,,vier ,,voordrachten ,,over ,,theosofie ,,door ,,annie ,,besant ,,gehouden ,,in ,,verschillende ,,plaatsen ,,van ,,nederland ,,in ,,januari #ahih ,illustratie ,gebaseerd op de uitgave gepubliceerd te ,amsterdam1 #ahih4 ,,inhoud4 #a4 ,de ,leeringen der ,theosofie beschouwd uit een geschiedkundig oogpunt #b4 ,de ,leeringen der ,theosofie beschouwd uit een wetenschappelijk oogpunt #c4 ,esoterisch ,christendom #d4 ,het verhaal van den ,christus #c4 ,aanhangsel4 ,inlichtingen over de ,theosofische ,vereeniging ,,voorwoord4 ,de vier voordrachten over ,theosofie welke hierbij het ,nederlandsch publiek worden aangeboden zijn door ,mevrouw ,annie ,besant1 ,l4,t4,v41 in verschillende steden van ons land gehouden in den loop van de maand ,januari1 #ahih4 ,een vijfde voordracht is1 daar zij niet aansluit bij het aaneengeschakeld geheel van de vier in dit boekje vervatte1 afzonderlijk uitgegeven onder den titel3 ,levenstoestanden na den dood4 ,in snelschrift opgeteekend is het gesprokene woordelijk weergegeven2 slechts in de voordracht over ,esoterisch ,christendom zijn enkele toespelingen op ,bijbelplaatsen uitgelaten waar die alleen van toepassing waren op de ,engelsche vertaling van den ,bijbel 7,mevrouw ,besant sprak in het ,engelsch7 en niet op de van deze afwijkende ,nederlandsche2 die uitlatingen zijn alle van ondergeschikt belang4 ,aangehaalde werken of ,bijbelplaatsen zijn in een noot aan den voet van de bladzijde aangeduid4 ,waar goddelijk weten staat werd door de spreekster divine wisdom gezegd4 ,de voordracht ,het verhaal van den ,christus werd gericht tot een uitsluitend uit leden der ,theosofische ,vereeniging bestaand gehoor4 ,de vragen naar aanleiding van deze voordracht gedaan worden met de daarop door ,mevrouw ,besant gegeven antwoorden opgenomen in het ,maandblad ,theosophia4 ,enkele beknopte inlichtingen aangaande de ,theosofische ,vereeniging zijn ter wille van belangstellenden in een ,aanhangsel aan dit werkje toegevoegd4 ,j4,j4 ,,hallo ,,jr4 ,,haarlem1 l ,maart #ahih4 ,illustratie3 ,,annie ,,besant ,de ,theosofie en haar leeringen4 ,i ,er is een moeilijkheid1 die gij en ik hedenavond te overwinnen hebben3 een vreemde taal is tusschen ons en zelfs voor hen die de taal kennen1 waarin ik spreek1 is het moeilijk het ongewone geluid te volgen4 ,moeilijk ook is het voor mij als spreekster1 want de taal is voor een spreker het instrument1 dat hij bespeelt4 ,door de taal bereikt hij de harten en hoofden zijner hoorders1 en indien het instrument ongewoon voor hen is1 wordt de kracht van den spreker verzwakt en vermindert de mogelijkheid dat hij de gedachten en gevoelens zijner hoorders bereikt4 ,toch moeten wij hedenavond met die ongewone taal doen wat wij kunnen1 en terwijl ik spreek zoo helder en eenvoudig als mogelijk is1 en gij uwe aandacht leent zullen wij samen trachten onze moeilijkheid te overwinnen en het onderwerp begrijpelijk te maken4 ,ik ga tot u spreken over de ,theosofie en hare leeringen1 en daar ik morgen te ,haarlem over het zelfde onderwerp zal spreken1 splits ik het in twee deelen1 hoewel ik ieder deel als een afzonderlijke voordracht volledig zal maken4 ,ik zal hedenavond en morgen een verschillenden gedachtegang volgen1 voor het geval dat sommigen uwer beide voordrachten mochten willen hooren4 ,diegenen onder u1 die gedurende de laatste twintig jaren den ontwikkelingsgang van het denken in ,europa hebben gevolgd1 weten dat er n bijzondere richting van studie is1 welke veel wordt gebruikt als een wapen tegen den godsdienst3 de studie van ,oostersche talen en ,oostersche godsdiensten4 ,de heilige boeken der ,chineezen1 der ,hindoe's1 der oude ,egyptenaren zijn bestudeerd door geleerden uit de verschillende landen van ,europa en bij het onderzoeken dezer godsdiensten hebben zij gezien hoeveel die allen op elkander gelijken4 ,zij hebben bemerkt1 toen zij de verschillende ,schriften der ,chineezen1 der ,perzen1 der ,egyptenaren ter hand namen1 dat deze alle dezelfde leering gaven3 zij spreken omtrent ,god op volkomen dezelfde wijze1 zij spreken van ,god als n1 het ne ,bestaan1 zij spreken van ,god als immer geopenbaard in drieenheid1 in drievoudig aanzicht1 terwijl iedere persoon in die drieenheid zijn eigen hoedanigheden heeft2 en men zag dat al deze ,schriften op dezelfde wijze spreken omtrent den mensch en zijnen aard2 zij leeren dat de ziel des menschen onsterfelijk is1 dat zijn aard samengesteld is1 en bestudeerd moet worden om te kunnen worden begrepen2 men zag dat in al deze ,schriften der menschen ontwikkeling wordt geleerd1 de ontwikkeling der ziel1 welke de openbaring van den geest is in den mensch4 ,men zag dat al deze ,schriften leeren dat enkele menschen hunne ontwikkeling hebbon voleindigd1 hunnen groei als geestelijke wezens hebben voltooid1 en volmaakt zijn geworden als mensch1 goddelijk in hunne hoedanigheden1 in hunne vermogens van hoofd en van hart2 en in al deze ,schriften vond men geleeraard dat de menschen van heden kunnen groeien1 gelijk die menschen uit het verleden zijn gegroeid1 dat zij ook volmaakt kunnen worden en goddelijk1 dat zij zich ook kunnen ontvouwen1 stap na stap1 leven na leven1 zoodat ieder1 hoe onontwikkeld ook1 kan ontwikkelen tot den volmaakten1 goddelijken mensch4 ,al deze dingen worden geleerd in alle ,schriften der verschillende volkeren1 en toen deze vertaald waren in verschillende ,europeesche talen1 begreep men dat de wereld-godsdiensten veel gemeen hebben en dat de meeste leerstellingen van een godsdienst zooals het ,christendom1 ook gevonden worden in het ,hindoesme1 het ,boeddhisme1 de leeringen van ,confucius en ,lao-tse4 ,zij hebben alle zooveel gemeen1 dat wij niet n godsdienst van de andere kunnen afscheiden4 ,toen deze ontdekking door de geleerden werd gedaan1 toen deze boeken waren vertaald in verschillende talen en de menschen ze begonnen te lezen en er over te spreken1 was het eerste besluit1 waartoe velen kwamen1 dat alle godsdiensten als zij in den grond hetzelfde waren1 n oorsprong moesten hebben1 en dat zij geen goddelijke openbaring konden zijn1 maar dat een andere bron moest worden gevonden1 waaruit de verschillende godsdiensten waren gevloeid4 ,vele geleerden nu1 die den godsdienst niet goed gezind waren1 trachtten hunne ontdekkingen te gebruiken om allen godsdienst te vernietigen en zeiden3 ,zij zijn alle voortgekomen uit de menschelijke onwetendheid1 uit de wijze waarop de mensen de natuur beschouwt3 hij heeft de natuur verpersoonlijkt en er wezens in gezien2 en daar die wezens machtiger waren dan hij1 aanbad hij ze3 ,daar de wind zijne bouwwerken dikwijls vernietigde1 daar hij den zon niet beheerschen kon1 hoewel zijn leven en gemak van hem afhing1 daar de regen niet kwam op zijn bevel1 hoewel hij zonder regen niet leven kon1 noch zijn oogst groeien1 moest de mensch in zijn onwetendheid denken dat al deze dingen goddelijke krachten1 goden waren2 en hij aanbad ze om zoo de voordeelen te verkrijgen1 die zij konden geven4 ,en die geleerden zeiden dat z alle godsdienst was opgegroeid1 dat hij steeds zijnen oorsprong vond in ,fetisch-dienst of animisme1 en dat de godsdienst geen hoogeren grondslag had dan de menschelijke onwetendheid4 ,deze bewijsgrond tegen de waarde van den godsdienst heeft veel kwaad gesticht1 want hij scheen te berusten op feiten4 ,het was waar dat alle godsdiensten hetzelfde leeren1 dat zij alle dezelfde denkbeelden verkondigen1 het was waar dat de groote leeraars allen hetzelfde zeiden1 de een na den ander4 ,de feiten1 welke die geleerden aanhaalden1 waren waar maar hun gevolgtrekkingen waren verkeerd4 ,in het eerst begrepen de menschen het onderscheid niet tusschen deze beide dingen en dachten dat alle godsdiensten zouden worden vernietigd door hun onderlinge overeenkomst4 ,toen kwam de ,theosofie4 ,zij beschouwde de gelijkheid der verschillende godsdiensten van een ander standpunt en zeide3 ja1 het is waar dat de leerstellingen van alle godsdiensten dezelfde zijn1 dit is een feit dat door niemand1 die de geschiedenis heeft bestudeerd1 kan worden ontkend4 ,wij zullen als voorbeeld een van de heilige boeken der ,chineezen nemen1 het ,klassieke ,boek van de ,reinheid1 ,voetnoot3 ,ook in het ,nederlandsch vertaald1 in het ,maandblad ,theosophia4 ,deel #e 7#ahig7 blz4 #bjf4 een wonderbaar boekje van enkele bladzijden1 vol wijsheid1 vol diepe geestelijke leering1 dat ons verklaart hoe ,god zich in den mensch geopenbaard heeft1 hoe de aard des menschen drievoudig is als die van ,god1 hoe des menschen geest dezelfde is als de goddelijke geest1 hoe echter het menschelijk verstand troebel is door begeerten1 die tusschen zijn verstand en de zuiverheid van den goddelijken geest in hem staan1 hoe de hartstochten van zijn lichaam zijn vooruitgang tegenhouden1 en hoe slechts wanneer zijn lichaam en zijn verstand tot stilte zijn gekomen1 de wijsheid van den goddelijken geest kan nederdalen in den mensch4 ,de leeringen van dit kleine ,chineesche boekje1 een der oudste geschriften die wij kennen1 is even zuiver1 geestelijk en waar als het beste wat wij bezitten4 ,van de ,chineezen overgaande tot de ,indirs vinden wij bij hen dezelfde leeringen en wanneer wij in ,egypte de mummies opgraven en de banden loswikkelen waarin zij #aj #bj4jjj jaar geleden werden gehuld1 vinden wij geschriften die ons de bewijzen leveren dat ook in het oude ,egypte dezelfde leeringen werden gegeven omtrent de onsterfelijkheid van de menschelijke ziel1 omtrent de wijze waarop zij gaat door leven na leven1 omtrent de lagere wereld waarin zij komt na den dood van het lichaam en de hemel-wereld waarin zij vertoeft na gezuiverd te zijn op lagere gebieden1 omtrent haren daarop volgenden terugkeer naar de aarde waar zij wederom wijsheid opdoet door ondervinding4 ,ja1 zegt de ,theosofie1 bij alle volkeren vinden wij dezelfde leeringen1 steeds weer door de groote leeraars herhaald4 ,alle godsdienst heeft slechts n oorsprong1 slechts ne bron1 en die bron is het goddelijk weten2 niet de menschelijke onwetendheid1 zooals vele geleerden dachten maar het goddelijk weten1 dat telkens werd uitgestort over de volkeren1 en dat steeds door volmaakte menschen van ,god tot de menschheid gebracht is4 ,dit goddelijk weten bevat in zich de kennis van al wat is1 en een gedeelte ervan wordt van tijd tot tijd aan de menschheid geschonken4 ,de hoeveelheid die gegeven wordt hangt af van de beschaving van het volk1 hangt af van de kennis die reeds verspreid is onder de menschen1 hangt af van den aard dergenen die deze kennis bezitten en van de kracht van hun pogen4 ,in overeenstemming met al deze dingen verschilt steeds de wijze1 waarop dat weten gegeven wordt1 maar in den grond is het toch altijd hetzelfde3 altijd leert het n goddelijk ,bestaan1 dat zich openbaart als drieenheid1 altijd leert het dat de mensch drievoudig is in zijn wezen gelijk ,god1 en dat hij nog verder kan worden onderverdeeld1 drievoudig in zijnen oorsprong1 zevenvoudig in zijne ontwikkeling2 altijd leert het dat de mensch onsterfelijk is1 dat hij niet zal vergaan1 altijd leert het dat hij ontwikkelt en groeit1 leven na leven1 en dat enkele menschen de volmaking bereikten en dan leeraars zijn geworden van het ras4 ,deze volmaakte menschen waren eens gelijk aan ons zelven1 zwak en zondig en onvolmaakt gelijk de mannen en vrouwen van thans1 maar zij ontwikkelden gelijk wij kunnen ontwikkelen en groeiden en werden sterk en bereikten eindelijk de volmaking1 gelijk wij de volmaking kunnen bereiken4 ,en toen zij volmaakt waren1 begonnen zij hunnen medemenschen te leeren1 en vormden een groote ,broederschap van leeraars2 en van tijd tot tijd kwam een van hen tot de menschen1 opdat aan ieder volk een godsdienst kon worden gegeven1 opdat ieder ras1 ieder volk een godsdienst zou ontvangen1 geschikt om het te helpen en te leeren4 ,en de reden waarom deze leeringen altijd dezelfde zijn1 is dat zij altijd komen van denzelfden oorsprong4 ,deze ,broederschap heeft bestaan1 langen1 langen tijd reeds voordat de beschaving van ,europa ontstond1 voordat zelfs ,indi zijn beschaving ontving4 ,daar1 waar thans de wateren van den ,atlantischen ,oceaan zich vergaren1 was eens een groot vastland1 dat begon waar thans ,afrika zich bevindt1 en eindigde op de plaats van het tegenwoordig ,amerika4 ,op dit vastland had zich een hooge beschaving ontwikkeld4 ,sporen van die beschaving worden nog gevonden in ,mexico en ,midden-,amerika4 ,bij daar gedane opgravingen zijn overblijfsels van zeer oude steden ontdekt en daar zijn hieroglyphen en beelden aangetroffen1 gelijkende op die welke men in ,egypte gevonden heeft1 zoodat in ,afrika aan de eene zijde en in ,amerika aan den anderen kant hetzelfde schrift en beeldhouwwerk is ontdekt4 ,dit toont ons dat er tusschen deze beide werelddeelen1 thans gescheiden door een grooten oceaan1 eens gemeenschap is geweest4 ,in ,plato scholen1 waar hetzelfde goddelijk weten werd geleerd1 dezelfde leeringen werden verspreid1 zoodat de ,grieksche beschaving werd opgebouwd op denzelfden goddelijken grondslag4 ,in ,griekenland droegen deze leeringen het eerst den naam ,theosofie1 wat niets anders is dan het ,grieksche woord voor goddelijk weten4 ,de ,grieken nu gaven dit weten niet slechts in den vorm van godsdienst1 maar ook van wijsbegeerte en wetenschap1 juist zooals in vroeger dagen gedaan werd in ,babylon1 ,indi en ,china1 en de wijsbegeerte van ,plato1 zooals die op de scholen wordt onderwezen1 berust op het goddelijk weten4 ,wanneer ,plato ons spreekt van denkbeelden en van den ,logos1 wanneer hij ons zegt dat de wereld in de gedachte van den ,logos bestond1 voordat zij zich voordeed als een stoffelijke verschijning1 wanneer hij ons spreekt van denkbeelden die1 bestaande in den goddelijken geest1 n voor n worden uitgestort om de stoffelijke wereld op te bouwen1 dan leert ,plato ons het goddelijk weten2 en wanneer gij de leeringen van ,pythagoras bestudeert en van hem leert dat de geheele wereld op getallen berust1 wanneer gij van hem leert dat de geheele wereld volgens meetkundige vormen en figuren is samengesteld1 dat alle steenen en kristallen en planten en dieren zijn gebouwd naar den grondslag van getal1 vorm en kleur1 dan leert gij dat oude goddelijk weten1 dat hij geleerd heeft in ,indie1 en dat hij naar ,europa heeft overgebracht4 ,evenzoo is het met de wiskunde4 ,als gij de wiskunde leert van ,pythagoras en ,euclides1 leert gij steeds het goddelijk weten1 maar in den lateren tijd is de wiskunde eng en bekrompen gemaakt en volstrekt niet begrepen in al haar wonderbare diepte en wijsheid2 het goddelijk aanzicht ervan is verdwenen en slechts de vorm1 de gedaante wordt gegeven als de wiskunde1 terwijl de werkelijke wiskunde die de ,grieken onderwezen1 een aanzicht van het goddelijk weten was2 hun leerde hoe de wereld gemaakt is en hoe de gang is der ontwikkeling1 hoe de mensch langzamerhand wordt opgebouwd1 hoe steenen en planten en dieren zijn gemaakt naar getal en naar vorm2 hun een begrip gaf van de ontwikkelingsgeschiedenis der wereld4 ,in den laatsten tijd begint de wetenschap bij hare natuurstudie de wetten weer te ontdekken1 die het goddelijk weten onder de ,grieken en ,indirs leerde in wijsbegeerte en wetenschap4 ,en diegenen van u1 die natuurkunde1 scheikunde en plantkunde bestudeeren1 weten wel dat deze wetenschappen de wet leeren van getal1 van vorm en van trilling2 dat alle dingen door trilling worden opgebouwd1 dat alle krachten door trilling hun werking voortplanten1 en dat het aantal dezer trillingen in de sekonde den aard der kracht en haar werking bepaalt4 ,de wetenschap heeft ontdekt1 dat ieder geluid trilling is1 en het aanzijn geeft aan een bijzonderen vorm1 dat iedere noot overeenstemt met een vorm en een kleur1 en naarmate wij deze trillingen en vormen en kleuren doorgronden1 beginnen wij een begrip te krijgen1 hoe de natuur haar opbouwend werk verricht4 ,uitgaande van de stoffelijke wereld1 begint de nieuwere wetenschap de wetten te ontdekken1 die het goddelijk weten duizende jaren geleden leerde1 terwijl het uitging van de hoogere wereld in plaats van uit de lagere1 want het goddelijk weten daalt steeds van gedachte neder tot vorm1 klimt niet op van vorm tot gedachte1 terwijl de nieuwere wetenschap steeds begint met den uiterlijken vorm1 en vandaar zich opwerkt tot de gedachte4 ,het goddelijk weten dan gaf in die oude dagen evengoed wijsbegeerte en wetenschap1 als godsdienst4 ,het leerde den menschen niet slechts hoe de ziel kon worden ontwikkeld1 maar ook de verborgenheden der wereld om hen heen1 en de verborgenheden van het verstand1 van de rede1 van het begripsvermogen in den mensch4 ,gedurende alle eeuwen bleef dat weten bewaard1 totdat vier of vijf eeuwen na ,christus een groote verandering kwam in het ,westen4 ,er ontstonden in de ,christelijke kerk twee partijen4 ,de eene partij was die der ontwikkelde en wijze ,christenen1 die de oude leeringen hoog hielden en het goddelijk weten doorgrondden1 de tweede was die der onwetenden1 de groote menigte der onontwikkelden1 die tot het ,christendom waren aangetrokken door de zedelijke leeringen1 maar van zijn hoogere wijsheid niets begrepen4 ,zij gevoelden wrok tegen datgene1 wat zij niet konden deelen1 en haatten alle wijsheid1 die zij niet konden begrijpen2 en zij vormden eene groote partij in de kerk en waren gekant tegen kennis en wijsheid en wijsbegeerte4 ,zij beweerden dat deze niets met godsdienst te maken hadden1 dat zij niet tot het ,christendom behoorden1 en dat slechts de zedelijke leering en datgene wat gemakkelijk te begrijpen was1 van belang was voor de menschelijke ziel4 ,en daar er toen evenals nu veel meer onwetenden waren dan wijzen1 en de onwetenden bovendien gesteund werden door den val van het ,romeinsche rijk1 door oorlogen en invallen1 door de staatkundige moeilijkheden van den tijd en de ontevredenheid van de groote menigte der armen1 wier lot schromelijk was verwaarloosd1 spanden al deze dingen samen tegen de kennis en voor de onwetendheid1 zoodat de kennis uit het ,christendom verloren ging en slechts de zedelijke en geestelijke leering bleef4 ,hiertoe werkte nog een andere oorzaak mede3 in alle oude godsdiensten1 en in het ,christendom even goed als in alle andere1 bestonden twee soorten van leeringen4 ,de eene voor de groote menigte1 eenvoudig en helder1 omvatte slechts de zedelijke voorschriften1 welke den menschen leerden een goed leven te leiden1 een zeer eenvoudig verstandelijk onderricht1 juist genoeg om de zeer onontwikkelden voort te helpen2 dit onderricht omvatte de leer der broederschap en die der wedergeboorte1 en de wet welke zegt dat des menschen daden hem zijn geluk of ongeluk brengen4 ,deze wet welke wij de wet van ,karma noemen1 werd geleerd opdat de menschen zouden inzien1 dat een goed leven1 hier op aarde geleid1 hun geluk zou brengen na den dood en een beter leven1 wanneer zij tot de aarde zouden zijn weergekeerd4 ,deze dingen werden aan allen geleerd2 maar meerdere kennis werd toevertrouwd aan hen1 wier leven zuiver was1 aan hen1 die het meest van de openbare leeringen hadden begrepen1 die werkelijk aan de wet van ,christus gehoorzaamden1 en die in hun uiterlijk leven een hoogen graad van reinheid hadden bereikt4 ,zij werden toegelaten tot wat wij de mysterin van ,jezus noemen en kregen daar de innerlijke leering1 welke slechts zij die een rein leven leidden1 konden deelachtig worden4 ,deze innerlijke kring maakte de kracht der kerk uit3 uit dezen kring kwamen de leeraars en bisschoppen en de kerkvaders1 uit dezen kring kwamen de menschen1 die het ,christendom prediken mochten1 zoodat de kerk een groep van wijze menschen bezat1 onderricht in diepere kennis1 en door die kennis in staat om zelf als leeraars op te treden1 beter dan zij die hunne kennis slechts uit boeken hadden verkregen4 ,want dit geheime onderricht was steeds praktisch4 ,het leerde den menschen hoe zij hun bewustzijn konden ontwikkelen1 hoe zij door overpeinzing langzamerhand bewust konden worden op hoogere gebieden van bestaan1 hoe het leven der ziel kan worden versterkt en ontwikkeld1 hoe de ziel het lichaam kan verlaten en in aanraking komen met de onzichtbare wereld4 ,het leerde hoe de ziel1 na het lichaam verlaten te hebben1 wijsheid kon opdoen en kennis verkrijgen van de onzichtbare wereld1 hoe de ziel leering kan ontvangen van de engelen en geestelijke verstandswezens en zoo kennis verkrijgen die zij op geenerlei andere wijze kan verkrijgen1 hoe de ziel1 van het lichaam bevrijd1 de toestanden kan onderzoeken van het leven na den dood4 ,ieder die tot dezen innerlijken kring behoorde1 verkreeg aldus kennis uit eigen ondervinding1 in plaats van uit den mond van andere menschen3 in deze scholen verkregen de onderzoekers eerste-hands kennis omtrent de onzichtbare wereld2 zij leerden den aard van den mensen begrijpen door eigen onderzoek1 in plaats van af te hangen van de mededeelingen van anderen4 ,daardoor waren zij veel beter in staat onderricht te geven1 dan zij die hun kennis slechts uit boeken hadden verkregen4 ,het gevolg van het bestaan van deze scholen in de kerk was dus dat er vele menschen waren die deze geheime wetenschap bezaten1 en zij werden1 zooals ik reeds zeide1 de leeraars van het ,christendom4 ,in de vijfde eeuw echter verdwenen deze scholen van ,occultisme uit de kerk1 niet uit gebrek aan leeraars maar uit gebrek aan leerlingen4 ,een fout die door vele menschen wordt begaan1 is dat zij denken dat de leeraars de kennis terughouden4 ,in werkelijkheid zijn het niet de leeraars1 die de kennis niet willen mededeelen1 maar de leerlingen1 die ze niet willen leeren1 leeren op de eenige wijze waarop hierbij leeren mogelijk is1 en deze scholen van ,occultisme stierven uit bij gebrek aan leerlingen1 want er waren niet genoeg menschen die het leven wilden leiden dat vereischt wordt voor leerlingen van het ,occultisme2 zij wilden dit leven niet leiden1 maar slechts kennis verwerven voor zelfzuchtige doeleinden1 en toonden dat zij voor dit onderricht nog niet gereed waren4 ,zoo verdween langzamerhand de innerlijke school en slechts een zwakke overlevering van haar bestaan bleef bewaard in sommige kloosters der ,roomsch-,katholieke kerk4 ,slechts nu en dan verscheen in de middeleeuwen nog een heilige die door de krachten welke hij bezat1 bewees dat hij iets van deze wijsheid verkregen had4 ,sommigen van deze heiligen vinden wij in de geschiedenis der kerk vermeld2 waarlijk groote1 hoog-ontwikkelde zielen1 die wisten omtrent de onzichtbare wereld1 en op de oude wijze onderricht geven konden1 omdat zij wisten en kenden4 ,nu en dan zien wij een van hen verschijnen1 doch hun aantal is gering3 ,st4 ,elisabeth van ,hongarije1 ,st4 ,theresia van ,spanje1 ,thomas ,kempis1 de geleerde ,thomas ,aqumo1 deze allen zijn de groote leeraars der kerk gedurende de middeleeuwen2 zij bezaten en begrepen het goddelijk weten1 dat zij zelf door ondervinding hadden geleerd4 ,dan waren er nog andere menschen die een deel van deze wijsheid bezaten1 maar ze niet in de ,christelijke kerk hadden verkregen4 ,sommigen van hen kwamen uit het ,oosten en anderen reisden als jonge menschen daarheen1 en kwamen met de verkregen kennis naar het ,westen terug4 ,tot deze laatsten behoorde ,paracelsus4 ,in zijne jeugd werd hij gevangen genomen en naar het ,oosten gevoerd4 ,daar leerde hij vele der geheimen van de oude wijsheid en bracht ze met zich mede naar ,europa1 waar hij de grondlegger werd van de nieuwere geneeskunde en scheikunde1 waar hij leering bracht over de elementen der scheikunde en over het magnetisme1 die vr hem aan niemand bekend was geweest1 en waar hij zieken genas1 die geen ander genezen kon4 ,hij bezat een deel der oude wijsheid4 ,een ander van deze menschen was ,christian ,rosenkreuz1 die in de vijftiende eeuw leefde4 ,in zijn jeugd reisde hij naar het ,oosten en ontmoette daar een der groote leeraars1 die hem iets mededeelde van het oude geheime weten1 om dit terug te brengen aan de ,christelijke kerk en om deze te ontwikkelen tot een meer geestelijk lichaam4 ,hij koos enkelen tot zijne leerlingen en leerde hun dit innerlijk ,christendom1 en stichtte de orde der ,rozenkruisers4 ,zijn werk was een der pogingen om het oude weten in de westersche wereld terug te brengen4 ,een andere poging was die der alchimisten4 ,zij putten hunne wetenschap uit dat oude weten4 ,zij wisten dat er slechts n grondstof in de natuur bestaat en dat alle dingen uit die ne grondstof zijn opgebouwd4 ,zij wisten dat de scheikunde een wetenschap is1 die de eigenschappen van die ne grondstof in al hare wijzigingen onderzoeken kan1 en zij bestudeerden die wetenschap in het licht der goddelijke wijsheid4 ,maar de menschen vervolgden hen en lachten hen uit en noemden hen oplichters en kwakzalvers en bedriegers1 doch in den tegenwoordigen tijd begint de nieuwere scheikunde tot de ontdekking te komen van wat hun in de middeleeuwen bekend was4 ,tegenwoordig begint de scheikunde enkele der waarheden in te zien1 die door de alchimisten werden verkondigd toen iedereen hen nog uitlachte1 toan niemand hen geloofde4 ,heden begint men te begrijpen dat er slechts ne grondstof is1 en dat alle dingen van die ne grondstof gemaakt zijn en men begint zelfs weer te spreken van de mogelijkheid goud te maken uit zilver en zoo in den tegenwoordigen tijd dezelfde dingen te doen1 waarvoor vroeger de alchimisten werden uitgelachen en vervolgd1--nu drie of vierhonderd jaar geleden4 ,wanneer gij nu de geschiedenis bestudeert zult gij begrijpen dat de ,theosofie in den eenen of anderen vorm steeds in de wereld is blijven bestaan als godsdienst1 als wijsbegeerte of als wetenschap4 ,zij is altijd verkondigd1 geleerd in een vorm welke de behoeften van den tijd en de omstandigheden van het volk1 waaraan de leeraar gezonden werd1 medebrachten1 zoodat ,mevrouw ,h4,p4 ,blavatsky toen zij weer het oude weten aan de wereld leeraarde niets nieuws gaf4 ,het was slechts een nieuwe vorm1 een nieuw uiterlijk1 maar innerlijk was het hetzelfde wat er altijd geweest was1 hetzelfde weten in godsdienst1 wijsbegeerte en wetenschap4 ,toen zij begon hare leering te geven1 gaf zij eerst den wijsgeerigen kant1 leerde zij iets van den aard van het verstand1 van de rede1 en van den aard van den mensch en van het goddelijk ,bestaan1 de werkelijke wijsbegeerte die aan alle kennis ten grondslag ligt4 ,daarna ging zij wat verder en leerde iets van de betrekking tusschen ,god en den mensch1 hoe de mensch een uitstorting is van ,god1 een deel van het goddelijk leven1 hoe hij de goddelijke krachten in zich ontwikkelen kan1 hoe de menschelijke ziel zich kan ontplooien2 en zij leerde weer wat vroeger in de ,christelijke kerk werd geleerd1 hoe de ziel het lichaam verlaten kan en in aanraking komen met groote geestelijke verstandswezens en met de ,meesters1 hoe de ziel wijsheid verkrijgen kan en kennis opdoen uit de eerste hand2 en hoe aldus de mensch kan komen tot weten in plaats van gelooven4 ,toen zij dit alles leerde1 gaf zij ons slechts weer wat reeds zoo dikwijls geleerd was in de groote godsdiensten van het verleden4 ,daarna nam zij den wetenschappelijken kant en leerde ons meer dan de mannen van de wetenschap van dien tijd wisten1 en zeide zij ons welke ontdekkingen waarschijnlijk binnen weinige jaren zouden worden gedaan2 en vele van deze ontdekkingen zijn inderdaad gedaan sedert haren dood4 ,en zij gaf ons onderricht omtrent de ne grondstof1 die alle verschillende stoffen tot haar uiterlijke verschijningsvormen heeft4 ,in haar werk ,de geheime ,leer sprak zij van een eigenschap der stof1 welke weldra ontdekt zou worden1 welke zij doordringbaarheid noemde1 en welke in verband staat met helderziendheid4 ,vijf jaar na haren dood ontdekte de wetenschap dat er stralen zijn1 trillingen in de stof1 welke in verband staan met helderziendheid en welke de mcnschen in staat stellen te zien wat de helderziende kan zien zonder werktuigen en hulpmiddelen3 namelijk de zoogenaamde ,rntgen-stralen1 waarmede de geneesheeren bijvoorbeeld een been1 als zij willen onderzoeken of het beschadigd is1 kunnen fotografeeren ofschoon het voor het gewone oog onzichtbaar is4 ,dit alles1 leerde ,h4,p4,b41 is ook mogelijk zonder behulp van elektrische werktuigen4 ,de mensch kan in zichzelf het vermogen ontwikkelen1 gevoelig te zijn voor de trillingen van ,rntgen-stralen en zelf binnen in het menschelijk lichaam te zien zonder hulp van eenig werktuig4 ,dit alles en veel meer nog aangaande de kennis van straling1 van geluid en kleur leerde zij ons4 ,zij heeft ons bewezen dat de oude wijsheid beter licht kan werpen op de waarheden der nieuwere wetenschap1 dan die wetenschap zelf kan doen1 en dat deze laatste eerst langzamerhand datgene ontdekt wat door ben die het oude weten bezaten1 reeds lang geleden geleerd werd aan degenen die zich het ontvangen van dit onderricht waardig betoonden4 ,zoo bracht ,h4,p4 ,blavatsky ons dit weten terug als iets ouds1 dat de wereld vergeten had1 en zij zeide haren leerlingen dat zij dit weten verder moesten verspreiden1 niet als iets nieuws maar als iets ouds1 niet als een nieuwe ontdekking maar als overoud weten1 door de menschen vergeten1 en thans tot hunne herinnering teruggebracht4 ,en naarmate wij zelven leerden1 onderrichtten wij op onze beurt anderen1 en wij bevonden dat dit goddelijk weten de wortel is waaruit alle kennis spruit1 welke de mensch verkrijgen kan in godsdienst1 wijsbegeerte en wetenschap4 ,wij bevonden dat wij zonder de werktuigen en hulpmiddelen der wetenschap hare feiten kunnen ontdekken door het ontwikkelen van de vermogens der ziel4 ,wij bevonden bijvoorbeeld dat vele scheikundige waarheden door de goddelijke krachten der ziel veel gemakkelijker kunnen worden verkregen dan door reagentin en proefnemingen van allerlei aard4 ,wij bevonden dat de mensch in zich het vermogen heeft de natuur te onderzoeken en dat hij veel meer kan verkrijgen door het ontwikkelen zijner innerlijke krachten dan door het gebruiken van de hulpmiddelen der wetenschap4 ,maar tevens weten wij dit3 de vermogens der menschelijke ziel zijn niet bestemd tot het doen van ontdekkingen1 welke zouden dienen om den ontdekke beroemd te maken en rijk4 ,zal de kracht der menschelijke ziel worden gebruikt tot het doen van ontdekkingen1 dan moeten deze slechts worden gebruikt voor het welzijn der menschheid1 en niet ten voordeele van den nen persoon1 die de ontdekking doet4 ,iedere ontdekking1 gedaan met behulp van deze krachten der ziel1 behoort1 indien ze de menschheid kan helpen1 indien het ras er rijp voor is1 aan allen gelijkelijk4 ,is het ras er nog niet rijp voor1 dan behoort zij toe aan allen1 die haar kunnen bevatten1 niet aan den nen mensch1 die haar gemaakt heeft4 ,deze is slechts een pandhouder van de eigendommen der menschheid4 ,naarmate de ,occultist zich ontwikkelt en meer leert en begrijpt wordt hij meer en meer een dienaar der menschheid in plaats van haar meester4 ,alle kracht welke hij verkrijgt wordt gebruikt voor dienen en helpen1 alle kennis welke hij bezit1 wordt gebruikt om de onwetendheid zijner medemenschen te verminderen en den gang der menschelijke ontwikkeling te versnellen4 ,wanneer de menschen tot ons komen om met ons te studeeren1 eerst de uiterlijke leering en dan de innerlijke1 dan zeggen wij hun steeds3 ,gij moet de broederschap der menschen aannemen2 gij moet begrijpen dat gij een lid zijt van een groot huisgezin1 dat gij geen belangen hebt buiten die van dat huisgezin1 dat gij geen bezittingen hebt buiten die van dat huisgezin1 dat gij geenerlei hoop moet voeden voor u zelf1 die niet tevens hoop is voor al uwe medemenschen1 en wanneer gij wat ouder zult zijn en iets meer zult hebben geleerd1 en meer zult kunnen doen1 dan is dat opdat gij hen beter zult kunnen helpen en medevoeren tot sneller ontwikkeling1 opdat zij sneller mogen worden bevrijd van de ellenden der aarde en spoediger dan anders den vrede en het geluk mogen bereiken4 ,naarmate iemand werkelijk ,theosoof wordt1 moet hij meer en meer onzelfzuchtig worden2 hoe meer hij leert1 des te meer moet hij anderen dienen1 hoe grooter kracht hij bezit1 des te grooter verantwoordelijkheid rust op hem om de lasten zijner medemenschen te verlichten4 ,het ,occultisme brengt juist het tegengestelde van wat de wereld welslagen noemt4 ,de wereld kent hm welslagen toe1 die rijkdom en welvaart verwerft voor zichzelf1 die uitsteekt boven zijne medemenschen en zijne macht gebruikt dat de menschheid hem diene4 ,hij die slaagt in het verkrijgen van goddelijke wijsheid en kennis en kracht1 bezit deze slechts in de mate1 waarin hij een dienaar en helper is zijner medemenschen4 ,hij gebruikt ze nooit om over anderen te heerschen1 nooit om iets te verwerven voor zichzelf1 nooit om zichzelf te verrijken ten koste van een ander1 en gebruik te maken van hunne onwetendheid4 ,hoe meer hij weet des te meer moet hij anderen leeren1 hoe meer hij begrijpt des te meer moet hij deelen met anderen1 hoe sterker hij wordt des te grooter aantal zwakkeren moet hij trachten te helpen1 want de kracht van het ,occultisme1 van het goddelijk weten kan nooit dienen om den bezitter te doen uitsteken boven zijne medemenschen3 alleen om hen op te heffen tot eigene hoogte1 slechts om hen te doen deelen in eigene kracht4 ,dat is het kernverschil tusschen de kennis der wereld en die van het goddelijk weten4 ,de eerste maakt den mensch tot heerscher1 de andere tot dienaar4 ,daarom zeide ,jezus3 ,indien iemand wil de eerste zijn1 die zal de laatste van allen zijn1 en aller dienaar4 ,voetnoot3 ,marcus #i1 #ce4 ,waarlijk groot zijn zij1 die zichzelf geheel aan de menschheid gegeven hebben4 ,het voorgaande is een schets van de geschiedenis der ,theosofie in het verleden1 van de geschiedenis van het goddelijk weten in godsdienst1 wijsbegeerte en wetenschap4 ,ik heb medegedeeld hoe die wijsheid steeds trachtte der wereld leering te schenken1 en hoe zij twee vormen van onderwijs deed ontstaan3 het openbare voor allen1 het bijzondere voor hen die zichzelf wilden opofferen1 ten bate en nutte van den vooruitgang van het ras4 ,wat vroeger gedaan werd1 is nog altijd mogelijk4 ,in de uiterlijke ,theosofische ,vereeniging komen de menschen om de wetten1 volgens welke de menschheid zich ontwikkelt1 te bestudeeren4 ,wanneer zij deze wetten hebben geleerd en trachten hun leven voor anderen nuttig te maken1 komt het innerlijk onderricht1 dat hun geeft wat aan de menigte niet gegeven kan worden4 ,deze twee vormen bestaan nog heden als in het verleden1 en de ,theosofische ,vereeniging is een vereeniging van onderzoekers1 waartoe een ieder kan toetreden1 die godsdienst en wijsbegeerte en wetenschap wil bestudeeren in de richting van het goddelijk weten en daarbinnen een groep van leerlingen1 die alle dingen opgeven welke de wereld hoog stelt en streven naar hooger ontwikkeling1 teneinde helpers te worden voor de menschen rondom hen1 teneinde met dat doel de vermogens hunner ziel te ontplooien4 ,dat is ons werk1 onze plicht4 ,zij1 die zich tot dit werk voelen aangetrokken1 kunnen in de ,loges onzer vereeniging komen om onderricht2 wie zich de innerlijke leering waardig toont1 kan een leerling worden in den dieperen zin van het woord1 om een medewerker te worden voor den vooruitgang van het ras4 ,herinner u echter steeds dat het goddelijk weten niets anders heeft aan te bieden dan ,zich en met zichzelf de kracht anderen te helpen1 de menschheid te dienen4 ,het biedt geen belooning in rijkdom1 in gewone macht of kennis1 maar dien innerlijken schat1 die den mensch in staat stelt een zegen te worden voor zijn broeders1 een mededrager van de lasten der wereld2 en tot diegenen onder u wien het ernst is met dit streven1 tot hen wendt zich de ,theosofische ,vereeniging en biedt hun het oud1 goddelijk weten1 waardoor zij helpers kunnen worden der wereld4 ,tot dit doel zenden de ,meesters hun boden onder de menschen4 ,ieder1 die ernstig wil1 wordt de gelegenheid tot leeren gegeven4 ,theosofie en haar leeringen4 ,,ii4 ,toen ik gisterenavond te ,rotterdam sprak over de ,theosofie en haar leeringen1 heb ik voor zoover dat in een korte voordracht mogelijk was1 de geschiedenis der ,theosofie geschetst4 ,ik heb haar verband met de groote godsdiensten der wereld aangeduid1 hare verspreiding door de verschillende landen beschreven1 en vermeld dat zij nog heden ten dage de oude leering vertegenwoordigt1 zoowel in haar openlijken als in haar innerlijken vorm4 ,ik stel mij voor hedenavond het onderwerp van een anderen kant te beschouwen en u te spreken over de leeringen zelve welke de ,theosofie brengt1 welke zij geeft om de menschheid te helpen1 en ik zal u trachten aan te toonen dat deze leeringen nuttige toepassing vinden op stoffelijk1 verstandelijk1 zedelijk en geestelijk gebied1 dat zij betrekking hebben op ieder deel van 's menschen samengestelden aard en hem een helder denkbeeld geven van de wereld waarin hij leeft1 van den menschelijken samenstel en van de mogelijkheden1 welke daarin verborgen liggen4 ,vr alles dan begint het onderricht der ,theosofie1 het goddelijk weten1 te spreken over het goddelijk ,bestaan zelf en de onmiddellijke betrekking van den mensch tot ,god4 ,het leert dat er n goddelijk ,bestaan is1 het ,leven van al wat is2 dat er slechts n goddelijk ,leven is1 n goddelijke werking1 ne kracht1 welke overal bestaat in het heelal2 dat overal waar wij gaan kunnen het leven van ,god zich bevindt1 dat overal waar dieren voelen kunnen of menschen kunnen denken1 het leven van ,god uitdrukking vindt4 ,ook in het delfstoffen-en plantenrijk steunt1 onderhoudt1 vermeerdert zijn ,leven alle dingen2 in het geheele heelal is geen leven buiten het goddelijk ,leven4 ,dit ne ,bestaan ligt ten grondslag aan al wat wij waarnemen1 zoodat de ,theosofie begint met het leeren van een grondeenheid1 een wet van eenheid1 van n-zijn alom2 en deze eenheid spruit voort uit ,god1 die de ne bron is van alle bewustzijn1 waar ook dat bewustzijn worde gevonden4 ,de ontwikkeling van het bewustzijn in den mensch1 de groei van zijn verstand1 vinden hunnen oorsprong in ,god4 ,alle bewustzijn1 ontwikkelend tot zelf-bewustzijn1 komt voort uit n bron1 n oorsprong4 ,alle bewustzijn is n1 wij kunnen het ne niet scheiden van het andere1 en de menschen van elkaar vervreemden alsof zij tegenover elkander stonden--zij komen allen van denzelfden stam1 zij zijn allen bewust door hetzelfde ,leven1 zij zijn allen een uitdrukking van hetzelfde goddelijk ,bestaan4 ,deze eenheid van bewustzijn is ne uitdrukking van de wet van eenheid die heerscht in het heelal4 ,maar niet alleen alle bewustzijn is n1 ook alle kracht is n1 en hier stemt de wetenschap in met de ,theosofie3 er is slechts n groote werking in het heelal2 alle vormen van werking en kracht welke wij waarnemen1 zijn in den grond n4 ,zij kunnen in elkander omgezet worden2 alle vormen van werking welke de wetenschap bestudeert1 alle krachten welke wij om ons waarnemen1 hetzij in het delfstoffen-of plantenrijk1 hetzij bij dier of mensch1 al deze krachten zijn n in hunnen aard4 ,slechts hun uitdrukking1 hun wijze van openbaring is verschillend1 bij nader onderzoek blijken zij allen n te zijn3 ne kracht1 juist zooals er n bewustzijn is4 ,een derde uitdrukking van de wet van eenheid is de eenheid van stof4 ,alle stof is n1 hoe verschillend ook de vorm wezen mag welke zij aanneemt4 ,er is slechts n grondstof en alle scheikundige elementen zijn daaruit opgebouwd4 ,al wat wij om ons waarnemen3 vaste lichamen1 vloeistoffen1 gassen1 ether1 dat alles is in den grond hetzelfde1 slechts verschillend in de rangschikking van zijn deelen4 ,wij vinden door de geheele wereld heen een eenheid1 eenheid van bewustzijn en leven1 eenheid van kracht1 eenheid van stof1 en deze drie eenheden zijn de uitdrukkingen van het goddelijk ,bestaan1 zij komen alle uit het ne ,leven1 het ,leven van ,god4 ,uit deze eenheid van bewustzijn1 van kracht en van stof kunnen wij een gevolgtrekking maken4 ,daar er slechts n stof is1 slechts n kracht1 slechts n bewustzijn1 vormen alle wezens die bestaan een broederschap2 zij zijn allen gemaakt uit dezelfde bouwstoffen1 zij zijn allen bezield door dezelfde kracht1 zij ontwikkelen allen hetzelfde bewustzijn4 ,wij zien dat het geheele heelal n groote broederschap vormt1 waarin de verschillende schepselen in verschillende staten van ontwikkeling zijn1 maar allen worden saamgebonden door de nheid van stof1 van kracht1 van bewustzijn4 ,in deze alomtegenwoordige grond-eenheid wortelt het begrip broederschap1 en de ,theosofie leert dat wij1 deelen zijnde van hetzelfde ,leven1 niet naijverig tegenover elkander kunnen blijven staan4 ,er moet n gemeenschappelijk goed zijn voor ons allen1 n gemeenschappelijke ontwikkeling waarin wij allen deelen1 n gemeenschappelijk doel waarnaar wij allen streven1 en alle gedachten van naijver of vijandschap1 alle gedachten welke de menschen denken1 alsof zij elkanders bestrijders zijn in plaats van elkanders helpers en broeders1 zijn gegrond op hun onwetendheid aangaande het wezen van ,god en van den mensen4 ,de eenheid die aan alles ten grondslag ligt1 maakt de broederschap tot een noodzakelijk feit in de natuur4 ,wanneer wij dit denkbeeld een weinig verder uitwerken1 bevinden wij dat deze broederschap zich toont in alle betrekkingen1 waarin wij tot elkander komen4 ,laten wij eerst nagaan1 welke betrekking de eenheid van stof heeft tot de broederschap der menschen4 ,onze lichamen zijn opgebouwd uit wat wij stof noemen1 en wij weten1 dat ons lichaam voortdurend zijn bouwstoffen hernieuwt1 dat ons lichaam heden niet hetzelfde is1 als het gisteren was of verleden week of de vorige maand1 of als het morgen zijn zal of de volgende week of maand4 ,ons lichaam verandert voortdurend van bestanddeelen4 ,kleine deeltjes ervan1 z klein dat zij onzichtbaar zijn voor het oog1 komen en gaan ieder oogenblik4 ,wanneer wij ons lichaam zeer sterk vergroot zagen1 zouden wij een stroom van deeltjes ervan zien uitgaan1 en een stroom van deeltjes er heen zien komen1 een stroom van komen en gaan1 welke ons lichaam op ieder oogenblik van het leven verandert4 ,wanneer nu menschen elkaar ontmoeten1 zooals wij hedenavond bijeen zijn gekomen1 wisselen de deeltjes onzer lichamen onderling1 deeltjes van uwe lichamen hechten zich vast aan het mijne1 deeltjes van mijn lichaam gaan en worden opgenomen in dat van u1 zoodat wij1 wanneer wij de zaal verlaten1 geen van allen hetzelfde zijn gebleven als toen wij binnenkwamen4 ,onze stoffelijke lichamen hebben een deel van de bouwstoffen waarvan zij gemaakt zijn1 gewisseld4 ,ieder van u heeft iets aan zijn buren gegeven1 ieder van u heeft iets van zijn buren ontvangen4 ,dit nu maakt dat er tusschen ons een zeer daadwerkelijke stoffelijke broederschap bestaat4 ,indien wij op deze wijze van deeltjes onzer lichamen wisselen1 zijn wij broeders naar het lichaam1 hetzij wij het willen of niet4 ,wij kunnen niet nalaten op elkander invloed te oefenen1 hetzij ten goede of ten kwade4 ,de gezonde persoon verspreidt zijn gezondheid1 waar hij ook gaat1 de zieke verspreidt zijne ziekte overal waar hij komt2 deze wisseling1 deze overgang legt tusschen ons allen een band1 die maakt dat het lichamelijk welzijn onzer medemenschen van belang is voor ons allen4 ,nu bouwen wij ons lichaam op door voedsel1 drank1 lucht en door het leven dat wij leiden4 ,indien gij in uw lichaam onrein voedsel brengt1 onreinen drank1 indien gij uw huis en uw kleeding niet rein houdt1 trekt gij tot uw lichaam deeltjes1 welke gij vergiftigt en vervolgens zendt gij die giftige deeltjes weer uit naar uwe medemenschen1 zoodat een mensch die slechte1 onreine dingen eet of drinkt1 die ongezond is of onrein1 op al zijne medemenschen een overeenkomstigen invloed uitoefent4 ,ieder mensch die alkohol1 wijn of dergelijke giftige dranken gebruikt1 beleedigt het lichaam van zijnen medemensen even goed als zijn eigen4 ,wij kunnen ons leven niet van dat van anderen scheiden1 maar zijn genoodzaakt te leven als n groot huisgezin2 al wat een van ons schaadt1 schaadt daardoor het geheel4 ,wanneer wij dit inzien1 kunnen wij niet langer onverschillig blijven voor de armoede en ellende om ons heen1 want wij weten dat zoolang nog n mensch in de maatschappij arm is en ellendig en uitgehongerd1 niemand volmaakt gezond en zuiver kan zijn en zijn lichaam bewaren kan in den best mogelijken staat4 ,in ieder volk waarin men menschen vindt die lijden door armoede en ellende en stoffelijke ontaarding1 moet elk lichaam zijn deel ontvangen van de ellende dier armen4 ,de menschen zullen het misschien niet bemerken of begrijpen1 maar hun lichaam is minder gezond wegens de ziekte1 die rondwaart in de armere wijken der stad1 onder de lichamen hunner armere medemenschen4 ,geen volk is zoo gezond als het zijn kan1 zoolang n zijner kinderen ziek is1 van geen land kunnen de bewoners volmaakte lichamen hebben1 zoolang er nog n honger lijdt4 ,de stoffelijke ellende in de maatschappij is een zaak die allen ter harte moet gaan en niet slechts hun alleen die er onmiddellijk onder lijden4 ,wij zijn broeders naar het lichaam en genoodzaakt hun leed mede te dragen4 ,de broederschap van lichaam is echter niet de eenige band tusschen ons4 ,er is een broederschap van aandoeningen en gevoelens even goed als van lichaam4 ,wij oefenen ook invloed op elkander uit door onze gevoelens4 ,al wat ik gevoel werkt ook op u in1 al wat gij gevoelt1 werkt op mij in4 ,de geheele dampkring is vervuld van trillingen1 gemaakt door de gevoelens en hartstochten der menschen4 ,ook op deze wijze oefenen wij zonder het te weten invloed op elkander uit en indien gij er op let1 kunt gij het door eigen ondervinding waarnemen4 ,hebt gij nooit opgemerkt1 hoe wanneer n persoon in een gezelschap slecht gehumeurd is1 die stemming zich verspreidt over de anderen1 hoe n knorrig persoon in huis iedereen min of meer wrevelig stemt8 ,hebt gij nooit waargenomen hoe wij in de nabijheid van sommigen een gevoel krijgen van vrede en rust1 een gevoel alsof alles ons gemakkelijk zou vallen1 terwijl anderen alleen door hun nabijheid ons knorrig maken en alles somber doen schijnen en zwaar8 ,het is de broederschap onzer aandoeningen1 die op deze wijze voortdurend op ons inwerkt en de reden waarom dit mogelijk is ligt hierin1 dat de mensch behalve het zichtbare lichaam nog een lichaam heeft van fijnere stof1 welke wij astrale stof noemen en deze astrale stof1 welke van een hoogeren graad van fijnheid is1 trilt uiterst gemakkelijk en vlug4 ,door onze gevoelens nu wekken wij trilling op1 welke die astrale stof aandoet en welke andere menschen in hun astraal lichaam doet beantwoorden aan het gevoel dat in ons astraal lichaam die trilling veroorzaakt heeft4 ,ieder van u heeft in en om zijn stoffelijk lichaam een wolk of mist van deze fijne astrale stof1 veel schitterender dan het stoffelijk lichaam zelf1 juist alsof zich rondom u een wolk bevindt1 waardoor kleurenspel van elektrisch licht zichtbaar is4 ,het astrale lichaam is helder en vol kleuren1 kleuren als van den horizon bij den opgang of ondergang van den zon4 ,evenals gij dan in de lucht soms wolken zien kunt1 welke door den zon worden gekleurd1 zien de menschen1 die meer dan het stoffelijke waarnemen kunnen1 rondom ieder van u een gekleurde wolk1 maar in plaats van door den zon1 wordt die wolk gekleurd door uwe gevoelens1 uw aandoeningen1 uwe hartstochten1 en zoodra een gevoel1 eene aandoening in u opkomt1 kleurt zich de wolk rondom u en trilt zij met groote snelheid1 en deze trilling straalt van u uit en wekt in het astrale lichaam van anderen gelijke trillingen op1 zoodat zij hetzelfde gevoelen als gij4 ,wij oefenen daardoor1 wanneer wij in elkanders nabijheid vertoeven1 invloed op elkaar uit door onze gevoelens even als door onze gezondheid of ziekte1 en wij zijn evenzeer door een broederschap van gevoelens verbonden als door een broederschap van het stoffelijk lichaam1 en die broederschap van gevoelens uit zich door middel van het astrale lichaam1 het lichaam der aandoeningen dat steeds in beweging is1 steeds in trilling en hoe sterker onze gevoelens zijn1 des te krachtiger oefenen wij er invloed door uit op anderen4 ,er is nog een derde wijze1 waarop zich de broederschap openbaart en wel in ons denkvermogen4 ,wij leven evengoed in broederschap van gedachten als in gevoels-broederschap4 ,wanneer wij denken oefenen wij invloed uit op de gedachten der menschen om ons heen4 ,wanneer wij denken1 zenden wij als het ware elektrische stroomen uit1 die werken op het denken van anderen1 en zij krijgen betere of slechtere gedachten al naar den aard onzer eigene gedachten4 ,terwijl ik tot u spreek1 gebruik ik mijn stoffelijk lichaam1 mijn stem1 ook hoort gij mij met uw stoffelijk lichaam1 met uw ooren1 maar dit is niet het eenige1 wat u en mij verbindt4 ,behalve mijn stem die gij hoort1 gaan er van mij trillingen uit1 gevoelstrillingen die u er toe nopen te luisteren en uwe aandacht te schenken4 ,deze trillingen worden soms magnetisch genoemd1 en daar zij uit mijn astraal lichaam voortkomen1 oefenen zij invloed uit op het uwe4 ,behalve deze wisselwerking tusschen onze stoffelijke en astrale lichamen is er nog wisselwerking van denkvermogen4 ,mijn denkvermogen zendt stroomen uit tot het uwe en vormt beelden welke gij met uw denkvermogen waarneemt1 niet met uw stoffelijke oogen4 ,zoolang ik spreek1 zend ik voortdurend die denk-beelden uit1 zoodat de woorden gemakkelijker voor u zijn te begrijpen wegens den onmiddellijken invloed1 dien ik uitoefen op uw denkvermogen4 ,deze inwerking der menschelijke gedachte op anderen vindt onophoudelijk plaats1 en wanneer iemand invloed tracht uit te oefenen op een ander is die werking veel sterker dan wanneer hij als het ware slechts voor zich zelf denkt4 ,deze beelden welke ons denkvermogen vormt en welke de menschen waarnemen door het hunne1 brengen het grootste deel onzer gedachten over aan anderen en stellen ons in staat elkander beter te kunnen begrijpen dan alleen door stoffelijke mededeeling mogelijk is4 ,deze invloed welken ons denkvermogen op anderen uitoefent bestaat steeds1 niet alleen wanneer iemand tot anderen spreekt1 maar ook in het gewone dagelijksch leven4 ,wanneer gij denkt1 zijn alle menschen om u heen min of meer geneigd op dezelfde wijze te denken en hoe sterker uw denkkracht is1 des te grooter invloed oefent gij op hen uit4 ,hebt gij wel eens opgemerkt hoe dikwijls1 wanneer gij met iemand samenwoont1 gij beiden over hetzelfde onderwerp denkt1 en wanneer de n zijn gedachte uitspreekt1 zegt de ander3 ,daar dacht ik juist ook aan4 ,dit is dikwijls het geval met man en vrouw1 broeder en zuster1 vriend en vriend1 en vaak beslist slechts toeval1 wie het eerst spreekt4 ,wie dan het eerst zijn gedachte in woorden kleedt1 bemerkt dat de ander in dezelfde richting gedacht heeft4 ,op deze wijze kunnen wij elkander veel goed doen en veel kwaad4 ,goed wanneer wij edel denken en rein1 kwaad wanneer wij laag1 gemeen en slecht denken4 ,vele menschen denken dat als zij slechts doen wat goed is1 als zij maar geen grove woorden gebruiken1 het er niet toe doet hoe zij denken3 gedachten zijn tolvrij4 ,dit is onjuist3 onze gedachten oefenen een veel grooteren invloed uit op onze medemenschen dan onze woorden1 en een slecht mensch1 die slecht denkt1 vergiftigt alle menschen met wie hij in aanraking komt2 hij oefent een slechten invloed uit zonder iets anders te doen dan in onze nabijheid te zijn4 ,en evenzoo is men1 indien men goede gedachten kweekt1 overal waar men gaat tot zegen4 ,de menschen om ons heen zullen zelf goede gedachten krijgen zonder te weten waarom4 ,onze invloed zal hen goed doen denken4 ,op deze wijze is er broederschap van denken evengoed als broederschap van gevoel en van lichaam4 ,zie dan hoe veel er voortvloeit uit dit denkbeeld van de eenheid van al wat is1 hoe sterk deze eenheid zich doet gevoelen in het leven1 hoe wij naarmate wij die eenheid doorgronden1 nuttiger worden voor elkander dan te voren1 hoe wij leeren dat wij invloed uitoefenen op onze medemenschen door onze lichamen1 onze gevoelens en onze gedachten1 en hoe wij op deze drie wijzen elkander kunnen helpen4 ,zoo leeren wij de natuurwet en passen die dan toe om onze broeders te helpen en de wereld door ons leven beter te maken4 ,deze eenheid1 uitgewerkt zooals ik het thans heb gedaan1 is n der groote leeringen van de ,theosofie4 ,laat ik thans een tweede groote leering nemen1 die welke zegt dat uit ,god de zielen der menschen zijn voortgekomen1 dat het leven van ,god iederen mensch gegeven is1 opdat hij zich ontwikkelen moge tot een volmaakt wezen1 gelijk ,god zelf4 ,gij zult u herinneren dat ,jezus1 toen hij sprak tot de menigte1 een merkwaardig gebod gaf3 ,weest dan gijlieden volmaakt gelijk uw ,vader die in de hemelen is volmaakt is4 ,voetnoot3 ,matthes #e1dh ,de ,vader in den hemel nu is ,god1 het goddelijk ,wezen1 en ,jezus leerde aan zijne leerlingen en aan de volksmenigte dat zij volmaakt moesten zijn gelijk ,god4 ,nu is ,god volmaakt in kennis1 volmaakt in kracht1 volmaakt in liefde4 ,hoe kan de mensch volmaakt zijn in kennis en in kracht en in liefde1 gelijk ,god volmaakt is8 ,toch was dit het gebod dat ,jezus gaf en als ,jezus sprak1 zeide hij slechts wat waar was en mogelijk4 ,hij zou het niet hebben gezegd als deze volmaking onmogelijk was voor den mensch4 ,de vraag waartoe wij van zelf komen is dan deze3 hoe is het mogelijk1 en is het mogelijk voor ieder of slechts voor eenige menschen8 ,en het antwoord dat de ,theosofie geeft is3 het is mogelijk voor ieder1 niet slechts voor enkelen2 voor ieder is het mogelijk volmaakt te worden gelijk ,god volmaakt is1 de mensch is werkelijk gemaakt naar het goddelijk beeld1 dat wil zeggen hij is de juiste weerkaatsing van ,god4 ,laten wij eerst een uiterst geval beschouwen2 een zeer onontwikkelden wilde1 zoo laag ontwikkeld dat hij het goede nog niet kan onderscheiden van het kwaad1 dat hij nog niet weet dat het kwaad is te stelen of te liegen of te moorden1 dat hij al deze dingen geoorloofd vindt4 ,waarom zou hij niet stelen als hij iets noodig heeft dat hem niet toebehoort8 ,waarom zou hij niet liegen als hij daardoor kan krijgen wat hij begeert8 ,waarom zou hij niet moorden als hij sterk genoeg is het te doen en verlangt zijnen vijand te dooden8 ,die wilde ziet geen kwaad in moorden en liegen en stelen4 ,hij denkt dat het goed is1 of liever3 hij denkt er in het geheel niet over4 ,hij wil het doen4 ,derhalve doet hij het1 en het komt nooit in hem op te vragen3 is het goed dat ik moord of lieg of steel8 ,hij onderzoekt niet of wat hij wil doen geoorloofd is4 ,hij wil het doen en dat is alles waar hij om geeft4 ,waartoe zou het dienen zulk een mensch te zeggen1 volmaakt te zijn zooals ,god volmaakt is8 ,hij is zelfs nog niet in staat1 kwaad te onderscheiden van goed2 hoe zou hij dan volmaakt kunnen zijn8 ,verstandelijke vermogens zijn in hem nog niet ontwikkeld1 hij kan niet verder tellen dan twee1 hij kan geen gevolgtrekking maken1 begrijpt niet wat een gevolgtrekking is4 ,hij heeft geen geheugen en herinnert zich niet wat gisteren gebeurde1 noch kan hij berekenen wat morgen gebeuren zal4 ,hij is in verstandelijk opzicht even dom als hij zedelijk laag staat4 ,wat wilt gij met zulk een mensch doen8 ,hij ziet er niet uit als het beeld van ,god en er schijnt niet veel kans dat hij volmaakt zou worden gelijk ,god volmaakt is4 ,als hij sterft1 bezit hij noch verstand1 noch zedelijk gevoel4 ,wat wordt er van dien mensch8 ,wanneer hij sterft en een ander leven intreedt1 zonder zijn lichaam1 een soort van middenleven tusschen deze aarde en den hemel1 is er niet veel in hem dat omhoog kan stijgen1 want zijn ziel is zwak en onontwikkeld4 ,zij is nog slechts een kiem4 ,hij kende het goed nog niet van het kwaad4 ,hij kon nog niet denken4 ,de ziel nu is de kracht in den mensch die denkt en het goede onderscheidt van het kwaad en de ziel van zulk een wilde is slechts een embryo1 nog volstrekt onontwikkeld4 ,wanneer hij sterft en uit het lichaam treedt1 is hij in de wereld1 volgende op de stoffelijke1 in de astrale wereld1 waar de dierlijke aard werkelijk thuis behoort4 ,de dierlijke aard nu van den wilde is zeer sterk4 ,deze was het die hem deed moorden en liegen en stelen1 omdat de dierlijke aard sterk was en de ziel nog zwak en jong4 ,wanneer hij nu na den dood deze astrale wereld binnentreedt1 terwijl de dierlijke aard in hem nog sterk is1 ondervindt hij dat hij ze daar niet meer kan bevredigen1 zooals hij kon terwijl hij in het lichaam woonde1 dat hij dat soort genot dat hij op aarde vond1 daar niet verkrijgen kan1 dat hij met zijn lichaam het werktuig verloren heeft1 waardoor zijn dierlijke aard zich kon uiten4 ,zoo leert hij1 wanneer hij uit het lichaam is getreden1 dat hij de zucht naar genot van zijn dierlijken aard op den langen duur niet kan voldoen1 dat datgeen wat hem in het lichaam genot schonk1 hem daarbuiten smart geeft in plaats van genot4 ,zoo leert de jonge ziel deze eerste les door ondervinding in het aardleven en na den dood4 ,daarop gaat de ziel naar de hemelsche wereld4 ,veel is er nog niet dat deze jonge ziel in den hemel kan vinden1 maar toch leert zij een weinig door een tijd in die wereld te vertoeven4 ,toen de wilde nog op aarde leefde1 gevoelde hij wellicht eenige liefde voor vrouw of kind1 en deze liefde leert hem een nuttige les4 ,wanneer hij de hemelsche wereld bereikt1 is die liefde nog met hem2 en hij ondervindt dat deze blijft en hem genot schenkt in die hoogere wereld4 ,hij bevindt dat de weinige goede gevoelens1 dat iedere aandoening welke iets in zich had dat goed was en rein1 bij hem is1 wanneer al het andere achterblijft1 dat de liefde blijft wanneer alle hartstocht is uitgestorven4 ,wanneer hij een tijdlang in den hemel vertoefd heeft1 en zijn liefde in de hemelsche gebieden is toegenomen in kracht1 komt het oogenblik1 waarop de ziel terug moet keeren tot het aardleven1 opnieuw moet worden geboren in een lichaam1 een weinig beter dan het lichaam dat zij vroeger bezat4 ,want de ziel is een weinig gegroeid en heeft een beter lichaam noodig dan het vorige dat zij bewoonde4 ,zij is een weinig gegroeid1 heeft geleerd een weinig meer liefde te koesteren1 heeft een weinig geleerd door hare ondervinding in deze wereld en in de twee werelden aan gene zijde van het graf4 ,zij is een weinig ouder geworden en wijzer en heeft om nieuwe ondervinding op te doen een beter lichaam noodig1 wanneer zij terugkomt4 ,na in dat beter lichaam geboren te zijn1 leert zij een weinig meer dan in het vorige4 ,zij heeft geleerd dat stelen en moorden niet goed is1 en wanneer een leeraar of oudere bloedverwant tot het jonge kind1 dat reeds deze ondervinding heeft opgedaan1 zegt3 ,gij moet niet stelen1 niet liegen1 niet moorden1 zal deze ziel1 die op aarde teruggekeerd is met de ondervinding die zij heeft opgedaan1 deze leering kunnen beantwoorden en zeggen3 ,ja1 het is waar1 ik moet niet stelen1 niet liegen1 niet moorden1 ik zie in dat dit alles verkeerd is4 ,waarom ziet die ziel nu in dat het verkeerd is1 terwijl zij het den vorigen keer niet inzag8 ,omdat de ziel in dien tijd is gegroeid1 omdat zij ondervonden heeft dat stelen ongelukkig maakt4 ,en deze ondervinding bot als zedelijke eigenschap uit1 wanneer de ziel in een stoffelijk lichaam wordt weergeboren4 ,de kinderen1 die thans in ons midden ter wereld komen1 worden niet geboren zooals de volkomen onontwikkelde wilde1 waarover ik sprak1 niets wetende van goed en kwaad4 ,zoodra gij hen onderwijst1 begrijpen zij het verschil tusschen kwaad en goed en het is gemakkelijk hun te leeren1 daar hunne zielen ouder zijn en reeds vele aardlevens doorleefd hebben1 waarin zij ondervinding hebben opgedaan en verzameld1 en die ondervinding hebben omgezet in wat wij geweten noemen1 in aangeboren begrip van goed en kwaad4 ,deze groei van de ziel gaat door1 leven na leven1 honderde keeren1 zoodat de ziel1 wanneer zij in een stoffelijk lichaam ter wereld komt1 na reeds honderde levens te hebben doorgemaakt1 vele vermogens in zich heeft4 ,zij komt ter wereld met zekere verstandelijke kracht1 met zekeren aanleg voor kunst1 met zedelijke eigenschappen4 ,ieder uwer werd geboren met het vermogen te denken1 zoodat gij met vrucht kondt worden opgevoed2 en misschien met eenige artistieke kracht1 met talent voor schilderen1 voor beeldhouwkunst of muziek4 ,gij bracht die vermogens met u1 en toondet ze reeds als kind1 zoodat uw opvoeding kon worden ingericht op een wijze die geschikt was om de vermogens die gij medebracht1 te kunnen ontwikkelen4 ,deze vermogens1 welke de kinderen meebrengen en in overeenstemming waarmede wij hun opvoeding behooren te regelen1 hebben zij gewonnen in herhaalde aardlevens in het verleden1 en telkens gedurende hun leven in de hemelsche wereld hebben zij die vermogens verbeterd en doen toenemen in kracht1 en bij iedere geboorte op aarde brengen zij ze mede op een hoogeren trap van ontwikkeling dan den vorigen keer4 ,op deze wijze groeit de ziel door voortdurend herhaalde wedergeboorte op aarde en naarmate zij groeit wordt zij meer en meer gelijk ,god4 ,na langen1 langen tijd wordt de ziel op aarde geboren als een kind met een zeer goed karakter1 misschien als genie1 misschien bijna volmaakt uit een zedelijk oogpunt4 ,enkele kinderen worden zoo goed geboren dat hunne opvoeding bijzonder gemakkelijk is1 onzelfzuchtig1 vriendelijk en liefdevol1 anderen ter wille4 ,in deze kinderen wonen zielen die oud zijn1 zielen die reeds vele malen op aarde geweest zijn1 en geleerd hebben onzelfzuchtig en vriendelijk te zijn en hunne medemenschen lief te hebben1 zoodat zij thans bij hun geboorte zulk een karakter toonen4 ,zij behoeven niet meer te leeren wat goed is1 zij weten het van de wieg af1 juist zooals andere kinderen reeds in hun prille jeugd genin blijken4 ,wanneer de ziel zulk een standpunt bereikt heeft1 is het oogenblik daar waarop haar ontwikkeling zeer kan worden versneld1 het oogenblik1 waarop bijzondere leering zal komen op haren weg1 waarop haar bijzondere gelegenheden zullen worden geboden1 sneller te kunnen ontwikkelen en groeien2 dan komt wat de geestelijke geboorte genoemd wordt1 de geboorte naar den geest waarvan ,jezus sprak toen hij zeide dat geen mensch het koninkrijk ,gods kon kennen1 tenzij hij was geboren naar den geest4 ,de menschen worden telkens en telkens geboren naar den vleesche2 zij worden slechts ns geboren naar den geest en wanneer een mensch geboren is naar den geest1 zegt men dat de ,christus in hem geboren is4 ,gij zult u herinneren dat ,paulus in een zijner brieven schreef1 dat de ,christus geboren moest worden in de ziel2 dit nu is de groote tweede geboorte1 die het begin is van de ontwikkeling van den ,christus in den mensch4 ,alle vroegere ontwikkeling heeft hem slechts doen groeien tot een goed en knap mensch1 verstandig en krachtig en zedelijk1 maar na de geestelijke geboorte wordt hij geestelijk1 en begint hij het leven te leiden van den ,christus4 ,hij wordt vol mededoogen voor allen1 vol liefde en vol van den wil zijn medemenschen te helpen4 ,hij ontwikkelt in zich den aard van den ,christus1 hij gevoelt de broederschap die hem met allen verbindt1 hij gevoelt dat hij n is met alle menschen1 dat zij allen leden zijn van zijn huisgezin1 dat zij allen hem na-staan1 als een deel van hemzelf1 een deel van zijn eigen leven4 ,naarmate de ,christus zich in den mensch ontwikkelt1 nadert hij de volmaking4 ,hij wordt meer en meer vrij van zonden1 hij verkrijgt meer en meer inzicht in alle geestelijke waarheid1 hij omvat meer en meer van het goddelijk leven en drukt dit uit in zijn leven op aarde4 ,dit tijdperk in de menschelijke ontwikkeling is dat van geestelijken groei1 niet van verstandelijken of zedelijken vooruitgang4 ,het komt na dezen vooruitgang en brengt de gelijkenis van ,god en den mensch tot volkomen volmaking4 ,wanneer de mensch z gedurende langen tijd heeft geleefd1 vrij van zonde1 terwijl hij goed doet aan ieder1 allen met wie hij in aanraking komt helpt1 vol wijsheid en inzicht in alle geestelijke waarheid1 heeft hij het standpunt bereikt waarop ,jezus doelde toen hij zeide3 ,weest dan gijlieden volmaakt gelijk uw ,vader die in de hemelen is volmaakt is4 ,dit zou onmogelijk zijn indien de mensch niet gedurende honderde levens tot die hoogte kon klimmen4 ,voor den wilde1 over wien ik u gesproken heb1 zou het niet mogelijk geweest zijn1 in n leven volmaakt te worden1 te worden gelijk ,god4 ,maar zonder twijfel is het mogelijk1 wanneer hij leven na leven op aarde terugkeert1 leven na leven verbetert en groeit1 totdat de ziel van een klein zaadje gegroeid is tot een machtigen boom1 na talrijke eeuwen van levens4 ,en evenals de eik door zijne bladeren die hij ontplooit1 den geheelen zomer voedsel verzamelt1 en dit voedsel uit de bladeren voert tot takken en stam1 en in den herfst de bladeren afvallen en sterven1 maar de boom door het opgenomen voedsel gegroeid is--- zoo ook zendt de menschelijke ziel een lichaam uit1 gelijk de boom zijne bladeren1 en verzamelt ondervinding door het vergankelijke lichaam1 gelijk de boom door de bladeren zijn voedsel4 ,al die ondervinding neemt de ziel in zich op3 het lichaam sterft wanneer zijn tijd daar is1 maar de ziel groeit door de opgedane leering en nadert de volmaking4 ,dit is wat de ,theosofie leert omtrent den groei der ziel1 en gij hebt gezien dat wij gekomen zijn tot de gevolgtrekking1 dat de mensch volmaakt kan worden1 en de vraag zal bij u opkomen3 ,wat moet de volmaakte mensch doen met zijne volmaking8 ,hij moet zijn medemenschen helpen4 ,zij die volmaakt zijn geworden zijn degenen die wij ,meesters noemen4 ,zij zijn de ,leeraars der groote godsdiensten1 zij zijn het die tot de wereld komen om den menschen te leeren hoe te leven1 hoe sneller te groeien4 ,zelf volmaakt geworden1 blijven zij anderen leeren hoe de volmaking te bereiken4 ,jezus1 die zelf volmaakt is1 bleef op aarde ten einde den menschen te leeren hoe zij volmaakt konden worden en gelijk aan ,hemzelf4 ,en de ,theosofie leert dat deze volmaakte menschen nog heden bereikt kunnen worden4 ,zij zijn niet ver weg in den hemel1 maar hier op aarde4 ,en wij kunnen hen vinden1 indien wij den juisten weg inslaan2 en de eenige weg om hen te vinden is te trachten hun gelijk te worden4 ,misschien hebt gij wel eens in de geschriften van de heiligen der ,christelijke kerk gelezen1 hoe ,jezus tot hen kwam en hun leerde2 en dan hebt gij steeds gedacht dat dit droomen waren of verzinsels4 ,toch is dit niet het geval4 ,wat zij schreven is letterlijk waar1 en het zou ook voor ons waar kunnen zijn zooals het waar was voor hen1 want gij kunt een heilige worden zoo goed als ieder ander mensch1 die leefde in de middeleeuwen of in de eerste eeuwen der ,christelijke kerk4 ,waarom zouden niet de tegenwoordige ,christenen heilig worden kunnen gelijk die van vroeger1 waarom zouden zij den ,christus niet kennen zooals ,hij gekend werd in de vroegste tijden der kerk1 waarom zouden zij niet in staat zijn ,hem te spreken en van ,hem te leeren1 zooals de menschen in die oude dagen deden1 toen ,hij leefde onder de menschen en zooals zij het nog deden1 vier of vijf eeuwen daarna8 ,de ziel der menschen is thans niet zwakker dan toen1 de ziel der menschen is in staat nog heden te doen1 wat zij toen in staat was te volbrengen4 ,het is slechts de kennis die u ontbreekt1 hoe het te doen en den krachtigen wil1 welke u moed tot volharden kan geven4 ,de ,theosofie is dr om u de kennis te geven van den weg1 waarlangs wij de groote ,leeraars kunnen bereiken1 en met die kennis geeft zij ons den moed en den wil en het geduld tot volharden4 ,veel van wat ik u hedenavond heb gezegd zal voor sommigen uwer nieuw schijnen en vreemd4 ,toch is het niet nieuw maar over-oud1 z oud dat de menschen het hebben vergeten2 en niet vreemd1 zooals gij bij nadere studie zult vinden4 ,ik heb u hedenavond niets gezegd1 dat ik niet weet dat waar is en de weg dien ik gevolgd heb om tot weten te komen1 is de weg dien de ,theosofie aanwijst4 ,door het volgen van hare voorschriften ben ik in staat geweest hetzelfde te doen wat in de ,christelijke kerk gedaan werd1 vele eeuwen geleden1 en wat in alle andere godsdiensten mogelijk is geweest1 lang voordat het ,christendom was gesticht4 ,al deze dingen zijn altijd bekend geweest1 deze weg is altijd betreden door de weinigen2 en zij die hem betraden waren de menschen1 die de waarheden van den godsdienst wisten door eigen waarneming--niet uit de tweede hand4 ,het doel der ,theosofische ,vereeniging is1 u te helpen in het verkrijgen van eerste-hands kennis en hoewel de dingen die ik u gezegd heb misschien onbekend mogen wezen en schijnen onmogelijk te kunnen worden bewezen1 kunnen zij alle bewezen worden door ieder uwer die begeert te onderzoeken1 en zich dezelfde moeite wil geven1 welke door sommigen onzer is gedaan4 ,dan zult gij de werkelijkheid der wedergeboorte op aarde weten1 niet slechts gelooven1 dan zult gij de wijze kennen1 waarop de ziel langzamerhand groeit tot volmaking1 dan zult gij weten dat deze ,leeraars nog levende menschen zijn en nog steeds leering geven willen aan leerlingen die tot hen komen4 ,de ,theosofie is inderdaad een studie4 ,ik vraag u niet haar te gelooven1 ik vraag u niet haar aan te nemen zonder begrijpen1 ik vraag u slechts te onderzoeken1 zooals ik onderzocht heb4 ,gij kunt tot weten komen zooals ik ben gekomen tot weten4 ,en ik weet1 dat wanneer al deze dingen voor ons eerste-hands kennis worden1 niets in de wereld ons meer werkelijk ongelukkig kan maken4 ,de moeiten en zorgen1 welke zoo vele menschen kwellen1 worden ons niets1 zelfs de dood1 die scheiding te maken schijnt tusschen de menschen1 kan voor ons geen scheiding meer brengen wanneer wij deze waarheden voor ons zelf bevestigd weten1 omdat wij dan den sluier des doods kunnen oplichten1 en de menschen aan de andere zijde kennen1 even gemakkelijk als gij ze hier kent op aarde2 zoodat de ,theosofie u met de gelegenheid om deze dingen te onderzoeken de mogelijkheid biedt van grooter geluk dan den meesten menschen ten deel valt1 van kennis die u sterk zal maken en krachtig1 van een leven vol vrede en rust4 ,dt is de uitkomst van ,theosofisch onderzoek1 dt is het gevolg van het streven tot weten te komen1 en mijn doel voor hedenavond was1 eenigen van u te brengen tot diepere studie1 opdat gij moogt komen tot de kennis der waarheid4 ,en wanneer gij dan tot die kennis gekomen zult zijn1 zult gij terugzien tot dezen avond en zeggen3 ,toen was het dat ik voor het eerst de leeringen der ,theosofie vernam1 waarvan de kennis in mijn geheele leven verandering heeft gebracht4 ,toen was het dat ik den grootsten schat vond1 welken ik ooit heb gekend2 want ik vond de kennis van ,god1 die het eeuwige leven is1 zonder welke het leven arm is en beperkt1 met welke het leven oneindig wordt1 vol van vreugde en vrede4 ,esoterisch ,christendom ,sommigen die niets weten van de ,theosofische leeringen beschouwen de ,theosofie als vijandig gezind jegens het ,christendom4 ,zij denken dat iemand wanneer hij ,theosoof wordt moet ophouden ,christen te zijn4 ,en wanner zij vernemen dat de ,theosofie zich in een land verspreidt1 nemen zij als van zelf sprekend aan dat in dat land een nieuwe beweging tegen het ,christendom is ontstaan1 een beweging waarvoor geen ,christen sympathie kan gevoeien4 ,deze zienswijze nu is geheel en al verkeerd4 ,hoe zou het mogelijk zijn dat de grondslag van alle godsdiensten de vijand was van eenigen godsdienst8 ,daar zij komt om het godsdienstig gevoel te versterken door kennis1 kan de ,theosofie niet ten doel hebben het geloof te ondermijnen1 of te trachten het godsdienstig gevoel der menschen te doen wankelen4 ,integendeel3 waar zij komt tot de menschen1 vraagt zij hun niet hunnen godsdienst te verlaten1 maar zij vraagt hun te pogen dien godsdienst te doorgronden in zijn diepere en meer geestelijke beteekenis4 ,zij komt tot den godsdienst om hem terug te geven wat hij in den loop der eeuwen heeft verloren1 zij komt om de kennis terug te brengen1 welke langzamerhand uit zijn gebied is geweken1 zij komt om de zinnebeelden en riten van den godsdienst begrijpelijk te maken en aan hen wier geloof was geschokt door de aanvallen van het ongeloof een hechten en zekeren grondslag te schenken waarop hun geloof rusten kan1 verheven boven de mogelijkheid van eenigen aanval1 bekroond met goed gevolg4 ,wanneer ik dan hedenavond u toespreek uit naam der ,theosofie1 spreek ik als iemand die het ,christendom beschouwt als n van de groote godsdiensten der wereld1 die gelooft dat het in zich alles bevat wat noodzakelijk is voor den groei der menschelijke ziel1 maar die tevens meent dat het algemeen verspreide ,christendom van tegenwoordig zeer veel verloren heeft van wat het oorspronkelijk ,christendom bezat1 als iemand die gelooft dat het mogelijk is aan de kerk dat diepere1 geestelijker inzicht in den godsdienst terug te geven1 dat in den tegenwoordigen tijd uit het weten der ,christenen verdwenen is4 ,reeds de naam van deze voordracht esoterisch of innerlijk ,christendom zal waarschijnlijk door vele ,christenen verworpen worden4 ,weinigen onder de hedendaagsche ,christenen willen toegeven dat er een esoterisch ,christendom bestaat1 ja zelfs hoort men ,christenen er zich dikwijls op beroemen dat hn godsdienst ten minste niets heeft dat teruggehouden en verborgen is4 ,dikwijls hoort men zeggen3 de ,christelijke godsdienst is z eenvoudig dat zelfs een kind1 dat de meest onontwikkelde hem kan begrijpen en ik heb soms ,christenen ontmoet die verontwaardigd werden over het denkbeeld1 dat er in verband met hun geloof eenige kennis zou bestaan1 welke teruggehouden wordt van den onwetende1 welke niet openlijk aan de wereld wordt verkondigd1 kennis zoo moeilijk te omvatten1 dat de gewone menigte niet in staat zou zijn haar te begrijpen4 ,en toch is het duidelijk dat als het waar is dat het ,christendom niets anders te leeren heeft dan wat begrepen kan worden door het kind en door den onopgevoeden mensch1 dit de erkenning in zich zou sluiten1 dat het ,christendom niet de waarheid bezit1 dat het niet voldoende is voor den wijsgeer en den wijze4 ,want gij kunt het verstand van den wijsgeer niet tevreden stellen met dezelfde opvattingen welke voldoende zijn voor het kind en den polderwerker4 ,men kan niet verwachten dat de man van de wetenschap1 de hoogontwikkelde denker1 tevreden zal blijven met de enge en ruwe opvattingen1 welke voor den onwetende niet slechts voldoende zijn1 maar die voor hem veel meer geschikt zijn dan de verklaringen van den verheven wijsgeer4 ,neem bijvoorbeeld het begrip ,god4 ,voor een kind moet gij van ,god een konkreet denkbeeld geven1 anders kan het kind het niet bevatten4 ,indien gij tot hem spreekt in de taal der metafysika1 indien gij tot hem spreekt over het absolute1 het oneindige1 indien gij hem vertelt van een oneindig leven1 dat de geheele ruimte doordringt en de tallooze zonnen welke zich in het heelal bewegen in wezen houdt1 indien gij hem zulk een beschrijving van de ,godheid geeft1 zult gij het kind slechts in verwarring brengen en geenerlei opvatting1 welke door hem kan worden bevat1 zal zijn ongeoefend brein bereiken door uw wijsgeenge taal4 ,zal het kind eenig denkbeeld krijgen van ,god dan moet de opvatting van het goddelijke tot hem komen in een gewone1 menschelijke gedaante4 ,gij kunt hem leeren van een ,vader1 die teeder is en liefhebbend1 want dit geeft hem een denkbeeld dat hem reeds bekend is door de liefde van zijn eigen vader4 ,gij kunt hem vertellen van den mensch ,jezus1 vol liefde en mededoogen2 dit geeft hem het denkbeeld van een vriend1 sterker en ouder dan hij zelf1 die hem lief heeft en beschermt4 ,z kan het kind eenig denkbeeld ontvangen van ,god4 ,het goddelijke moet menschelijk worden gemaakt1 het oneindige moet worden beperkt2 slechts z kan het kinderhart worden bevredigd4 ,maar wanneer gij staat tegenover den wijsgeer1 die onmiddellijk de bezwaren inziet welke er zijn tegen de beperking van het goddelijke binnen den menschelijken vorm1 wanneer gij staat tegenover een man van de wetenschap die zich den ,god dien hij aanbidt denkt als een ,leven dat de gansche ruimte doordringt1 dat alle zonnen en planeten beheerscht1 dat tegelijk het leven is van het heelal en het leven van het kleinste wezentje dat bestaat1 voor wien de beperking in den menschelijken vorm godslastering wordt en bespotting--wanneer gij dan nog blijft bij de opvatting van het kind1 zal de wijsgeer1 de man van de wetenschap agnostisch worden of athest4 ,de erkenning van de waarheid1 dat het godsbegrip moet beantwoorden aan de beperkingen van het menschelijk verstand1 dat het denkbeeld dat de mensch van ,god heeft verschillend moet zijn naar gelang van de kracht van zijn verstand1 naar den aard zijner aandoeningen1 naar de diepte van zijn inzicht1--de erkenning van deze waarheid maakt het voor alle menschen mogelijk1 ,god te aanbidden1 want ieder mensch1 hetzij onwetend of geleerd1 ontvangt dan van de goddelijke kennis juist zooveel als hij in staat is op te nemen in hoofd en hart4 ,ieder mensch houdt als het ware het vat zijner eigene ziel tot ,god omhoog4 ,is de ziel klein en beperkt1 dan kan zij slechts weinig van de goddelijke kennis bevatten2 indien de ziel groot is en ontwikkeld1 kan zij meer bevatten van het goddelijk leven4 ,klein waarlijk in vergelijking met dien machtigen oceaan is het grootste verstand1 de grootste wijsheid des menschen1 maar toch heeft dit verstand het recht een opvatting te eischen1 die noch te hoog is noch te laag1 en slechts door een esoterischen godsdienst kunnen de ontwikkelden en wijzen gehouden worden binnen de grenzen der kerk4 ,dit is in het verleden altijd bekend geweest4 ,geen godsdienst der oudheid gaf aan alle menschen leering in denzelfden vorm4 ,onder de ,hindoes1 de ,chineezen1 de ,boeddhisten1 de ,egyptenaren1 de ,grieken1 overal vindt gij verschil van leering voor de menigte der onontwikkelden1 en de kleine minderheid der ontwikkelden4 ,toen het ,christendom aan de wereld werd gegeven1 toen ,jezus kwam als een boodschapper der waarheid en de stichter van een nieuwen vorm van godsdienst1 trad hij in de voetstappen zijner voorgangers en verdeelde zijn leer in twee deelen1 het eene voor de menigte1 het andere voor de verlichten4 ,ik wensch u van deze bewering het bewijs te leveren door een aantal bewijsgronden1 wier gewicht gij voor u zelf kunt schatten4 ,ik zal u aantoonen1 eerstens uit de woorden van ,jezus zelf1 dat hij die onderscheiding maakte2 dan uit de woorden zijner apostelen dat ook zij die verdeeling erkenden1 vervolgens dat die apostelen ze overdroegen aan het geslacht dat na hen kwam1 en eindelijk dat diezelfde verdeeling der leeringen in tween door de bisschoppen en kerkvaders werd gehandhaafd4 ,wij hebben dus vier stappen te doen in de vroegste geschiedenis der kerk4 ,wij moeten de gezegden van ,jezus zelf1 die zijner apostelen1 die van degenen die door de apostelen als leeraars werden uitverkoren1 en die van de bisschoppen en kerkvaders in de eerste vijf eeuwen der geschiedenis van het ,christendom beschouwen4 ,over deze vijf honderd jaren strekken zich de verklaringen uit1 die ik u zal aanhalen als bewijsgronden voor het feit dat er in die eeuwen een esoterisch ,christendom bestond1 evengoed als een exoterisch1 dat er een bijzonder onderwijs was voor de ingewijden1 evengoed als een openbare leering voor de menigte der geloovigen4 ,na deze eerste reeks bewijsgronden1 de geschiedkundige1 zal ik een bewijsvoering leveren van anderen aard1 en wel deze3 dat zij die thans esoterische kennis bezitten1 beter in staat zijn de ,christelijke leeringen uit te leggen dan zij die deze kennis niet bezitten1 en beter de beteekenis begrijpen van de vele verklaringen in het ,nieuwe ,testament1 welke de gewone kerkleeraars niet in staat zijn uit te leggen1 verklaringen1 die de hedendaagsche kerk dikwijls heeft uitgelegd op een wijze1 welke in strijd is met het geweten1 zoodat die uitleggingen der kerk vele menschen uit het ,christendom drijven1 en van velen onder hen die slechts de exoterische verklaring ontvangen1 het verstand beleedigen en het geweten in opstand brengen4 ,het gevolg hiervan is dat zij de kerk verlaten en onverschillig worden voor het ,christendom1 een groot verlies voor henzelf1 daar zij hun geloof moeten opgeven1 een groot verlies voor de kerk1 want op deze wijze gaan de meest ontwikkelden verloren1 en wordt de invloed van het geloof op de menigte verzwakt4 ,wij zullen thans de verschillende bewijsgronden in volgorde aanvoeren en beginnen met de geschiedkundige1 in de eerste plaats met de woorden van ,jezus zelf4 ,toen de discipelen tot ,jezus kwamen en hem vroegen naar de gelijkenissen welke hij tot de menigte gesproken had1 gaf hij hun dit merkwaardige antwoord3 ,het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het koninkrijk ,gods1 maar dengenen die buiten zijn1 geschieden al deze dingen door gelijkenissen4 ,voetnoot3 ,marcus #d1aa4 ,en verder3 ,zonder gelijkenis sprak hij tot hen niet4 ,voetnoot3 ,marcus #d1cd4 ,wij vinden hier den toestand duidelijk verklaard4 ,tot de menigte sprak ,jezus slechts in gelijkenissen1 in allegorin1 in verhalen in den vorm van een fabel1 welke hun zedelijke leering gaf2 maar zijnen discipelen gaf hij de uitlegging der gelijkenissen1 verklaarde hij de verborgenheid van het koninkrijk ,gods1 en ik verzoek u deze onderscheiding1 door ,jezus gemaakt1 goed in het oog te houden1 omdat wij haar straks door de kerkvaders aangehaald zullen vinden ter rechtvaardiging van de handelwijze der kerk in hun eigen tijd4 ,jezus zeide eens tot de discipelen3 ,geeft het heilige den honden niet4 ,voetnoot3 ,matthes #g1f4 ,het woord hond nu had bij de ,joden een zeer bepaalde beteekenis4 ,het duidde iedereen aan1 die geen ,jood was en gij herinnert u dat toen een ,kananeesche vrouw tot ,jezus kwam om hulp te vragen1 hij ten antwoord gaf3 ,het is niet betamelijk1 het brood der kinderen te nemen en den hondekens voor te werpen4 ,voetnoot3 ,matthes #ae1bf4 ,en zij nam zonder morren die benaming aan en zeide slechts3 ,ja ,heer1 doch de hondekens eten ook van de brokskens1 die er vallen van de tafel hunner heeren4 ,dit woord van ,jezus3 ,geeft het heilige den honden niet is niet anders dan een bevel1 niet het innerlijke te geven aan hen die buiten de groep der uitverkorenen stonden4 ,voor deze laatsten alleen moest het heilige worden bewaard4 ,de apostelen1 die het evangelie van ,jezus buiten de ,joden verspreidden1 erkenden evenzoo een aantal uitverkorenen1 dat waren zij die in de kerk in de mysterin waren ingewijd1 terwijl zij die buiten de mysterin stonden profanen werden genoemd4 ,het woord profaan werd in de oudheid gewoonlijk gebruikt om deze menschen aan te duiden en wanneer wij overgaan tot de tweede soort van geschriften1 waarvan ik u gesproken heb1 tot de geschriften der apostelen1 vinden wij dat ,paulus het onderscheid1 door ,jezus gemaakt1 behield en het toepaste op zijn eigene bekeerlingen4 ,zoo schreef hij aan de ,corinthirs1 die als ,christenen waren gedoopt1 die hadden deelgenomen aan het ,heilige ,avondmaal1 die lidmaten der kerk waren1 zooals wij zeggen zouden3 ,en ik1 broeders1 kon tot u niet spreken als tot geestelijken1 maar als tot vleeschelijken1 als tot jonge kinderen in ,christus4 ,want gij zijt nog vleeschelijk4 ,voetnoot3 ,i ,corinthirs #c1a-c4 ,en elders zegt hij3 ,en wij spreken wijsheid onder de volmaakten4 ,voetnoot3 ,i ,corinthirs #b1f4 ,paulus maakte dus hetzelfde onderscheid als de ,meester3 voor hen die vleeschelijk waren1 voor de jonge kinderen in ,christus1 sprak hij zonder geestelijke wijsheid2 die wijsheid werd slechts gegeven aan de volmaakten1 dat is1 aan hen die ingewijd waren in de mysterin der kerk4 ,want deze uitdrukking de volmaakten is het oude woord voor de ingewijden2 zij moesten volmaakt zijn in het uiterlijke leven1 voordat zij werden toegelaten tot de kennis der mysterin van ,jezus4 ,vervolgens vinden wij dat ,paulus aan ,timothes1 dien hij wijdde tot bisschop der kerk1 beval op zijn beurt uit de geloovigen diegenen te kiezen1 die in staat zouden zijn meer te leeren en dat hij aan dezen het ,woord moest mededeelen1 dat hij zelf had ontvangen voor vele getuigen4 ,hier hebben wij weer een uitdrukking die in de oudheid veel werd gebruikt3 het ,woord1 het ,woord dat gegeven werd voor vele getuigen4 ,wat is dat ,woord1 dat ,paulus gaf aan ,timothes1 in tegenwoordigheid van vele getuigen en dat hij hem beval over te geven aan hen die het waardig zouden zijn8 ,dit ,woord1 gesproken voor vele getuigen1 is de geheime leering der mysterin1 welke nooit op schrift is gesteld1 welke nooit werd gegeven in eenigen vorm1 waarin zij kon worden verraden1 maar altijd slechts gesproken werd van mond tot oor1 van leeraar tot leerling1 in tegenwoordigheid van vele getuigen1 die konden instaan voor de nauwkeurigheid der ongeschreven overlevering1 die konden getuigen dat de leeraar het ,woord goed had overgebracht1 dat hem gegeven was om aan anderen over te leveren4 ,het ,woord1 door ,timothes van ,paulus ontvangen in tegenwoordigheid van vele getuigen1 is het esoterisch ,christendom1 mondeling geleerd aan hen die waardig waren zelf leeraars te worden4 ,wij hebben gezien1 eerstens hoe ,jezus zelf de mysterin slechts leerde aan enkele leerlingen1 en tot de menigte sprak in gelijkenissen1 vervolgens hoe ,paulus als apostel op dezelfde wijze te werk ging en aan ,timothes beval het ,woord op zijne beurt verder te geven1 zoodat wij thans in de derde plaats komen tot de latere bisschoppen en kerkvaders1 die verklaren dat zij de geheime leering hadden ontvangen en ze op hunne beurt hadden over te leveren aan hen die zich daartoe waardig toonden4 ,tot nog toe heb ik slechts aanhalingen gedaan uit het ,nieuwe ,testament dat naar ik veronderstel ieder uwer bekend zal zijn4 ,thans zal ik eenige schrijvers aanhalen uit de vroegste geschiedenis der kerk1 die u misschien niet bekend zullen zijn1 maar die gij toch ook zelf lezen kunt1 hetzij in het ,latijn of het ,grieksch1 zoo gij die talen verstaat1 of anders in uw eigene taal overgezet4 ,de kennis van de geschriften der oude kerkvaders is noodig voor ieder die als prediker van het ,christendom optreedt4 ,zonder die kennis is hij niet geschikt zich leeraar van het ,christendom te noemen4 ,een van die bisschoppen nu was ,clemens van ,alexandrie1 een der meest geleerde en wijze mannen der ,christelijke kerk1 die het aanzien der kerk heeft verhoogd door de zuiverheid van zijn leven1 door de diepte zijner wijsheid4 ,terecht heeft de dankbare kerk hem in latere dagen als een heilige beschouwd4 ,groot is het aantal geschriften dat hij heeft nagelaten tot leering der ,christenen4 ,in een van deze geschriften spreekt hij over de kennis1 die door de kerk was overgeleverd van den tijd van ,jezus tot op zijn tijd toe1 het onderricht dat ,jezus gaf aan zijn apostelen1 en dat na hem van geslacht op geslacht was overgegaan4 ,hij zegt3 ,deze leering werd van den beginne af slechts gesproken tot hen die begrijpen4 ,de ongeschreven uitlegging der geschrevene woorden1 die door den ,heiland aan de apostelen gegeven werd1 is tot ons overgeleverd4 ,voetnoot3 ,stromata #f1ae4 ,hier hebben wij de getuigenis van een der bisschoppen van de oude kerk1 dat er een onderricht van ,jezus was1 niet geschreven1 maar door ,jezus gegeven aan de apostelen1 en door de kerk bewaard als een ongeschreven overlevering4 ,dezelfde getuigenis geeft ,origenes1 een ander kerkvader4 ,hij zegt dat ,jezus met zijne discipelen in het bijzonder sprak over het evangelie ,gods1 dat de woorden welke hij sprak niet werden bewaard in geschrifte1 en dat zij de verklaring vormden der gelijkenissen4 ,slechts zij ontvingen die leering1 die waardig waren haar te ontvangen2 hij zegt dat allen die deze leering zullen ontvangen1 in bewondering zullen staan over hare wijsheid4 ,maar er is nog meer3 dezelfde ,clemens1 die spreekt over de ongeschreven leering van ,jezus1 vertelt ons ook dat hij zelf in zijn openbare prediking slechts zwakke1 onvolmaakte beelden kon geven1 maar dat zij die geslagen waren met den thyrsus1 de beteekenis ervan zouden begrijpen4 ,geslagen te zijn met den thyrsus nu beteekent te zijn ingewijd1 want de thyrsus was een roede1 die bij de inwijding gebruikt werd1 bij welke gelegenheid de persoon die ingewijd werd in trance werd gebracht1 om de ziel te bevrijden van het lichaam4 ,wanneer de kandidaat voor de inwijding voor den leeraar was gebracht1 ontving hij eerst door mondelinge leering de kennis1 waarvan ik reeds gesproken heb en daarna werd hij geslagen met de roede1 welke als voertuig diende voor magnetische krachten1 welke in den kandidaat de innerlijke krachten der ziel deden ontwaken1 en de ziel in staat stelden zich vrij te maken van het lichaam en zoo hoogere leering te ontvangen in de onzichtbare wereld1 vrij van den last van het lichaam4 ,deze uitdrukking nu3 ,geslagen met de roede beteekent ingewijd in de mysterin4 ,clemens vertelt ons hiervan nog iets meer1 licht een hoekje van den sluier op1 en ontdekt ons een weinig van wat daarachter verborgen is4 ,hij deelt ons de voorwaarden mede waaronder de mensch de inwijding kan ontvangen1 en de eerste woorden welke door den leeraar bij het begin van de inwijdingsplechtigheid werden gesproken4 ,hij vertelt ons dat uit de lidmaten der kerk1 uit hen die gedoopt waren en aan het ,heilige ,avondmaal hadden deelgenomen1 dat uit die velen zeer weinigen werden gekozen3 velen zijn geroepen1 zegt hij1 de woorden van ,jezus aanhalende1 maar weinigen uitverkoren4 ,hij zegt verder van die uitverkorenen3 wie vrij is1 niet slechts van alle laagheid1 maar ook van wat de menschen als geringere zonden beschouwen1 slechts hij kan worden ingewijd in de mysterin van ,jezus1 welke alleen door de heiligen en reinen worden gekend4 ,daarna deelt hij de eerste woorden mede1 welke bij de inwijding gesproken werden3 ,hij die als inwijder optreedt1 overeenkomstig de voorschriften van ,jezus1 zal zeggen tot hen die rein zijn van harte3 ,hij wiens ziel zich gedurende langen tijd van geen kwaad bewust is1 en in het bijzonder sinds hij zich overgaf aan de weldoende kracht van het ,woord1 laat de zoodanige hooren de leering1 door ,jezus in het geheim gesproken tot zijn waarachtige leerlingen4 ,voetnoot3 ,contra ,celsum #c1dj4 ,dit waren de eerste woorden1 gesproken bij de ,christelijke inwijdingsplechtigheid1 dit was de eerste zin1 door den hierophant tot den kandidaat gericht4 ,het verdere kan ,clemens niet aanhalen1 want dan begint de leering welke slechts gegeven kon worden in de mysterin4 ,deze eerste woorden echter stellen de voorwaarde van reinheid en roepen den kandidaat op om te luisteren naar de leering1 door ,jezus in het geheim aan zijne leerlingen gegeven4 ,wat is er thans geworden van die leering8 ,wat heeft de kerk gedaan met deze heiligste nalatenschap van den ,christus8 ,waar wordt nu het onderricht gevonden1 dat ,jezus zijnen leerlingen in het geheim gaf8 ,waar zijn nu de mysterin van ,jezus1 en degenen die den kandidaat zouden kunnen inwijden in de kennis1 die aan de vroegere ,christenen werd meegedeeld8 ,is de kerk trouweloos geweest in het bewaren van haren schat8 ,heeft zij de overlevering verloren1 en ook degenen aan wie deze was toevertrouwd8 ,indien dit waar is1 geen wonder dan dat de ongeloovige instaat is het geloof der ,christenen te doen wankelen1 geen wonder dan dat honderden van de meest ontwikkelde menschen worden gevonden buiten de grenzen der ,christelijke kerk4 ,is het mogelijk die verloren kennis te herwinnen8 ,is het mogelijk deze leering weer te vinden1 nu ze verdwenen is uit den schoot der kerk8 ,ja1 die leering is nooit werkelijk verloren gegaan1 de kennis van de mysterin is nooit geheel en al verdwenen4 ,zij is bewaard door ,jezus zelf en door zijn trouwe leerlingen1 en die leerlingen zijn nooit geheel en al van de aarde verdwenen4 ,hier en daar werd er altijd nog een gevonden1 die de duisternis om zich verlichtte1 een heilige1 stralend als een ster aan den donkeren hemel1 in het bezit van eerste-hands kennis1 de kennis van de oude mysterin van ,jezus4 ,nu en dan verscheen zulk een leerling in den schoot der ,christelijke kerk1 ingewijd en onderwezen gelijk voorheen1 evenals de ,christenen van vroeger1 in het bezit van onmiddellijke leering1 welke hem in staat stelde als leeraar op te treden4 ,en hiertoe zijn slechts zij in staat1 die zelf de onmiddellijke leerlingen zijn van de ,meesters4 ,sedert de overlevering van haar bestaan uit de kerk verdwenen is1 wordt de geheime leering nog altijd overgedragen van den een op den ander1 zoo vaak er iemand gevonden wordt die waardig is ze te ontvangen4 ,en met die leering gaat samen het vermogen om wat men verkeerdelijk wonderen noemt te verrichten1 het gebruiken van natuurkrachten1 welke de gewone menschen niet kennen4 ,gij zult u herinneren hoe ,jezus gezegd heeft dat zekere teekenen hen zouden vergezellen1 die geloofden2 dat zij vergif zouden drinken zonder dat het hun schaadde1 dat zij door handoplegging zieken zouden genezen2 aan deze teekenen1 zeide hij1 zouden waarlijk geloovigen worden herkend4 ,hoevele ,christenen vertoonen thans deze teekenen van het levend geloof8 ,in welke mate zijn die krachten in het bezit der ,christenleeraars van onze hedendaagsche kerk8 ,hier en daar in de middeleeuwen vinden wij er nog sporen van1 zooals de wonderen1 verricht door ,franciscus van ,assisi en ,elisabeth van ,hongarije1 wonderen1 niet in den zin van een schending der natuurwetten1 want zulk een schending is onmogelijk1 maar wonderen1 mogelijk gemaakt door de kennis eener hoogere wet1 welke op lagere gebieden niet kan worden ontdekt1 door gebruik te maken van geestelijke krachten welker werking de groote menigte der menschen niet kent4 ,in den aanvang van deze voordracht sprak ik u nog van een ander soort van bewijs dat kon worden gegeven om het bestaan van de esoterische kennis aan te toonen4 ,voor hen toch die deze kennis bezitten is het mogelijk de duistere en moeilijke plaatsen in de ,schrift te begrijpen en te verklaren1 plaatsen welke altijd struikelblokken zijn geweest voor den ,christen1 maar toch voor een eenvoudige verklaring vatbaar zijn1 wanneer men slechts den esoterischen kant der godsdienstige leering onderzocht heeft4 ,laten wij bijvoorbeeld enkele plaatsen nemen uit het ,nieuwe ,testament1 welke moeilijk zijn te begrijpen en waarin de hedendaagsche ,christenen niet gelooven1 en die altijd weggeredeneerd worden4 ,neem bijvoorbeeld het verhaal van den jongeling1 die tot ,jezus kwam en hem vroeg hoe hij het eeuwige leven berven kon4 ,het eerste antwoord dat ,jezus hem gaf was het exoterische4 ,gij weet de geboden4 ,dit is juist wat thans de predikant zou zeggen tot iemand1 die hem kwam vragen hoe hij het eeuwige leven zou kunnen verkrijgen4 ,zijn antwoord zou wezen3 leid een goed leven op aarde4 ,dit was ook het eerste antwoord dat ,jezus gaf1 maar de jongeling was hiermede niet tevreden4 ,hij wist dat dit slechts het exoterische antwoord was1 niet het diepere dat hij zocht4 ,het wees hem den weg niet dien hij wenschte te vinden4 ,daarom antwoordde hij3 ,meester1 deze dingen heb ik onderhouden van mijne jonkheid af4 ,dit is het antwoord dat ieder moet kunnen geven1 die naar de diepere wijsheid verlangt4 ,aan de uiterlijke wet moet zijn voldaan1 voordat de innerlijke leering kan worden verkregen4 ,toen gaf ,jezus een ander antwoord3 ,en ding ontbreekt u1 ga henen1 verkoop al wat gij hebt en geef het den armen1 en gij zult een schat hebben in den hemel2 en kom herwaarts1 neem het kruis op en volg mij4 ,toen ging de jonge man treurig heen1 want hij had vele goederen2 en ,jezus wendde zich tot zijne discipelen1 die alles verlaten hadden om hem te volgen1 en sprak3 ,het is lichter dat een kemel ga door het oog van een naald1 dan dat een rijke in het koninkrijk ,gods inga4 ,voetnoot3 ,marcus #aj1 #ag-bf4 ,hoe dikwijls worden tegenwoordig deze laatste woorden weggeredeneerd4 ,hoe vele predikers hebben er over gepreekt en ze van hun beteekenis beroofd4 ,hoe dikwijls hebt gij misschien in uwe jeugd aan uw leeraar gevraagd1 gelijk ik het mijn leermeester vroeg3 wat beteekenen toch die woorden8 ,is het waar dat een rijke niet gemakkelijker het koninkrijk ,gods binnengaan kan dan een kemel kan gaan door het oog eener naald8 ,maar mijn leermeester redeneerde de moeilijkheid weg en zeide mij dat het beteekent dat een rijke even goed als een arme het eeuwige leven kan verwerven1 dat het iets anders beteekent dan het zegt1 dat het betrekking heeft op een poort in ,jeruzalem waar een kameel slechts onbeladen door kon gaan2 en dat het wilde zeggen dat een rijke vele moeilijkheden heeft en aan vele verleidingen blootstaat1 maar niet dat hij in het geheel niet zou kunnen binnengaan in het koninkrijk ,gods4 ,de groote menigte der ,christenen schijnt het ook niet op te vatten in den zin1 zooals het door ,jezus is gezegd1 want overal ziet gij de menschen hard werken om rijkdommen te verwerven1 en als zij dachten dat zij daardoor het eeuwige leven zouden verliezen1 zouden zij wel niet zoo hard werken om in de hel te komen2 zoodat wij vrij zeker kunnen zijn dat zij in woorden van ,jezus als de aangehaalde volstrekt niet gelooven4 ,dit is het noodzakelijk gevolg van het verloren gaan der esoterische kennis4 ,wat is de beteekenis van deze uitdrukking3 het koninkrijk ,gods8 ,zij wordt altijd gebruikt voor inwijding in de mysterin4 ,zij die willen binnengaan in het koninkrijk ,gods moeten volmaakt worden1 niet zooals de mensch van de wereld1 die na den dood in den hemel komt1 om na verloop van tijd terug te komen1 meer te leeren en meer ondervinding op te doen1--het eeuwige leven is niet het vertoeven in een voorbijgaanden hemel1 het is de kennis van ,god1 het is de vereeniging met de ,godheid zelf4 ,en die kennis van ,god die het eeuwige leven is1 is het koninkrijk ,gods1 waarin slechts de volmaakte kan binnengaan4 ,en het is altijd een vaste wet geweest dat ieder mensch1 voordat hij wordt ingewijd1 alles moet afstaan wat hij bezit1 dat hij niets meer als zijn eigendom beschouwen moet1 wat in de oogen der wereld het zijne is4 ,de gelofte van armoede is altijd de gelofte van den ingewijde geweest2 niemand kan inwijding bereiken die niet deze gelofte doet in haar wijdste beteekenis3 niet slechts wat zijn aardsche goederen aangaat1 maar aangaande alles wat hij bezit1 zij het rijkdom van verstand of rijkdom van hart of rijkdom der aarde4 ,hij staat ze alle af en deelt ze met de wereld1 hij beschouwt ze niet langer als de zijne4 ,indien geld in zijne handen komt1 is het niet het zijne1 moet het niet worden gebruikt voor zijn persoonlijke behoeften3 het behoort aan het werk van zijn ,meester4 ,hij bezit niets dat hij voor zichzelf gebruiken kan4 ,indien hij kennis bezit is die niet de zijne1 maar hij bezit die om de wereld te onderwijzen4 ,hij bezit zijne kennis slechts om ze te kunnen geven aan anderen2 hij heeft geen rechten1 hij kent slechts plichten jegens de menschheid4 ,voor zichzelf kent hij geen rechten van eenigen aard4 ,hij staat alles af wat het zijne is4 ,en toen ,jezus zeide dat hij die volmaakt wil worden alles verkoopen moet wat hij heeft en hem volgen1 zeide hij slechts wat iedere ,meester zegt tot den leerling die inwijding bereiken wil3 ,gij moet alles afstaan wat gij bezit1 gij moet u ontdoen van al wat gij hebt4 ,een harde voorwaarde1 zeker3 hard voor hem wiens hart nog hangt aan de wereld1 hard voor hem die nog geeft om de schatten der aarde2 maar licht voor hem die het hoogere leven zoekt1 die naar diepere wijsheid verlangt1 die het lagere leven wil opofferen om het hoogere te vinden1 die het vleesch wil kruisigen opdat hij in ,god met ,christus vereenigd kan zijn4 ,wij zullen thans een tweede spreuk van ,jezus nemen3 ,wijd is de poort en breed is de weg die tot het verderf leidt1 en velen zijn er die door dezelve ingaan2 want de poort is eng en de weg is nauw die tot het leven leidt1 en weinigen zijn er die dezelve vinden4 ,voetnoot3 ,matthes #g1ac4 ,hoevele liefhebbende harten treuren over deze woorden1 van hoevele vrome ,christenen breekt het hart bij het denken aan deze woorden van ,jezus4 ,weinigen die binnentreden1 velen die ten verderve gaan1 weinigen die redding vinden1 velen die den breeden weg1 weinigen die het smalle pad volgen6 ,wat is de beteekenis van deze woorden8 ,zij zeggen hetzelfde wat ,jezus bedoelde toen hij sprak tot den jongeling4 ,de breede en gemakkelijke weg is de gewone weg van de menschen der wereld1 die leidt van geboorte naar dood1 van dood naar geboorte1 van geboorte weer terug naar den dood1 door steeds herhaalden kringloop van dood en geboorte4 ,zulk een leven is dood1 niet leven1 in de oogen van den verlichte4 ,de weg welke tot het leven leidt is de weg welke van wedergeboorte bevrijdt1 is het pad der inwijding1 dat leidt tot dien tempel ,gods1 welken niemand verlaat1 nadat hij hem is binnengetreden4 ,weinigen inderdaad zijn er op het tegenwoordig standpunt van de ontwikkeling der wereld1 die dezen weg betreden1 weinigen worden er gevonden onder de millioenen der menschheid1 die sterk genoeg zijn om de moeilijkheden van het enge pad te overwinnen4 ,maar in den loop der eeuwen zullen allen dit pad vinden en betreden1 en geen menschelijke ziel zal vervallen tot eeuwig verderf4 ,er is nog een gezegde van ,jezus1 dat moeilijk is te begrijpen3 ,weest dan gijlieden volmaakt1 gelijk uw ,vader die in de hemelen is volmaakt is4 ,voetnoot3 ,matthes #e1dh4 ,dat is weer een bevel dat door de meeste menschen wordt weggeredeneerd1 omdat zij gevoelen dat de vervulling onmogelijk is voor zondige menschen1 voor mannen en vrouwen vol zwakheden en dwaasheden1 alledaagsch en wereldsch1 bekrompen in hun opvattingen1 overgegeven aan de genoegens der wereld4 ,hoe zouden zij volmaakt kunnen worden gelijk ,god in den hemel volmaakt is8 ,bracht ,jezus dan zijn leerlingen op een dwaalspoor1 toen hij hun een bevel gaf dat zij onmogelijk uitvoeren konden8 ,kon hij1 die de waarheid ,gods zelf was1 een gebod geven dat niet kon worden opgevolgd8 ,neen6 ,het is voor den mensch mogelijk1 volmaakt te worden gelijk ,god volmaakt is1 niet in n kort leven1 niet in twintig of veertig of honderd jaar1 niet in het ne korte tijdperk tusschen de wieg en het graf1 tusschen geboorte en dood4 ,dit is slechts n stap naar een volmaking als die van ,god4 ,maar leven volgt op leven1 groei volgt op groei4 ,ieder volgend leven kan dichter bij de volmaking worden gebracht1 ieder volgend leven zamelt den oogst van het voorgaande in4 ,met steeds vermeerderende kracht1 met steeds toenemenden groei stijgen de menschen tot de volmaking1 in de voetstappen van den ,heiland4 ,in de lange eeuwen die voor ons zich uitstrekken zal de goddelijke volmaking worden bereikt4 ,laten wij van deze op zich zelf staande teksten afstappen en een leerstuk der ,christelijke kerk beschouwen dat voor velen moeilijk te gelooven is1 en dat dikwijls wordt aangevallen3 de leer der drieenheid4 ,god een eenheid en toch drievoudig1 drie personen en toch n ,god4 ,velen hebben zich over dit leerstuk verbaasd en zijn ten laatste tot de overtuiging gekomen1 dat zij dit niet konden begrijpen1 dat blind geloof moet aannemen wat het verstand niet begrijpen kan4 ,maar in de esoterische leering der mysterin werd de leer der drieenheid begrijpelijk gemaakt1 werd zij een verheffende en helpende kracht4 ,deze geheele leering kan niet openbaar worden gemaakt1 maar een deel ervan kan hier worden besproken2 en dit kan eenig licht werpen op ons onderwerp4 ,in iederen godsdienst wordt de drieenheid geleerd3 de ,vader1 die het aanzicht van ,macht1 van ,zelf-,bestaan voorstelt1 en uit den ,vader de ,zoon en de ,geest4 ,de ,vader is de oorsprong1 de bron van al wat is4 ,god komt in zijn aanzicht van ,zelf-,bestaan1 van onbegrensd ,vermogen in alle openbaringen voor als de ,eeuwige ,vader1 het midden-leven van het heelal4 ,uit ,hem komt de ,zoon voort1 de openbaring van het aanzicht van liefde der ,godheid1 van liefde en gelukzaligheid tevens1 de tweede persoon in de drieenheid1 de tweede ,logos1 zooals hij dikwijls genoemd wordt1 tweevoudig in zijnen aard3 aan den eenen kant de openbaring van mededoogen1 van alomvattende liefde1 aan de andere zijde van eeuwige1 oneindige gelukzaligheid4 ,het derde aanzicht der godheid is dat van wijsheid4 ,de wijsheid ,gods is geopenbaard als de ,geest1 het goddelijk denkvermogen4 ,toen ,god zich openbaarde als scheppende kracht1 als het algemeen denkvermogen1 werd hij de derde ,logos1 de derde persoon in de drieenheid4 ,god is in wezen n1 drievoudig in zijn openbaring1 het ne ,bestaan1 dat zich toont in drievoudigen vorm4 ,wanneer wij spreken van de drie personen van de drieenheid1 zijn dit slechts drie aanzichten1 waarin de godheid zich openbaart1 zich zichtbaar maakt en begrijpelijk voor den mensch4 ,de drieenheid1 die in de godheid is1 weerkaatst zich in den mensch1 ook de mensch is een drieenheid1 het beeld van ,god4 ,in den mensch heeft de goddelijke drieenheid zich uitgestort1 en de mensch ontvouwt in den voortgang zijner ontwikkeling den drievoudigen aard van de godheid1 en ontwikkelt in zijn inwezen de drie aanzichten welke hij ontvangen heeft van ,god4 ,het eerst ontwikkelt zich in den mensch het verstand1 de weerkaatsing van den derden persoon der goddelijke drieenheid1 daarna wordt de ,zoon in hem geboren1 de geest van den ,christus1 van alomvattende liefde en oneindig mededoogen4 ,het kenmerk van den mensch in wien dit tweede aanzicht zich ontwikkelt1 die van den derden trap tot den tweeden is gekomen1 is dat diepe mededoogen dat alle menschen in zich omvat4 ,dit is de geest van den ,christus1 en naarmate de mensch dezen ontwikkelt wordt hij de ,zoon ,gods4 ,dan komt de tijd voor de laatste openbaring in den mensch4 ,niet alleen de ontwikkeling van het verstand1 de weerkaatsing van den ,geest1 niet alleen de liefde1 die wordt voorgesteld door het leven van den ,zoon1--ook het leven van den ,vader moet zich in den mensch openbaren4 ,hij moet gelijk worden aan de goddelijke ,kracht1 het goddelijk ,bestaan4 ,dat is de vereeniging waarvan alle godsdiensten hebben geleerd1 dat is het n-worden met den ,vader1 waarvan ,christus tot zijn discipelen sprak als de laatste zegepraal dien zij zouden bereiken4 ,het n-worden met den ,vader is het einddoel der ontwikkeling van den mensch4 ,in het grootste deel der menschen op aarde ontwikkelt zich thans het derde aanzicht der drie-eenheid1 het verstand4 ,slechts hier en daar treffen wij menschen aan1 in wie het leven van den ,christus zich begint te ontvouwen4 ,wanneer dit leven volmaakt zal zijn1 zal de vereeniging komen met den ,vader1 waarvan ,paulus zegt3 ,daarna zal het einde zijn1 wanneer hij het koninkrijk aan ,god en den zij alles in allen4 ,voetnoot3 #a ,corinthirs #af1 #bd-bh4 ,dat is de zielsverrukking waarom ieder heilige bad1 de vereeniging met ,god2 dat is het doel1 dat de kroon is der menschelijke ontwikkeling4 ,aldus is de leering van het esoterisch ,christendom1 dieper1 breeder1 verheffender dan de uitwendige vorm1 tot welken helaas de kerk zich bepaalt4 ,aldus leert het ,goddelijk ,weten1 dat het uwe is door erfrecht1 het uwe door de gave van den4 ,christus1 het uwe krachtens uw geestelijke afkomst1 het uwe door uw recht als leden eener ,christelijke gemeenschap4 ,en ik1 die geleerd heb van die ,meesters waarvan ,jezus n is1 ik1 die door eigen ondervinding weet1 dat deze leering kan worden verkregen1 dat duizendmaal meer kan worden geweten dan hier mijne lippen uiten kunnen1 ik kom tot u als bode1 om u te herinneren aan uw erfrecht1 ik kom tot u om u te herinneren aan het bestaan van goederen die de uwe zijn4 ,dat is de boodschap die ieder leerling op zijne beurt brengt aan iedere kerk1 aan ieder geloof2 niet iets nieuws brengt hij niet zich1 slechts de herinnering aan wat oud is1 maar nog steeds binnen menschelijk bereik4 ,aan u om dit pad te betreden1 aan u om die kennis te verwerven1 aan u om de gelegenheid aan te nemen1 die de leering der ,theosofie u brengt1 de leering die dezelfde is als esoterisch ,christendom4 ,de gelegenheid wordt u geboden1 aan u haar aan te nemen of te laten1 gelijk gij dat wilt4 ,het verhaal van den ,christus ,ik zal hedenavond het verhaal van den ,christus beschouwen van het standpunt van den ,occultist1 ,wanneer wij enkel als ,theosofen spreken1 trachten wij het verhaal van den ,christus duidelijk te maken in zijn geestelijke beteekenis4 ,wanneer wij ons echter op het standpunt van den ,occultist plaatsen kunnen wij verder gaan4 ,wij kunnen terugzien naar de archieven van het verleden en deze onderzoeken1 wij kunnen terugzien tot het leven1 zooals dat negentien eeuwen geleden werd geleid en het stap voor stap bestudeeren4 ,maar ik moet u herinneren dat de inhoud dezer occulte archieven niet langs geschiedkundigen weg bewezen kan worden4 ,het is waarschijnlijk dat in de eerstvolgende twintig jaren eenige oude handschriften zullen worden gevonden1 welke dezen inhoud tot op zekere hoogte zullen bevestigen1 maar op het oogenblik zijn deze handschriften nog niet door de oudheidkundigen ontdekt4 ,daarom stel ik mij voor mijn onderwerp niet van den kant der gewone geschiedenis maar van het standpunt van den ,occultist te beschouwen1 en naarmate ik verder ga zult gij zien dat deze wijze van beschouwing vele moeilijkheden in de evangelin uit den weg ruimt1 en dat zij u in staat stelt al wat in die evangelin van waarde is te redden uit de aanvallen der geschiedkundige kritiek4 ,zij stelt u in staat het ,christendom te baseeren op een leven1 meer dan op een handschrift en alles te begrijpen wat van werkelijk belang is in het verhaal van den ,christus1 beschouwd als een mystiek verhaal en als een feit uit de geschiedenis4 ,hat verhaal is vanzelf in twee deelen te splitsen1 welke wij in onze beschouwing zullen moeten scheiden4 ,de ne afdeeling behandelt den geschiedkundigen ,jezus en omvat tevens de zonnemyten welke door zijne levensbeschrijving geweven zijn4 ,in de tweede afdeeling spreken wij niet over den geschiedkundigen ,jezus maar over den mystieken ,christus1 en deze vertegenwoordigt in een opzicht den tweeden ,logos1 en in een ander de individule ziel1 welke goddelijkheid bereikt4 ,in de evangelie-verhalen en in het geloof der kerk zijn deze beide gedeelten niet scherp gescheiden4 ,wat tot het ne behoort wordt dikwijls gerekend bij het andere4 ,dit geeft tot veel verwarring aanleiding en biedt menig zwak punt voor de aanvallen van den ongeloovigen kritikus4 ,naarmate wij deze draden ontwarren zult gij beider waarde beter begrijpen en zult gij ook het groote belang inzien1 dat het geheel voor de menschheid heeft4 ,laten wij eerst het verhaal van den geschiedkundigen ,jezus nemen1 en de zonnemyten welke daarmede zijn tezamen geweven4 ,jezus werd geboren uit ,joodsche ouders1 ongeveer honderd jaar vr het tijdstip dat gewoonlijk wordt opgegeven4 ,hij werd opgevoed onder de ,esseers1 een ,joodsche sekte van zeer rein leven en diep godsdienstig gevoel4 ,zij waren ongehuwd1 zij aten geen vleesch en dronken geen wijn1 en waren ook buitengewoon weldadig en medelijdend4 ,kinderen1 die als weezen waren achtergebleven1 namen zij tot zich om ze in hun midden op te voeden4 ,behalve de weezen werden dikwijls ook andere kinderen van goede afkomst aan hunne zorg toevertrouwd wegens de reinheid van hun leven en de wijsheid welke zij bezaten1 en die hun groote waarde gaf als onderwijzers4 ,onder deze heilige menschen bracht ,jezus zijn jeugd door4 ,hij muntte uit door zijn buitengewone reinheid en godsdienstige toewijding1 welke zich op twee wijzen toonde3 in zijne vurige aanbidding van ,god en zijn voortdurend streven om zijne medemenschen te helpen4 ,deze beide karaktertrekken waren buitengewoon sterk in hem ontwikkeld3 de liefde tot ,god welke hem leidde tot lange uren van overpeinzing en de liefde tot de menschen welke hem krachtig werkzaam deed zijn om allen te helpen die smart leden4 ,deze toewijding ging zooals ik reeds zeide gepaard aan een buitengewone reinheid4 ,toen hij den mannelijken leeftijd naderde trok hij naar ,egypte4 ,hij trok van de gemeenschap der ,esseers in het ,zuiden van ,palestina tot een dergelijke gemeenschap op den berg ,sina en naderhand in ,egypte4 ,in dit land bestudeerde hij de oude wijsheid der ,egyptenaren en hij werd ingewijd in hunne mysterin4 ,op omstreeks #bg-;jarigen leeftijd keerde hij naar ,palestina terug1 en begon zijnen verwanten en vrienden onderricht te geven in wat hij geleerd had4 ,te dien tijde nu was in de wereld een nieuwe aandrang van geestelijkheid noodig geworden4 ,de tijd voor het ontstaan der westersche volkeren brak aan4 ,reeds ontwikkelden zich jonge rijken welke de kiem van toekomstige grootheid in zich droegen4 ,de beschaving waartoe zij zich zouden ontwikkelen zou van geheel anderen aard zijn dan die van het ,oosten4 ,het verstand dezer nieuwe volken zou krachtig en werkzaam van aard zijn4 ,de omstandigheden van hun klimaat zouden ijver en krachtsontwikkeling eischen4 ,de godsdienst welke bij de vorming van deze beschaving daartoe dienstig zou zijn moest ethisch en praktisch zijn1 eenvoudig van wijsbegeerte1 helder van leering4 ,deze godsdienst werd geschonken door de groote ,broederschap uit welke alle godsdiensten voortgekomen zijn1 en ,jezus was het voor die taak uitgekozen werktuig4 ,hij was voor dit werk bijzonder geschikt door zijn reinheid en toewijding4 ,toen hij ongeveer dertig jaar oud was kwam voor hem de tijd zijn werk te beginnen4 ,een bijzondere nederdaling van goddelijke kracht kwam in hem en scheidde hem af van de overigen van zijn ras4 ,deze nederdaling maakte hem in zeer bijzonderen zin tot den vertegenwoordiger1 tot den bode van ,god4 ,van deze nederdaling wordt gesproken als van zijn doop en gij zult u herinneren hoe in het verhaal van dien doop gezegd wordt dat de geest ,gods op hem nederdaalde4 ,van dien tijd af1 gedurende de jaren zijner prediking1 kan men ,jezus beschouwen als een vleeschwording van het goddelijk ,leven4 ,het is belangrijk1 in gedachte te houden dat dit een uitstorting van het goddelijk ,leven in den mensch ,jezus was1 en dat de doop het tijdstip was waarop die uitstorting plaats vond4 ,van toen af werd hij de prediker van een zuiverder geloof voor de westersche wereld4 ,hij werd door de ,joden wegens godslastering gedood nadat hij ongeveer drie jaren onder hen had gewerkt4 ,vele van de verhalen welke wij in de evangelin vinden behooren niet tot het werkelijk leven van dezen grooten leeraar1 maar zijn verhalen welke zich rondom dat leven hebben gegroepeerd doch ook in verband met andere leeraars aan de wereld bekend zijn geweest4 ,het is uit dit punt dat de aanvallen van ongeloovigen met zonnemyte-argumenten hun kracht putten4 ,enkele menschen1 zooals ,strauss en anderen1 hebben getracht het geschiedkundig karakter van ,jezus geheel te vernietigen4 ,maar dat is een overdrijving van ongeloovige kritiek1 welke niet kan worden gehandhaafd door kennis welke op goede grondslagen berust4 ,wat hun aanval kracht heeft gegeven is het feit dat enkele dezer verhalen reeds sedert duizenden jaren bestaan hebben4 ,het verhaal bijvoorbeeld van de geboorte van ,jezus uit een maagd1 wat de kerk aanneemt dat plaats heeft gevonden op den #be;e ,december1 is een van deze zonnemyten4 ,in de oudste ,christelijke handschriften wordt de geboorte van ,christus aangegeven op verschillende tijden van het jaar4 ,in het eene verhaal wordt hij geboren in ,mei1 in een ander in ,juli1 in een derde in ,september4 ,eerst in de zevende eeuw werd de #be;e ,december algemeen als ,kerstdag erkend1 en dit is de datum welke reeds van de oudste tijden her genoemd is als de datum van de geboorte van een vleeschgeworden godheid4 ,het is de datum waarop ,mithra1 de zonnegod der ,perzen1 werd geboren1 het is de dag waarop ,osiris1 de zonnegod der ,egyptenaren1 het licht zag4 ,deze dag wordt als feestdag beschouwd in alle groote godsdiensten welke tegenwoordig op aarde bestaan4 ,dit feit berust hierop1 dat de zon beschouwd wordt als de vertegenwoordiger ,gods4 ,alle licht en leven in een zonnestelsel komt van den zon1 gelijk alle licht en leven in het heelal komt van ,god4 ,en in alle godsdiensten der oudheid werd de zon beschouwd als het symbool voor ,god1 niet als ,hemzelf1 maar toch als een symbool waaraan de grootste eerbied verschuldigd was4 ,en daar de dag in het winter-stilstandspunt het kortst is1 zeide men dat dan de geboorte van den zon plaats vond4 ,de ,christenkerk heeft dat tijdstip ook aangenomen voor de geboorte van ,jezus1 en dit feit wordt gebruikt als bewijsgrond om aan te toonen1 dat ,jezus niet anders is dan een zonnegod4 ,wat de datum van zijn dood betreft3 het is u bekend dat de dag van de kruisiging niet op een vasten datum gesteld wordt1 maar op een datum welke ieder jaar verandert en berekend wordt uit de standen van zon en maan1 zoodat deze dag niet een geschiedkundige1 maar een sterrekundige datum is4 ,een geschiedkundige verjaardag kan natuurlijk op deze wijze niet worden vastgesteld en zij die het ,christendom vijandig gezind zijn1 gebruiken dit als een bewijsgrond tegen dezen godsdienst4 ,het is daarom van belang op te merken dat deze datums inderdaad niet uitsluitend op het ,christendom betrekking hebben1 en dat de werkelijkheid van het leven en den dood van ,jezus niet van deze sterrekundige gegevens afhangen4 ,ook vele andere verhalen1 aan het leven van ,jezus verbonden1 hebben reeds lang voor zijn geboorte bestaan4 ,dit was aan de eerste kerkvaders en bisschoppen zeer goed bekend4 ,zij beschouwden het echter nooit als een bewijsgrond tegen de werkelijkheid van het leven van ,jezus1 en trachtten nooit den hoogeren ouderdom van die heidensche verhalen1 zooals zij genoemd worden1 in twijfel te trekken4 ,de waarheid van de verhalen aangaande het leven van ,jezus is deze3 dat hij een man was1 vol goddelijken geest1 gezonden om een nieuwen godsdienst te stichten2 dat hij een leven leidde van wonderbare toewijding en reinheid2 dat hij de diepste geestelijke wijsheid leeraarde2 dat hij werken van medelijden en liefde deed aan allen met wie hij in aanraking kwam en dat hij eindelijk wegens godslastering door de ,joden gedood werd4 ,dit zijn de voornaamste feiten betreffende het leven van ,jezus1 welke geschiedkundig juist zijn4 ,en zooals ik zeide bestaat de waarschijnlijkheid dat binnenkort handschriften zullen worden ontdekt welke aan de wetenschap geschiedkundige gegevens zullen verschaffen4 ,maar de wonderbaarlijke geboorte in ,december en de kruisiging omtrent den tijd der lentenachtevening behooren tot de zonnemyten1 niet tot de geschiedenis4 ,in de oudste handschriften welke wij thans bezitten vinden wij deze datums niet vermeld en onder de vroegste ,christenen werden deze punten niet van belang geacht4 ,eerst gedurende de ontwikkeling der kerk hebben zij belang gekregen als dogmata1 en een der redenen waarom het van belang was deze datums vast te stellen1 was dat zij ook reeds heidensche feestdagen waren en behoorden tot de verschillende vormen van zonaanbidding welke in het ,westen verspreid waren4 ,de jonge kerk nam deze feestdagen over en schakelde ze in de geschiedenis van ,jezus1 daar men toen de vrees nog niet kende voor den ongeloovigen kritikus der negentiende eeuw4 ,het verhaal van den ,christus is van geheel anderen aard4 ,het woord ,christus is niet een naam die toebehoort aan nen enkeling maar een titel welke een zekeren rang aanduidt en sedert onheuglijke tijden gebruikt werd om een zekeren graad van inwijding aan te duiden4 ,ieder ingewijde die voorbij een zekeren graad van inwijding is1 wordt een ,christus genoemd1 welk woord de gezalfde beteekent4 ,de zalving is een deel van de plechtigheid van die inwijding1 zoodat de inwijding den mensch tot een gezalfde maakt4 ,ik zeide u reeds dat het verhaal van den ,christus van tweerlei standpunt kan worden beschouwd1 en wel in de eerste plaats als een kosmisch verhaal1 betrekking hebbende op het heelal4 ,in dit kosmisch verhaal stelt ,christus den tweeden ,logos voor1 den tweeden persoon in de drieenheid4 ,deze tweede persoon in de drieenheid wordt in het ,christendom erkend als de ,god-mensch en de geschiedkundige ,jezus wordt met dien ,god-mensch vereenzelvigd4 ,het kosmische verhaal is in het kort het volgende3 ,de tweede ,logos1 de tweede persoon in de drieenheid1 daalde neder in de stof1 om aan deze zijn leven te geven3 hij gaf zijn leven aan ieder schepsel dat ontstond4 ,hij is het van wien ,johannes schrijft3 ,het ,woord was bij ,god1 en het ,woord was ,god4 ,alle dingen zijn door hetzelve gemaakt1 en zonder hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is4 ,voetnoot3 ,johannes #a1 #a-c ,in het oude verhaal van deze nederdaling in de stof wordt gezegd dat de tweede ,logos in de stof gekruisigd is4 ,dit wil zeggen dat het leven van ,god is gegeven om het leven van alle levende wezens te zijn en dat ,god de banden der stof op zich nam1 om dit leven mogelijk te maken4 ,deze kosmische gebeurtenis wordt herhaald in de geschiedenis van iedere menschelijke ziel1 want wat in het heelal geschiedt1 gebeurt ook in het kleine heelal1 in den mensch4 ,wanneer wij het verhaal van den ,christus toepassen op de menschelijke ziel1 geven wij het in den vorm waarin het door de ,christelijke mystieken werd beschouwd4 ,de ziel des menschen wordt beschouwd als voortgekomen uit ,god4 ,door een lange reeks van aardlevens ontwikkelt zij de eigenschap van verstand1 begripsvermogen1 denken1 de weerkaatsing van den ,heiligen ,geest of den derden persoon in de drieenheid4 ,de geest van den mensch wordt1 van dit standpunt gezien1 beschouwd als het beeld van ,god4 ,hij is een drieenheid in zijn wezen evenals ,god een drieenheid is1 en de ontwikkeling van het leven1 van die drieenheid in den mensch vervalt vanzelf in drie onderdeelen3 de eerste stap is die1 waardoor het denkvermogen wordt ontwikkeld2 deze stap is den ,theosoof bekend als de ontwikkeling van ,manas1 het denkvermogen4 ,manas is in den mensch de vertegenwoordiger van ,mahat in den ,kosmos1 of om de ,christelijke uitdrukking te gebruiken1 de vertegenwoordiger van den ,heiligen ,geest4 ,dit zich ontwikkelende verstand is het derde aanzicht der menschelijke drieenheid4 ,dit standpunt van ontwikkeling is het standpunt waarop de menschheid zich tegenwoordig bevindt1 en deze ontwikkeling van ,manas moet vrij ver gevorderd zijn voordat de tweede stap kan worden gedaan1 welke bestaat in de ontwikkeling van het tweede aanzicht der drieenheid in den mensch1 de ontwikkeling van den ,zoon1 of den ,christus4 ,het kenmerkende van dit standpunt van ontwikkeling is niet gelegen in de ontvouwing van het verstand1 maar van de liefde4 ,het is gelegen in de erkenning van alle mensch en als n1 niet als een gevolgtrekking door denken1 maar door de ontwikkeling van dit tweede aanzicht der drieenheid1 van wat wij ,buddhi noemen4 ,buddhi beteekent voor den ,theosoof wat ,christus beteekent voor den ,christen4 ,wanneer de mensch gereed is den ,christus in zich te beginnen te ontwikkelen ontvangt hij de eerste van de groote inwijdingen4 ,bij deze inwijding zegt men dat hij geestelijk geboren wordt2 het is de tweede geboorte of de geboorte uit den geest waarvan ,jezus sprak4 ,deze inwijding wordt de tweede geboorte genoemd1 omdat zij den tweeden persoon in de menschelijke drieenheid in werking brengt4 ,door die inwijding ontwaakt ,buddhi in den mensch en begint zich te uiten1 of in de ,christelijke symboliek3 bij die inwijding wordt ,jezus geboren uit den schoot der maagd4 ,deze geboorte werd steeds een onbevlekte genoemd1 een geboorte uit een maagd1 omdat zij niet is een geboorte uit het vleesch1 maar een geboorte uit den geest4 ,om deze reden ook zeide ,jezus dat een mensch gelijk een kind moest worden om het koninkrijk ,gods binnen te gaan4 ,in het geheele onderwijs van ,jezus heeft de uitdrukking3 het koninkrijk ,gods de beteekenis van inwijding en de nieuw-ingewijde wordt een kind genoemd4 ,gij herinnert u ook dat ,paulus van zijn bekeerlingen hoopte dat ,christus een gestalte in hen mocht krijgen4 ,zij waren gedoopt als lidmaten der kerk1 zij hadden deelgenomen aan het ,avondmaal1 en toch noemde hij het zijn hoogsten wensch1 dat ,christus in hen mocht worden geboren4 ,hieruit blijkt dat de geboorte van ,christus in den mensch niet beteekent lidmaat te worden van de kerk1 maar iets hoogers waarnaar de ,christen moet streven4 ,een van de redenen waarom de inwijding de geboorte van den ,christus werd genoemd is dat de mensch die deze eerste der groote inwijdingen ontvangt1 voor de eerste maal het bewustzijn van het buddhisch gebied ondervindt4 ,hij wordt door zijnen ,meester tot dat gebied gevoerd3 door de aanraking van den ,meester wordt hij voor de eerste maal bewust op dat gebied4 ,dan begrijpt hij wat eenheid beteekent3 hij gevoelt dat hij n is met al wat bestaat1 hij ondervindt dat hij niet afgescheiden is1 maar een deel van het groote geheel2 hij begrijpt het niet door verstandelijke inspanning1 maar ondervindt het door onmiddellijk bewustzijn4 ,dan begint in den ingewijde het leven van den ,christus1 en langzamerhand neemt hij dien geest van liefde en mededoogen in zich op4 ,zoo ontwikkelt de ,christus in hem4 ,nog twee andere inwijdingen moet hij doormaken terwijl hij nog altijd als onvolwassen beschouwd wordt4 ,dan komt de tijd voor den mystieken doop1 die overeenkomt met den doop van den mensch ,jezus4 ,deze doop is de inwijding van den ,arhat4 ,van dien tijd af is het bewustzijn van den ingewijde voortdurend op het buddhisch gebied4 ,vr deze inwijding wordt zijn bewustzijn van tijd tot tijd daarheen overgebracht1 maar wanneer zij heeft plaats gevonden1 en de doop des geestes ontvangen is wordt het buddhisch bewustzijn zijn gewone bewustzijn1 en begint hij langzamerhand het nirvanisch bewustzijn te verwerven4 ,het bewustzijn op het buddhisch gebied wordt genoemd het leven van den ,zoon1 die altijd in den hemel is bij zijnen ,vader1 en toch op aarde wandelt onder de menschen als n van hen4 ,wanneer de mensch dezen trap heeft bereikt1 kan hij een ,heiland der menschheid worden1 want daar zijn bewustzijn n is met dat van alle menschen kan hij met hen deelen al wat hij heeft1 daar hij zelf zuiver is kan hij naast de menschen staan in hun zonde1 daar hij zich zijn geheele verleden herinnert kan hij medevoelen met den slechtste4 ,alleen de ,christus kan de vriend zijn van den laagste1 want daar hij zelf tot zonde niet meer in staat is kan hij met den zondaar in de nauwste aanraking zijn zonder gevaar voor zijn eigen reinheid4 ,alleen de ,christus kan den zondaar werkelijke hulp brengen1 want slechts hij kan gevoelen1 wat die zondaar gevoelt1 en door de vereeniging van zijn bewustzijn die hulp brengen1 welke noodig is4 ,de mensch die geheel buiten den zondaar staat kan hem niet werkelijk helpen4 ,slechts hij die zijn bewustzijn kan vereenigen met dat van den zondaar kan geven wat noodig is4 ,daarom wordt zulk een mensch terecht een ,heiland der wereld genoemd4 ,na al deze inwijdingen komt de mystieke kruisiging4 ,de ,arhat offert zich geheel en al op voor het welzijn der wereld4 ,hij geeft al wat hij bezit opdat het der menschheid ten goede moge komen4 ,hij verzaakt alle afgescheiden leven1 opdat zijn leven het leven der menschen zijn moge4 ,hij neemt niets voor zichzelf opdat de menschheid alles moge ontvangen1 en deze laatste daad van opoffering wordt de kruisiging genoemd4 ,door dien dood van het lagere rijst de ingewijde tot het goddelijk leven4 ,hij wordt n met den ,vader1 hij stijgt boven het leven der wereld4 ,om de ,theosofische uitdrukking te gebruiken3 ,buddhi gaat op in tm2 de ,arhat wordt daardoor een ,meester4 ,in de ,christelijke spreekwijze zegt men3 de ,zoon wordt n met den ,vader en1 in den hemel opgestegen1 zit hij aan de rechterhand ,gods4 ,dit zitten aan de rechterhand ,gods is een zinnebeeldige uitdrukking1 welke beteekent dat hij de goddelijke krachten bezit4 ,hij is in staat om een werktuig te zijn van de godheid voor de ontwikkeling der menschheid en iedere ,zoon1 die de eenheid met den ,vader bereikt heeft wordt een van de krachten die de wereld vooruit helpen1 zoodat door zijn ontwikkeling die der geheele menschheid wordt bevorderd4 ,aldus luidt het verhaal van den ,christus1 beschouwd als de geschiedenis van den geest in den mensch4 ,het is het verhaal der inwijdingen1 die in de vroegere kerk bekend waren onder den naam3 de mysterin van ,jezus4 ,aan de oningewijden werd het gegeven in den vorm van de geschiedenis van den ,christus4 ,dit verhaal van de inwijding der menschelijke ziel werd samengeweven met de geschiedenis van het leven van ,jezus1 en verloor zijn verheffende kracht omdat men het toepaste op het uitwendig leven van n mensch1 in plaats van op het innerlijk leven van den geest4 ,maar bij de ,christelijke mystieken is het verhaal in zijn innerlijke beteekenis bewaard gebleven4 ,wij vinden het terug in de overpeinzingen der heiligen1 waar zij zich vereenigen met den ,christus en zich n gevoelen met den ,meester4 ,het gebed van ,jezus dat zijn discipelen n mochten worden in hem en met hem n in den ,vader1 schijnt door de tegenwoordige ,christenen vergeten te zijn4 ,het is een deel van de zending der ,theosofie1 aan het ,christendom de mystiek terug te brengen welke het verloren heeft4 ,voor millioenen menschen in ,europa is de ,christelijke symboliek degene welke zij het gemakkelijkst kunnen begrijpen4 ,indien wij tot hen spreken van ,manas1 ,buddhi en tm1 begrijpen zij ons niet4 ,indien wij hun echter aantoonen1 dat hun eigene woorden dezelfde beteekenis hebben1 kunnen wij ons doel bereiken4 ,wanneer wij hun vertellen1 dat zij ,buddhi kunnen ontwikkelen1 en dat ,buddhi kan opgaan in tm1 weten zij niet wat wij bedoelen4 ,maar wanneer wij hun leeren dat de ,christus in hen kan worden geboren1 en dat zij n kunnen worden in den ,vader1 zien zij onze bedoeling4 ,wij moeten de ,christenen helpen te begrijpen3 dat het verhaal van den ,christus niet betrekking heeft op n enkel mensch1 maar dat het de geschiedenis der ziel is1 die zich tot volmaking ontwikkelt1 dat ieder mensch een ,christus moet worden1 dat dit voor ieder mensch mogelijk is4 ,dat is juist de kracht van de geschiedenis van ,jezus1 bedoeld als een voorbeeld voor allen1 en een groot deel der waarde van zijn leven gaat verloren1 wanneer zijn geschiedenis wordt beschouwd als die van het uiterlijk leven van eenen ,heiland1 in plaats van als een beeld van het geestelijk leven4 ,nog n punt is er betreffende den geschiedkundigen ,jezus1 dat van groot belang is1 namelijk dat hij nog leeft in een lichaam1 als n van die groote ,broederschap van ,meesters waarvan de ,theosofie ons leert4 ,hij vindt zijn bijzondere taak in de ,christelijke kerk4 ,door die kerk kunnen nog heden de zielen hem als ,meester bereiken2 en zij die er toe zijn gekomen de ,meesters te kennen1 weten dat ,jezus n van hen is1 en dat hij nog thans door ,christenen kan worden bereikt4 ,maar de voorwaarden hiervoor zijn nog steeds dezelfde als immer te voren4 ,zij zijn neergelegd in de woorden van ,jezus in de ,christelijke evangelin1 woorden die letterlijk moeten worden gevolgd1 en niet weggeredeneerd4 ,thans1 gelijk oudtijds1 moet de mensch die het leven van den ,christus wil vinden het lagere leven dooden4 ,thans1 gelijk voorheen1 moet hij alles opgeven1 wat behoort tot het persoonlijk zelf4 ,nog heden1 evenals vroeger1 moet al zijn aandacht op geestelijke dingen zijn gericht en niet op aardsche4 ,wanneer deze voorwaarden vervuld zijn1 zal ,jezus1 de ,meester1 zich aan den leerling openbaren2 maar zoolang zijne woorden worden weggeredeneerd ter wille van wereldsche begeerten1 zoolang de mensch tracht twee meesters te dienen1 in twee werelden te leven1 zoolang zal hij ,jezus1 den ,meester1 niet vinden1 zal hij het leven van den ,christus niet bereiken4 ,aanhangsel4 ,,de ,,theosofische ,,vereeniging4 ,de ,theosofische ,vereeniging is een internationaal lichaam1 den #ag;den ,november #ahge te ,new-,york gesticht4 ,haar doel is3 ,i4 ,het vormen van een kern van de algemeene broederschap der menschheid1 zonder aanzien van ras1 geslacht1 kaste of kleur4 ,,ii4 ,het aanmoedigen van de vergelijkende studie van godsdienst1 wijsbegeerte en wetenschap4 ,,iii4 ,het naspeuren van onverklaarde natuurwetten en van de ongeopenbaar de krachten in den mensch4 ,van deze drie doeleinden is alleen het eerste bindend voor alle leden terwijl de twee andere tot hulp voor de bereiking van het eerste dienen4 ,het volbrengen van het tweede1 dat het ,oosten en het ,westen aan elkander ontsluiert strekt om misverstanden voortspruitende uit verschil van ras en godsdienstvorm uit den weg te ruimen en stelt ten dienste van beiden de verborgen schatten van geestelijke kennis die beide bezitten4 ,ook het derde leidt tot broederschap daar het den mensch zich zelf en zijn omgeving leert kennen en hem ten slotte de geestelijke eenheid aantoont welke aan alle wezens ten grondslag ligt4 ,doch het nastreven van deze beide doeleinden vereischt bijzondere vermogens en bijzondere gelegenheden4 ,zij zijn daarom niet verplichtend voor alle leden doch worden naar vrije keuze nagestreefd door hen die zich daartoe aangetrokken gevoelen en die in staat zijn dat te doen4 ,daarom vindt iemand die hiervoor in het geheel geen belangstelling koestert1 indien hij gelooft in menschelijke broederschap en willig is daarvoor te werken1 een hartelijk welkom en een ruime plaats in de ,theosofische ,vereeniging4 ,de leden der ,vereeniging zijn meer verbonden door een ethischen dan door een verstandelijken band en hun eenheid berust op een verheven ideaal1 niet op een omschreven geloof4 ,de ,vereeniging heeft geen geloofsstellingen1 dringt aan op geen enkel geloof1 schaart zich onder geen kerk1 steunt geen partij1 neemt geen deel aan de eindelooze kibbelarijen welke de maatschappij verdeelen en het nationaal1 maatschappelijk en persoonlijk leven verbitteren4 ,zij tracht geen mensch van zijn eigen godsdienstvorm af te trekken1 maar noopt hem integendeel in de diepten van zijn eigen godsdienst het geestelijk voedsel te zoeken dat hij noodig heeft4 ,de uitkomsten der studie welke in het tweede doeleinde genoemd wordt biedt zij aan als voorwerpen van onderzoek1 niet als geloofsstellingen waaraan blind geloof moet worden geslagen4 ,dat ieder eens anders godsdienstige gevoelens evenzeer eerbiedigen zal als hij dat voor de zijne verwacht wordt gerekend tot een eervolle verplichting in de ,vereeniging1 en volkomen wederkeerige hoffelijkheid hierover wordt van de leden verwacht4 ,dit alles leidt meer en meer tot samenwerking in het zoeken naar waarheid1 tot verzachting van vooroordeelen1 tot vrijmaking van den geest en tot groei eener welwillende vriendelijkheid en gewilligheid te leeren4 ,zoo is de ,vereeniging een beschermende muur tegen den tweelingsvijand van den mensch3 bijgeloof en materialisme1 en behoort zij waar zij ook komt een zachten en louterenden invloed van vrede en goeden wil te verspreiden en zoodoende een van de krachten te zijn die het betere willen te midden van den strijd der tegenwoordige beschaving4 ,,lidmaatschap4 ,lidmaatschap kan worden verkregen op aanvrage aan den ,algemeenen ,secretaris eener ,afdeeling of door middel van een der ,loges of ,centra der ,vereeniging4 ,nadere inlichtingen hieromtrent worden op aanvrage gaarne verstrekt4 ,een exemplaar van de ,wet en ,regels der ,theosofische ,vereeniging en der ,nederlandsche ,afdeeling wordt1 op verzoek aan den ,algemeenen ,secretaris1 toegezonden4 ,,lidmaatschapskosten4 ,de kosten van het lidmaatschap der ,nederlandsche ,afdeeling 7insluitende het lidmaatschap der ,theosofische ,vereeniging7 bedragen f #c4--per jaar en f #c4--;intreegeld 7nmaal74 ,deze bedragen moeten bij de aanvrage tot lidmaatschap worden voldaan4 ,in bijzondere gevallen kan ontheffing van geldelijke verplichtingen worden verleend4 ,,administratieve ,,indeeling4 ,in verschillende landen voor zooverre die een voldoend aantal leden tellen zijn ,afdeelingen der ,vereeniging gevormd4 ,deze ,afdeelingen worden vertegenwoordigd door een ,algemeenen ,secretaris4 ,iedere ,afdeeling is onderverdeeld in ,loges en ,centra4 ,de ,nederlandsche ,afdeeling telt zeven ,loges en twee ,centra4 ,president der ,vereeniging is ,col4 ,h4 ,s4 ,olcott te ,adyar1 ,madras1 ,engelsch-,indi4 ,de ,algemeene ,secretarissen van de ,afdeelingen der ,vereeniging zijn3 ,nederland3 ,w4 ,b4 ,fricke1 ,amsterdam1 #gf1 ,amsteldijk4 ,amerika3 ,alexander ,fullerton2 ,new-,york1 #e1 ,university ,place4 ,europa3 ,g4 ,r4 ,s4 ,mead1 ,b4 ,a42 ,london1 ,n4 ,w4 #ai1 ,avenue ,road4 ,indi3 ,bertram ,keightley1 ,m4 ,a42 ,upendranath ,basu1 ,m4 ,a41 ,,ll4 ,b41 ,benares4 ,australi3 ,j4 ,scott1 ,m4 ,a42 ,sydney1 ,n4 ,s4 ,w41 #db1 ,margaret ,street4 ,scandinavi3 ,a4 ,zettersten1 ,stockholm1 #cj1 ,nybrogatan4 ,nieuw-,zeeland3 ,dr4 ,c4 ,w4 ,sanders2 ,auckland1 ,mutual ,life ,buildings1 ,lower ,queen ,street4 ,,lijst ,,van ,,loges ,,en ,,centra ,,der ,,nederlandsche ,,afdeeling4 ---------------------------------------- ------------------------------------- ,,plaats4 ,,voorzitter4 ,,secretaris4 ---------------------------------------- ------------------------------------- ,,amsterdam4 ,w4 ,b4 ,fricke1 ,amsteldijk #gf4 ,h4 ,wierts van ,coehoorn1 ,amsteld4 #gf 99,amsterd4 ,loge4 ,k4,p4,c4 de ,baxel1 ,nic4 ,mej4 ,cato ,e4 ,gruntke1 ,beetsstr4 #aah4 ,overtoom #bjf 99,vhana ,loge4 ,j4 ,w4 ,boissevain1 ,j4 ,j4 ,hallo ,jr41 ,tesselschadestraat #d4 ,schotersingel #fi1 ,haarlem4 ,studenten,centrum4 99,,gouda 7,centrum74 ,h4 ,reijnders1 ,lange ,groenendaal #ii4 99's ,,gravenhage4 ,e4,j4,b4 van der ,beek1 ,mej4 ,c4,j4 de ,prez1 ,wilhelminastr4 #ce ,wilhelminastr4 #ce 99,,haarlem4 ,johan van ,manen4 ,j4 ,j4 ,hallo ,jr41 ,schotersingel #fi 99,,helder4 ,t4 van ,zuylen1 ,spoorstraat ,s4 ,gazan1 ,kanaalweg #aba #ach4 ,,rotterdam4 ,h4 ,w4 ,hagenberg1 ,noordsingel ,j4 ,a4 ,terwiel1 #b;e #adj4 ,crooswijksche ,dwarsstraat #f4 ,,vlaardingen4 ,d4 de ,lange ,dz41 ,oosthavenkade4 ---------------------------------------- -------------------------------------- 99 ,de met een sterretje geteekende ,loges bezitten boekerijen4 ,,boeken ,,over ,,theosofie4 ,daar de ,theosofische ,vereeniging gesticht is in ,engelsch sprekende landen en zich voornamelijk daar heeft verbreid gedurende de eerste #bj jaren van haar bestaan zijn de meeste en beste boeken over ,theosofie in het ,engelsen geschreven4 ,deze1 meest uitgegeven door de ,theosophical ,publishing ,society te ,londen1 zijn alle te verkrijgen van haren uitsluitenden vertegenwoordiger voor ,nederland1 de ,theosofische ,uitgeversmaatschappij 7,afdeeling ,boekhandel71 ,amsterdam1 ,amsteldijk #gf4 ,uitgebreide catalogi worden op aanvrage toegezonden4 ,in het ,nederlandsch zijn door de ,theosofische ,uitgeversmaatschappij de volgende werkjes uitgegeven welke tegen overmaking van den bijvermelden prijs van haar verkrijgbaar zijn4 ,,theosophia ,maandblad1 ,prijs per jaargang f #b1ej ,vorige jaargangen zijn in beperkt aantal nog verkrijgbaar tegen f#b4ej per jaargang4 ,kaarten van ,atlantis behoorende bij den #f;en ,jaargang van ,theosophia1 per stel 7vier stuks7 - #a4ej ,a4 ,,besant ,kort begrip der ,theosofie - #j4ae ,h4 ,,snowden ,,ward ,karma en ,rencarnatie - #j4aj ,,multaspero ,eerste kennismaking met de ,theosofie - #j4be ,,afra ,eenvoudige schets der ,theosofie - #j4be ,a4 ,,besant ,de evolutie der ziel1 het doel van 't leven - #j4aj ,a4 ,,besant ,yoga voor den mensch in de maatschappij - #j4aj ,a4 ,,besant ,vier voordrachten over ,theosofie1 gebonden - #j4fj ,a4 ,,besant ,levenstoestanden na den dood - #j4bj ,a4 ,,besant ,de ,zeven ,beginselen van den mensch1 gebonden - #j4fj ,,johan ,,van ,,manen ,korte levensschets van ,annie ,besant - #j4aj ,vele vertalingen van belangrijke ,theosofische werken zijn in voorbereiding1 terwijl in den loop van het jaar nog verscheidene kleinere en grootere werken zullen verschijnen4 ,,fotografie,n4 ,h4 ,p4 ,b41 ,kabinetformaat f #a4-- ,,annie ,,besant1 ,salonformaat 7#ah ,x #bd7 - #c4-- ,kabinetformaat - #a4-- ,bestellingen en betalingen te richten aan de ,theosofische ,uitgeversmaatschappij1 ,amsteldijk #gf1 ,amsterdam4