,,hugo ,,de ,,groot en ,,zijn ,,rechtsphilosophie ,,door ,dr4 ,h4 ,,bertens4 ,gebaseerd op de editie gepubliceerd te ,tilburg1 #aijg ,,aan ,dr4 ,g4,w4,j4,m4 ,,van ,,zinnicq ,,bergmann4 ,inleiding4 ,de naam ,grotius is overbekend4 ,van hem kan niet gezegd worden1 wat ,otto ,gierke van ,althusius getuigde1 in de eerste uitgave van zijn beroemd werk3 ,der ,name des ,johannes ,althusius ist heute so gut wie verschollen4 #a ,de ,hollandsche schooljongen kent ,huig de ,groot en zijn boekenkist2 hij kent zijn vrouw1 ,maria van ,reigersberg1 die de list verzon1 ter redding van haar echtgenoot1 alsmede de trouwe dienstmaagd1 ,elsje van ,houweninghe1 de derde medespeelster in het blij eindend drama van slot ,loevestein4 ,als geleerde kent hem de wereld4 ,grotius was theologant en wijsgeer4 ,grotius bewoog zich op het gebied der geschiedenis en der letteren1 en heeft daar lauweren behaald2 ,grotius was staatsman2 maar de godgeleerde en philosoof1 de historicus1 en staatsman zou zijn roem niet overleefd hebben1 zonder de ,jure ,belli et ,pacis1 het onsterfelijke werk van een van ,hollands groote zonen uit de dagen van ,joost van den ,vondel en ,hooft1 ,tesselschade en ,roemer ,visscher1 van ,heinsius en ,josef ,scaliger1 van ,huygens en ,rembrandt4 ,als niets1 wat dezen onzen grooten landgenoot betreft1 voor het ,nederlandsche volk onverschillig mag zijn1 gelijk ik ergens las1 dan zeker niet datgene1 waaraan ,grotius zijn naam dankt4 ,ziedaar een der redenen1 waarom deze bladzijden werden geschreven4 ,er is reeds dikwijls en met veel kennis geschreven over de ,groot als rechtsgeleerde2 wij trachten het nog eens te doen4 ,na een korte levensschets van de ,groot1 volgt een bespreking van zijn de ,jure ,belli et ,pacis4 ,in dat werk toch zijn de ideen van ,grotius over het recht hoofdzakelijk neergelegd4 ,bij de uiteenzetting van de ,groot's rechts-philosophie1 kan een critische waardeering niet achterwege blijven4 ,de enorme positieve kennis echter1 n van de scholastiek n van het neo-stocisme1 n van hun beider invloed op het intellectueel midden1 waarin de ,groot leefde en waarin hij zich vormde2 die kennis1 welke vereischt wordt1 om hier het laatste woord te kunnen spreken1 is niet te verkrijgen in een korten tijd1 jaren zijn er voor noodig4 ,wij erkennen dan ook gaarne in die waardeering niet volledig te zijn4 ,levensschets van ,hugo de ,groot4 ,op ,paaschdag van het jaar onzes ,heeren #aehc zag te ,delft1 een van de rijkste en vermogendste steden van ,holland1 #b die een ,sasbout en een ,pontus ,heuterus onder hare zonen telt1 ,hugo de ,groot het levenslicht1 het grootste genie van ,holland in de ,x,v,i,ie eeuw2 de man1 dien geheel het geleerd ,europa dier tijden het kleine landje daar ginds1 aan het uiteinde des vastelands benijden zou4 #c ,jan de ,groot1 meester der vrije kunsten en philosophie1 doctor in de rechten1 burgemeester van ,delft en curator der sinds #aege opgerichte universiteit van ,leiden1 was zijn vader4 ,zijne moeder was ,alida van ,overschie1 uit het geslacht van ,overschie en ,adrichem4 ,het is zegt ,nuyens1 7,wachter #ahgd1 blz4 #acc7 niet uitgemaakt of zijne moeder1 gelijk duizenden in die dagen1 nog niet in stilte gehecht bleef aan de katholieke leer2 zeker is het1 dat zijn vader1 in naam tot de heerschende gezindheid1 maar volstrekt niet tot de calvinistische ijveraars behoorde4 ,reeds vroeg openbaarden zich de groote talenten van onzen ,huig4 ,men zegt1 dat hij al de namen der soldaten van een regiment1 die hij toevallig gehoord had1 later kon opnoemen4 ,nog slechts acht jaren oud1 schreef hij reeds verzen1 onder andere op de verovering van ,nijmegen door prins ,maurits in #aeia4 ,met zijn twaalfde jaar kwam hij te ,leiden aan de universiteit4 #d ,geen wonder1 dat ,daniel ,heinsius van hem zingen kon3 ,ille dum puer fuit4 ,vir esse coepit3 namque reliqui viri4 ,tandem fuere1 ,grotius vir natus est4 ,wij kunnen de eerste opvoeding van den genialen knaap voorbijgaan4 ,volgen wij hem te ,leiden1 waar hij #c ,aug4 #aeid als ,stud4-litt4 werd ingeschreven aan de hoogeschool4 ,hij verbleef er tot #aeig en verdedigde alsdan zijne stellingen in wiskunde1 wijsbegeerte en recht4 ,in de wijsbegeerte onder leiding van ,p4 ,molinaeus en ,antonius ,trutus4 ,de professoren1 die in die jaren het recht doceerden1 waren1 behalve zijn oom ,corn4 de ,groot 7#aege-hc1 #aehg-afjj71 ,jul4 a ,beyma 7lector #aeha1 professor #aehb-aeif7 ,th4 ,sosius1 7#aehe-aeid7 ,ever4 ,bronckhorst 7#aehg-afaj47 ,ger4 ,tuningius 7#aeij-afaj7 ,corn4 ,pynackerus 7#aeig-afad7 ,corn4 ,swanenburgius 7#aeig-afcj74 #e ,wij weten ook1 wat zij onderwezen1 ,romeinsch recht en nog eens ,romeinsch recht1 gelijk ,fockema ,andreae zegt4 ,wij weten1 welke werken zij uitgaven4 ,commentaren op dat zelfde recht4 #f ,met recht mocht ,grotius later schrijven ,jus civile1 sive ,romanorum1 sive quod cuique patrium est1 aut illustrare comentariis1 aut contractum ob oculos ponere1 agressi sunt multi3 et jus illud1 quod inter populos plures 444 intercedit 444 attigerunt pauci4 ,ook de wijsgeerige richting te ,leiden mag ons niet onverschillig laten4 ,sans doute1 zegt ,monchamps1 #g ils tudiaient encore ,aristote1 mais les autres crivains philosophes de l'antiquit leur plaisaient d'avantage4 ,sans tre l'ennemi de la scolastique et d',aristote comme le prtend ,bouillier1 le premier triumvir de la rpublique des lettres 7,lipsius1 ,casaubon et ,scaliger7 aurait voulu voir rgner dans les coles la philosophie du ,portique conjointement avec celle d',aristote4 ,land #h zegt ons omtrent dit punt3 ,de wijsbegeerte1 die aan de academische jeugd werd voorgezet1 was de getemperde scholastiek1 die aan de protestantsche scholen van dien tijd aangenomen was4--,van de pogingen der ramisten om tegenover de logica van ,aristoteles een minder kunstmatig systeem te zetten1 is nauwelijks een spoor overgebleven4 99 99 99 99 99 ,commentarius ad tit4 de ,verb4-sign42 idem ad tit4 de reg4 jur41 idem in ,,iv libros ,inst4 ,jur4 ,civ4 ,justiniani4 ,corn4 ,pijnackerus bewerkte ,jura et privilegia militum ,index ad controversiarium corpus ,andr4 ,fachnachaei1 ,primord4 ,juris ,justineanei demultia4 ,swanenburgensis eindelijk1 nunc varios pandectarum titulos interpretatur42 in que eo unus totus est4 ,alma et illustris acad4 ,leid4 bij ,marcks en ,colites4 ,leiden #afgd4 ,zie ,fockema ,andreae a4 w4 ,snellius en ,arminius1 die in ,zwitserland en ,duitschland het ramische hadden onderwezen1 veranderden van gevoelen bij hun benoeming te ,leiden4 ,corn4 de ,groot 7#aege7 schijnt naar het platonisme te hebben overgeheld4 ,nic4 van ,dam1 de ,groot's opvolger1 was een ,aristotelicus1 gelijk ,alexander de ,ratlo 7#aegh-ha71 ,antonius ,trutus 7#aehb-ic7 en ,adr4 ,damman 7#aehf-hh47 ,van #aeic tot '#ih behandelde ,pierre ,dumoulin1 als buitengewoon hoogleeraar1 ,aristoteles naar het ,grieksch4 ,voor zijn godsdienstige opleiding en godsdienstonderwijs had ,grotius tot leermeesters ,frans ,junius en ,uitenbogaerdt1 toen hofprediker van ,maurits4 ,bij ,johannes ,uitenbogaerdt heb ick gewoont eenighe jaren noch seer jongh zijnde1 door de goede zorghe1 die mijn ouders droegen ten einde ick in de vreze ,gods zoude opwassen3 ,waarom zij mij tot ,leijden bij ,franciscum ,junius ende in den ,hage bij den ,voorz4 ,uitenbogaerdt hebben besteld4 #i ,bij ,junius #aj woonde ,grotius met ,scriverius1 ,baudius en ,danil ,heinsius4 ,buiten de genoemden vond ,grotius te ,leiden nog zijn vriend1 den bekenden ,jos ,scaliger1 benevens ,luc4 ,trelcatus1 ,paulus ,merula1 ,rudolfus ,snellius1 ,carolus ,clusius en ,bonaventura ,vulcanius4 ,huig de ,groot was een dankbaar leerling geweest4 ,toen hij na volbrachte studie in #aeih met ,oldenbarneveld en ,justinus van ,nassau naar ,parijs was gegaan en door den eerste aan koning ,hendrik ,,iv werd voorgesteld1 noemde deze hem reeds le miracle d',hollande4 ,hij gaf hem een gouden keten met medaillon1 waarop 's konings borstbeeld4 ,met de buitenlandsche reis eindigde het studentenleven4 ,den #ac';den ,dec4 #aeii1 pas #af jaar oud1 werd hij beedigd als advocaat bij het hof van ,holland en twee dagen daarna bij den ,hoogen raad4 #aa ,of ,grotius uit liefde voor de balie advocaat was geworden8 ,het schijnt van niet4 ,in een levensschets van ,meursius spreekt hij zich openlijk uit4 #ab ,hij had zijn tijd liever aan de studie gewijd4 ,het beroep van advocaat zou hij niet ongaarne verwisseld hebben tegen een professoraat4 #ac ,maar ,jan de ,groot dacht anders4 ,hij wilde zijn jongen door de wereld helpen en met een litterarisch otium ging dat niet4 ,dat de ,groot1 niettegenstaande dit alles1 een knap advocaat is geweest1 blijkt wel hieruit1 dat ,prins ,maurits hem in #afjd als pleitbezorger koos in zijn geding met den ,bisschop van het sticht ,munster over de heerlijkheden ,kloppenburg1 ,oeite en andere plaatsen1 waarvan zich de ,bisschop het bezit had aangematigd4 ,brandt #ad verhaalt de volgende anecdote uit zijn advocaten tijd3 ,in een pleidooi1 waar de ,groot stond tegenover een bejaard advocaat1 zeide deze hem1 te gedenken1 dat hij nog jong was en tegen een oud praktizijn sprak4 ,dat weet ik wel1 was het snedig antwoord1 maar daarom ben ik eerst te rade gegaan bij oude praktizijns1 die ik in mijn kantoor heb4 ,in #afjg verliet de ,groot het advocaten beroep en begaf zich in staatsbetrekking als fiscaal van ,holland1 ,zeeland en ,west-,friesland4 ,ook dit ambt beviel hem niet4 ,wij weten het uit zijn antwoord op ,heinsius' gelukwensch4 #ae ,zuchtend1 zoo zegt ,fruin1 liet hij zich weer in 't nieuwe gareel spannen en zwoegde er in voort1 zeven jaren lang1 totdat in #afac1 na den dood van ,elias van ,oldenbarneveld1 de stad ,rotterdam hem uitnoodigde haar pensionaris te worden4 ,wij mogen hier niet onvermeld laten1 dat uit zijn advocatentijd dagteekent het bekende ,mare liberum in #afji te ,leiden uitgegeven in 't belang der ,o-,i4 ,compagnie4 ,intusschen was ,grotius in #afji in den echt getreden met ,maria van ,reigersberg1 dochter uit een der eerste familin van ,zeeland1 in wie1 gelijk ,nuyens zegt1 hij eene echtgenoote vond1 zulk een man waardig2 een vrouw van practischen zin1 krachtigen geest en onbezweken moed1 die haren echtgenoot bewonderde1 beminde en laten wij het zeggen1 wel wat onder de pantoffel hield4 7t4a4p4 blz4 #acc47 ,evenmin als zijn advocaat-en fiscaalschap1 kon hem de gewichtige1 eervolle en invloedrijke betrekking van pensionaris voldoen4 #af ,hij schrijft het aan ,pontanus1 hoogleeraar te ,harderwijk4 #ag ,onverwacht zou de oplossing komen en ,grotius de gelegenheid vinden zich naar hartelust te wijden aan wetenschap en letteren4 ,in #afah werden de hoofden der staatsgezinde partij1 ,oldenbarneveld1 de ,groot en ,hoogerbeets1 de pensionaris van ,leiden1 gevangen genomen4 ,wij weten de rest en hoe ,grotius #ah ,mei #afai veroordeeld werd tot levenslange gevangenisstraf en verbeurdverklaring van al zijn goederen4 ,al heeft ,grotius dikwerf geklaagd over weinig tijd in zijn bedrijvig leven1 zijn lettervruchten uit die dagen1 7#aeih-afah71 toonen1 dat hij den tijd tot dogmatiseeren toch wist te vinden4 ,in de gevangenis te ,loevestein vond ,grotius troost bij zijn boeken4 ,hij kon er werken1 zooveel hij wilde4 ,hij deed het inderdaad3 men zie slechts in de voorrede van zijn ,dicta ,potarum1 quae apud ,stobaeum exstant1 de breede lijst geschriften1 welke hij in den kerker vervaardigde4 ,het beroemde ,inleidinge tot de ,hollandsche rechtsgeleerdheijt1 eerst later in #afca uitgegeven1 dagteekent insgelijks uit die dagen4 ,grotius verbleef te ,loevestein een jaar ende thien maanden tot hem de welberaamde list van zijn vrouw redde4 ,de trouwe dienstmaagd1 ,elsje van ,houweninghe1 bezorgde een boekenkist #ah met kostbaren schat ten huize van juffrouw ,daetselaer #ai in ,gorinchem4 ,die kostbare schat was ,huig de ,groot4 ,over ,waalwijk1 waar veel remonstranten waren1 vluchtte hij naar ,antwerpen4 ,na een kort oponthoud bij ,nicol4 ,grevinchovius #bj ging hij naar ,parijs1 waar de groote man met goedheid werd ontvangen4 #ba ,het gewichtigste feit uit zijn elfjarig verblijf in ,frankrijk is wel1 dat hij toen zijn beroemd de ,jure ,belli et ,pacis schreef4 ,in #afca trachtte ,grotius terug te keeren in het vaderland1 vertrouwend op de welwillendheid van ,frederik ,hendrik1 die middelerwijl ,maurits was opgevolgd4 ,het viel evenwel anders uit1 dan hij verhoopt had4 ,voor de tweede maal moest ,grotius aan zijn dierbaar vaderland vaarwel zeggen4 ,ditmaal ging de reis niet naar ,frankrijk2 de toegezegde #cjjj ponden waren hem slecht uitbetaald #bb1 de eigen middelen waren niet groot1 betrekkingen waren hem niet gegund1 zoodat het bestaan aldaar niet rooskleurig was geweest4 ,grotius ging naar ,hamburg4 ,de groote ,wallenstein1 ,polen en ,denemarken1 zelfs de ,spaansche koning1 door bemiddeling van ,eryc4 ,puteanus1 #bc noodigden hem uit in hun dienst te treden4 ,op aanzoek van den ,zweedschen rijkskanselier ,oxenstjerna ging hij naar ,frankfort a_/,m4 en woonde hier ongeveer vier maanden den ,zweedsch-,duitschen bondsdag bij1 tot dat hij de gewichtige betrekking kreeg van gezant der ,zweedsche kroon by het ,fransche hof4 #bd ,voor de tweede maal ging ,grotius1 doch nu niet als balling1 naar ,parijs4 ,hij verbleef er bijna elf jaar4 ,in #afde als een zekere ,duncan #be hem als helper1 inderdaad echter als bespieder werd toegevoegd1 vroeg hij zijn ontslag4 ,koningin ,christina verleende het hem onder eervolle erkenning zijner verdiensten4 ,over ,amsterdam1 waar hem een glorievolle ontvangst was bereid #bf ging hij naar ,hamburg1 ,wismar1 ,colmar en verder naar ,stockholm1 om zijn zaken te regelen met koningin ,christina4 ,grotius bleef niet langer in ,zweden dan noodig was1 hij wilde naar ,holland terug2 hij zou evenwel den vaderlandschen bodem niet meer terugzien4 ,op de terugreis leed hij schipbreuk en kwam #bf ,aug4 #afde doodziek te ,rostock aan4 ,enkele dagen later stierf ,hugo de ,groot4 ,hij werd begraven in de hoofdkerk van ,rostock4 ,de predikanten hadden er zich tegen verzet1 wijl ,grotius niet gestorven was in het ware geloof2 de studenten hadden hen echter gedwongen4 ,zijn lichaam werd later overgebracht naar ,delft1 waar zijn familie in het jaar #agha voor hem een praalgraf oprichtte4 ,het door ,grotius zelf vervaardigde grafschrift luidde3 ,grotius hic ,hugo est1 ,batavus1 ,captivus et ,exsul ,legatus regni1 ,sueica magna tui4 ,in #ahhf werd hem een standbeeld opgericht op de markt te ,delft4 ,op den voet staan zonder meer in gouden letters de welsprekende woorden3 ,hugo ,grotius4 ,het standbeeld staat met het gezicht naar het stadhuis1 met den rug naar de weleer roomsche kerk4 ,op dezen stand zijn verschillende zinspelingen gemaakt4 ,grotius komt uit de kerk1 zoo zegt men en gaat naar het stadhuis2 anderen willen1 dat hij den rug keerde aan de kerk4 ,het zou de moeite waard zijn1 meer in den breede na te gaan de godsdienstige gezindheid van onzen ,grotius4 ,men heeft veel gestreden of hij in den laatsten tijd zijns levens katholiek is geworden of niet4 ,zijn vriend en vertrouweling de bekende ,petavius ,s4 ,j4 droeg een ,h4 ,mis op voor de zielrust van zijn vriend2 dit zij ons genoeg4 ,of ,grotius openlijk is teruggekeerd tot de oude moederkerk1 die hij meer en meer lief kreeg1 is een vraag1 die wij in dit werk niet willen behandelen4 ,men zie hierover ,broere4 ,de gezindheid van ,h4 de ,groot voor de ,katholieke ,kerk4 ,de ,katholiek #aheb4--;,diest ,lorgion1 ,godgel4 tijdschrift #aheg4 ,j4 v4 ,gilze4 ,gids n4r4 ,x,ia #ceg4--;,de terugkeer van ,h4 de ,groot tot het ,kath4 ,geloof4 ,amsterd4 #aheg4--,krogh-,tonning4 ,hugo ,grotius enz4 ,bachem4 ,keulen #aijd4 #bg4 ,de ,jure ,belli ac ,pacis4 ,zijn wording1 doel en inhoud4 ,de waardeering1 die het vond4 ,het is in zijn de ,jure ,belli ac ,pacis1 dat ,grotius zijn rechtstheorien en de moraal1 waarop hij die grondt het meest volkomen uiteenzet4 ,daarom verdient dit zijn werk het meest onze belangstelling4 ,het is voor de kennis zijner gedachten op 't gebied van rechts-philosophie1 wat een summa ,theologica is voor de kennis van het wijsgeerig systeem van ,st4 ,thomas4 ,het was in #afbc dat ,grotius in het rustige landhuis ,balagni bij ,senlis1 hem door ,jacques de ,mesmes #bh ter woon afgestaan1 zijn boek begon4 ,non otior1 zoo schrijft hij aan ,peiresc1 sed in illo de ,jure ,gentium opere pergo1 quod si tale futurum est1 ut lectores demereri possit1 habebit1 quod tibi debeat posteritas1 qui me ad hunc laborem1 et auxilio et hortatu tuo1 excitasti4 #bi ,aan ,jacq4 ,aug4 de ,thou1 wiens boekerij hij gebruikte1 #cj schrijft hij ,aug4 #afbc4--,si quid agam cupis scire1 444 versor in examinandis controversiis praecipuis1 quae ad ,jus ,gentium pertinent4444 #ca ,in ,juni #afbd is ,grotius met ,theod4 ,graswinkel reeds bezig het handschrift gereed te maken voor den druk4 ,de drukker maakte met het werk grooten spoed4 ,op de ,paaschmarkt te ,francfort in #afbe werd het boek te koop aangeboden4 ,peiresc had ,grotius aangezet tot het schrijven van dit werk4 ,waarom hij aan diens aansporing gevolg gaf1 verklaart hij zelf in zijn prologommena4 ,daarin zegt hij n4l4 waarom hij1 die onverdiend gebannen uit zijn land zich nog verdienstelijk wil maken voor de rechtswetenschap #cb1 zijn drie boeken van 't recht des ,oorloghs en ,vredes gaat schrijven4 ,velen1 zoo zegt hij1 hebben behandeld het burgerlijk of romeinsche recht2 het recht1 dat elk land eigen is1 doch slechts weinigen het recht1 dat bestaat tusschen de volken onderling of hunne hoofden #cc en dat zijn grond vindt in de natuur zelf of in ,gods ,wet1 of wel ontstaan is door gebruiken en stilzwijgende overeenkomsten4 ,nog niemand heeft dit recht in zijn geheel en methodisch behandeld1 en toch1 de menschheid heeft er belang bij4 7prol4 #a47 #cd ,cicero noemde deze wetenschap een verhevene2 voor ,euripides staat zij boven de kennis der goddelijke en menschelijke dingen4 7prol4 #b47 ,de menschheid heeft er belang bij1 omdat er ook nu nog1 zoowel als vroeger1 personen gevonden worden1 die het bestaan van dit recht ontkennen 7prol4 #c47 ,men zegt1 dat een volk of vorst kan en mag doen al wat in zijn voordeel is4 ,en deze theorie past men maar al te vaak toe in de praktijk4 ,ik zag in de ,christenheid een ongebonden vrijheid van oorlogen1 waarvoor de ,barbaarsche volken zich zelfs zouden schamen2 dat men om geringe1 ja zelfs zonder redenen naar de wapenen greep4 ,had men eenmaal den strijd aangevangen1 men bekommerde zich noch om goddelijk noch om menschelijk recht1 gantschelich als oft door een ,placcaet de rasende dolligheydt ware uytghelaten tot allerhande schelmstukken4 #ce ,wij behoeven hier niets bij te voegen4 ,is het volkenrecht reeds op zich zelf een onderwerp1 dat het der moeite waard is te bestudeeren2 het was der moeite dubbel waard zulks te doen in dagen van geweld en rechtsverkrachting4 ,er is vaak over getwist1 of ,grotius al dan niet het plan had uitsluitend te schrijven over het recht van oorlog en vrede1 de kern van het volkenrecht4 #cf ,daar zijn boek feitelijk een volledige verhandeling was over het natuurrecht1 vond de meening grond1 dat de titel3 ,de ,jure ,belli ac ,pacis slechts een slimme zet was4 ,velen1 door den naam verlokt1 zouden met belangstelling het boek ter hand nemen1 en daarin willens of onwillens1 eene voor hen dringend noodzakelijke moraal vinden4 ,werd hun die openlijk aangeboden1 menigeen zou het boek minachtend ter zijde gelegd hebben4 ,grotius' oprechtheid is evenwel gemakkelijk te redden1 al beantwoordt de inhoud niet juist aan den titel4 ,men nemen daarvoor het volgende in aanmerking3 ,de auteur wil zijn onderwerp zoo grondig mogelijk behandelen1 terwijl hij daarbij van meening is dat het recht1 waardoor de verhouding van volken en vorsten geregeld wordt1 geen ander is dan het recht van hen die leven in een natuurtoestand #cg buiten een maatschappij in den gewonen zin des woords4 #ch ,daarom moest hij dieper ingaan in de menschelijke natuur1 en het heele natuurrecht behandelen4 ,immers elke handeling in strijd met dat recht kan zijn wettige oorlogsreden1 in geval er geen bijzondere verbintenissen zijn aangegaan1 omtrent de uitoefening van dat recht4 ,zooals wij reeds gezegd hebben1 is ,grotius' boek eene complete uiteenzetting van het natuurrecht geworden4 ,als van zelf scharen zich al de vragen van dat recht om het driedubbele hoofdprobleem1 dat in drie boeken behandeld wordt3 ,is de oorlog per se in strijd met het recht m4a4w4 is hij immer en altijd onrecht8 ,bij een ontkennend antwoord1 komt men van zelf tot de vraag3 ,zoo de oorlog ooit geoorloofd1 is1 wanneer is hij zulks8 ,het derde probleem is3 ,wat is in den oorlog geoorloofd8 ,het was nutteloos te spreken over het recht of onrecht zijn van iets1 als er geen recht of onrecht was1 als er geen zedelijke regel was voor de menschelijke handelingen1 die betrekking hebben op anderen4 ,darin vindt ,grotius de gelegenheid het bestaan van het recht te bewijzen4 ,hij zal aangeven1 wat de mensch in zijne betrekkingen tot den evenmensch heeft te doen en te laten alsmede de redenen daarvan4 #ci ,is het eenmaal vastgesteld dat de mensch niet alles doen kan1 wat hij wil1 dat daar is een hooge ,vrouwe ,justitia in drievoudig gewaad1 dan kan ,grotius gaan zien1 of de oorlog al of niet per se in strijd is met het recht1 met de natuurwet1 ,gods wet of de menschelijke voorschriften8 7lib4 ,i4 c4 #a en #ag47 ,wat is oorlog1 wat is recht8 7c4 #a47 ,de oorlog wordt bepaald als status per vim certantium #dj 7 #b47--,wat het recht is en welke de verschillende beteekenissen zijn1 waarin dit woord kan genomen worden1 kan hij afleiden uit hetgeen hij in zijn prolegomena gezegd heeft over het recht4 7 #c-ag74 ,wetend1 wat het recht is1 en wat de oorlog1 kon hij gaan zien of de oorlog in strijd is met de wet of het recht4 7c4 #b4 #a-i74 ,uit het bepalen van den oorlog als status per vim certantium vloeit voort1 dat men oorlog kan noemen zoowel den strijd tusschen afzonderlijke personen1 als tusschen landen en volken4 ,de oorlog wordt daarom verdeeld in privaten en publieken oorlog2 en oorlog tusschen een privaat persoon en een publieke macht4 7c4 #c1 #a7 ,daarmede wordt de moeielijkheid1 of de strijd van afzonderlijke personen nog geoorloofd is1 als zij niet meer tegenover elkander staan in een natuurtoestand1 maar als leden eener maatschappij1 als zij hun natuurlijk recht van noodweer hebben overgedragen aan een ander 7 #b47 ,de publieke oorlog is de oorlog1 gevoerd tusschen openbare personen1 tusschen souvereine machten4 ,hierbij dient gesproken te worden over de burgerlijke macht4 ,waarin zij bestaat 7 #f74 ,welke macht souverein is 7 #g74 ,waar zij is 7 #h74 ,hoe zij bezeten kan worden door iemand4 7 #aa7 enz4 ,vervolgens komt de vraag1 of de oorlog van onderdanen tegen hunne overheid geoorloofd is4 7c4 #d74 ,tegen een wettige overheid 7 #a-ad74 ,tegen een overweldiger4 7 #ae-af47 ,de ,causae effectivae van den oorlog zijn het onderwerp van c4 #e4 ,gelijk in andere daden zoo zijn ook bij de daden van den wil gewoonlijk drie soorten van werkende oorzaken principale1 helpende en instrumenteele4 ,de causa principalis is gewoonlijk hij1 wien de zaak aangaat4 ,wie verdedigend optreedt voor een ander1 is een helpende oorzaak4 7 #b74 ,dienstknechten en onderdanen kunnen gebruikt worden in den oorlog1 deze zijn instrumenteele oorzaken4 7 #c74 ,volgens het natuurrecht is het aan niemand verboden te strijden4 7 #d74 ,hiermede sluit het eerste boek4 ,het tweede behandelt de wettige oorlogsredenen4 ,want is de oorlog uit zijn aard niet kwaad en ongeoorloofd1 kan hij rechtvaardig zijn1 in welke gevallen zal hij zulks zijn8 ,wettige reden tot oorlog nu is een injuria facta aut non facta4 ,op de eerste plaats3 een geleden onrecht4 ,het kan hersteld worden of niet hersteld worden1 maar wel gestraft4 ,op de tweede plaats3 ,in juria non facta4 ,hierop heeft betrekking noodweer en zelfverdediging1 deze twee rechten worden nu het eerst besproken4 ,wanneer is zelfverdediging geoorloofd 7 #c-g47 ,is zelfverdediging plicht8 7 #h-i74 ,hoever mag noodweer gaan8 7 #aj-ad74 ,is het duel geoorloofd 7 #ae74 ,wat verder de volken betreft4 ,is andermans aangroeiende macht reden tot noodweer4 7 #ag74 ,is hij die zelf oorzaak was1 dat men tegen hem optrok1 in zijn goed recht om weerstand te bieden8 7 #ah74 ,de oorlog is geoorloofd om een geleden onrecht te herstellen of om het te straffen4 ,dit vooronderstelt1 dat men wete1 wanneer er onrecht geleden is en daarvoor diene men nog te weten1 wat het onze is of wat men ons schuldig is8 ,het onze is hetgeen wij bezitten4 ,wij kunnen iets bezitten met anderen1 of alleen m4a4w4 de goederen zijn gemeengoed of privaatgoed4 ,welke dingen als gemeen goed zijn te beschouwen1 wordt nu uitgelegd en vervolgens welke van deze goederen privaat eigendom kunnen worden 7c4 #b47 en op welke wijze 7c4 #c47 ,er wordt ook nog onderscheid gemaakt tusschen een acquisitio originaria van zaken 7c4 #c47 en personen 7c4 #e47 en een acquisitio derivata 7c4 #f47 ,een acquisitio derivata is er1 wanneer wij recht verkrijgen over personen of zaken door middel eener menschelijke daad of door de wet4 ,de overgave van het souvereiniteitsrecht en de goederen daarbij behoorend1 komen hier ter sprake 7c4 #f47 ,bij een acquisitio derivata door de wet wordt behandeld het heele erfrecht4 7c4 #g47 ,is eenmaal voldoende uitgelegd1 hoe rechten verkregen worden en overgaan op anderen1 dan moet nog worden nagegaan wanneer eigendomsrecht en overheidsrecht ophouden1 7c4 #i47 ,hierna volgt de uiteenzetting van de verplichting1 die op anderen berust1 tengevolge van het recht1 dat wij hebben op iets4 ,wat is men ons verschuldigd8 c4 ,x is een tractaat over het restitueeren4 ,na de verplichting van anderen tegenover ons als eigenaar van iets1 volgt de verplichting1 voortvloeiend uit beloften4 ,wat zijn beloften8 7c4 #aa47 ,wat is een contract8 7c #ab47 ,welke kracht zet de eed bij aan beloften8 7c4 #ac47 ,iets speciaals komt weer bij dit alles als het personen betreft1 die een souvereine macht bezitten4 ,hoever zijn dezen gehouden beloften na te komen4 7c4 #ae47 ,overeenkomsten zijn verder van publieken of privaten aard1 daarom dient de aandacht nog gevestigd te worden op de gevolgen van conventies tusschen volken of hunne hoofden4 ,hierbij sluit zich als van zelf een kapittel aan over de interpretatie1 7c4 #af47 ,behalve uit geoorloofde daden1 n4l4 doordat wij iets rechtens bezitten1 of ons iets beloofd is1 kunnen de verplichting van anderen tegenover ons of de rechten van ons tegenover anderen1 voortvloeien uit ongeoorloofde daden1 namelijk hierdoor dat een ander door zijn schuld ons een nadeel toebracht1 7c4 #ag4 #a47 ,nadeel is1 dat wij minder hebben1 dan wij moesten hebben1 dan ons toekomt1 hetzij ons iets toebehoort van nature f door een verdrag f door de wet4 ,de verplichting kan ten laatste nog voortvloeien1 niet uit het natuurrecht1 maar uit de positieve wet4 7c4 #ah47 ,zoo ontstaat door het volkenrecht1 het ambassadenrecht1 de verplichting de dooden te begraven1 7c4 #ai47 ,een rechtvaardig oorlogsmotief is het herstellen van een geleden onrecht1 maar ook die oorlog is geoorloofd1 welke dient om te straffen voor een aangedaan onrecht1 dat niet hersteld kan worden1 en daarom geeft ,grotius nu zijn theorien over het strafrecht1 7c4 #bj4 #ba47 ,na de redenen1 waarom men volgens recht een oorlog mag beginnen1 bespreekt ,grotius de redenen1 die een oorlog wel niet rechtvaardig maken1 maar hem een schijn van rechtvaardigheid geven4 ,hij weet goed1 dat men ooit ten strijde gaat zonder zelfs een zweem van recht1 maar hierover zal hij niet uitweiden4 ,men is dan te vergelijken met wilde dieren4 ,zij1 die den oorlog beginnen1 om er eenig voordeel mee te behalen1 zijn roovers4 ,wat men te doen heeft1 in geval er twijfel komt1 of een daad werkelijk oorlogsreden is of slechts schijnbaar1 wordt aangegeven in c4 #bc4 ,dan volgt nog de vermaning1 niet lichtvaardig den krijg aan te vangen ook al is men in zijn recht4 7c #bd47 ,een kwestie1 met de voorgaande verband houdend1 is deze3 ,hij1 die persoonlijk onrecht leed1 is bevoegd geweld te gebruiken2 maar geldt dit ook voor een ander1 mag een derde in de bres springen voor den verongelijkte8 ,grotius antwoordt bevestigend en voegt er bij1 in hoeverre men daartoe verplicht is4 7c4 #be47 ,vervolgens wordt nog gevraagd1 in hoeverre zij1 die afhankelijk zijn van iemand1 op eigen gezag geweld mogen gebruiken8 ,het derde boek heeft ten doel aan te geven1 wat men zoo al doen mag in den oorlog4 ,wat is geoorloofd door het natuurrecht8 ,hier wordt gehandeld over de neutraliteit der niet strijdenden1 over bedrog en list1 gebruikelijk tusschen oorlogvoerende partijen1 alsmede over de leugen en of zij op zich zelf geoorloofd is4 7l4#c4 c4#a47 ,een bijzondere opmerkzaamheid verdient vervolgens de vraag3 ,wat is toegestaan door het volkenrecht8 ,de publieke oorlog n4l4 is ofwel solemneel of niet solemneel4 ,het verschil ligt hierin1 dat in den solemneelen is voldaan aan zekere voorwaarden1 gesteld door het volkenrecht1 hetwelk ook aan de strijdvoerende partijen in een solemneelen oorlog bepalingen voorschrijft4 ,een dier voorwaarden is1 dat aan den solemneelen oorlog moet voorafgaan een oorlogsverklaring4 ,wat een oorlogsverklaring is1 wordt uitgelegd en daarna wat het volkenrecht bepaalt omtrent het dooden van vijanden of het gebruik van ander lichamelijk geweld2 omtrent het verwoesten en plunderen2 het recht op veroverde zaken en personen2 het postliminium1 7c4 #b3i47 ,het feit1 dat het volkenrecht deze rechten erkent in een oorlog1 die publiek en solemneel is1 ook al is hij onrechtvaardig in geweten1 geeft aanleiding tot de vraag1 in hoeverre men gehouden is te restitueeren voor hetgeen verkregen of misdaan is in een onrechtvaardigen1 ofschoon solemneelen oorlog4 ,verder1 wijl het volkenrecht wel iets gerecht kan maken1 maar niet alles2 wijl het soms slechts een onstrafbaarheid verleent van slecht zijnde en slecht blijvende daden1 geeft ,grotius aan1 welke maat volgens plicht en geweten in het gebruik dezer rechten is te houden1 zelfs in een rechtvaardigen oorlog1 7c4 #aj enz47 ,in den oorlog kan iets gedaan worden door de strijdende partijen1 maar wijl in den publieken oorlog het heele volk in strijd is1 kan er ook iets gedaan zijn door de afzonderlijke personen in qualitate qua4 ,wat is hierover te zeggen4 7c4 #ah47 ,of 't geoorlooft zij particulierlijck den vijant schade te doen 7 #a47 ,wat den genen die op haar eyghen kosten ten kryghe dienen 444 nae de inwendige rechtvaerdigheyt geoorloft zij1 ten aansien der vijanden47#b47 ,waartoe zijn zij verplicht1 die den vijand1 zonder last en bevel1 schade hebben toegebracht8 7c4 #f47 ,van trouw een gheloove onder den vijanden handelt c4 #ai4 ,allerhande vijanden is men trouw en geloof schuldig4 7 #a47 ,vandaar komt ,grotius op de publieke trouw1 de trouw1 die noodig is tot het sluiten van een vredesverdrag1 het einde van den oorlog 7c4 #bj17 die andere verdragen mogelijk maakt1 zooals wapenstilstand1 terugkoop van gevangenen enz4 7c4 #ba47 ,c4 #bb behandelt de door lagere overheden aangegane overeenkomsten2 de kracht der door particuliere gemaakte verbintenissen wordt beschreven in c4 #bc4 ,verbintenissen zijn vervolgens openlijk of1 stilzwijgend1 c4 #bd behandelt deze laatste4 ,hierna meent ,grotius te kunnen eindigen1 maar niet alvorens allen aan te sporen tot trouw aan het gegeven woord2 want onderlinge trouw houdt het gemeene best en de geheele menschheid omvattende societeit in stand4 ,door onderlinge trouw blijft de vrede4 ,de vrede1 die ook moet zijn het doel der strijdenden1 willen zij onder het wapengekletter bewaren den innerlijken vrede des harten en het vertrouwen op ,god4 ,hij zegt ,st4 ,augustinus na3 ,non pacem quaeri ut bellum exerceatur1 sed bellum geri ut pax acquiratur4 c4 #be #b4 ,dat ,god1 zegt ,grotius1 die het alleen kan1 deze woorden schrijve in de harten van hen1 die het lot der christenheid in hun handen houden4 ,inscrisbat haec ,deus 7qui solus hoc potest7 cordibus eorum1 quorum res christiana in manu est1 et isdem mentem divini humanique juris intelligentem duit1 quaeque semper cogitet lectam se ministram ad regendos homines1 ,deo carissimum animal4 ,hiermede eindigen de drie boeken de ,jure ,belli ac pacis4 ,al werd ,grotius' werk in #afbg1 door de ,katholieke ,kerk op den ,index geplaatst #da1 dit kon niet verhinderen1 dat zijn werk een buitengewone waardeering ten deel viel4 ,dat hij was le lgislateur du droit naturel et social #db voor de renaissance4 ,de tallooze uitgaven1 die zijn boek mocht beleven en de vele commentaren1 die er op geschreven zijn1 bewijzen het4 ,wij laten die lijst hier volgen3 ,hugenis ,grotii de ,jure ,belli ac ,pacis libri tres4 ,bon4 ,paris #afbe--,weckel4 ,francfort #afbf4 ,guil4 ,blaeu ,amsterd4 #afca--;,amsterd4 #afca--;,j4 ,janssonium1 ,amsterd4 #afca--;,blaeu--#afcb--afcc--afdb--,pari s #afcb4--;,joh4 et ,corn4 ,blaeu1 ,amsterd4 #afdf--;,h4 ,laurentii ,amsterd4 #afdg4--;,joh4 ,blaeu1 ,amsterd4 #afej 7#d en #h7--;,joann4 ,janssonius1 ,amsterd4 #afea--;,joh4 ,blaeu1 ,amsterd4 #afea--afeb--;,joh4 ,blaeu1 ,amsterd4 #affj--fc--fg--gj--;,cum notis ,gronovii1 ,janssonio--,waesbergios ,amsterd4 #afhj--;idem ,arn4 ,leers1 ,hagae ,comitis #afhj--;idem #afhd--;idem ,janss4--,waesbergios1 ,amsterd4 #afhi4--affc--fd ,straatsburg--,jena1 ,fleischern #afgc--,paris #afge--;,budelst #afhj--;cum notis variorum1 edente ,joh4 ,becmano4 ,francf4 a ,o #afia--;herdruk #afii--;cum notis ,g4 v4 der ,muelen et ,gronovii1 van de ,water1 ,utrecht #afif--;herdruk #agjd--;,cum not4 ,gronovii1 ,tesmarii 7hoogleeraar v t recht ,marburg71 ,obrechti ,francf4 a ,m4 ,lunneri #afif--;,cum notis variorum et ,gothofredis ,spinaei4 ,lugd4 ,bat4 #afif--;,cum praef4 ,joh4 ,schulteri ,straatsburg #afii--;idem #agjd--;,cum notis ,gronovii ,janssonio--,waesbergios ,amsterd4 #agja--;,cum notis ,gronovii ,amsterd4 ,officina ,westeniana #agab--;,cum not4 ,gronovii ,janss4--,waesbergios ,amsterd4 #afab--;,cum4 not4 ,gronovii et ,barbeyrac1 ,amsterd4 ,off4 ,wetsteniana #agbj--;idem ,janss-,waesb4 #agbj--agbb4--;,cum not4 ,gronovii ,barbeyrac et aliorum4 ,jans4--,waesb4 #agce--;idem ,fritsch #agce--;,cum observat ,joh4 ,jgero-,tubinque #agaj--;,cum praef4 ,chr4 ,wolfii--,marburgi ,cattorum--,mlerum #agcd--;,cum not4 dict4 ,herm4 ,kemmerichii1 ,jena #agch4 ,henrici de ,cocceji1 ,wratislaviae #agdd1 #df1 #dg4--;,cum notis ,h4 de ,cocceji1 ,gronovii1 ,barbeyrac et ,samuel de ,cocceji ,lausannae #agea--;,cum not4 ,gronovii1 ,barbeyrac ,lipsiae #ageh--;,cum not ,gronovii ,barbeyrac editus ,meidardus ,tijdeman1 ,traj4 ad ,rhen4 #aggc4--;,hollandsche edities ,petrus ,pippius1 ,amsterd4 #afbf--;door ,h4 ,v4 ,haerlem ,roman #afce--van ,seer1 ,amsterd4 ,jac4 ,colom #afea--;,delft #afeb--;,amsterd4 #afeg1 door ,b4 ,d4 bij ,jan ,hendricksz4 en ,w4 v4 ,beaumont1 ,amsterd4 #afhi--;door ,jan v4 ,gaveren1 ,amsterd4 ,frans v4 der ,plaats #agje met aanteekeningen van ,gronovius4 ,koning ,adolf v4 ,zweden liet de ,j4 ,b4 ac ,p4 vertalen in het ,zweedsch--,er is nog een vertaling in het ,deensch4--,een ,engelsche ,vertaling gaf ,will4 ,evat #afha--;herdrukt #agah4--;,een andere verscheen te ,london #agch4--,nog is bekend die van #ahec door ,william ,whewell ,cambridge1 ,parkar--,fransche vertalingen3 ,le droit de la guerre et de la paix enz4 ,antoine de ,courtin1 ,paris1 ,seneuze #afhg-- la ,haye ,mr4 ,wolfgang #afhh--agjc4--,le droit de la guerre enz4 par ,j4 ,barbeyrac1 ,amsterd4 ,pierre de ,coup #agbd--agcf--;,bazel ,thourneisen #agdf--;,amsterd4 #aged--,leiden #agei--;,bazel #agfh4 ,le droit de la guerre enz par ,m4 ,p4 ,pradier-,fodr1 ,paris1 ,guillaumin et ,c'ie #ahfg4 ,hug4 ,grotii ,drey ,bucher von ,rechte enz4 vertaling van ,schtz1 praef4 van ,thomarius4 ,leipz4 #agjg4 ,francf4 a ,m ,fischern #agji--prof4 ,schweizer1 ,zurich1 #agah--;,j4 ,h4 von ,kirchmann ,berlijn #ahfi4-- ,commentaren schreven3 ,ad ,struvii--,grotius enucleatus #affj ,jenae--,joh4 ,mulleri4 ,hug4 ,grotii liber de ,j4 ,b4 et ,p4 in tatulas redaetus4 ,francf4 #affd4 ,j4 ,h4 ,borcler ,hoogl4 ,geschiedenis ,straatsburg4 ,casp4 ,ziegler hoogl4 recht ,wittenberg #afff--;,jan ,a4 ,osiander hoogl4 godgel4 ,tubingen #afga4--;,henricus ,henniges observ4 politico-morales #afgb-gc--;,j4 ,g4 ,kulpis1 ,collegium ,grotianum super jur4 b4 et p4 ,francf4 #afhb--;,heineccius1 ,praelectiones in ,grotium #agdd--;,g4 ,g4 ,keuffel ,exercitationes ,grotiana de j4 b ac p4 #agfb--;,joh4 ,stapf ,jus natur4 et gent4 in duas divisus tractatus quorum alter ,h4 ,gr41 ,j4 ,b4 ac ,p4 explicantur3 ,mogunt4 #agce--;,joh4 ,muller ,de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,francf4 #affd4 ,thomasius1 specimen tabularum novarum in ,h4 ,gr4 ,lips4 #afgj4 ,velthemii4 ,introd4 ad ,h4 ,gr4 ,janae #afgf-gg--,s4 ,musaeus ,h4 ,gr4 ad disputandum propositus #afhb--;,j4 ,h4 ,suiceri ,h4 ,grotius vom ,kriegs4 und ,friedensrechte1 ,zurich #agah4 ,chr4 ,waechtleri ,lectionum ,grotianarum ,lips4 #afhj-hb4 ,n4 ,c4 ,lynkeri1 ,series operis ,grotianae ,j4 ,b4 ac ,p4 #afhh4 ,joh4 ,olivekrantzii ,tabulae in ,h4 ,gr4 #afhh-ij-agjf4 ,joh4 ,schefferi1 ,h4 ,gr4 de ,j4 ,b4 ac ,p4 enucleatus ,stettin #afic4 ,j4 ,s4 ,hendigeri1 ,sicilimenta de ,h4 ,grotio ,rost4 #agab4 ,j4 ,b4 ,wernher1 ,annot4 ,succinctae ad ,h4 ,gr4 #agba4 ,f4 ,c4 von ,scheib1 ,grotius de ,j4 ,b4 ac ,p4 in nuce #agcg4 ,g4 ,m4 ,horn1 observ4 jurisgentium et publici univers4 ad ,h4 ,grotii #agdd4 ,m4 ,hassius1 ,conspectus ,h4 ,grotii trium de ,j4 ,b4 et ,p4 librorum #agdf--;,c4 ,f4 ,schott1 ,dissert1 sistens analysin operis ,grotiani de ,j4 ,b4 et ,p4 ,tubingen #agfh-aggj4--;,h4 ,grotius de ,j4 ,b4 et ,p4 in compendium redactus a ,j4 ,scheffero1 cum notis1 edidit ,j4 ,g4 ,wickers1 ,groning4 #agga4 ,in handschrift bestaan nog3 ,h4 ,cras ,praelect4 in ,grotium de ,j4 ,b4 et ,p4--,vitriarii1 dictata in ,grotium de ,j4 ,b4 et ,p4--,ruckeri ad ,grotium4 #dc ,met recht1 gelijk men ziet1 kon ,ompteda zeggen3 ,nicht leicht hat sich een gelehrtes ,werk so berhmt und allgemein bekant gemacht1 nicht leicht ist dasselbe so vielfltig von neuen ausgeleget1 so vielfltig commentirt1 und mit ,noten versehen1 auch in so manche ,sprache bersetzet worden1 wie eben dieses4 #dd ,bij zooveel lofs rijst de vraag3 ,heeft ,grotius ook tegenstanders gehad8 ,het zou wel wonder zijn1 zoo dit niet het geval ware geweest4 ,wij willen er slechts enkelen noemen3 ,de annotata van ,johannis ,felde #de waren tamelijk scherp4 ,de twee de ,cocceji1 ,henricus en ,samuel1 #df hadden veel op-en aanmerkingen1 zij waren het positivisme in de zedenleer toegedaan4 ,de professoren der ,leuvensche ,alma mater1 ofschoon ,grotius' genie erkennend1 meenden toch1 dat zijn de ,jure ,belli et ,pacis geen onmisbaar boek was by de studie van het publieke recht4 ,een zekere ,robert durfde zelfs zijn lessen beginnen1 met te bewijzen1 dat ,grotius' heele systeem over het jus naturae sociale een figmentum was4 #dg ,hugo de ,groot en het recht4 ,i4 ,zijne grondstelling4 ,wij kennen de ellenden1 waaraan ,europa1 dank de averechtsche beginselen in recht en politiek1 door vorsten en volken gehuldigd1 in de #af';de en in het begin der #ag';de eeuw1 ter prooi was4 ,die valsche beginselen waren gencarneerd in de zoogenaamde machiavellistische leer1 #dh de leer1 dat de hoogste wijsheid der vorsten en volken was1 steeds bedacht te zijn op eigen baat en hiernaar altijd en vr alles te streven1 met behulp zelfs van leugen en bedrog4 ,het was tegen deze leer en1 tegen de praktijk1 die zich rechtvaardigde op grond dier beginselen1 dat ,grotius manmoedig ten strijde trok4 ,macht was recht geworden4 ,macht was geen recht voor ,grotius4 ,volgens hem mochten vorsten en volken1 en alle redelijke wezens hun eigen voordeel zoeken1 maar niet dan1 in zooverre zij in dat zoeken van hun belang1 niet misdeden tegen de rechtvaardigheid4 ,want de mensch had volgens hem den plicht1 zich in zijn doen en laten te houden aan het recht1 aan de zedelijke perken gesteld1 aan zijn kunnen ofwel door zijn natuur1 ofwel door ,god1 ofwel door eigen vrijwillige beschikking1 en welke bestonden in hetgeen den evenmensch toekwam4 ,ziedaar de stelling van ,grotius4 ,ziedaar wat hij1 die de ongerijmdheid en valschheid der machiavellistische leer in het licht wilde stellen1 op de eerste plaats te bewijzen had4 ,want was het een onloochenbaar feit1 dat wij samen leven met anderen1 aan ons gelijk1 en waren allen het hierover eens2 een ander daarmede verband houdend feit werd juist geloochend4 ,het feit n4l4 dat die aan ons gelijken iets toekomt1 iets behoort1 dat wij hun iets verschuldigd zijn1 en wel zoo1 dat wij zelven in onze handelingen rekening moeten houden met hetgeen hun toekomt1 dat wij daartoe zelfs verplicht zijn1 m4a4w4 dat er recht bestaat4 ,daarom was de kern der vraag deze3 ,waarvandaan komt het1 dat aan anderen iets van nature of door ,gods toedoen of door den menschelijken wil1 toebehoort en wel op die wijze toebehoort1 dat wij tezelfder tijd daardoor gebonden worden in onze handelingen1 dat het onze plicht wordt1 te eerbiedigen1 wat den naaste toekomt8 ,,ii4 ,het natuurrecht en het stellige recht4 -,a4 ,het natuurrecht- ,de stand der vraag en de grondslagen van het recht4 ,gelijk de meeste zijner tijdgenooten was de ,groot een taalkunstenaar en leverde evenals zij1 er ook gaarne de proeven van1 zelfs in wetenschappelijke geschriften4 ,in meesterlijke taal geeft ,grotius in de prologommena van zijn hoofdwerk aan1 hoe men zich moet plaatsen voor het probleem3 of er al dan niet een recht en een deugd van rechtvaardigheid bestaat4 ,het mooie latijn is hier echter oorzaak1 dat het betoog wel wat duister wordt1 en moeilijk te volgen is4 ,om ons te zeggen1 op welk standpunt wij ons moeten plaatsen bij de vraag naar recht en rechtvaardigheid1 laat hij ,carneades sprekend optreden4 ,deze wordt als advocaat benoemd #di en moet pleiten in naam van hen1 die het recht ontkennen4 ,carneades' pleidooi nu was het volgende3 ,in hun eigen belang hebben de menschen onderling verschillende rechtsbepalingen gemaakt1 en zich zelf zekere voorschriften voor hun doen en laten opgelegd4 ,met de verandering van tijden en gebruiken1 zijn ook deze veranderd4 ,de natuur van den mensch geeft echter geen voorschriften aan de menschelijke handelingen1 die betrekking hebben op anderen2 van nature staat de mensch in volle vrijheid tegenover zijns gelijken4 ,de mensch immers1 zoowel als het dier1 zoekt uit zijn aard steeds wat voordeelig en goed is4 ,er bestond alzoo geen natuurrecht2 noch eene daaraan beantwoordende deugd2 en zoo men wilde1 dat er wel eene bestond1 wat was die deugd anders dan een groote dwaasheid2 het zou immers niet minder zijn dan zijn eigen welzijn opofferen aan de belangen van anderen4 7prol4 #e47 ,horatius1 zoo zegt ,grotius1 was dezen wijsgeer gevolgd4 ,ook hij zeide3 ,nec natura justa potest secernere iniquum4 7prol4 #f47 ,waarom1 zoo vraagt nu op zijne beurt de ,groot1 ontkennen ,carneades en ,horatius1 dat er een natuurrecht bestaat8 ,hierom1 omdat zij willen1 dat de mensch van nature zelfzuchtig is4 ,hij is een egost4 ,dat zij zich hierin hebben bedrogen1 toont de ,groot dan verder aan4 ,tegelijkertijd ontneemt hij hun den grond van hun beweren1 omtrent het niet bestaan van het natuurrecht4 ,voor wij dit verder bespreken1 vooraf eene andere vraag3 is het ons nu duidelijk geworden1 hoe ,grotius zich de kwestie van het bestaan of niet bestaan van een natuurlijke rechtsorde voorstelt8 ,ik meen van wel4 ,hij stelt zich die vraag voor1 als de vraag naar het zus of zoo zijn van de menschelijke natuur4 ,en waarom8 ,ook dit leest men tusschen de regels in4 ,grotius neemt als uitgangspunt het bekende beginsel3 naturae conformiter vivere is het goede en geboden leven en handelen4 ,en in zooverre is hij het dan eens met ,carneades en ,horatius2 want1 dat ook dezen hiervan uitgingen1 is duidelijk uit hetgeen ,grotius hen laat zeggen4 ,het is deze laatste stelling1 die de ,groot voorop zet1 en die hij1 naar zijn meenen1 niet behoeft te bewijzen4 ,wat hij bewijzen moet en ook doen zal is dit3 ,de mensch is goedig1 sociaal van aard1 in het diepste van zijn wezen is hij geen egost4 ,nu wij weten1 hoe ,grotius zich plaatst voor het probleem1 kunnen wij gaan zien1 welke voor hem de grondslagen van het natuurrecht zijn4 ,van het natuurrecht in engen zin4 ,de menschelijke natuur moet ontleed worden1 dit deden ook ,carneades en ,horatius4 ,grotius ziet evenwel meer in den mensch1 dan zij4 ,de mensch is volgens hem een zinnelijk wezen1 maar dit niet alleen1 hij is nog wat meer4 ,onder de zinnelijke wezens bekleedt hij een uitgelezen plaats4 ,grotius omschrijft den mensch als een eximium animans1 multoque longius distans a caeteris omnibus1 quam caeterorum genera inter se distant1 cui rei testimonium perhibent multae actiones humani generis propriae4 7prol4 #f47 ,een der kenmerkende eigenschappen van den mensch is3 de begeerlickheyt tot geselligheyt1 dat is van ghemeynschap3 appetitus societatis1 id est communitatis1 en wel tot een samenleving in vrede en eendracht1 geordend volgens de gegevens van het menschelijk verstand2 hetgeen de stocijnen1 ,grieks3 oi,keiosin1 gemeenzamen omgang1 noemden 7prol4 #f47 #ej ,in het algemeen kan derhalve niet gezegd worden1 gelijk ,carneades wil1 dat elk zinnelijk wezen baatzuchtig is4 ,en de mensch niet alleen vormt een uitzondering1 zelfs bij sommige dieren vindt de ,groot een socialen aanleg4 ,er zijn dieren1 die zorg dragen voor de anderen4 ,zij zijn goed voor hun jongen of voor hun soort4 ,maar toegegeven1 dat de mensch van nature sociaal is1 volgt daaruit en daaruit alleen1 dat de mensch rechtsplichten heeft8 ,neen4 ,bij den socialen aanleg moet nog iets anders komen1 n4l4 dat de mensch verstand bezit4 ,dit verklaart ,grotius als volgt4 ,het sociale leven der dieren is1 volgens hem1 te danken1 aan een verstandelijk beginsel buiten hen1 omdat zij zelf geen verstand bezitten4 ,en dit blijkt hieruit1 dat zij niet eenzelfde gedragslijn volgen in alle andere zaken1 ook zijn deze op zich zelf niet moeilijker4 ,maar1 zoo laat ,grotius hier aanstonds op volgen1 wat nu den mensch betreft1 die in het volle bezit en gebruik is zijner vermogens1 deze bezit zelf verstand1 hij weet immers in gelijke omstandigheden gelijk te handelen en daarom is hij in staat algemeene beginselen te kennen en daarnaar te handelen4 ,daaruit nu volgt1 dat de mensch1 die in zich een bijzondere begeerte heeft tot sociaal leven1 volgens dien socialen zin moet leven en in alles zijn doen daarnaar heeft te regelen4 ,om die redenen zijn zulke handelingen van den mensch overeenkomstig zijn natuur1 welke in overeenstemming zijn met zijn aanleg tot gezelligheid4 #ea ,de custodia societatis1 is alzoo1 en wel1 in zooverre de mensch daartoe de middelen kent1 de bron van het recht in den strikten zin des woords1 van het recht1 dat het jus sociale genoemd wordt en waaronder valt3 het eerbiedigen van andermans goed2 het teruggeven van hetgeen wij van een ander hebben of van de winst1 die het ons gaf2 de verplichting1 van aangegane verbintenissen na te komen2 van te restitueeren de door onze schuld veroorzaakte schaden2 het verdienen van straf bij de menschen1 7prol4 #h47 ,hiermede was de bewering van ,carneades en van hen die zeiden3 ,utilitas justi propre mater et aequi 7,horatius7 ontzenuwd4 ,want het natuurrecht dankt zijn ontstaan aan de menschelijke natuur zelf1 die ons1 ook al hebben wij er geen voordeel bij1 naar onderlinge gemeenschap doet verlangen4 7prol4 #af47 ,vatten wij voor de duidelijkheid ,grotius' gedachten nog eens samen4 ,de sociale gezindheid1 waarvan de mensch blijk geeft1 wordt voor den mensch eene rechtsbron3 want1 dewijl hij het vermogen in zich draagt in alles een zelfde gedragslijn te volgen1 dewijl hij verstand bezit1 kan hij in alles sociaal zijn1 is het hem natuurlijk1 sociaal te zijn1 d4i4 zorg te dragen1 dat er gemeenschap blijve met de anderen1 en daarom1 omdat hem dit natuurlijk is1 omdat dit in zijn vermogen ligt1 is het voor hem ook een plicht4 ,wij moeten nog op twee punten de aandacht vestigen4 ,waardoor bewijst ,grotius de menschelijke geneigdheid tot gezellige samenleving8 ,zijn eerste bewijs vindt hij in het spraakvermogen1 dat de mensch bezit1 het geigende middel voor een rustig samenzijn4 ,dit is in zekeren zin een aprioristisch argument4 ,een ander bewijs is voor hem het gezag van bijna al de wijzen4 ,zoo o4 a4 ,chrysostomus en ,marcus ,aurelius4 ,de eerste zegt 7ad ,rom4 ,hom4 #ca473 ,habemus natura homines cum homnibus societatem1 quidni1 cum tale quid inter se et ferae habant8 ,elders 7,c4 #a ad ,ephes47 zegt hij1 dat wij van nature de beginselen der deugd in ons hebben4 ,marcus ,aurelius schrijft3 ,pridem patuit ad societatem nos genitos2 en op eene andere plaats1 dat de mensch geboren is1 om wel te doen4 ,hetzelfde getuigen ,nicetas ,chonites en ,augustinus4 7prol4 #f in nota7 #eb ,de tweede zaak waarvoor wij nog de aandacht vragen1 is de volgende4 ,wat bedoelt ,grotius met den socialiteitszin van den mensch4 ,de uitdrukking ,homo animal sociale vinden wij immers overal2 wij vinden ze bij schrijvers1 die in het recht tamelijk uiteenloopende meeningen waren toegedaan4 ,de ,groot bedoelt daardoor zeker niet de geneigdheid tot de maatschappij in de geijkte beteekenis van het woord1 die hij zelf later zal bepalen als3 de volmaeckte vergaderinghe van vrije menschen te samen vergadert om recht te genieten en ghemein profijts wille4 7,de ,juri ,b4 et ,p4 l4 #a c4 #ad47 ,het is ook niet de samenleving1 gelijk ,hartenstein #ec meent1 bei welchem1 jeder ohne ein eigentliches gesellschaftliches ,wollen1 sehr wohl seinen eigenen ,zwecken nachgehen kann 4443 die ,gesammtheit der ,beziehungen und ,berhrungen1 die in den ,zusammenleben einer ,mehrheit wollender ,wesen nicht ausbleiben knnen4 ,ik zou denken1 dat ,grotius wil zeggen1 dat die ,gesammtheid der ,beziehngen und ,berhrungen moet zijn3 in welwillendheid en eendracht1 juist wijl zij voor ,carneades niets waren dan onderlinge betrekkingen1 ingegeven en geregeerd door egosme4 ,grotius bedoelt m4i4 een samenzijn in onderlingen vrede1 het leven als socii1 als gelijken 7zou ik willen zeggen71 die hoewel elkander niet eigenlijk liefhebbend1 elkander toch respecteeren en dienstig willen zijn4 ,voor deze opvatting pleiten n de door ,grotius aangehaalde plaatsen van schrijvers n de samenhang4 ,van het recht in oneigenlijken zin4 ,vindt de mensch in zijn sociale natuur1 datgene1 wat hij volgens strikt recht verplicht is aan anderen1 en daardoor tevens de afbakening van wat hij niet verplicht is aan zijn evenmensch1 van zijn recht ten overstaan van zijn gelijken2 ook nog het zich bewegen binnen deze grenzen van het strikte recht1 is aan regels onderworpen4 ,deze regels of voorschriften vormen het jus naturae laxius4 ,dit recht of liever deze voorschriften berusten hierop1 dat de mensch niet slechts door zijn zin voor maatschappelijk leven uitsteekt boven de andere zinnelijke wezens1 maar ook1 doordat hij kan oordeelen over de dingen1 en zoo kan weten1 kan schatten1 wat hem goed1 wat hem schadelijk is1 quae delectant aut nocent zegt ,grotius4 ,en dit oordeelen of iets goed of wel kwaad voor hem is1 kan de mensch zoowel wat het tegenwoordige als wat het toekomende betreft1 et quae in utrum-vis ducunt4 7o4c4 prol4 #i7 ,want ligt het in de menschelijke natuur oordeelkundig te werk te gaan1 dan is ook alle ondoordacht handelen1 het zich laten leiden door vrees of schrik1 door een oogenblikkelijk genot1 in strijd met de natuur1 met de orde1 aangegeven door de natuur1 n4l4 de menschelijke natuur4 ,onder dit natuurrecht in ruimeren zin valt de plicht1 dat men overleg moet gebruiken bij het vergeven van datgene1 wat aan iemand persoonlijk of aan een communiteit toebehoort4 ,de wijze moet den voorrang hebben op den minder wijze1 de arme op den rijke1 de naastbestaande op den vreemdeling4 ,men heeft ooit gemeend1 dat deze prudens dispensatio van wat men heeft1 een deel vormt der rechtvaardigheid in strengen zin4 ,dat is onwaar1 want de rechtvaardigheid streng genomen1 bestaat in het iemand laten of teruggeven van wat het zijne is of van datgene1 wat wij door een verbintenis verplicht zijn hem te geven4 #ed ,het jus naturae laxius berust dus niet op een nuttigheidsbeginsel zonder meer1 gelijk ,kaltenborn #ee meent8 ,neben diesem jus naturale strictum1 wird noch ein laxius aufgestellt dem das ,princip der ,ntzlichkeit zum ,grunde liege2 zijn eigen welzijn mag de mensch zoeken1 maar dat slechts in zooverre als redelijk wezen2 zijn waar en werkelijk welzijn is de mensch verplicht na te streven4 ,de menschelijke handeling is goed en geboden1 of kwaad en verboden1 niet als zij nuttig is1 maar als zij redelijk is4 ,daarmede houdt verband1 wat ,grotius later zegt1 dat de beoefening der deugden van matigheid1 sterkte en voorzichtigheid niet alleen altijd goed is1 maar zelfs ooit plicht wordt1 dan n4l41 als het tegen de rede zou zijn1 deze deugden niet te beoefenen4 #ef ,deze beginselen zal ,grotius later toepassen1 als hij de kwestie1 of de oorlog per se een onrechtmatige daad is1 gaat oplossen4 ,eerst1 zoo zegt hij1 moet men zien of wij al van zelf1 door onze zinnelijke natuur tot iets geneigd zijn2 vervolgens of dat geneigd zijn niet in strijd is met ons verstand4 ,het verstand immers moet de driften van den mensch beheerschen4 #eg -,b4 ,het stellige recht4- #a ,het bestaan eener willekeurige goddelijke rechtsorde4 ,et haec quidem quae jam diximus locum aliquem haberent1 etiamsi daremus1 quod sine summo scelere dari nequit1 non esse ,deum1 aut non curari ab eo negotia humana4 #eh 7o4c4 prol4 #aa7 ,deze zoo bekende en zoo befaamde woorden van ,grotius volgen na zijn uiteenzetting van het natuurrecht in zijn dubbele beteekenis4 ,zij dienen niet slechts om den aard aan te geven van het natuurrecht1 als onafhankelijk in zijn bestaan van elk uitwendig beginsel1 als wordend met den mensch en met zijn natuur2 maar zij dienen tevens als overgang tot eene nieuwe rechtsbron3 de uitgesproken wil van ,god4 ,god1 zegt hij1 bestaat2 n de reden1 n de overlevering leeren het ons4 ,god is de ,maker van alles1 wat is1 en wij hebben ,hem te danken1 hetgeen wij zijn en hebben4 ,hieruit volgt1 dat ,hij een hoogheidsrecht heeft over ons1 dat wij zijn wil moeten volbrengen1 ,hem moeten gehoorzamen4 ,wij zijn hiertoe nog te meer verplicht1 wijl ,god oneindig goed is jegens den mensch1 dien ,hij met weldaden heeft overladen1 en wijl ,hij oppermachtig is4 ,rijkelijk beloont hij degenen1 die doen1 wat ,hij voorschrijft en zwaar zal de straf zijn voor hen1 die ,zijnen wil niet volbrengen4 7,prol4 #aa7 ,de rede zegt dus den mensch1 dat hij ,hem onvoorwaardelijk gehoorzaamheid verschuldigd is4 ,behalve de voorschriften geworden door ,gods wil in den loop der tijden1 zou men goddelijk recht kunnen noemen1 het recht1 dat voortvloeit uit innerlijke beginselen van den mensch1 het sociale recht en het jus naturae laxius1 want ,god heeft gewild1 dat zoodanige beginselen in ons waren4 7,prol4 #ab47 ,verder heeft ,hij door ,zijn wet die beginselen ook duidelijk gemaakt voor hen1 die met minder gaven zijn bedeeld4 7,prol4 #ac47 #ei ,de gewijde geschiedenis daarenboven1 behalve dat zij ,gods wet openbaart1 wekt ons niet weinig op tot welwillendheid jegens den naaste1 tot een socialiteitszin4 ,zij doet dit door ons te leeren1 dat wij allen van n menschenpaar afstammen en dat er1 gelijk ,florentinus zegt1 7,prol4 #ad7 een verwantschap bestaat tusschen allen4 #b ,het bestaan eener menschelijke rechtsorde 7burgerlijk en volkenrecht74 ,behalve de voorschriften van het natuurrecht en het goddelijk recht1 kunnen er bepalingen zijn omtrent de verhoudingen der menschen onderling1 ontstaan door stilzwijgende overeenkomsten of gebruiken4 ,het is eene natuurplicht1 aangegane verbintenissen trouw na te komen4 ,hieruit vloeit het burgerlijke recht voort4 7,prol4 #ae47 ,want1 zoo zegt de ,groot1 men moet veronderstellen1 dat zij1 die zich hebben aangesloten bij eene menschengroep1 of zich onderworpen hadden aan eenen of aan meerderen1 uitdrukkelijk of stilzwijgend hebben beloofd1 te doen1 wat de meerderheid der groep of zij1 aan wien het regeeringsbeleid was opgedragen1 zouden vaststellen4 #fj ,ook het door de burgerlijke overheid bepaalde1 ontleent derhalve zijn rechtskracht niet aan het nuttig zijn der bepalingen1 maar aan de verplichting van gehoorzaamheid1 voortvloeiende uit de consociatio of de onderwerping4 ,het vindt alzoo zijne rechtskracht in het natuurrecht4 ,de gelegenheidsoorzaak van het civiele recht is echter het belang2 want die verzameling tot een gemeen leven of die onderwerping ontstond om het nut1 daarin gelegen4 #fa ,en van den anderen kant zij1 die anderen de wet voorschrijven zijn gewoon iets voor te schrijven1 omdat het goed en ten bate is der onderdanen1 ofwel zij moeten minstens dat doel beoogen met hunne wetten4 ,gelijk nu het burgerlijk recht ten voordeele is van een volk1 zoo konden er rechten en plichten ontstaan ex consensu en zijn er werkelijk ontstaan1 die het heil op het oog hebben der groote menschelijke societeit4 #fb ,dit positieve recht kan aangeduid worden met den naam volkenrecht4 ,,iii4 ,de ,sanctie van het recht ,na de grondslagen van het recht te hebben aangewezen1 komt de ,groot nog eens terug op ,carneades' beweren4 ,in nog donkerder kleuren wordt diens leer geschilderd4 ,het recht is voor hem een dwangbuis1 dat men aantrekt1 en waarin men zich schikt1 uit vrees voor erger1 uit schrik voor hen1 die machtiger zijn dan wij4 ,geene stelling1 hoe ongerijmd ook1 of zij bevat nog een kern van waarheid4 ,ook de ,groot begreep dit1 en daarom vraagt hij zich af1 in hoeverre ,carneades en ,horatius wel gelijk konden hebben4 ,daarmede vindt hij tevens aanleiding te spreken over de sanctie van het recht4 ,dat wij alleen door vrees gedwongen het recht zouden naleven en onderhouden1 is voor ,grotius een groote dwaling4 ,en ziehier waarom4 ,de redelijke mensch1 zoo zegt hij1 onderhoudt de landswetten en het redelijke volk het volkenrecht1 gedreven door welbegrepen eigenbelang4 ,de burger begrijpt immers1 dat hij1 zoo hij de voorschriften der overheid niet opvolgt1 zijn blijvend belang en dat van zijn nageslacht uit het oog verliest4 ,evenzoo moet elk volk inzien1 dat het niet verder komt met het niet onderhouden van natuur-en volkenrecht1 maar integendeel de grondslagen van zijn eigen rustig bestaan ondermijnt4 ,ik wil niet meer herhalen1 zoo gaat hij verder1 wat ik boven reeds gezegd heb1 dat het geen dwaasheid zou zijn maar wijsheid1 te leven volgens de rechtvaardigheid ook nog1 zelfs dan wanneer wij er absoluut geen voordeel bij hadden2 om reden dat het steeds wijsheid is te leven volgens onze natuur4 #fc ,de stelling van ,carneades is derhalve valsch als algemeene stelling2 ,niet ter wille van overmacht onderhoudt de redelijke mensch de wetten1 doch uit welbegrepen eigenbelang of uit plicht4 ,maar kan men dan niet zeggen1 dat het recht ooit de wil is van den sterktste8 ,ongetwijfeld ja2 dan n4l4 als het de instellingen of wetten geldt1 die zijn gemaakt om het recht te doen eerbiedigen1 zooals zijn de rechtbanken en de strafwetten4 ,hier kan men zeggen dat het recht de wil is van den sterkste1 evenwel slechts in een bepaalden zin4 ,men vergete niet1 wat hier bedoeld wordt4 ,alleen dit1 dat het recht in de praktijk dikwijls zou overtreden worden1 zoo het niet de macht in zijn dienst had4 ,gelijk men ziet1 komt ,grotius nu bij de sanctie van het recht4 ,een sanctie is noodig4 ,het recht vindt die sanctie dikwerf in een tijdelijke macht4 ,de onwilligen worden vaak met ijzeren arm gedwongen te doen1 wat zij moeten doen4 ,maar zou het recht van alle sanctie ontbloot zijn zonder tijdelijke macht8 ,wel neen4 ,ook dan nog heeft het recht zijn gevolgen1 een intrinsieke sanctie bestaat er4 ,het is de gerustheid van geweten voor hen1 die het recht naleven2 het is de onrust en wroeging voor diegenen1 welke zich niet om het recht bekommeren1 ,de rechtvaardige oogst den lof in der menschen1 de ongerechte wordt verafschuwd4 ,wat meer is1 ,god die zijn oordeelen bewaart voor het volgend leven1 is de vijand van het onrecht en heeft het recht lief4 7o4c4 prol4 #bj47 ,ten slotte acht de ,groot het noodig weder opnieuw te wijzen op het voordeel1 dat er gelegen is in het nakomen van het volkenrecht4 ,want begrijpt men allicht1 dat men ter wille van zijn eigen belang de burgerlijke wetten dient na te leven1 niet zoo licht ziet men in1 dat ook hetzelfde geldt1 wat de onderhouding van het recht betreft1 ten overstaan van hen1 die niet met ons leven in eenzelfde burgerlijke gemeenschap4 ,ook hier kunnen wij niet onrechtvaardig leven leven zonder zelf schade te lijden4 ,een volk immers kan zoo machtig zijn1 als het wil1 het heeft toch1 niettegenstaande dat1 om maar iets te noemen1 de anderen noodig om verbonden volken1 die tegen hetzelve optrekken1 te kunnen weerstaan2 evenzoo heeft het de anderen noodig voor zijn handel1 7o4c4 ,prol4 #bb47 ,onderlinge gemeenschap tusschen de volken1 onderlinge eenheid in n woord1 is noodig en daarom ook is noodig1 dat er rechtvaardigheid beoefend worde2 zonder deze deugd immers kan geen enkele gemeenschap bestaan1 zelfs niet een van baanstroopers4 #fd ,,iv4 ,de beteekenis van den term recht4--,de verdeeling van het recht4 ,als wij1 zoo zegt de ,groot1 boven ons boek als titel schreven3 ,over het recht des oorlogs1 dan wilden wij daarmede het doel van ons schrijven bekend maken4 ,wij wilden zeggen1 dat wij op de eerste plaats ons gingen afvragen1 of een oorlog rechtvaardig kan zijn1 en vervolgens1 wat in den oorlog rechtens mag gebeuren4 ,daarom zouden wij het woord recht uit den titel niet anders kunnen omschrijven dan aldus3 hetgeen rechtvaardig is4 ,hetgeen rechtvaardig is3 de zin dezer woorden is meer ontkennend dan bevestigend2 evengoed zou men derhalve kunnen zeggen3 hetgeen niet onrechtvaardig is #fe4 ,wil ,grotius1 in het opschrift van zijn werk1 met den term recht even zooveel zeggen als3 wat rechtvaardig of nog liever wat niet onrechtvaardig is1 ook nog in twee andere beteekenissen kan dat woord1 zoo zegt hij1 gebruikt worden4 ,recht kan aanduiden1 de zedelijke hoedanigheid iemand eigen1 om iets rechtens te doen of te bezitten4 #ff ,vervolgens kan dat woord gebezigd worden als synoniem van wet ten minste1 als dit laatste woord genomen wordt in zijn meest uitgebreide beteekenis2 als een regel n4l4 voor de zedelijke handelingen van den mensch1 die verplicht tot eerbare daden4 ,als een regel1 die verplicht2 want raadgevingen en bevelen1 al hebben zij tot voorwerp het eerbare1 kunnen1 zoo zij geen verplichting doen ontstaan1 wet noch recht genoemd worden4 #fg ,de term recht kan derhalve in driedubbelen zin gebruikt worden4 ,hoe verdeelt men het recht in elk dier beteekenissen8 99 99 99 99 99 ,recht kan beteekenen1 hetgeen rechtvaardig is1 of nog beter1 hetgeen niet onrechtvaardig is4 ,neemt men den zoo even genoemden term1 in dezen zin1 dan kan men spreken van een jus aequatorium1 en een jus rectorium4 ,en waarom8 ,dewijl datgene onrechtvaardig of onrecht genoemd wordt1 wat in strijd is met het wezen der gemeenschap van hen1 die met rede en verstand begaafd zijn2 #fh en de gemeenschap vervolgens verschillend kan zijn4 ,zij kan n4l4 bestaan1 ofwel tusschen gelijken1 bijv4 tusschen broeders1 burgers1 vrienden en bondgenooten2 ofwel tusschen meerderen en minderen1 zooals ouders en hunne kinderen1 een heer en zijn knecht1 een koning en zijn onderdanen1 ,god en de mensch4 #fi ,volgens ,aristoteles is deze laatste vorm van sociaal leven1 de volmaaktste4 ,het is duidelijk1 dat1 zoo de gemeenschap verschillend is1 het onderlinge recht van hen1 die in gemeenschap leven1 verschillend zal zijn4 ,eenzelfde handeling immers kan in overeenstemming zijn met de samenleving van gelijken1 terwijl zij niet in overeenstemming is met een sociteit in den meest volkomen vorm1 met een gemeenschap van meerderen en minderen4 ,wordt recht genomen1 als zedelijke hoedanigheid iemand eigen1 om iets rechtens te doen of te bezitten1 dan is het noodig onderscheid te maken in het recht1 al naar gelang de zedelijke hoedanigheid volkomen of minder volkomen is4 ,is zij volkomen1 dan kan men spreken van een facultas1 van een bevoegdheid4 ,is zij onvolkomen1 dan moet men ze noemen dignitas1 een waardigheid4 ,het recht in den zin van volkomen zedelijke hoedanigheid wordt bij de rechtsgeleerden aangeduid1 door het zijne4 ,hier wordt dan onder begrepen1 het jus personale en het jus reale4 ,hoe facultas en dignitas verschillen1 wil ,grotius nog duidelijker maken4 ,zij staan1 zoo zegt hij1 tegenover elkaar gelijk potentia en actus in naturalibus4 ,aan de facultas beantwoordt in een ander1 de justitia expletrix de vergeldende rechtvaardigheid2 aan de dignitas1 de justitia distributiva de begevende rechtvaardigheid4 #gj 7l4 #a c4 #a #d tot #h47 ,de facultas wordt op hare beurt nog onderscheiden in een vulgaris en een eminens4 ,de laatste is de volkomen rechtsbevoegdheid1 die1 terwille van het gemeen welzijn1 toekomt aan het volk in zijn geheel1 over de deelen1 waaruit het volk bestaat1 en hunne goederen4 ,wordt recht genomen in den zin van wet1 dan moet het recht worden verdeeld gelijk de wet4 ,hier volgt men het best ,aristoteles1 die het recht1 als wet1 onderscheidt in natuur-en willekeurig recht4 7ibid4 #i47 ,welke beider eigenschappen en kenmerken zijn1 zullen wij aanstonds zien4 ,in de ,jure ,belli ac ,pacis1 zegt ,grotius over de beteekenis van den term recht en de verdeeling van het recht niet heel veel meer1 dan hij reeds vroeger geschreven had in zijn ,inleiding tot de ,hollandsche rechtsgeleerdheid4 #ga ,rechtvaardigheid1 zoo lezen wij daar1 is een deugt des willes om te doen dat recht-matig is1 recht-matig is dat met het recht overeenkomt4 ,recht wert genomen ruym of eng4 ,ruym genomen recht is de over-een-koming van de daedt eens reedelijk wezens met de reden3 voor zooveel aen de selve daedt een ander yet is gelegen4 ,eng genomen recht is het opzigt dat daer is tusschen een reedelijk wezen ende yet dat op het selve past1 door waardigheid ofte toebehooren4 ,waerdigheyt is de bequaemheyt van een reedelijk wezen tot yet dat begeert wert4 ,toebehooren is waer door yet het onse wert genoemt ende bestaet 7als hier na sal worden verklaert7 in ,beheering ende in ,inschult4 ,ook hier spreekt ,grotius over de justitia expletrix en distributiva1 juist als in zijn hoofdwerk4 ,van de rechtvaerdigheid1 die op 't eng genomen recht ziet1 wordt die soorte die op de waerdigheid acht neemt1 ghenoemt begevende3 de andere die op het toebehooren let1 de vergeldende4 ,wij moeten hier echter opmerken1 dat men niet moet denken1 dat de ,groot met de justitia distributiva bedoelt de rechtvaardigheid1 die de ,staat bij het opleggen van lasten aan zijn burgers en bij het vergeven van goederen1 in acht moet nemen4 ,voor ,grotius is deze niet de justitia distributiva1 maar de vergeldende of expletrix4 #gb ,de rechtvaardigheid1 die op 't ruim genomen recht ziet1 wordt door de ,groot nog verder omschreven4 ,zij werd bij den wijzen ghenoemt ofte algemeene1 omdat zij in haer begrijpt alle daden van andere deugden1 doch met een zonderling aanzien1 te weten voor zooveel dezelven dienstig zijn tot onderhoudinge van eenige ghemeenschap1 of te oock wettelicke1 omdat dezelve zoo verre streckt als de wetten ende door de wetten de maet ende 't richtsnoer ontfangt4 ,verder zegt ,grotius1 dat met het woord recht kan bedoeld worden wet1 en wel omdat zij 7de wet7 't recht voorschrijft4 #gc -,de ,natuurwet4 ,a4 ,haar bepaling en eigenschappen ,de natuurwet wordt bepaald als een ingheven der ghesonde reden1 aenwijsende dat in een daadt of werck nae dat hetzelfde met de redelijcke en verstandighe nature zelfs oft overeen komt oft niet1 steeckt een morale schandelijckheidt teghens goede zeden strijdigh oft een morale noodwendigheydt2 en bijgevolghe dat zulck een daedt van den ,aucteur der ,nature ,godt zelf oft verboden1 ofte geboden werdt4 #gd ,de handelingen of de werken1 waarvan de rede zegt1 dat zij noodzakelijk gevorderd worden voor het sociale leven1 ofwel daarmede in strijd zijn1 zulke daden zijn per se verplicht of ongeoorloofd1 en daarom moet men ze ook beschouwen1 als noodzakelijk door ,god geboden of verboden4 7ibid74 ,en hierdoor onderscheidt zich het natuurrecht van het goddelijk en menschelijk recht2 noch het een1 noch het ander gebiedt of verbiedt1 wat in zich en uit zijn aard verplicht of ongeoorloofd is1 maar het maakt iets tot plicht of maakt iets ongeoorloofd1 door te gebieden of te verbieden4 7l4 #a c4 #a #aj n #b47 ,nadat ,grotius de natuurwet heeft bepaald1 en gewezen op het verschil1 dat er bestaat tusschen deze wet en de goddelijke en menschelijke wet1 merkt hij nog op1 dat men sommige dingen onder dit recht rangschikt in oneigelijken zin1 die namelijk1 die niet formeel tegen het natuurrecht zijn4 7l4 #a c4 #a4 #c47 ,verder moet men gedenken1 dat de natuurwet niet slechts betrekking heeft op datgene1 wat buiten het bereik ligt van onzen vrijen wil1 maar ook op vele zaken1 die een gevolg zijn van een daad van onzen wil1 bijv4 het eigendomsrecht4 ,dit recht1 gelijk het nu bestaat1 vindt zijn oorsprong in den menschelijken wil4 ,heeft men echter dezen rechtstoestand eenmaal gewild1 dan zou het in strijd zijn met het natuurrecht1 iemand iets1 wat hij volgens dit recht bezit1 te ontnemen tegen zijn wil4 7ibid #d7 #ge ,welke zijn de eigenschappen van het natuurrecht8 ,vooral de onveranderlijkheid van dit recht trekt ,grotius aandacht4 ,het natuurrecht kan zelfs door ,god niet veranderd worden1 zoo zegt hij4 #b ,want hoe oneindig groot zijn macht ook is1 er zijn dingen1 waarover zij zich niet uitstrekt2 die dingen n4l4 die wij slechts kunnen noemen1 maar die geen werkelijkheid kunnen zijn1 omdat zij een tegenspraak vormen4 ,en evenmin als ,god1 kan maken1 dat #bb geen vier is1 evenmin kan ,hij maken1 dat iets1 wat in zijn wezen slecht is1 niet slecht zij4 7ibid4 #e74 ,het gebeurt echter ooit dat men zou kunnen denken1 dat het natuurrecht veranderd is4 ,men bedriege zich echter niet4 ,het is slechts in schijn veranderd4 ,zoo bijv4 in het geval1 dat een schuldeischer zijn schuldenaar de schuld kwijtscheldt4 ,de schuldenaar behoeft niets meer te betalen1 al zegt het natuurrecht3 gij moet betalen1 wat gij schuldig zijt4 ,daarmede is echter het natuurgebod niet veranderd1 het blijft bestaan gelijk vroeger en blijft verplichten4 ,in ons geval heeft de schuldenaar opgehouden schuldenaar te zijn1 ziedaar alles3 7ibid4 #f74--;,een ander voorbeeld4 ,het natuurgebod luidt3 ,gij zult niet doodslaan2 gij zult niet stelen4 #gf ,al heeft ,god in sommige omstandigheden geboden1 iemand te dooden of iets te ontnemen1 daardoor heeft het natuurgebod niet opgehouden te bestaan1 immers voor ,hem1 den ,heer van leven en dood en van al het geschapene1 kan geen spraak zijn van doodslag of diefstal4 ,ook dit is geen bewijs voor een verandering in het natuurrecht1 dat wij heden de goederen1 die iemand bezit1 niet mogen gebruiken tegen zijn wil1 terwijl vroeger het gebruik der goederen gemeen was4 ,wij weten n4l4 dat sommige dingen onder het natuurrecht vallen1 niet zonder meer1 maar wijl er een positieve daad is voorafgegaan4 ,na de onveranderlijkheid van het natuurrecht besproken te hebben1 vraagt ,grotius zich af1 of er in dat recht nog eene onderverdeeling bestaat4 7ibid4 #g47 ,in de boeken over het romeinsche recht1 zoo zegt hij1 maakt men onderscheid tusschen een onveranderlijk recht1 mensch en dier gemeen1 en een onveranderlijk recht den mensch alleen eigen1 hetwelk men noemt3 jus gentium4 ,deze onderscheiding heeft niets te beduiden1 want dat wezen alleen kan een rechtssubject zijn1 dat zich kan laten leiden door algemeene voorschriften4 ,voor dat wezen alleen1 zoo wil hij daarmee zeggen1 dat het abstractievermogen bezit1 en de verhouding zijner handeling tot het voorschrift dientengevolge kan kennen1 kan er sprake zijn van recht of onrecht4 ,wordt ooit een rechtvaardigheidszin toegekend aan de dieren en de zinnelijke wezens1 dan doet men het in oneigelijken zin1 in zooverre bij hen een schijn of schaduw van verstand is4 #gg ,of een handeling1 waaromtrent zich het natuurrecht uitspreekt1 ons gemeen is met de zinnelijke wezens1 bijv4 de opvoeding van het kroost1 of ons eigen is1 gelijk de dienst van ,god1 heeft niets te maken met het wezen van het recht 7l4 #a4 c4 #a4 #aa #a #b47 ,hoe kunnen wij bewijzen1 dat een daad volgens het natuurrecht of daarmede in strijd is8 ,wij kunnen het langs tweevoudigen weg4 ,a priori1 door aan te toonen1 dat iets noodwendig overeenkomt met de sociale en redelijke natuur4 ,a posteriori1 indien al de volken of meest beschaafden meenen1 dat iets tot het natuurrecht behoort4 ,want een algemeen feit heeft noodzakelijk eene algemeene oorzaak4 ,en deze algemeene oorzaak kan hier niet zijn dan sensum ipsum communis qui dicitur4 #gh ,het eerste bewijs geeft zekerheid1 het tweede zoo geen zekerheid1 dan toch groote waarschijnlijkheid2 het eerste is subtilior1 het tweede popularior 7ibid4 #ab47 ,b4 ,god en het natuurrecht4 ,op het eerste gezicht1 schijnt het eene lang niet gemakkelijke taak1 de verhouding waarin volgens de ,groot ,god tot het natuurrecht staat1 juist aan te geven4 ,vergelijkt men de verschillende plaatsen1 waar dit punt ter sprake komt1 dan is men geneigd aan tegenspraak te denken4 ,neem bijv4 hetgeen hij1 na over de grondslagen en bronnen van het natuurrecht gesproken te hebben1 schrijft3 ,wat wij gezegd hebben 7over het natuurrecht7 zou waar blijven ook dan nog1 als men zou toegeven1 wat echter zonder zware misdaad niet toegegeven mag worden1 dat er geen ,god is1 of dat ,hij geen zorg draagt voor de menschelijke aangelegenheden4 7prol4 #aa47 ,lees daarna wat hij een weinig verder zegt3 ,de natuurwet is de uitspraak van het gezond verstand1 aangevend dat een handeling al naar gelang zij overeenstemt met onze sociale natuur of daarmede niet overeenstemt1 zedelijk noodzakelijk of zedelijk ongeoorloofd is1 en dientengevolge ook noodzakelijk door ,god geboden of verboden is4444 #gi ,hoe is dit alles1 zoo vraagt men zich af1 overeen te brengen8 ,pater van ,gestel meende de oplossing gevonden te hebben4 #hj ,met de woorden zooeven aangehaald3 ook al zou men toegeven dat er geen ,god is1 toch bestaat het natuurrecht1 met die woorden wil1 volgens van ,gestel1 de ,groot slechts dit zeggen1 dat uit den aard zelf der menschelijke handelingen een verschil tusschen goed en kwaad kan worden opgemaakt1 dat echter in den gewonen en vollen zin des woords recht of onrecht niet kan genoemd worden4 ,hij wil daarmede niet zeggen1 dat het recht in den vollen en waren zin des woords zou blijven bestaan zonder ,god4 ,dit strijdt ten eenen male tegen zijne leer 7cfr4 l4 #a4 c4 #a #aj17 waar hij ex professo de grondslagen van het natuurrecht bespreekt4 ,aldus v4 ,gestel4 ,dat deze daarom de woorden van ,dr4 ,nolens #ha3 ,in de leer van ,hugo de ,groot daarentegen is de menschelijke rede1 afgescheiden van alle betrekking tot ,god1 de bron van het natuurrecht1 niet kon onderschrijven1 is duidelijk4 ,heeft v4 ,gestel ,grotius hier echter goed begrepen8 ,wij durven er aan twijfelen4 ,de ,groot staat niet zoo dicht bij de scholastieken als de schrijver denkt4 ,zien wij eerst waar1 volgens ,grotius1 de bron is van het natuurrecht4 ,die bron of die grondslag ligt in een feit4 ,in het feit n4l4 dat de mensch1 een met verstand begaafd wezen1 sociaal is4 ,men lette hierop1 ,grotius' verder beweren hangt hiermede logisch samen4 ,want omdat het feit van 's menschen socialen aanleg ten grondslag ligt aan het recht1 en dit zichtbare feit niet te loochenen valt1 volgens de ,groot1 moet zelfs hij1 die het bestaan van ,god ontkent1 toch erkennen1 dat er een natuurrecht is4 ,moet men dan echter niet besluiten1 dat ,grotius als hij later het natuurrecht bepaalt1 en ,god als een der grondslagen van dat recht erkent1 zich tegenspreekt8 ,zeker1 als het waar was1 dat daar ter plaatse1 ,god als een der grondslagen van het recht wordt erkend4 ,wie dit echter meent vergist zich4 ,geven wij den heelen tekst3 ,jus naturale est dictatum rectae rationis indicans1 actui alicui1 ex ejus convenientia aut disconveniontia cum ipsa natura rationali1 inesse moralem1 turpidinem aut necessitatem moralem1 ac consequenter ab auctore naturae1 ,deo talem actum aut vetari aut praecipi4 7l4 #a c4 #a #aj47 ,men vestige de aandacht op het woordje consequenter4 ,zou1 zoo vraag ik mij af1 ,grotius hier niet gedacht hebben1 aan hetgeen hij bij oude ,grieksche en ,romeinsche schrijvers gelezen had over natura naturans en natura naturata8 ,bestaat het recht1 omdat de mensch nu eenmaal sociaal is1 hieruit volgt1 voor dengene1 die gelooft aan een natura naturans1 die aan het bestaan van ,god gelooft1 van een ,schepper van hemel en aarde1 dat ook ,god zulke met de sociale natuur overeenkomende rechtsverhoudingen wil4 ,god als ,schepper gaf zulke geaardheid1 ,hij wilde zoodanigen aanleg en derhalve ook de gevolgen3 het recht4 ,het is redelijker1 geloof ik1 de woorden van ,grotius aldus uit te leggen4 ,dan houdt alle tegenspraak op4 ,bovendien ,grotius zelf geeft ons deze verklaring4 ,als hij spreekt over het willekeurig door ,god gegeven recht1 zegt hij1 dat evenals dit recht ook het natuurrecht1 het jus sociale zoowel als het jus laxius1 goddelijk recht kan genoemd worden4 ,want1 alhoewel het natuurrecht uit den mensch van nature inwonende beginselen voortvloeit1 kan het met reden aan ,god worden toegeschreven2 en wel1 omdat het ,gods wil was1 dat zoodanige beginselen in ons waren4 ,daarom zoo voegt hij er bij1 zeiden reeds ,chrysippus en de ,stoicijnen1 dat de grondslagen van het recht nergens anders te zoeken waren dan bij ,jupiter zelf4 7prol4 #ab47 ,het recht blijft dus zonder ,god2 het verliest echter1 zoo ,god niet bestaat1 zijn allergrootste1 ja zelfs noodzakelijke sanctie1 gelijk ,grotius later bij het strafrecht zal zeggen4 ,dr4 ,nolens had dus gelijk met te zeggen1 dat voor de ,groot de menschelijke rede1 afgescheiden van alle betrekking tot ,god1 de bron is van het natuurrecht4 ,la dfinition du droit naturel1 zegt ,charles ,perin #hb1 laisse apercevoir une conception rationaliste1 bien qu'elle fasse appel l'intervention divine--,c'est donc la raison que ,grotius invoque d'abord1 c'est dans la raison qu'il prend son point de dpart1 et ,dieu ne vient l1 que par voie de consquence4 ,ook ,descamps #hc schijnt onze zienswijze te zijn toegedaan4 ,hij schrijft3 ,grotius avait remarqu 444 que certaines rgles morales se prsentent nous comme ne dpendant pas de la libre volont de ,dieu4444 ,de ce que ces 444 rgles1 ne dpendent pas de la libre volont de ,dieu1 est-on autoris conclure qu'elles peuvent revendiquer une valeur propre1 absolue1 abstraction faite de tout rapport l'tre divin8 ,evidemment non6 #hd ,men ziet1 dat ,grotius niet dezelfde ideen heeft als een ,st4 ,thomas en vele scholastieken4 't ,is waar1 hij spreekt van handelingen1 die in zich zelf goed1 die in zich zelf slecht zijn4 ,men mag hem derhalve niet zoo maar zonder meer onder de voorstanders rekenen van een moraal-positivisme4 ,wij weten ook1 dat ,puffendorf1 de ,cocceji1 ,glafeij en allen1 die een positivisme beleden in de zedenleer1 ,grotius1 hoe groot hij hun ook leek1 op dit punt heftig bestreden hebben2 en laten wij het er bijvoegen met succes4 ,grotius had zich bloot gegeven4 ,hij was niet principieel genoeg4 ,grotius zag niet in1 dat ,god toen ,hij den mensch schiep de natuurwetten niet geschapen had4 ,hij begreep niet dat ,god1 den mensch scheppend1 slechts wezens voortbracht1 waarop noodzakelijke1 altijd en overal onveranderlijk1 zijn en blijvende1 voorschriften1 toepasselijk waren4 ,st4 ,thomas vraagt zich af1 wat de mensch noodzakelijk is2 voor hem een openbaring van ,gods heerlijkheid4 ,deze hier beginsel-kwestie1 laat ,grotius onbesproken1 hij gaat er overheen1 is misschien zelfs niet ongenegen om aan te nemen1 dat de mensch anders aangelegd had kunnen zijn1 dan hij feitelijk is4 ,het is hier1 dat ,grotius' fout ligt2 tot gegronde opwerpingen gaf hij aanleiding4 -,het willekeurig recht 7gegeven recht47- ,i4 ,het menschelijk recht4 ,het willekeurig recht in 't algemeen wordt bepaald als volgt3 ,gegeeven wet is die haer naeste oorspronk heeft uyt de wille des instellers4 #he ,eerst bespreekt ,grotius het door een menschelijken wil geworden recht1 dewijl het door een grooter aantal menschen gekend is dan het goddelijke recht4 ,het menschelijk recht kan worden onderdeeld in burgerlijk recht1 en in recht1 dat zich minder ver dan dit1 en in recht1 dat zich verder uitstrekt4 ,burgerlijk recht1 noemt men het recht1 dat ontstaat door de burgerlijke overheid2 en deze overheid is de macht1 die voorzit in het gemeenebest4 ,de civitas of het gemeenebest is een volmaeckte vergaderinghe van vrije menschen1 te samen vergadert om recht te ghenieten en ghemeijn profijts wille4 7l4 #a c4 #g #ad4 #g47 ,het willekeurig recht1 dat zich minder ver uitstrekt dan het burgerlijke1 omvat de voorschriften van ouders ten overstaan hunner kinderen1 van meesters tegenover hunne dienaren en dergelijke2 het dankt derhalve zijn ontstaan niet aan de burgerlijke overheid1 alhoewel het aan die macht is ondergeschikt4 ,het recht dat zich verder uitstrekt dan het burgerlijke is het volkenrecht4 ,volkenrecht of volkenwet kan men bepalen als de samenvatting van die voorschriften1 die kracht van wet gekregen hebben1 door de vrije instemming van alle of van vele volkeren4 ,van alle of van vele volkeren1 van vele1 want er zijn bijna geen voorschriften1 zegt ,grotius1 buiten die1 welke tot het natuurrecht behooren1 die allen volken gemeen hebben4 ,om te weten of iets tot het volkenrecht behoort of niet behoort1 moet men te werk gaan1 gelijk bij het niet geschreven burgerlijk recht2 men moet letten op de gebruiken4 ,is iets van oudsher gewoonte1 dan is dit een bewijs dat wij voor een volkenrechtelijke bepaling staan4 ,ook het getuigenis van hen die in deze zaken bedreven zijn1 kan als bewijs dienen4 7ibid #b7 #hf4 ,volgens de ,groot beteekent derhalve volkenrecht1 de stellige1 door overeenkomst tusschen volken en vorsten geworden wet2 aan deze bepaling houdt hij zich overal4 ,men zie prol4 #ag1 #dj--dg1 l4 #c4 c4 #d4 #b4 #a4 #b4--hg ,aan zijn beloften1 in de voorreden gedaan1 is ,grotius getrouw gebleven4 ,ik heb er mij1 zoo zegt hij daar1 bijzonder op toegelegd goed onderscheid te maken tusschen natuur-en volkenrecht4 ,te dikwijls heeft men beiden verward4 ,boven de willekeurige menschelijke wet1 waaronder het volkenrecht valt1 staat volgens ,grotius het goddelijk recht en de natuurwet4 ,alle menschelijke wet verliest haar rechtskracht1 zoo zij inbreuk maakt op een van deze twee4 ,maar dit vooropgezet1 is dan ook hij1 die het recht1 dat de verhoudingen van vorsten en volken regelt1 wil aangeven1 niet verplicht het natuurrecht te behandelen1 zoowel als het positieve recht8 ,grotius wilde spreken over oorlogs-en vredestijd en kon derhalve niet anders doen dan hij gedaan heeft4 ,men ziet weder1 hoe zich de titel1 die ,grotius zijn werk over het natuurrecht gaf1 rechtvaardigt4 #b4 ,het goddelijk recht ,goddelijk recht noemt men die voorschriften1 die door ,gods vrijen wil geworden zijn1 en door dit laatste onderscheidt zich dit recht van het natuurrecht1 dat ook in zekeren zin goddelijk recht genoemd kan worden4 ,wat door dit recht wordt voorgeschreven is ,jure debitum1 wijl ,god zulks wil4 ,god kan bepalingen1 wetten maken2 want ,god staat boven ons als overheid4 ,hij heeft recht ons te bestieren1 wij zijn verplicht ,hem te gehoorzamen als ,hij iets gebiedt4 ,voor een bepaald volk kan ,god wetten maken1 maar ook voor de heele menschheid4 ,hij heeft inderdaad beide gedaan4 ,de wet die ,god aan een bepaald volk gaf1 is gelijk wij weten1 de joodsche wet4 ,tot driemaal toe openbaarde ,god zijne geboden aan de menschheid n4l4 onmiddellijk na de schepping van den mensch1 na den zondvloed1 en bij de verlossing door ,christus4 #hh ,de wet aan het joodsche volk gegeven verplicht de andere volken niet4 ,de wet immers verplicht slechts hen aan wie zij gegeven is1 en zij is slechts gegeven aan ,isral1 dit blijkt uit de woorden der wet zelf4 ,dat zij de anderen niet verplichtte1 is nog op te maken hieruit dat midden in het volk vreemdelingen leefden1 rechtvaardigen genoemd1 die door de wetverklaarders zelf als staande buiten de verplichting der wet werden beschouwd4 ,ook de besnijdenis was verplichtend alleen voor ,abrahams nageslacht1 niet voor de overigen4 ,na in den breede dit alles te hebben bewezen1 zegt ,grotius1 dat wij in geenendeele onder de joodsche wet vallen1 wat hare verplichting betreft1 dewijl de verplichting buiten de natuurwet ontstaat1 door den wil des wetgevers4 ,nergens echter blijkt1 dat ,god ons door de joodsche wet heeft willen verplichten1 en toch slechts dit hebben wij te bewijzen1 niet dat de wet voor ons heeft opgehouden1 wijl er geen sprake is van ophouden1 als iets niet heeft bestaan4 ,verplicht ons ,mozes' wet niet1 hare kennis echter is ons nuttig en wel op de eerste plaats wijl wij daaruit weten dat hetgene1 wat zij voorschrijft niet is tegen het natuurrecht4 ,want wijl dit laatste eeuwig is en onveranderlijk1 kan ,god die nimmer onrechtvaardig is1 niets hiermede in strijd gebieden4 ,grotius legt er den nadruk op1 dat hij hier slechts spreekt over de voorschriften der joodsche wet4 ,wat immers datgene betreft wat zij toestaat1 hier moet men onderscheid maken4 ,het toestaan is ofwel volkomen dat is1 dat er een volslagen recht wordt gegeven iets te doen1 ofwel onvolkomen1 dat is er wordt een onstrafbaarheid verleend1 zonder daardoor het recht dier handeling te erkennen4 ,slechts het recht de handeling te verhinderen1 wordt ontkend4 ,vervolgens kunnen zij die de souvereine macht in de christenwereld bezitten1 wetten maken in den geest van de wet van ,mozes1 behalve omtrent die punten1 waar de joodsche wet geheel en al het oog had op de komst van ,christus1 of waaromtrent ,christus in 't algemeen of in 't bijzonder iets anders heeft vastgesteld4 ,ten derde wat betreft de deugden door de wet van ,mozes voorgeschreven en door ,christus van zijne leerlingen gevorderd1 zooals zijn de nederigheid1 zachtmoedigheid1 liefde1 nog in een hoogere mate dan door de ,joden1 moeten zij door de ,christenen beoefend worden4 #hi ,v4 ,de ,determinatio ,juris4 ,grotius omschrijft het recht in de beteekenis van het zijne1 in de beteekenis derhalve van voorwerp der rechtvaardigheid1 als een volkomen zedelijke hoedanigheid een persoon eigen om iets rechtens te doen of te bezitten4 7,de ,jure ,b4 ac ,p4 l4 #a c4 #a #d1 #e47 ,de deugd van rechtvaardigheid eischt1 dat juist dit recht om iets te doen of iets te bezitten1 door ons in een ander geerbiedigd worde2 het is onzen plicht een ieder het zijne te geven4 ,die plicht gelijk wij gezien hebben vloeit1 volgens de ,groot1 uit den zin voor sociaal leven1 een den mensch kenmerkende eigenschap1 voort4 ,het behoeft geen betoog1 dat de sociale aanleg van den mensch1 die oorzaak is van de efficacia juris1 de oorzaak niet is1 dat iets1 en dan bedoel ik hier een bepaald iets1 aan een ander rechtens toekomt of behoort4 ,de determinatio juris hebben wij hier op het oog2 deze vloeit niet voort uit den socialen zin van den mensch2 zij is logisch eerder1 zou men kunnen zeggen4 ,hoe komt er derhalve een rechtsbetrekking tusschen iemand en een bepaald iets2 wanneer kan men zeggen1 dat iemand ergens recht op heeft8 ,iets is het onze als er1 uit den aard zelf der zaak1 een betrekking tusschen ons1 en hetgeen waarover het gaat bestaat m4 a4 w4 als iets in de natuurlijke orde op ons past4 ,op nog andere manieren echter kan er een rechtsbetrekking tusschen iemand en iets1 komen2 door bezit n4l41 door overeenkomst1 door de wet4 ,iemand kan derhalve ooit aanspraak maken op een ding1 niet omdat het zoodanig is1 maar wijl er tengevolge van een menschelijke of goddelijke daad een betrekking tusschen hem en dat ding is ontstaan4 #ij ,uit dat alles volgt1 dat in een natuurtoestand1 d4i4 voor dat er eene menschelijke of goddelijke daad gesteld is1 iemand slechts datgene rechtens toekomt1 wat hij om en aan heeft4 ,in het werkelijke leven komt hierin echter verandering2 door een vrijwillige daad kunnen1 en zijn ook rechten overgedragen4 ,er kunnen verbintenissen en quasi-verbintenissen zijn1 en de mensch is gehouden dezen op te volgen1 omrede hij sociaal is4 ,de rechten die iemand aan een ander afstond1 zijn natuurlijk afgestaan in zoover hij1 die zijn recht overdroeg1 dat wilde of moest willen en in zoover hij dat kon willen4 ,en hieruit is dus ook af te leiden1 hoever iemands verkregen rechten gaan4 ,wij hebben gezegd de individueele rechten die de mensch heeft in zijn natuurtoestand vermeerderen of verminderen1 ondergaan veranderingen doordat de eene ze overdraagt op den anderen en in zoover men ze kan en wil overdragen of moet willen4 ,kan overdragen1 want wat de mensch niet heeft kan hij niet vergeven2 moet willen1 want de mensch heeft den rechtsplicht te doen1 wat niet in strijd is met de societeit2 wat deze dus in gegeven omstandigheden noodzakelijk vordert1 moet hij derhalve willen4 ,zoo bijvoorbeeld hij1 die een misdaad begaat1 geeft aan anderen recht hem te straffen4 ,en wel hierom1 omdat men moet veronderstellen1 dat hij1 die het kwade doet1 tergelijkertijd implicite wil1 wat in een samenleving noodzakelijk met het kwaad samenhangt2 het recht n4l4 der anderen om de booze daad te straffen1 en het recht tot zelfverdediging4 ,niet alleen op de zooeven genoemde wijzen1 kunnen rechten overgaan2 het kan ook gebeuren door de wet4 ,hoe dit is te verklaren8 ,ziehier4 ,de wet veronderstelt een overheid1 dit is duidelijk4 ,wat is nu een overheid1 of liever waar ligt de grond van haar recht8 ,god is1 volgens de ,groot1 onze overheid1 maar ook een mensch kan zulks zijn4 ,sluit men de vaderlijke overheid uit1 dan ontstaat het overheidsrecht van een mensch door een verbintenis1 een contrakt4 ,wat heeft de onderdaan gedaan8 ,hij heeft de bestiering van zich zelven gegeven aan een ander4 ,deze andere1 die dus het gezag gekregen heeft1 dat weleer de onderdaan zelve had1 is in zekeren zin in zijne plaats getreden4 ,hij kan voortaan evenveel1 als de nu onderdaan zijnde1 vroeger kon4 ,natuurlijk in zoover die rechtsbevoegdheid aan de overheid is overgedragen4 ,de overheid treedt in de plaats van een ander1 ziedaar1 op welken grond zijn macht om rechten over te dragen zich baseert4 ,hij kan wat vroeger de onderdaan kon4 #ia ,een andere vraag1 die wij hier moeten beantwoorden is deze3 ,is het in strijd met het natuurrecht1 een ander bijv4 iets te ontnemen1 wat hij bezit1 niet door het natuurrecht1 maar door verbintenis of door de wet84 ,het antwoord moet hier bevestigend luiden4 ,het doet er immers niet toe1 hoe iemand iets het zijne noemt1 mits hij het langs rechtmatigen weg in zijne macht heeft4 #ib ,allicht zal men hier opwerpen4 ,maar is het dan nog denkbaar1 dat men ooit niet misdoet tegen het natuurrecht1 maar tegen de stellige wet8 ,wel zeker4 ,die daad is tegen het willekeurig recht1 tegen goddelijke of menschelijke wet1 die niet overeenkomstig is aan die wet4 ,als voorbeeld zou men kunnen nemen1 een wet die bepaalt1 dat wij iets van het onze1 en in zoover dit het onze blijft1 aan een ander moeten geven4 ,handelt men in strijd hiermede1 dan misdoet men tegen een positieve1 niet tegen een natuurwet4 ,men laat ieder het zijne maar men geeft niet van het zijne hetgeen de wet in casu gebiedt4 ,om een voorbeeld hiervan te geven1 de verplichting die een volk1 ten overstaan van ambassadeurs van andere volken heeft1 zijn niet natuurrechtelijk1 maar volkenrechtelijk4 ,hactenus1 zoo zegt ,grotius 7l4 #b4 c4 #ah47 als hij gaat spreken over de legationem jure1 ea memoravius1 quae ex jure naturae debentur nobis1 #ic paucis dumtaxat1 additis de gentium jure voluntario 444 ,bestat veniamus ad obligationes1 quas ipsum per se jus illud gentium1 quod voluntarium dicimus induxit4 #id ,de leer van ,grotius over het eigendomsrecht1 over den staat en het staatsgezag1 over het strafrecht1 zullen natuurlijk niets anders zijn dan een toepassing dezer ideen4 ,pour la socit internationale comme pour les tats particuliers1 toute la vie sociale1 tout le droit social1 relvent en dfinitive1 de la souverainit de la conscience individuelle1 en d'autres termes du droit individuel1 zegt met alle recht ,charles ,perin4 #ie ,grotius' ,theorin over ,eigendomsrecht1 ,staat en ,strafrecht4 ,i4 ,het ,eigendomsrecht ,een volkomen rechtsbevoegdheid bezit de mensch over zijn leven1 over zijne ledematen1 zijn lichaam1 zijn eer en faam en kuischheid4 ,dit alles is van nature het zijne2 het vormt immers als een geheel met zijne persoonlijkheid4 ,iets anders is het wat betreft de goederen dezer aarde4 ,deze zijn onderscheiden van den mensch1 niet een met hem2 zij zijn ook niet door hem voortgebracht4 ,daarom kan hij die goederen de zijne niet noemen4 ,hun heer en meester is ,god1 ,die ze geschapen heeft4 ,god echter gaf den mensch het recht die goederen te gebruiken en zoo is 's menschen rechtsbevoegdheid over het aardsche ontstaan4 ,hoever gaat die rechtsmacht8 ,het is een den mensch gegeven rechtsmacht1 zij is derhalve in zoover zij gegeven is2 daarom welk recht heeft ,god gegeven8 ,aan dezen mensch heeft ,god niet dit1 aan genen niet dat toegedeeld2 aan de geheele menschheid heeft ,hij gegeven de geheele aarde4 ,het bezit was daarom in den beginne communistisch1 een privaat eigendomsrecht bestond er oorspronkelijk niet4 #if ,bestond er in den beginne geen privaateigendomsrecht1 nu1 zegt ,grotius1 bestaat het wel degelijk4 ,al vroeg zag de mensch de noodzakelijkheid in om het privaatseigendomsrecht te stellen in de plaats van het gemeenschappelijk bezit4 ,waarom men afzag van een communistisch leven1 leert ons de gewijde geschiedenis4 #ig ,het privaat eigendomsrecht is derhalve in heel zijn omvang1 volgens de ,groot1 een vrije1 menschelijke instelling4 ,deszelfs ontstaan is1 gelijk wij verder zullen zien1 te vergelijken met het ontstaan van den staat4 ,beiden zijn geen natuurlijk bestaand iets1 zij zijn iets willekeurigs2 gewild echter door den mensch omdat zij goed1 ja gezien de omstandigheden1 zelfs noodzakelijk waren voor een rustige samenleving4 #ih ,welke de regeling is van het privaat eigendomsrecht leidt de ,groot eveneens af uit de geschiedenis4 ,men bezat de goederen in het gemeen4 ,dit verdroot4 ,men verdeelde hetgeen men had1 ieder kon voortaan1 met uitsluiting van anderen1 zeggen1 dit is het mijne4 ,de dingen echter die nog niet in bezit genomen waren door de eerste menschen1 zij konden natuurlijk niet verdeeld worden4 ,hoe zou men hierop voortaan eigendomsrechten krijgen8 ,door toeeigening1 want men moet veronderstellen1 dat allen1 toen gemeen bezit mishaagde1 en privaateigendomsrecht ontstond1 dat allen als wettige titel van recht-verkrijgen1 stilzwijgend erkenden de toeeigening van hetgeen nog geen bezitter had4 #ii ,men had reden om af te zien van gemeen bezit voor sommige1 niet echter voor alle zaken4 ,sommige dingen zijn beperkt1 andere niet2 is een zaak zoo overvloedig1 dat allen ze kunnen gebruiken zonder eenigen last1 dan bestaat er ook geen reden1 waarom men ze als privaat eigendom zou willen hebben4 ,dit is het geval bijv4 voor de zee1 de lucht4 ,deze zijn dus gemeen goed gebleven4 ,en niet alleen op grond van het zoo evengenoemde1 het zou zelfs onmogelijk zijn ze toe te eigenen1 want slechts een nauw begrensde zaak kan toegeeigend worden4 #ajj ,het privaat eigendomsrecht is een menschelijke instelling1 en daarom moet men ook1 wil iemand zijn omvang juist kennen1 gaan zien1 wat de mensch wilde toen hij dit instelde4 #aja ,zeker is het nu1 volgens ,grotius1 dat men zoo weinig mogelijk van den eersten rechtstoestand heeft willen afwijken4 ,diensvolgens moet men zeggen1 dat in uitersten nood het recht de zaken als gemeengoed te gebruiken1 herleeft4 7l4 #b4 c4 #b4 #f n #d74 ,men kan namelijk niet denken1 dat men dit niet zou gewild hebben4 ,hetzelfde is te zeggen van het gebruik van andermans goed1 in zoover1 dit gebruik den eigenaar niet hindert4 ,er was geen reden om het privaat bezit zoover door te voeren1 dus is het niet gebeurd4 7ibid #i47 ,dezelfde begrippen over het privaat eigendomsrecht vinden wij in ,grotius' ,inleiding tot de ,holl4 rechtsgel4 #ajb ,alzoo 't een spreekwoort is dat alle goed nae aengeboren recht gemeen is1 ende wij hier vooren gezeit hebben dat het aenghebooren recht niet en is veranderlick1 zoude iemand moghen twijfelen of den eighendom der zaken oock rechtmatig is ofte niet4 ,om dan de waerheid hiervan te verstaen1 dient gelet1 dat wel waer is dat ,god ,almachtig alle zichtbaer ofte voelbaer wezen heeft geschapen tot nut van het menschelijcke geslacht in 't gemeen1 zonder dat den eenen mensch hem daer uit eenig recht boven den anderen kan toemeten2 maer van de geschapen dingen zijn eenighe zoodanig dat zij genoegzaam zijn tot aller menschen gebruick1 als zon1 maen1 sterren1 hemel1 oock eenigzints de lucht ende zee2 anderen zijn onghenoegzaem1 te weten waer van het ghebruick bij allen niet gelijckelick en kan zijn3 van deze dingen zijn eenighe zodanig1 dat sij door 't gebruick dadelick ofte metter tijd vergaen2 dadelick1 als spijs en de dranck3 van deze dingen laet den aerd zelve niet toe dat de ghemeenschap soude duren3 want soo ras als iemand uit het gunt in 't gemeen is voorgesteld iet voor hem nuttigt1 soo keert sulcks tot zijn ende niet tot eens anders voedsel3 't welck alreede een gelijckenis is van eigendom1 spruitende uit een daed die met het aengebooren recht overeen komt4 ,de dingen die niet dadelick1 maer mettertijd door 't gebruick vergaen1 als kleederen1 kunnen oock niet lang in de ghemeenschap blijven3 want verbezicht zijnde1 kan niemand meer daer van genut hebben4 ,wat de wooning aengaet1 alzoo een plaets niet en kan bezet zijn met meer als een lichaem1 zoo en was 't niet moghelick dat nae de vermeerdering van het menschelicke geslacht de woonplaetsen gemeen zouden blijven3 alzoo de plaets1 als genomen een hol1 bij den eene zijnde begrepen1 den anderen 't onbruick was ghemaeckt3 en de noch minder was zulcks moghelick nae dat de meenigte der menschen niet langer konnende besloten zijn in de geschapen holen1 door eighen vernuft ende arbeid1 hutten ende voorst huizen heett bestaen te maecken1 alzoo den aerd zelve leert dat yder een eerst arbeid voor hem zelve3 't welck oock plaets heeft ten aenzien van de dienst die den mensch trekt van de beesten1 't zij uit der beesten eigen aerd1 't zij door onderwijsen ende oeffening4 ,ende alzo wij vooren gezeit hebben dat de goederen tot der menschen voedsel dienende in de ghemeenschap niet dienen en konden1 zoo most daer uit volghen dat de goederen1 waer uit deze nutbare goederen spruiten 7als landen en de beesten die eetbare vruchten voortbrenghen7 niet en konden ghemeen blijven1 dan zo lang als die vruchten genoeg waren om alle menschen tot haer genoegen te voeden3 't welck mits de voorttelinge van het menschelicke geslacht1 als gezeit is1 niet lang konde aanloopen4 ,om dan die vruchten te deelen1 zijn eerst de tamme beesten1 ende mettertijd oock de landen1 meest op alle plaetsen verdeelt3 't welck des te noodiger is geweest1 alzoo de landen door de vruchten uit eigen aerd voortspruitende de menschelicke nooddruf niet konnende voldoen1 door vernuft en de arbeid zijn gebracht tot verder teelinge4 ,de ervarentheid heeft oock geleert1 dat1 den aerd1 gelegentheid ende genegentheid der menschen zeer verscheiden zijnde1 ende midsdien den eene meer als den anderen behoevende1 de ghemeenschap niet anders en konde mede-brenghen dan onlust ende oneenigheid4 ,oversulcks heeft niet alleen yder voor hem zelven ende de zijne gehouden1 dat hij hadde ghemaeckt ofte bearbeid1 maer zijn oock de onbeheerde dingen1 zoo door heele volckeren1 als door bijzondere luiden bezeten1 ende door 't bezit in eigendom bekomen4 ,want dat al even nae is1 wil de reden dat dien zal volghen1 die het eerst aengrijpt om voor hem te behouden4 ,hieruit is dan goed te verstaen1 dat hoe wel het aengebooren recht alles liet onvordeelt1 alzoo de verdeelinghe zonder menschen daed niet en konde gheschieden1 dat even wel het aangebooren recht de verdeelinge niet en verbode1 maer eenigzins daartoe oorzaeck heeft gegeven3 ,ende de zelve verdeelinge door menschen daed zijnde geschied1 leert nu verder het aengebooren recht dat yder met het sijne moet tevreden zijn1 niet alleen omdat de vriendschap onder den menschen 7tot welcke vriendschap alle menschen behooren genegen te zijn7 anders niet moghelick en is te onderhouden1 maer oock en dat de reden medebrengt dat niemandt voordeel behoort te doen met een anders schade1 nochte aen een ander iet doen dat hij niet en wilde dat aen hem soude geschieden4 ,den eigendom ghestelt zijnde brengt de reden verder mede1 ende is oock tot onderhoudinge des menschelicke gemeenschap noodig1 dat iemand den eighendom van iet hebbende bekomen1 niet alleen 't zelve mag voor hem behouden1 maer oock aen een ander overgeven4 ,de burgerlicke ghemeenschap zijnde ontstaen1 zoo is noodig ghevonden dat die heele ghemeenschap een hoogher recht zoude hebben over 't goed van hare burgers als de burgers zelve1 niet alleen omdat de leden1 ende alle 't geent de leden toekomt1 gheschikt moeten werden tot behoudenisse des lichaems1 zonder 't welcke de leden niet en konden werden behouden1 maar oock omdat de ervaringe der menschelicke ghebreecken leerde1 dat zonder naerdere wetten de rust der burgeren ende de onghemoeide bezittinghe der goederen niet lang en konde bestaen4 ,uit deze macht hebben de overheiden niet alleen nieuwe manieren inghestelt om eigendom te bekomen1 nae yders land gelegentheid ofte uit eigen willekeure1 maer hebben oock die manieren die te vooren gebruichelick waren bepaelt ende besneden1 om 't ghemeene ofte bijzondere beste1 zonder iet daer mede te doen jegens het aengheboren recht1 overmids het aangheboren recht niet vast over den eigendom en hadde besloten4 ,,ii4 ,de ,staat4 ,een systematische verhandeling over den staat1 zijn ontstaan en oorsprong1 over de deelen1 die de burgerlijke maatschappij vormen1 over het doel van den staat1 over de souvereine macht1 haar drager en omvang1 heeft ,grotius ons niet nagelaten2 daarmede is echter niet gezegd1 dat de ,groot's ideen over deze onderwerpen voor ons verborgen zijn1 of dat wij ze slechts bij gissing kennen4 ,om recht te verkrijgen over personen of zaken kent ,grotius twee wegen3 ,er is een acquisitie originaria en een acquisitie derivativa4 ,de acquisitio originaria1 wat personen betreft1 geschiedt door geboorte1 door toestemming ofwel door misdaad4 #ajc ,door geboorte ontstaat het recht der ouders over hunne kinderen4 ,door toestemming kan op twee wijzen recht verkregen worden1 door zich te verzamelen tot een gemeen leven1 ofwel door zich aan iemand te onderwerpen4 #ajd ,de meest natuurlijke verzameling tot een gemeen leven1--gelijk ,grotius in zijn ,inleidinge consociatio vertaalt--is die1 welke plaats heeft in het huwelijk4 ,de andere verzamelingen tot een gemeen leven1 minder natuurlijk1 dan de zooeven genoemde1 echter niet onnatuurlijk1 kunnen van1 publieken of privaten aard zijn4 #aje ,de eersten--consociationes publicae--zijn verzamelingen tot een volk in populum of verzamelingen van volken ex populis4 ,deze verzamelingen hebben dit gemeen1 dat1 omtrent hetgeen de gemeenschap ten doel heeft1 het geheel of de meerderheid in haren naam1 de wet voorschrijft1 dat bij haar de leiding is der zaken2 de minderheid heeft zich te onderwerpen4 ,omnino enim ea credenda est fuisse voluntas in societatem coeuntiam1 ut ratio aliqua esset expediendi negotia3 est autem manifeste iniquum1 ut pars major sequitur minorem3 quare naturaliter1 seclusis pactis ae legibus1 quae formam tractandis negotiis imponunt1 pars major jus habet integri4 7l4 #b4 c4 #e4 #ag47 ,over den staat--dien hij bepaalt1 als de volmaakte vereeniging van vrije menschen1 vereenigd om hun recht te genieten1 en het gemeen welzijn te bevorderen #ajf1--over den staat in het bijzonder3 de verzameling in populum zegt ,grotius3 ,het meeste recht wordt aan het lichaam over zijn deelen1 in die verzameling gegeven1 waarbij vele familin tot een volk worden2 en wel1 om reden hier de meest volkomen vereeniging is2 en er geen enkele uitwendige handeling is1 die niet uit zijn aard1 of door de omstandigheden betrekking heeft1 of hebben kan1 op den staat4 7l4 #b c4 #e #bc47 #ajg ,men ziet op welken juridischen grond ,grotius wil1 dat het hoogheidsrecht van den staat over zijne burgers1 dat is te zeggen van een bepaalden staat over bepaalde onderdanen1 berust2 het bestieringsrecht grondt zich op een contract4 ,denkt ,grotius1 gelijk de scholastieken1 dat het verdrag slechts de daad is1 waaraan feitelijk het gemeenebest zijn ontstaan dankt1 het gemeenebest of de staat1 die een natuurrechtelijke instelling is1 die een zedelijke verplichting is voor den mensch8 ,neen6 ,de ,groot ontkent openlijk het natuurrechtelijk karakter van den staat4 ,men moet in aanmerking nemen1 zoo zegt hij ergens1 dat de eerste menschen niet om te voldoen aan ,gods gebod1 bewogen zijn een staatsgemeenschap te vormen1 maar als van zelf zijn zij daartoe gekomen1 de ondervinding leerde1 hoe zwak en machteloos men stond tegenover de geweldenarijen van anderen1 indien men alleen was4 #ajh ,daarom noemt de ,apostel ,petrus de burgerlijke macht een menschelijke instelling4 ,voor hem is de staat een menschelijke instelling1 want al zegt hij ergens1 dat het burgerlijk gezag een goddelijk iets is1 dan is dat in eene betrekkelijken zin1 n4l4 wijl deze voor den mensch zoo heilzame instelling door ,god is goedgekeurd2 maar als ,god zijn goedkeuring hecht aan een menschelijke wet1 doet ,hij het als aan een menschelijke wet en op menschelijke wijze4 7l4 #a c4 #d #g no #c47 ,grotius ontkent het natuurrechtelijk karakter van den staat1 het is duidelijk1 #aji ,wat hij echter niet ontkent is1 dat de mensch zou doen tegen de natuurwet1 als hij de gemeenschap--of haar vertegenwoordigers--als die eenmaal is ontstaan1 niet zou geven1 wat der gemeenschap is4 ,in zulk geval zou er een contract-breuk zijn1 en dat is misdoen tegen het natuurrecht4 ,wij weten1 wat de staat is en kennen zijn oorsprong1 zijn aanleidende oorzaak experimento infirmitatis zoowel als de hem vormende oorzaak3 de verbintenis of het contrakt4 ,wat is het staatsgezag8 ,thucydides beschrijft het s in drie woorden4 ,het gemeenebest in den waren zin des woords noemt hij ,greek3 autonomon autodikon autotelae een volk1 dat zijn eigen wetten heeft1 dat eigen rechtspleging en magistraten heeft4 ,de staatsmacht omvat de leiding der openbare zaken1 de verkiezing der staatsambtenaren en de rechtsspraak1 #aaj ,deze burgerlijke macht is souverein1 als hare daden niet meer afhankelijk zijn van een andere boven haar staande macht4 #aaa ,wie is de drager dezer macht8 ,het is er mee gelijk met het vermogen om te zien4 ,men kan zeggen1 dat wij zien1 maar ook dat ons oog ziet1 het oog is het orgaan4 ,de souvereiniteit is bij het volk1 meer speciaal echter bij de regeering1 bij de overheid1 die1 al naar de wetten en zeden van een volk1 uit een persoon of uit meerderen kan bestaan4 #aab ,hieruit blijkt1 welk ,grotius' standpunt was1 in een in die dagen brandende kwestie3 wie is de drager der souvereine macht8 ,de ,groot stond tegenover hen1 die van meening waren1 dat het volk immer en altijd het hoogheidsrecht in den staat bezit1 en de vorst slechts als zijn zaakgelastigde moet beschouwd worden4 ,en om zijne stelling te bewijzen zegt hij3 ,heeft zich eenmaal een volk gevormd1 dan kan het volk of zijn meerderheid zich onderwerpen aan een of meerdere personen en zoo de tot nu toe hun behoorende zedelijke bevoegdheid1 rechtens den staat te bestieren1 aan anderen overdragen4 ,hij immers1 die een zedelijke bevoegdheid bezit tot iets1 kan niet slechts door in een verzameling te gaan die potestas moralis aan een ander overdragen1 maar ook door zich aan een ander te onderwerpen4 ,tegenover een private rechtsovergave door onderwerping1 bijv4 als een vrije man zich als slaaf geeft aan een heer1 staat de publieke2 die namelijk1 waardoor een volk zich stelt onder het bestier van een ander volk of van een of meerdere personen4 #aac ,de souvereine macht kan soms aan anderen zijn afgedragen1 en dus niet bij het volk zijn2 het kan zelfs gebeuren1 dat die macht nimmer bij het volk is geweest1 dat onmiddellijk door onderwerping het gezag over meerdere familin aan ne familie is gekomen 7l4 #a c4 #c #h n #c47 ,nog kan het zijn1 dat het volk het souvereine gezag niet heeft1 wijl het onder de macht van een ander is gekomen1 tegen wil en dank zelfs1 namelijk als oorlogsbuit in een rechtvaardigen oorlog4 7l4 #a c4 #c #h n #f47 ,op de vraag3 ten wiens voordeele de souvereine macht is1 antwoordt ,grotius1 dat zij kan zijn ten bate van hem1 die bestierd wordt en van hem1 die bestiert1 ten voordeele enkel en alleen van het volk of van den vorst4 ,sic imperia quaedam esse possunt comparata ad regem utilitatem1 ut quae victoria parta sunt2 en dit is daarom nog geen tyranniek bestuur1 wijl het woord tyran in zijn gewone beteekenis een onrechtmatigheid insluit4 ,dat het overheidsrecht in den regel ten bate is der onderdanen1 wordt door ,grotius niet ontkend1 wel ontkent hij1 dat dit altijd zijn zou4 ,het is met de waarheid in strijd als regel op te zetten2 omne regimem ejus qui regitur causa esse comparatam4 7l4 #a c4 #c #h n #ad47 ,aan hen1 die hiertegen opwierpen1 dat hij1 die iemand aanstelt1 staat boven dengene1 die aangesteld wordt1 het volk daarom boven den vorst1 7l4 #a c4 #c #h n #ac47 antwoordt ,grotius1 dat dit waar is1 zoo dikwijls de aanstelling afhankelijk blijft van den wil constituentis1 niet echter1 zoo de aanstelling geschiedt door een wils-akt1 die eenmaal bestaand1 effectum habet necessitatis4 ,zoo kiest zich de vrouw in volle vrijheid een man1 maar aan den eenmaal uitverkorene1 blijft zij voor het leven onderworpen4--,bovendien heeft niet alle overheid haar rechtsmacht onmiddellijk van het volk gekregen4 ,een andere opwerping was de volgende4 ,alle bestiering1 zoo zeide men1 is ter wille van hen1 die bestierd worden1 7ibid n #ad47 ,ook dit is niet waar1 zegt ,grotius1 omdat er een regeering kan zijn ten bate van hem1 die bestiert1 ut regimem dominicum3 nam servi utilitas ibi extrinseca est et adventitia4 ,de grenzen der overheidsmacht zijn noodzakelijk de natuurwet en het goddelijk recht4 ,de eigen rechtsbevoegdheid der vrije menschen ging niet verder1 niet meer konden zij dientengevolge aan het souvereine gezag overdragen4 ,de souvereine macht kan niet meer zijn dan de som der individuele vrijheden of rechten4 ,binnen deze grenzen nu is het gebied der overheid beperkt en wel door den wil van hen1 die zich tot volk vereenigden4 ,om dus te weten1 welke de omvang is der souvereine macht1 kan en moet men onderzoeken1 wat zij1 die een volk gingen vormen1 wel wilden doen1 welk hun doel was4 ,de souvereine macht bezeten door een koning kan nog meer gebonden zijn1 als hij namelijk zijn macht gekregen heeft van het volk4 ,hij heeft zooveel van de souvereine macht1 als men hem feitelijk heeft gegeven4 ,met die beginselen voor oogen1 kon ,grotius de kwestie van het recht tot zelfverdediging en noodweer ten overstaan der overheid1 zoowel wat afzonderlijke personen als wat het heele volk betreft1 oplossen4 ,op de eerste plaats1 wat de private personen betreft4 ,niemand heeft recht iets te gebieden in strijd met de natuurwet of het goddelijk recht4 ,voor de onderdanen zou zulk gebod geen gebod zijn4 #aad ,de verdrukking echter1 die wij misschien te dragen hebben1 omdat wij aan ,god en aan de natuur gehoorzamen en niet aan de menschen1 moeten wij liever verduren1 dan ons verweren4 ,want1 is in een natuurtoestand eenieder bevoegd tot noodweer1 bij de intrede in de maatschappij heeft dat recht opgehouden te bestaan2 de staat immers zou onmogelijk zijn1 zoo dit aangeboren recht bleef voortduren4 ,daaruit volgt dat de overheid ons dit recht kon ontnemen en in werkelijkheid ontnomen heeft4 7l4 #a c4 #d #b n #b47 ,ook ,christus' wet wil1 dat wij den ,caesar geven1 wat des ,caesars is4 ,christus wil van ons gehoorzaamheid en zoo noodig verdraagzaamheid jegens de oversten4 7,ibid #d47 ,men zegt wel ooit dat er totaal geen nut in gelegen is1 onrecht te verdragen1 maar wij1 aldus ,grotius1 maar wij van onzen kant weten1 dat die patientie haar loon niet missen zal4 7,ibid4 #d n #b47 ,ook zij die overheidsambten bekleeden in ondergeschiktheid aan de souvereine macht1 hebben1 ook al is dit door velen beweerd1 geen recht aan1 dwingelandij weerstand te bieden 7ibid4 c4 #d #d n #a47 ,van die velen haalt ,grotius in een nota1 slechts aan ,petrus ,martyr 7ad ,judicum ,,iii74 ,paraeus 7ad ,,xiii cap4 ad ,rom47 ,junius ,brutus1 ,danaeus 7libro ,,iv ,politicorum47 ,althusius en ,hottomannus vernoemt ,grotius hier niet1 ofschoon hij zeker wist dat ook zij deze meening waren toegedaan4 ,de reden1 waarom ,grotius de ,ephorenleer #aae verwerpt1 is deze3 alle overheidsmacht der magistraten hangt zoodanig van den wil der hoogste macht af1 dat al hun daden1 die togen den wil der hooge overheid ingaan1 geen regeringsdaden meer zijn1 maar daden van een privaat persoon1 7c4 #d #f n #a47 ,een andere vraag is het echter voor ,grotius1 of men de overheid niet mag weerstaan ook in geval van uitersten nood4 7c4 #d #g n #a7 ,de wet van non resistendi is een menschelijke wet1 gelijk de ,groot boven bewees4 ,daar nu zelfs niet alle goddelijke wetten in geval van uitersten nood verplichten1 doen dit nog minder de menschelijke wetten4 ,de wet1 waarover het hier gaat is een menschelijke wet1 zij hangt daarbij af van den wil van hen1 die het eerst den staat vormden2 hier is dus te zoeken1 hoever deze wet gaat4 ,wat zouden deze eersten nu wel geantwoord hebben1 als men hun afvroeg of zij allen1 ook zelfs in doodsgevaar wilden verplichten1 geen weerstand te bieden4 ,nescio an velle se sint responsuri1 zegt ,grotius1 nisi forte cum hoc additamento1 si resisti nequeat1 nisi cum maxima reipublicae perturbatione4 #aaf ,ofschoon noode1 ,grotius geeft iets toch toe aan zijn tegenstanders1 de verdedigers der volkssouvereiniteit2 en hij durft niet met ,barclajus1 #aag regii imperii assertor fortissimus1 noodweer van een afzonderlijk persoon of van een kleiner gedeelte van het volk zoo maar zonder onderscheid veroordeelen4 ,werd aan afzonderlijke personen bijna alle recht tot noodweer ontzegd1 ten opzichte van het volk als zoodanig1 was men niet zoo streng4 ,zelfs ,barclajus gaf toe1 dat het volk of de meerderheid1 in geval van onmenschelijke wreedheid tot zelfverdediging recht heeft4 7l4 #a4 c4 #d4 #g4 n #d47 ,in meerdere omstandigheden heeft het volk1 volgens de ,groot1 recht zich te verweren tegen zijn wettigen souverein4 ,het volk heeft dat recht1 bijaldien de rechtsmacht van den vorst afhankelijk is gebleven van het volk2 in dit geval kan de zelfverdediging zelfs zeer ver gaan2 zulk een vorst kan met den dood gestraft worden4 7ibid4 #h7 ,het volk heeft recht op zelfverdediging ten overstaan van hen1 die openlijk of stilzwijgend van het gezag afstand heeft gedaan4 ,zoo iemand keert terug tot den rang van privaat persoon4 7ibid4 #i74 ,verder is zelfverdediging rechtvaardig1 wanneer een koning1 die het overheidsrecht ten volle1 maar niet als eigendom bezit1 dit recht wil overdragen aan een ander 7ibid4 #aj72 als ook dan1 wanneer een vorst het geheele volk wil verdelgen2 want het is onmogelijk1 dat de wil om een volk te bestieren1 kan samengaan met den wil1 het volk uit te roeien1 en daarom moet men denken1 dat hij1 die dit laatste wil1 afstand doet van het gezag4 7ibid4 #aa47 ,heeft een volk1 als het zich aan iemand onderwierp1 bedongen1 dat de gehoorzaamheid zou ophouden1 zoodra deze eene bepaalde misdaad bedreef1 dan is weerstand rechtvaardig1 als zulk een misdaad gepleegd wordt1 7ibid4 #ab7 evenals bij elk ingrijpen der overheid in de rechtsmacht1 die het volk zich heeft voorbehouden4 7ibid4 #ac47 ,zekere vrijheid heeft ten slotte het volk voor zich bewaard1 als bij het overgeven der regeering is bepaald1 dat het in sommige gefallen den koning zou kunnen dwingen1 iets te doen of na te laten1 ook al is hem terzelfder tijd het heele regeerings-beleid gegeven1 7ibid4 #ad47 ,na het recht tot zelfverdediging tegenover een wettige overheid1 wordt1 noodweer ten overstaan van een overweldiger besproken4 ,het is zeker1 dat deze1 door zich zelf geen recht heeft op gehoorzaamheid2 het kan echter gebeuren1 dat de wettige heerscher om grootere ellenden te voorkomen1 zijn rechtsbevoegdheid op hem overdraagt1 en noodweer onrecht wordt1 tenzij in uitersten nood4 ,maar als dit niet gebeurd is1 zou dan zelfverweer zoo ver mogen gaan1 dat men den indringer zou mogen dooden8 ,ja als hij in een niet door het volkenrecht gewettigden oorlog het land heeft vermeesterd1 en er geen verdrag met hem gesloten is4 ,hij is en blijft dan een vijand1 dien men dooden mag4 7 #af47 ,vervolgens mag men een overweldiger dooden1 als dit door 's lands wetten is toegestaan of door de bevoegde macht in een geval van geweld daartoe vrijheid wordt gegeven4 7 #ag1 #ah47 ,verder kan niet met zekerheid gezegd worden4 7 #ai47 ,wij moeten een oogenblik terugkomen op de souvereine macht1 wat betreft haar rechtsgebied4 ,de zorg en de regeling der kerkelijke aangelegenheden1 is bij haar4 #aah ,alle die schrijven van materie van regieringhe zeggen1 dat1 een van de voornaamste deelen van de souveraine macht is de dispositie over de religie4 #aai ,cujus regio1 illius et religio1 dit beginsel huldigde eenigermate ook ,grotius3 ,noch zegt men dat de keus van religie zijnde gestelt aan de ,provincie inconvenienten daaruit zouden volghen1 maar 't is een oudt ende waarachtig spreekwoordt3 dat inconvenienten te allegeren niet en is solveren4 #abj ,het is een staatszaak de kerkelijke geschillen te beslissen4 ,de souvereine macht heeft daartoe de autoriteit4 ,wat de autoriteit belanght1 de leere van de protestanten is altijd geweest dat de overheyt authoriteyts ghenoegh van haar selven heeft om allerley saacken te gebieden1 die den waarheydt1 recht ende reden zijn conform4 #aba ,de staat vergeeft de kerkelijke ambten4 ,de ,wetgever of ,prins en is door de ,goddelijke ,wet niet verboden1 de kerkelijke ambten te begeven ofte uyt te deelen2 en de christelijcke ,herder over zijne beroepinghe niet becommert en moet zijn1 noch twijfelen1 of zijne beroepinghe zij christelijck ende wettelijck1 wanneer hij tot leeringhe der ,evangeliums bij een ,prins ofte ,overheyt is beroepen4 #abb ,grotius grondt dit recht van den staat hierop1 dat het doel der hooge overheid niet slechts is bij haar onderhoorigen den uitwendigen vrede te bewaren1 maar ook den inwendigen vrede1 den vrede des harten en daarom de deugd te bevorderen4 ,dat ook dit laatste het doel der regeering is en dus hare taak1 bewijst ,grotius en daardoor het recht der burgerlijke overheid in kerkelijke zaken4 ,hij bewijst het1 ex unitate materiae circa quam versatur ,potestas ,summa #abc ,niets kan vallen buiten de macht der overheid4 ,ofwel immers iets valt niet onder hare macht ofwel iets valt onder de macht van een ander4 ,in het eerste geval zou men deze exemptie moeten bewijzen1 hetgeen men hier niet kan4 ,in het tweede geval zouden wij niet ne overheid hebben maar twee2 en dit is in strijd met de bepaling der hooge overheid1 die alleen staat en geene macht neven haar duldt4 ,een tweede bewijs is genomen uit het doel der gemeenschap waaraan beantwoordt universitas materiae1 #abd gelijk de ,apostel ,paulus zegt3 ,daartoe is het koningschap ingesteld1 opdat het leven ongestoord en rustig zij1 non tantum in omni honestate1 verum etiam in omni pietate4 ,hierbij wordt zelfs ,st4 ,thomas aangehaald4 ,deze zegt1 dat het doel1 dat de koning vooral voor zich zelf en voor zijn onderdanen moet nastreven1 de eeuwige gelukzaligheid is1 die bestaat in de aanschouwing ,gods4 ,dit doel is het hoogste goed1 waarheen de koning en iedere overheid het volk moet leiden4 ,maar is eenmaal het doel gegeven1 voegt ,grotius er bij1 dan heeft men ook recht op datgene1 zonder hetwelk het doel niet kan bereikt worden4 ,posito enim fine1 simul possitur jus ad ea sine quibus finis obtineri non potest4 #abe ,bij deze argumenten voegt zich de uitspraak der goddelijke wet4 7o4 c4 n #f47 ,de gewoonte der ,kerk en der koningen1 7n #g47 zoowel voorheen als nu1 7n #h47 ,het getuigenis der theologanten3 #abf het getuigenis van ,suarez en ,thomas4 7#b';a #b';ae q4 #bi4 art4 #c1--;ibid4 n #h47 ,een nieuw bewijs voor zijn stelling vindt ,grotius nog in de natuur en kracht van den godsdienst1 quae ejus modi est ut homines placidos1 obsequiosos1 amantes patriae1 juris et aequi retinentes efficiat4 7c4 #f n #ac47 ,de macht der overheid in kerkelijke zaken strekt zich echter niet uit1 over hetgeen door ,god is ingesteld2 zooals de ,sacramenten1 de geloofswaarheden1 enz4 7c4 #d4 n #aa47 ,hieromtrent kan zij alleen bepalen1 wat in deze zaken niet is geboden of verboden door ,god1 zooals zijn circumstantias quaedam loci1 temporis1 modi4 ,zij kan bijv4 bevelen1 dat een bisschop niet langer dan een jaar en niet zonder toestemming der overheid zijn standplaats mag verlaten4 7c4 #c n #aa47 ,andere bewijzen voor het recht der souvereine macht in kerkelijke zaken van minder gewicht evenwel1 vindt ,grotius nog in het feit1 dat de hooge overheid deze macht niet kan afstaan2 zonder schade voor het gemeenebest4 ,nam sacerdotum quidam eo sunt ingenio1 ut ni pareant1 territent4 ,et multitudo1 ut olim ,curtius dixit1 vana religione capta melius vatibus quam ducibus paret4 7n #ac47 ,al te goed naar het schijnt kende ,grotius de revolutionaire gezindheid der predikanten uit die dagen1 en hun invloed op het volk4 ,daarbij is het zeker1 zoo zegt ,grotius1 dat een verandering in de religie1 zelfs in de plechtigheden1 zoo zij niet met aller instemming geschiedt of een klaarblijkelijke verbetering is1 uiteraard den staat schokt en tot groote onheilen voert4 ,het strafrecht4 ,de straf in het algemeen bepaalt ,grotius1 als een malum passionis1 quod infligitur ob malum actionis4 #abg ,dat de misdaad mag gestraft worden1 zegt het natuurrecht4 ,hij1 die kwaad deed1 is niet te goed om ook zelf te lijden4 l4 #b c4 #bb #a n #b4 ,de straf behoort bij de justitia expletrix 7commutativa7 want hij1 die straft1 moet wettelijk recht hebben om te straffen1 hij moet er de zedelijke bevoegdheid toe hebben4 ,dat recht nu ontstaat door het misdrijf van den schuldige4 7ibid4 #b n #c47 ,zegt de natuurwet1 dat de misdaad kan gestraft worden1 zij zegt niet door wie4 7 #c n #a47 ,het is echter billijk1 dat het geschiede door eene overheid1 en van den anderen kant is zeker hij daartoe niet bevoegd1 die even slecht is als de strafschuldige4 7ibid47 #abh ,is iets justum1 het is daarom nog niet rectum1 en daarom vraagt de ,groot1 of men mag straffen om te straffen1 alleen uit wraakzucht8 ,dat past de redelooze schepselen1 antwoordt hij1 niet den mensch4 #abi ,deze moet een doel beoogen met de straf4 ,hij moet niet straffen quia peccatum est1 gelijk ,plato zegt1 maar om de misdrijven in het vervolg te voorkomen 7 #d47 ,god1 uit hoofde van zijn hoogheidsrecht1 dat zich uitstrekt over allen en alles en omdat ,hij volkomen vrij is en volmaakt en niets buiten zich zelven zoekt1 kan straffen enkel en alleen1 omdat er kwaad bedreven is1 zonder verder doel4 ,de mensch echter moet bij het straffen steeds een goed doel voor oogen hebben1 en wel omdat hij met de anderen verwant1 en van nature hun gelijk is4 7 #d n #c47 ,het goede doel1 dat men beoogt bij het straffen1 kan zijn drievoudig1 het kan zijn de verbetering van den schuldigen zelf2 het voordeel van hem1 die er belang bij heeft1 dat er geen kwaad gebeure2 het belang van eenieder zonder onderscheid4 ,is de straf een poena medicinalis1 dient zij om door pijn en smart1 een afkeer te wekken van het kwaad2 dan kan zij toegepast worden1 door eenieder1 die voldoend verstand en oordeel bezit4 ,en wat in dit geval de grootheid der straf betreft1 zij mag niet zijn de doodstraf1 tenzij reductive4 ,het kan in het belang zijn van den schuldige dat hy gedood worde n4l4 als er geene verbetering mogelijk is1 en het te vreezen is1 dat zijne misdaden steeds aangroeien4 #acj ,straffen in het belang van hem1 die het kwaad te vreezen heeft1 kan hij1 die het kwaad heeft te lijden en zelfs eenieder1 want het is overeenkomstig de natuurlijke rede1 dat de een den ander helpe4 7 #h n #a47 ,daar wij echter1 zoo het ons of het onze betreft1 al te spoedig geneigd zijn tot drift en wraakzucht1 en alle redelijkheid vergeten1 zijn vele familin bijeen gekomen en hebben zij rechters aangesteld aan wien zij hunne macht om den schuldige te straffen overgaven1 en daarmede hun deze taak opdroegen4 7 #h n #d47 ,de oude vrijheid1 om de misdadigers te straffen #aca herleeft echter daar1 waar geen rechtspraak is1 bijv4 op zee of afgelegen plaatsen4 7 #h n #e47 ,men kan straffen in het belang van onverschillig wie1 en dit kan gebeuren1 door den schuldige te dooden1 door hem de macht te benemen kwaad te doen of door hem te verbeteren2 dat kan gebeuren door hem te pijnigen en zoo aan anderen den lust te ontnemen hem na te volgen in het kwaad4 7 #i n #a47 ,is dit recht van nature bij allen1 mettertijd is ook dit recht overgedragen aan bepaalde personen4 7 #i n #d7 #acb ,het bestaat echter nog in zijn ouden vorm voor hen1 die niet staan onder een bepaalde rechterlijke macht 7n #e7 en daar1 waar geen rechtspraak is4 ,bij vele volken hebben de meesters over hunne slaven1 de ouders over hunne kinderen nog zelf het strafrecht in zijne volheid4 7n #e47 ,leert de wet van het ,evangelie iets anders dan het natuurrecht8 ,neen4 ,lijfstraffen1 die geen blijvende schande of nadeel medebrengen en noodig zijn1 toegepast door hen1 die daartoe de wettelijke macht hebben bijv4 door ouders en meesters enz41 zijn niet in strijd met de wet van ,christus1 7c4 #bb #aj n #a47 #acc ,straffen enkel uit wraakzucht is ongeoorloofd volgens de natuurwet4 ,in dit punt verbiedt ,christus meer4 ,hij verbiedt zelfs haat toe te dragen aan zijne vijanden4 7n #b47 ,wat betreft het recht om hen te straffen1 die misdoen tegen het openbaar welzijn1 het bleef bestaan ook onder de ,nieuwe ,wet4 7n #h #aa47 ,publieke misdadigers straffen met den dood1 is ook nog geoorloofd4 7 #ab47 #acd ,men moet hen echter1 vr zij worden omgebracht1 den tijd geven voor berouw4 7ibid47 ,het zou echter niet verkeerd zijn1 zoo de christen vorsten de doodstraf veranderden in dwangarbeid4 ,of de menschelijke wetten1 die toestaan bepaalde misdadigers te dooden1 niet slechts bij de menschen1 maar ook bij ,god recht geven1 bespreekt ,grotius daarna4 ,het kan zijn1 dat de menschelijke wetten alleen eene menschelijke onstrafbaarheid verzekeren1 zij kunnen echter ook tegelijk met een onstrafbaarheid bij de menschen1 de daad geoorloofd maken in geweten4 #ace ,men kan dit afleiden1 uit de woorden der wet en uit de zaak1 waarover het gaat4 7 #ag n #a47 ,is het zeker1 dat misdaden gestraft mogen worden1 een andere vraag is3 mogen alle misdrijven gestraft worden8 7 #ah47 ,meer innerlijke daden1 ook al worden zij bekend1 geven geen recht tot straf2 want het is niet in overeenstemming met de menschelijke natuur1 dat uit inwendige daden wederzijdsche plichten en rechten volgen4 ,daardoor wordt echter niet verboden1 bij het afmeten van hetgeen iemand verdient1 rekening te houden met de innerlijke gesteldheid van den mensch1 in zooverre deze invloed heeft op zijne uitwendige handelingen4 7 #ah47 ,niet strafwaardig zijn de onvermijdelijke gevolgen van de menschelijke natuur1 waaronder de misdrijven vallen1 voortkomende uit een ingewortelde gewoonte of een zekere zielsgesteldheid4 ,worden deze rechtmatig gestraft1 dan is het niet om zich zelven1 maar om hunne oorzaak4 7n #b47 ,ook datgene1 wat geen middellijke of onmiddellijke betrekking heeft op de menschelijke gemeenschap of den evenmensch1 valt niet onder het strafrecht1 tenzij in zooverre men de straf neme als middel ter verbetering4 #bj4 ,dit alles berust hierop1 dat er geen enkele reden bestaat om niet aan ,god alleen de straf voor zulke daden over te laten4 ,bij de niet strafbare zaken behooren ook de ondeugden1 die tegenover de deugden staan1 welke allen dwang uitsluiten1 zooals het mededoogen1 de vrijgevigheid en andere4 7 #bj47 ,of alle misdaden1 die straf verdienen1 ook altijd gestraft moeten worden1 m4 a4 w4 of men volgens recht ooit een straf mag kwijtschelden1 hieromtrent is de ,groot een ander gevoelen toegedaan1 dan de ,stocijnen #acf4 ,straf mag volgens deze laatsten nooit worden kwijtgescholden4 ,grotius echter meent1 dat uit de waarheid3 een misdadiger mag met recht voor zijn misdaad gestraft worden1 niet volgt3 een misdadiger moet volgens recht immer en altijd gestraft worden1 een straf mag nooit worden kwijtgescholden4 7 #ba47 ,voor dat het burgerlijk strafrecht werd ingesteld1 zoo zegt hij1 was men niet verplicht ieder strafwaardig vergrijp te straffen4 ,er konden gevallen zijn1 waarin men verplicht was te straffen1 daartegenover echter stonden gevallen1 waarin men niet mocht straffen of waarin het vrij stond te straffen of niet te straffen4 ,hetgeen uit de straf zou volgen1 gaf hier den doorslag4 ,zoo mocht men niet straffen1 als het algemeen welzijn er door lijden zou1 zoo moest men straffen1 als het gemeen welzijn dit eischte4 7ibid #bb-bc47 ,na het invoeren van een burgerlijk strafrecht is de zaak niet zoo eenvoudig1 want de wetgever is door zijne wet in zekeren zin gebonden4 ,moet men daaruit nu opmaken1 dat na de invoering van dit strafrecht1 kwijtschelding van straf onrechtvaardig wordt8 ,neen2 want de wetgever is door zijne wetten gebonden1 in zooverre hij wordt beschouwd als een deel der societeit1 niet in zooverre hij het hoofd van den staat is4 ,hij kan qualitate qua de heele wet afschaffen4 ,dit echter moet hij niet doen zonder redenen1 want hij zou doen tegen de justitia gubernativa4 7 #bd1 no #a47 ,wat mag en heeft hij dus te doen8 ,hij kan als wetgever van de wet uitzonderen zekere personen en zekere daden1 7no #b7 mits hij daar grondige motieven voor heeft 7no #c47 ,die motieven nu kunnen zijn van intrinsieken of extrinsieken aard4 ,van intrinsieken aard1 zoo bijv4 als de straf wel niet onrechtvaardig1 maar toch te groot is in vergelijking met de daad 7 #be47 ,buiten de zaak zelf gelegen redenen zijn o4 a4 iemands verdiensten en dit te meer als de wet hic et nunc haar doel mist4 ,want al blijft er een algemeene grond voor de wet1 zoo haar reden van bestaan in een particulier geval ophoudt1 dan kan zonder hinder voor het overheidsgezag een uitzondering gemaakt worden1 7dispensatie47 ,dit heeft vooral plaats1 als iemand eenigzins onwetend heeft gehandeld1 zonder daarom zonder schuld te zijn4 7#bf47 ,het blijkt dus1 zoo gaat ,grotius verder1 dat men twee zaken moet in 't oog houden bij het straffen id ob quod en cujus ergo--ob quod1 dat is de verdiensten2 cujus ergo1 is het goed1 dat uit de straf voortvloeit4 ,eenieder moet naar verdiensten gestraft worden4 7 #bh47 ,om de verdiensten vast te stellen moet men op drie zaken letten3 op datgene wat van de misdaad oorzaak was1 op datgene wat iemand van het kwaad had moeten afschrikken en op de invloed van beiden op den persoon in kwestie4 ,zelden doet iemand kwaad om kwaad te doen4 ,pars maxima ad peccandum ducitur affectibus4 #acg ,op de eerste plaats komt daarom in den regel voor als oorzaak van misdrijf1 vrees voor een bepaald kwaad1 voor dood1 gevangenis1 pijn of armoede4 ,wat om deze dingen te vermijden gebeurt1 verdient de meeste verschooning4 7 #bi no #a74 ,ceteri appetitus ad bonum aliquod tendunt1 aut verum aut imaginabile4 ,een waar goed1 #ach dat den mensch kan verlokken tot kwaad1 is hetgeen behaagt 7delectantia7 of wat een middel is om daartoe te komen3 het nuttige4 ,een ingebeeld goed is bijv4 het meer willen zijn dan de anderen1 zonder dat hiervoor eenige reden bestaat of zonder dat daarin eenig nut is gelegen2 zoo ook de zucht naar wraakneming3 hoe onredelijker de mensch in deze gevallen handelt1 hoe slechter hij handelt4 ,de zooeven genoemde oorzaken van de misdaden kan men1 zegt de ,groot in korte en algemeene woorden aangeven1 het zijn de wellust 7voluptatum desideria71 de begeerigheid1 7habendi cupiditatem7 de ijdele glorie en wraakgierigheid 7vanae gloriae consectationem et iracundiam74 7ibid #bi no #b74 ,wat afschrik van het kwaad moest inboezemen is de injustia in het misdrijf gelegen4 ,deze nu is afschrikwekkender naarmate zij grooter is en hare grootte hangt af van de grootere schade die veroorzaakt wordt4 ,ideo primum locum obtinent delicta consummata1 postremum quae ad actus aliquos1 sed non ad ultimum processerunt4 ,in beide klassen zijn zulke misdrijven weer het grootst1 die de publieke orde verstoren en daardoor een grooter aantal personen benadeelen4 ,onder de misdrijven tegen afzonderlijke personen is doodslag het grootste #aci1 dan volgt misdrijf tegen het familieleven1 waarvan het huwelijk de grondslag is2 op de laatste plaats komt diefstal en iemand in zijn goed bedriegelijk benadeelen 7 #cj no #a474 ,possunt haec ipsa subtilius dividi1 sed quem indicavimus ordinem ,deus in ,decalago sequutus est 7 #cj1 no #b74 ,eene bijzondere reden tot afschrik van zulke misdrijven ontstaat nog uit de hoedanigheid der personen1 tegen wie zij bedreven worden4 ,dezelfde misdaad is erger tegenover ouders dan tegenover vreemden1 tegenover personen1 aan wie wij iets verschuldigd zijn uit dankbaarheid dan tegenover hen1 die ons geen goed gedaan hebben1 7ibid no #c47 ,de grootheid der verdiende straf moet verder worden afgemeten naar den invloed1 die dit alles op den misdadiger kan hebben en gehad heeft4 ,zoo moet rekening gehouden worden met zijn lichamelijke gesteldheid 7corporis mixtura7 met leeftijd1 geslacht1 opvoeding1 omstandigheden der misdaad4 ,in #cj1 no #c wordt dit verder besproken4 ,is eenmaal de grootheid der schuld vastgesteld1 dan moet nog om de grootheid der straf te bepalen1 gelet worden op den persoon1 die gestraft wordt4 ,grotius' bedoeling is hier duidelijk4 ,een zelfde geldboete kan een armen man zwaar vallen1 terwijl zij voor een rijke niets beteekent4 ,een veroordeeling kan zeer schadelijk zijn en grievend voor iemand1 die een hooge positie heeft in de maatschappij1 terwijl er een gewoon mensch1 niet heel erg door lijden zou 7ibid #cc7 ,de liefde jegens den schuldige moet vervolgens de straf tot een minimum reduceeren #adj ,na dit alles komt ,grotius op volkenrechtelijk terrein4 ,welk recht om te straffen is bij hen1 die in den staat de souvereine macht bezitten niet tegenover hunne onderdanen maar tegenover anderen8 ,zij zijn bevoegd elk onrecht te straffen1 dat hen of hunne onderdanen is aangedaan en bovendien elke daad die1 ofschoon hun noch hunne onderdanen onmiddellijk rakend1 in strijd is met het natuur-of volkenrecht4 ,bij hen is dit recht1 want stond het in den beginne een ieder vrij1 tot behoud der menschelijke samenleving1 een ander te straffen1 dit recht berust sinds men in een staatsgemeenschap is gegaan en rechtbanken heeft ingesteld1 bij de hoogste macht1 niet omdat zij anderen gebiedt1 maar omdat zij onder niemands bestiering staat4 ,immers alleen door zich aan een ander te onderwerpen1 verliest men het recht tot straffen1 dat den mensch van nature toekomt4 7ibid #dj no #a74 ,daarom meent ,grotius in tegenstelling met ,victoria1 ,vasquius1 ,azorius1 ,molina1 dat een misdaad tegen het natuurrecht een causa justificativa van den oorlog is1 en wel wijl het voor hem niet noodig is1 dat iemand1 opdat er sprake kunne zijn1 van recht om te straffen1 persoonlijk of in zijn volk beleedigd is1 of wel dat er een misdaad is gepleegd tegen iemand1 die onder zijn jurisdictie staat4 ,de bevoegdheid om te straffen1 zoo zegt hij1 vloeit niet voort uit het burgerlijk-1 maar uit het natuurrecht4 7ibid #dj no #d47 ,want was dit niet het geval1 dan zou ook na het beginnen van de vijandelijkheden de eene vijand geen bevoegdheid hebben den anderen te straffen1 hetgeen toch de meesten aannemen en door het gebruik van alle volken erkend wordt4 ,mag men misdaden tegen de natuurwet bestraffen1 men houde in het oog1 ten eerste1 dat niet alle burgerlijke zeden en gebruiken1 ofschoon zij door de meeste volken niet zonder reden zijn aangenomen1 natuurrecht zijn 7 #da7 ten tweede1 dat men geen natuurrecht make van wat geen natuurrecht1 maar eerder eene goddelijke wet is4 ,zoo misschien innuptos concubitus et quisdam eorum qui incesti dicuntur et foenus 7 #db71 ten derde1 dat men goed onderscheid make tusschen datgene1 wat tot de algemeene beginselen van het natuurrecht behoort1 zooals bijv4 dat men eerbaar1 dat is volgens de rede moet leven2 en wat dicht bij die algemeene beginselen komt1 en zoo duidelijk is1 dat het boven allen twijfel verheven is1 gelijk de plicht1 om een ander niet van het zijne te berooven2 en wat uit de algemeene beginselen meer of minder gemakkelijk is af te leiden4 ,zoo ziet men al licht in1 ut posito matrimonio non admittendum adulterium2 niet zoo makkelijk begrijpt men ultionem1 quae in dolore alterius acquiescit esse vitiosam4 ,een slechte opvoeding of weinig verstandelijke aanleg kan daarom reden zijn1 iemand vrij te spreken van schuld1 ook al misdoet hij tegen de natuurwet1 mits het zij in die punten1 die niet zoo direkt duidelijk zijn4 7 #dc4 no #d--b47 ,wij moeten ten slotte1 zegt de ,groot1 nog zien1 of ook de misdaden1 die betrekking hebben op ,god1 door de menschen kunnen gestraft worden2 en in hoeverre4 ,met ,covarruvias1 die dit onderwerp wijd en breed behandelde1 is ,grotius het niet heelemaal eens4 ,reeds vroeger heeft hij de meening1 die ook ,covarruvias houdt1 dat men n4l4 om iemand te tuchtigen jurisdictie moet hebben in den strengen zin des woords1 weerlegd4 ,de overheid heeft1 behalve voor het eigen volk1 zorg te dragen voor de societeit1 die de geheele wereld omvat2 de koningen kan men vergelijken met de bisschoppen der kerk4 ,dezen hebben op zich genomen zorg te dragen1 niet alleen voor de hun toevertrouwde kudde1 maar tevens voor de geheele kerk4 ,dat ,god machtig genoeg is om zelf het kwaad tegen ,hem bedreven1 te straffen1 en wij daarom ons met zulke misdrijven niet moeten bemoeien1 wordt wel ooit met eenigen schijn van grond gezegd1 maar dit argument is niet steekhoudend4 ,er zou immers uit volgen1 dat wij nooit recht hadden om te straffen1 daar ,god machtig genoeg is om alle misdaden te straffen1 7ibid4 #dd1 no #a4 #b47 ,er wordt nog beweerd1 dat alleen strafbaar is1 datgene1 wat ten nadeele is van andere menschen1 of wat hen of hun goed in gevaar brengt2 maar hier tegenover staat1 dat de mensch ook die misdaden straft1 die niet direct1 tegen het recht van een ander zijn1 maar als per consequentiam4 ,als voorbeeld kan hier dienen1 zelfmoord1 en concubitus cum bestiis4 7ibid4 #db no #b47 ,op dezen laatsten grond nu is men bevoegd ongodsdienstigheid te straffen2 om de gevolgen4 ,want de godsdienst1 ofschoon hij voor doel heeft ,gods gratie te verkrijgen1 speelt een zeer groote rol in de maatschappij4 ,naar waarheid1 noemt ,plato1 den godsdienst1 het bolwerk van macht en recht2 en ,epicurus1 die geen goddelijke ,voorzienigheid erkent1 erkent ook geen recht4 ,vooral in de wereld-maatschappij is ,god onmisbaar4 ,want hier is bijna geen ander middel om het recht in stand te houden1 dan geweld van wapenen2 weinige wetten zijn hier mogelijk en zijn zij mogelijk1 dan ontleenen zij nog alleen aan ,god hun sanctie #ada4 ,zonder ,god moet daarom de maatschappij ten gronde gaan1 en het gevolg zal zijn1 dat hij die misdoet tegen ,god1 tegen de maatschappij zondigt1 en daarom strafbaar is4 ,wanneer is ongodsdienstigheid echter strafbaar1 of wanneer is zulk misdrijf verderfelijk voor het gemeenschappelijk leven8 ,het ware en natuurlijke ,godsgeloof heeft vier punten3 #a ,god bestaat en is n2 #b ,niets1 van hetgeen wij zien is ,god1 ,hij is iets hoogers1 iets meer verhevens4--#c ,gods voorzienigheid waakt over den mensch2 ,god oordeelt 's menschen daden in strenge rechtvaardigheid--#d ,god is de maker1 van al wat buiten ,hem is4 7ibid #de no #a7 ,al degenen1 die deze punten niet aannemen en er niet naar leven1 zijn schuldig1 maar zijn zij ook strafbaar8 ,aan de waarheid1 dat ,god bestaat en zorg heeft voor zijne schepselen1 kan niemand twijfelen2 daarom zijn zij strafbaar1 die theorin1 hiermede in strijd1 verkondigen evenals zij1 die de ondeugden of de duivels als ,god vereeren1 en menschenoffers aan hunne goden brengen4 7 #dg1 no #d-e74 ,niet zoo zeker en niet zoo onmiddellijk kenbaar voor het verstand1 is de eenheid ,gods1 daarom is het veelgodendom of het vereeren van de natuur en zijn krachten1 terwille van de maatschappij1 niet strafbaar door den mensch4 7 #dg no #d47 ,om dezelfde reden mag men een volk niet met geweld dwingen1 het christelijk geloof te omhelzen4 ,het christelijk geloof berust op een feit1--,christus' ,verrijzenis--en is dus geen onmiddellijk kenbare waarheid4 ,bovendien wil ,god niet dat de leer van ,christus iemand opgedrongen worde4 7 #dh1 no #a-b7 ,ook hen1 die een nieuwe leer aanhangen in een christenstaat1 mag men niet vervolgen1 zoolang zij niets doen tegen den staat4 ,grotius verdedigde het tollrantie beginsel1 en stond hierin niet alleen1 de verschillende godsdiensten moeten geduld worden1 in zoover dit geen onheil brengt voor het gemeenebest4 7 #ej no #b7 ,of1 en in hoeverre het niet onrechtvaardig is1 dat een straf1 gelijk dikwijls het geval is1 niet alleen hem treft1 die in eigen persoon strafbare dingen deed1 maar ook anderen1 behandelt ,grotius in een nieuw hoofdstuk4 7,c4 #ba4 ,de ,jur4 ,b4 ac ,p4 l4 #b47 ,eerst en vooral maakt hij onderscheid tusschen hen1 die medeplichtig en die niet medeplichtig zijn aan een misdaad4 ,de medeplichtige wordt eigenlijk om zijn eigen fouten gestraft4 ,medeplichtig is men1 als men medewerkt aan het kwaad1 door aanraden1 beschermen1 enz4 ,het medeplichtig zijn der overheid aan misdaden der onderdanen1 en der onderdanen aan de fouten der overheid1 trekt op de eerste plaats ,grotius' aandacht4 ,wat de overheid betreft1 in den regel zal zij schuldig en strafbaar zijn1 ofwel1 omdat zij misdaden1 welke zij wist1 dat bedreven zouden worden1 en die zij kon voorkomen1 niet verhinderd heeft 7c4 #ba #b7 ofwel omdat zij verhindert een schuldige te straffen4 7ibid #c1 #d47 ,het laatste geval--de overheid kan strafbaar zijn1 wijl zij verhindert dat men den schuldige bestraffe--dient nader besproken te worden4 ,in een natuurtoestand heeft1 volgens ,grotius1 eenieder die niet dezelfde misdaad op zijn geweten heeft1 het recht een misdadiger te straffen4 ,bij het vormen van een staatsgemeenschap1 is men echter overeengekomen1 dat voortaan de staat of de regeering de misdrijven der burgers tegen het openbaar welzijn zou straffen4 ,en zoo kreeg alleen de overheid het recht haar onderdanen voor zulke misdrijven te straffen4 ,wat echter de misdaden1 die betrekking hebben op de algemeene maatschappij1 betreft1 of de misdaden1 waardoor een ander volk of diens overheid wordt beleedigd1 niet alleen de burgerlijke overheid van den schuldige1 heeft het recht deze te straffen1 maar ook anderen4 ,daarom zou een volk1 waartoe de schuldige behoort1 of zijne overheid wederrechtelijk handelen1 in geval het een ander zou verhinderen1 zulk een booswicht te straffen4 7l4 #b c4 #ba #c n #b47 ,dewijl echter het eene volk niet verplicht is1 het andere gewapend binnen zijn grondgebied te dulden1 volgt dat de staat waarin de schuldige leeft1--want het brengt geen verschil1 of de schuldige burger is van dien staat1 of slechts na het bedrijven zijner misdaad in dat land is gevlucht1--dat die staat een van beiden moet doen3 ,den schuldigen straffen1 als dat verzocht wordt1 ofwel den schuldigen uitleveren4 7ibid4 #d47 ,wat het asylrecht betreft1 ,grotius meent1 dat dit slechts ten bate ia van hem1 die zonder zijn schuld vervolgd wordt4 7ibid #e47 ,heeft aan de misdaad der onderdanen de overheid ooit schuld1 ook het omgekeerde komt voor2 wanneer de onderdanen n4l4 instemmen met het misdrijf der overheid1 of op haar aanraden iets doen1 wat zij niet mogen doen4 7c4 #ba4 #g n #a7 ,de staat is in zulke gevallen strafbaar1 evenals diegenen der onderdanen1 die persoonlijk hebben medegewerkt4 ,maar hen1 die niet hebben toegestemd in de misdaad1 in hun persoon of persoonlijke bezittingen straffen1 zou weer onrechtmatig zijn4 ,een interessante kwestie is hier de volgende3 ,mag men altijd straf eischen voor een misdrijf van het volk in zijn geheel8 7c4 #ba #h n #a47 ,men zou kunnen antwoorden van ja1 zoolang het volk als volk blijft2 maar hier moet men opmerken1 dat een volk als volk sommige dingen zelf bezit1 andere1 niet zelf maar in zijn onderhoorigen4 ,zoo bijv4 noemt men een volk wijs of krachtig1 als velen van dat volk wijs of krachtig zijn4 ,en zoo is het ook met verdiensten4 ,deze zijn op de eerste plaats van de afzonderlijke personen1 wijl dezen een vrijen wil hebben1 die het geheel uit zich zelf niet heeft4 ,daarom vervalt dan ook recht op loon of omgekeerd1 het straf verdienen1 van een gemeenschap1 zoo die personen weggaan van het volk of sterven1 die er de oorzaak van waren4 ,deelt iemand vaak met recht in de straf1 wijl hij deelde in de schuld1 kan ooit een onschuldige zonder dat hem onrecht gedaan wordt1 deelen in de straf8 ,eerst acht ,grotius eenige opmerkingen noodzakelijk4 ,een nadeel1 dat men lijdt1 kan ons onmiddellijk zijn aangedaan of middellijk1 als gevolg van iets anders4 ,zoo graaf ik een put en snijd den ader af1 die een ander water gaf2 het nadeel dat een ander lijdt1 is een gevolg mijner daad1 maar ik heb hem niet direkt benadeeld in zijn goed4 ,zoo is het ook met kinderen1 die er schade bij hebben dat de bezittingen hunner ouders worden geconfisceerd4 ,een eigenlijke straf krijgen hier de ouders1 niet de kinderen4 ,hetzelfde geschiedt als men borg is gebleven voor iemand4 ,ter oorzake van onze verbintenis1 niet echter direkt ter oorzake van andermans fout1 kan men dan schade ondervinden4 ,daaruit volgt1 zegt ,grotius1 dat nooit of nimmer iemand ter dood kan gebracht worden1 omreden hij borg is gebleven voor een ander2 want1 dewijl men zelf zulk recht niet heeft op zijn leven1 kan men het niet verpanden4 7l4 #b4 c4 #ba4 #aa47 ,dit voorop gezet1 moet men zeggen1 dat niemand ooit gestraft mag worden om eens anders misdrijf1 en de reden waarom niet1 is deze3 om met recht gestraft te worden1 moet men de straf verdiend hebben1 maar alleen voor zijn persoon zelf kan men iets verdienen1 wijl iets verdienen vooropstelt dat men als willend wezen heeft gehandeld1 en willen een persoonlijke eigenschap is4 7ibid #ab47 ,met behulp van zijn vroeger opgezet beginsel3 ,god alleen heeft van nature recht op leven en dood en op de goederen dezer aarde1 lost ,grotius de moeilijkheid op1 hoe ,god met recht kon dreigen1 de zonden der ouders zelfs te verhalen op de kinderen4 7ibid #ad7 #adb ,grotius en de ,scholastiek ,het verschillend punt van uitgang4--,de betrekking tusschen de natuurwet en ,god4--,de verhouding van natuurwet en positieve wet4--,zedelijkheid en recht4--,privaat eigendomsrecht en staat4 ,volgens ,joh4 ,jac4 ,schmauss #adc is ,grotius een leerling der scholastieken2 niet allen echter zijn het eens met hem2 integendeel1 de meesten zien in de ,groot een der beste pleitbezorgers in het proces der renaissance met het theologisch-maetaphysisch stelsel--gelijk men het gaarne noemt--der middeleeuwen4 ,de ,groot treedt op voor de idee der renaissance #add2 de ,jure ,belli ac ,pacis is een der schitterendste pleidooien in dezen strijd4 ,dat de laatsten1 waaronder ,w4 ,dilthey #ade1 de uitnemende kenner der #af;e en #ag;e eeuw1 gelijk hebben1 zal in onze dagen wel niemand meer ontkennen4 ,scholastiek is ,grotius niet4 ,die ,frage3 ,woran erkenne ich1 was gerecht und was ungerecht ist8--setzt die hhere voraus3 ,wodurch ist ,gerechtes und ,ungerechtes1 was bewirkt diese ,unterschiede1 was ist die ,quelle alles sollen8 ,die ,antwort auf letztere ,frage ist daher das ,entscheidende fr jede ,ethik4 ,aldus ,friedr4 ,stahl4 #adf ,hij heeft goed gezien4 ,het antwoord op de vraag3 ,waarvandaan komt het1 dat wij zeggen3 de mensch moet iets doen1 iets laten2 de mensch heeft een gedragslijn te volgen2 heeft zedelijke verplichtingen8 ,het antwoord op deze vraag verschilt bij ,grotius van dat der groote denkers der middeleeuwen4 ,over de oplossing der traditioneele kwestie in de handboeken over moraal-philosophie3 ,wie of wat is de formeele grondslag of oorzaak van het verplichtend karakter der natuurwet1 zijn de volgelingen der thomistische wijsbegeerte het niet eens #adg4 ,sommigen vinden den formeelen grondslag der verplichting in ,god1 optredend als wetgever2 de natuurwet is de mededeeling der lex aeterna2 anderen1--en van dezen moeten wij ,g4 ,vasquez #adh noemen1--meenen1 dat de oorspronkelijke1 verplichtende kracht der natuurwet1 niet in den wil eener overheid haar oorzaak vindt1 maar in de menschelijke natuur zelf of in het gevorderd zijn voor--of in het strijdig zijn sommiger handelingen met --'s menschen doel4 ,daar1 ons inziens1 deze laatste meening de ware is1 en zelfs de formeele grondslag aller verplichting1 niet in den wil eener overheid ligt1 maar in het natuurlijk bestaand of door een overheid geworden1 verband1 tusschen eene gegeven handeling van iemand en zijne bestemming1 daarom achten wij een korte verklaring niet overbodig2 deze zal daarbij een beter begrip geven van het verschil1 dat wij zien tusschen ,grotius' zedeleer en die der scholastieken1 en wel in een der hoofdpunten3 de vraag naar de oorzaak alles ,sollen4 ,volgens ,st4 ,thomas1 heeft de mensch een doel1 een levensbestemming4 ,voor dat doel1 om het te bereiken heeft de mensch zijn krachten1 faculteiten genaamd4 ,het doel van den mensch is zijn goed1 zijne volmaaktheid2 de bereiking daarvan vormt zijn geluk4 ,niet gelijk de redelooze wereld werkt de mensch door middel zijner faculteiten aan zijn doel4 ,de mensch is met verstand begaafd1 en hij is vrij2 zijne krachten zijn niet gelijk bij de lagere wezens vast gericht op een bepaald doel1 hij zelf heeft zijn krachten te richten1 hij moet zelf zijn doen leiden naar zijn vervolmaking4 #adi ,men moet dit laatste goed begrijpen4 ,omne agens agit propter finem2 #aej en zoo kan ook de mensch nie handelen dan om een doel te bereiken2 niets zet zich immers in beweging1 tenzij in een richting naar een bepaald iets1 de mensch1 diezelf iets wil uitwerken1 die zelf ergens heen wil gaan1 kan dat natuurlijk niet1 zonder hetzelve te willen1 en verder wil men niets dan hetgeen ons goed is of goed lijkt2 om dus iets te willen1 moet het een goed zijn1 hetzij schijnbaar of werkelijk4 ,geen goed willen bereiken door zijn handelingen kan de mensch niet willen #aea2 wat hij wel kan willen1 dit goed of dat goed1 het een of het ander trachten te bereiken4 ,daar nu dit goed of dat goed dat men bedoelt1 objectief beschouwd1--als den mensch vervolmakend en voerend tot zijne bestemming1--niet altijd evenwaardig is1 maar om kort te gaan1 een schijnbaar goed of een werkelijk goed kan zijn #aeb1 volgt dat de mensch al moet hij noodzakelijk zijn goed willen1 toch iets kan willen1 wat inderdaad slecht is voor hem1 hij kan verkeerd handelen en doen1 naar iets trachten1 dat in zeker opzicht een goed is voor hem1 onder ander opzicht een kwaad en dus niet het absolute goede1 waarheen toch zijn heel leven als naar een ondeelbaar punt moet gaan1 waarheen al zijn krachten in onderlinge ondergeschiktheid moeten werken1 #aec ,maar staat dit alles vast1 is het zeker1 dat de mensch een bepaald doel heeft te bereiken1 dat zijn geluk vormt1 en dat hij zelf zijn daden naar dat doel heeft te richten1 dat hij kan gaan naar dat bepaalde doel of naar een ander1 dan is het ook zeker1 dat slechts zulk werken1 dat in overeenstemming is met zijn doel het goede werken is1 dat het andere doen het verkeerde of slechte doen is4 #aed ,dat werken1 dat doen en handelen in overeenstemming met zijn doel1 kan men noemen een handelen volgens de wet1 volgens de eeuwige wet ,gods1 volgens de natuurwet4 ,waarom8 ,omdat het is een werken volgens het plan ,gods1 omdat het is een werken in den zin1 waarvoor ,god den mensch krachten gaf1 waarvoor ,god hem berekende4 #aee ,st4 ,thomas noemt de wet een rationis ordinatio ad bonum commune ob eo qui curam communitatis habet promulgata4 #aef ,de goddelijke rede nu1 volgens welke de ,schepper wil1 dat ieder wezen de hem eigene natuur hebbe1 en de daarmee overeenkomstige handelingen verrichte1 heeft de kenmerkende eigenschappen van de wet1 kan daarom genoemd worden1 de lex aeterna1 wijl zij gedacht wordt als bestaande in de goddelijke rede1 in welke niets tijdelijks is4 ,de natuurwet is vervolgens de participatio legis aeternae in rationali creatura4 ,welke taak de mensch dus heeft1 ziet men al aanstonds4 ,hij moet zijn verstand gebruiken en zien1 welke zijne bestemming is1 welk plan ,god met hem had1 en daarnaar willen handelen2 zijn wil vooral moet goed zijn4 #aeg ,waarom moet echter de mensch de lex aeterna1 of de natuurwet onderhouden1 waarom is hij aan die bepaalde gedragslijn zedelijk gebonden8 #aeh ,om de eenvoudige reden1 dat deze de eenige en daarom de noodzakelijke weg is tot zijn geluk4 ,het staat den mensch vrij goed te doen of kwaad1 het staat hem niet vrij1 het ligt niet in zijn macht zijn bestemming te veranderen1 deze is eenmaal bepaald2 bereikt hij ze1 hij zal gelukkig zijn1 bereikt hij ze niet1 hij zal ongelukkig zijn4 ,de opwerping3 ,zonder overheid is geen verplichting denkbaar1 in den regel gemaakt tegen de zienswijze1 dat de formeele grondslag der verplichting niet ligt in een overheid1 is niet steekhoudend4 ,zij lijkt een petitio principii4 ,ongegrond is eveneens de bewering1 dat hier wel de theoretische niet echter de praktische kant der verplichtingen verklaard wordt4 #aei ,waarom8 ,verplichting is de zedelijke noodzakelijkheid1 waaronder de mensch vrij blijft1 die echter van een anderen kant weer absoluut1 niet hypothetisch is1 gelijk de zedelijke noodzakelijkheid1 waarin de schilder verkeert1 die een doek wil schilderen4 ,in geval hij een doek wil schilderen1 moet hij de regels der kunst onderhouden2 maar hij is niet verplicht een doek te schilderen4 ,de mensch echter die noodzakelijk zijn geluk wil1 die niet anders kan willen1 is ook noodzakelijk aan den weg gebonden1 die tot het geluk voert4 ,zijn bestemming1 hetgeen hij moet verrichten om gelukkig te zijn1 ligt niet in zijn believen1 en daarom is hij ook aan die bepaalde regels van doen gebonden1 ook deze liggen niet in zijn believen4 ,ligt in de overeenstemming eener handeling met het einddoel van den mensch de formeele grondslag van het verplicht of verboden zijn eener handeling1 dan ziet men ook dadelijk in1 waarom het zoovelen ,st4 ,thomas nazeggen3 ,primum autem principium in operativis1 quorum est ratio practica1 est finis ultimus4 #afj ,het einddoel van den mensch is het criterium1 waaraan te kennen is of 's menschen daden goed zijn of kwaad1 want het goede werken is goed en het kwade werken is kwaad1 wijl het en in zooverre het een werken is voor of in strijd met 's menschen werkelijke bestemming1 en dit1 omdat de mensch niet gelukkig kan zijn1 zoo hij zijn eindoel1 zijn volmaaktheid niet bereikt4 #afa ,om terug te keeren bij ,grotius1 deze geeft een gansch ander antwoord op de vraag1 waarom wij tot dit of dat verplicht zijn4 ,hij antwoordt niet1 omdat die of die handeling in strijd is met of noodzakelijk gevorderd wordt voor ons einddoel1 maar wijl zij in overeenstemming of niet in overeenstemming is met de geneigdheden en eigenschappen1 die kenmerkend zijn voor den mensch4 ,hij gaat dus uit om te weten1 wat goed of verkeerd is1 van 's menschen natuurlijken toestand1 niet van 's menschen einddoel2 hij belijdt een naturalistische moraal in tegenstelling met een teleologische4 ,zijn naturalistische moraal was het logische gevolg1 van zijn opzet1 het verplichte handelen is het wijze handelen1 en dit laatste is1 het handelen volgens de geneigdheden van 's menschen natuur4 ,zoo zien wij de waarheid van ,friedrich ,stahl's woorden4 ,voor hen1 die aan ,god gelooven1 is volgens zijn aard leven1 ook het door ,god voorgeschreven leven en werken1 en dit zal daarom door ,hem beloond worden terwijl het tegenovergestelde zal gestraft worden1 aldus de ,groot4 ,in strijd met ,st4 ,thomas voelt ,grotius veel voor het stocisme1 in alles komt hij er echter niet mee overeen2 te doen1 wat de natuur voorschrijft1 in de hoop op belooning of uit vrees voor straf1 is voor hem daardoor alleen nog geen kwaad4 ,men moet zich hier niet in de war laten brengen1 door de methode der scholastieken1 die uit 's menschen natuur 's menschen bestemming afleiden4 ,de zedeleer der school is teleologisch1 want uit de faculteiten van den mensch leidt zij af het einddoel van den mensch1 wijl de school wist1 dat de mensch zulke faculteiten gekregen had van ,god1 wijl hij voor zoo iets bestemd was4 ,uit het wezen van den mensch1 als werk van een alwijzen en almachtigen ,schepper1 vloeien noodzakelijk voor het doel van dat wezen berekende-krachten voort2 zoo lag in die krachten in intentione de causa finalis die1 ultima in exsecutione1 bij middel dier krachten door den mensch moest bereikt worden4 ,en zoo lag in den mensch en zijn eigenschappen1 als voor onze oogen open1 datgene waarvoor ,god den mensch gemaakt had1 en waarheen dus de mensch zich zelf moest leiden door eigen kennis of voorgelicht door de kennis van anderen2 datgene wat hij moest willen4 ,merken wij hierbij op1 dat in de zedeleer der school het bereiken zijner volkomenheid1 van zijn geluk1 voor den mensch1 kan beschouwd worden als een loon42 vergelijk nota #a blz4 #aad4 ,en tevens1 dat ook de voorstanders eener teleologische moraal1 opinin kunnen verkondigen1 die hemelsbreed verschillen4 ,a priori is hier een epicurisme mogelijk en een utilitarisme1 zoo goed als de moraal van ,st4 ,thomas4 ,van de orde1 die men meent te zien in de werkelijk bestaande dingen zal alles afhangen4 ,een ander systeem in de philosophia contemplativa zal een andere zienswijze in de zedeleer als gevolg hebben4 ,het komt er op aan te weten1 wat de mensch is1 of hij uit en in zich zelven bestaat2 of er een ,god is2 waarvoor de mensch in werkelijkheid bestemd is4 99 99 99 99 99 ,een gevolg van ,grotius' ,stocisme is1 dat hij1 alhoewel zoo goed als ,st4 ,thomas het bestaan van ,god aannemend1 een ander verband ziet tusschen ,god en de zedeleer als deze laatste4 ,al is voor ,grotius1 wat de natuurwet gebiedt of verbiedt1 ook door ,god geboden of verboden1 daaruit volgt niet1 dat ,grotius de theorie over de lex naturalis en de lex aeterna onderschrijft4 ,wat wilde de scholastiek met haar lex aeterna8 ,de kennis der dingen dezer wereld1 wijst ons volgens ,st4 ,thomas op het noodzakelijk bestaan eener eerste onbewegelijke oorzaak van alles wat is1 op een ,schepper1 op ,god1 wiens eigenschappen wij vervolgens van verre en analogisch1 eenigzins1 kunnen kennen4 ,maar wetend1 dat de aarde en de mensch geschapen zijn door ,god1 dan wisten zij ook dat ,god1 als alwijze ,schepper een doel had met zijn schepping4 ,dat doel was de bonitas divina2 niet echter om verkregen te worden door middel der schepselen1--,god was goed--maar de bonitas divina wilde ,god mededeelen aan zijn schepping4 #afb ,de mededeeling der bonitas divina is ,gods doel geweest bij de schepping1 en ,god heeft zijn doel bereikt4 ,god die het zijn zelve is1 ,die is actus purus1 ,die schept en werkt1 wijl ,hij volmaakt is1 heeft schepselen voortgebracht1 die zijn1 die werken1 en voor een doel1--hun goed1 hun volkomen zijn--werken4 ,weten wij1 dat de dingen1 wijl zij zijn1 wijl zij actief zijn1 en wijl zij werken voor hun volmaaktheid1 ,gods heerlijkheid afstralen2 wij weten ook1 dat die dingen1 bepaalde dingen zijn1 niet bepaalde uit hun wezen voortvloeiende werkkrachten1 met een bepaald doel4 ,uit deze laatste waarheid volgt1 dat ,god die en die bepaalde wezens voortbracht1 wijl ,hij zich dat of dat bepaald doel door de wezens te bewerken1 voorstelde2 en wel om reden de causa finalis ofschoon het laatst in de werkelijkheid bestaand1 het eerste is in de ideele orde4 ,iets bepaalds stelde ,god zich dus voor bij de schepping1 ten eerste zijn eigen heerlijkheid te openbaren en mede te deelen aan zijn schepping3 ten tweede stelde ,god zich voor1 het bepaalde doel van elk schepsel in het bijzonder1 en van de wereld in het algemeen4 ,het eerste verwezenlijkte ,god1 ,hij wilde zijn plan ten uitvoer brengen1 en de schepselen en de wereld waren2 het tweede verwezenlijkte ,god niet2 de schepselen moesten zich zelf vervolmaken1 het goede waarvoor ,god hen bestemde1 moesten zij zelf bereiken4 ,god wilde het aan ieder schepsel beantwoordende goed1 in zoover dat schepsel zelf1 het wilde4 ,en om een oogenblik te blijven bij den mensch1 men kan vragen3 ,waarvoor is hij8 ,het antwoord moet zijn1 om ,gods glorie te verkondigen1 en wijl ,god dit wilde1 doet hij het1 n4l41 door te kunnen werken aan zijn eigen volmaaktheid1 zijn eigen geluk4 ,waarvoor bestaat mensch nog bovendien8 ,om te werken aan zijn volmaaktheid2 dit is 's menschen eigen taak1 waarvoor ,god hem krachten gaf4 ,zelf moeten de schepselen werken aan hun subjectieve eindbestemming1 en door middel van deze aan het goed der heele schepping4 ,het berekend zijn der dingen1 op hun goed en het goed van het geheel1 is op zich zelf1 naast hun zijn iets goeds in de schepselen2 #afc en daar alle goed van ,god komt1 komt ook deze regeling van ,god4 ,wijl ,god nu de wereld voortbracht1 gelijk ,hij ze begreep wijl ,hij ze voortbracht door zijn verstand1 was in ,god vooraf reeds de ratio ordinis rerum in finem4 ,deze ratio ordinis rerum in finem in ,god1 noemt ,st4 ,thomas de providentia ,dei4 #afd ,alles is aan ,gods voorzienigheid onderworpen1 en met ,gods voorzienigheid1 die over alles en allen gaat1 is niet in strijd1 dat in het bijzondere kwaad kan zijn en ooit is4 ,hij1 die zorgt voor iets afzonderlijks1 zorgt voor het goede van dat afzonderlijke2 ,god die zorg draagt voor de wereld1 zorgt voor het goede van het geheel1 en kan daarom het kwade in het een of ander geval toelaten tot welzijn van het geheel2 zoo is immers1 zegt ,st4 ,thomas1 corruptio unius1 generatio alterius4 #afe ,gaat verder ,gods voorzienigheid onmiddellijk over alles en allen8 ,st4 ,thomas antwoordt1 met den tweevoudigen zin1 aan te geven1 waarin men de ,voorzienigheid kan nemen4 ,de ,voorzienigheid is de ratio ordinis reram in finem en in dezen zin opgevat1 gaat ,gods voorzienigheid onmiddellijk over alles4 ,de ,voorzienigheid kan men nemen1 wijl zij deze in zich sluit1 als de exsecutio hujus ordinis1 de verwezenlijking der voorgestelde orde2 en hier werkt ,god niet immer onmiddellijk1 ,god bestiert het mindere door het meerdere4 #aff ,de goddelijke ,voorzienigheid heeft niet immer een noodzakelijkheid ten gevolge4 ,quibusdam effectibus praeparavit causas necessarias1 ut necessario evenirent2 quibusdam vero causas contingentes1 ut evenirent contingenter4 #afg ,met deze beginselen voor oogen1 zegt ,st4 ,thomas1 dat er een eeuwige wet ,gods bestaat1 ratio videlicet gubernativa totius aniversi in mente divina existens4 #afh ,de wet immers is een dictamen practicae rationis in principe1 qui gubernat aliquam communitatem perfectam #afi en het is duidelijk1 zoo de wereld geregeld is door ,gods voorzienigheid1 dat de wereld door ,gods verstand geleid wordt4 ,waarom deze wet1 de eeuwige wet genoemd wordt1 behoeft niet gezegd te worden4 ,wat is nu de natuurwet8 ,st4 ,thomas zegt3 er is eene natuurwet4 ,de wet is een regel en maatstaf1 en kan daarom beschouwd worden in zoover zij is in dengene1 die regel en maatstaf gaf1 of in zooverre zij is in hem1 die regel en maatstaf ontvangt4 ,wijl alles wat onderworpen is aan ,gods ,voorzienigheid1 door ,gods eeuwige wet wordt geordend en afgemeten1 zoo is het zeker dat alles eenigszins deelachtig wordt aan ,gods wet1 in zoover het n4l4 door haar richting ontvangt naar de hun eigen1 handeling en het hun geigende doel4 ,op een bijzondere wijze staat de mensch onder ,gods leiding #agj in quantum et ipsa 7creatura rationalis7 fit providentiae particeps1 sibi ipsi et aliis providens4 ,unde et in ipsa participatur ratio aeterna1 per quam habet naturalem inclinationem ad debitum actum et finem2 dat deelachtig zijn van het redelijk schepsel aan de wet ,gods noemt men nu de natuurwet4 #aga ,de hier mogelijke opwerping3 de mensch werkt aan zijn einddoel als verstandelijk en als willend wezen1 niet gelijk de niet-redelijke wezens1 alleen geleid door een natuurlijken aandrang1 en dus niet door zijn natuur of een natuurwet2 #agb weerlegt ,st4 ,thomas1 door er op te wijzen1 dat elke daad van verstand of wil verband houdt met de handelingen1 die deze eigenschappen natuurlijk zijn4 ,het woord natuur1 zoo zegt hij1 heeft meerdere beteekenissen4 #agc ,er kan door worden bedoeld een zelfstandigheidsbeginsel2--de stof of de zelfstandigheidsvorm2 evengoed kan echter daardoor worden bedoeld elk wezen1 elke zelfstandigheid1 en in dat geval bedoelt men1 zoo men spreekt over hetgeen natuurlijk is1 daardoor datgene1 wat een wezen of ding van nature toekomt1 en dat is hetgeen per se in dat ding is4 ,daarom is het noodzakelijk1 dat neemt men natuur in dezen zin1 altijd het beginsel van het waarom iets op een ding past1 van nature zij2 want men moet zeggen1 dat al hetgeen niet uit zich zelf in iets is1 te herleiden is tot iets dat1 per se1 uit zich zelf1 in iets in sicut in primum4 ,het beginsel van al ons vrij willen1 moet daarom iets zijn dat naturaliter natuurlijkerwijze gewild wordt4 ,het is met ons willen gelijk met ons denken2 alle redeneering gaat uit van principen die natuurlijkerwijze1 ,st4 ,thomas wil zeggen per se1 ons bekend zijn1 en al ons verlangen naar hetgeen tot ons doel voert1 berust op het natuurlijke verlangen of willen van ons einddoel4 ,daarom is het noodig1 zegt ,st4 ,thomas1 dat de eerste richting onzer handelingen geschiedde door de natuurwet4 #agd ,deze oplossing van de genoemde moeielijkheid1 verspreidt een eigenaardig licht over ,st4 ,thomas' begrip omtrent de natuurwet1 en wij zien reeds eenigszins wat ,st4 ,thomas zal antwoorden op de kwesties1 die hij zich zelf een weinig verder stelt3 ,wat is de natuurwet eigenlijk2 welke zijn hare voorschriften2 vallen alle deugdzame handelingen onder de natuurwet8 #age ,de natuurwet is geen habitus in den eigenlijken zin des woords2 het is iets door het verstand opgemaakt1 men kan zeggen quod quis agit en is dus niet iets quo quis agit gelijk de deugd4 ,het eerste voorschrift der natuurwet is1 dat men het goede moet doen en nastreven1 het kwade echter moet laten2 al wat immers handelt1 handelt voor een doel1 dat een goed is2 7qui habet rationem bonis7 et ideo primum principium in ratione practica est quod fundatur supra rationem boni4 #agf ,op dit eerste voorschrift der natuurwet berusten al de andere2 dat is te zeggen1 dat van al de zaken die men doen of laten moet1 diegene onder de natuurwet vallen1 die het practisch verstand natuurlijkerwijze1 als voor den mensch goede zaken kent4 ,welke zijn nu die goede zaken8 ,dat is het zelfbehoud2 dat zijn de dingen1 die de natuur alle zinnelijke wezens leert1 zooals commixtio maris et feminae2 opvoeding van het kroost en dergelijke2 dat is eenige ,godskennis en het leven in gemeenschap4 ,waarom zijn deze dingen goed volgens de natuurwet8 ,ziehier de reden2 het goede is wat verlangd wordt1 wat doelwit kan zijn1 het kwade is1 wat men niet wil1 daaruit volgt1 dat al hetgeen waartoe de mensch van natuur geneigd is1 door de rede als goed wordt aangezien1 en daarom met de daad te verwezenlijken1 en het tegenovergestelde als kwaad en daarom te vermijden4 ,daarom volgen de natuurgeboden de orde der natuurlijke geneigdheden2 en zoo komt op de eerste plaats1 dat de mensch1 gelijk elk wezen1 zijn zelfbehoud zoekt2 vervolgens als zinnelijk wezen voortplanting van zijn geslacht2 daarna als redelijk wezen1 quod veritatem cogneoscat de ,deo1 et ad hoc quod in societate vivat4 #agg ,of alle deugdzame handelingen onder de natuurwet vallen8 ,hierop antwoordt ,st4 ,thomas3 ,in zekeren zin1 ja4 ,want tot de natuurwet behoort al hetgeen1 waartoe de mensch gedreven wordt door zijn natuur4 ,van nature nu is elk wezen geneigd tot een doen overeenkomstig zijn vorm3 ,de redelijke ziel is het vormelijk zelfstandigheids-beginsel van den mensch1 en daarom is iedere mensch van nature geneigd te handelen volgens zijn rede en verstand2 en dit is het deugdzame handelen4 ,principium enim formale virtutis1 444 est rationis bonum4 #agh ,men begrijpt uit dit laatste1 dat de mensch de natuurlijke geneigdheden zijner lagere krachten te bestieren heeft volgens rede en verstand4 ,men zal zich nog afvragen1 waarom niet elke verkeerde en zondige handeling1 in de leer van ,st4 ,thomas zonde is tegen de natuur8 ,het antwoord is3 zonde tegen de natuur1 is een bijzondere naam1 die vergrijpen aangevend1 die in strijd zijn met hetgeen den mensch niet slechts als redelijk wezen past1 maar zelfs als zinnelijk wezen4 #agi ,hieruit blijkt ook waarom men ooit zeide1 de natuurwet is1 quod natura omnibus animalibus docuit4 ,de bedoeling dezer woorden begreep ,grotius niet1 gelijk men kan zien4 blz4 #eg4 ,wij hebben gezien1 wat de ,scholastiek over de natuurwet dacht1 en over haar verhouding tot ,god4 ,wat denkt ,grotius hierover8 ,wij weten het reeds1 uit hetgeen wij boven gezegd hebben omtrent ,grotius' begrippen over het natuurrecht4 ,hoeveel punten van overeenkomst er zijn te bespeuren tusschen ,grotius en ,st4 ,thomas1 zal een aandachtige lezing van de door ons hier geciteerde texten van ,st4 ,thomas1 en van de ,jure ,belli ac ,pacis van den anderen kant doen zien4 ,wonderlijk is het1 hoe bij zooveel overeenstemming1 beider gedachten hemelsbreed kunnen verschillen4 ,en de reden daarvan8 ,een feit1 neem het sociaal en redelijk aangelegd zijn van den mensch1 wordt vruchtbaar1 geeft recht tot verdere gevolgtrekkingen1 door vooraf aangenomen beginselen4 ,deze nu verschillen hemelsbreed bij ,st4 ,thomas en de ,groot4 ,de laatste wilde met behulp dezer feiten1 door niemand te loochenen1 eene moraal en rechtsleer construeeren1 die autonoom was1 die op zich zelve stond1 en daarom passend was in elk systeem1 voor allen1 welke wereldbeschouwing zij ook huldigden4 #ahj ,het middel meende ,grotius te vinden in het princiep3 volgens zijn natuur leven is goed leven4 ,het was het beginsel der romeinsche oudheid4 ,zij1 die aan het bestaan gelooven van een ,schepper van hemel en aarde1 die zich bekommert om zijn schepping1 moeten tegelijkertijd aannemen1 dat het ook ,gods wil is1 te leven gelijk van nature onze geaardheid is4 ,een ander idee heeft de ,groot niet van de lex aeterna1 door hem zeker bij name gekend4 99 99 99 99 99 ,dat ook de stellige wet in een nieuw licht voor ,grotius verschijnt1 is een gevolg van het voorgaande4 ,en de positieve menschelijke wet1 en de positieve goddelijke wet is noodzakelijk naar ,st4 ,thomas1 meening4 ,de positief-menschelijke wetten zijn niet alleen nuttig1 zij zijn noodzakelijk2 n ter verklaring en toepassing der natuurwet voor het praktische leven n om de onwilligen door straf te dwingen1 de maatschappelijke orde te bewaren4 ,homini naturaliter in est quaedam aptitudo ad virtutem 7q4 #ec art4 #a47 ,sed ipsa virtutis perfectio necesse est1 quod homini adveniat per aliquam disciplinam4 #aha ,de positief-goddelijke wetten zijn noodig1 om den mensch te bestieren op zijn weg naar een bovennatuurlijke bestemming4 #ahb ,of de positief-goddelijke en de positief-menschelijke wetten noodig zijn volgens ,grotius8 ,de strafwet is zeker nuttig1 is zij echter noodzakelijk8 ,neen1 want ook in dien toestand1 waarin een ieder als strafrechter kan optreden1 is nog mogelijk een maatschappelijk leven4 ,nuttig zijn ook de andere positieve wetten1 maar om dezelfde reden als zoo even genoemd1 zijn ook deze niet noodzakelijk4 ,denkbaar is het1 dat de menschen in een natuurtoestand1 d4 i4 onafhankelijk van elkander levend1 de natuurwet onderhouden1 redelijk zijn in hun handelingen1 en sociaal2 maar waarom zijn dan nog positieve wetten noodig8 ,noodig zouden deze kunnen zijn1 in geval de menschen verplicht waren tot de societeit in den strengen zin des woords1 en tot het goed der gemeenschap1 het bonum commune2 dan immers was een meer bijzondere1 niet uit de natuur van den mensch voortvloeiende richting1 ordening van 's menschen doen naar het goede van het geheel1 noodzakelijk4 ,deze verplichting ontkent echter de ,groot4 ,evenmin als positief-menschelijke wetten1 zijn positief-goddelijke wetten noodzakelijk1 naar ,grotius' meening4 ,dit vindt zijn verklaring hierin1 dat de ,groot de begrippen van ,st4 ,thomas omtrent een bovennatuurlijke orde1 en een de menschelijke krachten te boven gaande eindbestemming1 niet huldigt4 ,om terug te komen bij de menschelijke wetten1 wat zijn zij voor hem4 ,dat de positieve wet een uitlegging of toepassing zijn zou der natuurwet in de wisselende omstandigheden des levens1 dat de positieve wet noodzakelijk zijn zou om den mensch1 die in het algemeene geleid wordt door de natuurwet1 te leiden in het bijzondere1 in het praktische leven1 hieraan denkt ,grotius dan ook niet meer4 ,de positieve wet voor hem is het willekeurig verplichtend maken van datgene1 wat op zich zelf te doen goed1 maar ook niet te doen1 geen kwaad was en omgekeerd4 ,de mensch1 zoo redeneert hij1 heeft dikwijls een speelruimte voor zijne vrijheid op zedelijk gebied4 ,want al is de mensch1 als redelijk wezen1 verplicht zedelijk te handelen1 dat zedelijk of eerlicke handelen1 bestaat niet altijd als in n ondeelbaar punt2 en daarom is iedere afwijking ter rechter of ter linker nog niet immer een onredelijk1 en bijgevolg anti-natuurlijk handelen4 ,naar believen kan de mensch in zulk geval het een of het ander kiezen1 ,die vrijheid na1 die bevoegdheid kan hij afstaan aan anderen1 of kan hem ontnomen worden door ,god1 of1 ter wille eener misdaad1 door den mensch4 ,zoo ontstaat de overheid1 die zoo zij wil1 kan zeggen1 welke van die goede daden den mensch te doen1 welke hij te laten heeft2 de overheid kan en neemt de taak over1 die de nu onderdaan gewordene1 vroeger zelf had4 ,de menschelijke wetten1 d4i4 istae particulares dispositionis adinventae secundum rationem humanam #ahc verdeelt ,st4 ,thomas met ,isidorus1 in jus gentium en jus civile #ahd4 ,datgene wat uit de natuurwet wordt afgeleid1 gelijk een gevolgtrekking uit een beginsel1 is het jus gentium1 ut justae emptiones1 venditiones et alia hujusmodi1 terwijl de meer bijzondere bepalingen omtrent voorschriften van het natuurrecht1 den naam dragen van burgerlijk recht4 #ahe ,wat voor ,st4 ,thomas in zekeren zin tot de lex humana behoort1 het jus gentium of de algemeene gevolgtrekkingen af te leiden uit de natuurwet1 behoort voor de ,groot tot het natuurrecht zelve4 ,dit verschil van opvatting berust hierop1 dat volgens ,grotius door onze natuur is voorgeschreven of verboden1 al datgene wat volgens de uitspraak van ons verstand1 overeenkomstig is of in strijd met onze geaardheid4 ,de bepaling der natuurwet1 gelijk hij die geeft1 kan men boven vinden4 ,st4 ,thomas zag in de natuurwet een principium actionis1 wel een uitwendig beginsel1 maar een beginsel was zij2 daarom was voor hem natuurwet slechts datgene1 wat van nature in den mensch lag1 datgene waarheen de mensch zich van zelf getrokken voelde1 wijl het de natuurlijke werking was zijner faculteiten1 terwijl het niet van nature gevoelde goed of kwaad zijn eener handelwijze1 maar door het vergelijken en overeenbrengen dier handeling met een natuurlijk geziene goede handeling1 dus door redeneering het jus gentium vormde4 ,daarom had het jus gentium eenigszins kracht van natuurwet4 #ahf 99 99 99 99 99 ,van het recht in strikten zin kan men wel geen beter omschrijving geven1 dan die van ,pottier4 #ahg ,een zedelijke praeferentie1 zoo noemt hij het recht1 waardoor iemand de voorkeur heeft1 met uitsluiting van alle anderen1 in het gebruik eener zaak en die op de bijzondere betrekking berust1 waarin die zaak staat tot hem4 ,op dezelfde wijze als ,pottier denken ook ,grotius en ,st4 ,thomas zich het recht1 in dezen strikten zin4 ,enggenomen recht1 zegt de eerste1 is het opzigt dat daer is tusschen een redelijk wezen en iets dat op het selve past1 door waardigheid ofte toebehooren4 #ahh ,st4 ,thomas zegt3 jus sive justum est aliquod opus adaequatum alteri secundum aliquem aequalitatis modum4 #ahi ,voor beiden is eveneens het recht1 het jus1 het voorwerp van de deugd van rechtvaardigheid4 ,jus est objectum justitiae aldus ,st4 ,thomas #aij4 ,rechtvaardigheid is een deugd van den wil om te doen wat rechtmotig is1 aldus ,grotius #aia4 ,st4 ,thomas wil verder1 dat iets iemand kan toebehooren1 ofwel uit den aard der zaak zelf #aib ofwel ex condicto1 sive ex communi placito4 ,iets kan van nature iemand toekomen1 zegt ,st4 ,thomas4 ,hier echter maakt hij noch een onderscheid4 ,secundum absolutam sui considerationem kan iets ooit iemand toebehooren2 en in dit geval spreekt hij van jus naturale #aic4 ,iets kan iemand toebehooren1 wel niet op de zooeven genoemde wijze1 maar secundum aliquid quod ex ipso sequitur4 ,in dit geval1 spreekt ,st4 ,thomas van jusgentium #aid4 ,tegenover het jus naturale en het jus gentium staat dan het jus positivum 7aliquid commensuratem alteri ex condicto etc47 ,in dit laatste gaat de ,groot niet heel en al met ,st4 ,thomas mede4 ,hij maakt geen onderscheid1 tusschen natuurlijk recht en jus gentium4 ,zien wij dit echter over het hoofd1 en vragen wij ons af1 waarop voor beiden de rechtsorde der menschen onderling berust4 ,om de vraag een eenvoudige vorm te geven2 ,evenals de mensch1 zoo heeft ook het dier het leven1 den mensch evenwel mag ik niet dooden1 het dier echter wel4 ,vanwaar dit onderscheid8 ,volgens ,grotius moeten wij onzen evenmensch laten1 wat hij heeft en geven wat hij hebben moet1 om rede wij van nature sociaal zijn4 ,uit den socialen zin van den mensch volgt voor hem het recht4 ,st4 ,thomas beschouwt deze kwestie van uit een ander gezichtspunt4 ,als beginsel zet hij op1 dat alle dingen gebruikt mogen worden voor hetgeen1 waarvoor zij dienen4 #aie ,waarvoor dient de mensch8 ,dat het goede wat de mensch heeft1 hem niet gegeven is ten voordeele en ten bate van de andere menschen1 gelijk dit het geval is met de redelooze wereld1 wier goed bestemd is1 en hun gegeven is ter wille van den mensch1 deze stelling leidt ,st4 ,thomas hieruit af1 dat de mensch is een intellectueele zelfstandigheid1 en dus dicht komt bij het altijd zijn2 de mensch is naar zijn ziel onsterfelijk4 ,want1 zoo zegt hij1 wat iemand op zich zelf wil1 wil hij altijd2 quod enim propter se est1 semper est4 ,daarom moet ,god1 die den mensch een onsterfelijk wezen wilde1 hem ook op zich zelven gewild hebben4 ,niet gelijk de dieren en de lagere wezens1 die slechts komen en gaan en daarom niet voor zich zelf gewild zijn1 maar voor de andere wezens1 wilde ,god dus den mensch1 maar ,hij wilde hem op zich zelf4 ,dit alles sluit echter niet uit1 zoo voegt ,st4 ,thomas er bij1 dat de mensch verder bestemd is voor ,god en de volkomenheid van het geheel4 #aif ,de conclusie1 die ,st4 ,thomas hieruit trekt is deze3 ,volgens ,gods ordinantin is de onderlinge verhouding der menschen een vreedzame1 waarin ieder zelfstandig aan zijn eindbestemming kan werken1 en deze is mogelijk wanneer aan eenieder het zijne gegeven wordt4 #aig ,alhoewel ,grotius derhalve het begrip recht even gelijk de school1 binnen de grenzen van het zedelijke1 vindt1 alhoewel hij bijna met dezelfde woorden1 als de ,baets1 zou kunnen zeggen1 dat het recht1 in een subjectieven1 zin genomen1 is ce pouvoir d'acqurir sa destine1 s'y conduisant par sa raison et sa volont1 de disposer par consquent1 par ces mmes facults1 des moyens ncessaires cet effet2 c'est le pouvoir moral qu'on appelle le droit2 #aih--;is er toch een diepgaand verschil tusschen de leer van de ,groot en van de school over de bron van het recht4 ,daaruit nu volgt weer1 dat de school een ander standpunt inneemt dan ,grotius1 in het bepalen van wat recht is4 ,voor de ,groot is recht1 wat niet in strijd is met de sociale natuur van den mensch1 terwijl voor ,st4 ,thomas de mensch recht heeft op datgene1 wat hem noodig is om zijn einddoel te bereiken en in staat is recht te hebben op datgene1 wat voor dat doel nuttig is4 ,want zoo zegt met recht de ,baets1 l'homme n'a pas seulement le droit de tendre a sa fin le droit de vivre1 de penser1 de vouloir4 ,il peut avoir des droits plus dtermins1 le droit de proprit sur telle maison1 le droit de travailler chez tel patron1 etc4 ,ces droits et tous les autres1 ne sont que des manisfestations concrte du droit gnral a l'existence et l'acquisition de sa fin4 ,ces dterminations doivent provenir du fait4 #aii ,c'est grce ces donnes de fait1 que tel homme a droit telle chose dtermine4 ,zien wij nu1 hoe deze verschillende zienswijze over de bron van het recht1 bij ,grotius en de school1 oorzaak is van het verschil hunner theorin over het privaateigendomsrecht1 en den staat4 99 99 99 99 99 ,het privaat eigendomsrecht en de staat hebben volgens ,grotius een gemeenzame eigenaardigheid4 ,beiden zijn menschelijke instellingen1 die geen natuur- maar positief-rechtelijk karakter dragen4 ,de ,groot verschilt weer in meening met ,st4 ,thomas4 ,op de eerste plaats1 wat betreft het privaat-eigendomsrecht4 ,voor dezen laatsten is er sprake van jus sive justum naturale wanneer iets uit zijn aard een ander toekomt of op hem past4 #bjj ,op twee wijzen kan nu iets uit zijn aard een ander toekomen4 ,zoo maar zonder meer1 alleen de zaak waarover het gaat1 op zich zelf beschouwend1 kan het ooit duidelijk zijn1 dat iemand recht heeft op die zaak1 het kan evenwel gebeuren1 dat men het behooren van iets aan iemand1 niet maar zoo direkt kan opmaken uit het wezen der zaak1 waarover het gaat1 maar wel uit hetgeen zou volgen1 zoo die zaak niet aan deze of gene behoorde4 ,redeneeren kan alleen de mensch en daarom noemt ,st4 ,thomas het behooren van iets aan iemand1 om de gevolgen1 die er uit voortvloeien1 het jus gentium en als voorbeeld hiervan geeft hij proprietas possessionum4 ,er is geen reden1 waarom de akker1 die daar ligt meer aan mij toekomt dan aan een ander1 zoo men nl4 die akker op zich zelf beschouwt2--wel echter zoo men er aan denkt1 dat die akker bebouwd en wel goed bebouwd moet worden4 #bja ,als iemand iets van nature toekomt op de eerste manier1 noemt ,st4 ,thomas1 dat toebehooren1 een jus naturale in den striktsten zin des woords4 ,redeneeren is dan niet van noode4 #bjb ,wat de staat betreft1 ook deze heeft voor ,st4 ,thomas een natuurrechtelijk karakter2 d4w4z1 dat de staat1 het leven in een staatsgemeenschap1 den mensch past gelijk de commixtio maris et feminae4 ,de mensch1 zoo zegt hij1 is van nature niet zoo goed toegerust voor den levensstrijd als het dier1 en daarom moet hij het middel1 dat in zijn bereik ligt1 en geigend is om hierin te voorzien1 den staat1 gebruiken2 en heeft hij van een anderen kant1 een natuurlijk recht1 dat middel te gebruiken4 #bjc ,waarom zijn volgens ,grotius in tegenstelling met de scholastiek zoowel de staat als het privaat-eigendomsrecht positief-rechterlijke instellingen8 ,de oorzaak is weer te zoeken in beider beginselen4 ,de ,groot meent natuurrecht te moeten noemen1 datgene1 wat gevorderd wordt door of in strijd is met de redelijke en sociale natuur van den mensch en de rede heeft hier uitspraak te doen4 ,st4 ,thomas echter noemt natuurrecht de van nature nagestreefde harmonische ontwikkeling van den mensch en zijn faculteiten1 als een geheel beschouwd1 en onder een ander opzicht1 de zedelijk onschendbare bevoegdheid1 die de mensch heeft1 om naar zijn einddoel te streven1 en diensvolgens de redelijk onschendbare bevoegdheid op de daartoe noodige middelen4 ,grotius meent1 dat staat-en privaat-eigendomsrecht niet tegen de redelijke en sociale natuur van den mensch ingaan2 maar dat zij noodzakelijk gevorderd worden voor het welzijn van den mensch en van het geheel1 komt niet in zijn gedachte op4 ,zij zijn nuttig ja1 maar noodig8 ,wat is noodig1 wat is goed of kwaad8 ,alleen wat aan het individu als redelijk en sociaal wezen past1 dat is verstandig1 met oordeel handelen en welwillend1 niet ten nadeele handelen der anderen1 hun niet ontnemen wat zij hebben4 ,al is de staatgemeenschap1 eenmaal aangenomen dat de menschelijke natuur zoodanig is1 een voor den mensch noodzakelijk iets1 hieruit volgt voor de scholastiek niet1 dat de staat die werkelijk bestaat alle positief-rechterlijke elementen uitsluit4 ,neen4 ,de mensch vindt in de burgerlijke gemeenschap een onmisbaar middel om tot zijn doel te komen1 maar hij is vrij in deze of die burgerlijke gemeenschap in te treden4 ,wat de verhouding der afzonderlijke personen betreft1 ten overstaan der gemeenschap of der1 het gemeenebest vertegenwoordigende overheid1 volgens de ,groot is deze rechtsverhouding af te meten naar het contract1 dat bestaat tusschen de individuen en het geheel of tusschen afzonderlijke personen en de overheid4 ,dat het zoodoende mogelijk is1 dat een volk totaal dienstbaar is aan zijn vorst1 is duidelijk4 ,het overheidsgezag kan zijn alleenlijk ter wille der overheid1 en niet ter wille der ondergeschikten2 alhoewel dit niet in den regel het geval zijn zal1 zoo zegt hij4 ,niet uit een overeenkomst of een contract leidt ,st4 ,thomas de rechtsmacht van den staat af en de plichten der onderdanen tegenover de gemeenschap1 maar uit het wezen of den aard der burgerlijke societeit1 die vast omschreven is voor hem1 wijl zij is een natuurlijk en geen willekeurig iets2 wijl de staat een door 's menschen natuur onafhankelijk van zijn vrijen wil aangegeven en daarom bepaald middel is tot zijn doel4 #bjd ,de mensch is voor ,st4 ,thomas een pars1 een deel der gemeenschap2 het deel is onvolmaakt ten overstaan van het geheel1 en zoo is de mensch voor de societeit2 en daarom kan hij ter harer wille worden opgeofferd1 zoo het noodig is1 voor het welzijn van het geheel4 ,van den anderen kant echter is de mensch een persoon1 die blijft1 zich niet verliest in de gemeenschap4 ,de gemeenschap is middel voor den mensch en de mensch middel voor de gemeenschap1 doch niet geheel en al terwille der gemeenschap alleen bestaat hij1 gelijk de redelooze wereld alleen voor den mensch4 ,daaruit volgt nu1 dat het staatsgezag niet kan zijn ten bate der overheid1 maar dat alle gezag1 is ter wille der onderdanen in hun geheel1 het goed zijn van alle ondergeschikten4 ,het bonum commune is het doel der staatsoverheid4 ,om hierbij een woord te zeggen over ,grotius' strafrechts-theorie2 hij bepaalt de straf juist gelijk de scholastiek2 hij verschilt van ,st4 ,thomas in het afleiden van de bevoegdheid van den staat om misdadigers te straffen2 ,grotius wil1 dat dit recht ontstaat door een overeenkomst2 het den persoon eigen recht is afgedragen aan de gemeenschap of aan de overheid2 terwijl ,st4 ,thomas meent1 dat aan de overheid dit recht toekomt1 omrede het een middel en wel een noodwendig middel is tot instandhouding der menschelijke gemeenschap4 #bje ,de zienswijze van ,grotius berust weder op zijn individualisme4 ,alle rechten van de gemeenschap waren oorspronkelijk rechten der afzonderlijke personen2 langs contractueelen weg zijn zij overgegaan4 ,dat de menschen levend in een natuur-toestand de bevoegdheid hadden om te straffen1 berust verder voor hem op de noodzakelijkheid der straf voor het sociale leven1 terwijl van den anderen kant den misdadiger geen onrecht gedaan wordt1 wijl hij de straf verdiende4 99 99 99 99 99 ,gewiss1 zoo schrijft ,w4 ,dilthey1 gewiss umgiebt den ,melanchton1 die ganze ,tradition der ,vter und ,scholastiker4 ,ihre ,begriffe sind ihm bekannt4 ,sie werden von ihm bentzt4 ,aber der metaphysische ,zusammenhang1 in welchen diese ,begriffe bei den ,scholastikern stehen1 ist fr ihn unbrauchbar4 #bjf ,wat ,w4 ,dilthey over ,melanchton zegt1 zou men met evenveel recht kunnen zeggen over ,grotius4 ,ook in ,grotius leeft nog de traditie van vroegere eeuwen1 maar ook voor hem1 is de metaphysische ,zusammenhang1 in welchen diese ,begriffe bei den ,scholastikern stehen1 444 unbrauchbar2 hij kent of begrijpt dien samenhang niet meer1 en daaruit is te verklaren1 hoe zijn systeem1 ofschoon essentieel verschillend van dat der scholastieken1 toch ontelbaar vele aanknoopingspunten vertoont met het systeem der laatstgenoemden4 ,het zou ons te ver voeren ze op te sommen4 ,op eenige kunnen wij de aandacht vestigen2 ,grotius beschouwt den mensch als sociaal en redelijk wezen1 en bouwt op deze menschelijke eigenschappen zijn moraal en rechtsleer4 ,hij spreekt van een natuurwet en daarneven van een stellige wet1 die een goddelijke of een menschelijke kan zijn1 en die hij gelijk de scholastieken bepaalt4 ,bijna gelijk ,grotius definieert ,leonardus ,lessius #bjg het natuurrecht4 ,jus naturale1 schrijft deze1 dicitur1 quod ex ipsis rerum naturis oritur1 sive ex natura rationali4444 ,unde ejus rectitudo1 supposita existentia naturae humanae1 non pendet ex aliqua libera ordinatione ,dei1 vel hominis1 sed ex ipsa natura rerum4 ,voor ,grotius is daarom de lex naturalis onveranderlijk1 zoowel als voor de scholastieken1 en hij spreekt de taal der school1 als hij hare onveranderlijkheid bewijst4 ,daarom ook zijn er voor de ,groot handelingen1 die op zich zelf goed of op zich zelf kwaad zijn4 ,ook in de behandeling van zijn onderwerp volgt hij de school2 zijn methode is scholastiek4 ,gelijk ,hely #bjh ergens zegt3 ,grotius geeft verdeelingen tot in het oneindige1 en beschouwt de vraag1 die hij behandelt1 uit verschillende gezichtspunten4 ,dit alles was wel de reden1 waarom sommigen meenden1 dat ,grotius heel en al meeging met ,st4 ,thomas2 te meer nog wijl ,grotius zich openlijk uitsprak ten gunste der school2 wijl hij de denkers der voorgaande eeuwen bewonderde4 ,grotius beoordeelt de scholastiek wel wat gunstiger dan ,kaltenborn4 ,deze durft zeggen1 die ,dialektik 7der scholastiek7 ist ,spitzfindig und weitschweifig1 444 die ,darstellung unklar1 unverstndlich1 voller ,sprungs und ,widersprche4 #bji ,scholastici1 zegt de ,groot1 quantum ingenio valeant1 saepe ostendunt3 sed in infelicia et artium bonarum ignara saecula inciderunt3 ejus minus mirum1 si inter multa laudanda1 aliqua et condonanda sunt4444 ,tamen ubi in re morum consentiunt1 vix est1 ut errent1 quippe perspicaces admodum ad ea videnda1 quae in aliorum dictis reprehendi possunt3 in quo ipso tamen diversa tuendi studio laudabile praebent modestiae exemplum1 rationibus inter se certantes1 non qui mos nuper adeo litteras inquinare coepit1 comitis turpi foetu impotentis animi4 #baj ,als ,grotius ,benjamin ,maurerius aanzet tot de studie van het openbare recht1 en dezen de auteurs aanwijst bij zijn studie te raadplegen1 is het niet alleen ,plato en ,cicero1 maar ook ,thomas ,aquinatis1 die onder de aanbevelingswaardige schrijvers vermeld wordt4 ,neque poenitebit1 ex scholastisis ,thomam ,aquinatem si non perlegere1 saltem inspicere secunda parte secundae partis libris1 quem summam theologiae inscripsit4 #baa ,al wordt de engelachtige leeraar steeds aangehaald met de woorden1 ,thomas of ,thomas ,aquinatis1 gelijk ook zijn heilige voorgangers1 en nimmer als ,st4 ,thomas1 dit was slechts een teeken van ,grotius' protestantisme1 niet van dweperij of fanatieken haat tegen al wat roomsch was4--,integendeel de roomsche wetenschap1 als wij dit woord mogen gebruiken1 was hem lief en bijzonder de wijsheid der school4 ,even gelijk ,erasmus1 haatte ,grotius wel het gefilosofaster der #ae;e en #af;e eeuw1 maar niet de wijsbegeerte van de meesters der #ab;e en #ac;e eeuw4 ,van ,suarez zegt ,grotius in een zijner brieven3 ,nam quorsum tantus ,suarezii contemptus1 hominis1 si quid recte judico1 in ,philosophia1 qui hoc tempore connexa est scholastica1 tantae subtilitatis1 ut vix quemquam habeat parem4 #bab ,dit tweevoudige feit1 zijne liefde voor de scholastieken en het meegaan met hen in vele ondergeschikte punten1 bracht sommigen ertoe zonder verder onderzoek ,grotius onder de volgelingen der school te rangschikken4 ,dat zij zich door den schijn lieten misleiden1 is zeker4 ,welke de genealogie van ,grotius ideen is1 kunnen wij nog in 't kort aangeven4 ,vragen wij ons eerst af1 in welk midden ,grotius leefde1 en welke gedachten-invloed hij van buiten onderging4 ,want dat de kring der ideen1 waarin men leeft1 onze eigen ideen en onze gedachten eenigszins zal benvloeden1 wellicht zelfs in hooge mate1 valt niet te ontkennen4 ,grotius en de omgeving1 waarin hij leefde4 ,niet slechts in een kring van rechtsgeleerden leefde ,grotius1 zijn vrienden waren ook ,jos4 ,scaliger1 ,justus ,lipsius1 ,cansabonus1 ,hooft en zelfs ,vondel4 #bac ,ook het litterarisch schoon trok hem aan4 ,en hier vooral is het dat wij den sleutel vinden van ,grotius stellingen4 ,beschouwen wij een oogenblik de rechtsgeleerde wereld waarin hij leefde4 ,de rechtsgeleerden1 waarmee hij in nauwer betrekking stond1 waren op de eerste plaats de professoren van ,leiden1 mannen1 die hun tijd en talent besteedden aan het leveren van commentaren op 't romeinsche recht2--het waren op de tweede plaats de schrijvers1 vooral over 't publieke recht4 ,grotius zelf noemt ze in de voorrede van de ,jure ,b4 ac ,p4 ,het waren de schrijvers van ,summa's over gewetenszaken1 het waren ,franciscus ,victoria1 ,henrions v4 ,gorkum1 ,wilhelm ,matthaeus #bad2 ,joannis ,lupus1 ,franciscus ,aria1 ,joannis de ,lignano1 ,martinus ,laudensis4 ,het waren1 ,faber1 ,balthazar ,ayala en bovenal ,alberic ,gentilis #bae4 ,behalve dezen1 die ,grotius noemt1 kende hij voor het recht ontelbare andere schrijvers van naam4 ,het blijkt uit zijn citaten4 ,grotius' eruditie in n woord was verbazend4 ,grotius had een voorliefde voor het publieke recht1 en het is hier1 dat hij partij kiest voor de een of andere meening4 ,want critiseert ,grotius de methode van al zijn voorgangers1 hij critiseert niet aller ideen4 ,hij wikt en weegt ze1 en toetst ze aan principen1 die1 naar zijn meening1 algemeen en onafwijsbaar waren4 ,bouwstoffen vond hij en die gevonden bouwstoffen heeft hij geordend4 ,l'homme de gnie1 que l'on appelle le fondateur d'une science ne fait que rattacher ses lments dj existents3 il se borne runir ses membres pars1 leur insuffler le souffle de la vie4 #baf ,met de individualistische rechtstheorin zijner voorgangers ging ,grotius mede1 en trachtte hun goed recht te bewijzen uit van te voren aangenomen beginselen1 en wijzigde vervolgens die rechtstheorin volgens de eens aangenomen principen4 ,waar vond echter de ,groot de beginselen zijner individualistische rechtsleer8 ,de weg werd hem gewezen door ,erasmus1 ,coornhert1 ,thomas ,morus en anderen1 door de humanisten in n woord4 ,dit brengt ons als van zelf er toe te spreken over een anderen kring van ideen1 waarin ,grotius leefde1 over het humanisme4 ,de scholastiek was na glorievolle dagen een tijdperk ingetreden van allengskens grooter en dieper verval4 ,zij was opgegaan in een ijdel woordenspel4 ,terzelfder tijd kwam in ,holland van uit ,itali en ,duitschland de kennis der grieksche en romeinsche oudheid4 ,ook hier kende de bewondering hunner kunstwerken weldra geen grenzen4 ,maar met de bewondering voor de vorm-schoonheid1 waarin men zijn gedachten had weergegeven1 kwam ook liefde voor die gedachten der ,grieken en ,romeinen zelf4 ,zoo vormde zich de partij der renaissance onder den invloed der oude wijsheid1 geholpen door de groote vlucht1 die de wetenschappen namen1 terwijl de scholastiek daarentegen geen kracht bezat1 het denken in andere banen te leiden4 ,daaraan dankte de partij der renaissance haar ontstaan1 en als wachtwoord koos zij3 de autonomie der menschelijke rede4 ,voor het tribunaal der menschelijke rede hadden zich alle instellingen der volken1 had zich alles te verantwoorden1 gelijk ,dilthey zegt4 ,de protestanten der #ag;de eeuw noemden sommigen hunner partijgenooten libertijnen1 #bag het waren de humanisten1 die het roomsch geloof verlaten hadden1 niet om een nieuw dogma van ,luther of ,calvijn aan te hangen1 maar om zelfstandig te kunnen denken4 ,behalve de godsdienst-wetenschappen waren het vooral de zedekundige vraagstukken1 waarmee velen der humanisten zich gingen bezighouden4 ,de zedenleer was grondslag der rechtsstudie1 en zoo vinden wij ,grotius1 den rechtsgeleerde bij uitnemendheid op zijn plaats te midden der humanisten4 ,waar de humanisten de bouwstof voor hun wijsgeerigen arbeid zullen zoeken en vinden1 laat zich gemakkelijk raden4 ,het was bij hun gevierde auteurs4 ,vooral het neo-stoicisme trok velen aan2 en werkelijk veel schoons en waars was hier te vinden4 ,wij vinden het neo-stoicisme in meer of minder oorspronkelijkheid bij ,erasmus #bah en ,coornhert #bai bij ,melanchton #bbj en ,lipsius4 #bba ,met dezen nu ging ook de ,groot mede4 ,grotius en de romeinsche ,stoa4 ,grotius sluit zich aan bij de naturalistische moraal van een ,marcus ,aurelius1 ,cicero en ,seneca1 bij ,zenon en ,chrysippus4 ,evenals zij beschouwt hij de zedenleer als een soort physica1 natuurkunde4 ,de natuurkunde zoekt de wetten der redelooze wereld1 de zedenleer de wetten der redelijke wereld2 hoe handelt van nature het met verstand begaafde schepsel1 de mensch4 ,niet alleen in het opzetten der vraag1 ook in de uitwerking van het probleem gaat ,grotius niet hen mede4 ,niet gelijk voor ,hobbes is volgens hem de mensch een egostisch wezen1 neen de mensch is sociaal en redelijk4 ,het sociaal zijn van den mensch berust voor hem gelijk voor ,cicero1 op het idee eener algemeene broederschap tusschen de menschen onderling1 en evenals voor dezen laatste volgt daaruit1 dat het een gruwel is1 elkander kwaad te doen1 wijl dit tegen onze natuur is4 ,het was de omwerking van ,aristoteles' gezegde1 later door ,st4 ,thomas overgenomen3 ,homo est animal sociale4 ,grotius verbetert ,cicero1 als deze laatste wil1 dat onze goedgezindheid niet verder gaat1 dan tot degenen1 die ons geen kwaad doen4 ,ook tegenover zeeroovers bijv4 gelden de sociale plichten4 #bbb ,dat er niet slechts tusschen1 de menschen1 maar ook tusschen ,god en den mensch1 een societas is1 ook dit had ,cicero reeds beweerd4 ,est igitur1 quoniam nihil est ratione melius1 exque in homine et in ,deo1 primo homini cum ,deo societas4 #bbc ,dat de rede den mensch meer dierbaar moet zijn dan zijn lichamelijke geneigdheden1 verkondigden ook zij2 de voldoening onzer lusten is slechts goed1 in zooverre zij redelijk is4 #bbd ,dezelfde plaats als bij ,grotius1 bekleedt ,god in de leer der ,romeinsche ,stoa over het natuurrecht4 ,ook toen reeds had men ingezien1 dat het voor het praktisch leven1 niet voldoende was al begreep de mensch1 dat het redelijk en goed1 dat het door zijn natuur gewild1 en plicht was gezellig samen te leven met die van zijn geslacht waren1 en er tevens een daarmede samenhangende natuurlijke sanctie was van het recht2 een hoogere sanctie was noodig en men vond die bij ,god4 ,hielden sommigen1 dat de natuurwet een goddelijke wet was1 dewijl zij de natuur vereenzelfdigde met ,god1 anderen1 ofschoon erkennend1 dat de ,schepper onderscheiden was van zijn schepping1 zagen in de natuurwet een goddelijke wet1 wijl de ,schepper bij de schepping gewild had1 dat zulke beginselen in ons waren1 ,hij had ze ons immers gegeven4 ,het is niet te verwonderen1 dat ,grotius in zijn theorin over privaat-eigendomsrecht1 #bbe over rechten en plichten van onderdanen en oversten1 over strafrecht1 enz4 de zienswijze van het neo-stoicisme deelen zal4 ,deze theorien immers waren slechts de logische toepassing van algemeene beginselen op bijzondere onderwerpen4 ,om een enkel voorbeeld te noemen4 ,zoo beschouwde ook ,cicero1 #bbf het privaateigendomsrecht1 als een lex humana2 welks ontstaan hij beschrijft met bijna dezelfde woorden als de ,groot4 ,cicero en ,grotius met hem1 besluit daaruit1 dat het privaateigendomsrecht daarom1 gelijk elke door een menschelijken wil geworden wet1 dient verklaard te worden1 uit hetgeen men redelijker wijze denken kan1 dat degenen wilden1 die deze wet invoerden4 ,den wil der instellers dezer wet nasporend1 komen zij dan tot het besluit1 dat sommige niet echter alle zaken1 toeeigenbaar zijn1 dat er voor allen een zeker recht blijft1 ook op de als privaat goed bezeten zaken1 in zooverre dit recht overeen te brengen is met het recht van den eigenaar1--dat in geval van uitersten nood het privaateigendomsrecht ophoudt te bestaan4 ,cicero1 ,seneca en ,plato kennen1 om dezelfde reden als ,grotius1 allen de bevoegdheid toe te straffen4 ,allen willen van nature de gemeenschap1 en hebben dan ook recht op de noodige middelen tot instandhouding der gemeenschap1 waaronder valt het toepassen van straf4 ,nihil est homini utilius homine altero zeide ,cicero1 en bewees daaruit1 dat de een mocht straffen ter wille van den anderen4 ,dat het straffen om te straffen1 enkel uit wraakzucht slecht was1 leerden reeds de romeinen #bbg1--zij achtten de doodstraf rechtvaardig1 zelfs ooit als correctioneele straf1 dewijl het ooit beter kon zijn voor den schuldige te sterven dan te leven1 dan n4l4 als geen beterschap maar nog iets erger te vreezen was2--zij spoorden de strafrechters aan de straf1 uit liefde voor den schuldige1 tot een minimum te reduceeren4 ,wat ,grotius' staatsleer betreft1 ook hier is de invloed van het neo-stoicisme goed merkbaar4 ,de bepaling van wat de staat is1 vindt ,grotius bij ,cicero3 ,fruendae justitiae causae reges esse institutos #bbh ,ook volgens ,cicero is de souvereine macht niet altijd bij het volk2 het volk kan zich aan anderen onderworpen hebben4 ,en hij geeft bijna dezelfde reden aan1 waarom een volk zich aan anderen onderwerpt als ,grotius4 #bbi ,seneca had reeds de drie regeerings vormen beschreven1 zoo goed als ,aristoteles3 ,interdum populus est1 quem timere debeamus2 interdum1 si ex civitatis disciplina est1 ut plurima per senatum transigantur1 gratiosi in ea timentur viri2 interdum singulis quibus potestas populi in populum data est4 #bcj ,grotius vindt het een waar gezegde1 het gezegde van ,cicero3 mihi pax omnibus cum civibus bello civili utilius videtur1 en zegt daarom met den laatste1 dat noodweer en zelfverdediging slechts zeer zelden1 ja1 buiten gevallen van al te diep ingrijpende rechtsverkrachting1 bijna nooit geoorloofd is4 #bca ,grotius' leer over de verhouding van ,kerk en ,staat1 blijkt eveneens in nauw verband te staan met de leer van het oude ,rome4 ,hij zag het bovennatuurlijk karakter der kerk over het hoofd1 en daarmede1 dat haar rechten hooger staan1 dan de rechten van den staat4 ,dit zoodanig beschouwen van den godsdienst1 wekt geen verwondering4 ,de aanhangers van ,luther en ,calvijn1 noemden ,erasmus en zijne partijgenooten1 waartoe ook ,grotius behoorde1 niet zonder grond ,libertijnen1 zooals wij reeds boven opmerkten4 ,zij hadden de moederkerk niet verlaten om een nieuw dogma aan te hangen1 een dogma gegeven door ,luther of ,calvijn1 maar om vrij te zijn1 om een natuurlijken godsdienst1 op de rede gegrond1 en daarom door niemand te loochenen1 op te bouwen4 ,ook dit werken vond zijn verklarende oorzaak in het humanisme1 en staat onder den invloed der heidensche wijsbegeerte4 ,de verdiensten van ,hugo de ,groot ,laat het waar zijn1 dat ,hugo de ,groot in zeer nauwe betrekking staat tot de romeinsche ,stoa1 en van hen bijna alles overneemt1--bijna alles1 want het christen geloof1 dat ,grotius belijdt1 heeft invloed op zijn begrippen1 #bcb maar deze invloed is slechts secundair1--dit sluit nog niet in1 dat zijn naam niet met eere zou kunnen genoemd worden in de geschiedenis der wetenschappen4 ,ook wij meenen1 dat ,grotius' werkelijke verdiensten niet gering zijn4 ,inderdaad men moet hulde brengen aan ,huig de ,groot1 le jurisconsulte du genre humain gelijk ,vico hem noemt4 ,waarom echter8 ,wij zijn het niet eens met ,glafey #bcc1 voor wien ,grotius' grootheid hierin bestaat1 dat hij zoowat het eerst iets wetenschappelijks te berde bracht over natuur-en volkenrecht4 ,alles wat de scholastieken gezegd hadden over deze onderwerpen1 had1 volgens zijn bewering1 volstrekt geen waarde4 ,wat de oudheid hierover ons naliet1 was van weinig beteekenis4 ,schmausz #bcd1 ,van ,kaltenborn #bce1 ,nijs #bcf en ,gierke #bcg hebben de meening van ,glafey voor eens en voor goed weerlegd2 zij bewezen1 dat de geschiedenis der rechts-en staatswetenschappen1 zelfs die van het volkenrecht1 van vr ,grotius dateert4 ,er was een ,thomas geweest1 een ,ferd4 ,vasquez1 #bch een ,suarez2 #bci ,molina #bdj1 ,leon-,lessius #bda1 ,didacus ,covarruvias #bdb ,dominicus ,soto1 #bdc ,albertus ,bolognetus #bdd4 ,vr ,grotius schreef reeds ,melanchton #bde1 ,stephani1 #bdf ,meissner #bdg1 ,oldendorp #bdh1 ,wincler #bdi1 ,hemmingius #bej1 ,jean ,bodin #bea1 ,althusius om enkele der meest bekenden te noemen1 uit de middeleeuwen en den vr-grotiaanschen tijd4 ,die controverse1 ob und wie weit1 gelijk ,gierke #beb zegt1 ,wille 7voluntas7 oder ,vernunfteinsicht 7intellectus71 die eigentliche ,substanz des ,naturrecht und darum zuletzt alles rechtes ist1 bestond reeds vr ,grotius4 ,zulke discusies bewijzen toch wel1 dat men zeer ernstig nadacht over het natuurrecht1 en dat er aangehouden begrippen bestonden omtrent zijn aard en wezen4 ,met scherpte waren reeds de voornaamste stellingen der staatsleer omlijnd geworden4 ,zoo wat de theorie van het staatsverdrag betreft1 die ten grondslag ligt aan ,grotius' staatsleer1 ook zij was door ,grotius' voorgangers uitgewerkt4 ,het is in de #af;e eeuw vooral1 dat deze theorie1 reeds vroeger door enkelen verdedigd1 haar rol begint te spelen1 en de gedachten beheerscht4 ,vooral aan ,althusius was het te danken4 ,de burgerlijke gemeenschap1 de staat1 berust voor dezen1 op een daad van den menschelijken wil2 die daad splitst zich in twee in die beiden ,glieder des ,gesellschaftvertrages1 gelijk ,gierke #bec zegt1 und des ,herrschaftsvertrages4 ,is er eene wettige staatsmacht1 dan is er een overheidscontract vooraf gegaan4 ,dit volgde uit zijn beginsel3 alle recht der overheid kan zich alleen gronden op een vrijwillige en contractueele onderwerping der gezamelijke onderdanen4 ,geen heerschappij is rechtmatig1 tenzij die1 welke legitimo et ordinaris jure a populo et communitate manasse constat dit hield ook ,suarez 7,,iii c4 #d47 en met hem vele anderen4 #bed ,met ,grotius en ,puffendorf1 werd deze leer een vaststaand dogma2 de strijd ging voortaan slechts over de beteekenis van dit verdrag van volk en overheid1 en zijn omvang4 ,de overheid kreeg door deze overeenkomst absolute macht1 beweerden sommigen1 terwijl anderen er hunne leer over volkssouvereiniteit meenden uit te kunnen afleiden4 ,zoo waren de door hen algemeen aangenomen stellingen de volgende4 ,het geheel1 het volk1 draagt zijn bestieringsrecht aan een ander over1 contraheert1 moet dus zijn een zedelijk persoon1 bekwaam om een verbintenis aan te gaan4 ,hoe is nu de menigte een nheid on wel een zedelijke eenheid1 die sui juris is8 ,door een onderlinge overeenkomst om samen te leven1--door een sociaal verdrag4 ,zoo was de staat een dubbele persoonlijkheid1 n geworden door een verdrag2 de staat was het volk n de overheid4 ,eerst ,hobbes critiseerde dit dualisme4 ,was de staat het verdrag tusschen overheid en volk1 dan moesten ook de contracteerende partijen blijven2 zoolang zij bleven1 bleef de staat2 men nam aan met ,seneca ,manet idem fluminis nomen1 aqua transmissa4 ,het volk is als een onsterfelijk1 bij het komen en gaan zijner leden1 identisch voortbestaand geheel4 ,rousseau schrapte uit zijn staatsleer het onderwerpings-verdrag en stelde daarmee een revolutionnaire daad4 ,om terug te komen bij ,grotius1 heeft hij iets anders gedaan1 dan deze leer opgenomen in zijn systeem8 ,wat het volkenrecht aangaat1 hierover zegt ,e4 ,nijs3 ,l',italie avec ses juristes1 et ses diplomates1 l',espagne avec ses grands scholastiques et ses fonctionaires de la puissante monarchie de ,charles-,quint1 la ,france avec ses nobles initiateurs qui ont nom1 ,honor ,bonet et ,christine de ,pisan1 l',angleterre avec ses lgistes de la couronne fondent vritablement le droit des gens modernes4 ,et en effet1 il faut se garder de la dater de ,grotius4 #bee ,wij kennen een ,victoria een ,suarez1 een ,alberic ,gentilis #bef1 en een breede rij van schrijvers over het recht van den oorlog4 ,victoria had het volkenrecht reeds nader bepaald4 ,hij zegt3 quod naturalis ratio inter omnes gentes constituit1 vocatur jus gentium4 ,suarez had het zeer nauwkeurig bepaald4 ,humanum genus1 zoo schrijft hij1 quantumvis in varios populos et regna divisum1 semper habet aliquam unitatem non solum specificam1 sed etiam quasi politicam et moralem quam indicat naturale praeceptum mutui amoris et misericordiae1 quod ad omnes extenditur1 etiam extraneos et cujus cumque nationis4 ,quapropter1 licet unaquaeque civitas perfecta1 respublica aut regnum1 sit in se communitas perfecta et suis membris constans1 nihilominus quaelibet illarum est etiam menbrum aliquo hujus universi1 prout ad genus humanum spectat2 nunquam enim illae communitates adeo sunt sibi sufficientes sigillatim1 quin indigeant aliquo mutuo juvamine et societate ac communicatione1 interdum ad melius esse majoremque utilitatem1 interdum vero etiam ob moralem necessitatem et indigentiam1 ut ex ipso usu constat4 ,hac ergo ratione indigent aliquo jure1 quo dirigantur et recti ordinentur in hoc genere communicationis et societatis4 ,et quam vis magna ex parte hoc fiat per rationem naturalem1 non tamen sufficienter et immediate quoa omnia2 ideoque aliqua specialia jura potuerunt usu earumdem gentium introduci4 ,nam sicut in una civitate1 vel provincia consuetudo introducit jus1 ita in universo humano genere potuerunt jura gentium moribus introduci4 ,eo vel maxime quod ea quae ad hoc jus pertinent et pauca sunt et juri naturali valde propinqua1 et quae facillimam habent ab eo deductionem adeoque utilem et consentaneam ipsi naturae1 ut licet non sit evidens deductio tamquam de se omnino necessaria ad honestatem morum1 sit tamen valde conveniens naturae et de se acceptabilis ab omnibus4 #beg ,het verraadt dus wel een volslagen onkunde van den vr-grotiaanschen tijd1 ,grotius te beschouwen als den eerste1 die nadacht over natuur-en volkenrecht4 ,zijn wij het niet eens met ,glafey1 wat sommige anderen in den laatsten tijd over de ,groot gezegd hebben1 zouden wij evenmin willen onderschrijven4 ,d'avoir fait de la raison un instrument de dduction scientifique en matire de morale et de droit1 is volgens sommigen1 gelijk ,e4 ,descamps #beh zegt1 ,grotius' verdiensten4 ,men vergeet dan echter1 gelijk dezelfde schrijver opmerkt1 dat ook de scholastieke doctors dit procd kenden1 en1 wat meer is1 toegepast hebben4 ,pradier-,fodr en ,basdevant hebben een andere ontdekking gedaan4 ,ni ,bodin1 zoo zegt de eerste1 #bei ni ,bacon n'avaient souponn la question du droit naturel et n'avaient tent une explication philosophique de la nature humaine4 ,poser la question du droit naturel1 c'tait ni plus ni moins se mettre en face de la thologie et en guerre avec elle4 ,il fallut pour cette oeuvre une poque de lutte et de libert religieuse1 le temps de ,selden et de ,grotius4 ,il ne faut pas croire cependant1 que ,grotius ait voulu isoler l'homme de ,dieu1 et mconnaitre l'autorit qu'excerce dans la vie humaine et dans l'histoire la religion1 qui est la metaphysique des nations4 ,j4 ,basdevant #bfj schrijft3 ,grotius dgage le droit naturel de la thologie et de la mtaphysique4 ,il en fait matire une tude scientifique sur la nature sociable de l'homme4 ,c'est parce qu'il s'est attach cette conception et l'a rpondue dans les esprits1 qu'il a t considr comme pre du droit naturel4 ,of hier de werkelijke verdiensten van de ,groot zijn aangegeven8 ,ik zou het betwijfelen4 ,was het waar1 dat ,grotius de eerste was1 die een wijsgeerige uitlegging beproefde van de menschelijke natuur2 was het waar1 dat hij vr alle anderen op de gedachte kwam het natuurrecht nu eens wijsgeerig te behandelen2 dan1 ja1 kon ,grotius1 ook afgezien van de deugdelijkheid zijner philosophie1 aanspraak maken op de erkentelijkheid van het menschelijk geslacht4 ,maar zoo men zulks beweert1 ziet men het wijsgeerig werken der middeleeuwen op dit gebied over het hoofd4 ,en nu kan het wel gebeuren1 dat men de beschouwingen der school over het natuurrecht theologische en metaphysische beschouwingen meent te moeten noemen1 en geen wijsgeerige4 ,dit echter zou berusten op een wanbegrip4 ,want vooreerst al behandelden de scholastieken het natuurrecht bij gelegenheid van de theologie1 daardoor is het nog niet zeker1 dat zij dat onderwerp niet philosophisch1 maar theologisch behandelden4 ,kaltenborn heeft zich ongetwijfeld vergist1 als hij zegt1 dat men het natuurrecht aannam1 alleen op grond van een schriftuurtekst4 ,wil men de ,summa ,theologica van ,st4 ,thomas openslaan1 dan wordt het voor elkeen1 die zien kan1 duidelijk1 dat er neven theologische gronden1 ook wijsgeerige gronden worden aangegeven1 en dat deze zelfs de grootste plaats innemen4 ,men verwarde geen philosophie met theologie1 of liet de eerste niet opgaan in de tweede1 men onderscheidde deze twee wetenschappen1 versmaadde echter niet het licht der openbaring1 ook in de wijsbegeerte4 ,dat verder de philosophische verklaring van 's menschen natuur1 onphilosophisch zou worden1 zoo men er de metaphysiek bij te pas brengt1 och ja1 dit is het subjectieve oordeel der positivisten1 dat men zou moeten bewijzen waar te zijn ook in de objectieve wereld4 ,ik geloof liever1 hetgeen ,fonsegrive schrijft3 ,la mtaphysique supprime la morale ne peut tre qu'une physique des moeurs4 #bfa ,het gaat dus niet op1 de ,groot als den vader van het natuurrecht te beschouwen1 op titel van deze stof het eerst wijsgeerig te hebben behandeld4 ,beter noemde men hem eenvoudig den epocheman1 den baanbreker1 voor een nieuwe wijsgeerige richting4 ,wat een andere bewering betreft1 deze nl41 dat de ,groot de scheiding van moraal en recht wel niet voltrokken zou hebben1 maar toch onder de voorloopers van ,thomasius en ,kant zou zijn te rekenen1 ook dit is onwaar2 want de ,groot wil1 dat ook de rechtsplichten van den mensch ethische plichten zijn4 ,men misdoet in geweten1 als men ingaat tegen zijn sociale natuur2 en ook hij zegt1 dat men kan spreken van rechtvaardigheid1 een deugd van den wil1 om een ander te geven wat hem toekomt1 en van het recht in objectieven zin1 als hetgeen wat iemand toekomt4 #bfb ,welke zijn dan wel ,grotius' verdiensten8 ,met recht kan men hem noemen den vader van natuur- en volkenrecht1 mits men deze woorden in een bepaalden zin opneme4 ,als men daardoor versta1 dat ,grotius het natuur-en volkenrecht heeft verheven tot den rang eener afzonderlijke wetenschap4 ,als men1 gelijk ,meyer #bfc zegt1 door ,grotius vader te noemen van natuur-en volkenrecht1 meer denke aan den vorm1 waarin hij die zaken heeft voorgedragen1 dan aan die zaken zelf4 ,grotius was de eerste1 die van natuur-en volkenrecht een afzonderlijke wetenschap maakte1 want bij al de schrijvers1 en zij zijn legio1 over oorlog en vrede en over aanverwante onderwerpen1 hebben wij slechts traktaatjes over bijzondere onderwerpen1 wij missen een geheel4 ,wij missen misschen wel niet een nauwkeurige bepaling van natuur-en positief recht1 van volkenrecht1 maar deze bepalingen bijeen1 in verband met elkaar1 en in verband met het daaruitvolgende2 n4l4 wat de mensch te doen of te laten heeft overal en altijd1 wat hem vrijstaat te doen of niet te doen2 wat hem in het praktische leven geoorloofd is of niet1 al naar gelang hij door zich zelf verplicht is geworden tot iets1 of door ,god2 ziedaar wat tot dan toe ontbrak4 ,herhalen we nog eens de woorden van ,robert ,flint1 gelijk ,e4 ,nijs ze vertaalt3 ,l'homme de gnie1 que l'on appelle le fondateur d'une science ne fait que rattacher ses lements dj existants2 il se borne runir ses membres pars1 leur insufler le souffl de la vie4 #bfd4 ,vr ,grotius was veel gewerkt4 ,toute la dernire partie du moyen ge a un caractre juridique prononc2 au fond de toute son histoire se trouve l'ide du droit4 #bfe ,behalve de rechtsgeleerden1 hebben ,erasmus1 ,coornhert1 ,thomas ,morus1 ,lipsius aan ,grotius bouwstof geleverd1 zoowel als ,montaigne en zijn leerling ,charron1 zoowel als ,bacon en ,herbert de ,cherbury4 ,kortmartus #bff beweerde zelfs1 dat ,grotius ,montaigne niet alleen in vele punten gevolgd heeft1 maar zelfs de verbo ad verbum annotavit4 ,zeker is het1 dat ,michel de ,montaigne 7#aecc-aeib7 het ethisch1 aan ,socrates en het stocijnen herinnerend1 princiep3 zedelijk leven is leven volgens zijn natuur1 zoo goed als ,grotius huldigde4 ,charron 7#aeda--afjc7 zeide3 ,alle wijzen leeren1 dat het goede leven het leven is volgens de natuur1 en dat het hoogste goed is1 met zich zelf over een te stemmen4 #bfg ,bij ,bacon is de natuurwet1 de sociale1 op het welzijn van het geheel gerichte1 aandrift der afzonderlijke personen1 in overeenstemming gebracht met de aandrift tot zelfbehoud4 ,herbert de ,cherbury 7#aeha-afdh7 spreekt van communes notitiae die voor hem de grondslagen worden van zedelijkheid en van recht4 ,grotius vond de bouwstof bereid en verwerkt1 zijn genie vond het middel ze te ordenen tot eenen bouw1 tot een geheel4 ,dit is zijn verdienste4 ,zoo b4v4 had ,alberic ,gentilis1 die door ,grotius dankbaar wordt herdacht1 #bfh zich te veel op autoriteit beroepen1 zonder zelf eens te zien1 hoe zwaar de autoriteit van sommige rechtsgeleerden woog4 #bfi ,voegen wij hierbij nog deze vraag3 ,behoorde ,grotius tot de in die dagen zoo dikwijls genoemde en zoo heftig bestreden politici1 die ,thomas ,stapleton #bgj ons beschrijft8 ,grotius was eerder een hen tegenovergestelde meening toegedaan4 ,hij erkende in de overheid een recht en een plicht uit te komen voor den godsdienst en hij wil1 dat men eerder ,god moet gehoorzamen dan de menschen4 ,ons oordeel over ,grotius4 ,aan zijn de ,jure ,belli ac ,pacis hebben wij in het begin gezegd1 dankt ,grotius zijn onsterfelijkheid1 en geen wonder1 kunnen wij er bijvoegen hier is een meesterwerk1 alleen een genie kon het tot stand brengen4 ,een meesterwerk is de ,jure ,belli ac ,pacis om de zooeven aangegeven reden4 ,de ,jure ,belli ac ,pacis moest naar de bedoeling des schrijvers de onomstootelijke1 voor allen klare en evidente beginselen aangeven van recht en zedelijkheid en daardoor medewerken aan het practisch naleven der instinctmatig gevoelde rechten en plichten der volken en der menschen onderling4 ,het moest1 de volken en de vorsten1 die in deze wereld geen rechters hadden1 er aan herinneren1 dat zij oneerlijk kunnen doen en onrecht bedrijven1 maar dat zij dan een eeuwigen rechter1 wiens macht geweldig is1 te vreezen hadden4 ,in die poging is ,grotius voor eenigen tijd geslaagd2 het is ontegenzeggelijk1 dat hij een heilzamen invloed heeft uitgeoefend op de toestanden dier dagen en zelfs later4 ,de kunst des meesters lag hierin1 dat hij het oude in vele punten1 in de meeste zelfs1 kon bewaren met nieuwe middelen1 die in den geest des tijds waren1 met nieuwe beginselen4 ,of all works1 zoo sprak ,andrew ,d4 ,white1 bij de ,grotius' plechtigheid te ,delft 7#d ,juli #ahii7 not claiming divine inspiration1 that book1 written by a man proscribed and hated both for his politics and his religion had proved the greatest blessing to humanity4 ,more than any other it has prevented unmerited suffering1 misery1 and sorrow2 more than any other it has ennobled the military profession2 more than any other it has promoted the blessings of peace and diminished the horrors of war4 #bga ,il 7,grotius7 travaille noblement faire descendre1 au milieu de tant de fougueux capitaines1 la svre majest du droit2 zegt ,ed4 ,descamps4 #bgb ,heeft ,grotius' werk een zegenrijken invloed gehad op de politiek van het ,europa der #ag;de eeuw en misschien zelfs later1 dit kan ons de oogen niet doen sluiten voor de schaduwzijde van zijn werk4 ,de tijdelijke verbetering1 die ,grotius bracht1 weegt niet op tegen de veel grootere onheilen1 de valsche leeringen1 voor welke hij de baan opende1 met zijn naturalistische moraal en individualistische rechtsleer4 ,met den natuurtoestand tot uitgangspunt te nemen van recht en zedelijkheid leidde ,grotius de moraal en de rechtswetenschappen in een zeer verkeerd spoor4 ,hobbes1 ,spinoza1 ,puffendorf1 ,cumberland1 ,christiaan de ,wolf1 om niet te spreken van ,j4 ,j4 ,rousseau1 even zooveel mannen van naam1 zijn ,grotius in deze richting gevolgd4 ,wat men met dat woord natuurtoestand bedoelde1 moet nog even gezegd worden4 ,puffendorf beschrijft hem ons4 ,l'tat de nature est celui1 o l'on conoit les hommes les uns par rapport aux autres1 en tant qu'ils n'ont ensemble d'autres relations que celle qui est fonde sur cette liaison simple et universelle1 qu'il y a entre eux par la ressemblance de la nature1 indpendamment de toute convention et de tout acte humain qui les ait assujettis les uns aux autres d'une facon particulire4444 ,ceux qui vivent dans l'tat de nature sont ceux1 qui ne sont ni soumis l'empire l'un de l'autre1 ni dpendants d'un matre commun1 et qui n'ont reu l'un de l'autre ni bien ni mal4444 ,le principal droit de l'tat de nature c'est une entire indpendance de tout autre que de ,dieu4 #bgc ,welke plichten de mensch in dien natuurtoestand heeft1 wordt dan verder--en hier komt het vooral op aan--afgeleid uit de neigingen van den mensch1 die de een sociaal1 de andere anti-sociaal1 de een egostisch1 de andere altrustisch noemt of beide te gelijk4 ,van eenzelfde beginsel uitgaand1 vormt men partijen1 al naar gelang men1 gelijk ,grotius en ,puffendorf en ,wolf bijv41 afgaat1 om te weten wat de mensch van nature is1 op den sensus communis op het algemeen en redelijk gevoelen daaromtrent2 ofwel gelijk velen in ,engeland en ,schotland1 een meer wetenschappelijk onderzoek daarnaar instelt4 ,wat ,grotius miste1 het was eene voldoende wijsgeerige vorming4 ,deze ontbreekt hem1 gelijk zij ontbreekt aan de romeinsche stoa4 ,er is wel wat waarheid in de woorden van ,leibnitz #bgd3 ,mons4 ,grotius tait d'un trs grand savoir et1 d'un esprit solide3 mais il n'tait pas assez philosophe pour raisonner avec toute l'exactitude ncessaire sur des matires subtiles1 dont il ne laissait pas d'crire4 ,is dit het oordeel dat wij vormen over ,grotius werk1 wij eeren den man1 een der grootste1 die ,holland ooit gekend heeft1 met zijn eerlijk karakter1 dat lebt und webt in den ,ideen des ,friedens #bge1 met zijn diepen godsdienstzin #bgf1 die aan ,god een plaats liet in de menschelijke maatschappij4 ,wij betreuren het1 hetgeen hijzelf betreurde voor de scholastieken3 in infelicia saecula inciderunt4 ,had ,grotius den wijsgeerigen blik gehad van de mannen1 die naast hem stonden1 ik bedoel de volgelingen der schoolsche wijsbegeerte1 en die hun plan de ontwrichte maatschappij der #ag;de eeuw en de pas geworden staten te herinneren aan recht en zedelijkheid1 misschien wel niet zoo schitterend als hij1 en zoo in den geest1 des tijds en met zoo groot een eruditie1 voltooiden1 ,grotius zou waarschijnlijk nog grooter geweest zijn4 ,werken over de ,groot #bgg ,accolas1 ,e4--,droit de la guerre4 ,altmeyer1 ,j4 ,j4--,prcurseurs de la rforme aux ,pays-,bas4 ,la ,haye #ahhf4 ,arnd1 ,j4--,spec4 de ,h4 ,grotia a commentatoribus juris ,b4 ac ,p4 immerito vapulante4 ,rostock #agab4 ,asser1 ,t4--,hugo de ,groot1 #aehc-ahhc4 ,gids #ahhc4 ,,ii #dda4 ,basdevant4--,les ,fondateurs du droit interm4 ,paris #aijd4 ,batesius1 ,g4--,vitae selectorum aliquot virorum4 ,london #afha1 bldz4 #dbj4 ,beyerlinck4--,v4 ,grotius4 ,berger1 ,j4 ,g4--,oratio de ,h4 ,grotio ,rostochii moriente ,lips4 #agaf4 ,bossuet4--,oeuvres ,compl4 ,dis4 prelim4 ,brandt1 ,casp4 en ,adr4 v4 ,cattenburgh4--,historie van het leven des ,heeren ,h4 de ,groot4 ,dordrecht en ,amsterd4 #agbg4 ,broere4--,de gezindheid van ,h4 de ,groot voor de ,kathol4 ,kerk4 ,de ,katholiek #aheb en vlgd4 jaarg4 ,burigny4--,vie de ,h4 ,grotius4 ,paris #ageb4 ,butherforth4--,institutes of natural laws 444 lectures on ,grotius de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,london4 #aged4 ,butler4--,life of ,h4 ,grotius4 #ahbg4 ,h4 ,grotii epistolae ad ,gallos4 ,lugd4 ,bat #afdh4 #bgh ,h4 ,grotii et ,m4 ,berneggeri epistolae mutuae ,argentor4 #affg4 ,h4 ,grotii epistolae quotquot reperiri potuerunt4 ,p4 ,blaeu4 #afhg4 ,epistolae ad ,i4 ,jaski4 ,dantz4 #afgj4 ,epistolae ad ,oxienstierna's patrem et filium aliisque ,sueciae conciliarios1 ,haarlem #ahjf4 ,epistolae sex ineditae4 ,lugd4 ,bat4 #ahji4 ,epistolae ad ,oxiensternam et ,j4 ,a4 ,salvium ,haarlem #ahbi4 ,brieven v4 ,mar4 v4 ,reigersbergh4 ,h4 ,vollenhoven en ,g4,d4,j4 ,schotel4 ,middelb4 #aheg-eh4 ,geheime briefwisseling tusschen ,schriverius ,h4 de ,groot en ,r4 ,hoogerbeets4 ,histor4 ,genootschap ,borigten #ahej1 blz4 #cjc4 ,onuitgegeven brieven en bescheiden betreffende ,h4 de ,groot4 ,algem4 ,kunst-en ,letterbode #ahfj4 bldz4 #bed4 ,h4 ,grotii ,bref4 publi par l',acad4 ,royale de ,stockholm #ahhi-ia4 ,epistolae ,h4 ,grotii ad ,domum regiam ,sueciae et alios ,suecios omnes fere ineditae4 ,stockholm #ahib4 ,brieven v4 ,nic4 v4 ,reigersbergh aan ,h4 de ,groot4 ,dr4 ,h4,c4 ,rogge1 ,amsterd4 #aija4 ,caumont4--,etude sur la vie et les travaux de ,grotius4 #ahfb4 ,coopsen1 ,b4--,ad ,h4 ,gr4 de ,j4 ,b ac ,p4 ,,iii4 #bj4 #dc1 #c4 #agfe4 ,courat4--,de ,dood v4 ,h4 de ,gr4 ,nederl4 ,speet4 #ahhd4 ,cras4--,laudatio ,h4 ,gr4 ,kongl4 ,vitterhet4 ,historie4 ,,vii4 #ahg4 ,stockholm4 #ahjb4 ,cras4--,oratio1 enz4 ,amstelod4 #aggf4 ,cras4--,laudatio ,h4 ,grotii4 ,amstelod4 #agif4 ,creuzer4--,luther und ,grotius4 ,heidelberg4 #ahaf4 ,descamps1 ,e4--,essais de phil4 juridique4 ,h4 ,grotius et le droit naturel ch4 ,,ii ,louvain4 #ahhi4 ,diest ,lorgion4,het ,catholicisme v4 ,h4 de ,groot4 ,waarheid in ,liefde4 ,godgel4 tijdschr4 #aheg4 ,dilthey1 ,w4--,die ,autonomie des denkers in #ag ,juhzh4 ,archiv4 f4 ,gesch4 der ,phil4 #c4 ,,vii blz4 #ff1 #gd4 ,dodt1 ,j4 ,j4--,h4 ,grotius4 ,algem4 letterl4 ,maandschr4 #ahdg4 blz4 #egd4 ,doedes1 ,j4--,venetiaansche uitgaaf v4 ,de ,verit4 ,rel4 ,christiana godgel4 ,bijdr4 #ahfi blz4 #cei4 ,dorn1 ,j4--,ad ,h4 ,grotii de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,jena4 #agaf4 ,eggers1 ,j4--,annot4 ad ,h4 ,gr4 ,introd4 ad juris prudentiam ,holl4 ,lugd4 ,batav4 #ahci4 ,familieboek 7een oud7 v4 de ,groot4 ,algem4 ,ned4 ,fam4 blad4 #ahhc-ahhd4 no #adb4 ,felden1 ,joh4 --,annot ad ,h4 ,grotium de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,amsterd4 #afeb-c4--;,annot4 ad ,h4 ,grotium1 quibus immixtae sunt responsiones ad stricturae ,graswinckelii-,jenae4 #affc4 ,fockerna1 ,andreae4--,inl4 tot de ,h4 ,rechtsgel4 van ,h4 de ,groot1 ,arnhem #ahie4 ,franck4--,ad4 ,reformateurs et publiciste de l',europe du ,x,v,i,ie ,s4 ,paris #ahhd blz4 #bec en v4 ,franck ,ad4--,de droit de la guerre et de la paix p4 ,grotius1 ,journ4 d4 ,savants4 #ahfg blz4 #dbh4 ,fruin1 ,r4--,h4 de ,groot en ,mar4 v4 ,reigersbergh4 ,gids4 ,n4 ,s4 d4 #aa4 ,fruin1 ,r4--,memorien v4 ,h4 de ,g4 ,maatschappij ,ned4 ,letterk4 #ahff4 ,fruin1 ,r4--,onuitgegeven werk v4 ,h4 de ,gr4 ,gids #ahfh4 d4 #d4 ,fruin1 ,r4--,verhooren enz4 v4 ,h4 de ,gr4 ,werken v4 h4 ,histor4 ,genootschap no #ad1 #ahga4 ,geesink1 ,w4--,calvinisten in ,holland4 ,rotterd4 #ahhg4 ,gierke1 ,o4--,joh4 ,althusius-,breslau #ahhj en ,noot van ,,pg redacteur3 originele tekst deels weggevallen ,gilze1 ,j4 v4--,is ,h4 de ,gr4 ,roomsch geworden8 ,gids ,n4,s4 d4 #aa4 ,glafey4--,geschichte des rechts der ,vernunft4 ,leipzig #agci4 ,graaff1 ,m4 de--,het ,h4 de ,groot feest4 ,leeskabinet4 #ahhc ,,ii #a4 ,gratama1 ,s4--,h4 de ,gr4 tegen ,hufeland en ,lampredi verdedigd4 ,rechtsgel4 mag4 ,i4 #a4 ,gratama1 ,h4--,disertatio 444 in quaestione faenebri3 ,gron4 #ahbj4 ,groot1 ,hugo de4 ,gouverneurs oude huisvriend4 #ahhc--;blz4 #aic4 ,groot1 7het einde van74 ,nieuwe vaderl4 ,bibliotheek4 ,amsterd4 #agig-ahjd ,,vii4 ,grotius and the sources of international law4 ,edinburgh review1 #ahfj4 d4 #aab4 ,groot 7,hugo de7 ,levensbeschr4 v4 meest ,nederl4 mannen en vrouwen #aggd-hb4 ,d4 ,,ii4 blz4 #a4 ,groot 7,hugo de7 en ,bilderdijk4 ,vaderl4 letteroef4 #ahbi4 ,,ii4 blz4 #bdh ,groot4 ,terugkeer v4 ,h4 de ,gr4 tot het kath4 geloof4 ,amsterd4 #aheg4 ,grotii 7,hugonis7 quaedam doctrinae multum noxiae4 ,bibliot4 ,royale ,brux4 ,section des mscrits4 #agehd-he1 no #d4 ,gronovii1 ,f4--,dicta ad ,hug4 ,grotii libros4 ibid4 #adeea4 ,hartenstein1 ,g4--,darstell1 d4 ,rechtsphilos4 des ,h4 ,grotius ,abhandl4 der ,sachs-,gesellsch4 #ahej blz4 #dhc4 ,halenses 7observationes7 de vita1 morte et scriptis ,h4 ,grotii #agjj-agje1 ,,ii no #ae4 blz #cbi4 ,hely4--,etude sur le droit de la guerre de ,grotius4 ,hertling1 ,j4--,disp 444 ad ductum ,h4 ,grotii de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,heidelberg #agcc4 ,holtzendorff--,handbuch des volkerrecht4 ,berlin4 #ahhe4 ,jong1 ,j4 de--,dissert4 ,grotianae doctrinae 444 de jure criminali ,tra4 ad ,rhen4 #ahbg4 ,kaltenborn1 ,c4 von--,vorlufer des ,h4 ,grotius4 ,leipzig4 #ahdh4 ,klnne1 ,b4,h4--,leonardus ,marius en ,h4 de ,groot4 ,de ,katholiek4 #ahhi-ij4 ,klose1 ,r4,l4--,hugo de ,gr4 als schwedischer ,gesandte v4 ,bulau4 ,geheime ,geschichten enz4 ,b4 #ab1 blz4 #fa4 #ahfj4 ,knuttel ,w4--,over het sterven v4 ,h4 de ,gr4 ,ned4 ,spect4 #ahhd4 blz4 #bge4 ,kolstee1 ,m4,j4--,levenschets v4 ,h4 de ,groot4 ,delft1 #ahhc4 ,kortmartus--,abrg des memoires illustres4 ,krogh-,thonning--,h4 ,grotius und die religisen ,bewegungen im ,protestantismus seiner ,zeit4 ,kln4 ,bachem4 #aijd4 ,labouchre1 ,c4--,dissert1 de ,grotii ,jurispr4 ,holl4 ,lugd4 ,bat4 #ahci4 ,land1 ,dr4 ,j4,p4,n4--,wijsbegeerte in de ,nederl1 #ahii--;blz4 #if en v4 ,laurentius--,grotius papizans1 ,amsterd4 #ahcj4 ,leeuwen1 ,j4 v4--,h4 de ,groot als dichter-,eigenhaard4 #ahhc4 ,lehman4--,h4 ,grotii manes 444 vindicatae4 ,delph4 #agbg4 ,lerminier1 ,e4--,introd4 genr1 l'histoire du droit4 ,brux4 #ahcj4 blz4 #ic4 #aji4 ,leupe4--,brief v4 d4 ,kamer v4 ,zeeland der ,o4 ,i4 ,compagnie aan ,mr4 ,h4 de ,gr4 ,ned4 ,spect4 #ahge4 blz4 #bjd4 ,leven v4 ,h4 de ,groot4--,amsterdam #ahge4 ,lyon1 ,b4--,diss4 de loc4 ,grot4 ,intr4 ad ,jurisprad4 ,holl4 #ahci4 ,luden1 ,h4--,h4 ,grotius nach4 ,s4 ,schiksal und ,schriften4 ,berlin #ahjf4 ,h4 de ,groot uit zijn lotgevallen en schriften4 ,leeuwarden #ahcj4 ,maurier1 7,louis ,ambery ,chev4 ,seign de7--,memoires pour servir l'histoire d',hollande enz4 ,paris #afhj-hh4 blz4 #dcc-hj4 ,marcovii--,quaestion4 sel4 jures nat4 et gent4 inter ,grotium et ,pufendorfium controversis4 ,lipsiae #agdh4 ,meister--,bibliotheca juris naturae et gentium4 ,gttingen #agdi-ei4 ,meuschen1 ,joh4--,observ4 de vita1 morte et scriptii4 ,h4 ,grotii4 ,millies1 ,h4--,over de oostersche vertalingen v4 ,grotius' de ,veritate ,rel4 ,christianoe4 ,versl4 ,koninkl4 ,academie d4 ,wetensch4 ,,vii #aji4 ,muller1 ,s4--,grotius contra mare liberum4 ,nijhoff4 ,bijdragen4 ,n4 ,r4 ,,ix #bbb4 ,muller1 ,j4,j4--,de obligatione subditorum ex delicto ,summae potestatis ad ,h4 ,gr4 de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,jena1 #afhi4 ,de occisione furis nocturni1 ,jena #afhi4 ,de jure feesli1 #afij--;,de jure transitus #afig4 ,neumann4 ,hugo ,grotius--,berlin #ahhd4 ,nijs1 ,e4--,le droit de la guerre et les prcurseurs de ,grotius4 ,brux4 #ahhb4 ,origine du droit intern4 ,brux4 #ahid4 ,niceron4--,vie de ,grotius4 ,mmoires4 ,paris #agbi-de4 ,nuyens4 ,de partijen in de #ag;de eeuw en het rechtsgeding v4 ,h4 de ,groot4 ,wachter #ahgd1 ,i en ,,ii4 ,ompteda1--,litterat4 des ,vlkerrecht1--,regensburg4 #aghe4 ,oosterzee--,maria v4 ,reigersberg4 ,jaarboekje voor ,zeeland #ahed1 blz4 #bjh4 ,oudeman1 ,a4--,uitgaven der rechtsgel4 ,werken v4 ,h4 de ,gr4 en geschriften over en naar aanleiding v4 deze werken4 ,tijdschr4 voor het ,nederl4 ,recht4 ,gron4 #ahgb4 ,paludanus1 ,r4--,dissert4 ad #b4 #a4 #a4 ,h4 ,grotii ,juris pr4 ,holl4 ,lugd4 ,bat4 #agei4 ,philippona1 ,chr4--,guy ,patin over godsdienstige gevoelens v4 ,gr4 ,de ,katholiek4 ,n4 ,r4 #ahhf4 ,plois v ,amstel4--,uitmuntend karakter en lotgevallen v4 ,h4 de ,gr4 ,amsterd4 #aggd4 ,portretten v4 ,h4 de ,gr4 en zijn vrouw1--,navorscher #ahgc4 blz4 #aib4 ,pfenniger1 ,h4--,der ,begriff der ,strafe untersucht an der ,theorie der ,h4 ,gr4 ,zurich4 #ahgg4 ,riet1 ,j4 v4--,dissert4 de ,h4 ,grotii in jure criminali meritis #ahbh4 ,rogge1 ,h4--,h4 de ,groot-,eigenhaard #ahhc4 ,rogge1 ,dr4 ,h4 ,c4--,bibliographie der ,werken v4 ,h4 de ,groot4 #ahhc4 ,robert4--,discours1 enz4 mscrits4 ,archiv4 ,gener4 ,brux4 f4 ,secr4 d',etat et de guerre l4 #babb4 ,schatter1 ,j4--,de natura virtutis ad ,h4 ,grotium in prolog4 ,argent #afdi4 ,scheltema1 ,p4--,memorie v4 mijne intentin en notabele bejegingen door ,h4 de ,groot1 ,i blz4 #age4 ,scheltema1 ,p4--,dagboekje v4 ,willem de ,groot1 enz4 ,nieuw ,archief v4 kerkl4 gesch4 ,i1 #cca4 ,schneider1 ,j4--,de fide perfidis servanda en ,grotii de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,hallae #agbc4 ,schotel4--,lucian ,muller over de lat4 gedichten v4 ,h4 de ,groot4 ,vaderl4 letteroef4 #ahfg4 ,,ii1 #dcg4 ,schott1 ,c4--,dissert4 sistens analysin operis ,grotiani de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,tub4 #agfh--;,dissert4 altera #aggj4 ,schmausz1 ,joh4 ,jac4--,neues ,systema der ,r4 der ,natur4 #aged4 ,schrckhs1 ,j4--,h4 ,grotius4 ,abbildungen und ,lebenbeschr4 berumhter ,gelehrten4 ,leipz4 #agff--fi ,,ii4 #beg-cgf4 ,schumann1 ,h4--,dissert an ,h4 ,grotii uxor ob liberatum e carcere maritum juste puniri potuisset4 ,wittenb4 #agbg4--;,de ,h4 ,grotio perduellionis crimine absoluto4 ,viteb4 #agbg4 ,schudt1 ,joh4--,vita ,h4 ,grotii4 ,francf4 #agbb4 ,seegar1 ,c4--,oratio de ,h4 ,grotio humanorum et divinorum scriptorum interprete4 ,traj4 ad ,rhen4 #aghe4 ,seiden1 ,joh4--,mare clausum ,londen4 #afhe4 ,simonis1 ,j4 ,g4--,de fide minorum potestatum in bello ad ,grotii ,j4 ,b4 ac ,p4 ,,iii #bb4 ,jena4 #afge4 ,smeer1 ,t4--,hulde aan ,h4 de ,groot4 ,de ,fakkel4 ,rotterdam #ahbe-ci4 ,,ii blz4 #abc4 ,soutendam1 ,j4--,een onbekend werk v4 ,h4 de ,gr4 uit zijn vroege jeugd4 ,oud-,holland #ahhi4 blz4 #bic4 ,stahl4--,gesch4 d4 ,rechtsphil1 blz4 #aeh4 ,stolker1 ,a4--,twee rekuesten v4 ,maria v4 ,reigersbergh4 ,vaderl4 letteroef4 #ahbd4 ,,ii4 #fgd--,maria v4 ,r4 en haar broeder1 ibid4 #ahbd4 ,,ii blz4 #ai4--;,derde berigt wegens brieven v4 ,m4 v4 ,reigersbergh ibid4 #ahbd4 ,,ii4 blz4 #cbj--,vierde berigt1 dito1 ibid4 #ahbi4 ,,ii4 blz4 #dhb-eai4--;,een bijzonderheid wegens ,elsje v4 ,houweningen4 ,vaderl4 ,letteroef4 #ahji blz4 #cji4 ,standbeeld v4 ,h4 de ,gr4 te ,delft4--,eigenhaard4 #ahhf--,leeskabinet #ahhe4 ,thomasius1 ,c4--,de sponsione ,caudina ac ,numantina ad ,h4 ,grotium4 ,lips4 #afhd4 ,tellegem1 ,b4 ,d4 ,h4--,dissert4 de jure in mare1 inprimis proseimum4 blz4 #ah4 #cj4 ,visser1 ,d4--,dissert4 de oeconomia politica et jure publico1 ad ,grotiands libros4 ,luyd4 ,bat #ahef4 ,vissering1 ,s4--,over een drietal handschriften v4 ,h4 de ,gr4 ,koninkl4 ,acad4 v4 ,wetensch4 ,vita ,hugo ,grotii cum litteris ,principis ,arautionensis ad ,grotium et reginae ,christinae ad ,grotii viduam4 zie ,grotii opera theologica4 ,amsterd4 #afgi1 en ,guil-,batesis vitae select4 viror4 ,lugd4 #afaa4 blz4 #dbj4 ,vita ,h4 ,grotii4--,leiden4 #agjd4 ,voort1 ,j4 v4--,over de letterkundige verdiensten v4 ,h4 de ,gr4 ,l4 ,,ix4 #ade4 ,verhandl4 ,ned4 ,instituut v4 wetensch4 ,amsterd4 #c;de klas1 ,,iv1 #b1 #a4 ,vorsterman van ,oijen4--,het zegel van ,h4 en ,w4 de ,groot4 ,eigenhaard4 #ahhc1 blz4 #aic4 ,voraterman v4 ,oijen4--,h4 de ,groot en zijn geslacht4 ,antwerpen4 #ahhc4 ,vries1 ,j4 de--,een brief v4 ,maria v4 ,reigersbergh van ,h4 de ,groot4 ,vaderl4 letteroef4 #ahbd4 ,,ii4 blz4 #dbe4 ,wagner1 ,b4--,de consensu gentium ad ,h4 ,gr4 ,i1 #d1 #fb4 ,viteb4 #afcc4 ,walter1 ,j4--,de praescriptione inter liberasgenter1 ad ,h1 ,gr4 ,witte v4 ,citers4--,brief v4 ,e4 de ,courcelles corrector v4 de ,groot's drukproeven4 ,ned4 ,speet4 #ahff1 #cja4 ,witten4--,memoriae ,theologorum4 ,francofurti #afgd1 #e1 ,,iv4 ,wolters1 ,w4--,h4 de ,gr4 als verdediger v4 h4 ,christendom4 ,de ,gids1 #ahfi1 ,,iii1 #dcf4 ,wijn1 ,h4 v4--,verklaring der schilderstukken betreff4 ,h4 de ,gr4 ,wagenaar ,bijlagen4 ,wijnmalen1 ,th4--,apropos du #c';ieme centenaire de ,grotius4 ,revue de droit intern4 #ahhc1 #afj4 ,zentgravius1 ,j4--,diss4 de armis in bello prohibitis4 ad ,grot4 ,argent4 #afgg--;,de caede hostium captivorum ,argent4 #afic--;,de milite voluntario ibid4 #afhe--;,de jure commerciorum inter belliqerantes1 ibid4 #afij--;,ad ,gr4 de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,,ii4 #b4 #aj4 ibid4 #afic--;,de imperio parentum in liberos1 ibid4 #afie4 ,,voetnoten3 #a ,otto ,gierke1 ,joh4 ,althusius und die ,entwicklung der naturrechtlichen staatstheorin4 ,breslau #aijb4 blz4 #a4 #b ,dordrecht1 ,haarlem1 ,delft1 ,leiden1 ,gouda1 ,amsterdam waren de zes groote steden4 #c ,nuyens4 ,wachter #ahgd4 ,de politieke en kerkelijke partijen enz4 #d ,brandt4 ,historie van het leven des ,heeren ,huig de ,groot etc4 ,dordrecht en ,amsterdam #agbg blz4 #f en v4 #e ,inleiding tot de ,holl4 ,rechtsgeleerdheid beschreven bij ,hugo de ,groot #afca 's ,gravenh4 ,nieuwe uitgave door ,mr4 ,s4,j4 ,fockema ,andreae ,arnhem #ahie4 ,voorr4 p4 ,,ix4 #f ,corn4 de ,groot3 libros nullos edidit1 sed elaboratos quosdam commentarios ad diversas juris partes conscripsit4 ,julius a ,beyma commentaria in jus civile parrata relinquit4 ,socius schreef commentaria in codicem4 ,ev4 ,bronckhorst3 ,dum hoc munus professoris sustinet1 varior tum pandelectarum1 tum codicis titulos1 tractatusque juris publice enarravit et interpretatus est4 ,hij schreef over romeinsche controversen1 een methodus feudorum4 ,ger4 ,tuningius schreef commentarius ad quatuor digestorum libros4 #g blz4 #ag4 ,hist4 du ,cartesianisme en ,belgique4 #h ,de ,wijsbegeerte in de ,nederlanden door ,dr4 ,j4,p4,n4 ,land4 ,vertaald door ,mr4 ,c4 v4 ,vollenhoven 's ,gravenh4 #ahii blz4 #aac4 #i ,verantwoordingh v4 d4 wettel4 regiering enz4 ,parijs blz4 #bhf4 ,beiden waren remonstrantsch gezind4 ,uit zijn propoosten 7zegt ,grotius van ,uitenbogaerdt7 heb ick niets anders ghemerckt1 dan dat hij de leer van de remonstranten van herte was toegedaan4 ,ibid4 #aj ,deze ,frans ,junius werd in #afji opgevolgd als prof4 door den bekenden ,arminius1 van wien de partij haar naam kreeg4 #aa ,brandt p4 #ac4 #ab ,hij zegt daar van zichzelf3 ,et cum ,lugduni aliquamdiu dilectissimus ,scaligero vixisset1 verente patre ne amoenioribus studius irretiretur juvenilis animus1 anno #aeii 7ante legitimam actatem1 anno quippe decimo sexto--,fruin7 ,hagensium advocatorum ordini asscriptus est1 neque multo post causas egit1 nonita tamen ut humanioris litteraturae libenter oblivisceretur4 ,fruin4 ,geschiedenis van de inleid4 tot de ,holl4 rechtsgel4 uitgave van ,fockema ,andreae4 #ac ,hij schrijft aan zijn vriend ,danil ,heinsius1 professor te ,leiden1 dato #ba ,juli #afjc3 ,nescis mi ,heinsi1 quam totos mihi dies furetur in gratum illud forum4 ,crede mihi et gratulare fortunae tuae3 longe aliud hoc est quam ,academia4 ,nam lites nostrae1 praeterquam quod homini etiam diligentissimo molestiam exhibent et minime conveniunt1 ingenio tam pacato1 qualia sunt haec nostra1 tum offensarum apud adversarios plurimum habent1 gratiae apud clientes parum1 gloriae apud caeteros paene dixeram mihi4 ,burmanni-,syll4 ,,ii p4 #cia4 #ad ,brandt p4 #ac4 #ae ,gratularis mihi et cur quaeso gratularis1 quiane eraptam mihi vides eam1 quam semper habui maximam literariam voluptatem8 ,an quia in lites apud quas diverti hactenis1 nunc totus religor8 ,an vero quia totes dies cum eo hominem genere videndum mihi erit1 quos vos non possitis sine stomacho aspicere8 #af ,de pensionaris was de bezoldigde rechtsgeleerde raadsman der steden1 dienaar der magistratuur1 die een bijna souvereine macht had in de steden4 ,hij was ook de afgevaardigde der steden bij de ,staten4 #ag ,parum nosti1 vir clarissimo1 miseriam meam1 quem negotia1 multa magis quam magna ita didexant1 ut non modo ingentia illa volumina1 sed minores quoque libellis legere1 interdum vix liceat4 ,neque tamen tantum in me juris habent molestissimae occupationes1 ut non saepe animo repetam alvi mei partern dulcissimam1 quam in umoenioribus studies magna eum voluptate exegi4 ,epist4 app4 no #ga4 #ah ,de kist1 waarin ,grotius ontkwam1 schijnt zoek geraakt2 of het metselaarswambuis dit lot deelde1 zou ik niet durven zeggen2 het is zeker langer bewaard gebleven4 ,men zie hierover ,afbeelding van ,h4 de ,groot in het gewaad van een metselaar1 benevens een bijzondere afbeelding en beschrijving van het wambuis4 ,te ,leiden ,p4,h4 ,trap #agic4 ,de ,bibliotheek van het ,provinciaal genootschap in ,n4-,brabant bezit een handschrift1 vermeldend eenige lotgevallen van dit wambuis4 #ai ,daetselarius1 qui in matrimonio1 habet ,erpenii ,sororem1 in cujus domum1 delatus sum1 cum primum carcerem evasi4 ,in ,balagniaco #ba ,jul4 #afbc4 ,epist4 ad ,gallos #gc4 ,het was deze ,erpenius die op het einde van #afai zijn hulp inriep voor een uitgave van 't ,n4 ,test4 in het ,grieksch-,syrisch1 ,arabisch en ,aetiopisch4 #bj ,verantwoordingh enz4 bladz4 #afg4 #ba ,en ,france il avoit cultiv amiti avec ,mr4 le ,prsident ,jannin1 avec ,mr4 le ,prsident du ,thou1 avec ,mr4 ,bignon avocat gnral et avec ,mrs4 du ,puy frres1 qui ont t l'ornement des lettres en leurs temps4 ,mr4 ,grotius avait aussi pour ami particulier ,mr4 des ,cordes chanoines de ,limoges qui l'assistoit de sa ,bibliotque trs ample et trs curieux4 ,mmoires pour servir l'histoire de ,hollande etc4 ,louis ,aubery1 ,seign4 du ,maurier1 ,paris #afhj bldz4 #ccj4 #bb ,mr4 ,grotius1 tant arriv ,paris avec plusieurs lettres de rcommandation que mon ,pre lui envoya pour ,mrs4 les ministres ils luy furent donner par le roy1 en considration de son mrite et de son scavoir1 une pension de trois mille livres dont il a vu quelques annes ,paris4 ,aprs avoir t dix ans ou environ ,paris sa pension lui fut ray par ,mr4 le ,cardinal de ,richelieu4 p4 #cda1 ,mem4 etc4 ,louis ,aubry seign4 du ,maurier4 ,paris #afhj4 #bc ,vergel4 ,epist4 #adg1 ad ,g4 ,lusonium4 #bd ,ce choix1 7d',oxenstjerna7 dplt fort ,mr4 le ,cardinal de ,richelieu1 qui ft un homme revenir triomphant de la royaume o on lui avait refus la subsistance1 p4 #cdc4 ,mmoires etc4 ,l4 ,aubery1 seign4 du ,maurier4 ,paris #afhi4 #be ,aprs la mort de ,mr4 le ,cardinal de ,richelieu1 ,mr4 le ,chancelier ,oxenstern ne se soucia plus de conserver ,mr4 ,grotius et il s'toit fait un point d'honneur de le laisser en ,france pendant la vie de ce ministre1 qui sollicitoit continuellement son rappel4 ,ce chancelier avait consider trop tard que cet ambassadeur s'tait retir de la socit de vivans3 et que passant les jours entiers1 et la plupart de la nuit avec les morts1 pour composer des oeuvres en thologie1 il ne lui pouvoit mander que des nouvelles du ,pont-neuf en beau latin2 ainsi3 entirement dgot de lui1 il dpecha extra-ordinairement en ,france le ,sr4 de ,crifantes1 qui faisoit tout la cour sans rien communiquer ,mr4 ,grotius1 soit qu'il en et ordre1 soit que s'abandonnant son humeur trop altire4444 ,ce mpris si manifeste ne pt tre diger par ,mr4 ,grotius3 qui pour cela demanda la permission de se retirer4444 ,le de ,crifantes s'appeloit ,marc ,duncan4 ,mmoires etc4 du ,maurier1 blz4 #ced4 #bf ,als hy in syne laetste reyse uyt ,vranckryck nae ,sweden aen hare ,coninghlycke ,majesteyt reysende1 syn wegh nam door uwe ,ed4 ,grootachtb4 ,stadt 7,amsterdam7 om van daer te schepe te gaen1 alwaer hy van de selfde niet alleen vriendelyck ontfangen1 beleefdelyck begroet1 ghewellekomt1 en gheherbergt wiert1 maer oock voor syn afscheyt heerlijck en de magnifycklyck onthaelt1 ghetoeft1 en ghetracteert1 hem geluck op syn reyse wenschende1 en alle teyckenen van eere1 gunste en hooghtoe-gedane genegentheyt bewysende4 ,voorr4 ,hug4 de ,groot's recht des ,o4 en des ,v41 vertaald door ,b4 ,d4 ,amsterdam4 ,jan ,hendricsen en ,w4 v4 ,beaumont4 #afeg4 #bg ,bossuet zegt daarover3 ,si j'entre aujourd'hui comme je l'ai souvent promis1 dans la discussion fond de la doctrine et de la critique de ,grotius1 ce n'est pas pour accuser un si savant homme1 qui paroit durant environ trente ans avoir cherch la vrit de si bonne foi et qui aussi la fin en toit si prs1 qu'il y a sujet de s'tonner qu'il n'ait pas fait le dernier pas ou ,dieu l'attiroit4 ,bossuet-,dissert prelim4 ,oeuvr4 ,compl4 ,een ander schrijver verhaalt ons van ,grotius sterven en zijn godsdienstige gesteldheid3 ,enfin nous avons apris que ,mr4 ,grotius est mort ,rostock d'une fivre continue son retour de ,sude4 ,on dit que ce n'est pas sans soupon de poison de la part des ,luthriens1 cause de ce qu'il a crit de l',antichrist en faveur du ,pape4 ,mais je ne pense pas1 qu'on empoisonne en ce pays-l1 comme on fait en quelques endroits d',italie4 ,on n'a point bien peu savoir sa religion depuis #bj ans4 ,dans sa querelle contre ,mr4 ,rivet il sembloit favoriser le parti des ,catholiques ,romains4 ,il toit ,hollandois et avoit t ,arminien4 ,il toit ,ambassadeur d'une reine ,luthrienne4 ,il est mort dans une ville ,luthrienne entre les bras d'un ,ministre ,luthrien1 luy qui hassait fort ,luther et ,calvin4 ,quelques-uns disent qu'il est mort ,socinien1 et que quelque mine qu'il fit1 il l'toit dans son me4444 ,depuis que ,grotius toit sorti de ,paris1 on avoit imprim de luy ,amsterdam un nouveau livre contre ,mr4 ,rivet1 dans le quel il se range fort du parti du ,pape1 et se sert de l'autorit du ,pre ,petau qu'il appelle son amy4 ,lettr4 #g p4 #bd-be4 ,lettres choisies de ,feu ,mr4 ,guy ,patin--,paris #afhh4 ,in een anderen brief schrijft dezelfde3 ,il est fils de ,monsieur l'ambassadeur ,hugo ,grotius1 qui me faisoit l'honneur de m'aimer1 et qui mourut l'an #afde1 ,rostock1 en revenant de ,sude1 dont il etoit ambassadeur de la reine ,christine vers notre ,roy4 ,il a t le plus savant homme de son temps1 avec ,saumaise4 ,ils n'etoient pas tous deux de mme avis en beaucoup de choses et particulirement en matire de religion3 car ,monsieur ,grotius toit catholique en son me et s'alloit dclarer ds qu'il et t arriv4 ,lettr4 #aie4 p4 #dbh4 #bh ,ego nunc ad tempus aliquod constitui coelo libero frui1 et auri vivere1 beneficio ,memnii1 qui praetorii tui usum mihi concessit4 ,lutet4 #ai ,maii #afbc ,epist4 ad ,gall4 #ga4 ,lips4 #afgd4 #bi ,lutet4 #aa ,jan4 #afbd4 ,epist4 ad ,gallos4 #gh4 ,lips4 #afgd4 #cj ,neque ,thuanus mihi excidit1 cujus quotidie libris utor4 ,balagni #bg ,jun4 #afbc--;,ep4 a4 ,gall4 #gb4 #ca ,silvanecti #g ,aug4 #afbc4 ,ep4 a4 ,gall4 #ge4 #cb ,de ,jure ,belli ac ,pacis prol4 #cj4 ,wij halen steeds aan uit ,henrici de ,coccej3 ,grotius illustratus1 accedunt observationes ,s7amuel7 de ,c7occeji7 ,h4,f4 ,wratislaviae4 ,johannis ,jacobi ,korn4 #agdd4 #cc ,quod inter populos plures etc4 7,quod1 zoo omschrijft ,gronovius deze woorden1 populos aut principes sui juris nullaque reipublicae communione conjunctos alium aliis praestare oportet7 ,h4 ,grotius de ,j4 ,b4 ac ,p4 cum not4 ,gronovii ,hagae4 ,com4 ,leers #afhj blz4 #b in voce4 #cd ,vergel4 ,de ,jure ,b4 et ,pacis4 prol4 #cf en #cj4 #ce ,drie ,boecken ,van 't recht des ,oorloghs en ,vredes door ,mr4 ,hugo de ,groot4 ,prol4 #bh4--;,door ,b4,d4 ,amsterdam #afeg4 #b;de druk4 ,op4 maj4 ad ,johann4 ,crellium ,epist4 #bhj4 #cf ,zie ,pradier ,fodr4 ,le droit de la ,guerre et de la ,paix4 ,paris ,guillaumie #ahfg4 ,essai ,biographique etc4 p4 ,,lxvi4 ,zie ,lehmann--,hugonis ,grotii manes vindicati4 ,delph4 #agbg t4 ,i4 blz4 #bfh4 ,ompteda ,litteratur des 444 ,volkerrechts d4 #a1 blz4 #ahc4 #cg ,controversiae eorum1 quos nulla juris civilis tenet communio quatales sunt et qui in gentem mondum coierunt1 et qui inter se diversarum sunt gentium1 tum privati1 tum reges ipsi1 qui que par regibus jus obtinent1 sive illi optimates sunt1 sive populi liberi1 aut ad pacis aut ad belli tempora pertinent4 ,de ,jure ,b4 ac ,p4 l4 #a4 c4 #a4 #ch ,men bedenke tevens dat gelijk ,e4 ,nijs zegt de woorden jus belli1 lex belli1 jus belli ac pacis1 lex belli atque imperatorum jus1 lex belli ac jus victoriae bij vele romeinsche schrijvers dienden om aan te geven1 het voorwerp van het recht1 dat men betitelde als volkenrecht1 zoo het ging over het onderwerp van dat recht1 de rechtsdrager4 #ci ,cum frustra de ,jure suscipiatur disputatio1 si ipsum jus nullum est1 et ad commendandum et ad praemuniendum opus nostrum pertinebit hunc gravissimum errorem 7dat er geen natuurrecht was7 breviter refelli4 prol4 #e4 #dj ,cicero discit bellum certationem per vim4 ,sed usus oblinuit1 ut non actio sed status eo nomine indiceretur1 ita ud sit bellum status per vim certantium qua tales sunt4 l4 #a4 c4 #b4 #da ,cf4 ,lehmann o4c4d4 #a1 blz4 #bhj4 #db ,cf4 ,m4 de ,wulf4 ,hist4 de la philosophie mdivale blz4 #dbj4 #dc ,cf4 ,tijdschrift voor het ,nederl4 ,regt ,v bladz4 #ahc4--;,dr4 ,h4 ,g4 ,rogge1 ,bibliographie der werken van ,h4 de ,groot 's ,gravenhage1 ,nijhoff #ahhc4 ,meister1 ,bibliothca juris naturalis et gentium4 ,gottingen #agdi-ageg4--,lehmann1 ,h4 ,grotii manes ab iniquis obtrectationibus vindicati #agbg ,ompteda4 ,litteratur des gesammten sowohl naturlichen als positiven ,vlkerrechts4 ,regensb4 #aghe4 #dd ,d4 ,h4 ,l4 von ,ompteda1 ,litteratur des 444 ,vlkerrechts1 ,regensburg #aghe blz4 #cia4 #de ,joh4 ,felde1 ,annotata ad ,h4 ,grotium de ,jure ,b4 et p4 ,jenae #afeh4 ,theod4 ,graswinckel trachtte zijn aanmerking te weerleggen4 ,hij schreef ,stricturae ad ,censuram ,joannis ,felden ,juris ,u4 ,d4 ad libros ,hugonis ,grotii de ,jure ,belli ac ,pacis4 ,amstelod4 #afed4 ,zie over ,graswinckel1 ,dr4 ,g4 ,j4 ,liesker4 ,die staatswissenschaftlichen anschauungen ,dirck ,graswinckel's4 ,freiburg 7,schw47 #aija4 ,ook ,joh4 ,selden 7geb4 te ,salvington in #aehd1 stierf in #afed7 had1 gelijk men weet onzen de ,groot aangevallen in zijn ,mare ,clausum ,londen #afce4 ,een werk1 dat zijn auteur uit de gevangenis redde4 ,het boek was gericht tegen ,grotius' mari libero4 ,ook ,seraphinus ,freitas had ,grotius hierover aangevallen4 ,hij schreef ,de justo imperio ,lusitanorum ,asiatico adversus ,grotii mare liberum #afbe4 #df ,samuel de ,cocceji1 ,introd4 ad ,henrici de ,cocceji3 ,grotius ,illustratus4 ,halae #agdh4 #dg ,biblioth4 royale de ,bruxelles 7section des mscrits7 #agehd-he 7,droit public47 ,een der moeilijkheden1 die gemaakt werden bij gelegenheid van de bespreking omtrent het oprichten van een zetel voor het publieke recht te ,leuven was deze1 dat de studenten dan ,grotius en ,puffendorf moesten lezen terwijl deze boeken in den lande verboden waren4 ,daarop werd geantwoord3 ,les livres de ,grotius et ,puffendorf 444 diggers par un ,professeur ,catholique selon les principes de la foy peuvent tre utiles aux tudiants1 si le ,professeur imittoit les abeilles en tirant seulement le meilleur suc1 des livres empoisonns 444 quoy qu'il en soit1 me dira-t-on1 zoo wordt verder gezegd4 ,hugo ,grotius l'emporte sur tous les autres en matire de droit public4 ,il y a en cela quelque chose de vray1 si l'on considre la vaste tendue de son esprit1 qui entre dans toutes les questions avec une grande libert1 mais c'est un erreur de dire1 qu'on ne scauroit tre vritablement scavant sans le secour de ,grotius2 les autheurs catholiques nous peuvent donner des lumires suffissantes4 ,dan worden opgegeven eenige katholieke schrijvers4 ,malthe ,lige1 ,franagi ,salsburg1 ,chlingensperg ,ingolstadt1 ,fuldenus ,louvain1 ,gastius ,cologne1 ,schambogen ,prague1 d',andlo d',alsasse1 ,bebenburg1 ,evque de ,bamberg4 ,apres tout1 si la lecture de ,grotius est si ncessaire1 les docteurs de ,louvain1 qui pour la plus part ont la permission de lire les livres deffendus1 pourront expliquer cet autheur leurs tudionis1 corriger et rfuter etc4 ,robert voer geweldig uit tegen ,grotius4 ,men zie ,discours prononc par ,mons4 le ,docteur ,robert l'ouverture de ses leons du droit public ,louvain en 444 #age 444 ,archives ,gnrales du royaume ,bruxelles4 ,fonds3 ,scrtairerie d',etat et de guerre4 ,liasse no #babb4 ,te ,brussel zijn nog in het archief der koninkl4 bibliotheek #agehd-he no #d quaedam doctrinae multum nosciae ,hugonis ,grotii4--#adeea ,dicta ,joh4 ,f4 ,gronovii ad ,hugonis ,grotii libros4 ,het eerste bespreekt verschillende stellingen van ,grotius omtrent speciale onderwerpen1 zoo o4a4 omtrent de leugen4 #dh ,wil men iets weten over de machiavellistische en anti-machiavellistische litteratuur1 men leze dan o4a43 ,meister1 ,bibliotheca juris naturalis et gentium1 ,gottingen #agdi--;,hinrichs1 ,geschichte d4 ,rechts und ,staalsprincipin seit d4 ,reformation4--,holtzendorff1 ,handbuch des ,volkerrechts1 ,berlin #ahhe4 ,zelfs ,justus ,lipsius1 in zijn politicorum libri ,,vi 7#afab71 was niet zuiver anti-machiavellist4 ,men leze l4 ,,iv c4 ,,xiii4 #di ,caeterum ne cum turba nobit res sit1 demus ei advocatum3 et quem potius quam ,carneadem4 ,de ,jure ,b4 et ,p4 prol4 #e4 #ej ,inter haec1 quae homini sunt propria1 est appetitus societatis1 id est ,communitatis1 non qualiscumque sed tranquillae1 et pro sui intellectus modo ordinatae1 cum his qui sui sunt generis 7o4 c4 prol4 #f47 ,cfr4 ,hugo ,grotius de mari libero1 praef4 en c4 #a blz4 #ag1 #ah4 ,lugd4 ,bat4 ,officina ,elzeviriana #afcc4 #ea ,homini vero perfectae aetatis1 cum circa similia similiter agere norit1 cum societatis appetitu excellente1 cujus peculiare solus inter animantes instrumentum habet sermonem1 inesse tiam facultatem sciendi agendique secundum generalia praecepta1 par est intelligi1 cui quae conveniunt ea jam sunt non omnium quidem animantium1 sed humanae naturae congruentia4 7o4 c4 prol4 #g47 #eb ,societatis custodia fons est enz4 ,hierbij teekent ,gronovius aan4 ,homo appetit societatem1 quia ea juvatur et conservatur3 et si nihil juvaretur1 ac sibi soli sufficeret1 eam appeteret tamen1 ne sermo esset ociosus sibi3 deinde ut1 quae habet commoda1 cum aliis communicaret3 7bonum enim est communicativum sui7 aut saltem aliis demonstraret1 naturaliter enim gaudia testem requirunt4 ,jam qui socium admittit1 qui vicinum1 necesse est aliquid ei tribuat1 aliquid in illo ferat1 et sibi minus indulgeat1 ut eadem vicissim consequatur a socio4--,de ,j4 ,b4 ac ,p4 ,leers #afhj1 blz4 #c4 ,gronovius meent dus1 dat de mensch sociaal wil zijn1 wijl dit op zijn minst een goed voor hem is4 ,grotius wil eenvoudig1 dat er een zin voor het sociale leven in den mensch ligt4 ,hij gaat uit van het feit4 #ec ,g4 ,hartenstein4 ,darstellung der rechtsphilos4 ,des ,hugo ,grotius1 p4 #ejb4 #ed ,cum tamen jus illud proprie nominatum diversam longe naturam habeat in eopositam1 ut quae jam sunt alterius alteri permittantur aut impleantur1 prol4 #aj4 #ee ,kaltenborn4 ,die ,vorlufer des ,h4 ,grotii1 ,leipzig #ahdh4 blz4 #eb4 #ef l4 #b4 c4 #a4 #i1 no4 #b4 ,nam jus naturae1 quatenus legem significat1 non ea tantum respicit quae dictat justitia quam expletricem dicimus1 sed aliarum quoque virtutum ut temperantiae1 fortitudinis1 prudentiae actus in se continet1 ut in certis circumstantiis non honestos tantum sed et debitos4 #eg ,sed ipsa recta ratio carior nobis esse debeat1 quam illa sint a quibus ad hanc venerimus l4 #a c4 #a4 #i no4 #b4 ,de mensch verlaagt zich tot dier1 als hij zijn driften en niet zijn verstand volgt1 zoo zegt hij nog3 nam vim judicatricem humanis actionibus ,deus addidit1 quo contempta obbrutescit animus4 ,de mensch heeft met de dieren gemeen1 dat hij toornig wordt4 ,at talis appetitus1 in se spectatus non convenit parti rationali cujus est imperare affectibus1 ac proinde nec juris naturae et socialis4 ,dictat1 zoo voegt hij er bij1 autem ratio homini1 nihil agendum quo nocetur homini alteri1 nisi id bonum aliquod habeat propositum4 7hier wordt bedoeld het een ander leed doen1 als wij er recht op hebben47 ,in solo autem inimicis dolore ita nudum spectato nulum est bonum nisi falsum et imaginarium ut in divitiis supervacuis multisque aliis rebus ejus modi4 l4 #b c4 #bj #e no4 #a4 #eh ,gabriel ,biel 7#adic7 zei reeds3 ,nam si per inpossibile ,deus non esset1 qui est ratio divina1 aut ratio illa divina esset errans adhuc si quis ageret contra rectam rationem angelicam vel humanam aut aliam aliquam si qua esset peccaret4 ,collectorium sententiarum ,tub4 #aeja4 l4 #a4 dist4 #ce4 q4 #a4 art4 #a4 ,zie ook ,o4 ,gierke1 o4c4 blz4 #gd4 ,zie ook ,suarez ,,ii4 c4 #f4 #c4 en wat hij aanhaalt van ,gregorius1 ,jac4 ,almain en ,condubensis4 #ei ,cfr4 ,h4 ,grotius de mari libero1 ,c4 #a4 #fj ,nam qui se coetui alicui aggregaverant1 aut homini hominibusque subjecerant1 hi aut expresse promiserant1 aut ex negotii natura tacite promisisse debebant intelligi1 secuturos se id1 quod aut coetus pars major1 aut hi1 quibus delata potestas erat1 constituissent4 o4c4 prol1 #ae4 cfr4 l4 #b4 c4 #e4 #a4--l4 #a c4 #e #g no4 #c4--l4 #b c4 #bj #h no4 #d4-- #i1 no4 #d4--;c4 #ba #c no #a4 #fa ,juri autem civili occasionem dedit utilitas3 nam illa quam dicimus consoxiatio aut subjectio utilitatis alicujus causa coepit institui4 o4c4 prol4 #af4 #fb ,sed sicut cujusque civitatis jura utilitatem suae civitatis respiciunt ita inter civitates aut omnes1 aut plerasque1 ex consensu jura quaedam nasci1 potuerunt et nata apparet1 qui utilitatem respicerent non cetuum singulorum sed magnae illius universitatis4 ,et hoc jus est quod gentium dicitur4 ,prol4 #ag4 ,cfr4 l4 #a4 c4 #a4 #ad4 no4 #a4 #fc ,tum vero etiamsi ex juris observatione nulla spectaretur utilitas sapientiae non stultitiae esset eo ferri1 ad quod a natura nostra nos duci sentimus4 o4c4 prol4 #ah4 #fd ,si nulla est communitas1 quae sine jure conservari possit1 quod memorabili latronum exemplo probabat ,aristoteles1 certe et illa quae genus humanum1 aut populos complures inter se colligat1 jure indiget4 prol4 #bc4 #fe ,nam jus hic nihil aliud1 quam quod justunt est1 significat1 idque negante magis sensu quam aiente1 ut jus sit quod injustum non est l4 #a c4 #a #c4 #a4 #ff ,qualitas moralis personae competens ad aliquid juste habendum vel agendum4 ,de ,jure ,b4 ac ,p4 l4 #a c4 #a4 #d4 ,personae competit hoc jus1 etiamsi rem interdum sequatur4 #fg ,obligationem requirimus4 ,permissio autem proprie non actio est legis sed actionis negatio4 ibid #i #a4 #fh ,est autem injustum1 quod naturae societatis ratione utentium repugnat4 l4 #a c4 #a #a4 #fi ,sicut autem societas alia est sine inaequalitate1 ut inter fratres1 cives1 amicos1 foederatos3 alia inaequalis1 ut inter patrem et liberos1 dominum et servum1 regem et subditos1 ,deum et homines3 ,ita justum aliud est ex aequo inter se viventium1 aliud ejus qui regit et qui iregitur1 qua tales sunt quorum hoc jus rectorium1 illud aequatorium recte ni fallor vocabimus4 l4 #a c4 #a #c #b4 ,dat er een sociteit is tusschen ,god en den mensch had ook ,cicero gezegd4 ,de ,leg4 l4 #a4 #gj ,aptitudinem 7dignitatem7 respicit attributrix1 444 comes earum virtutum1 quae aliis hominibus utilitatem afferunt1 ut libertatis1 misericordiae1 providentiae rectricis4 ibid4 ,een voorbeeld van onvolkomen rechtsbevoegdheid geeft ,grotius l4 #b4 c4 #ag4 #c4 ,sic etiam civis aliquis non indignus1 etsi jus proprium ad officium non habeat1 habet tamen verum jus petendi juxta alios4 #ga ,inleijdinge tot de ,hollandse regts-,geleertheit1 beschreven bij ,hugo de ,groot4 ,uitgaaf van ,mr4 ,simon v4 ,groenewegen1 van der ,made en ,r4 ,hoogerbeets4 ,amsterd4 #agjf4 ,h4 ,boom4 ,b4 #a d4 #a4 #b enz4 ,in #ahie verscheen te ,arnhem een nieuwe uitgave door ,mr4 ,s4 ,j4 ,fockema ,andreae3 ,inleiding tot de ,hollandschen rechtsgeleerdheid beschreven bij ,hugo ,de ,groot1 #afca1 's ,gravenhage4 #gb l4 #a4 c4 #a4 #h no4 #c4 #gc ,inleiding enz4 ,b4 #a4 d4 #b #a4 #gd ,jus naturale est dictatum rectae rationis1 indicans actui alicui1 ex ejus convenientia aut disconvenientia cum ipsa natura rationali1 inesse moralem turpitudinem aut necessitatem moralem ac consequenter ab auctore naturae ,deo talem actum aut vetari aut praecepi4 l4 #a c4 #a #d4 #a4 ,cfr4 ,inleidinge tot de ,holl4 rechtsgel4 ,aengeboren wet in den menschen is het oordeel des verstands1 te kennen gevende wat saken uit haer eygen aard zijn eerlijk of oneerlijk1 met verbintenisse van ,gods wegen om 't zelve te volgen4 ,b4 #a d4 #b4 blz4 #d4 ,bij zijn bepaling van het natuurrecht citeert ,grotius1 ,philo1 ,lex mentiri nexia est ratio1 quae lex non ab hoc aut illo mortali mortalis1 non in chartis aut columnis exanimis exanima1 sed corrumpi nescia1 quippe ab immortali natura insculpta in immortali intellectu4--,tertullianus1 de corona militari--,m4 ,antonius--,cicero1 de republ4 ,,iii--,thomas #b';a #b';ae q4 #eg4 #b--,scotus1 ,,iii dist4 #bg4--,van ,thomas en ,scotus zegt hij hier3 ,nec spernenda quae ,thomas 444 dixerunt4 ,consequenter hierbij teekent ,sam4 ,coccejus aan2 dat de ouden reeds spraken van een naturam naturantem en naturatam4 ,plinius1 ,nat4 q4 #de4 ,vis ,deum naturam vocare1 non errabis2 est enim ex quo nata sunt omnia4 ,cfr4 ,seneca1 l4 #d ,benef4 c4 #g4 #h4--,proclus1 l4 #e4 c4 #i4--,tacitus1 ,i ,annal4 #ge ,grotius citeert ,cicero1 de ,off4 ,,iii4 #gf ,est autem jus naturae adeo immutabile1 ut ne a ,deo quidem mutari queat4 l4 #a c4 #a #aj #e4 #gg ,grotius citeert1 ,seneca1 ,de ira l4 #a1 c4 #c3 ,mota animalia humanis affectibus carent2 habent autem similes illis quosdam impulsus4 ,zeer helder is ,grotius in hetgeen hij in de ,inleiding enz4 over de onveranderlijkheid van het natuurrecht1 en over een mensch en dier gemeenzaam recht1 zegt3 ,van deze zaken zijn eenige den mensch eigen1 eenige hem gemeen met andere schepselen1 niet dat de onredelijke schepselen eigentlick des rechts deelachtig zijn1 't welck alleen past op 't redelick wesen3 maar dat den mensch door de reden die in hem is1 bevind in hem recht te zijn 't geen andere schepselen doen of alleen door haer aengheschapen kracht of te oock met eenigen treck en de zucht4 ,want gelijck al wat daer is zoeckt het gemeene goed ende voorts sijn eigen2 ende namentlich sijne behoudenisse1 gelijck oock de dieren door gang van man en de wijf zoecken haers geslachts voortsteeling en de 't gheboren1 onderhouden1 zoo is 't dat een mensch oock sulcks doende1 in zijn ghemoed bevind dat hij doet dat recht is2 maer voor zooveel als hij een redelick schepsel is1 werd hij verder gheleid tot godsdienst en de tot redelicke ghemeenschap met andere menschen3 waervan de grondvesten zijn anderen te doen dat men wilde dat hem zelve geschiede1 en de trouw te houden1 als oock vorder ghehoorzaarnheid1 dancbaerheid1 en de allerlei deugden der zeden4 't ,geen 't bij de aengeboren wet werd verboden is onghebiedelijk2 't geen bij de zelve gheboden werd onverbiedelick1 de zaken blijvende in de selve gestaltenisse3 ende in desen zin werd deze wet ghenoemt onveranderlick1 hoewel andersints 't geen bij de zelve wet vrij was gelaten1 bij andere wetten kan geboden ofte verboden werden1 ende de zaken zelve door een andere wet of te willige daed sulcks konnen werden verandert1 dat de verbintenisse van de aangheboren wet komt op te houden4 ,inleiding enz4 ,b4 #a1 d4 #b4 #e4 #gh ,aristoteles1 7,nicom4 ,x #aa7 wordt geciteerd1 ,seneca en ,cicero4 #gi ,o4 c4 l4 #a c4 #a #aj4 cfr4 ,inleiding enz4 ,daar wordt gezegd3 ,aen geboren wet in den mensch is 444 met verbintenisse van ,godts wegen om 't zelve te doen4 ,zijn broeder ,willem zegt in zijn werk over natuurrecht4 ,naturae etiam vox diversas habet significationes1 aliquando enim sumitur pro affectibus hominis a natura insitis1 ut est instinctus procreandi sobolis4444 aliquando natura pro prima causa1 atque adeo pro ipso ,deo accipitur1 quid aliud est natura quam ,deus8 mihil natura sine ,deo est nec ,deus sine natura2--aliquando pro causa secunda et ,deo subjecta2 sic ,pota1 hanc ,deus et melior litem natura dimeret--aliquando pro naturali illa ,dei operatione1 quae mentibus nostris insedit1 cujus ipse ,deus auctor est2 et haec quidem acceptio huic nostrae materiae quam maxime accomodata est4 ,de jongere broeder had den ouderen broeder dikwijls geraadpleegd1 daarom ook hebben zijne woorden gewicht voor onze vraag4 ,de principiis juris naturalis enchiridion auctore4 ,g4 ,grotio ,hac4 ,com4 ap4 ,j4 ,tongerloo4 #afgg4 blz4 #c4 #hj ,cfr4 ,studien ,jrg4 #bf ,d4 #da blz4 #dag4 #ha ,de ,leer v4 d4 ,h4 ,thomas v4 ,aquino over het recht4 ,w4 ,h4 ,nolens1 ,utrecht #ahij blz4 #abj4 #hb ,l',ordre ,international4 ,ch4 ,perin4 ,paris #ahhh1 blz4 #bga4 #hc ,essais de ,philosophie ,juridique4 ,louvain #ahhi1 blz4 #ij-ia4 #hd ,zoo zegt ook ,land4 ,de wijsbegeerte in de ,nederlanden 's ,gravenhage #ahii blz4 #ig3 ,het recht 7merkt hij 7,grotius7 oordeelkundig op7 zoowel als de rede zijn 4442 ons niet anders bekend dan als attributen der menschelijke natuur4 ,aan alle menschen zonder uitzondering is de begeerte eigen naar een vreedzame en volgens de mate van hun begrip geordende samenleving met hen1 die van hun geslacht zijn4 ,en daar wij als goed en billijk erkennen1 alwat in de menschelijke natuur is gegrond1 en als rechtvaardig en betamelijk al wat dienstig is tot het leven in de maatschappij1 hebben wij geen speciale goddelijke of menschelijke ordinantin noodig om ons te overtuigen van het recht en den plicht van ieder mensch om zoo te leven als de verstandigen door eigen scherpzinnigheid en nadenken inzien1 dat 's menschen aanleg voor samenleving hem voorschrijft4 #he ,inleiding enz4 blz4 #d4 ,b4 #a ,d4 #b4 #hf ,over menschelijk recht1 zegt ,grotius in zijn ,inleidinghe enz4 7,amsterd4 #agjf1 ,b4 #a4 d4 #b blz4 #e47 ,menschelijke wet is volkerwet oft burger-wet3 ,welk onderscheijt zijn oorspronk heeft gehadt ten tijde als de menschen soo seer zijn vermeenigvuldigt geworden1 dat sij niet altegader bequaemelijk hebben konnen staen onder een beleijt1 ende oversulx haer in verscheijde burgerlijke gemeenschappen hebben moeten verdeelen4 ,volker-wet is die gemeenlijk bij den volke wort aengenomen tot onderhoudinge van de gemeenschap des menschelijken geslagtes4 ,deze1 hoewel sij niet 't eenemael nootsakelik volgt uyt de aengeboren wet1 komt nochtans de selve seer na3 ende soo daarom als van wegen haer wijt-strekkend ende langdurig gebruik wert seer swaerlijk verandert3 gelijk is de wet van 't vrij geleijde der gesanten1 ende meer ndere1 rakende vreede en oorlog4 ,burger-wet noemen wij die tot haeren naesten oorspronk heeft de wille van de overheyt eens burgerlike gemeenschaps4 ,zij is geschreven of ongeschreven4 #hg ,hoc ipsum quod honestum dicimus1 pro materiae diversitate1 modo 7ut ita dicam7 in puncto consistit1 ut si vel minimum inde abeas1 ad vitium deflectat1 modo liberius habet spatium1 ita ut et fieri laudabiliter1 et sine turpitudine omitti aut aliter fieri possit1 ferme quomodo ab hoc esse ad hec non esse statin fit transitus2 ac inter aliter adversa1 ut album et nigrum reperire est aliquid interpositum sive mixtum1 sive reductum utrinque4 ,et in hoc posteriosi generi maxime orcupari solent leges tum divinae tum humanae id agendo1 ut quod per se laudabile tantum erat1 etiam deberi incipiat o4c4 l4 #a1 c4 #b #a n #c4 #hh ,voor ,goddelijke gegeeven wet kennen wij1 na onzes ,heeren ,jesus-,christus komste1 geen andere1 als die1 en ,godt den ,vader door den selven onzen ,heere ,christus heeft geopenbaert4 ,inleiding1 b #a1 d4 #a4 #hi ,tertullianus de pudicitia3 libertas in ,christo non fecit innocentiae injuriam manet lex tota pietatis1 veritatis1 constantiae1 castitatis1 justitiae1 misericordiae1 benevolentiae1 pudicitiae1 o4 c4 l4 #a1 c4 #a1 #ag4 #d4 #ij ,sive illud suum ipsi competit ex mera natura1 sive accedente facto humano1 puta dominio aut pacto1 sive ex lege4 ,natura homini suum est vita1 non quidem ad perdendum sed ad custodiendum1 corpus1 membra1 fama1 honor1 actiones propriae4 ,dominio et pacto quomodo suum quid cuique fit1 superior tractatio docuit2 tum quoad res1 tum quoad jus in actiones alienas4 ,simili modo ex lege jus suum cuique oritur1 quia idem aut plus lex potest quam in se ac sua singuli4 o4 c4 l4 #b1 c4 #ag #b1 n'o #a4 cfr4 l4 #a1 c4 #b l1 n'o #e4--,st4 ,thomas #b';a #b';ae q4 #eg art4 #b1 #c4 #ia ,wat ,grotius eigenlijk bedoelt1 blijkt zeer goed uit de volgende woorden4 ,non enim si quid alicui est utile1 id statim mihi licet per vim imponere4 ,nam his qui rationis habent usum libere esse debet utilium et mutilium electio1 nisi alteri jus quaesitum sit4 ,infantium plane alia est ratio 444 enz4 l1 #b4 c4 #b4 #ab4 #ib ,nam ad dominii natura nihi refert ex gentium an ex civili jure oriatur3 semper enim secum habet quae sibi sunt naturalia1 inter quae est obligatio cujusvis possessoris ad rem domino restituendem4 l4 #b4 c4 #aj4 #a4 no4 #e4 #ic al wat men ons verplicht is door verbintenis1 ex promissis c #aa ,noot van de ,,pg redacteur3 originele tekst deels onleesbaar seq door misdaad1 ex maleficio c #ag4 ,wat men dus ex contractu vel delecto verplicht is1 is men ex jure naturae verplicht4 #id ex jure gentium1 quod ex voluntate ortum habet1 debetur et corporum mortuorum sepultura l #b c #ai4 #a4 #ie ,l'ordre international blz4 #fi cfr4 ,heffter1 ,droit internation4 de l',europe4 #if ,deus humano generi generaliter contulit jus in res hujus inferioris naturae1 statim a mundo condito atque iterum mundo post diluvium reparato4 l #b4 c4 #b4 #b4 #ig ,na de geschiedenis der eerste menschen gegeven te hebben zegt hij3 ,hinc discimus quae fuerit causa ob quam a primaeva communione rerum primo mobilium1 deinde et immobilium discessum est2 nimirum quod cum non contenti homines vesci sponte natis1 antra habitare1 corpore aut nudo agere 444 etc4 vitae genus exquisitius diligissent1 industria opus fuit1 quam singuli rebus singulis adhiberent4 l4 #b4 c #b4 #d4 #ih ,grotius 7l4 #b4 c4 #b4 #b4 n #e47 ,pufendorf aliique jus proprietatis pacto aliquo primigenio sive tacito1 sive explicito introductum esse existimant4 ,putant nimirum homines jam fundata societate ob utilitatem publicam aliquam bonorum partem inter se divisione1 de reliquis vero convenisse1 ut fierent primi occupantis1 solum sibi reservante jus usus innoxii rerum alienarum1 et jus sibi sumendis in extremo necessitate1 quantum ad conservationem necessarium foret4 ,cfr4 ,cathrein4 ,phil4 mor4 blz4 #bhf4 ,dicit ,grotius ex pacto vel tacito vel expresso ad communionem ventum1 etc4444 ,feldenus zegt3 ,haec mera figmenta sunt4 ,nos dicimus dominium ortum esse ex rerum natura4 ,nam quod communiter hominibus datum est1 salutariter vero quoad singulas partes a singulis dirigitur1 illius divisio est a ,jure naturae4 ,respondeo 7,graswinkel71 haec non sunt contradicentia2 vere enim divisio juri naturali conveniens fuit1 mutato statu hominum cum orbem implevissent4 ,manet tamen inconcussum1 facto hominium divisionem intrasse4 ,nihil enim fit alicui a natura proprium1 alis exclusis1 cum natura omnes eodem jure amplectatur1 eadem tamen monstravit per modum divinionis multa melius dirigi2 posse1 et dissentionum causas amputari4 ,neque tamen naturaliter fieri dicitur1 quid quid naturali ratione nititur3 nisi et nos omnes leges humanas naturale jus esse dicamus--,theod4 ,graswinckeli4 ,stricturae ad censuram ,joannis ,felden ad libros ,h4 ,grotii4 p4 #hj1 ad lib4 #b4 c4 #b4 #b4 ,amstelaedami2 ,joann4 ,blaeu #afed4--,zie over ,graswinkel ,g4,j4 ,liesker4 ,die ,staatswisschenschaftlichen ,anchauungen ,dirck ,graswinckels--,freiburg4 7,schw47 #aija4 #ii ,antiquissimae artis1 agricultura et pastoritia in primis fratribus apparuerunt non sine aliqua rerum distributione4 l4 #b c4 #b #b4 ,wat niet verdeeld was nam men later in privaatbezit door occupatio3 ,puteos vero1 rem in siticulosa regione valde necessariam1 nec multis sufficientem1 occupando quisque suos fecere4 l4 #b c4 #b n #c4 ,ideo quae communia omnium fuerunt et in prima divisione 7l4 #b c4 #b #b7 divisa non sunt ea jam non divisione1 sed occupatione transceunt in jus proprium1 nec dividuntur nisi postquam propia esse coeperunt4 l4 #b c4 #b #c n #c4 #ajj ,b4 #b d4 #c #b4 ,cfr4 eveneens1 ,de mare libero4 #aja ,liquida quia per se non terminantur occupari nequiunt2 nisi ut contenta in re alia3 quomodo locus et stagna occupata sunt1 item flumina1 quia ripis tenentur4 l4 #b4 c4 #b #c4 n #b4 #ajb ,spectandum enim est1 quae mens eorum fuerit qui primi dominia singularia introduxerunt4 l4 #b c4 #b1 #f n #a4 ,quae credenda est talis fuisse1 ut quam minimo ab aequitate naturali recesserit4 #ajc ,non in res tantum1 sed in personas jus quoddam acquiritur1 et originarie quidem ex generatione1 consensu1 delicto4 c4 #e4 no l #b4 #ajd ,ex consociatione jus in personas oritur1 aut ex consociatione venit aut ex subjectione1 o4 c4 #a4 #b c #e n #a4 #aje ,consociationes praeter hanc maxime naturalem sunt et aliae tum privatae1 tum publicae4 l4 #b c4 #e #ag4 #ajf ,est autem civitas coetus perfectus liberorum hominum juris fruendae et communis utilitatis causa sociatus4 l4 #a c4 #a #ad4 #ajg ,consociatio1 qua multi patres familiarum in unum populum ac civitatem coeunt1 maximam dat jus corpori in partes1 quia haec perfectissima est societas3 neque ulla est hominis actio externa quae non ad hanc societatem aut per se1 aut ex circumstantiis spectare possit4 #ajh l4 #a4 c4 #d4 #g4 n #c4 ,juris autem civilis occasionem dedit utilitas nam illa1 quam diximus consociatio aut subjectio1 utilitatis causa coepit institui4 prol4 #af4 ,nam qui coetui alicui se aggregaverant1 aut homini hominibusque subjecerant hi aut expresse promisserant1 aut ex negotii natura tacite promisisse debebant intelligi1 secuturos se id1 quod aut coetus pars major1 aut hi1 quibus delata potestas erat1 constituissent4 prol4 #ab4 #aji ,dit zag ook ,felden in3 ,verum ex praesumpta voluntate paciscentium eorum1 qui in societatem civilem coierunt petendum non esse videtur fundamentum1 sed ex natur potius constituente homines partes societatis civilis4444 ,fundamentum eorum1 quae justa sunt in civitate1 non a praesumpta voluntate coeuntium1 sed ab ipsa natura civitatis petenda esse4 ,joann4 ,felden1 ,annotata ad ,h4 ,grotium4 etc4 ,jenae #afeh4 blz4 #gb4 ,zie ook ,felden4 ,elementa juris universi4 ,lips4 #affd4 ,de staat wordt aangeduid als societas naturalis perfecta blz4 #d4 ,felden hatte entschieden ,unrecht1 in den ,ausfhrungen des ,grotius berhaupt eine ,verkenning des speziell natrlichen ,elementes zu erblicken4--,zwar wurde in dessen ,schrift einen besonderen ,nachdruck auf die ,thatsache gelegt1 dass ohne eine gewisse bereinkunft1 zwischen den ,individuen keine geordnete ,gesellschaft enstehe1 aber gleichfalls wurden an manchen ,stellen die ,natrlichen ,verhltnisse betont1 durch welche das ,individium dazu gefhrt wurde1 den ,socialen ,vertrag formel oder stilschweigend z schliessen4 ,aldus ,liesker4 ,die ,staatswissenschaftlichen ,anchauungen ,d4 ,graswinkel's p4 #aeg4 ,ik geloof dat men zich hier vergist4 ,de aangehaalde text1 waarop deze bewering steunt is l4 #a4 c4 #d4 #g4 n #c4 waar ,grotius juist het tegendeel bewijst4 ,vergelijk over ,grotius' contractstheorie3 ,o4 ,gierke1 passim4 vooral blz4 #ha4 ,j4 ,basdevant4 ,fondateurs du ,droit international4 ,paris #aijd4 blz4 #bdj4 ,deze laatste zegt3 ,comme principe ,grotius admet la doctrine du contrat social1 qu'il n'expose pas dans son ensemble comme un point sur lequel il aurait port specialement son attention1 mais que des allusions suffissament prcises font apparaitre comme adopt dans son esprit4--,cfr ,esmein4 ,elements du droit constitutionel4 ,paris #aijc4 #aaj ,o4c4 ,l4 #a4 c4 #c4 #f4 n #a4 #aaa ,summam imperio intelligo personam ant coetum cui imperium sit in populo solius ,dei imperio subditum4 ,de ,imperio ,summarum ,potestatum4 blz4 #a4 #aab ,haec ergo summa potestas quod subjectum habeat videamus ,subjectum aliud est commune1 aliud proprium3 ut visus subjectum commune est corpus1 proprium oculus2 ita summae potestatis subjectum commune est civitas1 subjectum proprium est persona una pluresve1 pro cujusque gentis legibusque ac moribus4 l4 #a4 c4 #c4 n #g4 n #c4 #aac l4 #a c4 #c #h no #a4 cfr4 l4 #b c4 #aa #a no #c4 #aad l4 #a c4 #d l no #c4 #aae ,zie over ,ephoren1 ,otto ,gierke--,althusius blz4 #bi4 ,ephoren werden genoemd de mannen die de opdracht hadden in naam van het volk diens rechten voor te staan tegenover de hooge regeering4 #aaf l4 #a c4 #d #g no #b4 #aag ,lib ,,iii advers4 ,monarchom4 c4 #h4 l4 ,,vi c4 #bc-bd4 #aah ,summam potestatum intelligo personam aut coetum cui imperium sit in populo solius ,dei imperium1 subditum4 ,vocem ergo ,summae potestatis non pro jure sumimus1--sed pro jus habente4 ,hujus ergo ,summae potestatis ita definitae imperium dicimus1 non ad profana tantum sed ad sacra quoque extendi4 ,h4 ,grotii4 ,de imperio ,summarum ,potestatum circa ,sacra4 ,ed4 #c';e ,hagae ,com4 ,adr1 ,vlacq #afeb4 ,c4 #a4 n #b4 #aai ,verantwoording v4 d4 ,wettelicke ,regiering van ,hollant ende ,west ,vrieslant4 ,parijs4 ,cap4 #b4 blz4 #bd4 ,atque adeo religimis qouque publicae status nunquam non a regis ac ,synedrii arbitrio pependit4 l4 #a4 c4 #d4 #f4 n #d4 #abj ,verantw4 c4 #b4 blz4 #bh4 #aba ,verantw4 blz4 #ei4 c4 #f4 #abb ,verantwoordingh ibid4 #abc ,de ,imper4 ,summ4 ,potestatum4 c4 #a4 no4 #b4 #abd ,universitate materiae respondit finis quoque universitas o4 c4 c4 #a4 no4 #d4 #abe ,de ,imperio ,summarum ,potestatum4 c4 #a4 no4 #d4 ,ook de verdere citaten in den text zijn uit dit werk4 #abf ,musculo1 ,bucero1 ,ivello1 ,witakkero1 ,reinoldo1 ,brittanarum rege1 ,episcopo ,eliensi1 ,bochello1 ,tokero1 ,causabono1 ,paraco1 consentinunt hi qui ,politica tractarunt 444 ,melchior ,goldastus1 etc4 #abg ,nam quamquam pro poena quibusdam injungi opera quaedam solent ea tamen opera spectantur tantum qua molesta sunt1 atque ideo ad passiones sunt referenda4 l4 #b4 c4 #bj4 #a4 no4 #a4 #abh ,dictat 444 ratio maleficium posse puniri1 non autem quis punire debeat1 nisi quod satis indicat natura conventissimmum esse ut fiat ab eo qui superior est3 non tamen ut omnino hoc demonstret esse necessarium nisi vox superioris eo sumatur sensu1 ut is qui male egit eo ipso se quovis alio inferiorem censeatur fecisse et quasi ex hominum censu detruxisse in censum bestiarum quae homini subjacent4 l4 #b4 c4 #bj4 #c4 no4 #a4 #abi ,est enim ira ut in bestiis ita in homine 444 qui appetitus adeo per se caret ratione1 ut saepe feratur in ea1 quae non laeserunt1 ut in foetus ferae quae laesit2 aut in sensu carentia ut in lapidem quo ictus est canis4 ,at talis appetitus in se spectatus non convenit parti rationali1 cujus est imperare affectibus2 ac proinde nec juri naturae quia id est dictatum naturae rationali ac sociali qua talis est #e4 #acj ,de talibus ,seneca loquitur1 cum ait1 interdum1 ut pereant interesse pereuntium4 l4 #b c4 #bj #g no #c4 #aca ,cfr4 l4 #a c4 #c #b no #b quanquam enim judicia publica non a natura1 sed a facto sunt humano 444 enz4 #acb ,sed cum facti inquisitio saepe magnam diligentiam et poenae aestimatio multo prudentiae et aequitatis desideret ne dum quis nimium de se praesumeret1 aliis non credentibus1 rixac orirentur1 eo placuit hominum justis commutationibus eis deligere quos optimos ac prudentissimos putarent aut forte sperarent4 #i no #d4 #acc ,sunt enim haec remedia animorum non minus innocentia quam pharmaca sensui ingrata4 l4 #b c4 #bb #aj no #a4 #acd ,dit alles behandelt ,grotius wijd en breed4 l4 #a c4 #b #h no#i4 en verder4 #ace ,cfr4 l4 #b c4 l #ad4 #acf ,tam omnes parcere crudelitas est1 quara nulli4 ,seneca1 ,de clementia4 ,de ,jure ,b4 ac ,p4 l4 #a4 c4 #b4 #h4 no4 #aj 444 negant enim stoici ut videre est in fragmento apud ,stobacum1 titulo de magistratu1 in oratione ,tullii pro ,mucena1 et in fine librorum ,senecae1 de clementia1 sed levi argumento4 ,venia aiunt1 debitae poenae remissio est3 sapiens autem quod facere debet facet4 ,hic fraus latet in illa voce debitae4 o4 c4 c4 #bj #ba4 #acg ,de ,j4 ,b4 ac ,p4 l4 #b1 c #bb4 #bi4 no #a4 #ach ,vera bona extra virtutes1 et earum actiones1 quae ad peccatum non ducunt sunt aut delectantia1 aut delectantium causa1 quae utilia vocantur ut possessionum abundantia4 #aci ,sunt 444 quaedam quae vitae acquiparantur1 ut existimatio pudor virginalis1 fides matrimonii1 aut sine quibus vita tuta esse non potest1 ut imperii societatem continentis reverentia3 adversum quae qui faciunt ii homicidis meliores non videntur4 o4 c4 l4 #a4 c4 #b4 #e4 no #g4 #adj ,sed intra concessum modum ad minimum ducit caritas ejus qui punitur1 nisi plurium justior caritas aliud suadeat ob causam extrinsecam1 quae interdum est ingens periculum ab eo qui deliquit1 plerumque autem necessitas exempli4 c4 #bb #cd4 #ada ,jam vero majorem etiam usum habet religio in majori illa1 quam in civili societate1 quia in civili partem ejus supplent leges1 et facilius legis exsecutio4 ,cum contra in magna illa communitate juris exsecutio sit difficillima1 ut quae nisi armis expleri nequeat2 et leges paucissimae quae insuper sanctimoniam suam habent praecipue a metu numinis4 l4 #b c4 #bj #dd1 no #f4 #adb ,zie over ,grotius strafrecht-theorie1 ,heinrich ,pfenninger3 ,der ,begriff der ,strafe1 ,zrich4 #ahgg4 #adc ,alles was ,grotius von dem rechte der ,natur vorbringt1 ist nichts als die alte scholastische ,lehre4 ,joh4 ,jac4 ,schmauss1 ,neues ,systema des ,rechts der ,natur ,gott4 #aged ,wz4 #bac4 #add ,grotius brach auf politischem ,gebiete die ,bahn1 wie ,luther auf dem religisen und ,cartesius auf dem philosophischen1 ,kaltenborn4 ,die ,vorlufer des ,hugo ,grotius1 ,leipzig #ahdh4 #ade ,archiv1 fr ,geschichte der ,philosophie d4 #g1 blz4 #fg4 #adf ,die ,philosophie des ,rechts1 #ahcj1 ,b4 #a1 blz4 #fh4 #adg ,cfr4 ,v4 ,cathrein1 ,moralphilosophie1 #ahii1 ,b4 #a1 blz4 #cbc e4 v4 #adh ,gest4 #afjd4 ,disquisitiones methaphisicae #a1 #b1 disp4 #aej c4 #c no #bb-be ,zie over ,vasquez' stelling ,dr4 ,praxmarer4 ,philosoph4 ,jahrb4 #ahhh blz4 #dba4 #adi ,illa ergo quae rationem habent1 seipsa movent ad finem1 quia habent dominium suorum actuum per liberum arbitrium1 quod est facultus voluntatis et rationis44444 ,et ideo1 proprium est naturae rationalis1 ut tendat in finem quasi se agens1 vel ducens ad finem2 naturae vero inrationalis1 quasi ab alio acta1 vel ducta4 ,s4 ,th4 #a;a #b;ae q l1 art4 #b4 c4 ,duplex est necessitas3 una coactionis1 et haec1 quia repugnat voluntati tollit rationem meriti4 ,alia est necessitas ex obligatione praecepti sive ex suppositione finis1 quando scilic aliquis non potest consequi finem virtutis1 nisi hoc faciat1 et talis necessatis non excludit rationem meriti1 in quantum aliquis hoc quod sic est necessarium voluntarie agit4 ,s4 ,thom4 ,s4 ,theol4 #b;a1 #b;ae1 q4 #eh1 art4 #c ad #b cfr4 ,de veritate q4 #ag4 a4 #c4 #aej ,agens autem non movet1 nisi ex intentione finis4 ,si enim agens non esset determinatum ad aliquem effectum1 non magis ageret hoc quam illud3 ad hoc ergo quod determinatum effectum producat necesse est quod determinetur ad aliquid certum1 quod habet rationem finis4 ,s4 ,thom4 la1 #b;ae q4 l a4 #b c4--,s4 c4 ,g4 ,l4 #c c4 #b4 #aea ,manifestum est omne agens agere propter finem1 quia quodlibet agens tendit ad aliquod determinatum4 ,id autem ad quod agens determinate tendit1 oportet esse conveniens ei2 non enim tenderet in ipsum nisi propter aliquam convenientiam ad ipsum4 ,quod autem conveniens est alicui est illle bonum4 ,ergo omne agens agit propter bonum4 ,st4 ,thom4 ,s4 c4 ,g4 l4 #c4 c4 #c4 #aeb ,finis est bonum1 vel apparens bonum--,aristoteles1 ,phys4 lib4 #b1 #ca1 cfr4 ,st4 ,thom4 ,de ,verit4 q1 #ad a #b4 #aec ,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #e art4 #f1 c4 #aed ,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #ah--ai4 #aee ,cum ratio humana ad legem aeternam comparetur1 ut causa secunda primae subordinata1 necessarium est voluntatis humanae bonitatem magis ex lege aeterna quam ex ratione dependere4 ,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #ai art4 #d concl4 #aef #a;a #b;ae q4 #ij art4 #d c4 #aeg ,cfr4 ,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #ai4 #aeh ,celui1 qui a agi contrairement aux lois de la morale 444 a viol un ordre1 qu'il tait tenue de respecter1 un ordre qui devrait tre observ4 ,de ,baets4 ,bases de la morale et du ,droit4 blz4 #cjj4 #aei ,zie over dit alles ,victor ,cathrein4 ,moralphilosophie1 #ahii1 blz4 #cbg-ccb4 ,hij kent geen ware verplichting zonder overheid4 #afj ,cfr4 ,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #ij4 art4 #b c4 #afa ,tout chose est bonne2 lorsqu'elle tend sa fin4 ,ainsi en est-il des choses naturelles2 ainsi des actions de l'animal1 ainsi des actions de l'homme en dehors de la considration morale2 ainsi en est-il enfin des actions morales4 ,elles sont bonnes1 si elles tendent raliser la fin de l'homme1 de l'homme comme tel4 ,de ,baets4 ,les basis de la morale et du droit4 ,gand1 #ahib1 bl4 #agg4 #afb ,sed primo agenti1 qui est agens tantum1 non convenit agere propter acquisitionem alicujus finis2 sed intendit solum communicare suam perfectionem1 quae est ejus bonitas4 ,et unaquaque creatura intendit consequi suam perfectionem1 quae est similitudo perfectionis et bonitatis divinae4 ,sic ergo divina bonitas est finis rerum omnium4 #a;a q4 #dd art4 #d4 #afc ,in rebus creatis invenitur bonum1 non solum quantum ad substantiam rerum1 sed etiam quantum ad ordinem earum in finem #a;a q4 #bb art4 #a4 #afd ,ratio autem ordinandorum in finem proprie providentia est #a;a q4 #bb art #a4 #afe #a;a q4 #bb art4 #b c4 en ad #b o4 #aff #a;a q4 #bb art4 #d4 #afg #a;a q4 #bb a4 #d c4 #afh #a;a #b;ae q4 #ia4 art4 #a1 concl4 #afi ibid en q4 #ic art4 #a4 #agj #a;a q4 #bb art4 #b ad4 #d4 #aga #a;a #b;ae q4 #ia4 a4 #b4 c4 cfr4 #a;a q4 #bb art4 #b4 ad #e4 #agb #a;a #b;ae q4 #ia a #b #b4 #agc #a;a #b;a q4 #aj art4 l c4 #agd #a;a #b;a q4 #ia1 art4 #b1 ad #b4 #age #a;a #b;ae q4 #id1 art4 #a c4 #agf #a;a #b;ae q4 #id art4 #b c4 #agg #a;a #b;ae q4 #id art4 #b4 #agh #a;a #b;ae q #id art4 #c--i4 #fa art #b4 ,cfr4 #a;a4 #b;ae q #fc art4 #a4 ,hier zegt ,st4 ,thomas ook1 waarom de deugd van nature in ons is secundum aptitudinem1 et inchoationem1 non autem secundum perfectionem4 q4 #id1 art4 #d ad #c4 #agi ,st4 ,thomas #a;a #b;ae q #id1 art4 #c ad4 #b4 #ahj cfr4 ,w4 ,dilthey4 ,archiv1 f4 ,geschikte der ,philosophie d4 ,,vii blz4 #ff4 ,grotius gelijk ,bacon1 ging uit van het idee van aangeboren tendenzen in de menschelijke natuur1 op welke hij dan in ,stoicijnschen zin een moraal construeerde4 ,cfr4 ,w4 ,dilthey1 ibid4 d4 ,,vi4 ,natrliches ,system d4 ,geisteswissenschaften im #ag ,jahrh4 #aha #a';a #b';ae q4 #ie art4 #a cfr4 ibid art4 #b--q4 #ia art4 #c4 #ahb #a';a #b';ae q4 #ia art4 #d4 #ahc l'a #b';ae q4 #ia1 art4 #c4 #ahd l'a #b';ae q4 #ie1 art4 #d4 #ahe ,ibid4 #ahf #a';a #b';ae q4 #ie1 art4 #b4 #ahg ,a4 ,pottier4 ,de ,jure et ,justitia4 ,leodii #aijj blz4 #g4 #ahh ,inleiding enz4 ,b4 #a d4 l #b4 #ahi #b;a #b;ae q4 #eg4 art4 #b4 #aij ibid4 art4 #a4 #aia ,inleidingen l4 c4 #aib ,jus sive justum naturale1 est quod ex sui natura est adaequatum vel commerisuratum alteri4 #b;a #b;ae q4 #eg art4 #c4 cfr4 ibid art4 #b4 #aic ibid4 art4 #c4 #aid ibid4 ,si consideretur iste ager absolute1 non habet unde magis sit hujus quam illius2 sed si consideretur per respectum ad opportunitatem colendi 444 secundum hoc habet quandam commensurationem1 ad hoc quod sit unius1 et non alterius4 #aie #b;a #b;ae q4 #fd4 art4 l4 #aif ,quod aliquid propter se quaerit semper quaerit2 444 quae igitur semper sunt in entibus sunt propter se a ,deo volita2 444 substantiae autem intellectuales maxime accedunt ad hoc1 quod sint semper 444 ,per hoc autem quod dicimus substantias intellectuales1 propter se a divina providentia ordinari1 non intelligimus quod ipsae ulterius non referantur in ,deum et ad perfectionem universi4 ,sic igitur propter se procurari dicuntur et alia propter ipsas1 quia bona 444 non eis sunt data propter alterius utilitatem4 ,s4 c4 ,g4 l4 #c c4 #aab4 #aig ,s4 c4 ,g4 l4 #c c4 #abh4 ,tunc autem ordinata concordia inter homines servatur1 quando unicuique quod suum est redditur1 quod est justitiae4 #aih ,m4 de ,baets4 ,les bases de la morale et du droit blz4 #aec4 cfr ,pottier4 ,de jure et justitia blz4 #g4 ,men ziet hieruit ook1 waarom ,kaltenborn ten onrechte van de scholastieken zegt3 ,das ,recht erscheint noch als ,gerechtigheit1 die ja auch moralischer und religiser ,natur ist1 o4c4 blz4 #db4 #aii o4c4 ,ibid4 #bjj #b;a #b;ae q4 #eg art4 #c4 #bja ,ibid4 #bjb ,absolute autem apprehendere aliquid non solum convenit homini1 sed etiam aliis animalibus4 ,ibid--,considerare autem aliquid1 comparando ad id quod ex ipso sequitur1 est proprium1 rationis2 et ideo hoc idem est naturale homini secundum rationalem naturam1 quae hoc dictat4 #b;a #b;ae q4 #eg art4 #c4 #bjc ,st4 ,thomas ,de ,reg4 princip4 l4 #a4 c4 #a4--;cfr4 ,ed4 ,crahay4 ,la ,politique de ,st4 ,thom4 blz4 #e4 ,louvain1 #ahif4--;cfr4 ,ene4 ,leonis ,,xiii4 ,dinturnum--cfr4 ,st4 ,thomas #a;a #b;ae q4 #if1 art4 #d4 s4 c4 ,g4 l4 #c4 c4 #abi4 #bjd ,cuicumque est aliquid naturale1 oportet etiam esse naturale id sinc quo illud haberi non potest2 444 ,est autem homini naturale quod sid animal sociale2 444 ,ea igitur sine quibus societas humana conservari non potest sunt homini naturaliter convenientia4 ,s4 c4 ,g4 #a4 #c4 c4 #abi4 ,zoo bijv4 bet staatsgezag4 #bje ,cfr4 ,st4 ,thom4 ,s4 c4 ,g4 q4 #c1 #adf4--,suarez4 ,de legibus1 l4 #b4 c4 #ad n #d4--;,de ,lugo de justitia1 etc4 disp4 #aj sect4 #b n #eh4--,st4 ,thom4 #a;a #b;ae q4 #ie4 art4 #a4 ,zie over straf4 ,st4 ,thomas #a;a #b;ae q4 #hg4 ,cathrein o4 c4 d4 #b4 blz4 #fcb--cc4 #bjf ,w4 ,dilthey4 ,naturl4 ,system d4 ,geisteswissensch4 im #ag ,jahrh4 ,archiv4 f4 ,geschichte d4 ,philos4 d4 #f blz4 #bef4 #bjg ,geb4 #aeed4 ,de ,justitia et jure libri ,,iv4 #bjh ,hely4 ,etude sur le droit de la guerre de ,grotius4 ,dezelfde uitdrukkingen als ,st4 ,thomas gebruikt de ,groot4 ,zie bijv4 de ,s4 c4 ,g4 l4 #c c4 #abi3 ,ea igitur sine quibus societas humana conservari non potest sunt homini naturaliter convenientia4 #bji o4 c4 blz4 #dc4 #baj ,de ,jure ,b4 ac ,p4 prol4 #eb4 #baa ,epistol4 #a ad ,benj4 ,maurerium1 ,grotius et aliorum ,dissert4 etc4 blz4 #e4 ,elzevier4 ,amsterdam #afde4 #bab #ae ,oct4 #afbc4 ,epist4 ad ,gallos4 #bac ,huigh de ,groot4 ,josef of ,sofompaneas4 ,treurspel vertaeld door ,j4 v4 ,vondel ,amsterd4 ,jac4 ,thomasz4 ,sergeant #afcf4 ,voorrede4 ,wij hebben het ,latijn niet al te dicht willen op de hielen volgen1 noch ook te verre van onzen treffelycken voorganger afwijcken4 ,maer of wij hier in de rechte mate houden1 dat zal het ,groote ,vernuft 7na veele rampen en wederwaerdigheid tot de waerdigheid van koningklijcke gezantschap verheven en verheerlijckt1 en met gewightige ,rijcxzaecken beslommert7 kunnen oordeelen1 wanneer het zich gewaerdige onze ,neerlandschen ,sofompaneas1 in zijn stamelen te berispen1 en hem zoo volmaeckt in ,duitsch als in ,latijn te leveren1 en wij zullen zijn oordeel als een orakel opneemen1 en wenschen dat d'almachtige hem lange spare1 en in zyn doorluchtigh ampt zegene met wijsheid en kloeckhartigheid1 tot eere van ,neerland1 vereeniging der geheele christenwereld1 ende genoegen van veel duizend eerlijcke zielen1 die hem hartelijcke liefde toedraegen4 #bad ,deze was volgens ,holtzendorf--,handbuch des ,volkenrechts blz4 #cig4 ,nota ,rivier--,pastoor te 's ,hertogenbosch en schreef een werk1 de bello justo et licito1 in #aead te ,antwerpen gedrukt4 #bae ,deghene1 welcken sommieren van de gevallen1 der conscientie1 zoo zij die noemen1 hebben gemaeckt1 hebben ghelijck van andere saken1 alsoo mede van oorloghe1 van beloften1 van den eets1 van represalin1 eenighe capittelen gesteld4 ,ick hebbe ook eenighe eighen boecken van 't recht der oorloge ghesien1 ten deele geschreven van theologanten1 als van ,franciscus ,victoria1 ,henricus ,gorichemus1 ,wilhelmus ,mathaei1 ,johannes van ,carthagena4444 ten deel mede van doctoren in de rechten als ,johannes ,lupus1 ,franciscus ,arius1 ,johannis de ,ligneus1 ,martinus ,laudensis1 maar alle desen hebben van soo seer overvloedige materie uytermate weinigh bijgebracht en den meesten hoop alsoo1 dat sij zonder orde die dinghen1 die tot het recht der nature behooren1 die tot het goddelijke1 die tot der volckeren recht1 die tot het burgherlijcke1 die uit de canonijcke of geestclijcke rechten genomen zijn hebben vermengd en onder malkander geworpen1 't ,geen allen dezen ontbroken heeft1 namelijck 't licht der historin1 hebben beginnen te vervullen de seer geleerde ,faber 444 wijdloopiger ,balthasar ,ayala en noch meerder ,albericus ,gentilis in wiens naestigheit1 ghelijck ik wete1 dat ze anderen kan behulpelijck zijn1 en bekenne dat ick daer door geholpen ben4 ,van ,covarruvias en ,vasquez wordt gezegd3 ,twee ,spanjaerden ,covarruvia en ,vasquius hebben de scholastycke subtielheden met de kennissen der wetten1 en canonijcke rechten te samen ghekoppelt4--,van ,bodinus en ,hottmannus3 ,de ,francen hebben begonnen de historin wat meer met de studien der rechten te samen te voeghen3 onder de welcken ,bodinus en ,hottmannus zeer vermaert zijn4 ,cfr4 ,voorreden op de drie boeken enz4 ,jan ,hendrickx en ,w4 v4 ,beaumont1 ,amsterdam #afeg4 #baf ,e4 ,nys ,origines du droit international4 ,robert ,flint4 ,history of the philosophie of history--t4 #a4 blz4 #bh4 ,zoo had de leer van het staatsverdrag veel aanhangers gevonden1 o4a4 ,bodinus4 ,de republica c4 #h41 ,althusius--,hubert ,languet--,marsilius v4 ,padua--,occam--,nic-,cusanus4 #bag ,zie hierover ,nuyens4 ,de ,nederl4 republiek--d4 #a4 blz4 #hi4 ,langenhuysen #aije--;,dr4 ,k4 ,krogh ,tonning ,hugo ,grotius enz4 ,koln4 ,bachem #aijd4 #bah ,zie over ,erasmus1 ,memoire de ,m4,e4 ,rottier--,memoire sur le collge des ,trois-,langues par ,m4 ,nve--,leben des ,erasmus4 ,muller--,erasme prcurseur et initiateur de l'esprit moderne4 ,h4 ,durand de ,laur4 ,paris4 ,didier #ahgb4 ,vie d',erasme4 ,burigny ,paris #ageg4 ,erasmus wil1 dat een prins ,seneca leze en ,aristoteles en ,cicero 7de officiis47 #bai ,dirk ,volkertz4 ,coornhert1 notaris te ,haarlem4 ,in #aehc schreef hij een boekje tegen den ,nederlandschen ,catechismus1 waarin hij de stelling aanviel1 dat wij allen van nature geneigd zijn om ,god en den naaste te haten4 ,zie over hem ,carl4 ,lorentzen1 ,jena #ahhf--;,f4,d4,j4 ,morrees4 ,schoonhoven4--,reformateurs et publiciste de l',europe du ,,xvii'e ,adolf ,franck ,paris #ahhd4--;,j4,j4 ,altmeyer4 ,les precurseurs de la reforme ,haag4 #ahhf4--;,dr4 ,w4 ,geesink4 ,calvinisten enz4 ,rotterdam4 #ahhg4 #bbj cfr4 ,w4 ,dilthey o4c4d4 #f blz4 #cde4--;,hnel ,melanchton der ,jurist4 ,zeitschrift f4 rechtsgesch4 #ahfi--h blz4 #bdi4 #bba ,hij schreef3 ,de ,constantia #aehb--,politica #aehc--,manuductio ad ,stoicam philos4 #afjd--,phisiologia ,stoicorum #afaj4--,zie over ,lipsius1 ,mallinckrodt--,histor4 psychol4 studie4 in ,geloof en ,vrijheid4 #cb;e ,jhrg4 #ahih--,reitsma ,geschiedenis van de ,hervorming1 enz4 ,groning4 #ahii4 ,quant moi je rintgre ,aristote dans l'enseignement de la philosophie2 mais je ne le rintgre pas seul3 je mets en tte tantt ,platon1 tantt ,epictte1 quand ce n'est pas ,plutarque ou ,snque1 schreef ,lipsius4 cfr4 ,em4 ,amiel1 ,juste-,lipse1 ,paris #ahhd4 #bbb ,de ,jure ,b4 ac ,p4 l4 #c c4 #ai #b no4 #a4 #bbc cfr4 ,cicero de ,leg4 l4 #a4 #bbd ,senon's definitie der driften2 als3 perturbatio aversa a recta animi contra naturam animi1 neemt ,cicero over1 en van hen ,grotius4 cfr4 ,cicero ,tusc ,,iv #i--;de leg4 l4 #a4 #bbe ,zie over het privaateigendomsrecht ook ,grotius' ,paraphrasis ,tituli ,institutionem2 ,de rerum divisione etc4 blz4 #cad--;,hugo ,grotii ,poemata ,ed4 #d;a ,lugd4 ,b4 ,vogel #afde4 #bbf cfr4 ,cicero de off4 ,,iii4 c4 #e4 #bbg cfr4 ,seneca de ira #b c4 #ab4 ,exsequar quia oportet non quia dolet4 cfr4 c4 #bf--a4 c4 #e4 #bbh ,cicero l4 #b;de off4 c4 #ab4 #bbi ibid c4 #f4 #bcj ,epist4 #ad4 #bca ,zelfsverdediging is echter ooit goed1 want ,grotius zegt gelijk ,cicero3 ,principio generi animantium omni est1 a natura tributum1 ut se vitam corpusque tueatur4 ,cicero de ,off4 ,i4 c4 #d4 #aa4 #ab4 #bcb ,merken wij hierbij op1 hoe zich veel in de ,jure ,b4 ac ,p4 verklaart uit het heerschend protestantisme4 ,de partij der humanisten1 werd door de echt gereformeerden1 de ,calvinisten in ,holland1 de partij der libertijnen1 der ,erasmianen1 der ,peligianen genoemd4 ,zij waren te verdraagzaam1 te vrijzinnig voor hen1 die het oude dogma hadden verlaten om een nieuw te omhelzen4 ,het nieuw geloof was alles voor hen1 en naast dat geloof de nieuwe zedenwet1 geput uit het ,oude ,testament4 ,de staat had voor hen geen beteekenis1 dan in zoover hij de verspreiding van het nieuwe geloof bevorderde1 de afgodendienst1 de ketterijen1 de paapsche superstitin en stoutigheden bestreed2 dan in zoover hij de zedenwet met zijn macht hielp4 ,hij moest dansen en zondagsschennis1 woeker en ontucht1 enz4 streng straffen4 ,dit alles verklaart ons1 waarom niet alleen door de ,groot1 maar ook door de andere schrijvers zooveel gewicht werd gehecht aan de oude wet1 waarom men zich afvraagt of zij nog verplicht8--,dat men onderzocht1 of vervolging van ketters geoorloofd is1 of men verbonden mag sluiten met de ongeloovigen1 enz4 ,zie over deze partijen ,nuyens--,nederl4 republiek etc4 ,langenhuyzen #aije4 ,h4,c4 ,rogge1 ,johannis ,utenbogaert en zijn ,tijd4 #bcc ,ad4 ,friedr4 ,glafey4 ,geschichten des ,rechts der ,vernunft4 ,leipz4 #agci4 #bcd ,neues ,systema des rechts der ,natur4 ,gtt4 #aged4 #bce o4 c4 #bcf ,le droit de la guerre et les prcurseurs de ,grotis ,brux4 #ahib4 ,les origines du droit internat4 ,brux4 #ahid4 #bcg ,joh4 ,althusius o4c4 #bch #aeji--aeff4 ,contr4 illustr4 etc4 libri tres4 #bci #aedh--afag4 ,de legibus etc4 #bdj #aece--afjj4 ,de justitia et jure4 #bda #aeed--afbc4 ,de justititia aliisque virtutibus morum4 #bdb #aeab--fj4 ,opera omnia4 ,quaest pract4 #bdc #adid--aefj4 ,de justitia et jure4 #bdd #aeci--he4 ,disp4 de lege1 jure et aequitate4 #bde #adig-aefj4 ,philos4 moralis epitome ,wittenb4 #aecg--;,ethicae doctrinae elementa et enarratio--,ethicorum 7,aristotelis7 ,wittenb4 #aecj4 #bdf ,methodia tractatio artis juris4 #afae4 #bdg ,de summo bono #afad--;,de legibus #afaf4 #bdh ,juris naturalis1 gentium et civili ,greek3 eisagogae ,colon #aeci--;,hij werd geboren #aejf1 als prof4 te ,marburg #aefg4 #bdi ,principiorum juris libri quinque4 ,lips #afae4 ,wincler geb4 #aegi1 stierf #afdh4 #bej ,de lege naturae apodictica methodus #aegg4 ,oldendorp bepaalt het natuurrecht niet als3 quod natura omnibus animalibus docuit4 ,de dieren hebben geen recht1 want zij hebben geen wet4 ,jus denique idem est quod lex4 7cfr4 o4c4 blz4 #g4 editie ,kaltenborn74 ,wincler en ,hemmingius spreken van een jus naturae prius et posterius4 ,het eerste is de ons ingeboren wet1 het tweede1 datgene wat noodzakelijk is geworden na den zondeval1 om te voorkomen dat de menschen tegen de natuurwet doen4 cfr4 ,wincler o4c4 ed4 ,kaltenborn4 blz4 #ii4 ,hemmingius neemt ook het staatsverdrag aan4 #bea #aecj--if of #ig4 ,six livres de la republique4 #aegg4 #beb ,joh4 ,althusius blz4 #gc4 not4 #dd4 #bec ,o4 ,gierke o4c4 blz4 #gf4 #bed ,zoo ook ,covarruvias ,i c4 #a4 no #b--d2 ,victoria ,rel4 ,,iii no #g2 soto ,i q4 #a a #c2 ,vasquez c4 #dg2 ,lainer2 ,bellarminus2 ,molina4 #bee o4c4 blz4 #d4 #bef ,alberic-,gentiles geb4 #aeea te ,ancona vluchtte om zijn nieuwgezindheid naar ,engeland1 stierf als prof4 te ,oxford #afaa4--;,de ,legationibus #aehe4 ,de jure belli #aehh4 ,de justicia bellica #aeij4 ,le savant professeur de ,turin1 ,pasquale ,fiore1 atribue ,alberic ,gentiles le mrite d'avoir1 le premier trait les questions de droit international en les sparant des questions theologiques et morales en leurs donnant un fondement plus raisonable4 ,il a su accorder l'lement historique l'importance qui lui est due4 ,calvo4 ,droit intern4 theor4 et pratique4 #c;e dit4 ,paris #ahhj4 t4 #a no4 #c4 vergl4 ,perin ,ordre intern4 p4 #bji4 ,grotius o4c4 prol #ch4 zag al in dat ,gentilis zich alleen op de gebruiken baseerde4 ,hij zou een voorlooper kunnen genoemd worden der cole historique4 ,zie over ,alb4 ,gentiles nog ,mr4 ,w4 ,a4 ,reiger4 ,commentatio de ,a4 ,gentili1 ,grotio #ahfg4 ,e4 ,nys o4c4 p4 #aa zegt dat voor ,gentilis het volkenrecht is3 ,le rsultat d'un accord des peuples1 accord1 qui apparait surtout par le long usage4 ,grotius zegt van hem3 cujus diligentia sicut alios adjuvare posse scio ita et me adjutum profiteor4 ,in ,holland werd in #ahgf een comit georganiseerd om ,alb4 ,gentilis te huldigen4 ,president was ,asser1 prof4 ,amsterdam4 ,zie over den uitslag van dit comit het ,handelsblad van dat jaar4 #beg ,de legib et ,dei legilatore l4 #b c4 #ai no #i4 ,vergel4 ,e4 ,nys ,orig4 du droit internat4 p #aa en #ab ,fondateurs du droit intern1 in voce4 #beh ,e4 ,descamps o4c4 blz4 #gh4 #bei ,pradier ,fodr4 ,le droit de la guerre et de la paix4 ,paris #ahfg4 blz4 #ad4 nota cfr4 ,lerminier4 ,introd4 gener4 l'histoire du ,droit blz4 #aje4 ,brux4 #ahcj4 #bfj ,fondateurs du droit international1 art4 ,grotius blz4 #bcc4 #bfa ,fonsegrive4 ,franois ,bacon blz4 #cig ,paris #ahic4 #bfb cfr4 ,ueberwegs 444 ,gesch4 d4 ,philos4 ,herausgegeben v4 ,dr4 ,max ,heinze #ija4 #c;e deel blz4 #fd4 #bfc ,hugo ,grotius 444 qui edito opere ,de ,jure belli ac pacis primum inpulsum dedit jure naturalis deinceps ab aliis diciplinis sejungendi atque ad peculiaris scientiae dignitatem evehendi2 quare et juris naturalis fundator 7non sina injusta exaggeratione si res magis quam ejus forma spectatur7 appelari consuevit4 ,meyer4 ,instit4 ,jus ,natur4 #ahhe4 p4 ,,xx4 cfr4 ,meyer4 ,grondstze der ,sitlichkeit und des ,rechts1 blz4 #df4 ,e4 ,descamps o4c4 blz4 #ha4 #bfd ,history of the philosophy of history t4 #a4 blz4 #bh4 cfr4 ,e4 ,nijs4 origines enz4 blz4 #bfe cfr4 ,e4 ,nijs o4c4 cfr4 en ,w4 ,stubbs4 ,seventeen lectures on the study of medieval and modern history and kindred subjects4 blz4 #bdj4 #bff ,abrg des mmoires illustres4 l4 #a c4 #a blz4 #fag4 #bfg ,charron4 ,sagesse ,,ii4 c4 #g #bfh cfr4 ,neumann4 ,hugo ,grotius4 blz4 #ai4 #bfi cfr4 de ,jure ,b4 ac ,p4 prol4 #ch4 #bgj ,thomas ,stapleton beschrijft de ,politici als civiles homines1 elegantes et suaves1 prudentes et cordati1 ipsam sacrosanctae religionis causam1 politice et civiliter tractari volunt4 ,hun dogmata zijn3 ,multa esse pro tempore dissimulanda1 publicae pacis causam ante oculos semper habendam1 non esse irritandes crabrones2 haereses istas vel debellari non posse1 quia potentes1 vel ex animis hominum evelli non posse1 quia pertinaces haeretici sunt2 vel tantis conatibus impugnari non esse necesse1 quia de rebus leviculis contenditur vel postremo tanti illos non esse1 nec tantam universe religionis curam nobis incumbere1 ut pacem publicam communesque fortunas1 vel ad illas reprimendas vel ad hanc conservandam1 periclitari sinamus--quinimo prudentis ac politici viri esse1 patriae et civium1 suorum commodis ante omnia prospicere1 suis rebus consulere1 ,principum placitis sese accomodare1 invidias aut simultates superfluas ,religionis causa non subire4 enz4 ,th4 ,stapletoni oratio academica ,monachii habita #afjg1 blz4 #d4 #bga ,proceedings at the laying of a wreath on the tomb of ,hugo ,grotius by the ,commiss4 of the ,united ,states of ,america to the ,intern4 peace ,conference blz4 #ad4 ,dit rapport1 dat niet in den handel is1 dank ik aan de welwillendheid van ,zijne ,excellentie ,mr4 ,l4 ,h4 ,ruyssenaers4 ,aan hem hiervoor mijn dank4 #bgb ,essais de phil4 ,jurid4 blz1 #gg4 #bgc ,puffendorf4 ,les devoirs de l'homme et du citoyen l4 #b4 ch4 #a4 #e4 #h4 ,ed ,barbeyrac ,amsterd4 #agjh4 ,men moet niet denken1 dat de auteurs die een moraal doceeren op het voetspoor van ,st4 ,thomas en onderscheid maken in een ethica generalis en specialis zoowat hetzelfde doen4 ,de ethica generalis geeft voor hen aan datgene1 wat de mensch als mensch te doen heeft1 afgezien van het feit of hij leeft in een vereeniging of niet4 #bgd ,oeuvres de ,leibnitz4 ,ed4 ,dutens4 t4 ,,vi4 blz1 #bga4 #bge ,so lebt und webt ,hugo de ,groot in den ,ideen des ,friedens ,w ,dilthey-,archiv4 f4 ,gesch4 d4 ,phil4 d4 #g4 blz #gf4 #bgf ,etiam philosophurum alliis summum1 alus unicum bonum virtus1 quae duris non alitur tantum sed ijuod adjiciunt1 gaudet1 ut miles1 cui a duce magni labores ac pericula imponantur4 ,quanto magis id christianos sentire aequum est1 quibus iter per crucem ad regnum coeleste stravit ipse1 cujus nomine frustra appellamur1 si exemplum sequi piget4 ,epist ad4 ,joh ,casimirum #ab ,febr4 #afci ,epist ,h ,grotii ad ,domum regiam sueciae1 enz ,stockholm #ahib4 #bgg ,wij willen of kunnen hier geen compleete bibliographie geven1 gelijk men begrijpt4 #bgh ,wij geven hier ,grotius brieven4 ,,inhoud4 ,inleiding ,levensschets v4 ,hugo de ,groot ,de ,jure ,belli ac ,pacis ,zijn wording1 doel en inhoud4 ,de waardeering1 die het vond ,hugo de ,groot en het recht ,i4 ,zijne grondstelling ,,ii4 ,het natuurrecht en het stellige recht a4 ,het natuurrecht4 ,de stand der vraag en de grondslagen van het recht ,van het natuurrecht in eigen zin ,van het recht in oneigelijken zin b4 ,het stellige recht4 ,het bestaan eener willekeurige goddelijke rechtsorde ,het bestaan eener menschelijke rechtsorde 7burgerlijk en volkenrecht7 ,,iii4 ,de sanctie van het recht ,,iv4 ,de beteekenis van den term recht4--,de verdeeling van het recht ,de natuurwet4 a4 ,haar bepaling en eigenschappen b4 ,god en het natuurrecht ,het willekeurig recht 7gegeven recht7 #a ,het menschelijk recht #b ,het goddelijk recht ,v4 ,de ,determinatie ,juris ,grotius' theorin over eigendomsrecht1 ,staat en ,strafrecht4 ,i4 ,het eigendomsrecht ,,ii4 ,de staat ,,iii4 ,het strafrecht ,grotius en de ,scholastiek4 ,het verschillend punt van uitgang ,de betrekking tusschen de natuurwet en ,god ,de verhouding van natuurwet en positieve wet4 ,zedelijkheid en recht ,privaat-eigendomsrecht en staat ,grotius en de omgeving waarin hij leefde ,grotius en de romeinsche stoa ,de verdiensten van ,hugo de ,groot ,ons oordeel over ,grotius ,werken over de ,groot 99 99 99 99 99 ,,imprimatur4 ,m4,l4 ,,drabbe1 ,sup4 ,gen4 ad hoc deputatus4 ,tilburgi1 #i ,maji #aijf4