebruik van het volgende dwangmiddel3 ga naar dezelfde plek en doe hetzelfde met de brokken1 maar offer dan op kolenvuur den mest van eene zwarte koe en zeg dit en raap weer den mest op en werp hem weer zooals gij weet dat ge doen moet4 ,de bezwering bij het offer is de navolgende3 ,o onderaardsche ,hermes en onderaardsche ,hecat en onderaardsche ,acheron en gij1 rauwverslindende onderaardschen en onderaardsche god1 en onderaardsche helden en onderaardsche ,amphiaraos1 en onderaardsche dienstbaren en onderaardsche geesten en onderaardsche misdrijven en onderaardsche droomen en onderaardsche eeden en onderaardsche hoofdgodin en onderaardsche ,tartarus en onderaardsche tooverij en onderaardsche ,charn en onderaardsche wapendragers en dooden en demonen en zielen van alle menschen komt heden2 schikgodinnen en nooddwang1 brengt tot vervulling hetgeen geschiedt bij deze liefdesopwekking1 opdat gij tot mij voert ,misandra1 de dochter van ,aret1 tot mij1 ,philogyns1 den zoon van ,las1 omdat ik u aanroep1 de in-den-beginne-geboren ,chaos1 de ,erebos1 het huiveringwekkende water van den ,styx1 de stroomen der vergetelheid1 de acherousische poel van het doodenrijk1 ,hecat en ,plouto en ,kora1 de onderaardsche ,hermes1 de schikgodinnen en de straffen en de ,achern en gij ,aiakos1 deurwachter der eeuwige sluitboomen1 open ze zoo snel mogelijk1 en gij sletelhouder ,anoubis1 wachter6 ,zendt voor mij naar boven de schimbeelden dezer dooden tot dienstbetooning in dit uur1 zonder uitstel1 opdat zij1 optrekkende1 naar mij1 ,philogyns toevoeren ,misandra1 de dochter van ,aret4 ,isis stapte met haar echtgenoot-broeder op de schouders1 ,zeus1 neergedaald van den ,olympus1 staat en wacht op de schimmen der dooden1 die gaan naar ,misandra en doen wat ik opdraag4 ,alle onsterfelijke goden kwamen en alle godinnen om te zien de schimmen dezer dooden4 ,draalt dus niet en weest niet traag1 maar zendt1 o goden1 de schimbeelden dezer dooden1 opdat zij gaan naar ,misandra en doen wat ik opdraag1 omdat ik u bezweer bij ,jao en ,sabath en ,adonai 444 ,bourrephaomias1 ,salk1 ,hadesbeheerscher1 ,sesengen4 ,dit is de spreuk3 ,baliaba1 ,erechcharnoi1 ,aberidouma1 ,salbachthieiserseratho1 ,eiserdaomi1 ,sisiphna1 ,sisa1 ,edoube1 ,achcharitons1 ,aber1 ,phnouba1 ,jabaldenathi ,ithrouphi1 zendt naar boven de schimbeelden dezer dooden naar ,misandra de dochter van ,aret1 om te doen wat ik opdraag4 ,deze bezweringen bestaan voor een groot gedeelte uit verzen en fragmenten van verzen1 blijkbaar aan de tragedie en het epos ontleend1 zooals immers ook in deze papyri herhaaldelijk versregels uit ,homerus als tooverspreuken worden aangehaald4 ,homerus was voor de ,grieken vrijwel hetzelfde als voor christelijke volkeren de ,bijbel en het is een feit dat ook verzen uit den ,bijbel voor tooverdoeleinden zijn aangewend4 ,het uiterst onaesthetische gebruik om mest als toovermiddel in het huis van de beminde te werpen1 schijnt ook nu nog in zekere landen voor te komen en berust blijkbaar op het geloof1 dat het mana van een overledene ook voorwerpen welke op de plek komen te liggen waar hij gestorven of begraven is1 vermag te doortrekken en er zoodoende tooverkracht aan te verleenen4 ,viezigheden komen overigens in de tooverpapyri slechts vrij sporadisch voor4 ,hoe men den toorn van een godheid als magisch middel moet gebruiken1 wordt voornamelijk in v4 #bdee-bgje uiteengezet4 ,men moet nl4 na allerlei voorbereidingen zich tot de maangodin wenden 7v4 #bdgb-bdib73 ,moge de godin ,actiophis mij toeblinken en mijne heilige stem hooren6 ,ik treed op om mijne aanklacht uit te spreken tegen de vuile en onreine ,simaitha4 ,want zij gaf uwe heilige mysterin aan de menschen ter kennis prijs4444 ,ontruk haar den slaap1 geef haar verschroeiing der ziele1 tuchtiging des geestes en verbijstering1 en verdrijf haar uit ieder oord en ieder huis1 voer haar aldus naar mij1 ,philogynes4 ,en in den dwangspreuk 7v4 #begd-bfba1bfdc-bfgd7 wordt beweerd dat ,simaitha aan de godin een gruwelijk offer brengt onder welks bestanddeelen zich ook een ongeboren resp4 een jong kind bevindt1 zooals wij reeds in hoofdstuk ,,iii terloops hebben vermeld4 ,hoogst opmerkelijk is in de bovenvermelde ,liefdesaantrekking1 evenals trouwens ook in andere bezweringen de overspannen eisch dat het geheele doodenrijk1 dat alle goden moeten samenwerken1 om n minnaar zijn zin te laten krijgen4 ,allerzonderlingst bovenal is de mythologie er bij gehaald2 ,grieksche1 ,egyptische1 ,joodsche1 ,babylonische goden1 scherp omlijnde figuren en vage abstracties worden om strijd aangeroepen4 ,van edeler aard zijn de voorschriften 7v4 #aed-bhe71 die de toovenaar ,nephotes aan ,psammetichus1 den koning van ,egypte zou hebben gegeven1 ten einde in het weerspiegelende water zelf de gedaanten van goden of overledenen te zien en hunne stem te vernemen1 de hydromantie1 die1 zooals wij tegen het einde van hoofdstuk ,i zagen1 reeds de legendaire ,romeinsche koning ,numa ,pompilius zou hebben beoefend4 ,zij vereischt allerlei voorbereidingen1 waarvan wij hier een en ander willen vermelden4 ,men moet zich1 met zwarte klimop bekransd1 in bijzijn van een inwijder1 op zuiver linnen neerleggen1 zich de oogen met een zwarten riem laten omhullen1 de houding van een doode aannemen en met gesloten oogen tegen de zon gekeerd 7v4 #aga-agh71 eene bezwering 7v4 #agi-bjh71 driemaal uitspreken 7#bjh vlg474 ,dan ontvangt men4 aldus gewapend een zeker teeken van den god en moet1 onder dankbetuigingen1 op een aarden reukschaal wierook offeren1 die zonder insnijding in de boomschors is verkregen 7v4 #bji-bai74 ,het voorschrift omtrent de eigenlijke handeling luidt 7v4 #bbc--bca7 aldus3 ,neem een bronzen vat of schaal of beker1 zooals gij wilt1 doe er water in1 als gij de hemelgoden aanroept1 regenwater1 als gij de aardgoden aanroept1 zeewater1 als gij ,osiris of ,sarapis aanroept1 rivierwater1 als gij dooden oproept1 bronwater1 houd het vaatwerk op uwe knien1 giet er olie van onrijpe olijven op1 en zeg1 terwijl gij u er zelf over heen bukt1 in het vaatwerk den daartoe vereischten tooverspreuk en roep welken god gij wilt1 aan1 en vraag hem waarover gij wilt en hij zal u antwoorden4 ,bij deze tooverhandeling1 die den koning alleen wordt medegedeeld 7v4 #bed vlgg471 dient men ook een amulet te dragen1 en wel een zilveren plaatje1 waarop de naam van den grooten god is geschreven 7v4 #beg vlgg474 ,aangaande het betooveren van knapen1 reeds in ,,iii en ,,iv herhaaldelijk vermeld1 geeft o4m4 de de zg4 neerval-tooverij van ,salomo 7v4 #hej--ibi7 ons nadere opheldering1 eene handeling1 die overigens ook met volwassen mannen kan worden verricht en waaromtrent eveneens de meest stipte geheimhouding wordt geboden 7v4 #hea--hef73 ,ik bezweer ,u bij de heilige goden en bij de hemelsche goden1 aan niemand de tooverhandeling van ,salomo mede te deelen en ze niet met den eerste den beste te verrichten1 als niet eene noodzakelijke aangelegenheid u dwingt1 opdat niet de goden voortdurenden wrok tegen u koesteren4 ,daarna volgt eene aanroeping tot een god1 om den magir door middel van een man of knaap omtrent welke zaak hij wil in te lichten4 ,de handeling zelf moet onder den blooten hemel plaats vinden en het medium op ongebrandetichelsteenen worden neergezet4 ,driedaagsche onthouding van sexueelen omgang1 het gebruik van zekere planten als beschermmiddelen en zekere kleedingstukken zijn vereischt 7v4 #hig--ijd74 ,voorts wordt 7v4 #ijd--iae7 den magir geboden3 ,hef uwe handen ten hemel naar de stralen van de zon toe en spreek de bezwering zeven keer uit1 offer uitnemenden wierook op hout van wijnstokken1 na wijn of bier of honig of melk van eene zwarte koe te hebben geplengd en zeg vervolgens in 't oor van den betreffenden man of knaap zeven keer de tooverspreuk en hij zal terstond neervallen2 maar gij zet u neer op de tichel-steenen en vraag hem uit en hij zal alles naar waarheid uiteenzetten4 ,gij moet hem en ook u zelf bekransen met een krans van geel ,sint-,janskruid4 ,de god is op die plant gesteld4 ,ter onttoovering moet de magir de woorden ,ananak1 ,arbeouri en ,aeiouo-1 d4w4z4 de opeenvolging der ,grieksche klinkers1 in 't oor fluisteren en indien de uitwerking uitblijft1 eene zekere soort sesam op kolenvuur offeren met eene eenigszins gewijzigde bezwering en het verzoek tot den god3 ,heer1 ga heen naar uwe eigene tronen en bewaar 7het medium7 voor alle ellende 7#iaf--ibb74 ,bij diergelijke tooverijen wordt ook wel gebruik gemaakt van eene lamp1 waarin zich zuivere olie bevindt 7v4 #ajid vlg474 ,de magir spreekt met geslotene oogen de tooverspreuk uit 7v4 #ieh7 en kijkt eindelijk naar de vlam van de lamp1 waarin de aangeroepene god moet verschijnen 7v4 #aajd--aaad74 ,vaak liet men echter ook1 zooals een ,egyptisch tooverboek uit dien tijd ons leert1 een knaap1 over wiens hoofd men eene bezwering uitsprak1 in het licht zien2 had de verschijning niet plaats1 dan moest de knaap met zijn mond naar de lamp toegekeerd eene zekere formule zeggen4 ,en dan openbaarde de god zich aan den knaap op het gegeven oogenblik4 ,die neerval-tooverij zoowel als het gebruik maken van eene lamp1 roepen ons onwillekeurig eene zekere beschuldiging te binnen1 tegen den romancier-wijsgeer ,apuleius gericht1 zooals wij in ,,iv hebben vermeld4 ,de aanroepingen1 in die tooverpapyri tot de hoogere machten gericht1 zijn soms van verbijsterende grootschheid4 ,vlg4 bijv4 de navolgende tot den minnegod 7v4 #agdh--agif73 ,ik roep ,u aan1 den leidsman van alle wording1 ,u1 die ,uwe vleugelen uitspreidt over de geheele wereld1 ,u1 den ongenaakbare en onmeetbare1 die in alle zielen de levenwekkende rede inblaast1 ,u1 die alle dingen hebt samengevoegd door ,uwe macht1 ,eerstgeborene1 ,grondvester van het ,al1 goudvleugelige1 zwartglanzende1 die de bezadigde redeneeringen wegbergt en duistere razernij inblaast ,u1 de verborgene1 en die heimelijk aan alle zielen het niet te aanschouwen vuur der verwekking toedeelt1 ,u1 die de hand legt op al het bezielde1 die niet met vermoeienis kwelt1 maar met het smartelijk genot van de wellust1 uit wien alles is ontstaan6 ,gij brengt bij ,uwe ontmoeting leed aan1 nu eens bezadigd1 dan weer onberedeneerd1 gij1 door wien de menschen tegen de plicht in durven te handelen en dan de toevlucht nemen tot ,u1 den zwartglanzende6 ,gij1 jongste1 wettelooze1 onverzoenlijke1 onverbiddelijke1 onzichtbare1 onlichamelijke1 razernijverwekker1 boogschutter1 fakkeldrager van alle geestelijke waarneming1 heerscher over alle verborgenheden1 beschikker over de vergetelheid1 oervader van het zwijgen 444 kom1 gij1 onnoozel als gij ver-1 wekt wordt in 't hart1 machtigste als gij volgroeid zij't1 ik roep ,u aan1 den onverbiddelijke1 bij ,uwen grooten naam ,azarachtharaza1 ,lathaiathal1 ,uuu1 ,lathaiathallalaph1 loioio1 ,ai1 ,ai1 ,ai1 ,ai1 ,ourieu ,oiai 444 ,eerstverschijnende1 in-de-nacht-ver-schijnende1 in-de-nacht-,u-verblijdende1 nachtverwekker1 verhoor mij6 ,de volgende aanroeping1 uit een der tooverpapyri van de ,leidsche bibliotheek#gg is niet min der indrukwekkend3 ,kom herwaarts tot mij 444 o gij allesbeheerschende god1 die de menschen den adem tot leven hebt ingeblazen1 heer van wat in de wereld schoon is1 verhoor mij1 ,heer1 wiens verborgen naam niet is uit te spreken1 de naam1 op het hooren waarvan de demonen wegduiken 4441 de naam1 op het hooren waarvan de aarde draait1 de onderwereld in opschudding geraakt1 de rivieren1 de zee1 de poelen1 de bronnen verstijven1 de rotsen scheuren6 444 ,gij zijt de goede geest1 gij zijt de heer1 die alles verwekt en voedt en doet toenemen4 ,wie vormde de gedaanten der dieren1 wie vond de wegen1 wie is de schepper der vruchten1 wie wekt de bergen ten hoogen op1 wie beval de winden hun jaarlijksch werk te verrichten8 444 ,gij zijt de ne onsterfelijke god1 verwekker van alles en gij deelt aan alle dingen zielen toe en beheerscht alles1 koning der tijdperken en heer6 ,en de bergen beven met de vlakten en de stroomen van bronnen en rivieren en de diepten der aarde 444 de hoogblinkende hemel beeft voor ,u en de geheele zee1 o ,heer6 ,albeheerscher1 heilige en heer van allen1 door ,uwe macht bestaan de elementen en groeit alles6 ,maar het komt1 o4m4 in diezelfde bezwering#gh1 ook voor1 dat de magir zich met de goden vereenzelvigt3 ,ik ben het geloof1 uitgestort over de menschen1 en de profeet der heilige namen1 de heilige1 die gegroeid is uit de diepte1 ik ben de heerscher die gegroeid is uit den heiligen god1 ik ben de god1 dien niemand ziet1 noch roekeloos noemt1 ik ben de heilige vogel ,phenix1 ik ben de heerscher1 de heilige1 bijgenaamd ,marmauoth1 ik ben de zon1 die het licht heeft vertoond1 ik ben ,aphrodit1 bijgenaamd ,typhi1 ik ben de heilige bestuurder der winden ik ben ,kronos die het licht heeft getoond1 ik ben de moeder der goden die genoemd wordt hemel1 ik ben ,osiris die genoemd wordt het water1 ik ben ,isis1 die genoemd wordt de dauw1 ik ben ,esenephus die genoemd wordt lente1 ik ben het beeld1 voor de in waarheid bestaande beelden1 in de gelijkenis van een krokodil1 ik ben ,suchos4 ,terloops zij opgemerkt1 dat in sommige streken van ,egypte de krokodil1 ,souchos 7,sebak7 geheeten1 goddelijke eerbewijzen genoot1 zooals nu nog in den ,indischen archipel hier en daar het geval is4 ,vereenzelviging met de godheid komt vaak voor1 ook in het ,nieuwe ,testament4 ,in den brief aan de ,galaten1 ,,ii1 #bj verklaart de apostel niet ik meer leef1 maar ,christus leeft in mij4 ,en zeer sterk komt dit uit in de zg4 ,oden van ,salomo 7waarschijnlijk uit de tweede eeuw dateerende74 ,daar toch zegt de dichter in ,,vii1 #c van ,christus3 ,hij nam mijn wezen aan1 opdat ik ,hem zou begrijpen1 en mijn gestalte1 opdat ik mij niet van ,hem zou afwenden4 ,en in ,,xvii luidt het3 #g4 ,en ,hij1 die mij kende en mij opvoedde is de ,allerhoogste in al zijne volmaaktheid4 ,en hij verheerlijkte mij door zijne goedertierenheid en verhoogde mijn verstand tot de hoogte der waarheid4 #h4 ,en vandaar gaf ,hij mij het pad zijner voetsporen4 ,en ik opende de poorten1 die gesloten waren4 #i4 ,en ik rukte ijzeren grendels af en het ijzer ontgloeide en vloeide en versmolt voor mij4 #aj4 ,en niets vertoonde zich voor mij gesloten3 ,want ik was de opening van alles4 #aa4 ,en ik ging tot al mijne gebondenen om hen los te maken1 ,om geen over te laten gebonden of bindende4 #ab4 ,en ik gaf mijne kennis mildelijk en mijn gebed in mijne liefde4 #ac4 ,en ik zaaide mijne vruchten in de harten en veranderde hen in mijzelven4 ,en zij ontvingen mijn zegen en leefden4 #ad4 ,en zij vergaderde zich bij mij en werden verlost1 ,want zij waren mij tot ledematen en ik hun hoofd4 ,de godsdienst gaat hier in mystiek over4 ,het is dus zake1 kortelijk ook op de mystiek onze aandacht te vestigen4 ,mystiek in den meest volstrekten zin is het streven1 om boven het denken uit1 zich met het allerhoogste 7het goddelijke7 te vereenzelvigen4 ,dit streven vinden wij o4m4 ook bij de ,neoplatonici1 inzonderheid bij ,plotinus4 ,hij toch verkondigt een monisme 7eenheidsleer7 in den meest strengen zin des woords1 d4w4z4 hij wil alles tot n hoogste eenheid herleiden4 ,die eenheid is voor hem ,god1 van wien echter1 strikt genomen1 niets te praediceeren valt2 ook de uitdrukking n is in dezen niet anders dan het gebrekkig stamelen van de hier te kort schietende menschentaal4 ,god gaat ook boven het denken uit1 want denken1 hoe eenvoudig ook1 veronderstelt althans eene tweeheid1 nl1 iets dat denkt en iets dat gedacht wordt2 ,god echter is1 als men iets van hem mag praediceeren1 het meest volstrekte ,en4 ,zooals van zelf spreekt1 is het ons doel1 om ons tot ,god te verheffen4 ,dit moeten wij bereiken door ons van de hartstochten los te maken1 door ons te oefenen in het zuivere denken1 door eindelijk1 van alles te abstraheeren4 ,dan eerst kan het ons1 in zeldzame oogenblikken1--,plotinus zou het in zes jaren vier keer hebben gehad#gi--te beurt vallen1 om boven het denken uit1 tot eenwording te geraken met het ne4 ,dit is de unio mystica1 de mystieke eenwording1 zooals men het in de middeleeuwen noemde bij de ,oosterlingen is zij in het zg4 sufisme het einddoel der geloovigen en speelt een groote rol in de ,perzische litteratuur4 ,keeren wij tot de magie terug1 dan blijkt ten duidelijkste1 hoe zeer zij van de mystiek verschilt4 ,voor den mysticus immers is de nwording met het goddelijke iets lijdelijks2 de magir daarentegen geeft zich voor een god uit1 om aan zijne woorden kracht tot handeling bij te zetten4 ,ja1 hij durft zelfs1 als zijnde gelijk aan de goden1 de zwaarste dreigementen tegen hen uit te spreken3 ,als ge niet naar mij hoort1 zal de zonnekring neerbranden en er zal duisternis zijn over de geheele bewoonde aarde en de tor ,egyptisch symbool voor de zon zal worden uitgedoofd1 totdat gij me doen zult alles wat ik schrijf of zeg1 zonder overtreding#hj4 ,een ander zeer kenschetsend staaltje van soortgelijke dreigementen vindt men op eene zg4 vervloekingstaf el1 uit ,hadrumetum 7in ,tunis7 afkomstig4 ,de magir toch roept1 aan het slot van zijne bezwering1 na zijne wenschen te hebben kenbaar gemaakt1 uit3 ,zoo niet1 dan zal ik in de heiligdommen van ,osiris neerdalen en zijn graf verwoesten en door den stroom laten meevoeren1 want ik ben de groote decaan van den grooten god ,achrammachalala4 ,de decanen waren demonen van hoogen rang1 aan wie de bewaking van ,osiris' gebeente was toevertrouwd2 door zich met hun hoofd te vereenzelvigen1 wil de magir te kennen geven1 dat zijne dreigementen niet ijdel zullen zijn4 ,die bedreigingen1 tegen de goden gericht1 wekten bij menigeen groote verontwaardiging op en zijn dan ook een der hoofdpunten in de meest diepgaande polemiek1 die toenmaals is gevoerd over de magie en wat er mee samenhangt4 ,porphyrius toch1 de bovenvermelde leerling van ,plotinus1 had in zijn ,brief aan den priester ,anebo allerlei vragen opgeworpen1 inzonderheid aangaande de hoogere magie1 en ronduit verklaard1 dat hij met de moeilijkheden1 die zich daarbij aan zijn geest voordeden1 niet goed raad wist4 ,er kwam een antwoord1 op naam van den ,leermeester ,abammon4 ,abammon is echter 7zooals blijkbaar ook ,anebo7 een gefingeerde naam waarachter1 naar o4i4 niet meer te betwijfelen valt1 zich de ,syrir lamblichus verbergt1 een discipel van ,porphyrius zelf4 ,de titel1 dien men aan dit boek gewoonlijk geeft1 luidt3 ,over de mysterin4 ,hooren wij nu ,porphyrius' bezwaar tegen de magische dreigementen 7c4 #cj vlg473 ,nog veel onredelijker is het chter1 dat een mensch1 die aan het toeval onderworpen is1 niet slechts een demon1 als het zoo uitkomt1 of de ziel van een overledene1 maar koning ,helios de zon zelf of de ,maangodin of een ander der hemelgoden met dreigementen schrik aanjaagt en liegt1 opdat zij de waarheid zullen spreken4 ,want te zeggen1 dat hij 'den hemel zal verbrijzelen en de geheimen van ,isis zal blootleggen en het in ,aby-' dos in ,egypte verborgene zal toonen en de bark waarop naar het ,egyptisch geloof1 de zonnegod het hemelruim omzeilt zal doen stilstaan en de ledematen van ,osiris voor ,typhon zal uitstrooien--is er eene grootere geestesverbijstering denkbaar1 dan te dreigen met hetgeen men noch zag1 noch vermag1 of eene meer vernederende vreesachtigheid dan om net evenals onnadenkende kinderen1 voor z ijdele schrikbeelden en verzinsels bang te zijn8 ,het antwoord hierop luidt 7,,vi1 #e vlg473 ,met al dit soort van tooverspreuken bedreigen de menschen niet1 zooals gij meent1 de zon of de maan of den een of ander der hemelgoden 7want dan zouden er nog grooter absurditeiten geschieden dan waarover gij uwen onwil betuigt71 maar1 zooals ik in 't voorafgaande zeide1 een geslacht van in den kosmos verspreide krachten1 dat geen geest des onderscheids of rede bezit1 dat van een ander rede ontvangt en naar hem luistert1 maar geen eigen inzicht heeft1 noch het ware van het leugenachtige of het mogelijke van het onmogelijke onderscheidt4 ,dit geslacht wordt door het uitstooten van opeengehoopte dreigementen in beweging en tot verbijstering gebracht1 daar het immers in zijn aard ligt1 zelf gedreven te worden door krachtuitspraken en anderen mee te sleuren door zijne eigen verbijsterde en onbestendige verbeelding4 ,maar dit heeft ook nog eene andere reden en wel als volgt4 ,de therg hoogere magir gebiedt de kosmische machten door de kracht der geheimenissen niet meer als mensch of zich van eene menschelijke ziel bedienende1 maar als in de rij der goden uitstekende gebruikt hij grootere dreigementen dan met zijn eigen wezen overeenstemt1 niet als of hij alles zou doen1 wat hij verzekert1 maar bij een diergelijk gebruik van formules toonende hoe groot en van welken aard de kracht is1 die hij bezit door zijne eenheid met de goden1 welke de kennis der verborgene symbolen hem heeft verschaft4 ,die symbolen bestonden uit allerlei zinspelingen op de mythologie1 uit figuren1 voorwerpen1 uitheemsche namen en zonderlinge letterverbindingen1 waarvan immers de gnostieke geschriften2 7z4b4 ,,iv7 en de tooverpapyri wemelen4 ,en wanneer de symbolieke beteekenis van die woorden en klankverbindingen voor ons onbegrijpelijk is1 dan is dit1 volgens ,iamblichus 7,,vii1 #d7 juist het meest aanbiddenswaardige er aan2 ze is immers te verheven1 dan dat ze voor ons denken zou kunnen worden ontleed1 vgl4 ook de volgend uitspraak7,,ii1 #aa73 ,zoowel eene de godenwaardige voltrekking van de geheime en alle denken te boven gaande handelingen als de macht van de onuitsprekelijke en door de goden alleen begrepene symbolen geeft ons de thergische n wording4 ,aangaande die dreigementen verdient nog het volgende uit ,iamblichus 7,,vi1 #g7 onze aandacht3 ,de demonen houden de wacht over de onuitsprekelijke mysterin juist daarom zoo nauwgezet1 omdat daardoor voornamelijk de orde in 't heelal wordt bewaard4 ,want daarom blijven de deelen van het ,al in rij en orde1 omdat de weldadige macht van ,osiris zuiver en onbevlekt blijft en zich niet vermengt met de aan haar tegenovergestelde disharmonie en verwarring4 ,het leven van alle dingen blijft rein en onbedorven1 omdat de verborgene en levenbarende en redelijke schoonheid van ,isis niet in het verschijnende en zichtbare lichaam neerdaalt4 ,in eeuwige beweging en in eeuwige wording blijft alles1 omdat de loop der zon nooit stilstaat1 volmaakt en zuiver blijft alles1 omdat de verborgenheden in ,abydos nooit worden onthuld4 ,waaraan nu het universum zijn behoud te danken heeft 7ik bedoel aan het feit dat de geheimen altijd verborgen bewaard worden en dat het onuitsprekelijke wezen der goden nooit het tegenovergestelde lot ondergaat71 daarvan kunnen de aardsche demonen niet eens hooren1 dat het ooit anders zou zijn of geprofaneerd zou worden en daarom heeft eene zoodanige wijze van bezweren eenige macht over hen4 ,wij komen op ,iamblichus1 die meer tot de vierde eeuw en tot eene andere denkrichting behoort1 later terug4 ,dat ook de belletrie sterk in het teeken der magie stond1 blijkt o4m4 uit ,heliodorus' ,aethiopische verhalen1 een roman die zoowel door fijne compositie als door fraaie beschrijvingen uitmunt en waaraan nog in latere tijden beroemde auteurs veel hebben ontleend4 ,in dezen roman1 die naar alle waarschijnlijkheid uit de laatste decennin van de derde eeuw dagteekent1 wordt o4m4 het leven van een ,isispriester1 ,calasiris1 uitvoerig beschreven en daardoor als 't ware eene encyclopaedie van het magische gegeven4 ,het belangrijkste daarvan is wel de passage1 waar ,calasiris het onderscheid tusschen de echte en de valsche wijsheid der ,egyptenaren uiteenzet 7,,iii1 #af73 ,de eene is vulgair en wandelt1 om het zoo uit te drukken1 laag op den grond1 dient de spoken en geeft zich met doode lichamen af1 kleeft aan kruiden en hecht aan bezweringen2 haar einddoel is nooit iets goeds1 noch voor haar zelve1 noch voor hen1 die zich van haar bedienen2 meestal faalt ze in hare pogingen1 en brengt ze iets tot stand1 dan is het nog maar iets akeligs en armzaligs2 ze laat dingen zien1 waarvan in werkelijkheid niets bestaat2 ze stelt verwachtingen te leur1 is de uitvindster van ongeoorloofde practijken en dienares van onbeteugelde lusten2 de andere daarentegen1 de ware wijsheid1 wier naam deze basterd zich valschelijk toeigent1 die wij priesters en profeten van jongsaf beoefenen1 ziet omhoog ten hemel1 heeft omgang met de goden en deel aan de natuur der machtigere wezens2 ze speurt de bewegingen der sterren op en heeft tot winst de voorkennis der toekomst4 ,zie hier dan het verschil tusschen gotie en thergie of zwarte en witte magie1 zooals men het nu gewoon is te noemen4 ,maar het verschil ligt ten slotte meer in de bedoelingen dan in de handelingen zelf1 en ook wat de bedoelingen aangaat1 wordt het verschil niet altijd streng in acht genomen1 daar immers ,calasiris zelf herhaaldelijk verzekert 7,,ii1 #cc1 ,,iv1 #g en #ad7 door medehulp van demonen liefde op te wekken4 ,bijzonder merkwaardig is in de aangehaalde passage de zinsnede1 dat de lagere magie dingen laat zien1 waarvan in werkelijkheid niets bestaat4 ,dit wordt meer vermeld4 ,zoo sprak bijv4 ,celsus1 in zijne bestrijding van 't ,christendom 7 #agh7 o4a4 van lieden1 die van de ,egyptenaren de kunst hadden geleerd om o4m4 kostbare maaltijden en tafels met gebak en dessert te toonen1 waarvan in werkelijkheid niets voorhanden is4#ha ,in een zekeren magischen papyrus wordt die illusie aan de tooverkracht van een geest toegeschreven3 op eene wel is waar bedorvene1 maar toch wat den zin betreft1 duidelijke plaats1 luidt het nl43 en indien gij een maaltijd wilt aanrichten1 zeg3 iedere ruimte zooals het behoort 444 snel en onmiddellijk1 terstond 444 huizen met gouden daken1 muren 444 glinsterende 444 gij zult dit ook zien3 men houdt het voor werkelijk1 maar het is slechts voor het aanschouwen4#hb ,in een zeker ,christelijk geschrift1 welks auteur ons niet bekend is1 worden de wonderen welke de ,egyptische toovenaars tegenover de wonderen van ,mozes en ,aron stelden 7vgl4 ,exodus ,,vii1 #aa1 #ab1 #bb en ,,viii1 #g71 tot diergelijke illusies herleid3 ,de wonderen1 door ,mozes verricht1 bewerkten1 daar zij door middel van de goddelijke kracht geschiedden1 eene reele verandering van het voorwerp in datgene1 wat tot stand kwam2 de wonderen1 door de bezweerders verricht1 geschiedden door de kracht der demonen1 die de oogen der toeschouwers in dier voege betooverden1 dat ze wat geen slang was1 als eene slang1 wat geen bloed was1 als bloed1 en wat geen kikvorschen waren1 als kikvorschen zagen4#hc ,eene andere1 realistische verklaring van deze magische vertooningen1 zullen wij later ter sprake brengen4 ,wij wenschen hier nog een fragment uit de beschrijving van eene doodenbezwering aan toe te voegen 7,,vi1 #ad73 ,calasiris en eene reisgenoote van hem zijn op een avond terwijl de maan juist opkwam en met helder licht alles bestraalde1 getuigen van een tooneel wel is waar niet onschuldig1 maar bij de ,egyptische vrouwen gebruikelijk4 ,eene oude vrouw nl41 in de meening van een oogenblik te hebben1 waarop ze niet gestoord en bespied werd1 groef eerst een kuil1 stak vervolgens een brandstapel aan den buitenkant ervan in brand en legde midden tusschen beide het lijk van haar zoon2 ze nam een aarden mengvat van een drievoet er naast1 goot honig in den kuil en wederom uit een ander vat melk en plengde wijn uit een derde4 ,voorts wierp ze een klomp van deeg en vet1 tot het beeld van een man gevormd en met laurier en venkel bekransd1 in de groeve4 ,hierna greep ze een zwaard en na zich in extase te hebben gebracht1 riep ze de maangodin met vele barbaarsche en vreemd klinkende namen aan1 sneed zich in den arm1 veegde met een lauriertak zich het bloed af en besprenkelde den brandstapel2 ze deed nog andere wonderbaarlijke dingen1 bukte zich eindelijk over het lijk van haar kind1 fluisterde hem eene bezwering in 't oor1 deed hem ontwaken en noodzaakte hem door hare tooverkunsten recht op te staan4 ,niet echter wijsgeeren en schrijvers alleen1 maar ook keizers waren de magie toegedaan4 ,caracalla 7#baa-bag71 die de ,isisreligie met den oud-,romeinschen eeredienst gelijk stelde1 en ter eere van ,apollonius van ,tyana een heiligdom oprichtte#hd1 liet overal vandaan magirs ontbieden en trachtte door middel van doodenbezwering te weten te komen welk een einde hem wachtte en of iemand een aanslag op de heerschappij beraamde4#he ,heliogabalus 7#bah-bbb71 een vurig vereerder van ,cybele 7z4b4 ,,iv71 bediende zich ten allen tijde van duizenden amuletten en liet1 naar verzekerd wordt1 door toovenaars geheime offers van knapen uit de hoogste standen brengen1 ten einde uit hunne ingewanden de toekomst te kunnen voorspellen#hf2 een onzer bekendste romanciers heeft dit op artistiek-griezelige wijze beschreven4 ,naar aanleiding van deze laatste beschuldiging1 die1 zooals 7in ,,iii7 bleek en nog blijken zal1 ook tegen anderen is gericht1 zij hier opgemerkt1 dat voorzoover wij weten1 de tooverpapyri1 d4w4z4 de officiele bescheiden omtrent de magie1 slechts in twee 7reeds in ,,iii en in dit hoofdstuk vermelde7 passages1 die bovendien parallelplaatsen zijn1 van menschenoffers melding maken en dan nog wel met afkeuring4 ,men kan gerust aannemen1 dat althans in het ,romeinsche keizerrijk niet dan bij hooge uitzondering menschen ter wille van magische doeleinden zijn gedood4 ,de geheimzinnigheid1 waarmede de toovenaars--zooals trouwens ook de ,christenen--zekere handelingen verrichtten1 was geen gegronde reden1 om daarbij aan het ergste te denken4 ,het meeste bloed werd ook toen ter tijd in 't openbaar vergoten4 ,alexander ,severus 7#bbb-bce71 zachtzinnig en verdraagzaam1 had in zijne huiskapel naast de beeltenissen van ,orpheus en ,christus ook die van ,apollonius4#hg ,aurelianus 7#bgj-bge71 een der grootste keizers1 evenzeer uitmuntende in 't oorlogvoeren als in 't landsbestuur1 liet zich door eene verschijning van ,apollonius weerhouden om diens vaderstad te verwoesten en beloofde hem standbeelden en een tempel op te richten4#hh ,daarentegen vaardigde de achterdochtige ,diocletianus 7#bhd-cje71 aan wiens naam de wreedste van alle ,christenvervolgingen in 't ,romeinsche rijk verbonden is1 ook strenge bepalingen tegen de magie uit4 ,wij gaan nu tot de ,christenen over1 om hunne houding tegenover de magie nader te bepalen4 ,tertullianus uit ,afrika 7#aee-bbj71 een der vernuftigste en zeggingskrachtigste1 maar tevens ook een der bekrompenste en onverdraagzaamste voorvechters die het ,christendom ooit heeft gehad1 hield de magie voor eene mixtuur van goochelarij en duivelswerk4 ,allerkarakteristiekst is de volgende1 overigens niet gemakkelijk te vertalen passage uit zijn ,verweerschrift 7#aig71 waarin hij 7c4 #bc7 naar aanleiding van de wonderen der goden uitroept3 ,indien voorts ook de magirs fantomen te voorschijn roepen en de zielen van reeds afgestorvenen schandaliseeren1 indien zij knapen tot het uitspreken van orakelen nopen81 indien zij door middel van goocheltoeren vele wonderen schijnen te verrichten1 indien zij ook droomen zenden1 daar zij de eens voor al aangeroepene macht van engelen en demonen tot bijstand hebben1 door welke ook geiten en tafels gewoon zijn geraakt te voorspellen1 hoe veel meer zal die macht nl4 de demonen naar eigen verkiezing en tot haar eigen voordeel met alle kracht trachten te volbrengen1 wat ze in eens anders belang nl4 dat van den magir doet8 ,van geiten bij de wichelarij is ook elders sprake1 vgl4 bijv4 ,diodorus uit ,sicili1 een geschiedschrijver ten tijde van keizer ,augustus1 7,,xvi1 #bf73 ,men zegt dat oudtijds geiten het orakel te ,delphi hebben ontdekt1 en om die reden bedienen de ,delphirs zich tot nu toe meestal van geiten om godspraken te verkrijgen4 ,en wat de voorspellende tafels betreft1 zullen wij in het verder verloop van dit hoofdstuk een hoogst interessant geval hiervan vermelden4 ,uitvoerig behandelt ,tertullianus de doodenbezwering in zijn geschrift3 ,de ziel1 de eerste proeve van eene ,christelijke psychologie1 overigens reeds dateerende uit den tijd1 toen hij met de secte der zg4 ,montanisten1 ultra-rigoristische dwepers1 sympathiseerde en met de kerk op gespannen voet stond 7na #bjb_/c74 ,het gaat hier in de eerste plaats om de oproeping van ontijdig gestorvenen of gewelddadig omgekomenen1 waarvan immers1 zooals wij boven gezien hebben1 in de tooverpapyri herhaaldelijk sprake is4 ,tertullianus wil van eene werkelijke verschijning der afgestorvenen niets weten en verklaart 7c4 #eg7 de magie zooals bijna allen767 ronduit voor bedrog4 ,de aard en wijze echter van dit bedrog ontgaat alleen den ,christenen niet4 ,en hoe gaat dit dan in zijn werk8 ,wel is waar worden de ontijdig gestorvenen en gewelddadig omgekomenen aangeroepen1 op grond van het schijnbaar geloofwaardige argument1 dat die zielen1 welke een wreed en ontijdig uiteinde door geweld en onrecht aan het leven ontrukte1 bij wijze van wedervergelding het meest tot het plegen van geweld en onrecht geneigd zouden zijn4 ,maar het zijn demonen1 die onder hun schijn werken en nog wel het meest diegenen1 die in hen huisden toen zij nog leefden en die hen tot zulk een uiteinde brachten4 ,want wij nemen aan1 dat zoowat geen mensch zonder demon is en aan velen is het bekend1 dat door toedoen der demonen ontijdige en afgrijselijke sterfgevallen worden bewerkt4444 ,ook dit bedrog van den boozen geest die onder het voorkomen van de overledenen schuilt1 toonen wij1 als ik mij niet vergis1 ook door de feiten aan1 omdat hij bij de exorcismen zich soms voor een der ouders van zijn slachtoffer t4w4 den bezetene uitgeeft1 soms voor een gladiator1 of een dierenvechter1 zooals ook bij andere gelegenheden voor een god1 op niets meer bedacht dan om juist dat uit te schakelen1 wat wij verkondigen1 dat nl1 alle zielen naar de onderwereld worden gedreven2 het geloof aan het oordeel en de wederopstanding wil hij aan 't wankelen brengen4 ,en toch erkent die demon1 nadat hij de aanwezigen heeft getracht te misleiden1 ten slotte door den aandrang der goddelijke genade overwonnen1 zijns ondanks de waarheid4 ,dit laatste slaat op de bedoelde exorcismen1 d4w4z4 bezweringen om booze geesten uit de bezetenen te bannen 7z4b4 ,,iii71 eene practijk1 voornamelijk door de ,christenen uitgeoefend4 ,het tot zwijgen brengen van den boozen geest werd dan voor een bewijs van de waarheid der ,christelijke leer gehouden4 ,maar hooren wij ,tertullianus verder3 ,aldus is ook bij dat andere soort tooverij1 welke1 naar men gelooft1 ook reeds tot rust gekomene zielen aan de onderwereld ontrukt en aan het gezicht vertoont1 geen ander bedrog meer aan 't werk n4l4 dan dat der demonen4 ,vooral omdat er ook een fantoom bij wordt vertoond1 omdat er ook een lichaam bij wordt gevormd2 en het is voor hem geen moeite1 het uiterlijk gezicht te misleiden1 wien het gemakkelijk valt1 de innerlijke scherpte des geestes te verblinden4 ,aan ,farao en de ,egyptenaren schenen de slangen1 die uit de tooverstaven ontstaan waren1 ook toe lichamen te zijn vgl4 ,exod4 ,,vii1 #ab1 maar de waarheid van ,mozes verslond de leugen d4w4z4 de staf van ,aron verslond de staven der toovenaars1 t4p4 ,veel deden ook de magirs ,simon en ,elymas tegen de apostelen1 maar de straf van blindheid was geen goocheltoer z4b4 ,,iv4 ,wat voor nieuws is het1 als de onreine geest ook nu de waarheid naapt8 ,ziet1 de kettersche volgelingen van dienzelfden ,simon gaan nu zoo prat op hunne kunst dat ze beloven zelfs de zielen van profeten uit de onderwereld te halen4 ,en ik geloof dat ze dit op leugenachtige wijze vermogen4 ,immers het stond ook aan den pythonischen geest toen ter tijd even goed vrij1 de ziel van ,samuel na te bootsen1 toen ,saul1 na ,god te vergeefs te hebben aangeroepen1 de dooden raadpleegde4 ,tertullianus gaat hiermede over tot het verhaal van de toovenares van ,endor1 die een pythonischen geest bezat1 aldus genoemd1 omdat ,pytho 7,delphi7 de hoofdzetel van god ,apollo1 den beschermheer der waarzeggers was4 ,daar dit verhaal ook later nog herhaaldelijk ter sprake komt1 willen wij het hier1 tot betere orinteering van den lezer1 in zijn geheel mededeelen4 ,het staat in ,i ,samul #bh4 7#e7 ,toen ,saul het leger der ,filistijnen zag1 werd hij bevreesd en zeer ontsteld4 7#f7 ,hij raadpleegde ,jahwe1 maar ,jahwe antwoordde hem niet1 noch door droomen1 noch door de uriem1 noch door de profeten4 7#g7,toen zeide ,saul tot zijne dienaren3 ,zoekt mij eene vrouw die over een onderaardschen geest beschikt1 opdat ik tot haar ga en haar raadplege4'' ,zijne dienaren zeiden tot hem3 ,zie te ,endor woont eene vrouw die over een onderaardschen2 geest beschikt4 7#h7 ,toen maakte ,saul zich onkenbaar1 trok andere kleederen aan en ging met twee mannen derwaarts4 ,in den nacht kwamen zij bij de vrouw1 en hij zeide tot haar3 ,voorzeg mij de toekomst door den onderaardschen geest2 doe voor mij opkomen1 dien ik ,u noemen zal4 7#i7 ,maat de vrouw zeide tot hem3 ,gij weet wel wat ,sau gedaan heeft1 hoe hij de toovenarij en waarzeggerij uit het land heeft uitgeroeid4 ,waarom legt gij mij dan een valstrik om mij ter dood te laten brengen8 7#aj7 ,toen zwoer ,saul haar bij ,jahwe ,zoo waar als ,jahwe leeft1 gij zult om deze zaak geen straf beloopen4 7#aa7 ,nu zeide de vrouw ,wien zal ik voor ,u doen opkomen8 ,hij zeid ,doe ,samul voor mij opkomen4 7#ab7 ,doch toen de vrouw ,samul zag1 schreeuwde zij luidkeels en zeide tot ,saul3 ,waarom hebt gij mij bedroge ,gij zijt ,saul zelf6 7#ac7 ,maar de koning zeide tegen haar3 ,vrees niet4 ,zeg wat gij ziet4 ,toen zeide de vrouw tot ,saul3 ,een ,goddelijk wezen zie ik uit den grond opkomen4 7#ad7 ,hij zeide tot haar ,hoe ziet het er uit8 ,zij antwoordde3 ,een oude man komt op2 in een mantel is hij gehuld4 ,hier neigde ,saul1 begrijpende dat het ,samul was zijn aangezicht ter aarde en wierp zich neder 7#ae7,samul zeide tot ,saul3 ,waarom hebt gij mij in mijne rust gestoord door mij te doen opkomen8 ,saul zeide3 ,ik ben zeer beangstigd3 de ,filistijnen voeren oorlog tegen mij en ,god is van mij geweken en heeft mij niet meer geantwoord1 noch door de profeten1 noch door droomen1 noch door de uriem4 ,daarom heb ik ,u geroepen1 om mij te verkondigen wat ik doen moet4 7#af7,samul zeide3 ,waarom ondervraagt gij mij1 terwijl ,jahwe van ,u geweken is en de partij van ,uwen naaste gekozen heeft8 7#ag7;,jahwe doet ,u zooals hij door mij gesproken heeft2 hij scheurt ,u het koningschap uit de hand en geeft het aan ,uwen naaste1 aan ,david4 7#ah7,omdat gij niet naar ,jahwe geluisterd en zijnen toorngloed tegen ,amalek niet voltrokken hebt1 daarom heeft ,jahwe thans evenzoo aan ,u gedaan4 7#ai7;,hij zal ook ,isral met ,u in de hand der ,filistijnen geven2 morgen zult gij en ,uwe zonen bij mij zijn en zal ,jahwe bovendien het leger van ,isral aan de hand der ,filistijnen overleveren4 7#bj7,toen viel ,saul haasstiglijk lang uit op den grond want hij was zeer bevreesd geworden vanwege ,samuls woorden en had bovendien geen kracht1 daar hij den ganschen dag en den gansenen nacht niets gegeten had4 ,de uriem waren een orakel waarbij men door het werpen van zekere loten den wil ,gods trachtte te weten te komen2 het antwoord kon echter1 zooals uit v4 #f blijkt1 ook geheel uitblijven4 ,dat de toovenares ,samul1 zooals hij verschijnt1 een goddelijk wezen noemt1 stemt goed overeen met het geloof1 door ons in ,,iv vermeld1 dat de overledenen als demonen1 d4w4z4 alsbovenmenschelijke wezens werden beschouwd4 ,waarschijnlijk had ,saul opzettelijk gevast1 om zich op de doodenbezwering voor te bereiden1 daar immers onthouding1 althans van zekere spijzen1 algemeen geacht werd eene der voornaamste voorbereidingen tot magische handelingen te zijn4 ,laten we nu zien1 hoe ,tertullianus dit verhaal uitlegt3 ,verre zij het van ons te gelooven1 dat de ziel van eenig heilige1 laat staan van een profeet1 door een demon te voorschijn is gehaald1 daar wij weten dat ,satan zelf zich in een engel des lichts #b3 ,cor4 ,,xi1 #ad1 hoe veel te meer dus in een man des lichts verandert en aan 't einde der wereld zich zelfs voor ,god zal uitgeven #b ,thess4 ,,ii1 #d en wonderbaarlijkere teekenen zal verrichten1 om1 zoo mogelijk1 de uitverkorenen te verleiden ,matth4 ,,xxiv1 #bd4 ,zou hij1 zoo ooit1 toen geaarzeld hebben1 zich voor een profeet ,gods uit te geven1 vooral tegenover ,saul1 in wien hij zelf reeds huisde8 ,meen niet1 dat de demon1 die het fantoom2 deed ontstaan een ander was dan die welke het aanbeval1 maar dat dezelfde geest n in de leugenprofetes1 n in den afvallige gemakkelijk loog1 om geloof te vinden1 die geest1 door wien ,saul's schat daar was1 waar ook zijn hart was1 nl4 waar ,god niet was4 ,en derhalve zag hij ook door middel van dengene1 door wien hij geloofde te zullen zien1 omdat hij hem geloofde door wien hij zag4 ,als men echter het verhaal onbevangen leest1 dan blijkt er duidelijk uit dat de bezweerster1 maar niet dat ,saul de verschijning zag1 en evenmin zal een onpartijdig lezer uit het verhaal de conclusie trekken dat de schrijver ervan niet aan de realiteit van ,samul's manifestatie geloofde4 ,overigens staat ,tertullianus volstrekt niet zoo ongeloovig tegenover openbaringen uit eene andere wereld1 als zij slechts door middel van ,montanistische profetie tot hem komen4 ,dit leert ons hetzelfde geschrift 7c4 #i73 ,er is thans eene zuster bij ons1 aan wie de genade der openbaringen is ten deel gevallen1 die ze in de kerk1 te midden van den ,zondagsdienst1 door de extase in den geest ontvangt2 ze houdt gesprekken met engelen1 soms ook met den ,heer en ziet en hoort geheimenissen en doorgrondt de harten van sommigen en verstrekt geneesmiddelen aan hen1 die er naar verlangen4 ,ongeveer in de jaren #bcj-bce schreef de bisschop ,hippolytus zijne ,weerlegging van alle secten1 inzonderheid tegen de in ,,iv behandelde ,gnostieken gericht1 waarin hij echter ook een hoofdstuk afzonderlijk aan de magirs wijdde4 ,dit hoofdstuk is blijkbaar ontleend aan een recent populair-wetenschappelijk geschrift over physica en mechanica1 waarbij ook de kunstgrepen der goochelaars nader ter sprake kwamen4 ,wij halen1 als bijzonder karakteristieke proef1 de verklaring van eene godenverschijning aan 7,,iv1 #ce vlg473 ,dat ,hecat in vurige gedaante door de lucht schijnt te ijlen1 bewerkt hij de magir door eene kunstgreep als volgt3 ,hij verstopt een handlanger ergens waar hij het geschikt acht en neemt zijne slachtoffers met zich mee en maakt hen wijs1 dat hij hun zal toonen hoe de godin in vurige gestalte door de lucht rijdt4 ,hij beveelt hun1 voor hunne oogen op te passen en1 zoodra ze de vlam in de lucht zien1 zich te omhullen en op het aangezicht neer te vallen totdat hij zelf hen roept en als hij hun dat heeft uiteengezet1 galmt hij in een nacht zonder maneschijn de volgende aanroeping in verzen uit3 ,gij1 in den ,hades1 op aard1' in den hemel gehuldigd1 o ,bombo6 ,gij1 die in driesprongen huist1 lichtdragende1 nachtelijke zwerfster1 ,gij1 die de duisternis mint en een afkeer hebt van het daglicht1 ,gij1 die in hondengeblaf ,u vermeit en in moord ,u verlustigt1 ,gij1 die het slagveld betreedt en de sombere kerkhoflanen1 ,gij1 die belust zijt op bloed en den sterflingen schrik op het lijf jaagt1 ,gorgo6 ,mormo6 ,godin van de maan1 gij1 rijk aan gestalten1 ,moogt gij1 wij bidden het ,u1 goedgunstig ons offer genaken6 ,als hij dit gesproken heeft1 ziet men een vuur door de lucht ijlen en de toeschouwers1 huiverende voor dien wonderlijken aanblik1 omhullen zich de oogen en vallen sprakeloos ter aarde neder4 ,maar heel het geweldige kunststuk bestaat hierin3 ,de handlanger1 die1 zooals ik zeide1 verstopt is1 houdt een wouw of gier vast1 met werk omwonden1 en steekt hem1 zoodra hij hoort dat de bezwering afgeloopen is1 in brand en laat hem los4 ,de vogel1 door de vlam in de war gebracht1 gaat de hoogte in en bespoedigt zijne vlucht1 maar die dwazen verbergen zich bij dien aanblik alsof ze iets goddelijks hadden gezien4 ,de vogel1 ronddraaiende door den vuurgloed1 strijkt neer1 waar hij maar kan en doet nu eens huizen dan weer hoven in vlammen opgaan4 ,men heeft terecht opgemerkt1 dat dit middel1 zooals ook andere middelen1 die ,hippolytus opgeeft1 kwalijk ten uitvoer is te brengen4 ,ook is het juist1 dat voor de uitvoering van verschillende kunststukken zelf weer magische middelen benoodigd zijn1 voor wier uitwerking niet de ervaring1 maar de overlevering borg stond4 ,maar het meest merkwaardige is wel1 dat ,hippolytus zelf1 ondanks al die mechanische kunstgrepen1 ook veel aan demonische invloeden toeschrijft4 ,origenes uit ,alexandri 7geb4 omstreeks #ahd71 de grootste en ongelukkigste van alle oud-,christelijke schrijvers1 tijdens zijn leven miskend1 na zijn dood verketterd1 ,origenes1 wiens geest vrijwel al het toen weetbare omvatte1 heeft ook aan de magie zijne aandacht geschonken4 ,in zijn werk ,over de principin1 de eerste ,christelijke dogmatiek1 zegt hij 7,,iii1 #c1c73 ,wat moet moet men zeggen van hen1 die zij de ,grieken genspireerden noemen1 door wie tengevolge van de inwerking der demonen1 die hen regeeren1 antwoorden worden gegeven in verzen volgens de regelen der kunst8 ,maar ook diegenen1 die men magirs of boosdoeners noemt hebben meer dan eens door aanroeping van demonen knapen van nog teeren leeftijd zich in verzen doen uiten1 die aller bewondering en verbazing wekten z4b4 ,,iii1 in 't begin4 ,het is aan te nemen dat dit aldus in zijn werk gaat3 ,evenals heilige en vlekkelooze zielen1 wanneer zij zich met hun geheele hart en in volle reinheid aan ,god hebben gewijd1 en zich vrij hebben gehouden van alle aanraking met demonen en door streng onthouding zich gezuiverd hebben en vervuld zijn van vrome en godsdienstige leeringen1 daardoor deel aan het goddelijke verkrijgen en de genade der prophetie en der overige goddelijke gaven verwerven1 aldus moet men veronderstellen dat ook diegenen1 die de booze machten vat op zich geven1 door bedrijf1 leefwijze of beoefening van wat hun lief en welgevallig is1 de inspiratie van dezen ontvangen en hunne wijsheid en kennis deelachtig worden4 ,in zijne1 van #bdh dateerende1 verdediging van het ,christendom tegen ,celsus1 komt hij eveneens voor de realiteit der magie op1 en wel naar aanleiding van ,celsus' bewering1 dat het er niets toe doet1 of men den hoogsten ,god ,zeus noemt dan wel hem een anderen naam geeft 7,i1 #bd74 ,met het oog op het feit1 dat de toovenaars veel aan zekere namen en eene bepaalde uitspraak daarvan hechten1 betoogt ,origenes dat wanneer ook de zoogenaamde magie niet1 zooals de aanhangers van ,epicurus en ,aristoteles z4b4 ,,ii meenen1 eene zaak zonder eenige orde of verband is1 maar1 zooals de er in bedrevenen aantoonen1 op vaste regels en grondstellingen berust1 die echter slechts aan zeer weinigen bekend zijn1 men gerust mag beweren1 dat de namen ,sabaoth1 ,adonai e4a41 welke bij de ,hebreen met grooten eerbied worden overgeleverd1 niet aan het een of andere toeval hun ontstaan te danken hebben1 maar op eene zekere geheime godsleer berusten4 ,de namen der hoogere machten kunnen voor zekere doeleinden worden gebruikt1 mits uitgesproken op eene zekere manier en in de taal van dat volk1 waarbij ze behooren2 de aardsche demonen zijn immers in dier voege over de verschillende landstreken verdeeld dat bijv4 sommigen slechts over ,egypte1 anderen slechts over ,perzi macht uitoefenen4 ,het volgende dient tot verdere toelichting 7#be73 ,wie de geheime beteekenis der namen vermag te beredeneeren1 zou ook veel kunnen vinden aangaande de benaming der engelen ,gods1 waarvan de een ,michal1 een ander ,gabril1 en weer een ander ,raphal heet1 overeenkomstig de diensten die zij in 't heelal verrichten volgens den wil van den albeheerschenden ,god4 ,tot beschouwingen van soortgelijken aard geeft ook onze ,jezus aanleiding1 wiens naam alleen reeds duizenden demonen voor aller oogen uit zielen en lichamen heeft verdreven444 ,wat de kwestie van de namen betreft1 moeten wij nog opmerken1 dat diegenen1 welke in het gebruik der bezweringen ervaren zijn1 beweren1 dat dezelfde bezwering1 in haar eigenaardigen tongval uitgesproken1 ten uitvoer kan brengen wat zij belooft1 maar dat ze1 omgezet in eene andere taal1 welke dan ook1 krachteloos blijkt te zijn en niets vermag4 ,dus is het niet de zakelijke beteekenis der woorden1 maar zijn het de hoedanigheden en eigenaardigheden der klanken die in zich de kracht hebben om dit of dat te doen4 ,dit slaat blijkbaar op de tooverpapyri1 waarin ook de namen van engelen en van ,jezus voorkomen4 ,hier zij nog opgemerkt1 dat ,michal beteekent3 ,wie is als ,god81 ,gabril ,man ,gods en ,raphal ,god heeft genezen4 ,met dat al mogen de wonderen der magirs niet met die van ,jezus en de apostelen op eene lijn worden gesteld 7,i1 #fh73 ,geen van de toovenaars spoort door hetgeen hij doet1 de toeschouwers tot zedelijke verbetering aan1 noch onderwijst hij hen1 die over de vertooningen versteld staan1 in de vreeze ,gods1 noch proeft hij hen te overreden om zoo te leven1 dat zij voor ,god zullen worden gerechtvaardigd4 ,niets van dit alles doen de toovenaars1 daar zij niet kunnen of niet eens willen of geneigd zijn1 om zich te bemoeien met hetgeen tot verbetering der menschen dient1 daar zij immers ook zelven vol zijn van de schandelijkste en beruchtste zonden4 ,maar ligt het niet voor de hand1 dat ,hij1 die door de wonderen die ,hij verrichtte1 de aanschouwenden tot zedelijke verbetering aanspoorde1 zich zelf niet alleen aan zijne eigenlijke discipelen maar ook aan de anderen als voorbeeld van het volmaakte leven toonde8 ,het verschil tusschen de wonderen der magirs en die der ,christenen is dus hierin gelegen dat de laatsten eene zedelijke strekking hebben welke aan de tooverij ten eenemale wordt ontzegd4 ,dat echter ook ,origenes bij de beoordeeling der magirs hier geenszins de noodige objectiviteit in acht neemt1 is maar al te duidelijk4 ,er is ons van ,origenes ook nog eene lezing bewaard gebleven over ,i ,samul #bh1 #c--be1 d4w4z4 over de toovenares van ,endor 7z4b471 waarin hij naast allerlei minder klemmende argumentaties ook blijk geeft van echte wetenschappelijkheid en met de grootste beslistheid de realiteit van ,samul's verschijning handhaaft4 ,tot hen1 die zooals bijv4 ,tertullianus 7z4b47 hier met uitvluchten aankomen als ,de satan zelf neemt de gedaante van een engel des lichts aan2 geen wonder dus1 dat ook zijne dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid1 richt de geleerdste van alle oude ,christenen de nuchtere vraag 7c4 #d73 ,maar wat is het1 wat de vrouw zag8--,samul4 ,en waarom luidt het niet3 ,de vrouw zag een demonisch wezen1 dat voorgaf1 ,samul te zijn8 ,maar er staat geschreven3 ,saul herkende ,samul1 dat hij het was4 ,als het niet ,samul was1 had er geschreven moeten staan3 ,en ,saul meende dat het ,samul zelfwas4 ,nu staat er echter geschreven3 ,saul herkende1 en niemand herkent iets wat niet bestaat4 ,voorts betoogt ,origenes 7c4 #e vlg471 dat de woorden1 ,samul in den mond gelegd1 waarheid bevatten1 hetgeen er niet voor pleit dat een demon1 maar dat ,samul zelf verschenen is1 en tracht hen1 die zich ontzetten bij de gedachte dat de heilige ,samul zich in het schimmenrijk zou bevinden 7c4 #c71 gerust te stellen1 door uitvoerig te betoogen 7c4 #f7 dat immers ,christus zelf1 die toch hooger staat dan wie ook der profeten en heiligen1 naar het schimmenrijk is neergedaald4 ,toen ,hirocles1 een hooggeplaatst ambtenaar en1 naar verluidt1 een medewerker van de ,diocletiaansche vervolging 7z4b471 in zijn tot de ,christenen gericht ,waarheidlievend woord de wonderen van ,apollonius van ,tyana 7vgl4 ,,iv begin7 boven die van ,jezus stelde1 werd hij 7na #caa7 bestreden door ,eusebius van ,caesarea 7later de bekende kerkhistoricus71 die in een betoog tegen ,philostratus' leven van ,apollonius scherpe kritiek op de verhalen in quaestie oefent en1 voor 't geval ze toch waarheid mochten bevatten1 liefst aan de inwerking van booze geesten denkt4 ,vgl4 bijv4 de volgende redeneering 7c4 #ca73 ,want dat hij ,apollonius eene epidemie vooruit gevoelde1 zou wel is waar kunnen schijnen niets met tooverij te maken te hebben1 indien hij dit1 zooals hij zelf verzekerde1 aan zijne allersoberste en reine leefwijze te danken had1 maar misschien was het hem ook in een onderhoud met een demon van te voren medegedeeld4 ,het in-'t-leven-terugroepen van een overleden meisje1 wat immers ook aan ,apollonius werd toegeschreven 7vgl4 ,,iv71 is blijkbaar door schijndood te verklaren en dus volstrekt geen wonderdaad 7t4p474 ,in #cac had het groote feit plaats1 dat de toestanden in het ,romeinsche rijk ingrijpend veranderde3 ,constantijn en zijn medekeizer ,licinius stelden nl4 door het tolerantie-edict van ,milaan liet ,christendom met de andere godsdiensten gelijk4 ,daar echter de kerk aan andere religies het bestaansrecht ontzegde1 waren deze van nu af aan feitelijk in het ongelijk gesteld en ook de magie kwam daarbij in verdrukking1 al toonde ,constantijn zelf1 zooals uit navolgend1 in #cba uitgevaardigd besluit#hi blijkt1 zich in dit opzicht vrij gematigd3 ,de wetenschap diergenen moet gestraft en te recht met de strengste wetten gekastijd worden1 van wie men ontdekt1 dat zij1 gewapend met magische kunsten1 iets tegen het leven van menschen ondernomen of kuische gemoederen tot wellust verleid hebben4 ,geen beschuldigingen echter zijn in te brengen tegen geneesmiddelen1 in 't belang van menschelijke lichamen gebruikt1 of tegen tooverspreuken1 in landelijke streken onschuldiglijk toegepast om bij rijpen wijnoogst zich van vrees voor slagregens of schade door hagelsteenen te vrijwaren1 hulpmiddelen waardoor niemands leven of goede naam gevaar loopt1 maar wier uitwerking moet dienen om te beletten dat goddelijke gaven en menschelijke arbeid te niet gaan4 ,het ,neoplatonisme1 dat in steeds toenemende mate de verdediging van de oude godsdiensten tegen het ,christendom op zich nam1 had toenmaals als leider den reeds bovenvermelden ,iamblichus4 ,een geschiedschrijver van omstreeks #djj1 ,eunapius1 die zijn leven in korte trekken schetst1 verzekert ons dat de gevierde wijsgeer de magie practisch beoefende4 ,wij wenschen hieromtrent den lezer nader in te lichten4#ij ,de leerlingen van ,iamblichus1 wien hij een bewijs had gegeven van zijne supranormale gave1 wenschten gaarne iets grooters te ervaren en hij antwoordde hun1 dat dit niet van hem zelf1 maar van het juiste tijdstip afhing4 ,toen ze zich nu eenigen tijd daarna1 in het mooie seizoen1 naar ,gadara hadden begeven1 eene ,syrische stad1 die om hare warme bronnen beroemd was1 kwamen zij nogmaals met hetzelfde verzoek tot hem3 ,glimlachende zeide ,iamblichus3 ,het is wel is waar niet overeenkomstig den ritus1 dit te toonen1 maar om ,uwentwille zal het geschieden4 ,hij beval zijnen begeleiders1 van de inboorlingen te vernemen1 hoe twee van de warme bronnen1 die wel kleiner1 maar liefelijker dan de anderen waren1 van oudsher genoemd werden4 ,nadat zij aan zijne opdracht hadden voldaan1 zeiden zij3 ,het is volstrekt geen geheim3 deze hier heet ,eros liefde en deze in de nabijheid heeft den naam van ,anteros wederliefde1 ,hij echter raakte terstond het water aan 7want hij zat juist op den rand1 waarover heen de stroom zich uitstortte71 voegde er eene korte spreuk aan toe en riep van onder uit de bron een knaap te voorschijn4 ,de knaap was blank van huidkleur en van tamelijke grootte2 zijne goudachtige haren omglansden zijn rug en borst en over 't geheel leek hij op iemand1 die zich baadde of gebaad had4 ,verbazing beving de vrienden1 hij echter zeide3 ,laten wij naar de bron hier naast gaan en hij ging hun voor1 in gepeins verzonken4 ,nadat hij ook daar dezelfde handeling had voltrokken1 riep hij den anderen ,eros te voorschijn1 aan den vorige in alles gelijk1 behalve dat zijne haren donkerder en met lichtblond gemengd neerstroomden4 ,beide knapen omhelsden hem en leunden tegen hem aan alsof hij hun eigen vader was4 ,hij echter gaf ze aan hunne eigen verblijven terug en ging1 na zich gebaad te hebben1 heen1 terwijl de vrienden van2 ontzag vervuld waren4 ,eunapius verzekert hierbij zegslieden te volgen1 die aan andere dingen geen geloof schonken1 maar voor de waarneming van het aanschouwde moesten bukken4 ,men heeft dit verhaal voor mal uitgemaakt2 en vrijwel als een verzinsel beschouwd4 ,daarmede zijn echter de moeilijkheden1 die het oplevert1 niet uit den weg geruimd4 ,immers de malle wonderverhalen van ,eunapius komen zeer goed overeen met wat de grootste ,neoplatonische denkers hebben geleeraard4 ,iamblichus zelf weidt in het boven door ons aangehaalde geschrift ,over de mysterin 7,,ii1 #c7 nader uit over de schoonheid zoowel van de goden als van de demonen bij hun verschijnen4 ,porphyrius1 de nuchterste aller ,neoplatonici1 geloofde1 zooals wij later uit een citaat van ,augustinus zullen zien1 aan wonderbaarlijk schoone beelden van engelen of goden bij de thergische handelingen4 ,plotinus spreekt in het bekendste van zijne geschriften1 in het betoog ,over het schoone 7,enn1 ,i1 #f71 van diegenen 7c4 #g7 wien eene verschijning van goden of demonen ten deel is gevallen en die niets meer willen afweten van de schoonheid der andere lichamen4 ,aan zulke onomwonden uitspraken van scherpzinnige en hoogstaande denkers moet o4i4 toch wel eene zekere objectiviteit beantwoorden4 ,men heeft dan ook bij dit verhaal van ,eunapius gedacht aan de zg4 materialisaties1 d4w4z4 tastbare1 soms zeer schoone1 verschijningen1 zich vormende uit stoffen1 onttrokken aan het lichaam van zekere mediums1 en ook critische onderzoekers zijn geneigd1 hierbij aan reele1 overigens uiterst raadselachtige1 verschijnselen te denken4 ,maar ook afgezien daarvan laat zich de historiciteit van het boven aangehaalde geval best handhaven1 wanneer men nl41 met een niet onverdienstelijk occultist1 aanneemt1 dat daarbij eene opwekking van hallucinaties plaats heeft gevonden4 ,vergelijkt men de beschouwingen van ,iamblichus over de magie met de theorie van ,plotinus1 dan springt het verschil duidelijk in 't oog4 ,bij ,plotinus domineert het abstracte1 bij ,iamblichus het persoonlijke4 ,de leer der sympathie 7z4b47 wordt door den laatstgenoemde niet bijster hoog aangeslagen2 vgl4 het boven reeds vermelde geschrift3 ,over de mysterin 7,x1 #c73 ,wanneer ons van nature eene zekere geschiktheid te beurt valt om de toekomst vooruit te weten1 zooals bij dieren een voorgevoel opkomt van aardbevingen of winden of stormen1 dan schijnt mij dat volstrekt niet ontzagwekkend toe4 ,immers eene zoodanige ons aangeboren voorspellingsgave treedt bij ons op ten gevolge van scherpte van waarneming of ten gevolge van sympathie of ten gevolge van eenige andere samenwerking van natuurlijke krachten en heeft niets eerbiedwaardigs of bijzonder verhevens4 ,iamblichus streeft naar hooger3 7#d7 ,alleen de goddelijke wichelarij1 die van de goden afhangt1 maakt ons waarlijk het goddelijke leven deelachtig1 zij1 die deel heeft aan de voorkennis en aan de goddelijke begrippen4 ,de goden1 die ,plotinus slechts zelden noemt1 zijn het overheerschende bij ,iamblichus1 die dan ook het gebed op onvergelijkelijk schoone wijze verheerlijkt 7,v1 #bf74 ,plotinus is meer monistisch-zelfgenoegzaam1 ,iamblichus meer pluralistisch-religieus4 ,het optreden van ,iamblichus1 hoe men ook over hem moge denken1 beduidt een ommekeer in de ,neoplatonische philosophie4 ,het systematiseeren1 reeds door ,plotinus beoogd1 door ,porphyrius verwaarloosd1 wordt nu de hoofdzaak voor den wijsgeer1 die tevens met behulp van getallenspeculatie en steunende op de religieuze overleveringen van allerlei volkeren1 de geheimen der onzichtbare wereld tracht te ontsluieren en in vaste formules te brengen1 ,iamblichus1 ook nu nog door velen wordt miskend1 muntte niet slechts uit door dialectische gevatheid en scholastieke scherpzinnigheid1 maar ook door veelomvattende geleerdheid en psychologisch inzicht1 ,iamblichus heeft bewerkt1 dat het ,neoplatonisme zich nog meer dan twee eeuwen handhaafde1 ja zelfs1 zooals wij spoedig zullen zien1 op een zeker oogenblik een ernstig gevaar voor het ,christendom opleverde4 ,keizer ,constantius 7#ccg-cfa7 was bijzonder op de magie en wat er mee samenhangt1 gebeten2 driemaal heeft hij er verordeningen tegen uitgevaardigd4 ,in de eerste 7#ceg7 staat o4m43 ,de ,chaldeers sterrewichelaars en magirs en de overigen1 welke het volk om de grootte hunner misdrijven boosdoeners noemt1 en3 ,zwijgen worde voor altijd opgelegd aan alle onbescheiden onderzoek naar de geheimen der toekomst4 ,want al wie aan onze bevelen gehoorzaamheid weigert zal de doodstraf ondergaan1 door het wrekende zwaard neergeveld#ia4 ,de tweede1 niet geheel duidelijke verordening 7van 't zelfde jaar7 luidt3 ,velen1 gebruik makende van tooverkunsten1 aarzelen niet1 de elementen in verwarring te brengen1 de levens van onschuldigen te bedreigen1 en durven de schimmen op te roepen 444 opdat een ieder zijne vijanden door booze kunsten ombrenge4 ,dezen vertere het doodelijk verderf1 daar zij de natuur vijandig zijn#ib4 ,met vooropstelling van het feit dat bekleeders van eerambten in gewone gevallen niet aan den lijve2 mogen worden gepijnigd1 gelast evenwel het derde1 slecht gestelde1 edict 7#ceh7 dat indien eenig2 magir 444 of ingewandziener of profeet 444 of astroloog 444 of wie iets dergelijks in mijne omgeving 444 uitoefent1 wordt betrapt1 dan zal zijne waardigheid hem niet voor de pijnbank behoeden4 ,wanneer hij1 hoewel van schuld overtuigd1 zich met hardnekkig loochenen tegen diegenen heeft verzet1 die zijne misdaad aan den dag brengen1 moet hij aan de pijnbank worden overgeleverd en1 terwijl de folterklauwen hem de zijden verscheuren1 straffen ondergaan1 zulk eene misdaad waardig#ic4 ,er waren ,neoplatonici1 die1 allicht uit vrees2 voor zulke strenge bepalingen1 zich van de beoefening der magie verre hielden1 anderen echter legden zich1 desondanks1 met allen ijver op haar toe4 ,de strijd tusschen die beide richtingen heeft1 zooals uit het verhaal dienaangaande bij ,eunapius1 nl4 in het leven van ,maximus#id1 blijkt1 op een zeker moment verstrekkende gevolgen gehad1 ook op staatkundig gebied4 ,prins ,julianus toch1 geb4 #ccb1 zoon van een jongeren stiefbroer van ,constantijn den ,groote1 stelde belang in de philosophie en begaf zich naar den gevierdsten der toenmalige ,neoplatonici4 ,aedesius1 maar deze1 reeds oud van dagen en ziek van lichaam1 verwees hem naar zijne discipelen4 ,toen nu een van dezen1 een zekere ,eusebius1 in een onderhoud met den prins de logica en de dialectiek voor het werkelijk zijnde verklaarde1 de magische kunsten daarentegen1 die de zintuigen bedriegen en betooveren1 voor het werk van wonderdoeners en van diegenen die in hunne uitzinnigheid en razernij tot zekere stoffelijke machten vervallen1 wilde ,julianus er meer van weten1 en ten slotte zeide ,eusebius3 ,er is een zekere ,maximus1 een van de oudere en goed onderrichte toehoorders2 deze veracht ten gevolge van zijn groot vernuft en de uitnemendheid van zijn redeneervermogen de bewijzen in de logica en is tot zekere uitzinnigheden vervallen4 ,onlangs riep hij ons1 die aanwezig waren1 naar den tempel van ,hecate en toonde ons vele getuigen van zijn optreden4 ,toen wij hem ontmoet en de godin onze vereering betoond hadden1 zeide hij tot ons3 ,gaat zitten1 beste vrienden1 en ziet wat er gebeuren zal en of ik iets boven het gros der menschen uitsteek4 ,nadat hij dit gezegd had en wij allen waren gaan zitten1 brandde hij eene korrel wierook en mompelde tot zich zelf de eene of andere hymne en bracht het met zijne vertooning zoo ver1 dat het beeld eerst glimlachte en vervolgens een zeer duidelijk lachen te zien was4 ,toen wij nu over dien aanblik in opschudding geraakten1 zeide hij3 ,maar laat niet n van ,u hierdoor in de war geraken1 want terstond zullen ook de fakkels1 welke de godin in de handen draagt1 ontstoken worden1 en het woord was nog niet uitgesproken1 of het licht vlamde in de fakkels op4 ,wij stonden op dat oogenblik over dien theatralen wonderdoener versteld en gingen heen4 ,gij echter moet niets van die dingen bewonderen1 zooals ook ik dat niet doe1 maar gelooven dat de reiniging door middel van de rede iets van belang is4 ,maar ,julianus1 dit hoorende1 riep uit3 ,vaarwel1 en houd ,u aan de boeken2 mij echter hebt gij den man genoemd1 dien ik zocht4 ,dat ,maximus inzonderheid door magische kunsten zulk een ontzaglijken invloed op ,julianus heeft uitgeoefend1 dat deze het ,christendom den rug toekeerde en de oude religie in eere trachtte te herstellen1 blijkt ook uit de verhalen die dienaangaande bij de ,christenen in omloop waren4 ,wij geven hier aan een tijdgenoot1 den kerkvader ,gregorius van ,nazianze 7in ,klein-,azi7 het woord1 die aangaande ,julianus1 als eene niet ongeloofwaardige gebeurtenis het volgende verhaalt 7,rede ,,iv1 #ee vgl473 ,hij daalde in een van de voor de meesten ontoegankelijke en vreeswekkende heiligdommen neer 444 terwijl de 444 in zulke dingen ervarene philosoof of juister schijnphilosoof hem vergezelde4 ,want ook dit is eene soort wichelarij bij hen nl4 de niet-,christenen om in de duisternisg de onderaardsche demonen over de toekomst te raadplegen4444 ,toen echter de schrikbeelden den naderbij komenden1 wakkeren man altijd talrijker en vreeswekkender bestookten--men spreekt van ongewone klanken1 onaangename geuren1 vuurstralende verschijningen en ik weet niet wat voor fratsen en fantasterijen--nam hij1 door het onverwachte ontzet1 want hij had zich eerst laat op zulke dingen toegelegd1 tot het kruis1 het oude toovermiddel1 zijne toevlucht en sloeg dat tegen de schrikbeelden en maakte den vervolgde tot helper4 ,en wat volgde is nog huiveringwekkender4 ,krachtig werkte het teeken1 de demonen werden overwonnen1 de schrikbeelden losten zich op4 ,en wat verder8 ,de boosheid herademde1 ze vatte weer moed1 weer drong zij aan1 weer dezelfde schrikbeelden1 weer het kruisteeken en de demonen bleven rustig4 ,toen was de ingewijde in verlegenheid en de inwijder in zijne nabijheid gaf eene onjuiste uitlegging van de waarheid en zeide3 ,zij verafschuwden ons1 maar ze vreesden ons niet3 het slechtere heeft de bovenhand4 ,want dat zeide hij en1 na hem hiermede te hebben overreed1 leidde hij den discipel tot den afgrond des verderfs4 ,gregorius laat het niet bij dit toch al vrij tendentieuze verhaal1 maar bericht verder 7c4 #ib7 zooals trouwens hij niet alleen1#ie dat ,julianus menschen zou hebben laten offeren om uit hunne ingewanden de toekomst te lezen4 ,aan zulke verdachtmakingen kan echter niet de minste waarde worden gehecht2 de beschuldigingen van geheime moorden1 waaraan eens de ,christenen zelve blootstonden1 keeren zij later in misplaatsten geloofsijver tegen den afvallige4 ,na den vroegen dood van ,julianus 7#cfc7 kwam het bewind weer in ,christelijke handen en al spoedig werd het optreden tegen magie en wichelarij hervat4 ,de keizers ,valentinianus toch en ,valens1 waarvan de eerste het westelijke1 de andere het oostelijke gedeelte van't ,romeinsche rijk bestuurde1 verklaarden in een besluit van 't jaar #cfd3 ,niemand wage het in 't vervolg1 om in 't nachtelijk uur magische handelingen te verrichten4 ,spoedig zouden al die wettelijke bedreigingen op eene verschrikkelijke manier ten uitvoer worden gebracht4 ,in #cga 7of #cgb7 trachtten eenige personen door middel van magische verrichtingen met een tafeltje te weten te komen1 wie de opvolger van ,valens zou zijn4 ,valens1 hiervan verwittigd1 beval terstond de wichelaars en iedereen op wie ook maar eenige verdenking rustte1 in hechtenis te nemen1 en al het foltertuig1 waarover men toenmaals beschikte1 in gereedheid te brengen4 ,de uitvoerigste beschrijving van dit monsterproces geeft een tijdgenoot1 de hoogst achtenswaardige historicus ,ammianus ,marcellinus1 wiens verhaal ook door de andere berichten#ig steun ontvangt4 ,wij laten hier het belangrijkste er uit volgen 7,,xxix1 #a1 #bh-db73 ,patricius en ,hilarius twee der hoofdbeschuldigden werden binnengeleid en men beval hun de feiten van begin tot einde mede te deelen4 ,daar zij in den aanvang elkaar tegenspraken1 werden hun de folterklauwen in de zijden gezet en eindelijk haalde men den drievoet er bij1 dien zij plachten te gebruiken4 ,in de engte gedreven1 gaan zij alles van den aanvang af naar waarheid hekend maken1 ,hilarius het eerst3 ,wij hebben1 zeide hij1 edelachtbare heeren1 onder een boos gesternte1 dit noodlottige tafeltje1 dat gij ziet1 naar het voorbeeld van den drievoet te ,delphi1 uit lauriertakken samengesteld2 en na geheime tooverformulieren te hebben uitgesproken met al het benoodigde gerei de wijding herhaaldelijk naar den ritus te hebben verricht1 brachten wij het eindelijk in beweging4 ,de manier om het in beweging te brengen1 zoo vaak wij het over geheime zaken raadpleegden1 was als volgt3 ,na het huis aan alle kanten met ,arabisch reukwerk te hebben gereinigd1 zetten wij den drievoet er in 't midden neer en eene ronde schaal er zuiver boven op1 uit verscheidene metalen kunstig saamgesmeed1 gesmeed1 op wier ronden omtrek de vier en twintig letters van het alfabet door eene ervarene hand z waren ingegrift1 dat hunne onderlinge afstanden juist even groot waren4 ,iemand in linnen kleeren gehuld en met schoenen evenzeer uit linnen1 voorts met een band om 't hoofd gewonden1 en een tak van een vruchtdragenden boom in de hand1 ging bij het tafeltje staan1 na den god1 die voorspellingen geeft1 door de gebruikelijke formulieren gunstig te hebben gestemd1 terwijl hij in alles handelde overeenkomstig de voorgeschrevene plechtigheid4 ,hij liet boven het tafeltje een ring zich heen en weer bewegen1 hangende aan een zeer dunnen draad uit linnen en volgens de mystieke leer gewijd2 deze ring1 in vast tijdsverloop heen en weer gaande1 werd telkens door eene enkele letter gestuit en vormde versregels1 beantwoordende aan de gestelde vragen1 hexameters1 naar getal en maat goed afgerond1 zooals die welke afkomstig zijn van het ,pythische1 ,delphische orakel4444 ,op onze vraag1 wie aan de huidige regeering zou opvolgen1 werd geantwoord1 dat deze in elk opzicht voortreffelijk zou zijn1 en toen de ring al springende de twee lettergrepen ,theo had aangeraakt met toevoeging van de laatste letter d1 riep een der aanwezigen uit1 dat ,theodorus door de beschikkingen van het onvermijdelijke noodlot werd aangewezen4 ,wij hebben over die zaak niets verder uitgevorscht1 want het stond bij ons voldoende vast1 dat deze het was1 die geroepen werd4 ,toen hij aldus eene zoo duidelijke bekentenis aangaande de geheele zaak aan de rechters had afgelegd1 voegde hij er edelmoedig bij1 dat ,theodorus er heelemaal niets van afwist4 ,de aangeklaagden1 hierna ondervraagd1 of zij1 krachtens het orakel dat zij raadpleegden1 ook vooruit wisten1 wat zij zouden te verduren hebben1 reciteerden die allerbekendste verzen1 die duidelijk verkondigden1 dat de zucht om in 't geen voor hen te verheven was door te dringen1 spoedig hun het leven zou kosten1 maar dat de wraakgodinnen den keizer zelf en de rechters met zwaard en brand bedreigden2 het zal volstaan de drie laatste regels aan te halen3 ,hun1 die door gramschap gedreven1 ,uw bloed wreedaardig vergieten1 ,wacht een' ontzettende straf4 ,d'onverbidd'lijke ,wraak uit den afgrond ,zal1 in de vlakten van ,mimas1 hun hart door de vlammen verteren6 ,na deze versregels worden ze weer met de folterklauwen mishandeld en1 den dood nabij1 van elkaar gescheiden4 ,hierna wordt1 om op de werkplaats van de beraamde misdaad het volle licht der openbaarheid te laten schijnen1 eene schare van hooggeplaatsten binnengeleid1 die de hoofden van het plan waren4 ,terwijl niemand om iets anders dan om zich zelf dacht en de een de schuld op den ander wierp1 begon eindelijk ,theodorus1 toen de rechters het hem veroorloofden1 te spreken4 ,eerst wierp hij zich neer en smeekte om genade1 daarna1 geperst om te antwoorden1 bekende hij1 het door ,eucerius te hebben vernomen1 en dat hij herhaaldelijk op het punt had gestaan1 het den keizer te berichten1 maar door ,eucerius daarin was verhinderd1 die hem verzekerde1 dat niet door een ongeoorloofden aanslag op de regeering1 maar door den wil van het onveranderlijke noodlot het gehoopte van zelf in vervulling zou gaan4 ,eucerius bevestigde1 onder de wreedste pijnigingen1 deze bekentenis2 maar ,theodorus werd weerlegd door zijn eigen brief1 dien hij1 hoewel in duistere termen1 aan ,hilarius had gericht2 hieruit toch bleek1 dat hij vast op de voorspelling vertrouwde en dat hij niet voor de daad terugdeinsde1 maar het tijdstip zocht om zijn misdadig opzet ten uitvoer te brengen4 ,na deze bekentenissen worden zij verwijderd4 ,eutropius1 die toen ,gouverneur van ,azi was1 werd1 als medeplichtig aan het komplot1 voor de rechtbank gedaagd1 maar als onschuldig losgelaten1 dank zij den philosoof ,pasiphilus1 die1 hoewel op de wreedste manier gefolterd1 opdat hij hem door eene leugenachtige aantijging onrechtvaardig in 't verderf zou storten1 zijne standvastigheid van karakter bewaarde4 ,hierop volgde de philosoof ,simonides1 wel is waar nog jong1 maar in onzen tijd boven allen door strengheid van principes uitstekende4 ,toen deze beschuldigd werd de zaak van ,fidustius te hebben gehoord1 en gezien had1 dat het geding niet naar waarheid1 maar naar den wil van n werd beslist1 verklaarde hij1 dat men hem de voorspelling had toevertrouwd1 maar dat hij1 zooals een man van karakter past1 er over gezwegen had4 ,de keizer1 na dit alles nauwkeurig te hebben onderzocht1 bekrachtigde het vonnis der rechters en beval1 met ne uitspraak1 allen ter dood te brengen 444 allen werden onthoofd1 behalve ,simonides alleen1 dien de wreede opperrechter1 verbitterd door zijne ernstige standvastigheid1 beval levend te verbranden4 ,simonides1 het leven als een krankzinnigen meester ontvluchtende en lachende om de plotselinge lotsverwisselingen1 kwam1 zonder zich te verroeren1 in de vlammen om4444 ,in de volgende dagen heeft eene menigte uit zoowat alle standen1 die het moeilijk valt bij name te noemen1 in het net der lastering verstrikt1 de armen der beulen vermoeid1 na van te voren door pijnbank en lood en zweepslagen te zijn afgemarteld4 ,sommigen werden zonder het minste verwijl ter dood gebracht1 terwijl men er nog over verhandelde of ze moesten terechtgesteld worden2 overal was eene slachting te zien1 evenals van vee4444 ,niet erg lang daarna werd ook ,maximus1 de bekende philosoof1 een man van groote geleerdheid1 door wiens wijze lessen de keizer ,julianus grondig in de wetenschap was onderricht1 er van aangeklaagd1 bovengenoemde verzen te hebben gehoord4 ,hij erkende er van te hebben geweten1 maar had1 als philosoof1 zich verplicht geacht1 er geen ruchtbaarheid aan te geven4 ,ja1 hij had zelf voorspeld dat die uitvorschers van de toekomst er de doodstraf voor zouden ondergaan4 ,naar ,ephese1 zijne vaderstad gebracht1 werd hij aldaar onthoofd en ondervond1 gelijk het laatste proces hem leerde1 dat de onrechtvaardigheid van een rechter gevaarlijker is dan alle beschuldigingen4 ,ammianus voegt er o4m4 nog 7in c4 #b1 #c7 deze karakteristieke bijzonderheden aan toe3 ,en opdat zelfs de echtgenooten geen tijd zouden hebben1 de ellende hunner mannen te beweenen1 werden terstond gerechtsdienaars er op afgezonden1 die1 bij 't verzegelen der huizen en het nazoeken van het huisraad van den veroordeelde1 onzinnige bezweringen of recepten voor liefdedranken heimelijk verstopten1 alles gereedmaakt tot verderf van onschuldigen4 ,als die stukken voor de rechtbank waren voorgelezen1 waar men noch op grond van wet1 noch van geweten1 noch van billijkheid de waarheid van de leugen onderscheidde1 werden de goederen geconfiskeerd en onschuldigen1 onverdedigd1 jongelingen zoowel als ouden1 met verlamde leden1 in draagstoelen naar het schavot gebracht4 ,hierbij dient echter uitdrukkelijk te worden opgemerkt1 dat de wreedheid van keizer ,valens niet alleen door ,ammianus en de aanhangers der oude religie1 maar ook door ,christelijke schrijvers#ih ten strengste werd veroordeeld4 ,naar aanleiding van die raadpleging der godheid wenschen wij nog een en ander in 't midden te brengen4 ,er is in ,pergamum 7in ,klein-,azi7 een bronzen toovergereedschap gevonden1 dat aan den bovenvermelden drievoet herinnert1 bestaande in hoofdzaak uit eene driehoekige bronzen plaat met afbeeldingen van ,hecate1 tooverwoorden1 verbindingen van klinkers en allerlei magische figuren er op4 ,men heeft hiermede ook den z4g4 scriptoskoop vergeleken1 een bord met letters en woorden1 waarop een driehoek van bordpapier in beweging kan worden gebracht1 ten einde op spiritistische sances antwoorden te verkrijgen2 ten onzent wordt echter hiertoe in plaats van dien driehoek bij voorkeur een houten kruis gebruikt1 rustende op eene stift4 ,het ligt voor de hand1 dat het spellen van woorden door middel van tafelbeweging1 zooals sinds het midden der vorige eeuw in zwang is1 het geduld der vragenden al heel spoedig op eene harde proef stelt4 ,dientengevolge is men gewoon om1 zoodra men uit eenige letters het betreffende woord meent te kunnen opmaken1 terstond tot een ander woord over te gaan1 hetgeen echter1 zooals van zelf spreekt1 tot verkeerde uitkomsten kan leiden4 ,maar ook in dit opzicht leert ons het moderne spiritisme de raadpleging van den drievoet1 zooals ze in het bovenvermelde geval door ,ammianus1 onzen besten zegsman1 bericht wordt1 beter begrijpen4 ,een geheel ander geval van tooverij dan het voorafgaande is hetgeen ons ,zosimus1 een niet onbetrouwbaar historicus uit de vijfde eeuw1 van ,nestorius1 den opperpriester der ,eleusinische mysterin1 bericht 7,,iv1 #ah73 ,aan ,nestorius1 gedurende die tijden #cge n4 ,chr4 hierophant1 verkondigde een droomgezicht1 dat de held ,achilles de hoofdfiguur uit den ,trojaanschen oorlog1 z4b4 ,i van overheidswege eerbetuigingen moest ontvangen2 dit toch zou de stad heil brengen4 ,toen hij nu het droomgezicht aan de overheden had meegedeeld en dezen1 in de meening dat hij1 als stokoud man1 onzin praatte1 er geen notitie van namen1 ging hij bij zich zelf te rade wat er te doen viel en in de goddelijke dingen van jongs af aan onderricht1 vervaardigde hij eene figuur van den held in een klein huisje en zette dit onder het beeld van ,athene1 dat in het ,parthenon staat4 ,zoo dikwijls hij nu de gebruikelijke ceremonin ter eere van de godin voltrok1 bracht hij tegelijk ook aan den held naar zijn beste weten en overeenkomstig den ritus zijn huldebetoon1 en aangezien op deze wijze de raad van den droom in vervulling werd gebracht1 bleven1 toen eene zware aardbeving plaats had1 de ,atheners alleen gespaard4 ,ook uit een ander bericht1 dat kort hierna ter sprake zal komen1 blijkt1 dat ,nestorius allerlei tooverpractijken beoefende1 en er bestaat dus geen reden1 het hier vermelde feit in twijfel te trekken2 of echter het neerzetten van het ,achillesbeeldje en de te zijner eere verrichte ceremonin de oorzaak zijn geweest1 dat het onheil aan de stad voorbijging1 is eene vraag van geheel anderen aard4 ,in #cgh kwam de wreedaardige keizer ,valens1 die toch al sinds het bovenvermelde rechtsgeding ongeluk op ongeluk had ondervonden1 rampzalig aan zijn einde4 ,bij ,adrianopel door de ,gothen overwonnen1 werd hij1 naar het geloofwaardigste bericht luidt1 zwaar gewond eene hut binnengedragen en werd deze door de vijanden1 die niet wisten met wien zij te doen hadden1 in brand gestoken4 ,ammianus brengt 7in ,,xxxi1 #ad1 #h vlg47 naar aanleiding hiervan de verzen van bovenvermeld orakel in herinnering en voegt er aan toe3 ,valens1 onbeschaafd en ruw als hij was1 gaf er eerst niets om1 maar door voortdurende tegenslagen van de ergste soort tot de meest verachtelijke vrees vervallen1 huiverde hij1 bij herinnering aan datzelfde orakel1 als er maar van ,azi sprake was1 want hij hoorde van ontwikkelde menschen dat ,homerus en ,cicero van een berg ,mimas hadden gesproken1 die boven de stad ,erythrae in ,klein-,azi ligt4 ,maar na zijn ondergang en den aftocht der vijanden werd er1 naar men zegt1 nabij de plek1 waar hij zou gevallen zijn1 eene hooge verhevenheid van steenen gevonden1 waaronder zich n bevond met het opschrift in ,grieksche letters1 dat een zekere ,mimas1 een voornaam man uit den ouden tijd1 aldaar begraven was4 ,het merkwaardigste is echter1 dat1 na ,valens1 reeds in #cgi inderdaad iemand1 wiens naam met ,theod begon1 den troon besteeg1 echter geen ,theodorus1 zooals de magirs vermoed hadden toen zij te vroeg met het raadplegen van het orakel waren opgehouden1 maar ,theodosius ,i1 later de ,groote bijgenaamd4 ,theodosius wist echter de magie er weinig dank voor en vaardigde in #chi met zijne medekeizers ,valentinianus ,,ii en ,arcadius het volgende wetsbesluit uit#ii3 ,al wie hoort dat iemand met de smet van booze kunsten is bezoedeld en hem betrapt en gegrepen heeft1 moet hem terstond te voorschijn slepen en aan de oogen der rechters als een vijand van het algemeene welzijn toonen4 ,en indien iemand uit de wagenmenners of uit eenig ander soort menschen getracht heeft tegen dit verbod in te gaan1 of in 't geheim zelfs iemand1 die aan de booze kunst klaarblijkelijk schuldig is1 heeft omgebracht1 moet hij de doodstraf niet ontkomen1 daar eene dubbele verdenking op hem rust van f een openbaar schuldige aan de strengheid der wetten en de vereischte ondervraging te hebben onttrokken1 ten einde hem te verhinderen zijn medeplichtigen bekend te maken1 f wellicht een particulieren vijand onder den schijn van zulk eene strafoefening met eene nog veel wreedere bedoeling te hebben uit den weg geruimd4 ,tot toelichting zij hierbij opgemerkt1 dat de wagenmenners toenmaals bij de wedstrijden elkaar door middel van tooverij trachtten afbreuk te doen en ook voor gewelddadigheden niet terugdeinsden4 ,toen echter in #djh ,rome door de ,gothen1 belegerd en uitgehongerd werd1 was de overheid toch tot zekere hoogte bereid1 om bij de magie hulp te zoeken4 ,de gouverneur van ,rome1 ,pompeianus1 trad in onderhandeling met eenige ,etrurirs1 die beweerden1 eene zekere stad van de haar omringende gevaren te hebben bevrijd4 ,ze hadden nl4 door gebeden en ceremonin volgens den voorvaderlijken ritus1 geweldige bliksemstralen bezworen en zoodoende de barbaren verjaagd4 ,ze eischten1 dat van regeeringswege zekere oude gebruiken zouden worden verricht1 maar de zaak heeft haar beloop niet gehad--daaromtrent zijn de duistere en elkaar tegensprekende berichten#ajj het eens4 ,ten slotte ging men er toe over1 zich van de barbaren tegen eene ontzaglijke som vrij te koopen4 ,de ,etrurirs--dit zij hierbij opgemerkt--waren van oudsher om hunne tooverijen bekend en zouden het geheim hebben geweten van op het onweer in te werken4 ,naar aanleiding hiervan heeft men wel eens vermoed1 dat ze zich van electriciteit bedienden1 en o4m4 het door ons aan het einde van hoofdstuk ,i vermelde verhaal van koning ,tullus ,hostilius in dit verband betrokken4 ,wij gaan nu tot ,proclus over1 den grootsten ,neoplatonicus der vijfde eeuw1 ,proclus1 die tot de eerste systematici van alle tijden wordt gerekend en met de meest subtiele dialectiek ook diep religieus gevoel vereenigde4 ,proclus1 in alle toenmalige wetenschappen bedreven1 beoefende ook de magie4 ,zijn leerling ,marinus vermeldt dienaangaande in de levensbeschrijving van zijn meester 7c4 #bh73 ,hij maakte gebruik van de systasen en entychien der ,chaldeers en van de goddelijke en geheimzinnige strophalen tooverwielen4 ,want dit alles had hij overgenomen en de wijze van uitspreken en het andere gebruik ervan had hij geleerd van ,asclepigeneia1 de dochter van ,plutarchus den leermeester van ,proclus4 ,want bij haar alleen waren de tooverijen van den grooten ,nestorius z4b4 en de geheele thergische bezweringsmethode bewaard gebleven1 door haar vader aan haar overgeleverd4 ,en reeds voordien had ,proclus1 door de ,chaldeeuwsche reinigingen naar den ritus gezuiverd1 uit eigen aanschouwing met lichtende verschijningen van ,hecate verkeer1 zooals hij ook zelf in een afzonderlijk geschrift vermeldt4 ,door een zekeren iynx tooverschijf handig in beweging te brengen deed hij regenbuien neerkomen en bevrijdde hij ,attica van verderfelijke hitte4 ,hij legde amuletten tegen aardbevingen neer en stelde de voorspellingskunst van den drievoet op de proef4 ,hierbij enkele opmerkingen4 ,systase beteekent o4m4 samenkomst1 voorstelling1 aanbeveling2 in de magie verstaat men er blijkbaar hymnen en ceremonin onder1 waardoor men met de eene of andere godheid in relatie treedt zonder eenig letsel te ondervinden1 vgl4 inzonderheid den grooten tooverpapyrus uit ,parijs 7v4 #bji71 uit eene passage boven door ons behandeld4 ,entychie1 d4w4z4 ontmoeting1 zal wel ongeveer dezelfde beteekenis hebben gehad4 ,wat voorts van den grooten ,nestorius gezegd wordt1 komt overeen met het bericht van den geschiedschrijver ,zosimus1 dat wij boven hebben aangehaald2 van ,nestorius had ,proclus het neerleggen van amuletten tegen aardbevingen overgenomen4 ,den iynx of tooverschijf hebben we reeds in ons eerste hoofdstuk ontmoet4 ,van eene soort strophalos en wel de ,hecatische1 d4w4z4 de aan ,hecate gewijde1 berichten latere zegslieden dat hij van goud was met een saffiersteen in 't midden en met verschillende karakters en figuren op zijne oppervlakte4 ,men draaide hem met een riem van stierhuid rond en stiet daarbij allerlei onverstaanbare klanken uit4 ,in 't algemeen werden zulke toovergereedschappen1 hetzij dezen een kogelronden of een driehoekigen1 of welken vorm ook hadden1 iynxen genoemd#aja4 ,evenals die strophalos aan het bovenvermelde toovergereedschap uit ,pergamum1 doen de divinatorische proefnemingen van ,proclus ons onwillekeurig aan de ondervraging van den drievoet aangaande den opvolger van keizer ,valens denken4 ,karakteristiek is ook het volgende verhaal van ,marinus 7c4 #bi73 ,asclepigeneia1 de dochter van ,archiades en ,plutarche en echtgenoote van ,theagenes1 een weldoener van mij1 werd1 toen ze nog een meisje en bij hare ouders was1 door eene zware ziekte aangetast1 waar de artsen machteloos tegenover stonden4 ,archiades1 die op haar alleen de hoop van zijn geslacht had gevestigd1 was mistroostig en vol smart1 zooals te begrijpen4 ,toen de doktoren het opgaven1 wendde hij zich1 zooals hij bij de belangrijkste aangelegenheden placht te doen1 tot den philosoof1 als tot zijne laatste toevlucht of liever als tot een ,redder en drong met smeekbeden bij hem er op aan1 ook zelf onverwijld te bidden voor het behoud van zijne dochter4 ,proclus ging naar den ,asclepiustempel om den god voor de zieke aan te roepen4 ,want de stad mocht zich toen nog in diens bescherming verheugen en het heiligdom van den ,redder was nog onverwoest4 ,terwijl hij op de meer ouderwetsche manier zijn gebed verrichtte1 kwam eene groote verandering in den toestand van het meisje en voelde ze zich in eens verlicht1 want de ,redder1 immers als een god1 genas haar gemakkelijk4 ,na de plechtigheden te hebben vervuld1 stapte ,proclus naar ,asclepigeneia en vond haar verlost van de pijnen1 die haar lichaam nog zoo even gekweld hadden1 in een toestand van gezondheid verkeerende4 ,de werken van ,proclus1 voor zoover ze ons nog zijn bewaard gebleven1 bevestigen de beweringen van ,marinus4 ,zoo verzekert ,proclus#ajb dat de ware wijders 444 door middel van levenwekkende figuren en namen aan de godenbeelden leven en beweging mededeelen of1 zooals hij het elders#ajc uitdrukt1 dat de wijdingskunst 444 in de godenbeelden bezieling legt 444 en door middel van wekere symbolen het uit deelbare en vergankelijke materie ontstane in staat stelt om deel te hebben aan een god en door hem in beweging te worden gebracht en de toekomst te voorspellen4 ,volgens de ,asclepius1 een der zg4 ,hermetische geschriften en waarschijnlijk uit de derde eeuw n4 ,chr4 dateerende1 waren de ,egyptenaren de uitvinders van dit soort magie 7c4 #cg73 ,onze voorouders vonden eene kunst uit om goden te scheppen4 ,aan deze uitvinding voegden ze eene er mee overeenstemmende en aan het wezen der wereld ontleende kracht toe en deze met die uitvinding vermengende1 riepen ze1 daar ze geen zielen vermochten te scheppen1 zielen van demonen of engelen op en banden ze in beelden door middel van heilige en goddelijke wijdingen1 waardoor de beelden het vermogen konden hebben om zoowel goed als kwaad te doen4 ,en elders 7c4 #bd7 is er sprake van standbeelden1 bezield met gevoel en vol van geest1 die groote en wonderbaarlijke dingen doen1 standbeelden1 die de toekomst vooruit weten en haar door lot1 profeten1 droomen en op vele andere manieren voorspellen1 standbeelden1 die ziektes veroorzaken1 maar ook genezing bewerken4 ,ook ,origenes heeft het herhaaldelijk#ajd over de magische wijding van standbeelden en ,zosim zegt 7,v1 #da7 hoogst opmerkelijk dat de standbeelden1 door plechtige wijdingen geheiligd1 444 zielloos zijn en niets vermogen uit te richten als iets van die wijding te loor is gegaan4 ,een groot ,egyptoloog1 ,g4 ,maspro1 heeft er dan ook op gewezen1 dat inderdaad in het oude ,egypte1 althans te ,thebe1 ten tijde van de ,,xix en de volgende dynastien 7dus na #acej v4 ,chr47 de standbeelden van god ,amun wonderen zouden hebben verricht4 ,de koning raadpleegde het standbeeld1 soms zelfs in 't openbaar1 omtrent allerlei aangelegenheden en na elke vraag zeide het met zijn hoofd uitdrukkelijk ja1 en wel twee keer4 ,theoretisch sprak de ziel1 die in het beeld was getooverd1 maar feitelijk bewoog zich het standbeeld door eene of andere mechanische verrichting1 welke de priesters geheim wisten te houden4 ,het geloof aan de bezieling van beelden komt ook bij primitieve volkeren voor4 ,zoo maken bijv4 de ,papoeas op ,nieuw-,guinea wanneer iemand gestorven is1 beeldjes uit hout en nopen door allerlei ceremonin de ziel van den overledene1 in het beeld te gaan1 dat zij vervolgens met haar in onafscheidelijken samenhang achten te zijn4 ,het beeld wordt bij gewichtige aangelegenheden geraadpleegd2 spreekt het niet1 dan is het goed1 spreekt het daarentegen1 d4w4z bevangt den vrager eene beving1 dan is de zaak bedenkelijk4 ,vooral bij ziekten moet het beeld dienst doen4 ,verwant hiermede is het bijv4 op ,celebes voorkomende gebruik1 den ziektedemon in een beeld te tooveren en dit vervolgens angstvallig te schuwen4 ,wij zien dus1 hoe een oeroud animistisch geloof zich nu nog bij primitieve volkeren handhaaft1 terwijl het bij een meer beschaafd volk 7de oude ,egyptenaren7 aanleiding gaf tot grove bedriegerij4 ,proclus vermeldt ook#aje dat sommigen door het sap van nachtschade en andere gewassen zich in de oogen te druppelen beelden van demonen in de lucht zien1 zooals dan ook werkelijk door ooginspuitingen hallucinaties kunnen worden opgewekt4 ,in de tooverpapyri vindt men ook dienomtrent aanwijzingen1 maar de meest belangrijke passage is te onduidelijk om haar hier aan te halen2 wij moeten ons dus met een ander veel minder treffend1 maar toch belangwekkend specimen behelpen#ajf4 ,eene bezwering ter verkrijging van een onmiddellijk visioen4 ,eeim1 ,to1 ,eim1 ,alalp1 ,barbariath1 ,menebreio1 ,arbathiath1 ,iouel1 ,iael1 ,oueniie1 ,mesommias4 ,de god kome1 dien ik voor mij raadpleeg1 en ga niet weg voordat ik hem zal hebben vrijgelaten4 ,ournaour1 ,soul1 ,zasoul1 ,ouot1 ,nooumbiaou1 ,thabrat1 ,beriaou1 ,achthiri1 ,marai1 ,elpheon1 ,tabaoth1 ,kirasina1 ,lampsour1 ,iaboe1 ,ablanathanalba1 ,akrammachamarei4 ,doe water in eene bronzen kom met olie er op1 z4b41 zalf uw rechter oog met water uit een verongelukt schip en het linker met eenig koptisch antimonium met het water vermengd4 ,indien gij geen water uit een verongelukt schip kunt vinden1 dan van een ondergedompeld uit teen gevlochten veerschuitje4 ,proclus spreekt van diergelijke autopsien als uit eigen ervaring en tracht ook hun ontstaan nader toe te lichten3 ,de goden laten vele gestalten voor zich uitgaan en vertoonen vele afwisselende figuren2 nu eens gaat een vormeloos vuur voor hen uit1 dan een dat tot de gedaante van een mensch is gevormd en dan een dat weer eene andere gestalte heeft aangenomen#ajg4 ,terwijl de goden zelven onveranderlijk blijven en er niets bij verkrijgen of verliezen1 gaan goddelijke verschijningen voor hen uit1 die in de ruimte om ons heen ontstaan4 ,want daar de aanschouwenden lichamelijk en de goden zelven onlichamelijk zijn1 hebben de visioenen die ze aan hen1 die zulks waardig zijn1 toonen1 iets van de toonenden1 maar ook iets1 dat aan de aanschouwenden verwant is4 ,daarom worden zij ook gezien en niet door allen gezien4 ,want de aanschouwenden zelven zien ze door middel van de stralende omhulsels der zielen4 ,men ziet ze althans vaak als de oogen omhuld zijn#ajh4 ,de theorie1 dat de mensch nog een fijner organisme dan het grofstoffelijke lichaam bezit1 vindt men in ,plotinus' geschriften slechts eventjes aangeduid 7,enn4 ,i1 #a1 #g2 ,,vi1 #d1 #ae71 maar reeds bij ,porphyrius#aji is ze in dier voege ontwikkeld1 dat hij verscheidene omhulsels der ziel aanneemt4 ,damascius1 een denker uit de zesde eeuw1 spreekt o4m4 van een sterreachtig#aaj voertuig der ziel2 vandaar blijkbaar de uitdrukking1 astraal lichaam1 thans bij voorkeur door de theosophen gebezigd4 ,bij de spiritisten vindt men ook de uitdrukking perisprit4 ,volgens onderzoekers1 wier wetenschappelijkheid aan geen twijfel onderhevig is1 schijnt de hypothese van zulk een ijler lichaam noodig1 om zekere mediamieke verschijnselen te verklaren4 ,de ,christelijke kerk heeft zich officieel1 d4w4z4 bij monde van concilies1 tegen de magie uitgesproken4 ,de zesde canon 7regel7 van de synode1 in #cjf 787 te ,elvira 7in ,spanje7 gehouden1 luidt3 ,indien iemand door middel van tooverij een ander doodt1 mag hem1 omdat hij dit misdrijf niet zonder afgodendienst kon volvoeren1 zelfs bij het einde des levens het avondmaal niet worden toebediend4 ,ook hieruit blijkt1 zooals wij reeds in ,,iv hebben gezien1 dat men de tooverij in noodzakelijk verbond achtte te staan met den dienst der goden4 ,opmerkelijk is ook de vierentwintigste canon van de ,synode te ,ancyra 7in ,klein-,azi71 uit het jaar #cad3 ,zij1 die waarzeggen en de gewoonten der volkeren d4w4z4 der niet-,christenen volgen1 of lieden in huis halen teneinde toovermiddelen op te sporen of reinigingen te voltrekken1 moeten in de voorgeschrevene vijfjarige boete vervallen naar de bepaalde graden van drie jaren kniebuiging en twee jaren gebed zonder offer4 ,de zesendertigste canon van de synode te ,laodicea 7tusschen #cdc en #cha87 bepaalt3 ,de hoogere en lagere clerici mogen geen toovenaars1 bezweerders1 of sterrewichelaars wezen1 noch zoogenaamde amuletten vervaardigen die boeien voor hunne eigene zielen zijn4 ,diegenen echter1 die deze amuletten dragen moeten buiten de kerk worden gesloten4 ,de zestiende canon van eene synode1 na het midden der vijfde eeuw in ,ierland gehouden1 liep over tooverij4 ,dat men echter in de practijk niet altijd de stengste opvatting huldigde1 blijkt o4m4 uit hetgeen ,rufinus in zijne ,kerkgeschiedenis 7omstreeks #djb geschreven7 aangaande den ,h4 ,spiridion1 een bisschop op ,cyprus en tijdgenoot van ,constantijn den ,grooten1 bericht 7,i1 #e73 ,hij had eene dochter1 ,irene genaamd1 die altijd hare plichten jegens hem trouw vervulde en die als maagd stierf4 ,na haar overlijden kwam iemand die zeide dat hij aan haar eenig deposito had toevertrouwd4 ,de vader wist niets van de zaak af4 ,men doorzocht het geheele huis maar vond nergens het verlangde4 ,toch bleef hij1 die het deposito had toevertrouwd1 met geween en tranen aandringen2 hij verzekerde zelfs aan zijn leven een einde te zullen maken1 als hij het deposito niet terug kreeg4 ,de vader1 door zijne tranen bewogen1 snelde naar het graf van zijne dochter en riep haar bij den naam4 ,toen riep zij uit het graf3 ,wat wilt gij1 ,vader8 ,hij vroeg3 ,waar hebt gij het deposito van den man neergelegd8 ,daarop wees zij hem de plaats aan en zeide3 ,daar zult gij het ingegraven vinden4 ,de vader keerde naar huis terug en gaf het deposito1 dat gevonden werd zooals de dochter uit het graf had geantwoord1 terug aan hem die het opeischte4 ,die handeling van den ,h4 ,spiridion1 wiens naam hoogst opmerkelijk is1 doet ons onwillekeurig aan de bezwering van ,melissa denken1 die wij in ons eerste hoofdstuk hebben vermeld4 ,de kerkelijke schrijver ,lactantius 7omstreeks #caj71 om zijn vloeienden stijl als de ,christelijke ,cicero geprezen1 doet ons door eene hoogst onbevangene uiting over de necromantie1 onwillekeurig aan ,justinus den martelaar denken 7vgl4 hoofdstuk ,,iv74 ,weliswaar spreekt ook hij in zijn hoofdwerk ,goddelijke instellingen 7,,ii1 #af7 van de doodenbezwering en de tooverkunst en wat de menschen verder aan kwaad openlijk of in 't geheim uitvoeren1 en van de magirs en diegenen1 die het volk terecht boosdoeners noemt1 weliswaar denkt ook hij hierbij zonder weifelen aan den invloed van demonen vijanden en kwellers der menschen 7c4 #ae71 maar als het er op aankomt1 de onsterfelijkheid der ziel te bewijzen1 slaat hij een geheel anderen1 meer objectieven toon aan 7,,vii1 #ac73 ,onwaar is het gevoelen van ,democritus1 ,epicurus en ,dicaearchus een volgeling van ,aristoteles dat de ziel zou worden opgelost4 ,zij zouden zeker niet durven spreken van den ondergang der zielen in tegenwoordigheid van een magir1 die wist1 dat de zielen door zekere bezweringen uit de onderwereld worden opgeroepen en tegenwoordig zijn en zich aan menschelijke oogen vertoonen en spreken en de toekomst voorspellen1 en als zij nl4 de ongeloovige wijsgeeren het dorsten1 zouden zij door het feit zelf en de rechtstreeksche bewijzen weerlegd worden4 ,minder onbevangen dan ,lactantius was zijn jongere tijdgenoot ,eustathius van ,antiochi1 die een verwoeden aanval heeft gericht tegen ,origenes' bovenvermelde bijbellezing over de tooveres van ,endor4 ,daarbij neemt hij redeneeringen te baat als volgt 7c4 #e73 ,deed de vrouw ,samul opkomen met lichaam en al of bekleed met eenigen vorm op de wijze van een schaduwomtrek8 ,indien ze hem zonder lichaam deed opkomen1 liet ze niet ,samul weer opstaan1 maar de gedaante van een geest4 ,want de echte ,samul is de uit ziel en lichaam samengestelde1 de mensch die eene evenredige mengeling uit beide heeft1 enz4 ,ook beweert hij 7c4 #ab vlg471 dat de voor ,samul zich uitgevende demon zegt3 ,morgen zult gij en ,uw zoon ,jonathan bij mij zijn1 en derhalve in tegenspraak is met de schrift1 waarin uitdrukkelijk staat dat ,saul tegelijk met drie zonen gedood is1 maar niet met n alleen4 ,origenes haalt echter c4 #e i4f4 den gewonen tekst aan1 nl43 ,morgen zult gij en uwe zonen bij mij zijn1 en waar ,eusthathius zijne tekstvariante van daan heeft1 is ons onbekend4 ,op hetzelfde niveau staan de beschouwingen van ,gregorius van ,nyssa 7in ,klein-,azi7 over de toovenares in een brief aan den bisschop ,theodosius sius 7tweede helft vierde eeuw71 vgl4 p4 #bjb v_/#bjc r3 ,de demon heeft ook tegen wil en dank zich zelf verraden door de waarheid te zeggen3 ,morgen zult gij en ,jonathan bij mij zijn4 ,want indien het waarlijk ,samul was1 hoe kon het dan1 dat ,saul1 die wegens alle mogelijke boosheid was veroordeeld1 bij hem zou komen8 ,maar 't is duidelijk1 dat de booze geest1 die in de plaats van ,samul gezien werd1 niet loog1 toen hij zeide dat ,saul bij hem zou zijn4 ,indien echter de schrift zegt en ,samul zeide1 laat dan eene zoodanige uitdrukking een kundige niet in verwarring brengen maar laat hij meenen1 dat er bijstaat die geloofd werd ,samul te zijn1 want wij vinden dat de ,schrift vaak spreekt van het schijnbare in de plaats van het werkelijke4 ,tot zulke redeneeringen moest men wel komen als men er van uitging dat ,samul groot onder de heiligen1 de tooverij echter eene booze zaak is 7#bja v74 ,hoogst belangwekkend is een geschrift dat waarschijnlijk uit den tijd van ,julianus den afvallige dagteekent1 nl4 de legendaire ,confessie van den ,h4 ,cyprianus 7niet den kerkvader71 die zijne ziel aan den duivel had verkocht1 maar zich bekeerde en verlossing vond4 ,in genoemde ,confessie verhaalt ,cyprianus uitvoerig zijn loopbaan en biecht op wat hij als toovenaar heeft misdreven4 ,wij halen hier een en ander uit aan1 te beginnen met de uitermate kenschetsende woorden 7c4 #g73 ,ik was een wonderdoener als een uit den ouden tijd en gaf proeven van mijne tooverkunst2 ik was vermaard als een magir-philosoof1 daar ik veel begrip had van de ongeziene dingen4 ,het volgende citaat1 uit c4 #ab1 handelt over de magische vertooning van schijnbeelden1 die reeds vroeger in dit hoofdstuk ter sprake is gekomen3 ,voor de grap maakte ik dat water in de woestijn scheen te stroomen en plassen in de huizen scheen te vormen4 ,en in c4 #ac luidt het desgelijks3 ,ik liet ook dooden als levenden voorkomen en lammen als loopenden4 ,maar hij gebruikte zijne tooverkunst nog voor geheel andere doeleinden 7c4 #ab73 ,ik maakte dat vrouwen van hunne mannen naar boeleerders gedreven werden4444 ik heb geheele families aan 't verderf overgeleverd4 ,voor de ergste gruwelen deinsde hij niet terug 7c4 #aa73 ,ik heb zwangere vrouwen ter wille van de demonen opengesneden 444 ik heb vele 444 demonen door diergelijke offers verzadigd om op die manier tot den duivel zelf te genaken4 ,en toen ik op het punt stond naar hem toe te gaan1 bracht ik hem het bloed van elk levend wezen in een gouden schaal4 ,hij nam het aan1 besprenkelde eerst zijne kroon er mee en zijne dienstbare machten1 vervolgens ook mij en zeide3 ,ontvang ook gij macht over alle zielen van onredelijke en redelijke wezens4 ,uitvoerig zet ,cyprianus uiteen1 hoe de duivel en de demonen mirakelen bewerken 7#e vlg73 ,in alle sterren en planten en in de scheppingen des ,heeren heeft hij gelijkenissen met zich samengevlochten1 tot den oorlog tegen ,god en ,diens engelen4 ,daardoor brengt hij de menschen aan 't dwalen als ware hij ,god1 hoewel hij niets in substantie bezit1 maar alles bij wijze van eene schimachtige schilderij voorstelt en vertoont4 ,vandaar dat de demonen1 wanneer zij in gedaanten verschijnen zich oplossen1 al beijveren zij zich om althans door middel van beelden hunne macht te toonen4 ,hoe hij echter materie voor deze schaduwen heeft1 zal ik zeggen3 nergens anders vandaan dan van de offers4 ,want de walmen der offerdampen worden voor hem materiaal1 als wol en linnen en weefsels en verven en werktuigen4 ,en daarin hullen zich de demonen1 de schaduwen ervan in de plaats van gestalten gebruikende4 ,daarom eischt hij een offer1 tot dat van eene mier toe en verlangt hij wateren en wol en vruchten en alle dingen op aarde1 om daarvan gebruik te maken tot het vormen van schijnbeelden4 ,evenals wij de herinneringen aan overledenen als beelden in onze gedachte hebben1 en hen zien1 terwijl ze niet verschijnen en met hen verkeeren terwijl ze niet bij ons zijn1 aldus neemt ook de duivel afdrukken van de vormen der hem gebrachte offers en omgeeft zich en de zijnen er mee1 regen gevende maar geen water1 vuur makende1 maar dat niet brandt1 een visch gevende maar geen spijs1 en goud schenkende1 maar dat niet werkelijk is4 ,ook uit de andere stoffen schept hij vormen en toont eene stad en huizen en landstreken en bergen en vadersteden1 en evenzeer ook gras en bloemen en wolstoffen en geborduurde doeken en de substantie van droomen4444 ,en al deze schijnbeelden vormt hij1 maar de goddelooze menschen stellen hem door hun dienst in staat ook dit te doen4 ,cyprianus erkent dan ook 7c4 #aa73 ,mijne weldaden gaven geen baat1 daar zij geen substantie hadden 444 ,als ik iemand goud gaf1 duurde het drie dagen1 weshalve diegenen1 wien ik den truc mededeelde1 het snel wisselden tot schade van de wisselaars4 ,augustinus1 de beroemdste der kerkvaders1 een philosophisch en theologisch genie van den eerste rang1 die zoo vele onderwerpen van zielkundigen aard met scherpzinnig vernuft heeft behandeld1 weidt ook over de magie herhaaldelijk uit1 voornamelijk in zijn hoofdwerk ,de staat ,gods 7tusschen #dac en #dbg geschreven74 ,hij legt in de eerste plaats 7,,viii1 #ai7 er den nadruk op1 dat reeds vr het ,christendom de tooverij door de wetten zwaar werd gestraft en beroept zich o4m4 op de passage uit ,vergilius 7z4b4 ,,iii7 waar ,dido verzekert1 tegen haar zin de toevlucht tot magische kunsten te nemen4 ,ook wijst hij er op1 dat ,apuleius1 toen men hem van tooverij beschuldigde 7z4b4 ,,iv71 alles deed om zijne onschuld aan te toonen en zich volstrekt niet op magische vaardigheden beroemde1 zooals de ,christenen op hun geloof1 ondanks alle vervolgingen4 ,met onverholen afschuw spreekt ,augustinus 7in ,x1 #i7 van de bezweringen en tooverzangen1 vervaardigd door die gruwelijk nieuwsgierige kunst1 de magie1 met een meer verachtelijken naam gotie1 met een meer eervollen thergie geheeten door hen1 die deze practijken als 't ware trachten te onderscheiden en welke van hen1 die zich aan ongeoorloofde kunsten overgeven1 diegenen1 die ook het volk voor boosdoeners uitmaakt1 verdoemelijk achten--want zij zouden zich immers met gotie afgeven--anderen echter voor prijzenswaardig willen laten doorgaan1 die al de thergie beoefenen4 ,beiden echter zijn gebonden aan de bedriegelijke gebruiken waarmee men de demonen1 onder den naam van engelen vereert4 ,naar aanleiding van de tooverijen van ,circe1 in ons eerste hoofdstuk vermeld1 en van een bericht bij ,varro 7vgl4 ,,iii begin71 dat in ,arcadi zij1 die een zekeren poel doorzwommen1 in wolven veranderd werden1 maar1 wanneer zij geen menschenvlees hadden gegeten en na negen jaren denzelfden poel doorzwommen1 hunne menschelijke gedaante herkregen 7,,xviii1 #ag71 stelt ,augustinus zich 7in c4 #ah7 de vraag3 ,wat moet men gelooven van de gedaanteverwisselingen1 welke door de kunst der demonen de menschen schijnen te overkomen8 en beantwoordt haar op de volgende hoogst opmerkelijke wijze3 444 ,als wij zeggen dat men er niet aan moet gelooven1 dan staat daar tegenover1 dat het ook nu nog niet aan personen ontbreekt1 die verzekeren vernomen of zelf te hebben ondervonden4 ,ook ik hoorde1 toen ik in ,itali was1 iets dergelijks van eene zekere streek aldaar1 waar men zeide dat herbergiersters1 doorkneed in die booze kunsten1 gewoon waren1 aan welke reizigers ze wilden of konden1 iets in de kaas te geven1 waardoor dezen terstond in trekdieren veranderd werden en allerlei benoodigdheden droegen en na gedanen arbeid hunne vroegere gedaante herkregen2 dat echter hun geest niet dierlijk werd1 maar het redelijke en menschelijke bewaarde1 zooals ,apuleius in zijn boek1 waaraan hij den titel ,de gouden ezel gaf1 vermeld of verdicht heeft1 dat het hem zelf is overkomen om1 door opnemen van vergif1 een ezel te worden1 terwijl zijne ziel die van een mensch bleef4 ,dit is f onwaar f zoo ongewoon1 dat men het te recht niet gelooft4 ,echter moet men onwrikbaar gelooven1 dat de almachtige ,god alles kan doen wat ,hij wil1 hetzij om te straffen1 hetzij om genade te betoonen1 en dat de demonen 444 niets bewerken dan wat ,hij toelaat1 wiens oordeelen vaak verborgen maar nooit onrechtvaardig zijn4 ,in geen geval scheppen de demonen substanties wanneer zij iets dergelijks doen als waarover nu de quaestie loopt1 maar zij veranderen naar 't uiterlijk hetgeen door den waren ,god is geschapen1 zoodat het schijnt te zijn wat het niet is4 ,ik geloof dus geenszins dat--om van de ziel geheel te zwijgen--zelfs het lichaam op eenige wijze door de kunst of macht der demonen werkelijk in dierlijke ledematen en gestalten kan worden veranderd1 maar wl1 dat het voorstellingsvermogen van den mensch1 dat ook in 't denken en droomen ontelbare soorten van voorwerpen afwisselend uitbeeldt1 en1 hoewel zelf geen lichaam1 toch met wonderbaarlijke snelheid vormen aanneemt1 die op lichamen gelijken1 eveneens1 wanneer de lichamelijke zintuigen des menschen in slaap bevangen of bedwelmd zijn1 op onuitsprekelijke wijze in een lichamelijke gedaante binnen het bereik van eens anders zintuigen kan worden gebracht1 zoodat1 terwijl de lichamen zelven der menschen ergens liggen1 wel is waar levend1 maar met meer verdoofde zinnen dan ooit in den slaap1 het voorstellingsvermogen als 't ware verlichamelijkt1 in het beeld van eenig dier aan eens anders zinnen verschijnt1 en dat de mensch ook zich zelf verbeeldt een dier te zijn1 zooals hij zich dat in den droom kan verbeelden1 en lasten te dragen2 welke lasten1 als ze inderdaad lichamen zijn1 door de demonen gedragen worden1 om de menschen te foppen1 die deels de ware lichamen van lasten1 deels de valsche van trekdieren zien4 ,een zekere ,praestantius toch verklaarde dat het zijn vader overkomen was1 bedoeld vergif in een kaas thuis tot zich te hebben genomen en op zijn bed als in slaap te liggen1 waaruit hij echter op geen manier kon worden opgewekt4 ,na eenige dagen was hij echter als 't ware ontwaakt en had zijne ondervindingen als een droom verteld1 dat hij nl4 een paard was geworden en te midden van andere trekdieren voor de soldaten graan had getransporteerd1 dat het ,raetische heet1 omdat het naar ,raeti ong4 ,tyrol en ,zuid-,beieren wordt vervoerd4 ,bij onderzoek bleek het aldus geschied te zijn als hij vertelde2 en toch scheen het hem een droom toe4 ,een ander verklaarde1 dat hij1 in zijn eigen huis 's nachts1 voor hij ter ruste ging1 een philosoof1 een van zijne beste kennissen1 tot zich zag komen1 die hem eenige ,platonische denkbeelden uiteenzette1 die hij vroeger1 hoezeer er om verzocht1 niet had willen uiteenzetten4 ,en toen men dien philosoof vroeg1 waarom hij in het huis van een ander had gedaan wat hij in zijn eigen huis had geweigerd te doen1 zeide hij3 ,ik heb het niet gedaan1 maar gedroomd dat ik het gedaan had4 ,en aldus is aan den een door middel van het voorstellingsbeeld tijdens zijn waken vertoond wat de ander in zijn droom zag4 ,dit is niet door den eerste den beste1 wien men voor ongeloofwaardig zou kunnen verklaren1 tot mij gekomen1 maar door zegslieden van wie ik niet mag aannemen1 dat zij mij belogen hebben4 ,wat men dus zegt en ook in boeken vermeld vindt1 dat door de ,arcadische goden of liever demonen1 menschen in wolven plachtten te worden veranderd en dat ,circe ,odysseus' makkers herschiep door toovergezangen1 schijnt mij toe op deze wijze te hebben kunnen gebeuren1 als het werkelijk gebeurd is4 ,de brandende vraag of ,samul zelf zich aan ,saul heeft gemanifesteerd1 liet ook ,augustinus niet onverschillig4 ,in zijn geschrift ,over verschillende vragen aan ,simplicianus 7van #cig dagteekenende7 zegt hij 7,,ii4 vr4 ,,iv1 #a73 ,gij vraagt1 of de onreine geest1 die in de toovenares was1 bewerken kon1 dat ,samul door ,saul gezien werd en met hem sprak4 ,maar het is een veel grooter wonder1 dat ,satan zelf1 de vorst aller onreine geesten1 met ,god vermocht te spreken en ,hem verzocht1 ,job1 dien allerrechtvaardigsten man1 op de proef te mogen stellen4444 ,en indien dit ,u schokt1 dat het aan een boozen geest vrij stond de ziel van een rechtvaardige op te wekken en als 't ware uit de geheime verblijfplaatsen der dooden te voorschijn te roepen1 moet het dan niet meer verbazing wekken1 dat ,satan den ,heer zelf opnam en op de tinne des tempels zette8 ,op welke wijze hij het ook gedaan heeft1 de manier waarop het aan ,samul overkomen is1 opgewekt te worden1 blijft ons evenzeer verborgen4 ,of men moest soms zeggen1 dat het voor den duivel eene gemakkelijkere vrijpostigheid was1 den levenden ,heer mee te nemen van waar hij wilde en neer te zetten waar hij wilde1 dan den geest van den overleden ,samul uit zijn verblijf op te wekken4 ,maar indien ons dit in het ,evangelie daarom niet hindert1 omdat de ,heer wilde en toeliet dat het geschiedde1 zonder eenige vermindering van zijne macht en goddelijkheid1 evenals ,hij door de ,joden zelven1 ofschoon dezen verdwaasd en vuil waren en de werken des duivels deden1 zich heeft laten vasthouden en boeien en bespotten en kruisigen en dooden3 dan is het ook niet absurd om te gelooven1 dat door eene zekere uitzonderingsbepaling van den goddelijken wil toegestaan werd1 dat de geest van den heiligen profeet1 niet tegen zijn zin noch door gebiedende en noodzakende tooverkracht1 maar gewillig en aan de geheime beschikking ,gods1 welke aan die toovenares en ,saul ontging1 gehoorzamende1 er in toestemde om zich aan den blik des konings te vertoonen1 ten einde hem door eene goddelijke uitspraak te verpletteren4 ,waarom toch zou de ziel van een goed mensch1 als zij1 door booze levenden opgeroepen1 verscheen1 hare waardigheid verliezen1 daar ook levende goede menschen dikwijls op bevel tot boozen komen en met hen verhandelen over 't geen plicht en billijkheid vereischt1 terwijl ze daarbij hunne eer en deugd ongerept bewaren en tegenover de ondeugden van de anderen zulk eene houding aannemen1 als in overeenstemming is met de omstandigheden8 ,helt ,augustinus hiermede tot de zienswijze van ,origenes 7z4b47 over1 hij zou toch liever den uitweg van ,tertullianus willen inslaan 7#b73 ,er is echter bij dit feit een andere gemakkelijkere uitweg en eene meer geschikte verklaring mogelijk1 nl4 om aan te nemen1 dat niet werkelijk de geest van ,samul uit zijne rust is opgewekt1 maar een fantoom en een spel van verbeelding door de machinatin van den duivel zijn voorgesteld1 hetwelk de ,schrift daarom met den naam van ,samul noemt1 omdat de beelden der dingen met de namen van datgene plegen genoemd te worden1 waarvan zij beelden zijn4444 ,wie toch aarzelt1 een geschilderd mensch een mensch te noemen8444 ,het is dus geen wonder1 wanneer de ,schrift zegt dat ,samul gezien is1 indien ook bij geval slechts een beeld van ,samul verscheen1 door de machinatie van hem1 die zich in een engel des lichts verandert en zijne dienaren in dienaren der gerechtigheid4 ,alles overwegende en geen uitspraak willende doen in de vraag of de menschelijke ziel na dit leven al of niet door magische bezweringen kan worden opgeroepen en verschijnen1 komt ,augustinus 7#c71 hoewel schoorvoetende1 om niet meer nauwgezette onderzoekingen van te voren uit te sluiten tot de conclusie om liever aan te nemen dat door de booze medewerking van die toovenares hier de eene of andere satanische illusie is te weeg gebracht4 ,in een later geschrift ,over de acht vragen van ,dulcitius 7niet vr #dba7 haalt hij in vr4 ,,vi het voorgaande betoog over de kwestie aan1 voegt er echter aan toe 7#e73 ,maar dat ik niet te vergeefs gezegd heb1 dat wij1 om geen meer nauwgezette onderzoekingen van te voren uit te sluiten1 niet dan schoorvoetende moesten aannemen1 dat bij dit feit een schijnbeeld van ,samul door de booze medehulp van de toovenares is vertoond1 dat heeft mijn later onderzoek mij geleerd1 daar ik gevonden heb1 dat in het boek van ,jezus ,sirach1 waarin de aartsvaders van de rij af geprezen worden1 ,samul in dier voege geprezen wordt1 dat het heet3 ,hij heeft ook nog na zijn dood geprofeteerd ,,xlvi1 #bc4 ,mocht men echter ook dit boek tegenspreken op grond van den canon der ,hebreen1 omdat het zich daarin niet bevindt3 wat moeten wij van ,mozes zeggen1 die zeer zeker volgens ,deuteronomium ,,xxxiv1 #e stierf en volgens het ,evangelie ,matth4 ,,xvii1 #c met ,elia1 die niet stierf1 aan levenden is verschenen8 ,ook in zijn geschrift ,over de vereering1 de dooden te betoonen 7niet vr #dba7 heeft zich ,augustinus 7,,xv1 #ah7 op dezelfde wijze uitgelaten4 ,de grootste der kerkvaders is dus1 wat de doodenbezwering te ,endor betreft1 ten slotte tot dezelfde conclusie gekomen als ook heden ten dage de meest gezaghebbende theologen en ten allen tijde de onbevangene lezers1 dat nl4 het verhaal in den ,bijbel 7,i ,sam4 #bh1e--bj71 zooals het er staat1 eene reele verschijning van ,samul veronderstelt4 ,de thergie in den eigenlijken zin des woords1 d4w4z4 de kunst om met bovenmenschelijke wezens in aanraking te komen1 wordt door ,augustinus in den ,staat ,gods fel bestreden4 ,van het feit1 dat de ,neoplatonicus ,porphyrius in zijn brief aan ,anebo 7z4b47 twijfelingen opperde1 trekt de kerkvader in ,x1 #aa ruim partij2 het antwoord van ,abammon 7,iamblichus7 schijnt hem te zijn ontgaan4 ,toch kan ook ,augustinus niet alle feiten geheel wegcijferen1 al beknibbelt hij ze zooveel mogelijk en al maakt hij er zich in de moeilijkste gevallen met eene uitvlucht van af3 ,wat betreft het feit1 dat1 zooals ,porphyrius vermeldt1 zij die deze1 de thergische vuile reinigingen volgens heiligschendenden ritus uitoefenen1 sommige wonderbaarlijk schoone beelden1 hetzij van engelen hetzij van goden1 als met gezuiverden geest zien 7indien zij ten minste iets zoodanigs zien7 dan bevestigt dit het woord van den apostel dat ,satan zich verandert in een engel des lichts4 ,van hem toch zijn die fantomen1 van hem1 die1 begeerende de rampzalige zielen door de bedriegelijke vereering van vele valsche goden te verstrikken en van den waren dienst des waren ,gods1 den eenige door wien men gereinigd en geheeld wordt1 af keerig te maken1 zich zelf1 zooals van ,proteus is gezegd1 in alle gedaanten verandert1 vijandelijk vervolgende1 bedriegelijk helpende1 altijd verdervende ,x1 #aj4 ,bij het vermelden van die schoone verschijningen denken wij onwillekeurig aan de bezwering der demonen door ,iamblichus1 boven uitvoerig beschreven4 ,met dat al erkent ,augustinus 7,x1 #af47 de realiteit van andere1 naar moderne opvatting veel krassere wonderen der goden1 waarvoor de geschiedenis borg staat1 die klaarblijkelijk door hunne kracht en macht geschieden1 bijv43 dat eene ,vestaalsche maagd1 wier zuiverheid in twijfel werd getrokken1 het geding beslechtte door eene zeef met water uit den ,tiber te vullen1 zonder dat het doorliep4 ,deze en andere wonderen van dien aard zijn geenszins naar macht en grootte met die te vergelijken1 welke1 naar wij lezen1 aan het volk ,gods zijn geschied1 hoe veel te minder die wonderen1 welke door de wetten zelfs van die volkeren1 die zulke goden vereerden1 verboden en gestraft werden1 nl4 de wonderen der magie of thergie6 ,de meesten daarvan bedriegen slechts in schijn de sterfelijke zintuigen door het spel der verbeelding1 zooals bijv4 het omlaag halen der maan 444 enkele schijnen wel is waar feitelijk sommige daden der vromen te evenaren1 maar het doel1 waardoor ze worden onderscheiden1 toont dat onze wonderen buiten vergelijking de meerdere zijn4 ,in zake deze laatste opmerking verwijzen wij naar het onderscheid dat ,origenes maakt tusschen de wonderen van ,jezus en die der toovenaars 7z4b474 ,voorts zij van ,augustinus nog eene passage aangehaald1 waarin hij evenzeer op gelijke wijze als andere reeds boven door ons vermelde1 christelijke schrijvers redeneert 7,x1 #h73 ,den magirs van ,pharao werd daarom toegestaan1 eenige wonderen te verrichten1 ten einde op wonderbaarlijkere wijze te worden overwonnen4 ,zij toch werkten door middel van booze tooverijen en magische bezweringen1 waaraan de booze engelen1 d4w4z4 de demonen1 zijn onderworpen2 ,mozes echter heeft met grootere macht1 omdat hij het recht aan zijne zijde had1 in den naam ,gods1 die hemel en aarde schiep1 met hulp der goede engelen hen gemakkelijk overwonnen4 ,zonder de redeneeringen van ,augustinus aan eene ingrijpende kritiek te onderwerpen1 moeten wij er toch de aandacht op vestigen1 dat hij uit het oog schijnt te hebben verloren1 dat de vroegere wetten de magie geenszins als zoodanig1 maar slechts wanneer zij tot booze doeleinden werd misbruikt1 bestraften en dat men ook van overheidswege1 zooals wij herhaaldelijk hebben opgemerkt1 wel eens de hulp van toovenaars heeft ingeroepen4 ,al die bestrijding door concilin en kerkvaders heeft echter niet kunnen verhinderen1 dat ook ,christenen volgens de overoude methoden1 tooverij uitoefenden4 ,in ,egypte bijv4 zijn tooverpapyri gevonden1 toebehoorende aan een magir uit de achtste eeuw n4 ,chr41 maar waarschijnlijk grootendeels van vroeger dateerende4 ,wij willen tot besluit1 hier nog een en ander uit aanhalen3 ,spreuk tot vergemakkelijking der geboorte4 ,toen de ,heiland met zijne discipelen op den ,olijfberg ging1 trof hij er eene hertekoe aan1 die in ween lag4 ,deze schreeuwde tot hem3 ,wees gegroet1 gij zoon der maagd6 ,wees gegroet1 gij1 de eerstgeborene van zijn vader en van zijne moeder6 ,gij zult tot mij komen en mij helpen in dit uur der benauwdheid4 ,hij wendde zijne oogen tot haar en zeide3 ,mijn glans zoudt gij niet kunnen verdragen4444 maar ik haast mij en zend den aartsengel ,michal tot ,u4444 en hij neemt een scheut787wijns en roept mijnen naam daarbij aan en den naam van mijne twaalf apostelen en zegt3 wat krom is1 moet recht worden444 ,ik ben het die spreekt1 de ,heer ,jezus1 die genezing verstrekt#aaa4 ,in de navolgende liefdes-tooverspreuk wordt ook de duivel aangeroepen3 ,sjoerin1 ,sjoeran1 ,sjoetaban1 ,sjoetaben1 ,ibonese1 ,sjarsaben1 4444 ,satan de duivel1 die met zijn staf op de aarde sloeg tegen den levenden ,god en zeide3 ,ik ben ook een god--ik bid en roep ,u allen heden aan1 opdat gij tot mij moogt komen naar deze dingen1 die ik heden in mijne handen houd1 opdat gij1 zoodra ik aan ,theodora ervan geef te eten of te drinken1 haar hart en haar vleesch aan mij moogt boeien tot in eeuwigheid4 ,ja1 ja6 ,en in eene andere spreuk1 ook tot erotische doeleinden1 gaat de magir zelfs tot dreigementen over1 die onwillekeurig aan de vroeger vermelde dreigementen herinneren3 ,als gij mij niet volgt1 dan daal ik neer naar de onderwereld en breng den beheerscher van den ,tartarus naar boven en zeg3 ,gij zijt ook een god1 want ik wil mijn verlangen naar ,theodora vervullen4 ,hij zeide tot mij3 ,verlangt gij den steen1 ik breek hem stuk1 het ijzer1 ik maak het tot water1 de ijzeren deuren1 ik verbreek ze haastiglijk1 tot dat ik boei het hart van ,theodora aan ,u1 ik1 spoedig4 ,wanneer zij hierop niet komt1 dan houd ik de zon in zijn wagen op en de maan in haren loop en de sterrekroon die op het hoofd van ,jezus is1 totdat ik mijn verlangen vervul1 haastiglijk1 ja1 ja6 ,ik bezweer ,u en al uwe machten4444 ik bezweer den vurigen troon1 waarop gij zit1 tot dat gij mijn verlangen naar ,theodora1 de dochter van ,eudoxius1 vervult4 ,ik bezweer ,uwe amuletten4 ,ja1 ja1 terstond1 terstond6#aab ,litteratuur4 ,e4 ,zeller1 ,die ,philosophie d4 ,griechen1 ,bd4 ,,iii1 #b;e afd4 #d;e uitg4 7#aijb74 ,j4 ,burckhardt1 ,die ,zeit ,constantins d4 ,grossen1 #b;e uitg4 7#ahhj74 ,j4 ,geffeken1 ,der ,ausgang d4 griech4-rm4 ,heidentums1 in ,religionswiss4 ,bibl4 hrg4 v4 ,w4 ,streitberg1 ,bd4 ,,vi 7#aibj74 ,k4,h4,e4 de ,jong1 ,hegel u4 ,plotin 7#aiaf74 ,ranke1 s4v4 ,aegypten ,,ii ,religion1 in ,die ,rel4 i4 ,gesch4 u4 ,geg4 ,i 7#aiji74 ,e4 ,kuhnert1 ,feuerzauber1 in ,rhein4 ,mus4 f4 ,philol4 ,bd4 ,,xlix 7#ahid74 ,k4 ,preisendanz1 ,die ,homeromantie4 ,pap4 ,lond4 ,,cxxi1 in ,philologus ,bd4 ,,lxxii 7#aiac74 ,the demotic magical papyrus ed4 by ,f4 ,ll4 ,griffith a4 ,h4 ,thompson 7#aijd74 ,j4 de ,zwaan1 ,een dichter uit den tijd der ,apostolische vaderen1 in ,onze ,eeuw ,,xi jrg4 #d4 deel 7#aiaa74 ,maspro1 tud4 d4 myth4 e4 d'arch4 g4 ,i e4 ,,ii 7#ahic74 ,c4 ,rasche1 ,de ,iamblicho libri qui inscr4 de myst4 auctore1 ,dissert4 ,mnster 7#aiaa74 ,couperus1 ,de berg van licht 7#aije74 ,lucianus1 ,de spiritistische sance te ,endor1 in ,de ,dageraad ,bd4 ,,xv 7#ahic_/id74 ,de ,h4 boeken v4 h4 oude verbond4 ,vulgaat en ,nederl4 vertaling met aanteeken4 kerk4 goedg4 ,,ii 7#ahig74 v4 ,orelli1 s4v4 ,saul1 in ,herzog1 ,realenc4 prot4 ,theol4 u4 ,kirche1 #ac;e uitg4 ,bd4 ,,xvii 7#aijf74 ,a4 ,lods1 ,la croyance la vie future e4 l4 culte des morts dans l'antiquit israelite 7#aijf74 ,r4 ,kittel1 ,geschichte d4 ,volkes ,isral1 #c;e uitg4 ,bd4 ,,ii 7#aiag74 ,j4 ,scheftelowitz1 ,der ,seelen- u4 ,unsterblichkeitsglaube im alten ,testament1 in ,archiv f4 ,religionswiss4 ,bd4 ,,xix 7#aiai74 ,kautzsch1 s4v4 ,urim u4 ,tummim1 in ,herzog1 ,realenc4 #c;e uitg4 ,bd4 ,,xx 7#aijh74 ,r4 ,ganschinietz1 ,hippolytos' ,cap4 gegen die ,magier1 uit ,text4 u4 ,unt4 ,gesch4 altchr4 ,lit4 brg4 v4 ,harnack u4 ,schmidt1 #c ,reihe1 ,,ix4 ,bd4 #b4 ,hft4 7#aiac74 ,origenes1 ,eustathius v4 ,antiochien u4 ,gregor v4 ,nyssa b4 d4 ,hexe von ,endor1 hrg4 v4 ,e4 ,klostermann1 in kl4 ,texte f4 ,vorl4 u4 b4 #hc 7#aiab74 ,v4 ,schultze1 ,geschichte d4 ,untergangs d4 gr4-rm4 ,heidentums ,bd4 ,i 7#ahhg74 ,l4 ,loewenfeld1 ,somnambulismus u4 ,spiritismus1 #b;e uitg4 7#aijg74 v4 ,schrenck--,notzing1 ,materialisationsphnomene4 ,ein ,beitrag z4 ,erforschung der mediumistischen ,teleplastie 7#aiad74 ,w4 ,koch1 ,kaiser ,julian 7#ahii74 ,p4 ,allard1 ,julien l',apostat ,i1 #b;e uitg4 7#aijj74 ,j4 ,geffcken1 ,kaiser ,julianus 7#aiad74 ,r4 ,wnsch1 ,antikes ,zaubergert aus ,pergamum1 in ,jahrb4 d4 deutsch4 arch4 ,inst4 ,ergnzungsheft ,,vi7#aije74 ,gregorovius1 ,geschichte d4 ,stadt ,athen im ,mittelalter ,bd ,i 7#ahhi74 ,r4 ,wnsch1 ,sethianische ,verfluchungstafein 7#ahih74 ,k4 ,preisendanz1 ,miszellen z4d4 ,zauberpapyri1 in ,wiener ,studin1 ,zeitschr4 f4 klass4 ,philol4 ,,xl ,jrg4 7#aiah7 #a ,hft4 ,j4 ,geffcken1 ,der ,bilderstreit des heidnischen ,altertums1 in ,archiv f4 ,religionswiss4 ,bd4 ,,xix 7#aiai74 ,k4,h4,e4 de ,jong1 ,die ,lehre vom ,astralkrper bei den ,neuplatonikern1 in ,actes d4 ,,ive ,congres internat4 d' hist4 d4 rel4 7#aiac74 ,c4,j4 von ,hefele1 ,conciliengeschichte1 #b;e ,ausg4 ,b4 ,i 7#ahgc7 e4 ,,ii 7#ahge74 99 99 99 99 99 99,slotwoord499 ,aan het einde van ons overzicht gekomen1 moeten wij nog ons eigen oordeel over de realiteit en de waarde der magie uitspreken4 ,zooals wij zagen1 valt het niet te betwijfelen dat verscheidene antieke denkers de realiteit der magie loochenden1 waarbij echter opmerkelijk is1 dat de grootsten van hen1 ,democritus en ,aristoteles1 toch ruimte lieten voor feiten die tot het gebied der magie behooren4 ,daarentegen erkenden andere1 bij de genoemden geenszins achterstaande denkers als ,iamblichus1 ,proclus1 ,origenes1 ,augustinus de realiteit der magie onomwonden4 ,dat het verzet der ongeloovigen ten slotte wegstierf1 was eene wetenschappelijke noodzakelijkheid4 ,in onzen tijd zien we evenzeer1 hoe het ongeloof1 dat tooverij en geesten loochent1 voor de uitkomsten van het psychische onderzoek1 ingesteld door autoriteiten als ,e4 ,gurney1 ,f4,w4,h4 ,myers1 ,w1 ,barrett e4a4 gaandeweg zwicht4 ,over de waarde der magie hebben in de oudheid zelfs mannen1 die de realiteit der feiten erkenden1 zich ongunstig uitgelaten4 ,bij nader onderzoek blijkt echter1 dat de magie niet verdient1 botweg met afkeer en minachting te worden behandeld4 ,de tooverij zal op het gebied van liefde wel niet meer kwaad hebben veroorzaakt dan bijv4 verlokkingen van financielen aard4 ,of de magirs meer zieken hebben verknoeid dan de geneesheeren1 blijft eene open vraag4 ,en ongetwijfeld zinkt het aantal dergenen1 die door zwarte magie hun leven verloren1 in 't niet tegenover de ontelbare slachtoffers van schavot of oorlog4 ,voorts staat tegenover de schaduwzijde der magie ook een niet gering te achten lichtzijde4 ,de magie heeft den stoot gegeven tot grootsche scheppingen op litterair gebied4 ,zonder de magie toch zouden wij drie der schoonste zangen van ,homerus1 de meest ontroerende tragedie van ,euripides1 de diepstgevoelde idylle van ,theocritus missen4 ,ook valt niet te betwijfelen dat vele zieken door de toepassing van toovermiddelen1 wellicht hoofdzakelijk ten gevolge van suggestie1 genezing hebben gevonden4 ,door de strenge leefwijze en de geestesconcentratie1 welke tal van magische handelingen vereischten1 kwam menigeen tot reiniging der ziel en tot verlossing4 ,en1 wat voor ons1 menschen1 het hoogste van alle belangen raakt1 door de doodenbezwering was1 naar de overtuiging van hoogst achtenswaardige antieke denkers1 het voortbestaan der ziel na den dood daadwerkelijk aangetoond4 99 99 99 99 99 ,,register4 ,a4 ,aardbevingen #ij1 #bjf vlg1 #baa ,amuletten #ad1 #he vlgg41 #aec1 #agj1 #baa1 #bai1 #bci ,animisme #c1 #ij1 #acb1 #baf ,astrologie #fg vlgg1 #ajg1 #acg vlg41 #aff1 #aic1 #bai ,b4 ,beelden1 wonderdadige #aja1 #aba1 #abc1 #adf1 #afi1 #bjf1 #bac--baf ,belezen #df vlg ,beschermgeesten #ach vlg4 ,bijzitters #aaj1 #abf ,c4 ,christendom #ajc--aji1 #ahg ,concilies #bah vlg ,corybantisme #ajb ,d4 ,demonen #a1 #dh1 #hb vlg1 #id vlg41 #ajj vlg41 #ajc passim ,doodenbezwering #a vlg1 #i--af1 #bb1 #di1 #eb1 passim ,doop #abi vlg ,dreigementen1 magische #afa--afe1 #bch vlg ,duivel #aje1 #agh1 #bbd1 #bca vlgg41 #bce1 #bch vlg4 ,e4 ,endor1 toovenares van #age--agi1 #ahe vlg41 #bba vlgg1 #bcj--bcd ,envotement #ce1 #aag ,exorcisme #eh1 #fe1 #gf1 #ie vlg1 #aji1 #agc vlg4 ,f4 ,fakirs #if ,fluide1 magnetisch #ce1 #dj ,g4 ,genezingen1 wonderdadige #ad1 #bj1 #ch vlgg41 #de vlgg1 #ga vlgg41 #ha vlg1 passim ,gestorvenen1 ontijdig #adf vlg1 #agc ,h4 ,hallucinaties #c1 #ed1 #aia1 #baf ,haren #aag ,helderziendheid #d1 #abf ,hydromantie #af1 #di1 #aeb ,hypnose #c1 #hg1 #ajb ,i4 ,illusies1 magische #aff vlgg41 #agd1 #bbd vlg41 passim ,j4 ,jezus #gf1 #ajc1 #ajg vlgg41 #acj vlg41 #agi1 #ahd vlg1 passim ,k4 ,kabbala #gg ,kinderoffer #di1 #ei vlg41 #fg1 #gg1 #ajh1 #aea1 #agj ,knapen1 waarzeggende #di1 #abe vlg41 #aec vlgg1 #agb1 #ahb vlg4 ,knoopen #eb vlg4 ,korenziel #dd ,kristalzien #abf ,l4 ,liefdestoovenarij #ac vlg41 #cb vlgg41 #di--eg1 #ei vlg41 #fb--ff1 passim ,linnen #abj1 #acj1 #acb1 #aeb1 #bjj ,m4 ,mana #ci1 #eg1 #fe1 #gc1 #hf1 #ii1 #acb1 #aea ,materialisaties #aia ,mediums #if1 #aed vlg4 ,mystiek #aei vlg4 ,n4 ,naam1 tooverkracht van den #gc vlgg41 #ajg1 #aaj1 #abi vlgg41 #add passim ,o4 ,omgekomenen1 geweldadig #adf vlg4 #agc ,onthouding1 sexueele #ec1 #aca vlg41 #aed1 #ahb ,oog1 het booze #be1 #fc1 #hd--hg ,p4 ,perisprit #bah ,plaatjes1 looden #dj1 #fh1 #adf ,praeanimisme #c ,r4 ,reliquienvereering #ii ,s4 ,speeksel #ga vlgg41 #ig vlgg41 #ajg ,spiegel #abe vlg4 ,spiritisme #if1 #bje vlg1 #bah ,suggestie #c vlg41 #ce1 #dj1 #hg1 #if1 #aai ,t4 ,telepathie #b1 #d1 #be1 #ce vlg41 #adj vlg41 #bab vlg4 ,w4 ,weerwolf #eb1 #ed1 #ib vlgg41 #aai1 #bbg1 #bcj4 99 99 99 99 99 ,,addenda4 ,p4 #ba1 regel #ab1 voeg na verzoeken in3 en aansporen4 99 99 99 99 99 ,,footnotes3 ,footnote #a3 ,odyssea ,x1 #ace-egd en ,,xi4 ,footnote #b3 ,plutarchus1 ,de ser4 num4 vind4 #ag1 ,aelianus1 frg4 #bee4 ,galenus1 ,protrept4 ,,ix1 #aj4 ,footnote #c3 ,plutarch4 ,de ser4 num4 #aj1 ,vit4 ,cimon1 #f4 ,footnote #d3 ,plutarch4 ,de ser4 num4 #ag4 ,footnote #e3 ,pyth4 ,,iv1 #bac 7#chj7 vlgg4 ,footnote #f3 ,diogenes ,laertius ,,viii1 #b1 #ei1 vgl4 ,diels1 ,die ,fragmente d4 ,vorsokratiker ,i1 #c;e uitg4 7#aiab7 p4 #bfc vlg ,footnote #g3 ,augustinus1 ,de ,civ4 ,dei ,,vii1 #ce4 ,footnote #h3 ,livius1 ,i1 #ca4 ,footnote #i3 ,phaedo #ha c4d4 ,footnote #aj3 ,euthydemus #bij a4 ,footnote #aa3 ,sextus ,empiricus1 ,math4 ,,ix1 #ai4 ,footnote #ab3 ,epist4 ad ,menoeceum ap4 ,diog4 ,laert4 ,x1 #acd4 ,footnote #ac3 ,diog4 ,laert4 ,,vi1 #b1 #fh4 ,footnote #ad3 ,diog4 ,laert4 ,,vi1 #b1 #bd4 ,footnote #ae3 ,diog4 ,laert4 ,,viii1 #a1 #cf4 ,footnote #af3 ,schol4 a4 ,theocr4 ,,ii1 #af2 ,propert ,,ii1 #d1 #aj4 ,footnote #ag3 ,plutarch4 ,vit4 ,pyrrh4 #c4 ,footnote #ah3 ,e4 ,ziebarth1 ,neue attische ,fluchtafeln1 in ,nachnchten d4 ,kon4 ,gesellsch4 d4 ,wiss4 ,gottingen #ahii p4 #aji vlg4 ,footnote #ai3 ,e4 ,ziebarth1 ,neue att4 ,fl41 p4 #aac vlg4 ,footnote #bj3 ,livius ,,xxv1 #a4 ,footnote #ba3 ,plinius1 ,hist4 ,nat4 ,,xviii1 #f1da ,footnote #bb3 ,apulems1 ,apolog4 #db4 ,footnote #bc3 ,t4p4 ,footnote #bd3 ,arrianus1 ,exped4 ,alex4 ,,ii1#c1 ,plutarchus ,vit4 ,alex4 #ah4 ,footnote #be3 ,papyr4 ,parthey ,i4 #bfd1 in ,abh4 d4 kn4 ,akad4 d4 ,wiss4 z4 ,berlin #ahff4 ,footnote #bf3 ,philostratus1 ,vit4 ,apoll4 ,i1#h4 ,footnote #bg3 ,gazette archologique ,,ix1 jrg4 #ahhd1 platen #dd1de1 #df1 p4 #ceb vlg4 ,footnote #bh3 ,thucydides ,,iii1 #bb4 ,footnote #bi3 ,h4 ,hubert1 s4v4 ,magia1 in ,daremb4 e4 ,sagl4 ,dict4 d4 ant4 gr4 e4 rom4 ,bd4 ,,iii1 #b helft4 7#aijd7 p4 #aeae4 ,footnote #cj3 ,papyr4 ,paris4 #begi en #bfdf1 uitg4 v4 ,c 4,wessely1 in ,gr4 ,zauberpap4 v4 ,par4 u 4,lond41 in ,denkschr4 d4 phil4 hist4 ,cl4 d4 ,kais4 ,akad4 ,wiss4 ,wien ,bd4 ,,xxxvi 7#ahhh74 ,footnote #ca3 ,plinius1 ,hist4 ,nat4 ,,vii1 #b1 #i4 ,footnote #cb3 ,sophocles ap4 ,macrobium1 ,saturn4 ,v4 #ai1 #i2 frg4 #dbc ed4 ,didot2 ,tr4 gr4 ,frg4 ed4 ,nauck #b;e uitg4 7#ahhi7 #dia1 p4 #bdi4 ,footnote #cc3 ,h4 ,hubert1 s4v4 ,magia p4 #aeaf4 ,footnote #cd3 ,papyr4 ,parthey ,,ii1 v4 #ee vlg4 ,footnote #ce3 ,dio ,cassius ,,xxxvii1 #cj4 ,footnote #cf3 ,herodotus ,,iii1 #aa4 ,footnote #cg3 ,dio ,cassius ,,xlix1 #dc4 ,footnote #ch3 ,eusebius1 ,chron4 ,ol4 #ahh1a4 ,footnote #ci3 ,sueton4 ,vit4 ,aug4 #id4 ,footnote #dj3 ,sueton4 ,vit4 ,aug4 #ij4 ,footnote #da3 ,sueton4 ,vit4 ,tiber4 #fi4 ,footnote #db3 ,de ,is4 en ,osir41 #ab--ai4 ,footnote #dc3 ,pap4 ,paris1 #cjjg--cjhe4 ,footnote #dd3 ,philostratus1 ,vit4 ,apoll4 ,,iv1 #de4 ,footnote #de3 ,philostrat4 ,vit4 ,apoll4 ,,iv1 #d2 #aj2 ,,viii1 #g1 #cj vgl4 ,footnote #df3 ,philostrat4 ,vit4 ,apoll4 ,,viii1 #bf1 ,dio ,cassius ,,lxvii1 #ah4 ,footnote #dg3 ,ep4 ,,liii1 #a4 ,footnote #dh3 ,ep4 ,,cxxxviii1 #ah4 ,footnote #di3 ,aehanus1 ,var4 hist4 ,,iv1 #ag4 ,footnote #ej3 ,plinius1 ,hist4 nat4 ,,xxviii #cg4 ,footnote #ea3 ,philostrat4 ,vit4 ,apoll4 ,v1 #bg-ch4 ,footnote #eb3 ,philostrat4 ,vit4 ,apoll4 ,,vi1 #bi-cd4 ,footnote #ec3 ,philostrat4 ,vit ,apoll4 ,,viii1 #a-h4 ,footnote #ed3 ,ongenes1 ,contra ,celsum ,,iii1 #cf4 ,footnote #ee3 ,tacit4 ,histr4 ,,iv1 #hb4 ,footnote #ef3 ,vopiscus1 ,vit4 ,saturn4 #h ,footnote #eg3 ,hippolytus1 ,refut4 omn4 haer4 ,,vi1 #g4 ,footnote #eh3 ,hippol4 ,refut4 omn4 haer4 ,,vii1 #cb4 ,footnote #ei3 ,tweede boek ,je1 vert4 d4 ,c4 ,schmidt in ,koptisch-gnostische ,schriften 7#aije71 #cbb en #cbg f4f4 ,footnote #fj3 ,alcest4 #ge vlg4 ,footnote #fa3 ,de ,civit4 ,dei ,,viii1 #ai3 ,ep4 ,,cxxxviii1 #ai4 ,footnote #fb3 ,capitolinus1 ,vit4 ,anton4 phil4 #ac4 ,footnote #fc3 ,dio ,cass4 ,,lxxi1 #h1 #d2 #i1 #b4 ,footnote #fd3 ,spartianus1 ,vit4 ,did4 ,julian4 #g4 ,footnote #fe3 ,tweede boek ,je1 vert4 ,c4 ,schmidt p4 #cjh-cad4 ,footnote #ff3 ,ed4 ,dieterich1 ,abraxas 7#ahia7 p4 #afi1 v4 #e vlg4 ,footnote #fg3 ,philostrat4 ,vit4 ,apoll4 ,i1 #h en #ac4 ,footnote #fh3 ,milligan1 ,selections from the ,greek ,papyri 7#aiaj7 p4 #hc vlg41 ,erman-,krebs1 ,aus den ,papyrus d4 kn4 ,mus4 z4 ,berlin 7#ahii7 p #ahe4 ,footnote #fi3 ,pap4 ,parthey ,,ii1 #ag vlg4 ,footnote #gj3 ,ennead4 ,,iv1 #d1cf4 ,footnote #ga3 ,enn4 ,,iv1 #d1da4 ,footnote #gb3 ,enn1 ,,iv1 #i1c4 ,footnote #gc3 ,enn4 ,,iv1 #d1dj4 ,footnote #gd3 ,enn1 ,,iv1 #d1dc4 ,footnote #ge3 ,enn4 ,,iv1 #g1 #bj4 ,footnote #gf3 ,enn4 ,,iv1 #d1 #dc4 ,footnote #gg3 ,pap4 ,v1 col4 ,,vh1 #bg--,,viii1 #d1 ed4 ,dieterich p4 #hjh4 ,footnote #gh3 ,pap4 ,v41 col4 ,,vii1 #ag--be2 ed4 ,diet41 p4 #hjg vlg4 ,footnote #gi3 ,porphyr4 ,vit4 ,plot4 #bc4 ,footnote #hj3 ,pap4 ,v4 col4 ,,ii1 #af-ah ed4 ,diet4 p #gif vgl4 ,footnote #ha3 ,celsus ap4 ,origen4 ,contr4 ,cels ,i1 #fh4 ,footnote #hb3 ,papyr4 ,parthey ,i1 #ajf-aaj4 ,footnote #hc3 ,ps4 ,justinus1 ,quaest ad4 ,orthod4 #bf4 ,footnote #hd3 ,dio ,cassius ,,lxxvii1 #ah1 #d4 ,footnote #he3 ,herodianus1 ,,iv1 #ab4 ,footnote #hf3 ,dio ,cass4 ,,lxxix1 #aa1 #c1 ,lampridius1 ,vit4 ,hel4 #h4 ,footnote #hg3 ,lamprid4 ,vit4 ,alex4 ,sev4 #bi4 ,footnote #hh3 ,vopiscus1 ,vit4 ,aurel4 #bd4 ,footnote #hi3 ,codex ,justinian4 ,,ix1 #ah1 #d4 ,footnote #ij3 ,eunapius1 ,vit4 ,soph4 ,ed4 ,boissonade1 #b uitg4 p4 #dei4 ,footnote #ia3 ,cod4 ,justin4 ,,ix1 #ah1 #e4 ,footnote #ib3 ,cod4 ,justin4 ,,ix1 #ah1 #f4 ,footnote #ic3 ,cod4 ,justin4 ,,ix1 #ah1 #g4 ,footnote #id3 ,vit4 ,soph4 ,ed4 ,boissonade #b uitg4 p4 #dgd vlg4 ,footnote #ie3 ,theodotus1 ,hist4 eccl4 ,,iii1 #ba4 ,footnote #if3 ,cod4 ,theodos4 ,,ix1 #af1 #g4 ,footnote #ig3 ,zosimus ,,iv1 #ac vlgg1 ,philostorgius ,,ix1 #ae1 ,socrates ,,iv #ai1 ,sozomenus1 ,,vi1 #ce4 ,footnote #ih3 ,socrat4 ,,iv1 #ai1 ,sozomen4 ,,vi1 #ce4 ,footnote #ii3 ,cod4 ,justin4 ,,ix1 #ah1 #i4 ,footnote #ajj3 ,zosim4 ,v1 #da1 ,sozomen4 ,,ix1 #f4 ,footnote #aja3 ,nicephorus schol4 ad ,synes ,de insomn4 p4 #cfa ,d4 cf ,stephanus1 ,thes4 gr ling ,,vii 7#ahdh_/ed7 s v4 strophalos c4 #hhf ,psellus ad ,orac ,magic4 p4 #gd1 cf ,stephanus ,thes4 gr4 ling4 ,,iii 7#ahce7 s v4 ,hekatikos c4 #cfj4 ,footnote #ajb3 ,in ,timaeum ,,iv p4 #bdj a ,footnote #ajc3 ,in ,tim4 p4 #bhg;c4 ,footnote #ajd3 ,contr4 ,cels4 ,v1 #ch1 ,,vii1 #ce1 #fd1 #fi1 ,,viii1 #da4 ,footnote #aje3 ,in ,rem publ4 ,ed4 ,kroll ,,ii 7#aija7 p4 #aag4 ,footnote #ajf3 ,greco-,egyptian frg4 o4 magie1 ed4 ,goodwin 7#aheb7 p4 #d vlg4 ,footnote #ajg3 ,in ,rem publ4 ,ed4 ,kroll ,i 7#ahii7 p4 #aaj vlg4 ,footnote #ajh3 ,in ,rem publ4 ,ed4 ,kroll ,i p4 #ci ,footnote #aji3 ,de abstin4 ,i1 #ca1 ,,ii1 #df2 ,sentent4 #cb4 ,footnote #aaj3 ,suidas s4v4 augoeides4 ,footnote #aaa3 ,erman u4 ,krebs1 ,aus den ,papyrus d4 kon4 ,mus4 p4 #beg4 ,footnote #aab3 ,erman u4 ,krebs1 ,aus d4 ,pap4 p4 #bei4