,,meesterstukken ,,van ,,rembrandt ,,harmensz4 ,,van ,,rijn4 ,,leesboek ,,voor ,,het ,,lager ,,en ,,voortgezet ,,onderwijs ,,door ,g4 ,,kielder1 ,,hoofd ,,eener ,,school ,,te ',s-,,gravenhage4 ,,amsterdam4--#aijf4 ,,voorbericht4 ,nu dit boekje juist in het ,rembrandtjaar verschijnt1 zal men het allicht indeelen bij de huldebetoogingen4 ,toch wil het daartoe niet gerekend worden4 ,onze leerlingen geven dikwijls blijk1 dat ze met welgevallen luisteren naar of lezen over kunst2 het is deze belangstelling1 die de schrijver heeft willen voeden en ontwikkelen4 ,men zal bij de kennismaking den opvoedenden ondergrond van de stof der besprekingen wel opmerken4 ,dat de onderwerpen ontleend werden aan de werken van ,rembrandt1 behoeft niet te bevreemden3 deze schilder is voor de kunst en voor het kunstgevoel een geweldig opvoeder geweest1 ook en vooral omdat hij sterk persoonlijk was in alles1 wat van hem uitging4 ,het was onvermijdelijk1 dat de bespreking van portretten hier en daar het karakter aannam van eene historische uiteenzetting2 ze stellen ons immers voor oogen het geslacht1 te midden waarvan ,rembrandt leefde1 een geslacht dat historisch is geworden4 ,dat we het zien juist door het oog van een psycholoog1 is vast geen nadeel6 ,de schrijver mag wel hopen1 dat de menschen1 die van kunst hun beroep maken1 hem niet te hard vallen over de vrijmoedigheid1 waarmee hij zijne laag-bij-den-grondsche inzichten ten beste geeft2 hij heeft maar ne verontschuldiging3 dat van hen nog niemand iets gedaan heeft voor de aesthetische opvoeding van het opkomend geslacht4 ,het zij gezegd zonder miskenning van de verdiensten van den ,heer ,h4 ,p4 ,bremmer1 die reeds jaren lang in de weer is1 om onderwijzers voor deze taak op te leiden4 ,bij dezen aan hem een woord van dank voor de beschikking over zijne vermaarde prentenverzameling4 ,voor den gebruiker een wenk3 bespreek elk plaatje1 vrdat de tekst gelezen wordt2 als bij het lezen plaat en tekst in het boekje niet tegenover elkaar staan1 laat dan een van de twee boekjes op eenzelfde bank bij de plaat open liggen4 ,open staan is nog beter4 ,den ,haag #aijf4 ,g4 ,,kielder4 ,,inhoud4 ,,wat ,,geen ,,hoofdzaak ,,is ,,de ,,opwekking ,v,an ,,lazarus ,,eene ,,latere ,,opwekking ,,historische ,,gegevens ,,rembrandt ,,landschapschilder ,,vrouwe ,,saskia ,,kleine ,,titus ,,actie ,,misleide ,,aandacht ,,aanraking ,,met ,,historische ,,personen ,,meer ,,dan ,,portret ,,ge,,tste ,,prenten ,,vrouwtje ,,bas ,,van ',t ,,rijksmuseum ,,kunst ,,van ,,groepeeren ,,vervolg ,,van ',t ,,korporaalschap ,,simeon ,,in ,,den ,,tempel ,,eene ,,ondergaande ,,zon ,,vergelijkingen ,,wat ,,portretten ,,bijeenvoegt ,,wat ,,geen ,,hoofdzaak ,,is4 ,vele eeuwen geleden leefde in ,griekenland een schilder1 van wien men de ongeloofelijkste dingen verhaalt1 en wiens naam bij het nageslacht is blijven voortleven als die van een der grootste kunstenaars4 ,zeuxis1 zoo heette hij1 wist niet slechts de menschen1 maar ook de dieren met de voortbrengselen van zijn penseel in verrukking te brengen4 ,dit blijkt uit het volgende4 ,hij schilderde eens een vruchtenstuk2 in bevallige wanorde lagen bessen1 druiven1 noten en appelen door elkander1 met hier en daar een groen blad er tusschen4 ,ieder1 die het zag1 stond verbaasd over de juistheid1 waarmee elk onderdeel bewerkt was4 ,en kijk1 toen de toeschouwers zich verwijderd hadden van de muurschildering1 kwamen de vogelen toevliegen en pikten naar de druiven4 ,misleid door den schijn1 hadden ze deze voor echt gehouden4 ,een verhaal1 dat er gaat van een paardenstuk1 komt hier vrij wel mee overeen4 ,dit gaf de afbeelding van een paard te zien1 en zoo bedriegelijk juist1 dat het vurig strijdros van ,alexander den ,groote1 toen het voor de schilderij werd gebracht1 aan de teugels rukte en tegen zijn gewaanden natuurgenoot begon te hinneken4 ,we hebben hier het oordeel van redelooze dieren over kunst van menschen4 ,het volk kende daar eene zekere waarde aan toe2 het oordeelde zoo3 wie heeft beter kijk op paarden dan een paard1 wie beter op vruchten dan een vogel8 ,als nu door dezen de gelijkenis in een schilderstuk wordt opgemerkt1 moet ze wel bijzonder juist wezen2 geene goedkeuring van menschen kan voor den kunstenaar zoo vleiend zijn als die van dieren1 mits deze met het onderwerp in betrekking staan4 ,er is nog een oud verhaal van een beroemd schilder4 ,apelles had eene menschelijke figuur geschilderd en stelde die ten toon1 terwijl hij zelf in een verborgen hoekje naar het oordeel der beschouwers luisterde4 ,een schoenmaker kwam daar langs en bleef staan4 ,zijn blik rustte onderzoekend op de voeten1 en hoorbaar mompelde hij voor zich heen3 ,ze zijn te groot1 wat zou je een leest moeten hebben1 om daarvoor schoenen te maken4 ,appelles nam den wenk ter harte1 en den volgenden dag had hij de gelaakte lichaamsdeelen iet of wat kleiner gemaakt4 ,weer kwam de schoenmaker voorbij4 ,kijk1 dacht hij1 ,appelles heeft zijn fout ingezien en verbeterd4 ,jammer1 dat hij nu ook in houding en gebaar niet wat meer de fierheid van eenen krijgsman heeft uitgedrukt4 ,nu werd het den schilder te kras4 ,hij kwam te voorschijn en voegde den schoenmaker toe3 ,over houding en gebaar zwijg je6 ,een schoenmaker blijve bij zijne leest4 ,met deze terechtwijzing is het volk het geheel eens geweest1 zoo zeer1 dat de uitdrukking in den vorm van een spreekwoord is blijven voortleven4 ,de schoenmaker kreeg hetzelfde recht van meepraten als de vogel en het paard1 een recht1 dat aan iedereen stilzwijgend is toegekend3 wie door zijn vak verstand heeft van het onderwerp1 dat op een schilderstuk is voorgesteld1 heeft bevoegdheid om een oordeel uit te spreken4 ,dit komt dus hierop neer1 dat het stuk pas goed is1 wanneer het de menschen voldoet1 die als vaklui verstand hebben van de dingen1 die er op staan4 ,bijgevolg heeft de beschouwer meer met de dingen dan met den kunstenaar te maken4 ,grooter dwaling dan deze opvatting is niet denkbaar4 ,bij elk kunstwerk is juist de persoon van den maker de hoofdzaak4 ,hij is het eenige1 waarop men te letten1 waaraan men te denken heeft4 ,de vraag is niet1 wat staat er van het ding of van de gebeurtenis op1 maar waaruit bespeur ik den kunstenaar2 wat zie ik er in1 dat door hem alleen is gezien en gevoeld2 dat ik nu ook wel zie en voel1 doch alleen doordat hij het mij zoo voorhoudt4 ,alles wat ik van te voren al wist van het ding of van de gebeurtenis1 is op de schilderij bijzaak4 ,want het is kennis1 die iedereen heeft4 ,en de kunstenaar gaat niet in zijn werk op1 om datgene te vertoonen1 wat alle oogen wel zien en alle harten wel voelen4 ,hij is juist kunstenaar door iets1 wat een ander ontbreekt1 door gewaarwordingen1 die een ander alleen door hem kan krijgen4 ,het onderwerp is maar onderwerp4 ,natuurlijk geeft het den beschouwer reden tot tevredenheid1 als hij met het onderwerp niet in de war zit1 als hij alles een naam kan geven en van alles de gedaante en den vorm herkent4 ,maar van meer belang is het1 dat hij zich rekenschap geeft van datgene1 wat niet het onderwerp1 maar wat de kunstenaar laat zien4 ,het verwondert ons daarom van ,apelles1 dat hij zooveel aandacht schonk aan de opmerkingen van eenen schoenmaker over de voeten van zijne figuur4 ,eerder zou men verwacht hebben1 dat hij luisterde1 toen die een oordeel uitsprak over dingen1 die buiten zijn vak en zijnen werkkring lagen4 ,bij het beschouwen van werk van ,rembrandt zullen wij goed doen1 als we deze onderscheiding in het oog houden3 wat stelt het voor1 en waaraan bespeur ik1 dat een buitengewoon oog dit onderwerp bekeken heeft4 99 99 99 99 99 ,,de ,,opwekking ,,van ,,lazarus4 ,de eerste prent draagt tot onderschrift3 ,de opwekking van ,lazarus4 ,op de vraag1 wat er op staat1 vinden we in den ,bijbel het antwoord1 en wel in het ,evangelie van ,johannes1 daarvan het elfde hoofdstuk4 ,illustration3 ,opwekking van ,lazarus4 ,volgens dezen tekst moet de plaat te zien geven3 den gestorven ,lazarus1 liggende in het graf1 den ,heer ,jezus1 de zusters1 de vrienden en de discipelen staande daar rondom4 ,bovendien lezen we er1 welke handeling ieder der aanwezigen verricht4 ,hoe staat een en ander er nu op8 ,hoe zijn de figuren geteekend8 ,hoe wordt datgene voorgesteld1 wat elk figuurtje1 volgens den aangewezen tekst1 moet verrichten8 ,laten we met ,lazarus beginnen4 ,na hem komen de anderen wel aan de beurt4 ,is er in de teekening van deze lijntjes1 streepjes en krabbels iets1 dat we buitenwoon vinden1 dat wij zelf niet in ons hoofd hadden1 als ,rembrandt het ons niet zoo vertoonde4 ,de figuur van ,lazarus is in blanke tint uitgebeeld2 ook de steenwanden1 waar hij tusschen ligt4 ,het is1 alsof zijn lichaam in teerheid en witheid n geheel vormt met het gesteente1 alsof hij reeds een bestanddeel vormt van den schoot der aarde1 waaraan zijne bloedverwanten hem hebben toevertrouwd4 ,nauwelijks onderscheidt zich zijn gestrekt liggend lijf van de groeve2 als mensch was hij uit stof gemaakt2 gestorven zijnde1 is zijn stoffelijk omhulsel oogenschijnlijk al bijna weer in het stof opgenomen4 ,de blankheid van het gewaad is zoo ongerept gehouden1 als maar mogelijk was4 ,al de aanduidingen van kreukjes en plooien1 van vouwen en rimpels zijn uiterst teer geteekend om niet te veel zwart aan te brengen4 ,bijna ongemerkt loopt de lijn voort1 die den steenwand op den voorgrond afscheidt van de figuur4 ,even ongemerkt zien we de linkerhand langs den anderen wand tastende zoeken naar steun4 ,in lijnwaad gewikkeld1 onderscheidt de arm zich bijna niet van het gesteente2 toch krijgen we wel de gewaarwording1 dat onder al de plooien van de stof dat lichaamsdeel zich beweegt1 zich opheft en voortschuift4 ,zoo ook1 dat onder het doodskleed het lijf zich opricht1 zich kromt4 ,in de richting van de voeten is alles nog rust2 daar smelten1 om zoo te zeggen1 stof en stof nog in een4 ,maar het hoofd en de hals hebben zich reeds losgemaakt van den schoot der aarde4 ,daar zijn de afscheidingen door den teekenaar duidelijker gegeven2 scherpe schaduwkanten loopen langs schouder en afhangend haar1 terwijl voorhoofd1 gelaat en linkerschouder in fijne blankheid afsteken tegen een hoekje donkeren rotswand4 ,waar het leven terugkeert1 scheidt zich het lichaam het eerst en het duidelijkst af van de aarde4 ,door de oogharen bezien1 zal het ook lijken1 alsof het hoofd zich opbeurt uit den bodem1 alsof het zich daarvan losmaakt4 ,zie1 dit zijn geen dingen1 die ieder lezer van het ,evangelie van ,johannes in zijne verbeelding ziet4 ,ook is het geen bewijs van buitengewone getrouwheid in het uitbeelden van een lichaam dat in een graf ligt2 want in werkelijkneid zal er wel altijd juist eene scherpe tegenstelling zijn tusschen de reine1 witte gewaden en de donkere aardkluiten of rotsmuren4 ,het is een wijze van zien1 die ons rechtstreeks aan ,rembrandt zelf doet denken4 ,alles was niet zoo1 en alles staat niet zoo te lezen in de ,schrift2 hij zag het zoo4 ,in deze manier om de grafligging te zien leeft hij voort4 ,sedert hij het zoo gewaar werd voor zijn geestesoog1 zien wij het ook1 maar alleen door hem4 ,aangrijpend is het1 te zien1 hoe op het gelaat zich het wederkeerende leven openbaart4 ,het oog1 dat in de diepe oogkas ligt weggezonken1 opent zich en ontvangt wel de eerste lichtstralen1 maar besef heeft het niet4 ,wezenloos en smartelijk staart het voor zich uit1 het ooglid is zwaar en loom en schijnt gereed om weer toe te vallen1 gelijk het reeds voor eeuwig scheen toegevallen te zijn4 ,flauw en gebroken is even de oogappel aangegeven4 ,de mond is maar niet zoo een zwart streepje of een vlekje2 hij heeft1 hoe klein ook van afmetingen1 eenen bepaalden vorm1 en eenen vorm1 die iets uitdrukt4 ,is het niet de eerste ademtocht1 die we hier zien8 ,stroomt niet de levenslucht naar binnen in ademhalingsruimten1 die reeds bestemd waren om geen adem meer te bevatten1 en die ook reeds afgeplat en naar binnen gebogen neerlagen4 ,pijnlijk volbrengt de mond deze eerste levensuiting1 maar zonder bewustzijn1 zonder besef4 ,de wangen zijn mager en hoekig1 de onderkaak scherp afgeteekend1 de neus smal en ingevallen4 ,het oor zit maar nauwelijks nog aan het hoofd1 zooals we dat bij zieken waarnemen1 die langzaam wegteren4 ,ook het halsje draagt de sporen van lijden2 diepe groeven en rimpels strekken zich uit van boven naar beneden1 en bij de kaak1 van links naar rechts4 ,te zwak is het1 om het hoofd te dragen2 terwijl dit zich opricht1 helt het machteloos naar links over4 ,zoo bespeuren we in elk onderdeel van deze figuur de aandoening van den teekenaar4 ,het feit1 dat geteekend moest worden1 de opleving van iemand uit zijn graf1 stond vast4 ,dat het vreeselijk moet zijn geweest1 om deze gebeurtenis mee aan te zien1 stond ook wel vast4 ,maar nu komt de kunstenaar en houdt er zich mee bezig4 ,hij voelt het vreeselijke zoo sterk1 zoo overweldigend1 dat het kleinste krabbeltje1 wat hem uit de hand vloeit1 nog uiting geeft aan dat gevoel4 ,en wij1 de beschouwers1 komen daardoor tot de erkenning3 alles op zoo'n gezicht moet dien indruk hebben gemaakt2 bij zulke oogen zoo'n mond1 zoo'n neus1 zoo'n hals en zoo'n houding4 ,laten we de proef eens nemen1 of het echt is1 wat we opmerken4 ,door met een paar stukjes papier de overige deelen van de plaat te bedekken1 houden we ,lazarus alleen over en kunnen nu beoordeelen1 of in hem uitgedrukt is1 hoe het feit zich toegedragen heeft4 ,we zien onmiskenbaar1 dat het figuurtje1 wat zich hier opricht1 iets vreeselijks doormaakt2 dat het maar niet iemand is1 die in zoo'n groeve te slapen lag en zich nu opricht2 dat de wezenloosheid op het gezicht niet de uitdrukking is van een half slapende of van een1 die bijvoorbeeld onder den invloed van sterken drank is4 ,alles is zoo sterk van aandoening en grijpt zoo aan1 dat alleen deze figuur voldoende zou zijn om de tekst uit het ,evangelie van ,johannes te illustreeren4 ,nu de figuur van ,jezus4 ,zooals ,hij daar staat1 naast het geopende graf1 is alles waardigheid en hoogheid aan ,hem4 ,we zien ,hem als eene gestalte1 wie langs den rug de mantel in ne groote beweging tot den grond afhangt4 ,in zoo'n rijzigheid stellen we ons gaarne voor1 iemand1 die als verrichter van groote dingen optreedt4 ,de opgeheven linkerhand1 ofschoon de vingers niet mooi zijn geteekend1 begeleidt in grootsch gebaar de woorden3 ,lazarus1 kom uit6 ,rustig en vol majesteit wacht ,jezus de uitwerking af4 ,bij ,hem geene verbazing1 verrassing of ontzetting over de herrijzenis2 bij ,hem slechts verzekerdheid1 dat nu gebeuren zal1 wat ,hij gebiedt4 ,eene groote tegenstelling is er tusschen dat rustige staan en de omringende aandoeningen4 ,om dit duidelijk te voelen1 nemen we een stukje papier en leggen het zoo over de prent1 dat de gestalte van ,jezus aan ons oog onttrokken wordt4 ,het geheel is nu een druk tooneeltje geworden4 ,de omstanders geven op eene in 't oog loopende wijze uiting aan hun gevoel4 ,ze herinneren ons aan voorvalletjes1 die we langs straat en gracht wel eens waarnamen1 bijvoorbeeld als er iemand in het water viel2 dan waren de menschen ook verschrikt1 je hoorde ze door elkaar gillen1 hard wegloopen1 achteruitdeinzen1 om hulp roepen1 de handen uitsteken en op andere manieren zich lawaaierig aanstellen4 ,zoo'n volksoploopje met druk gedraai van lijven en gewring van handen blijft er van de prent over1 als we die eene figuur er uitnemen4 ,en met deze figuur1 is alles plechtig en grootsch4 ,het statige dringt het drukke gedoe van de omstanders op den achtergrond4 ,we denken niet langer aan onbeduidende straattooneelen1 maar we krijgen weer den indruk van eene testamentische1 eene aartsvaderlijke geschiedenis4 ,het oploopje1 dat zoo in het voorbijgaan even de menschen in beweging bracht1 is eene gebeurtenis geworden voor alle tijden1 eene bladzijde uit de boeken der eeuwen4 ,we behoeven de bijbeltekst niet te kennen1 om reeds bij den eersten blik te begrijpen1 dat dit voorval iets bijzonders is1 iets groots1 iets dat invloed zal hebben op geslachten en nageslachten4 ,waaraan is dit anders toe te schrijven1 dan aan de majesteit1 de verhevenheid van de gestalte1 die naast het graf van ,lazarus staat6 ,toch spreekt uit de teekening ook eene verkeerde neiging van ,rembrandt4 ,hij zet zijne figuur daar neer1 alsof ze een tooneelheld is2 met sierlijk gebaar wordt de eene hand in de zij gezet en de andere met wat erg veel vertooning omhoog geheven4 ,hij overdrijft het grootsche en maakt er eenigszins comediespel van4 ,we mogen deze opmerking gerust maken2 al is het onderwerp aan de ,heilige ,schrift ontleend1 wij spreken niet daarover maar over den teekenaar4 ,zijn streven om het mooi te maken blijkt bijvoorbeeld heel duidelijk uit de plooien1 waarin de rechterhand den mantel heeft opgenomen4 ,de zeven bochten maken den indruk1 dat ze in stevig metaal of karton zijn gebogen4 ,niet aangenaam is het1 dat we een paar dergelijke plooien op den achtergrond aan den linker kant in eene groote draperie terugvinden4 ,het lijken wel oude bekenden uit gordijnenwerk van menschen1 die onze kamers stoffeeren4 ,de indruk1 dien de opwekking van den gestorvene op de omstanders maakt1 is in allerlei verscheidenheid weergegeven4 ,het liefste is ons het vrouwenfiguurtje rechts op den voorgrond4 ,het staat in schaduwgedaante voor het felle zonlicht1 dat van buiten af in de groeve doordringt4 ,met spanning ziet het vrouwtje de levensverschijnselen op het doodengelaat terugkeeren4 ,doch met eene spanning1 die ingehouden wordt4 ,het rechterhandje legt zich zelfbedwang op1 om nog geen uiting te geven aan de vreugde1 om nog af te wachten4 ,te groot is het wonder1 te groot het geluk1 om reeds te kunnen gelooven4 ,van innigheid en liefde getuigt deze ingehoudenheid1 meer dan de uitgelaten gebaren der anderen4 ,ook de plaats1 waar dit figuurtje zich bevindt1 aan het voeteneinde van het graf1 afgescheiden van de overigen1 is iets aparts4 ,van de overige personen geeft ieder1 op eigen wijs1 in gelaatsuitdrukking of handgebaar uiting aan zijne gewaarwordingen4 ,schrik1 ontsteltenis1 verrukking1 ongeloovigheid en afschuw1 iedere aandoening vindt hare vertolking4 ,wantrouwen zelfs1 en de nuchtere berekening1 hoe dit verrichte wonder als een wapen tegen ,jezus gebruikt zal kunnen worden4 ,de verlichting1 waaronder deze figuren zijn geplaatst1 heeft eene grootsche werking4 ,het ongeoefend oog zal bij den eersten aanblik misschien den indruk krijgen1 dat de kunstenaar groote vlakten in zijn werk wit heeft gelaten en dus nog niet heeft bearbeid1 alsof de teekening onvoltooid is gebleven4 ,maar tusschen de oogharen door gezien1 gaat er een licht op4 ,de ruimten1 die niet met zwarte lijntjes zijn gearceerd1 blijken verlicht te zijn4 ,door de opening van het rotsgraf vallen zonnestralen naar binnen en spreiden hunne helderheid over de groeve en den rotswand1 over ,lazarus en de groepjes terzijde van het graf2 ook over het front van den ,heer ,jezus1 terwijl daarenboven de achtergrond rechts in lichtelaaie schijnt te staan4 ,steeds door de oogharen moet men zien1 hoe1 daarbuiten1 die gloed naar boven toe in ijle en zware wolken opwasemt1 hoe1 met het onhandelbare middel van harde zwarte krassen1 de luchtigheid van opdampende lichtnevelen is verkregen4 ,de tot het leven terugkeerende ,lazarus is het middelpunt van de zonnebestraling1 en als verlegen ligt hij onder de glorie van het grootsche licht1 waarin hij ontwaakt4 ,zijne kleine machtelooze figuur wekt in dien gloed nog te meer ons medegevoel en medelijden op4 ,hij is het middelpunt niet slechts van de blikken der omstanders1 maar ook van de binnenvallende zonnestralen4 ,en onze blik dwaalde eveneens het eerst en het laatst naar hem4 99 99 99 99 99 ,,eene ,,latere ,,opwekking4 ,vele jaren later heeft ,rembrandt voor de tweede maal het onderwerp de opwekking van ,lazarus behandeld4 ,we zullen deze plaat met de vorige vergelijken1 om de verschillen vast te stellen1 en de oorzaken van de verschillen op te sporen4 ,het ligt voor de hand om te zeggen3 als een groot teekenaar iets aflevert1 levert hij het af1 zoo goed als in zijn vermogen ligt1 hij kan het een tweede maal dus niet beter1 tenzij het den eersten keer gebrekkig is geweest4 ,de vergelijking zal echter leeren1 dat dezelfde kunstenaar een zelfde onderwerp anders moet behandelen1 indien er later andere gevoelens in hem omgaan4 ,dat dus de levenslotgevallen invloed hebben op het werk4 ,we herkennen weer een rotsgraf2 maar nu met uitzicht op een landschap met geboomte2 daarachter1 op een berg1 verrijst eene stad2 verder1 evenals op de eerste plaat1 een groep omstanders1 de ,heer ,jezus en de verrijzende ,lazarus4 ,ook hier beschijnt het zonlicht een deel van het tafereel1 maar het is minder opzettelijk1 minder bepaald op de plek gericht1 waar het wonder geschiedt4 ,en het is thans niet het ontwaken uit een pijnlijk diepen slaap1 wat de kunstenaar ons voor oogen stelt1 maar de groote bevreemding van den ontwakende4 ,lazarus begrijpt niet1 wat er voorvalt4 ,hij kent den persoon niet1 die tegenover hem staat1 hij herinnert zich niet1 wat met hem gebeurd is4 ,de mond1 die de eerste levenslucht heeft ingeademd1 blijft sprakeloos halfgeopend staan1 en is vol verbazing4 ,met moeite en scheef richt het lijf zich half overeind4 ,er is eene ontzetting van zoo het middelpunt te zijn van aller aandacht1 zonder nog te begrijpen waarom4 ,de zintuigen zijn ontwaakt en nemen reeds waar1 maar de herinnering1 de kennis1 het innerlijk leven1 moeten nog terugkeeren4 ,rembrandts bedoeling is dus eene andere geweest dan in zijne eerste ,opwekking1 en begrijpelijk zien we die bedoeling voor ons4 ,in de figuur van ,jezus missen we thans het verhevene1 het goddelijke4 ,ook in het gelaat4 ,dit komt geheel niet overeen met de mooie gezichten1 die we van den ,zaligmaker zoo wel eens op platen hebben gezien4 ,men zou het bijna een ongunstig uiterlijk kunnen noemen4 ,maar er is n trek in1 waardoor we voor deze voorstelling van ,jezus meer voelen1 dan voor de eerste4 ,het zijn de goedheid en de zachtheid1 die hier spreken4 ,de half neergeslagen oogen1 het even gebogen hoofdje1 het bijna verlegen afgewende gelaat1 alles draagt daarvan de uitdrukking2 de rechterhand1 niet vast en krachtig tot vuist gebald1 maar zacht en mild1 en nauwlijks toegesloten2 de linker1 die op de eerste prent vol grootheid zich opheft bij het veelzeggend woord1 maakt hier een vriendelijk1 bijna weifelend gebaar1 niet verder dan ter hoogte van de borst opgeheven4 ,illustration3 ,latere opwekking 7#afdb74 ,de opwekking is zoo geene uiting van goddelijke macht1 geen wonder1 om er ongeloovigen mee tot bekeering te dwingen1 maar ze wordt eene daad van goedheid1 van medegevoel voor hen1 die bedroefd om het graf stonden1 een daad van liefde en van innigheid4 ,wel is waar zal men op de eerste prent allicht de gestalte grootscher en mooier vinden2 maar innerlijk laat ze ons koud4 ,ons gevoel wordt meer getroffen door de uitdrukking van zachtheid op de tweede2 door het echt menschelijke en vriendelijke van den ,heer in den omgang met menschen4 ,rembrandt is teruggekomen van het ontzaglijke tot het gewone4 ,ook in de omstanders4 ,wel staan ze1 evenals op de eerste plaat1 ontdaan1 getroffen1 verbaasd1 maar geen een slaat er meer een gat in de lucht met zijne handen4 ,de teekenaar heeft zich weten te matigen1 hij blijft sober1 eenvoudig en kalm4 ,aan gevoel ontbreekt het hem echter niet3 men zie slechts het gelukkige gezicht van het vrouwtje1 dat naast ,jezus staat4 ,en wat heft ook het mannetje aan ,zijne linkerhand de handjes in juistheid van gevoel3 er is verbaasdheid over het wonder1 in het vooruitgestoken gezicht zoowel als in de handen2 maar de aandoening wordt met zelfbedwang ingehouden4 ,ingehouden ook in het geknielde figuurtje op den voorgrond1 dat wel ontzet terugdeinst1 maar zich niet aan groot misbaar te buiten gaat4 ,ondanks den indruk1 dien het wonder op de omstanders maakt1 blijft eene waardige kalmte heerschen4 ,en we maken de opmerking1 dat die kalmte wel past op eene plek1 die toch altijd een graf is4 ,kalm neemt vooral het oudvadertje het op1 dat rechts van ,jezus op een steenblok zit4 ,hoogstens trekt hij de wenkbrauwen iets meer op dan gewoonlijk1 en stulpt hij zijne uitgezakte onderlip iets verder vooruit1 ten bewijze1 dat hij niet volkomen begrijpt1 wat hier voorvalt4 ,wijsgeerig en onderzoekend rust zijn rimpelig hoofd op de knokige hand4 ,bij de beschouwing van de figuren der omstanders krijgen we den indruk1 dat ,rembrandt al het vreemde en ongewone heeft willen vermijden1 om des te dieper te doen gevoelen1 welke de uitwerking heeft moeten zijn van dit wonder op de aanwezigen4 ,zelfs de achtergrond stemt tot kalmte2 in plaats van laaiende lichtwolken en opwasemende zonneschijndampen vinden we een vredig landschap met vriendelijk uitzicht op de bergstad4 ,de aandoening van grootheid1 forschheid1 uitgelatenheid en opwinding heeft plaats gemaakt voor stille ernst en innigheid4 ,er is over den teekenaar een zachtheid gekomen en eene mildheid1 die ons weemoedig stemmen4 ,in de eerste plaat was hij hartstochtelijk1 en streefde hij naar vertoon van uiterlijke grootheid4 ,hij moest zich uitspreken met woeste en groote gebaren4 ,in de tweede is hij innig en gevoelvol2 alles lijkt gewoon2 maar er zit teederheid en medegevoel in4 ,in het dagelijksche leven merken we ook op1 dat zij1 die bij alles het meeste misbaar maken1 niet juist de naturen zijn1 die het diepst voelen4 ,door de twee platen zoo met elkaar te vergelijken1 wordt het ons duidelijk1 dat niet de bijbeltekst vaststelt1 hoe eene teekening zal worden4 ,hetzelfde gegeven kan op twee uiteenloopende manieren behandeld worden4 ,wat den doorslag geeft1 is de gemoedstoestand van den kunstenaar4 ,zooals hij de gebeurtenis voelt1 zoo wordt de afbeelding4 ,kan men in eene afbeelding niet merken1 dat de teekenaar onder den indruk van eene gemoedsbeweging heeft gewerkt1 dan heeft men waarschijnlijk te doen met een stuk van geringe waarde4 ,eene goede teekening weerspiegelt zelfs de stemming van den teekenaar in een bepaald tijdperk van zijn levensloop4 ,de gebeurtenis1 die tusschen de twee bewerkingen van de opwekking van ,lazarus ligt1 was wel in staat1 om in het gemoed van ,rembrandt in te grijpen4 ,in #afdb ontviel hem door den dood zijne jeugdige echtgenoote4 ,in de eenzame1 slapelooze nachten1 die nu volgden1 dacht hij aan haar1 en peinsde hij over haar4 ,is het wonder1 dat hij zich de mogelijkheid voorstelde van een weerzien8 ,maakte niet de ,schrift gewag van een geval1 dat een gestorvene uit den dood herrees en tot de zijnen wederkeerde8 ,maar ach1 dat kon gebeuren eeuwen en eeuwen geleden6 ,voor hem geen hoop1 dat ,saskia tot hem terug zou komen1 om nog op aarde naast hem voort te leven4 ,voor hem niets1 dan het denkbeeldig geluk1 wat het zou zijn1 als zij door ,jezus uit het graf werd geroepen met de woorden3 ,kom uit6 ,de behoefte ontstond1 om de opwekking van ,lazarus nog eens te behandelen4 ,maar nu met andere gedachten4 ,nu niet om te toonen1 hoe grootsch hij den ,zaligmaker vond1 en hoe vreeselijk voor ,lazarus de overgang uit het doodenrijk in het leven moet zijn geweest6 ,nu1 om met zijne gedachten te verwijlen bij het geluk1 de blijdschap1 de innige zaligheid1 die het herrijzen schonk aan de treurende nabestaanden2 nu1 om zich voor te stellen1 hoe goed de ,heer wel geweest moet zijn1 om dit wonder voor zijne vrienden te verrichten4 ,en zie3 onder den indruk van deze gedachten bewerkte hij1 kort na ,saskia's dood1 de tweede plaat4 ,om die ten volle te begrijpen1 moet men met deze bijzonderheid uit het leven van ,rembrandt bekend zijn4 ,zonder die kennis zou men kunnen denken1 dat de tweede bewerking alleen de bedoeling had om iets te maken1 dat beter was dan de eerste4 ,ze zou dan ook van teekening de beste van de twee moeten zijn4 ,dit ligt echter in de voorgaande beschouwing niet opgesloten3 er is slechts aangetoond1 dat de tweede ,opwekking inniger1 liefdevoller is2 en dat we kort na #afdb niet anders van ,rembrandt konden verwachten4 ,wat voor deze prent eene noodzakelijke behoefte gebleken is1 eenige kennis namelijk van de levensgeschiedenis van den kunstenaar1--dat kan men evenmin bij heel veel ander schilder-en teekenwerk ontberen4 ,daarom hebben geschiedvorschers met ijver datgene nagespoord1 wat licht kon verspreiden over zijne levenshistorie4 ,nog lang is alles niet bereikt2 veel bleef er in het duister gehuld2 maar toch zijn er gegevens genoeg aan het licht gekomen1 om te kunnen zeggen1 dat we de hoofdgebeurtenissen kennen4 ,het is zelfs mogelijk geworden1 om gedurende enkele tijdperken met den schilder alles mee te beleven1 wat hij beleefde2 om als het ware naast hem een met hem zijne lotgevallen door te maken4 ,onder deze zijn er wel geene1 die meer invloed op het gemoed en op de werklust hebben gehad1 dan die1 welke hij met zijne vrouw ondervond4 ,we zullen daarom trachten iets meer van nabij met haar bekend te worden4 99 99 99 99 99 ,,historische ,,gegevens4 ,het was in den zomer van het jaar #afcd1 dat ,rembrandt zich aan den ,,ij-kant te ,amsterdam inscheepte1 om naar ,friesland te gaan4 ,de tocht ging over zee1 zooals toenmaals vanzelf sprak4 ,de vervoermiddelen te land waren slecht1 de wegen eveneens1 en bovendien was de ,republiek nog in oorlog met ,spanje1 waardoor een reis over de ,veluwe soms onaangename avonturen opleverde4 ,in #afbh maakte de vijand onder aanvoering van ,cuculi nog strooptochten tot onder de wallen van ,amersfoort4 ,de ,zuiderzee daarentegen was veilig2 de dagen van ,bossu behoorden tot het verleden4 ,de beurtschipper zette onzen schilder te ,harlingen aan land4 ,vandaar ging het per binnenvaartuig over ,franeker naar het weinig bekende dorpje ,sint ,anna-parochie1 en wel met het doel om er in de echt te worden vereenigd met eene deftige ,friesche jongedame4 ,rembrandts huwelijk is een merkwaardig staaltje van de geschiedenis van ,geschiedenis4 ,men stelt zich gewoonlijk voor1 dat de kennis van dit vak uit boeken wordt opgedaan4 ,de schrijvers dezer boeken hebben op hunne beurt ook weer uit boeken geput1 maar zijn even dikwijls langs anderen weg achter de toedracht der gebeurtenissen gekomen4 ,niet door overlevering1 die van ouder op kind1 van kind op kindskinderen overgaat4 ,immers1 wij in onze dagen1 weten meer van ,rembrandt1--om bij hem te blijven--dan onze voorouders uit het jaar #ahjj1 zelfs meer dan die uit #agjj1 ja6 meer dan ,rembrandts eigen tijdgenooten6 ,zijne vrienden en kennissen natuurlijk uitgezonderd4 ,onze kennis kan dus geene overgeleverde kennis zijn4 ,zoo heeft men honderd en vijftig jaar lang niet met zekerheid geweten1 dat en met wie hij getrouwd is geweest4 ,men vertelde3 met eene kleine1 dikke boerin uit ,raasdorp4 ,een dorp van dien naam is er niet4 ,men begon dus1 met maar aan te nemen1 dat ,ransdorp was bedoeld1 een plaatsje in ,waterland4 ,echter wilde het niet gelukken1 om op te sporen1 wie dan die vrouw geweest was4 ,in de stad ,amsterdam snuffelde men allerlei papieren na1 om het gewaar te worden4 ,ook in ,leiden1 zijne geboorteplaats4 ,maar vruchteloos4 ,het toeval bracht de oplossing van het vraagstuk4 ,ver van ,amsterdam1 in een vergeten dorpje in ,friesland1 werd1 omstreeks het midden van de #ai;de eeuw1 in de oude boeken van het gemeentehuis1 tusschen honderden aanteekeningen1 de ontdekking gedaan van deze regels3 #bc ,juni #afcd zijn in den echt vereenigd ,,rembrandt ,,hermens ,,van ,,rhijn wonende te ,amsterdam en ,,saskia ,,van ,,ulenborgh thans gedomicileerd te ,franeker4 ,toen men nu ook in ,amsterdam de papieren en de registers van het jaar #afcd doorzocht1 en melding gemaakt vond van dit huwelijk1 was de zaak opgehelderd4 ,het boerinnetje van ,raasdorp bleek een sprookjes-boerin te zijn4 ,saskia van ,ulenborgh kwam niet uit ,noord-,holland en was allerminst boerin van geboorte4 ,de vader toch was burgemeester van ,leeuwarden geweest4 ,dit bewijst al1 dat hij een man van aanzien was4 ,hij was bovendien iemand1 die wat durfde1 daar hij behoorde tot de eersten1 die in ,friesland in den ,geuzentijd zich tegen den ,spaanschen landvoogd verzetten4 ,zeer toevallig is hij zelfs voor iederen schooljongen een bekende1 door eene gebeurtenis uit de vaderlandsche geschiedenis1 ofschoon men zijnen naam gewoonlijk niet kent4 ,zooals men weet1 is ,prins ,willem ,i van ,oranje in #aehd binnen ,delft op het ,prinsenhof vermoord4 ,hij ontving het doodelijk schot1 terwijl hij de trap af ging1 na het middagmaal gebruikt te hebben4 ,bij dit middagmaal had hij als gast aan tafel gehad eenen burgemeester van ,leeuwarden1 die over regeeringszaken met hem gehandeld had4 ,en deze nu was niemand anders dan de heer ,van ,ulenborgh1 met wiens dochter ,rembrandt vijftig jaar later is getrouwd4 ,de schoonvader van ,van ,rijn is de laatste geweest1 die met ,willem den ,zwijger aan tafel heeft gezeten4 ,saskia is dus uit eene historische familie6 ,wat wil het toch vreemd loopen6 ,menschen1 die twintig of dertig jaar na ,rembrandt leefden1 wisten niet beter1 of hij was gehuwd geweest met eene boerin4 ,en wij1 twee eeuwen later1 zijn van zijne huiselijke aangelegenheden nauwkeurig op de hoogte4 ,zij vergenoegden zich met een sprookje1 wij weten1 voor ons is zijn levensloop eene bladzijde geschiedenis4 ,zoo gaat het steeds4 ,eerst gebeuren de dingen4 ,dan worden ze vergeten4 ,er komen geslachten1 die zich er niet om bekommeren4 ,eindelijk staan er menschen op1 die er belang in stellen4 ,ze onderzoeken en vorschen na4 ,een oud papier wordt gevonden1 en het verleden is ontsluierd4 ,er is bijna geene bladzijde in onze historie1 of ze heeft hare geschiedenis4 ,dikwijls is de geschiedenis van ,geschiedenis even merkwaardig als de ,geschiedenis zelf4 ,dit moge nog blijken uit het volgende staaltje4 ,nadat de ontdekking van ,saskia van ,ulenborgh had plaats gehad1 zocht men naar meer gegevens omtrent ,rembrandts leven2 vooral in de kerkelijke boeken snuffelden de wijsgeeren4 ,in die van de ,westerkerk te ,amsterdam1 de kerk1 waar in #affg de groote schilder begraven is1 ontdekte iemand1 dat hij eene weduwe had nagelaten met twee kinderen1 die onder den naam ,catharina van ,wijk beschreven stond4 ,eene andere1 waarschijnlijk dus eene tweede vrouw6 ,natuurlijk was de ontdekker met dit nieuws in de wolken4 ,gelooven moest men het wel2 het stond onweerlegbaar in het register te lezen4 ,maar wat ontdekte later een tweede wijsgeer1 die de registers van de ,westerkerk doorsnuffelde8 ,zijn blik viel op eene bladzijde1 waar het overlijden en het begraven beschreven stond van den echtgenoot van ,catharina van ,wijk4 ,hier ontbrak echter de aanteekening1 dat deze overledene eene weduwe met twee kinderen naliet1 eene aanteekening1 die men juist wel leest op het folio1 waar ,rembrandts overlijden geboekt staat4 ,er moest een abuis hebben plaats gehad4 ,en dit behoeft ons voor de zeventiende eeuw niet te bevreemden4 ,zaken van geboorte1 huwelijk en overlijden werden met heel wat minder zorg behandeld dan tegenwoordig4 ,wij moeten er voor naar het gemeentehuis1 en daar1 op de afdeeling ,burgerlijke ,stand1 hebben de ambtenaren niet anders te doen1 dan te zorgen voor nauwkeurige registratie4 ,in de zeventiende eeuw ging het anders1 maar niet beter4 ,de zaken van den burgerlijken stand werden in de kerken aangeteekend4 ,wilde men onderzoek doen naar iemands geboorte-of sterfjaar1 dan moest men eerst trachten gewaar te worden1 in welk kerkgebouw hij was gedoopt of begraven4 ,zoolang men dit niet wist1 richtte men niets uit4 ,de ambtenaar1 die met het belangrijke werk van registratie was belast1 leefde niet voor dit ambt alleen4 ,zelfs was dit niet zijn voornaamste werk4 ,hij was eigenlijk doodgraver van beroep1 en kon gewoonlijk beter met de spa dan met de pen omgaan4 ,voor vele van deze waardigheidsbekleeders was het schrijven in de de kerkelijke registers eene dagelijksche kwelling4 ,de doodgraver van de ,westerkerk te ,amsterdam lichtte er zelfs de hand wel eens mee6 ,hij liet soms aanteekeningen weg1 die niet mochten ontbreken4 ,voelde hij zich later bezwaard over het begane plichtsverzuim1 dan greep hij pen en inkt en trachtte de fout goed te maken4 ,zoo schijnt hij een zwak oogenblik te hebben gehad op den dag1 toen de echtgenoot van ,catharina van ,wijk werd begraven4 ,de naam van den overledene werd nauwgezet geboekt1 maar dat er eene weduwe met twee kinderen achter bleef1 liet hij maar weg4 ,eenigen tijd daarna begon hij zich hierover toch ongerust te maken4 ,hij sloeg het register op en zocht den overledene1 wien hij te kort gedaan had4 ,daar hij zich den naam niet meer herinnerde1 moest hij gissen4 ,gissen doet missen4 ,de weduwe met hare twee bloeien van kinderen werd bij ,rembrandt aangeteekend1 die reeds eenige jaren vroeger gestorven en aldaar begraven was4 ,honderd en vijftig jaar lang bleef de groote schilder in dezen echt vereenigd1 zonder dat man en vrouw1 en zonder dat vader en kinderen elkaar misschien ooit gekend hadden4 ,het huwelijk1 door den doodgraver in alle stilte voltrokken1 bleef een geheim1 totdat in de negentiende eeuw de eerste wijsgeer het ontdekte en openbaar maakte4 ,toen kwam wijsgeer nommer twee1 betrapte den doodgraver op registervervalsching en plichtsverzuim1 ontbond het huwelijk en wees de twee kleine ,van ,wijkjes aan den waren vader toe1 hetgeen ,rembrandt van de zorg voor hen ontsloeg4 99 99 99 99 99 ,,rembrandt ,,landschapschilder4 ,rembrandt ,hzn4 van ,rijn huwde alzoo in het jaar #afcd op den #bbsten ,juni4 ,hij voerde zijne vrouw naar ,amsterdam en betrok de woning in de ,breedstraat1 onder welks dak hij zooveel ernstige en gelukkige levensomstandigheden doormaken zou4 ,de ,breedstraat1 thans een deel van de oude stad1 was destijds eene nieuwe straat1 een buitenwijk4 ,in #afca was ,amsterdam opnieuw en voor de zooveelste maal uitgelegd4 ,de toename van bevolking bleef maar aanhouden3 handel en zeevaart deden schatten toevloeien1 de hoop op fortuin nieuwe bewoners4 ,nadat de halve cirkel binnen de ,heerengracht volgebouwd en te klein gebleken was1 werd een breede gordel van omliggend weiland binnen nieuwe vestingwerken en eene gracht1 de ,keizersgracht1 besloten en ter bebouwing bestemd4 ,doch spoedig bleken de ,heeren den gordel te smal genomen te hebben1 en maakten ze de fout goed1 of trachtten die goed te maken1 door aan de halve maan eene nieuwe verbreeding toe te voegen1 begrensd door de ,prinsengracht met hare vestingwerken4 ,het zal den schilder eene behoefte zijn geweest1 niet al te ver van de vrije natuur te wonen4 ,slechts een paar honderd passen behoefde hij te maken1 dan was hij buiten4 ,hier kon hij zijn hart ophalen aan het gezicht op grazige weilanden1 van slooten doorsneden1 op boerenwoningen1 in geboomte verscholen1 aan tal van windmolens1 zoowel poldermolentjes als groote1 statig rondwiekende houtzaag-en korenmolens4 ,vooral deze laatsten vond men even buiten de stad in grooten getale4 ,geboortig als hij was uit eene molenaarsfamilie1 voelde ,rembrandt zich steeds aangetrokken tot deze schilderachtige gebouwen4 ,zijn vader had er een in ,leiden1 in het aangrenzende huis was hij geboren en opgegroeid4 ,nog binnen de stadsgracht1 op een zoogenaamd bastion van het bolwerk1 dicht bij de ,muiderpoort1 stond het exemplaar1 waarvan hij ons eene afbeelding heeft nagelaten4 ,rechts zien we het water van de gracht1 waarin een visschersbootje met gestreken mast2 op den achtergrond eene boomenrij1 misschien een singel1 een wandelpad1 dat de gracht aan den buitenkant volgde4 ,van het water af loopt het terrein naar links een weinig omhoog1 waarschijnlijk naar den stadsmuur1 die de buitenzijde van het bolwerk vormt4 ,daar1 waar de gracht eene bocht maakt1 springt de muur boogvorming vooruit en vormt een hoog terras1 het bastion4 ,hierop staat de molen met bijbehoorende gebouwen4 ,in vele steden1 die in de #ai;de eeuw ontmanteld zijn1 bleven de bastions gespaard om aan de molens het voortbestaan te verzekeren4 ,nu deze echter door de meelfabrieken doodgeconcurreerd worden1 verdwijnen met hen ook de laatste overblijfselen van de vroegere vestingwerken4 ,houtzaagmolens vonden op bastions geen plaats3 die moeten laag aan den waterkant staan4 ,de schilderij bewaart ons dus een gezicht op de stad1 zooals ze er aan de buitenzij uitzag4 ,de schilder heeft het tooneeltje zitten aan te kijken op het lage pad1 dat aan den binnenkant van de gracht liep1 tusschen deze en den stadsmuur4 ,dit blijkt uit de schilderij zelf2 die geeft ons het beeld van wat hij voor zich zag4 ,terwijl hij werkte en ijverig zijne penseelen hanteerde1 liep het tegen den avond4 ,de hemel heeft eene lichtende klaarte1 alles wat van de aarde is1 staat er in zware kleuren tegen af te steken2 alleen het water1 dat de klaarheid weerspiegelt1 blinkt helder op uit de donkere omlijsting4 ,ook het voetpad1 met zijne blanke tinten van zand of platgetreden steenstorting1 is zacht van licht4 ,overigens staat alles in zware grijsheid tegen de heldere lucht4 ,we voelen1 hoe stil en schoon ,rembrandt de lichtdiepte van den avondhemel heeft gevonden4 ,illustration3 ,molen4 ,van linksboven af naar het midden toe1 worden de tinten ijler en ijler4 ,de donkere kleuren1 die het geheel aan den bovenkant als een boog omspannen1 dringen het oog steeds meer naar het midden1 naar het vooruitspringende deel van het bastion1 waar de hemel in klare avondzuiverheid tot in verre diepte wegwelft4 ,vr die lichtdiepte rijst het zware muurgevaarte omhoog4 ,langdurig moet het den schilder geboeid hebben om te kijken naar de breede en hooge afmetingen van deze aard-en steenmassa1 in tegenstelling met de luchtige doorschijnendheid van den avondhemel4 ,het was hem als een rotsgevaarte1 als een brok voorgebergte1 dat in het water vooruit staat4 ,het muurwerk is en geworden met de aarde2 ouderdom en verweerdheid gaven donkere1 diepe kleuren1 hier wat lichter1 daar wat zwaarder1 al naar gelang de buitenkant meer of minder afgebrokkeld1 met mossen begroeid of van vocht doortrokken was4 ,de bovenrand en de neerdalende zij-lijn missen de kantigheid en de strakheid van nieuwe steen4 ,het is1 alsof de tijd ze rond heeft afgesleten2 de staande lijn1 die rechts den muur begrenst1 is een weinig rond ingebogen en achterover gezakt1 waardoor het geheel nog meer den indruk maakt van een zware massa1 die geen steun behoeft1 om zoo in elkaar te blijven hangen4 ,het grasveld1 dat den bovenkant bedekt1 hangt als een zwaar kleed rustig over den rand heen4 ,de helling1 die links het bolwerk verbindt met het lager gelegen pad1 is een even zware massa als het muurwerk1 waar ze tegenop ligt4 ,ofschoon niet steenachtig van aard1 vormt ze er en geheel mee2 het gansche terrein is en groote1 breede opheffing geworden van de aarde2 alles ligt in rustig evenwicht tegen elkaar aan3 nergens staat een brok muur of grond los en afgezonderd van de rest4 ,het penseel wist er en klomp van te maken1 ofschoon de samenstellende deelen alle zich zelf bleven1 hetzij muur1 hetzij grasveld1 hetzij voetpad4 ,ook dit laatste is in het geheel opgegaan4 ,wel is het lichter van kleur1 zooals een pad in de schemering als een stille blankheid uit het donker van de omgeving opblinkt2 maar het is geen afgezonderd tooneeltje gebleven2 de blankheid en de donkerte liggen niet scherp naast elkaar4 ,het verschil in lichtheid is gering2 we krijgen wel den indruk van eene zekere blankheid1 maar dat gedeelte van de schilderij is toch nog vrij donker4 ,en bovendien is er een overgang1 die uit allerlei tusschentinten bestaat4 ,kijk maar eens1 wat een rommelige ruigte van gras1 struiken1 puin of steenbrokken de geleidelijke verbinding is tusschen de twee partijen4 ,en wat is in het pad zelf de afwisseling mooi weergegeven van vochtige en droge1 van hooge en platgetreden gedeelten1 van flauwe wagensporen1 onmerkbare hellingen naar den waterkant1 en opstaande kantjes tegen het grasveldje1 links op den voorgrond4 ,toch bleef dit en blanke plek1 die zich rustig en vast tegen de oprijzende massa daarachter vlijt4 ,men voelt1 op wat voor vasten puinbodem de figuurtjes zich bewegen1 die van de hoogte afkomen1 of aan den waterkant staan4 ,een vrouwtje ligt linnen uit te spoelen in de gracht4 ,spelende verspreiden zich kringen over het spiegelwater4 ,het trok den schilder aan1 om dit stille bewegen op zijn doek vast te leggen en den indruk te bewaren4 ,het golflijntje1 dat een voorbijzwemmend eendje of een in het water geworpen kluitje doet ontstaan1 is iets1 waarnaar we gaarne stil en in gedachten verzonken staan te kijken4 ,zoo ging het ,rembrandt ook4 ,terwijl hij daar op het lage pad1 op eenen vredigen avond1 zat te schilderen1 kwam een vrouwtje naar beneden om iets uit te spoelen2 een oogenblik rustte zijn penseel1 en volgde zijn oog de kringen1 die zich verspreidden1 tot ze tegen het bootje botsten1 en daar eenige krinkeling te weeg brachten in het donkere spiegelbeeld4 ,het was eene kleine1 onbeduidende gebeurtenis1 die de rust van den avond verbrak zonder ze te storen4 ,en met een paar zwierige1 dartele penseelstreken werd ze snel en juist in beeld gebracht1 om den lieflijken1 vredigen indruk van zoo'n schoonen avond te bewaren4 ,de stilte mocht geene levenlooze eenzaamheid worden2 eene uiting van leven moest er zijn1 als maar de rust niet verstoord werd4 ,lieflijker kon het wel niet1 dan het zachte bedrijf van zoo'n vrouwtje er in te brengen1 en het voorbijgaande1 kortstondige opleven van den waterspiegel4 ,wat kunnen we ons zoo geheel indenken in den gemoedstoestand van den schilder1 en een denkbeeld krijgen1 hoe vatbaar hij was voor indrukken4 ,zonder naar het molentje gezien te hebben1 dat anders door vele beschouwers voor hoofdzaak gehouden wordt1 weten we1 wat voor hem het eigenlijke onderwerp was1 dat hij schilderde4 ,niet de inrichting van zoo'n stads-buitenkant1 ook niet de vorm van een molen1 maar de vredige1 rustige1 kalme stemming van een mensch1 die daar zit1 en die genieten kan van plechtige avondstilte1 van mooie1 klare luchten1 boven bijna ingesluimerde stadsgedeelten4 ,denk toch niet1 dat zoo'n kunststuk er is1 om even op de vingers na te tellen1 wat er op staat4 ,we moeten er in doordringen1 om tot het besef te komen1 hoe de schilder voelde1 hoe zijn gemoed door de verschijnselen bewogen werd4 ,het molentje is maar bijzaak1 al is men geneigd1 het stuk daarnaar te benoemen4 ,het staat er1 om midden op het doek een verheffinkje aan te brengen1 en het stond nu eenmaal op het bastion4 ,bevallig1 rank en rustig is het weergegeven1 ofschoon in onzen tijd de schilders er niet van houden1 om op de wieken zoo'n witten glans aan te brengen4 ,het balkwerk van den kruistaart zit er handig en gemakkelijk achter tegen aan4 ,een klein spetje wit maakt scheiding tusschen boven-en onderstuk1 waardoor de molen een onderkruier wordt4 ,het huizegroepje en een beetje laag geboomte staan gezellig bij elkaar4 ,je krijgt net een idee1 alsof het een klein dorpje is1 het eene dakje wat hooger of wat lager dan het andere4 ,het schoorsteentje staat er bovenuit te steken1 alsof het een dorpstorentje wou wezen4 ,alles werkt mee om het vreedzame1 landelijke uit te drukken4 ,z zag ,rembrandt nu de wereld4 ,hij had aan vreemde gebouwen1 wonderlijke rotsen en geheimzinnige spelonken geene behoefte1 als hij natuurgenot wilde smaken4 ,het meest alledaagsche tooneeltje maakte indruk op hem4 ,vandaar zijne geringe reislust4 ,kunstbroeders achterna te trekken1 de wonderen van ,itali te zien1 naar de grootsche tafereelen der ,alpen op te kijken1 hij voelde er geen behoefte aan4 ,hij was huiselijk1 bleef gaarne bij moeder de vrouw en vond zijn vaderland een schoon land4 ,waartoe zou dan trekken en rondzwalken gediend hebben6 ,het is eene verheffende gedachte1 dat hij1 die een der grootste schilders der wereld is geweest1 ,holland mooi vond4 ,dat geeft ons moed1 om het met dat vaak verguisde1 platte1 vlakke polderland toch ook maar te probeeren4 ,het moet1 blijkens ,rembrandts voorbeeld1 mogelijk zijn1 het mooi te vinden4 ,niet het zeldzame1 niet het wonderbaarlijke1 niet het verhevene doet 't em2 alles1 wat vreemde landen aanbieden1 kan men ontberen1 mits de goede wil er is4 99 99 99 99 99 ,,vrouwe ,,saskia4 ,van ,rijn behoefde zelfs niet de ,muiderpoort uit naar ,muiden1 naar ,naarden of naar het ,gooi te wandelen1 om tooneelen te vinden1 die hem boeiden2 hij had ze1 om zoo te zeggen1 naast de deur4 ,en we kunnen ons denken1 hoe hij met zijne jonge vrouw naar buiten wandelde1 en het ,friezinnetje attent maakte op al het schoone1 wat ,amsterdams buitenkant te zien gaf4 ,hoe hij1 even stilstaande1 met een potloodkrabbeltje wist aan te duiden1 wat hem hier of daar het meest trof1 of1 aan den kant van den weg zich neerzette en een schetsje maakte1 om het ,saskia aan te bieden en haar oog voor natuurschoon te openen4 ,toch trok geen onderwerp den grooten teekenaar zoo aan1 als ,saskia zelf4 ,tot in het oneindige heeft hij haar uitgebeeld1 haast dagelijks moest ze voor hem zitten1 en maakte hij haar portret4 ,een luchtig teekeningetje is dat1 wat hij maakte kort na zijn trouwen4 ,hij schreef er eigenhandig iets onder4 ,men ziet3 schoonschrift is 't niet4 ,hij schreef1 evenals zijn meeste tijdgenooten1 steilschrift2 zijn hand is los en vlug--geen wonder6 de hand van ,rembrandt6--,wie mocht meenen1 dat je aan de penneschrappen eigenaardigheden opmerkt1 die aan het schrijfgereedschap van die dagen1 aan de ganzepen herinneren1 hoede zich voor overijlde gevolgtrekkingen3 ditmaal heeft de teekenaar-schrijver noch potlood1 noch pen en inkt1 noch krijt gebruikt1 maar eenvoudig een zilveren stiftje1 rijn toegepunt1 en daarbij een bijzonder soort papier1 op ivoor gelijkend2 een schrap met de stift laat hierop een zwart spoor achter4 ,een zilverstiftschrift dus1 en een zilverstiftteekening4 ,er staat te lezen3 ,dit is naer mijn huijsvrou geconterfeit1 do sij #ba jaer oud was1 den derden dach als wij getroudt waeren4 de #h junijus #afcc4 ,den derden dag1 nadat ze getrouwd waren2 het huwelijk had plaats op #bb ,juni #afcd2 drie dagen later schreef men #be ,juni #afcd4 ,dat is echter geen #h ,juni #afcc4 ,deze datum klopt niet met de opgave in het kerkregister te ,st4 ,annaparochie4 ,waar schuilt de fout8 ,in het register8 ,dat is moeilijk te gelooven4 ,de koster1 die bij de huwelijksvoltrekking het feit aanteekende1 zal toch wel met de almanak bekend geweest zijn4 ,de datum mag iemand eens voor een oogenblik vergeten zijn1 maar een vol jaar vergist men zich niet4 ,op de teekening dan8 ,maar wat voor den koster geldt1 geldt ook voor ,rembrandt4 ,het ging hem zelf aan1 van hem kunnen we ons nog moeilijker eene vergissing denken4 ,wie van hun beiden heeft gelijk1 wie ongelijk8 ,dat is een kolfje naar de hand van eenen geschiedvorscher3 uit te zoeken1 hoe het mogelijk is1 dat ,rembrandt1 nadat hij drie dagen getrouwd was1 niet op de hoogte van datum en jaar was4 ,wie het vraagstuk oplost1 kan er eer mee inleggen4 ,wij zien intusschen de teekening verder aan4 ,in dit schetsje zit leven4 ,leven is iets1 wat men niet met den vinger kan aanwijzen of met eenen passer kan nameten1 in werkelijkheid evenmin als in beeld4 ,maar als we den indruk krijgen1 dat er leven in zit1 moeten we het er ook over eens kunnen worden1 waardoor die indruk ontstaat4 ,we beginnen met het portretje op een kleinen afstand te houden4 ,dan hinderen de arceeringen in het gezichtje ons niet2 die lossen zich op in eene gelijkmatige tint4 ,zie1 ze zit nu naar iemand tegenover haar te kijken4 ,of is de blik op eenen muur gevestigd8 ,neen1 op eenen persoon4 ,immers1 de oogen staan schalksch1 een beetje spottend4 ,het dikke randje onder het oog kennen we wel2 dat is een lachje1 het is dartelheid4 ,zoo zit iemand niet op een stuk muur te kijken4 ,de blik geldt hem1 dien ze lijden mag1 en dien ze nu1 in haar speelschheid1 niet kan nalaten te plagen4 ,er tintelt iets in het oog1 dat levenslust is4 ,let eens op1 hoe1 uit de geschaduwde linker helft van het gelaat1 het oogwit tusschen oogappel en ooghoek speelsch en blijmoedig te voorschijn licht4 ,dat wit gelaten plekje draagt er wel toe bij1 om ons den indruk van leven1 van vroolijk1 schalksch leven te geven4 ,illustration3 ,portret van ,saskia4 ,zit het mondje strak en ernstig af te wachten1 wat de teekenaar van de schets zal maken1 of speelt ook daar niet hetzelfde lachje8 ,voelen we in den opgetrokken rechter mondhoek niet een beetje spot8 ,staat daar niet uitgedrukt3 mij teekenen1 dat kun je niet8 ,is dat trekje er niet op berekend1 om hem aan 't lachen te maken8 ,het is1 alsof we1 tegenover haar1 ,rembrandt zien zitten1 ijverig in de weer1 om haar portret en haar leven vast te leggen op zijn teekenblad2 de mond in ernstige plooi1 het oog bij afwisseling op haar en op zijn werk gericht4 ,en haar zien we probeeren1 om den ernst van zijn gelaat te verdrijven1 om door haar lach ook hem een lachje af te dwingen4 ,hare schalkschheid1 de tinteling op hare trekken--we weten niet alleen1 dat ze hem gelden1 we zien er zelfs zijn ernstig gezicht in2 in het spottende en plagerige lezen we1 hoeveel moeite het hem kosten zal1 om zich goed te houden1 om er nu eens de gek niet mee te hebben1 dat hy haar teekenen wil4 ,zij zit niet vr ons als eene eenzame1 die zich aan onze onbescheiden blikken blootstelt2 ze heeft tegenover zich een1 dien ze genegenheid toedraagt4 ,het is1 alsof we in de ruimte rondom haar de aanwezigheid voelen van den persoon1 tot wien haar glimlach zich richt4 ,die aanwezigheid spiegelt zich in haar oogen1 om haar mond1 op geheel haar gelaat4 ,zou die spiegeling niet het leven zijn1 dat we in dit portretje zien8 ,leven is wel iets vreemds1 dat vaak moeilijk nader te bepalen is4 ,men kan het soms hebben1 dat men eene kamer binnenkomt1 waar niemand te zien is2 het vertrek schijnt leeg te zijn1 en toch ziet men behoedzaam om zich heen1 want men krijgt een gevoel1 alsof er zich een levend wezen bevindt2 men zou gaarne een gordijn oplichten1 een kast openen of in een hoek kijken1 om te weten te komen1 of daar iemand schuilt4 ,men voelt zich door leven omgeven4 ,bij ,saskia gaat het niet geheimzinnig toe4 ,maar ook haar voelen we omgeven van leven2 we kennen dit leven1 en we weten1 hoe hare gevoelens zijn ten opzichte van dat leven4 ,dit alles geeft het portret te zien4 ,meer dus1 dan enkel een mond1 een neus1 een paar oogen1 en wat verder het gezicht helpt voltooien4 ,wat kan het zelfs schelen1 of de gelijkenis van deze onderdeelen volkomen is4 ,er zit iets in1 dat van hoogere waarde is1 iets waarom we het een lief portretje vinden4 ,rembrandt moet dit wel goed begrepen hebben1 als hij ,saskia aanzag4 ,want wat heeft hij in de eenvoudige krabbels en krasjes deze dingen zuiver laten voelen2 en nog wel dingen1 die men niet onder woorden kan brengen of in lijnen kan aanwijzen4 ,er is nog iets in ,saskia1 dat hem niet ontging1 en wat het portret nog meer liefs geeft4 ,zij let niet op zichzelf4 ,ze gaat niet parmantig zitten met het idee3 nu moet ik er mooi opkomen2 en evenmin met het tegenovergestelde idee3 het kan me niet schelen1 hoe ik er op kom4 ,je kunt heelemaal niet zien1 dat ze opzettelijk eene houding aanneemt4 ,zooals zij zit1 zoo zit iemand1 wanneer hij van eene lange wandeling thuiskomt4 ,men valt dan even op eenen stoel neer1 om uit te blazen1 voordat men van kleeren verwisselt4 ,zonder erg komt de hand onder het hoofd2 het hoofd leunt er wel niet op2 zie maar1 de hand raakt het nauwelijks aan1 maar het geeft eenigen steun en de arm vindt het een gemak om even op de tafel te rusten2 iets waaraan de andere ook behoefte heeft2 die ligt er languit over heen en is zelfs niet hupsch genoeg1 om het roosje rechtop te dragen4 ,zoo laat men een bloem hangen1 als de hand moe wordt4 ,beide ellebogen rusten op de tafel4 ,netjes is 't niet4 ,dat zal vrouwe ,saskia ook wel weten4 ,maar ze kwam vermoeid thuis1 en dan is het verleidelijk om eens op je gemak te zitten4 ,niet recht op en neer1 maar het bovenlijf voorovergezakt2 de borst zoo'n beetje tegen den tafelrand4 ,de kleeren wat losgemaakt en den hoed nog op 't hoofd4 ,wie zich zoo neerzet1 neemt niet plaats om uitgebeeld te worden1 maar gaat zonder erg zitten1 omdat zitten aangenaam is4 ,die let niet op zichzelf1 op houding en postuur1 maar geeft zich1 zooals ze is4 ,die gaat zoo zitten1 omdat zij bij haar echtgenoot is1 en niet in gezelschap van menschen1 die altijd op fatsoen en behoorlijkheid letten4 ,het is deze argeloosheid1 die onze teekenaar in zijne vrouw zag2 en hij gaf ze ons duidelijk in lichaamshouding1 in armlegging1 in handgebaar1 zelfs in het roosje te verstaan4 ,want dit roosje hangt net zoo over de tafel heen als ,saskia zelf4 ,eigenlijk is deze trek in haar dezelfde1 als die1 welke uit haar gelaat sprak4 ,beide komen ze voort uit een gevoel1 dat haar aangenaam was3 ze voelde zich prettig en op haar gemak1 zoo bij haar beroemden heer gemaal4 ,ze geneert zich niet1 hem lachend in de oogen te zien1 en evenmin om het zich gemakkelijk te maken4 ,ze acht zich veilig voor onbescheiden blikken en onbescheiden op-en aanmerkingen4 ,het trekt ons in haar aan1 dat ze zich zoo argeloos onschuldig geven kon aan den teekenaar2 dat ze zelfs op dit oogenblik niet dacht aan nette houding1 aan gezicht-in-de-plooien1 aan toilet of kapsel4 ,ongetwijfeld is hier de verklaring te zoeken1 waarom we het beeld lief vinden1 en waardoor het ons bekoort4 ,daar komt nu nog iets bij1 dat op den teekenaar betrekking heeft4 ,het schetsen van een portret ging hem zoo gemakkelijk van de hand1 dat zijne gedachten eigenlijk met dit werk alleen niet gevuld waren4 ,hij behield een open oog voor de eigenaardige wijze van doen1 zooals die op te merken was aan zijn model4 ,onderwijl hij omtrekken van gezicht1 hoed1 hoofd1 lichaam1 armen en handen zette1 zag hij zeer goed1 hoe weinig acht ,saskia op zichzelf sloeg1 hoe weinig ze aan zichzelf en hoe zeer ze aan hem dacht2 hoe ze zich volkomen onbespied achtte1 ofschoon tegenover hem zittende4 ,hij zag dit in hare trekken1 in hare houding1 in den arm1 zooals die op de tafel lag1 hij zag het in alles4 ,en al schetsende1 gaf hij in elke lijn de uitdrukking van het vertrouwelijke1 dat hij in haar zag4 ,de vriendelijkheid van hare verschijning1 niet voor een ieder1 maar voor hem alleen1 wist hij uit te teekenen4 ,hij wist1 dat die eigenschap van haar wezen kon verdwijnen1 als anderen om den hoek gluurden4 ,hij wist1 dat zijne teekening bestemd was1 om gezien te worden1 en dat dit streed met hare vertrouwelijkheid4 ,toch bracht het hem niet in verwarring2 hij zette het denkbeeld1 dat anderen zouden zien1 van zich af en ging voort1 om den indruk vast te houden en in beeld te brengen4 ,met oogen en handen arbeidde hij1 om de uiterlijke vormen op papier te zetten1 en intusschen bleef hem het besef bij1 van de vertrouwelijkheid tusschen hem en haar4 ,en1 arbeidende aan de vormen1 schreef hij eigenlijk in leesbaar schrift al maar door over die vertrouwelijkheid4 ,niet meer de lichaamsgedaante behandelde zijn teekenstift1 maar hoe zij over de tafel heen naar hem toe gebogen lag2 niet meer haar beeld1 maar hoe in dat beeld de ziel1 het leven zich afspiegelde4 ,lang behoefde hij aan zoo'n schetsje niet te werken3 alles is los en vlug op papier geworpen4 ,en toch raak en goed4 ,men lette bijvoorbeeld eens op de zwierige lijnen1 die de rechtermouw weergeven2 in en veeg zijn ze opgezet1 en in die ene veeg geven ze meteen aan1 hoe in de buiging1 bij den elleboog1 het kleed in breede plooien valt4 ,of op de teere schrapjes van het linkerhandje1 hoe als vanzelf de pink achterover buigt4 ,het is een genot1 om de bewegelijkheid van al die lijnen te zien4 ,in een photographisch portret ontbreekt dit4 ,men vindt er ook niets aan1 het te bezichtigen1 tenzij men den persoon kent4 ,het is waar1 dat de photographie nauwkeuriger en precieser in kleinigheden is2 dit weegt echter niet op tegen de uiting van echt leven1 die een teekenaar in zijn werk neerlegt4 ,we beklagen de eeuw van ,rembrandt niet1 omdat ze het zonder de camera obscura moest stellen1 en zich behielp met handgemaakte afbeeldingen1 integendeel1 we achten haar gelukkig en betreuren het1 dat later een werktuig is uitgevonden1 waarmee aan kunstenaars het werk uit de hand genomen en het brood uit den mond gestooten is4 ,wel kunnen we thans voor weinig geld portretten hebben van allen1 wien we genegen zijn1 en wel gelijken die zveel1 dat we de personen herkennen1 maar ze zijn er naar6 ,het leven ontbreekt1 en ook datgene1 wat we1 na langen omgang1 in gelaat1 houding1 gebaar en lichaamsbouw hebben leeren opmerken4 ,we zijn tevreden met den juisten vorm van oogen1 neus1 mond en kin1 we eischen niet meer2 sedert de zeventiende eeuw hebben de menschen zich leeren tevreden stellen met afbeeldingen zonder het schalksche leven1 zonder tintelenden oogenopslag1 zonder gemoed en karakter4 ,misschien zijn er zelfs reeds menschen in onzen tijd1 die aan hunne bloedverwanten en vrienden deze eigenaardigheden niet eens meer opmerken4 ,het is best mogelijk1 dat de kunst van photographeeren ons gezichtsorgaan voor nauwkeurige waarneming van menschen en hunne levensuiting heeft afgestompt4 99 99 99 99 99 ,,kleine ,,titus4 ,illustration3 ,titus van ,rijn4 ,laten we naast ,saskia nog eens nemen deze afbeelding van ,titus1 het zoontje van ,rembrandt4 ,dan zal ons blijken1 dat ook hierin dingen voorkomen1 die een photographisch portret niet kan geven4 ,het ventje zit echt lekker op zijn gemak4 ,hij zoekt dit op kinderlijke manier4 ,een volwassene gaat er anders bij zitten3 niet zoo met het hoofd in de nabijheid van de handen1 en niet zoo in elkaar gedoken op den rand van eene schoolbank of een raamkozijn liggende4 ,het omgebogen polsgewricht van het rechterhandje is echt kinderlijk1 ook de duim1 die het hoofdje steunt en een kuiltje in de kin drukt1 waardoor de mondhoek een beetje omhoog geschoven wordt6 ,daar behoort precies bij1 die manier om eene pen vast te houden1 als men zit na te denken over hetgeen geschreven moet worden4 ,en zie eens het linkerhandje6 ,het komt net te voorschijn1 zooals we dat soms zien bij een poesje1 dat behagelijk een breed1 mollig pootje vooruitsteekt4 ,de heele figuur1 het verlichte driehoekje van gelaat1 handen en boek1 heeft iets poezeligs over zich4 ,dit neemt dadelijk in voor het ventje4 ,het is ons onverschillig1 of oogen1 neus1 mond1 gezichtsvorm en haar nauwkeurig gelijken1 er is1 buiten dat1 iets aantrekkelijks in4 ,het portretje geeft ons te zien1 hoe de vader zijn kind soms kon aantreffen1 als het in school of thuis in een hoekje te leeren zat4 ,de houding moet indruk op hem gemaakt hebben1 want1 toen hij ging schilderen1 stelde hij zich het kereltje z voor4 ,het is niet waarschijnlijk1 dat hij1 zooals onze photograaf zou doen1 gelastte3 ga nu zus of zoo zitten4 ,immers1 dan wordt alles stijf en houterig4 ,hier was geen afspraak2 zonder erg zit ,titus op zijn gemak na te denken en voor zich uit te kijken1 en argeloosheid kon de vader hem niet als bevel opleggen4 ,dat we hem onbespied kunnen beschouwen1 is juist het aantrekkelijke4 ,want nu komt zijn ware aard aan den dag3 zijne neiging namelijk om knus en gemakkelijk ineen gedoken te zitten4 ,hij verloochent daarin niet1 dat hij een kind van ,saskia van ,ulenburg is6 ,het aantrekkelijke wordt nog verhoogd door de groote1 donkere kijkers en de lange1 weelderige lokken4 ,bovendien vinden we het aardig1 zoo toevallig eens iets te zien1 dat op het schoolgaan en het leeren in de zeventiende eeuw betrekking heeft3 een bundeltje vellen papier ligt op een opengeslagen boek2 de inkt1--het zal wel zelfgemaakte inkt wezen1 want dat was het gewoonlijk1--bevindt zich in eenen koker1 die aan een koordje of kettinkje hangt4 ,dit gerei droeg de leerling mee naar school en zeulde er mee rond door huis2 overal waar hij zich neerzette1 om te schrijven1 had hij het bij zich2 als hij voor het open raam plaats nam1 kon het best gebeuren1 dat hij achteloos den inktkoker uit het raam heen en weer liet bungelen4 ,ingenaaide schriften waren niet zooveel in gebruik1 als losse bladen papier4 ,deze omstandigheid gaf hier den schilder gelegenheid1 om te laten zien1 hoe de velletjes soms plat op elkaar1 soms met eene gapende opening er tusschen kunnen liggen4 ,met ,titus er bij hebben we nu den kleinen huiselijken kring compleet1 waarin ,rembrandt anno #afdb leefde4 ,we moeten echter bedenken1 dat de zoon nog heel klein was1 toen ,saskia overleed2 de moeder heeft hem nooit gezien1 zooals de vader hem hier afbeeldt4 ,in de portretten van vrouw en zoon heeft hij wel duidelijk uitgedrukt1 met hoeveel hart hij aan beide hing1 hoe gelukkig hij zich aan den huiselijken haard voelde1 toen ,saskia nog leefde4 ,ook zal hij innerlijk bewogen geweest zijn1 als hij later het kind uitbeeldde en opmerkte1 hoe hare geaardheid1 hare natuur daarin voortleefde1 toen zij reeds lang ter ziele was4 99 99 99 99 99 ,,actie4 ,naast elkaar zijn hier gesteld twee groepjes van twee personen1 die eenige woorden met elkaar wisselen4 ,het eene stelt voor een ,amsterdamsch burger uit het jaar #afcc1 scheepsbouwer en teekenaar van scheepsontwerpen van beroep1 met zijne vrouw1 die een briefje binnen brengt4 ,het andere is ,michiel ,azn4 de ,ruyter1 in gesprek met zijnen stuurman ,zeger4 ,al dadelijk valt het op1 dat ,de ,ruyter en ,zeger1 elk met een paar gelijke platvoeten en een paar zwarte kuiten1 recht op en neer naast elkaar staan4 ,beider onderstel1 met en benevens de wijde broeken1 schijnen naar een en hetzelfde model te zijn gevormd4 ,de enkels zijn te dik1 en evenveel te dik1 het aanzwellen der beenen1 naar boven toe1 gaat gelijk in zijn werk1 de broeken hangen er gelijk om4 ,vervelend is het verder1 dat beide gelijkelijk het front naar elkaar draaien1 en dat ze beide den naar elkaar gekeerden arm schuin omlaag1 den anderen arm opgeheven houden4 ,illustration3 ,de ,ruyter en ,zeger4 ,de ,scheepsbouwmeester en zijne vrouw zijn zonder zulke toevalligheden tot een groep bijeengebracht4 ,de houding van de handen der vrouw laat zich zeer goed met die van ,de ,ruyter vergelijken4 ,zij houdt met de linker kloek en ferm de klink van de deur omvat1 niet nuffig en met opzettelijke bevalligheid1 maar zooals eene degelijke huisvrouw in drukke bezigheden alles doet4 ,de ,ruyter doet iets1 dat1 op zichzelf beschouwd1 een daad is van kloekheid1 van moed en van durf4 ,eigenlijk moest hij dus ook onverschrokken met de linkerhand naar den ,engelschman wijzen1 dien hij tot partuur heeft gekozen4 ,maar hoe is dit op de plaat uitgedrukt8 ,de wereldvermaarde zeebonk steekt een blank1 mollig1 klein handje uit1 de arm is slap en zonder fierheid opgeheven1 het wijsvingertje bij het jongejuffrouwenduimpje wijst op kromme manier iets aan4 ,men zou haast denken1 dat mijnheer ,zeger heeft gevraagd3 ,hoe loop ik het kortst van hier naar de ,kipstraat8 en dat een voorbijgaand1 ziekelijk oud heer met een pijnlijk gezicht antwoordt3 ,hier links den hoek om4 ,waarop gemelde heer ,zeger met vriendelijk gelaat voor de bekomen inlichting bedankt1 beleefd den hoed licht1 en den ouden heer eene prettige wandeling toewenscht4 ,zoo kan geen ,de ,ruyter het vermaarde commando hebben gegeven1 zoo strekt geen held met gebiedend gebaar den arm4 ,illustration3 ,scheepsbouwmeester en vrouw4 ,de rechterhand is niet beter van teekening4 ,misschien loopen er verwaande menschen rond1 die op deze manier met gebogen polsgewricht den knop van een wandelstok omvat houden1 maar van onzen ,vlissinger ,michiel gelooven we het niet4 ,zie daarentegen1 hoe het vrouwtje haren brief overreikt4 ,de bedoeling is volkomen duidelijk uitgedrukt3 ze laat hem niet zien1 ze neemt hem niet weg1 maar ze overhandigt4 ,zelfs zit in het handgebaar de beweging van iemand1 die achterwaarts een briefje afgeeft4 ,men probeere zelf de houding na te bootsen4 ,ook de handen van den scheepsbouwmeester mogen gezien worden bij die van stuurman ,zeger4 ,zijn linker1 eene dikke1 vleezige werkhand blijft rusten op het teekenwerk1 terwijl het hoofd zich even opricht om te zien1 wie den arbeid komt storen4 ,is het niet1 alsof die hand1 met gedachten vervuld1 bij het werk tracht te blijven1 alsof ze den gedachtengang wil vasthouden1 tot de stoornis voorbij is8 ,de rechter wil het briefje in ontvangst nemen4 ,echter niet met een gebaar van haastig aanpakken4 ,het binnenkomen van moeder de vrouw wordt euvel opgenomen1 omdat het storend is4 ,vandaar dat de hand maar aarzelend uitgestoken wordt4 ,dit is geheel in overeenstemming met 's mans gelaat2 de afdruk laat duidelijk een lichten graad van ontevredenheid zien2 die blik op zijne vrouw en het voorhoofd-fronsen zijn er de blijken van4 ,de rechterhand van stuurman ,zeger neemt op eene wijze den hoed af1 die noch de manier van een zeeman1 noch die van een fijn heer is4 ,houvast zit er niet in2 een groote1 vilten1 zeventiende-eeuwsche hoed zou wel anders doorbuigen1 als men dien bij het uiterste randje tusschen duim en vinger aanvatte4 ,hij lijkt wel van hout4 ,wat is daarbij vergeleken het passertje goed geteekend2 in de hand het ronde gewricht1 naar beneden de gepunte1 driekante beenen1 waarvan een1 door lang gebruik1 iets kromgebogen is2 met een soort van gretige werklust hapt het instrumentje naar het papier4 ,zelfs in zoo'n gering bijzaakje heeft ,rembrandt het bijzondere gevoeld4 ,de scheepsroeper is lang niet van hetzelfde gehalte2 de rand van het geslagen koperblik is veel te dik geworden2 de trechtervormige beker is aan den onderkant bijna recht1 aan den bovenkant bolvormig2 het mondstuk heeft een verkeerden stand2 van onze plaats af moesten we er niet in kunnen zien2 het heeft bepaald in de klem gezeten en is verbogen geraakt4 ,letten we op de handeling1 die op beide afbeeldingen tusschen de twee personen voorvalt1 dan moeten we allereerst onze bewondering uitspreken voor het vrouwtje4 ,er zit in hare houding buitengewone bewegelijkheid2 het overhandigen van den brief gaat niet bedaard in zijn werk1 maar haastig en gejaagd4 ,zij blijft bijna bij de deur staan1 om geen tijd te verliezen met verder te loopen dan noodig is2 met over den stoel heen te buigen bereikt ze haar doel even goed4 ,het bovenlijf helt niet alleen zijdelings naar den bouwmeester over1 het maakt ook eene kleine buiging voorover4 ,intusschen draaien de linkerheup1 de linkerschouder en de linkerarm zich reeds weer achterwaarts1 terug naar de deur4 ,de rechterhand en-arm1 en het gezicht zijn nog verdiept in de beweging van het overhandigen4 ,in al de onderdeelen van deze figuur dus eene aanduiding van wenden1 buigen en draaien1 nergens de stijve rust van een lid1 dat aan de handeling geen deel neemt4 ,sommige beschouwers maken hiervan ,rembrandt wel eens een verwijt4 ,ze vinden het schielijke binnenkomen storend voor de rust van de schilderij2 het maakt hun gejaagd1 als ze er een oogenblikje kalm naar zouden willen kijken4 ,daar is wel iets van aan2 het is hinderlijk1 als je het idee krijgt1 dat zoo'n figuurtje zoo aanstonds zal wegsnellen1 en als men zichzelf betrapt1 dat men daarop staat te wachten4 ,maar we moeten den schilder de eer geven1 die hem toekomt2 hij heeft in de lichaams houding van eene vrouw1 die even binnenkomt en dadelijk weer heengaat1 met een fijn oog de bewegelijkheid van buiging en draaiing waargenomen en weergegeven4 ,de plaat van ,de ,ruyter is er1 om een geschiedkundig feit voor te stellen2 alles moest dus eigenlijk handeling zijn2 de handeling moest althans zeer sterk tot ons spreken4 ,neem nu den admiraal eens2 hij staat er zoo houterig en schutterig bij1 dat er geen schijn van beweging in hem zit4 ,van onder tot boven1 van zijn voeten tot zijn hoofddeksel1 alles stijf en recht2 nergens in de heele figuur eenige zwenking2 geen enkele lenigheid van draaiing of buiging4 ,hij zit diep in zijn hoedje weggeslagen1 en schijnt aan een stijven nek te lijden4 ,misschien trekt hij daarom zoo'n pijnlijk gezicht4 ,kijk daarentegen eens1 hoe mooi rond het vrouwenkopje is1 hoe het mutsje meewerkt1 om de ronding uit te beelden1 en hoe los en gemakkelijk het hoofd zich keert en wendt boven den kraag4 ,zoo krijgen we tot slotsom van de vergelijking3 de plaat1 die eene handeling moet voorstellen1 geeft houterige1 stijve figuren1 die de armen oplichten om te doen1 alsof ze zich bewegen1 maar ze bewegen niet4 ,de andere1 die gemaakt werd om de portretten van eerzame inwoonderen van ,amsterdam te geven1 tintelt van actie1 zonder nochtans in het geven van portretten te kort te komen4 ,de handeling maakt zooveel indruk1 dat we beginnen te denken aan een historisch feit4 ,het lijkt wel1 dat dit nu het beroemde briefje is1 waarover we in boeken lezen1 hetwelk binnengebracht werd1 om den verraderlijken aanslag op een of andere stad te verijdelen4 ,maar 't is zoo niet6 ,de schilderij is er een1 waar niets achter zit4 ,zij is een portretstuk1 meer niet4 ,we zullen deze neiging van ,rembrandt1 om den aard van het portret te verbloemen1 meer opmerken4 ,men kan hem ook hiervan een verwijt maken2 het is misschien niet heelemaal in orde1 dat we tegenover de twee konterfeitsels van een paar burgerluitjes gedachten hebben van vermaarde gebeurtenissen2 dat we dus aan dingen denken1 die hier niet te pas komen4 ,maar--wat een kunst1 om dat te kunnen6 ,wat een schilder moet men wezen1 om zoo1 spelend weg1 in een portretstukje een aardigheidje te vertellen1 en het dan zoo te doen1 dat de beschouwer heelemaal de klus kwijt raakt4 ,de ,anatomische les heeft hiervan ook wel een tikje weg1 zooals we zullen zien4 99 99 99 99 99 ,,misleide ,,aandacht4 ,onder de drommen van reizigers1 die jaarlijks de stad 's-,gravenhage bezoeken1 zijn er gelukkig niet weinigen1 die een uurtje over hebben1 om de schatten van het ,mauritshuis te gaan zien4 ,en onder dezen merkt men dikwijls bezoekers op1 voor wie de gang daarheen eene bedevaart is4 ,ze komen uit steden en stadjes1 die binnen hare muren geen enkel staaltje bevatten van de groote kunst onzer voorvaderen2 van ,rembrandt gehoord hebben ze2 photographien naar zijne schilderijen hebben ze gezien4 ,maar nog nooit hadden ze gelegenheid om het hart eens op te halen aan zoo'n lapje doek1 waarvoor hij zelf1 twee en een halve eeuw geleden1 met palet en penseel heeft gezeten2 waarop hij eigenhandig de klonters verf heeft geklutst1 gewreven en aangesmeerd4 ,binnen de muren van dit eenvoudig1 onaanzienlijk gebouw zal dan eindelijk de begeerte bevredigd en het verlangen gestild worden4 ,de trappen gaat het op1 rechts den hoek om1 eene kamerdeur door en het vertrek binnen4 ,dit is het heilige der heiligen4 ,wat hier hangt1 draagt groote namen3 we lezen er ,jan ,steen1 ,p4 ,potter1 ,ostade1 ,brouwer1 maar voor allen lezen we ,rembrandt ,harmenszoon van ,rijn4 ,tegen deze weinige vierkante meters muur hangen een tiental zijner stukken bijeen1 een schat1 dien honderd musea het kleine ,mauritshuis benijden4 ,het statig middelpunt daarvan vormt de ,anatomische les1 die waard is1 eenigszins uitvoerig beschouwd te worden4 ,de ,anatomische of ,ontleedkundige les is een portretstuk4 ,rembrandt maakte het op bestelling1 voor acht geneeskundigen uit de stad ,amsterdam4 ,dezen hadden het oogmerk1 om er hun vereenigingsgebouw1 de chirurgijnshal1 mee te versieren4 ,in plaats van acht afzonderlijke portretten1 verlangden ze een groep2 ze lieten het aan den schilder over1 de groep samen te stellen1 op voorwaarde natuurlijk1 dat ieder van de acht koppen tot zijn recht kwam4 ,zij verwachtten niet anders1 dan dat hij het met deze voorwaarde ernstig op zou nemen4 ,nu1 de koppen kwamen tot hun recht2 maar toch zou de eerste blik van den beschouwer op een ander deel van de schilderij gevestigd worden4 ,de schilder wilde1 dat het lijk1 in uitgestrekte houding op de snijtafel neergelegd1 het eerst de aandacht zou vragen4 ,hij had dit kunnen bereiken1 door het aanwenden van een eenvoudig middel3 als hij er een griezelig voorwerp van had gemaakt1 zoo akelig om te zien1 dat een ieder er naar moest zien4 ,maar dit deed hij niet4 ,het lijk is zoo geschilderd1 dat ook de teergevoeligste lieden den aanblik kunnen verdragen4 ,zelfs de opengelegde arm heeft niets afschuwelijks4 ,alles wat de zenuwen van aanstellerige jongejuffrouwen zou kunnen prikkelen1 vermeed hij4 ,wel is het gelaat het gelaat van een doode1 en dus niet aangenaam om te zien2 maar het wekt geen weerzin4 ,waarom is het dan wel1 dat we1 als van zelf1 steeds het eerst op het lijk het oog richten8 ,we ondergaan een gelijk lot1 als het avondvlindertje1 dat door ons openstaand venster komt binnenvliegen4 ,het licht trekt ons aan4 ,het licht is de geheimzinnige macht1 die ons gezichtsorgaan1 evenzeer als dat van het onnoozel gedierte1 weet te leiden1 waarheen ze wil4 ,zitten we des winters in schemerdonker bij open haard of kachel1 onweerstaanbaar wordt het oog door den vlammengloed aangetrokken4 ,schrijden we des zomers door de donkerte van eenen boschweg1 we verhaasten onzen tred1 als op het eind van de laan het zonlicht door eene open ruimte binnendringt4 ,licht geeft op het netvlies een aangenaam gevoel1 zooals frisch water aan tong en gehemelte1 wanneer ze van dorst verschroeien4 ,het kost soms moeite1 om den blik van de vlam eener lamp af te wenden1 als de omgeving door de duisternis eene scherpe tegenstelling vormt4 ,nu2 de ,anatomische les is eene schilderij1 waarvan het grootste deel der oppervlakte in zware1 donkere verven bewerkt is4 ,het is juist voornamelijk het lijk1 dat hierop eene uitzondering vormt4 ,de gezichten der rondomstaande geneesheeren ook wel1 maar die zijn van minder omvang en zullen eerst in de tweede plaats onze aandacht trekken4 ,we gaan op het zonnige licht af1 dat midden op het groote doek een hoekje vult4 ,de portretten1 waar het feitelijk om te doen was1 worden daardoor min of meer op den achtergrond gedrongen2 het stuk krijgt den schijn van gemaakt te zijn met een ander doel1 dan om die portretten te geven4 ,we zouden haast kunnen denken1 dat de schilder wilde laten zien1 op welke wijze dokter ,claes ,pieterszoon ,tulp les gaf in de ontleedkunde4 ,menschen1 die niet voor dokter hebben gestudeerd1 zien hier iets1 wat ze nooit eerder hebben gezien1 dat namelijk een hoogleeraar zoo1 vr zich1 een cadaver heeft liggen1 waarvan hij een of ander lichaamsdeel openlegt2 hij neemt een soort van tang om vast te pakken2 de leerlingen staan er in een kring omheen1 en het onderwijs begint6 ,werkelijk meenen velen1 dat het stuk met deze bedoeling is gemaakt4 ,illustration3 ,de ontleedkundige les4 ,toch is het een portret en moet dus op n lijn gesteld worden met bijvoorbeeld een schoolportret1 dat in lange rijen de kopjes van eene klas schoolkinderen te zien geeft4 ,wat een verschil echter6 ,het eene is een vervelende verzameling van allemaal kijkende gezichten2 wie het onder de oogen krijgt1 gaat zoeken naar bekenden4 ,soms maakt de photograaf eene kleine variatie1 door aan eenige leden van het gezelschap iets te doen te geven3 garen winden1 thee schenken of zoo iets4 ,maar niemand wordt de dupe van dezen kunstgreep1 men zal nooit ook maar een oogenblik meenen1 dat de photographie er is1 om het theeschenken te laten zien2 de gezichten trekken te sterk de aandacht4 ,het portret van ,rembrandt leidt ons juist wel op een dwaalspoor en heeft al menigeen omtrent den aard van het stuk misleid4 ,en dat1 doordien het volle licht op het lijk valt4 ,een oogenblik mag men wel stilstaan bij dit overigens niet erg verkwikkelijke voorwerp4 ,hoe komt het1 dat we zoo goed het verschil voelen tusschen de vleeschoppervlakte en de geweven stof1 waaruit de ledendoek bestaat8 ,het is1 alsof we een en ander met vingers hebben betast4 ,in de eerste plaats door het verschil in kleur1 wat ook op eenen zwarten afdruk te zien is4 ,beide zijn wel licht1 maar de doek is toch lichter gehouden dan het lichaam1 ofschoon hij niet wit is2 overal merken we grijze tinten1 die schaduwen van vrouwen en plooien weergeven4 ,maar deze vrouwen en plooien hebben de eigenaardige gedaante1 die we in geweven stoffen opmerken4 ,en1 dit is een tweede punt van verschil1 de schaduwdiepten1 die in de oppervlakte van het lichaam zijn aangegeven1 zijn van anderen vorm4 ,ze zijn breeder en minder diep2 over eene grootere ruimte gaan ze geleidelijk in blank licht over4 ,men kan het beenderen gestel gissen1 dat er onder zit4 ,zoo bijvoorbeeld dat van de borstkas4 ,duidelijk zien wij den strak gespannen omtrek van het borstbeen1 en naar den rechterarm heel vaag de afteekening van de diepsels1 die tusschen de ribben zijn ingezonken4 ,ook de ronding van het geheele lichaam is met fijne grijze kleur tastbaar gemaakt4 ,heel mooi ligt de zware spier van den bovenarm tegen het lijf gedrukt2 het schaduwgleufje verbreedt zich naar boven tot eenen oksel1 naar beneden tot eene elleboogsholte4 ,van het rechterbeen trekt vooral de omtrekslijn langs den bovenkant de aandacht4 ,als we die1 van den lendendoek af tot den voet toe1 met het oog volgen1 nemen we telkens fijn uitgebeelde spiervormen waar2 halverwege stulpt de knie eenigszins naar buiten1 omgeven van de kleine rondingen1 die we daar gewoon zijn op te merken4 ,de voeten reiken tot in de schaduw4 ,ze wijzen ons den weg naar een opengeslagen boek1 van eerwaardige grootte en dikte1 een foliant1 waarin anatomische wijsheid zal zijn opgetast4 ,zooals de bladen op elkaar liggen1 getuigen ze van veelvuldig gebruik4 ,waar de schaduwpartij precies een aanvang neemt1 is moeilijk aan te wijzen2 het bovenbeen is nog verlicht1 de knie al niet meer4 ,ongemerkt heeft de overgang plaats4 ,zoo gaat het ook met de slagschaduw van een potlood1 dat men op korten afstand over het belichte deel van het cadaver houdt4 ,met deze waarnemingen hebben we aan de plicht voldaan1 om te zien in de richting1 die de schilder met zijn lichteffect heeft aangeduid4 ,bij voortgezette beschouwing dwaalt nu de blik als van zelf naar het gelaat van ,tulp1 en hierheen eerder1 dan naar de gezichten der overige heeren4 ,het schijnt1 dat de beide handen1 die zoo in de nabijheid van het lijk hare welsprekende gebaren maken1 dien overgang bewerken4 ,we moeten ook bij ,tulp het eerst wezen2 hij is onder de acht geportretteerden de voornaamste en aanzienlijkste4 ,als geneesheer genoot hij eene groote reputatie1 zoowel in ,amsterdam als daar buiten4 ,hij speelde in deze wereldstad bovendien eene groote rol als lid van de stedelijke regeering4 ,en de regeering van ,amsterdam1 dat wou wat zeggen4 ,die gaf in de regeering van de ,republiek de lakens uit4 ,een man als ,bicker had immers in ons land bijna evenveel invloed als ,stadhouder ,willem ,,ii4 ,een burgemeester van ,amsterdam mocht met recht tegen een hoog geplaatst ,fransch edelman zeggen3 ,de koningen van het land1 dat zijn wij6 ,intusschen zou ,tulp1 n als geneesheer n als magistraat1 toch reeds lang vergeten zijn1 wanneer hij niet toevallig bevriend was geweest met ,rembrandt1 en wanneer deze van hem niet den onvergetelijken kop had gemaakt1 dien we hier voor ons zien4 ,de oogen1 donker van kleur1 staan er helder en met verwonderlijke klaarheid in4 ,de blik1 die op de verte gericht is1 verraadt een groot verstand1 diepe kennis en zachtheid in het oordeelen4 ,het gelaat is vol ernst1 niet de ernst1 die door leed ontstaat1 maar de ernst1 die gevolg is van juist inzicht en van veel weten4 ,de mond schijnt te spreken4 ,de boven-en onderlip zijn zoodanig op elkander geschilderd1 dat er eene bijna onmerkbare plooiing in komt2 door deze plooiing is het1 alsof we de lippen de letters hooren aanblazen bij het spreken1 en men kan er zichzelf op betrappen1 dat men tracht vast te stellen1 welke medeklinker er gevormd wordt1 hetzij dan een f1 hetzij een v4 ,de handen begeleiden dit spreken met verwonderlijke juistheid4 ,de linker1 ter halver hoogte opgeheven1 maakt aan de hoorders duidelijk1 welke bewegingen de dokter bedoelt4 ,terwijl namelijk de rechter met behulp van een pincette nen spierbundel van de anderen afzondert1 laat de linker zien1 welke uitwerking de samentrekking daarvan zou hebben4 ,het is een buigspier1 liggende aan de binnenzijde van den arm2 de middelvingers van de linkerhand maken onwillekeurig de buigbeweging mee1 over welke gesproken wordt4 ,veegjes lichte verf geven tusschen de vingers de plaatsing aan1 hoe ze eenigszins uiteen wijken1 naast elkaar op de hand zijn ingeplant1 en los van elkaar in de ruimte staan4 ,we zien in de tusschenruimte op4 ,in den duim van de rechterhand voelen we de drukking1 die hij op het werktuigje uitoefenen moet1 om den spierbundel vast te houden4 ,wat liggen ook de vier vingertoppen in juiste houding om den duim heen6 ,de kleeding verdient wel een oogenblik bijzonder de aandacht4 ,er zijn zeventiend-eeuwsche portretten genoeg1 die ons onderrichten omtrent vorm en snit van de toenmalige kleedingstukken4 ,maar hier hebben we er een1 dat ons doet voelen hoe mooi ze stonden1 hoe schilderachtig ze den persoon kleedden4 ,breed en kloek is de borst1 en zijn de schouders onder zoo'n wambuis met mantelkraag4 ,de breedgerande1 vilten hoed geeft den kop een prachtige vierkantheid2 hij kleedt ontegenzeggelijk mooier dan de hooge cylinderhoeden uit onze dagen4 ,het kantkraagje en de manchetten droeg men niet onder maar over het wambuis1 niet in maar om de mouw4 ,misschien wekt het bevreemding1 dat ,dr4 ,tulp onder de les en in aanzienlijk gezelschap den hoed op het hoofd houdt4 ,dit was in zijn tijd gewoonte3 de professor aan de hoogeschool1 zoowel als de onderwijzer te midden van zijne leerlingen1 de vroede raadsleden op het raadhuis1 zoowel als de huisvader in den familiekring1 hielden zich gedekt2 en men zag daarin geene onwellevendheid4 ,van de overige koppen trekken vooral de twee1 die zich over het cadaver heenbuigen1 de aandacht4 ,in de eerste plaats om de tegenstelling tot ,tulp4 ,terwijl deze spreekt1 zoowel met den mond als met de handen1 zoowel door zijne opgerichte houding als door zijn rondblikkend gelaat1 luisteren gene4 ,de een ziet naar het lijk1 de ander naar den professor1 maar beider oogopslag verraadt aandachtig luisteren2 luisterend ook buigen ze zich voorover4 ,in de tweede plaats om de schilderhoedanigheden4 ,men lette bijvoorbeeld eens op de rechterwang van den persoon1 die het dichtst bij ,tulp zit4 ,van het oog af naar beneden vinden we alle kleurschakeeringen1 die ons in het gezichtsvleesch van zoo'n gelaat bekend zijn4 ,allerlei zwakke schaduwtjes en lichtvlakjes duiden aan1 hoe het verloop is van de wang4 ,het is niet maar eenvoudig weg eene bolle ronding of eene magere afplatting2 overal zitten vorm-en gedaantewisselingen4 ,eerst eene blauwachtige1 eenigszins uitpuilende streek onder het oog1 zooals bij zwak uitziende menschen4 ,dan de verheffing van het jukbeen1 waar we een blosje vermoeden4 ,hiertusschen en tusschen den neus eene invallende diepte4 ,verder naar beneden de ingevallen wang1 die achter den knevel verdwijnt en1 om het jukbeen heen1 nog tot aan het oor te volgen is4 ,alsnu gaat het met geleidelijke ronding om de kaak heen1 waar heel dun eenig blond haar groeit4 ,en1 zooals deze wang is1 is de heele kop4 ,elk plekje is aan het model ernstig en aandachtig waargenomen1 bespied en bestudeerd4 ,het portret is een beeld geworden1 dat men niet zoo maar eens even uit zijn hoofd schildert1 het is naar het leven genomen1 het geeft ook het leven weer4 ,bij de beschouwing trachten we ons onwillekeurig te binnen te brengen1 waar en wanneer we dezen persoon hebben ontmoet1 alsof het iemand is1 dien we in onze omgeving opgemerkt hebben4 ,de overige koppen op deze schilderij zouden evenzeer eene afzonderlijke bespreking verdienen4 ,alle dragen de kenmerken van studie naar het leven4 ,in alle is met zorg het afzonderlijke1 het eigenaardige opgemerkt4 ,men vergelijke1 om een voorbeeld te geven1 maar eens met elkaar de manier1 waarop bij elk het haar op het voorhoofd is ingeplant4 ,alleen hieraan zou men de heeren alle kunnen herkennen1 als men ze ontmoette4 ,of men ga eens na1 hoe elk van de aanwezigen op eigen wijs de les van ,dr4 ,tulp volgt2 met meer of met minder aandacht2 met een geestigen trek om mond en oogen of met een soort van onverschilligheid4 ,ieder is zichzelf en leeft zijn eigen leven4 ,geen twee zijn van een zelfde model4 ,al deze uitingen van leven spreken des te sterker1 omdat ze gerangschikt staan rondom het beeld van den dood1 van de stof1 waaruit het leven ontvloden is4 ,de mond van het cadaver is half geopend1 en een glimlach schijnt er omheen te spelen4 ,maar de glimlach is verstijfd1 en het spreekgebaar van de mondopening is koud en versteend4 ,het is het eeuwige zwijgen met een grimas van leven4 ,en op het gelaat van den lesgevenden professor3 het mondopenen nauwelijks zichtbaar1 de blik strak op de verte gericht1 geen plooitje1 dat zich tot glimlach vormt1 en toch het heele wezen een en al leven1 op de bijna onbewogen trekken een spreken1 dat sedert bijna drie eeuwen elken toeschouwer in de ziel dringt1 en dat spreken zal blijven tot in lengte van dagen4 ,het stuk in zijn geheel heeft ook zijne eigenaardige bekoring4 ,eerstens door het zonnige hoekje1 waar het cadaver ligt4 ,het oog heeft in die lichtplek een aangenaam rustpunt4 ,ten tweeden door de groepeering4 ,de personen staan los1 ongedwongen en regelloos bij elkaar1 terwijl ze toch in een driehoek gevat zijn2 n gezicht vormt hiervan den top en doet de groep naar boven toe bevredigend eindigen4 ,ten derden door de rijke afwisseling van licht en donker2 tusschen de witte kragen1 blanke gezichten en handen zijn overal stukjes achtergrond aangebracht of brokstukken donkere kleeding1 donkere baarden of behaarde schedels4 ,men bezie het stuk maar eens door de oogharen1 om deze afwisseling op te merken4 ,de geschiedenis van de ,anatomische les is deze4 ,rembrandt maakte haar in #afcb1 het jaar1 waarin ,frederik ,hendrik ,limburg aan de ,republiek toevoegde4 ,ze kreeg eene plaats in de vergaderzaal der chirurgijns te ,amsterdam en bevond zich aldaar nog1 toen deze in #ahbh hunne bezittingen te gelde wenschten te maken en het stuk aan ,koning ,willem ,i verkochten voor f#cb4jjj4 ,sedert maakt het deel uit van het ,koninklijk ,kabinet1 dat in het ,mauritshuis ondergebracht is4 ,de maker van het kunstwerk zal waarschijnlijk van elk der acht heeren geneeskundigen de som van een kleine honderd gulden hebben ontvangen1 wat in #afcb1 toen ,amsterdam krioelde van goede schilders1 al wel was1 vooral voor een beginnend man van even vijf en twintig jaar4 ,in een anderen zin bracht het hem echter meer op4 ,als een loopend vuur ging de mare door de stad1 dat een groot schilder was opgestaan1 overgekomen uit ,leiden en je kon zijn werk zien op de ,chirurgijnshal6 ,dit legde hem geen windeieren4 ,spoedig regende het bestellingen van portretten1 en maakte hij een geweldigen opgang1 zoo enorm1 dat zelfs in het ,stadhouderlijk ,paleis te 's-,gravenhage zijn naam genoemd werd4 99 99 99 99 99 ,,aanraking ,,met ,,historische ,,personen4 ,reeds in zijne studiejaren had ,rembrandt in ,den ,haag zaken gedaan4 ,toen hij1 nog vr #afcb1 bij zijne ouders te ,leiden woonde en ijverig schilderde en teekende om de kunst machtig te worden1 deed eens een bezoeker hem aanwijzing voor een heer in ,den ,haag4 ,een zeker stukje1 dat hij juist voltooid had1 moest hij dien eens gaan vertoonen en te koop aanbieden4 ,te voet trok de jonge schilder er op uit1 bereikte na eene wandeling van vier uren de ,residentie en smaakte de voldoening zijn stuk voor honderd gulden te verkoopen4 ,wonder in zijn schik met dit succes1 en nog niet gewoon zooveel geld in zijn buidel te hebben1 voelde hij behoefte1 om zoo gauw mogelijk naar ,leiden te gaan met zijn schat1 en zijne ouders in kennis te stellen met het fortuintje4 ,een weg van een kleine vier uur gaans weer te voet af te leggen1 dat kwam1 dunkte hem1 niet te pas voor iemand1 die schilderijen met honderd gulden betaald krijgt4 ,de trekschuit1 daar ging ,jan en alleman mee4 ,hij deed als een groote m'nheer en nam parmantig plaats bij het logement1 ,de ,leidsche wagens op den wagen naar ,leiden4 ,op den wagen naar ,leiden1 aldus vertelt een oud schrijver1 niet in4 ,wat genoot hij van dat ritje6 ,eerst voerde de weg hem door het ,haagsche bosch met zijne gladde1 rijzige1 groene1 beukenstammen1 die hunne takken breed en vlakweg met lichtdoorlatende1 fijne blaadjes uitgespreid hielden2 verspreide eiken stonden zwaar en donker daartusschen met diepgefronste schors1 en takken1 die in moeilijke kromming zich wrongen4 ,machtig en breed stond de voet uit in de zandige duinhellingen2 het trof hem1 hoe ze hun wortels uitlegden over den bodem als een reuzig gedierte1 dat krampachtig met uitgeslagen en wijdgeopende klauwen zich vast wil klemmen4 ,nog anders dan in ,leiden op het bolwerk1 zag je hier1 hoe de natuur een beeld van kracht kan zijn4 ,hier1 waar werkelijk eeuwen-heugende eiken en beuken stonden4 ,maakte niet een medereiziger hem attent op een drietal forsche exemplaren1 met dooreengestrengelde takken1 die het volk het ,jacobaprieel noemde1 omdat er de landsvrouw ,jacoba tweehonderd jaar geleden gaarne verwijld had8 ,heerlijk wonen moest het in ,den ,haag zijn voor eenen kunstenaar4 ,de oude stad nog net plaats vindende op het uiteinde van de reeks binnenduinen1 waarop ook het ,haagsche bosch stond1 en waarover de ,leidsche weg hem ,noordoostelijk voerde2 de nieuwere straten de venen ingaande4 ,de omstreken1 in ,noordelijke richting1 klingen en dalen met laag en opgaand hout1 in zuidelijke richting lage weiden1 vol slooten en plassen2 hier en daar moerassen1 met ruigten van wilgbeschot en oeverplanten2 de verre horizonnen onderbroken door watermolentjes1 die men reeds in gebruik begon te stellen van de grondverbetering4 ,terwijl hij voortmijmerde1 passeerde de koetsier niet ongemerkt het liefelijke ,huis ,ten ,bosch 7wijl dit er nog niet was1 en eerst over twintig jaar ter eere van den vrede van ,munster zou verrijzen7 maar reed door tot1 en hield stil voor het huis ,ten ,deil1 eene herberg1 die den weg van ,den ,haag naar ,leiden in nagenoeg gelijke helften deelt 7deilt74 ,eene onoogelijke waardin kwam buiten met een zwartberookt tabakspijpje in den mond1 en zette den paarden eene krib met voer voor4 ,de reizigers stegen uit en traden1 evenals de wagenbestuurder1 de herberg binnen1 boven welks deur1 tusschen rankend wijnloof1 aan een eind lat een groote aarden bierpot bungelde4 ,rembrandt voelde geen lust1 het voorbeeld te volgen en mede uit te stappen4 ,hij bleef bij zijn vollen buidel op den wagen zitten4 ,na eenige oogenblikken wordt de krib weggenomen1 en komt het volk met den wagenaar naar buiten1 om ieder zijn plaatsje weer in te nemen4 ,hun al te groote luidruchtigheid jaagt den paarden een schrik op het lijf3 ze gaan er van door en rennen met den schilder voort4 ,het gaat langs den hun bekenden weg huiswaarts2 ze storen zich aan niets1 hollen voort1 bereiken de ,wittevrouwenpoort1 sleuren den wagen over de ,drentsche keien van het ,noordeinde en houden in voor de deuren van den gewenden stal4 ,het stalpersoneel stormt naar buiten1 helpt den schilder uitstijgen1 betast zijn leden1 of er geen gebroken is1 en toont zich benieuwd om te vernemen1 hoe hij dus1 alleen op den ,haagschen wagen gezeten1 de stad komt binnenrijden4 ,maar hij4 ,zonder veel praatjes maakt hij zich weg en spoedt zich naar de ,weddesteeg1 die het rijtuig gepasseerd was zonder hem af te zetten4 ,behouden en wel brengt hij zijn honderd gulden thuis1 en is gelukkig1 dat hij op ,den ,deijl zoo weinig verteringskosten heeft behoeven te maken4 ,het is waarschijnlijk1 dat de groote m'nheer in ,den ,haag1 die zijn stuk honderd gulden waard achtte1 niemand minder dan ,constantijn ,huygens is geweest4 ,kort nadat ,rembrandt zich in ,amsterdam had gevestigd en een grooten naam begon te krijgen1 bracht ,huygens hem bij den stadhouder1 prins ,frederik ,hendrik1 ter sprake1 wat hij gemakkelijk kon doen1 omdat hij1 als diens geheim-secretaris1 dagelijks met den vorst verkeerde4 ,er volgde eene bestelling van eenige stukken1 misschien om er het stadhouderlijk paleis te ,rijswijk mee te versieren4 ,de levering1 en daarna de betaling1 hebben nog al voeten in de aarde gehad4 ,men is dit aan de weet gekomen uit eigenhandige brieven van ,rembrandt1 die bewaard zijn gebleven in families1 welke van ,huygens afstammen4 ,uit een van deze blijkt1 dat hij zelf zeer goed wist1 een eerste-rangsschilder te zijn1 dien men goed moest betalen1 maar tevens1 dat hij bescheiden genoeg was1 om waarde te hechten aan het oordeel van ,huygens of van den ,prins4 ,zie hier3 ,mijn ,heer6 ,soo ist dan dat ick met licensij u e dese #b stucken toesende die ick meen dat soodaenich sullen bevonden werden dat sijn ,hoocheijt nu selfs mij niet min als dusent guldens voor ider toeleggen sal doch soo sijn ,hoocheijt dunckt dat sijt niet en meerijteeren sal naer sijn eijgen believen minder geeven mij verlaetende op sijn ,hoocheijts kennis en discreesij4 ,sals mij danckbaerlick daer met laeten contenteeren ende blijvende neffens mijne groetenisse sijnen ,d4,w4 ende geneegen dienaer ,,rembrandt4 ,het tghene ick aen de lijsten en de kas verschooten hebb is #dd guldens in alles4 ,behalve omtrent zijn karakter1 leert dit schrijven iets omtrent zijne ontwikkeling4 ,hij schreef een goeden brief1 de zinnen vloeiden hem gemakkelijk uit de pen1 en hij spelde vrij zuiver1 te rekenen voor de zeventiende eeuw4 ,zijn schoolonderwijs was niet verwaarloosd1 al wijdde hij zich reeds vroeg aan de kunst4 ,dat hij in den laatsten zin schreef3 daer met laeten contenteeren in plaats van daarmee1 kan men op rekening stellen van zijn omgang met vrouwe ,saskia van ,uhlenburg1 die dat in ,friesland zoo had geleerd4 ,uit zijne brieven aan ,huygens moge ook deze nog aangehaald worden1 om grond te geven aan ons vermoeden1 dat het hof in ,den ,haag met de uitkeering der contanten nu niet juist zoo heel vlug is geweest4 ,mijn ,heer6 ,mijn ,e4 ,heer met schroomen ist dat ick u e met mijn schrijvens kom besoucken ende dat doort seggen van den ontfanger ,wttenboogaert die ickt tardeeren van mijn betaeling klaechden hoe dat den tresoorier ,volbergen dat lochgent als dat daer jaerlicks intresse getrocken werden soo heeft mij den ontfanger ,wttenboogaert nu voorleden woondach daer op geantwoort als dat ,volbergen allen halven jaer die selvij intressen heeft gelicht dat tot nu toe soo dat daer nu wederom over #djjj ,k4 gulden bij den selvij kantooren verscheenen is ende bij desen waerachtijge geleegentheijt soo bidde ick u mijn goet aerdijgen ,heer dat mijn ordonnansij nu in den eersten mocht klaergemaeckt werden opdat ick mijn wel verdiende #abdd guldens nu mocht eenmael ontfangen4 ,ende ick sal sulx aen ue met reverensij dienst ende blijck van vrienschap altijd soucken te rekumpenseeren met deesen ist dat ick mijn heer hartelick groete ende wenssche dat ue ,godt lanck in goeden gesondtheijt ter saelicheijt spaeren werde4 ,u,e,dw4 ende geaffexcioneerde dienaer1 ,,rembrandt ick woon op de binnen-,emster in die suijkerbackerij ,adresse3 ,mijn ,heer6 ,mijn ,heer van ,suijlikum raet ende ,secreetarijus van ,sijn ,hoocheijt in den port ,schraeven ,haech4 ,de indruk1 dien men uit dit schrijven krijgt1 is wel1 dat de beheerder van de stadhouderlijke penningen ,rembrandt zonder veel complimenten op zijn loon liet wachten4 ,al maakte de jonge schilder opgang1 toch zooveel nog niet1 dat zijn naam voldoende was om geld los te krijgen4 ,ook bracht hij het nooit zoo ver1 dat beroemde mannen uit onze geschiedenis zich door hem lieten portretteeren4 ,we mogen dit stellig betreuren4 ,wat zouden we uit zijne handen een portret hebben gekregen van een ,frederik ,hendrik1 een ,jan de ,wit1 een ,michiel de ,ruijter1 een ,constantijn ,huygens4 ,beter dan de bestaande levensbeschrijvingen zouden zulke afbeeldingen ons hun karakter1 hunne edele hoedanigheden hebben bewaard4 ,maar dat heeft zoo niet mogen zijn6 ,de groote mannen hebben gemeend1 zijne kunst niet noodig te hebben om hunne trekken te vereeuwigen4 ,de portretten1 die hij gemaakt heeft1 zijn alle van tweede-rangspersonen4 ,toch kunnen we hieruit zijn meesterschap voldoende leeren kennen4 ,als een mooi voorbeeld verdient dat van den ontvanger ,uytenbogaerd te worden vermeld1 welks naam we vinden in den zoo even aangehaalden brief4 99 99 99 99 99 ,,meer ,,dan ,,portret4 ,de heer ,uytenbogaert zien we gezeten in zijne werkkamer4 ,op de tafel liggen zakken met geld1 en een boek1 waarin de hand gereed is1 aanteekening te houden4 ,hij overhandigt den bediende eenen zak1 dien deze misschien in een geldvat moet ledigen4 ,de balans1 om het goud af te wegen1 hangt aan een boekenplank boven de tafel2 op den achtergrond wachten meerdere bedienden op orders4 ,wat ons in den heer ,ontvanger het meest treft1 is de blik1 dien hij op zijnen dienaar werpt4 ,doordringend ziet hij hem aan4 ,uit zijn oog lezen we de gewetensvraag3 kan ik je dit toevertrouwen8 ,en dat oog blijft streng en onderzoekend op hem rusten4 ,rembrandt slaat hier den spijker met den eersten slag op den kop2 hij tast de zaak aan in 't hart4 ,immers de beste eigenschap van eenen beheerder van 's lands penningen1 is1 dat hij tegen alle bedrog op zijn hoede is4 ,zoo n steeds waakzaam moet zijn1 dan hij6 ,kan men een man als ,uytenbogaerd dus treffender in beeld brengen1 dan door deze eigenschap voorop te stellen8 ,hij mag een goed man1 een vriendelijk man1 een eerlijk man geweest zijn1 het beste wat men van hem kan zeggen1 is3 hij was een man op de juiste plaats4 ,en dit allereerst zegt zijn portret4 ,het gezicht is niet bepaald schoon te noemen4 ,de wangen hebben eene onaangename breedheid1 sommige gelaatsspieren leggen er onbevallige vormen in2 de neus is van een scheef1 ingedeukt model4 ,maar zooals dit moest wezen1 zoo is het ook uitgebeeld4 ,we behoeven niet in onzekerheid te vragen1 hoe eigenlijk de vorm was4 ,de borst is breed en vierkant in de kleeren gestoken4 ,kloek en zwaar hangt de pelsmantel er om3 het schijnt een kantoorjasje te zijn4 ,maar wat voor een6 ,het zachte1 glanzige haar zit er duimen dik op2 men zou er gaarne de hand over willen strijken1 om de molligheid te voelen4 ,wat een rijkdom van pluisjes en bundeltjes haren zien we op den breeden zoom2 telkens weer liggen ze in andere richting op en tegen elkaar4 ,zwaar en dik is de stof1 waar we1 in het verkort1 tegen de wijde linker mouw aan zien4 ,daarentegen is het onderkleed1 dat bij den hals zichtbaar is1 van fijn en kostbaar weefsel1 waarschijnlijk in regelmatige preciese plooitjes gevouwen en gestreken4 ,illustration3 ,de ,betaalmeester4 ,het is een zeer aparte kunst1 om met dichte arceeringen de stof uit te drukken4 ,let eens op den achtergrond4 ,de wand1 waartegen de schilderij hangt1 is volgekrabbeld1 tot het een beschaduwde1 grijze1 gepleisterde muur was2 het gedeelte aan den rechterkant1 voorbij een soort van poortje1 is met hout betimmerd1 wat duidelijk van den gepleisterden muur te onderscheiden is4 ,het afhangende deel van het tafelkleed1 ofschoon van de zelfde grijsheid1 draagt daarentegen weer duidelijk de kenmerken1 dat het geweven stof is4 ,ander mooi werk zien we in de voorwerpen1 die op den voorgrond staan4 ,ze duiken op met hunne verlichte bovenkanten uit eene zachte1 donkere kamerschaduw4 ,zooals wij in een donker hoekje alleen met onzekerheid de dingen waarnemen1 zoo zien we op den voorkant van de groote kist het nauwelijks afgebeelde1 zware ijzerbeslag2 hier en daar blinkt de kop van eenen spijker2 langs den rand rechts glimt wat licht1 dat misschien door een ander meubelstuk is teruggekaatst4 ,zware scharnieren teekenen zich met kleine1 zwakke glimlichtjes af langs den bovenrand4 ,op het deksel1 dat zeer versmald geteekend is1 zitten drie ijzeren banden1 die op de juiste manier naar elkaar toeloopen2 door hunne wijking krijgt het deksel voor ons oog zijne breedte4 ,een mooi stuk teekenwerk1 zoo'n kist1 waarin we de hardheid voelen van het ijzerbeslag4 ,uit al deze onderdeelen blijkt de mogelijkheid1 om1 met arceering alleen1 stof en maaksel van de voorwerpen uit te beelden4 ,om nu tot de figuur van den ontvanger terug te keeren1 de breedheid en de vierkantheid doen ons vertrouwen stellen in het karakter4 ,de openliggende mantel1 met daaronder de fiere borst1 wekken het vermoeden van openheid en eerlijkheid4 ,de rechterhand is eene uitdrukking van nauwlettendheid en zorgvuldigheid2 ze ligt steeds gereed om in het boek van alle gedane uitgaven aanteekening te houden4 ,aardig is het om te zien1 met hoeveel schrijversfijnheid de duim en de vinger het pennetje vasthouden4 ,in gelaat1 in blik1 in houding en lichaamsbouw1 in actie en handgebaar zien we eene aanduiding van de eigenschappen1 die ,uytenbogaerd maken tot een voortreffelijk ambtenaar4 ,hij is een model betaalmeester2 door een man als hem worden 's lands middelen naar den eisch beheerd4 ,zijn portret is maar niet slechtweg een portret1 waarbij men vraagt1 of het goed gelijkt2 het is een zinnebeeld geworden1 een lofspraak op den man in zijn vak4 ,en meer nog3 een lofspraak op de regeering uit die dagen4 ,met welk eene vaste hand moet deze de teugels hebben gevoerd1 als ze bestond uit mannen1 gelijk we er hier een voor ons zien4 ,de kracht van het jonge ,holland spreekt uit zoo'n portret1 de kracht van eene regeering1 die nog bezig is 7#afci7 zich vrij te vechten van de ,spaansche overheerschers4 ,historische waarde krijgt het vooral1 als we niet alleen op den hoofdpersoon1 maar ook op den bediende letten4 ,met welk een respect neemt deze den geldzak aan1 die hem overhandigd wordt6 ,de blik1 welken hij met den ontvanger wisselt1 wekt de veronderstelling1 dat hij plichtmatig moet toonen1 zijnen meester in de oogen te durven zien en dus geene slechte voornemens te koesteren4 ,een en al onderdanigheid is hij6 ,bijna slaafschheid4 ,het doet ons vreemd aan1 dat in een vrijgevochten land1 als het onze1 alleen de hoogere klassen des volks zich mensch en onafhankelijk voelden1 dat in een ,republiek de ondergeschikten de knie bogen voor den werkgever4 ,is het niet1 alsof we nog waren in de dagen der ,spaansche overheersching8 ,toch draagt de prent de dagteekening #afci1 en het leek in dat jaar in het ,kanaal voor ,duins weinig naar eene zoodanige heerschappij4 ,maar de ,regenten lieten niet met zich spotten3 ze hadden er den wind onder4 ,het is deze verhouding tusschen heer en dienaar1 die ,rembrandts plaat voor ons bewaard heeft2 in enkele lijnen worden hier boekdeelen gezegd4 ,niet slechts het portret van een persoon1 maar een tooneel uit het leven zien we1 hetwelk ons doet zeggen3 zoo ging het toe2 zoo leefden de standen met elkaar in de ,republiek4 ,het portret is een sprookje geworden4 ,we lezen van een groot heer1 die een kostbaar kleinood toevertrouwt aan eenen braven dienaar4 ,doch het is een sprookje van het soort1 waar meer achter gezocht moet worden4 ,het gunt ons een blik op de samenleving onzer zeventiendeeuwsche voorvaderen4 99 99 99 99 99 ,,ge,,tste ,,prenten4 ,de prent1 die ,uytenbogaerd voorstelt1 is eene ets4 ,wat is dat1 eene ets8 ,gebruikt de schilder eenen lap linnen of een houten paneel1 en brengt hij daar met behulp van penseelen olieverf op1 dan spreekt men van eene schilderij4 ,werkt hij met kool1 krijt1 potlood1 inkt of waterverf op papier1 dan ontstaat eene teekening4 ,van beide maakt hij natuurlijk niet meer dan n exemplaar4 ,schildert of teekent iemand dit na1 dan heet dat eene copie4 ,voor boeken en geschriften laat men den photograaf en den plaatdrukker reproducties maken4 ,maar nu eene ets4 ,de teekenaar neemt een plaatje roodkoper4 ,dit moet volkomen vlak en effen zijn1 en wordt daarom tegenwoordig langs galvanischen weg vervaardigd4 ,op het plaatje brengt hij eene dunne laag was aan2 door het aan den onderkant te verwarmen1 wordt de was vloeibaar en dus geschikt1 om zoodanig verspreid te worden1 dat het korstje na het stollen overal eene gelijkmatige dikte heeft4 ,eene fijne naald is het teekengereedschap4 ,de punt zet de lijnen niet op1 maar in de was2 ze kan zich door de zachte massa heel gemakkelijk bewegen1 en dit vergunt den teekenaar dus1 om los en zwierig te werken1 zwieriger1 dan wanneer hij met een mes zijn beeld in palmhout snijdt1 om eene houtsneeprent te maken4 ,wat er nu in de was staat1 kan hij niet met inkt aansmeren1 om op papier af te drukken4 ,daarvoor is alles te zacht4 ,hij brengt rondom de koperplaat een opstaand lijstje aan1 en giet er vitriool over uit4 ,deze vloeistof laat de was onaangetast2 maar waar ze koper vindt1 bijt ze dit uit4 ,dus in de smalle voren1 die de naald in het bedekkende laagje heeft getrokken4 ,na eenigen tijd wordt de vitriool afgegoten1 de koperplaat door verwarming ontdaan van de was1 en alsnu vertoont ze de figuur1 door den teekenaar in de zachte stof ontworpen1 doch thans in het harde metaal onvergankelijk ingevreten4 ,met behulp van eene inktrol bedekt hij haar met inkt1 wrijft haar met een lap weer schoon1 maar draagt zorg1 den inkt niet te verwijderen1 die in de diepte van de lijnen zit4 ,deze zal1 bij het afdrukken op een blad papier1 de teekening te zien geven1 juist even los en zwierig1 als ze in de was geteekend is1 maar in spiegeld beeld4 ,want door het afdrukken wordt de voorstelling omgekeerd4 ,van eene ets worden door den teekenaar een groot aantal exemplaren vervaardigd4 ,daar ze voor den handel bestemd zijn1 en de liefhebbers ze gelijkstellen met oorspronkelijke teekeningen1 kunnen ze eene ruime bron van inkomsten zijn4 ,er is er een afkomstig van ,rembrandt1 die honderguldenblad heet1 omdat elke afdruk den prijs van honderd gulden opbracht6 ,de getste koperplaat blijft voor latere afdrukken bewaard4 ,het komt meermalen voor1 dat de etser na eenigen tijd met zijn werk niet meer tevreden is4 ,hij tracht dan in de plaat wijzigingen aan te brengen4 ,er heeft zeker geen kunstenaar bestaan1 die hiervan zoo de geheimen kende1 als ,rembrandt4 ,de veranderingen1 aangebracht in het portret van een vriend1 den schilder ,jan ,asselijn1 hebben aanleiding gegeven tot eene vermakelijke vergissing4 ,in de verschillende musea en kunstverzamelingen bevinden zich twee soorten van afdrukken van dit portret2 ook in de achttiende eeuw verhandelde men reeds exemplaren van ,asselijn met den ezel en exemplaren van ,asselijn zonder den ezel4 ,op dezen staat de schilder afgebeeld naast een tafeltje met boeken1 op genen wordt de achtergrond gevormd door een houten schildersezel1 waar een paneel of een doek op staat1 dat arbeid van den kunstbeoefenaar moet voorstellen4 ,er werd in de achttiende eeuw druk in deze en dergelijke etsen gehandeld4 ,liefhebbers waren niet tevreden1 als ze een ,asselijn bezaten2 ze moesten er een exemplaar ,asselijn met den ezel bij hebben2 soms liepen ze alle kunsthandelaren af1 om een te krijgen4 ,illustration3 ,asselijn met den ezel4 ,asselijn zonder den ezel4 ,een ,duitsch prentenkoopman had al meermalen vraag gehad naar een ,asselijn met den ezel1 en tot zijn verdriet steeds neen moeten verkoopen4 ,hij was op en top man van zaken1 en als het moest1 stond hij voor niets6 ,hij bracht een ,asselijn zonder den ezel bij een behoeftig kopersnijder en verzocht dien1 om in alle stilte eene etsplaat te maken naar het beeld van den ,hollandschen schilder1 maar in gezelschap van eenen ezel4 ,daar geen van beiden ooit een exemplaar van het veel gevraagde soort had gezien1 veronderstelden ze1 dat met den ezel een gelangoorde viervoeter werd bedoeld4 ,de zaak kwam gereed4 ,de kunstkooper bezat thans de twee soorten4 ,en toen er weldra een ,engelschman bij hem aanklopte om een ,asselijn met den ezel1 drukte hij dezen voor goed geld den zonderlingen ezelhoeder in de hand4 ,natuurlijk kwam zijn bedrog spoedig uit1 en heeft hij niet veel exemplaren kunnen slijten4 ,toch zou men thans bij onze overzeesche buren weer goed geld willen geven om er een te bezitten1 niet omdat het geen ,rembrand is1 maar ter wille van de merkwaardigbeid4 99 99 99 99 99 ,,vrouwtje ,,bas ,,van ',t ,,rijksmuseum4 ,hier hebben we het portret van ,elisabeth ,jacobs ,bas1 weduwe van admiraal ,swartenhont4 ,het heeft geene andere bedoeling dan de beeltenis te geven4 ,eene omgeving1 waarin we beroep1 ambt of bezigheden terugvinden1 ontbreekt2 de achtergrond is donker4 ,de dame is zonder een of anderen schijn aan te nemen zoo maar voor den schilder gaan zitten1 om zich te geven zooals ze is4 ,er spreekt uit de houding groote eerlijkheid1 openhartigheid1 die niets heeft te verbergen1 die geen behoefte heeft om manieren aan te nemen4 ,natuurlijkweg heeft ze de handen rustig over elkaar gelegd4 ,over elkaar gelegde handen ziet men dikwijls op een portret1 dat is dus hier het eigenaardige niet4 ,maar men moet1 door er lang en rustig op te zien1 trachten te erkennen1 hoe gemakkelijk en ongedwongen deze handen op den schoot rusten4 ,niet alleen dat ze er op liggen1 dit zegt nog niets1 maar ze worden er door gedragen4 ,met de elleboogen is het net zoo2 die vinden steun1 die rusten op de leuning van den stoel4 ,het sterkst voelen we dit wel in de linkerhand1 die over de rechter is gelegd4 ,let ook eens op1 hoe de onderste achteloos den zakdoek vasthoudt1 en hoe de bovenste in een gemakkelijken greep over de andere heen ligt4 ,en hoe dit overeenstemt met de houding van het bovenlijf2 ook dit leunt in gemakkelijken stand tegen den rug van den stoel2 het helt net genoeg achterover om dit voelbaar te maken4 ,alles draagt er toe bij om den indruk van rustigheid1 kalmte1 bedaarde statigheid bij ons te wekken4 ,in een deftig vertrek door zoo'n dame ontvangen te worden1 die in deze houding een verzoek aanhoort1 doet weldadig aan en zet ons onmiddellijk op ons gemak4 ,het geeft de gewaarwording1 dat ze in haar dagelijksche doen veelvuldig menschen heeft moeten ontvangen en heeft moeten aanhooren4 ,het rustige liggen der handen duidt eerder zulk een werkkring aan1 dan beslommering van handenarbeid4 ,en de gelaatsuitdrukking bevestigt die opvatting4 ,ook hierin dat rustige1 onverstoorbare4 ,om den mond geen lach en geen trek van norschheid1 geen zwakheid en geen hardheid van karakter1 maar juist genoeg zachtheid om niet af te schrikken4 ,illustration3 ,vrouwtje ,bas4 ,elisabeth ,bas komt reeds op leeftijd3 de mond begint in te vallen1 wel niet veel1 maar genoeg om de kin iets vooruit te doen springen4 ,de diepe plooien1 van de neusvleugels af naar beneden1 duiden het ook aan4 ,de vleezigheid van de wangen doet in die plooien weer kleinere ontstaan4 ,als vrouwen zestig jaar zijn1 begint dat langzamerhand te komen4 ,bij dezen leeftijd behoort de blozende gelaatskleur1 en behooren verder de twee uitgezakte rondingen links en rechts van de kin1 de vierkante vorm van het gezicht1 de golvende lijn1 die den omtrek van de rechterwang aanduidt en het hooge voorhoofd4 ,deze ouderdomskenmerken voegen zich heel gemakkelijk bijeen4 ,van geen enkel krijgen we het idee1 dat het in dit gezicht niet past4 ,als de schilder er ook maar n overdreven had voorgesteld1 zouden we dat terstond als eene fout hebben opgemerkt4 ,de plooien aan de mondhoeken zijn in een of ander gezicht soms wel dieper1 de kin vooruitstekender1 de mond meer ingevallen1 maar in dit portret gaat alles tot zoo'n graad1 dat er volmaakte eenheid blijft bestaan4 ,geen enkele eigenschap springt uit den band4 ,alles is om zoo te zeggen op een goudschaaltje afgewogen4 ,wel moet de schilder het model dus door en door hebben begrepen1 als hij in zijn hand en in zijn penseel voelde1 hoe diep hij een plooitje moest zetten1 om bij al het overige te passen4 ,waar een groefje van den rechtermondhoek schuin naar beneden zakte1 vond hij in de omtrekslijn van de wang een bochtje1 dat daaraan beantwoordde4 ,en hij zette het een niet1 zonder het ander in 't oog te houden4 ,neus en oogen zijn volmaakt in overeenstemming met de rest4 ,op den leeftijd van juffrouw ,bas is de rug van den neus niet meer smal en kantig1 maar breed en naar beide zijden rond afloopend4 ,alleen de punt en de vleugels zijn nog scherp geteekend4 ,onder de oogen vormen zich zware plooien2 ook zakt er een van de wenkbrauwen schuin naar den buitenhoek van het oog4 ,hieronder komt het vleezige bovenste ooglid te voorschijn4 ,deze bijzonderheden hebben alle denzelfden leeftijd2 de eene toont niet ouder dan de andere4 ,nergens een trekje dat te donker1 te licht1 te diep of te oppervlakkig1 te ouwelijk of te jeugdig is4 ,al deze geschilderde zaken zitten rustig bij elkaar1 zonder dat het een het ander overschreeuwt4 ,rustig kijkt het gezicht ook uit de oogen4 ,de blik heeft wat bijzonders1 zooals we dat bij sommige menschen wel opmerken3 hij houdt het midden tusschen glimlach en ernst4 ,we weifelen tusschen deze twee4 ,en om den mond speelt een trekje1 dat ons ook in het onzekere laat4 ,niet doordat ,rembrandt onvast schilderde1 maar het gelaat zelf droeg een plooi van gemengde aandoeningen4 ,de hoofdindruk is die van ernst en wijsheid en van vertrouwen1 dat ze inboezemt4 ,de wijsheid is het inzicht van een persoon1 die in haar leven veel heeft moeten regeeren en leiden1 die veel aan beraadslagingen deelgenomen heeft2 men ziet haar de eigenschappen aan1 om weeshuizen te besturen1 om oneenigheden tusschen regenten te beslechten1 om beide partijen aan te hooren1 een ieder aan te moedigen om te zeggen1 wat op het hart ligt1 maar daarna wekt zij ook de verwachting1 dat met gestrengheid uitspraak zal worden gedaan1 gestrengheid echter1 die vrij van hardvochtigheid is4 ,we zien dit gelaat gaarne voor ons1 niet zooals we misschien behagen vinden in lieve engelenkopjes1 maar omdat we ,elisabeth ,jacobs ,bas eene lieve vrouw vinden4 ,wel ook eene verstandige1 maar vooral eene lieve vrouw4 ,terwijl ,rembrandt op het gelaat1 dat voor hem zat1 deze roerselen van karaktergeheimnissen las1 wist hij er zich bovendien zoo juist rekenschap van te geven1 dat zijn penseel ze in lijn en kleur kon vastleggen4 ,hij was menschenkenner zoowel als kunstenaar4 ,houdingen1 vormen1 gebaren en trekken nam hij nauwkeurig waar4 ,maar de menschelijke natuur1 die daarachter schuilt1 niet minder4 ,zooals iemand in een stoel gaat zitten en de handen over elkaar legt1 zoo is ook zijn levenstaak en zijn karakter2 dat had de omgang met menschen hem geleerd4 ,met wat een aandacht moet hij de personen uit zijne omgeving hebben bestudeerd6 ,wij1 die in een tijd van veel drukker verkeer leven1 als wij in eenen spoortrein zitten1 en iemand komt de coup binnen1 kunnen wij maar amper aan zijn manier van plaats nemen zien1 of hij veel heeft gereisd dan of reizen iets ongewoons voor hem is4 ,en wat is dit aan de oppervlakte1 vergeleken bij de karakterhoedanigheden1 welke ,rembrandt zag in de personen1 die tegenover hem gingen zitten4 ,hoe veel en hoe ernstig moet hij zich met menschen hebben beziggehouden1 om hun innerlijk leven zoo op het uiterlijk af te lezen4 ,en toch heeft men willen beweren1 dat hij in zichzelven gekeerd1 teruggetrokken1 bijna eenzelvig leefde1 geen menschen zag1 geen omgang had en weinig van menschen hield4 ,dit ne portret bewijst voor het tegendeel genoeg4 ,wie dit kan maken1 kent den mensch1 bestudeert hem1 zoekt hem en voelt zich tot hem aangetrokken4 ,als we nu nog even de aandacht aan de kleederdracht dier dagen schenken1 merken we op1 met hoeveel welgevallen de schilder den in 't oog loopenden plooikraag zag4 ,om eens eene ongepaste vergelijking te maken3 het is1 alsof het hoofd1 waarin al die wonderlijke zaken van gemoed en karakter worden opgemerkt1 aan den beschouwer wordt gepresenteerd op een schotel van blanke reinheid4 ,in zuiveren1 afgeronden vorm teekent het zich daartegen af4 ,linten1 strikken1 koralen of andere sieraden misleiden de aandacht niet4 ,zelfs geen haardos4 ,een linnen kapje of mutsje voltooit de witte omlijsting1 waarin het gelaat ons alles kan zeggen1 wat het te zeggen heeft4 ,wat is die kraag er mooi opgezet6 ,luchtig en kraakfijn staat de kant in de plooien4 ,overal van die bijna doorschijnende schaduwtinten1 zooals men ze ook ziet op verschgevallen luchtige sneeuw4 ,hoe zuiver loopt de ronde lijn over de borst en de schouders achter om het hoofd heen2 nog net even kunnen we voelen1 dat de kraag aan de achterzij iets uit het platte vlak doorgezakt is4 ,men ziet1 het zijn niet alleen de raadselen van een menschelijk gemoed1 waarnaar ,rembrandt zocht1 ook het eenvoudigste ding keek hij aan en weer aan1 tot hij kon zeggen3 zoo doet het zich aan mijn oog voor4 ,hij tastte zijn model eerst in het hart aan en gaf uitdrukking aan het persoonlijk karakter2 maar dan had hij ook aandacht voor de bijzaken en schepte er behagen in1 eenen kraag in de plooi of een weduwenkapje in de stijfsel te zetten4 99 99 99 99 99 ,,kunst ,,van ,,groepeeren4 ,weinige van ,rembrandts werken hebben onder het groote publiek zoo'n bekendheid gekregen1 als het ,korporaalschap van ,frans ,banning ,kok4 ,het bevindt zich in het ,rijksmuseum te ,amsterdam en dagteekent uit het jaar #afdb4 ,de beschouwer voelt zijn blik het eerst getrokken door twee personen op den voorgrond4 ,het zijn ,frans ,banning ,kok en ,willem van ,ruitenberg4 ,op andere portretten wordt men nu eens het eerst door dit1 dan weer door dat gezicht geboeid2 de een begint zijne beschouwing met dezen1 de ander met genen kop2 de massa gezichten is gewoonlijk verwarrend1 met het gevolg1 dat het weinig kan schelen1 waarheen men den eersten blik wendt4 ,maar op dit portretstuk richt iedereen dien altijd naar het zelfde tweetal4 ,dit feit is niet van geringe beteekenis1 al klinkt het eenvoudig4 ,de schilderij krioelt1 om zoo te zeggen1 van menschen2 en bij dergelijke stukken wil het wel eens zoo wezen1 dat niet ieder een vast uitgangspunt vindt4 ,vergelijk bijvoorbeeld de intocht der ,kruisvaarders in ,jerusalem 7van ,piloty7 er maar eens bij4 ,de blik dwaalt onrustig heen en weer1 is nu eens bij het groepje1 dat een kruis met palmen torst1 dan bij den ridder1 die het kleine tegenstribbelende kindje op den arm draagt1 of bij den rijkaard1 die sieraden in het kleed van een bedelaar werpt4 ,illustration3 ,de ,nachtwacht4 ,het wordt den beschouwer niet duidelijk1 wrop hij in hoofdzaak zijne aandacht moet vestigen2 er zijn tal van groepen1 die hij geneigd is1 mooi te vinden1 maar ze houden met elkaar geen verband2 er is geen zwaartepunt in het stuk2 men blijft onzeker omtrent de bedoeling4 ,toch moet bij ,piloty eene bedoeling hebben bestaan2 het zal bijvoorbeeld deze geweest zijn3 te laten zien1 hoe vroom en deemoedig een paar groote vorsten geknield de stad binnenkropen en de heilige plaats naderden4 ,maar men merkt niet1 dat daar alles om draait2 de bijzaken verwarren ons4 ,zoo heel eenvoudig is het dus niet1 om de aandacht te vestigen op de hoofdzaak4 ,merken we dit ook niet dikwijls op bij schrijvers1 als ze zich neerzetten1 om uitspanningslectuur te schrijven8 ,ze meenen wel1 dat ze ons iets aardigs hebben te vertellen1 maar het raakt zoek in den grooten omslag van het geheel2 we halen het er niet uit onder het lezen4 ,als we het boek uit hebben1 weten we nog niet1 waarom de schrijver het geschreven heeft4 ,laten we dus beginnen met omtrent het ,korporaalschap te verklaren1 dat het al vast deze goede eigenschap heeft3 ieder beschouwer kan steeds in dezelfde twee personen de hoofdzaak aanwijzen1 op welke ,rembrandt de aandacht wilde vestigen4 ,waarom heeft hij dit gewild8 ,waartoe dient het1 dat we allen het eerst aan ,banning ,kok en ,ruitenberg onze aandacht schenken8 ,toch zeker niet om ons te laten zien1 hoe fraai hunne kleeding1 hoe druk hun gesprek1 hoe vriendschappelijk hun omgang is2 of hoe 'n mooie hand ,banning ,kok heeft1 hoe aardig de zon daarop schijnt en de schaduw over het kleed van ,ruitenberg doet vallen4 ,dit zijn zaken van ondergeschikt belang2 ze hebben voor de uitbeelding van een vendel schutters niet zooveel beteekenis1 dat daarvoor de aandacht het eerst op de beide genoemde figuren moest worden gevestigd4 ,dit heeft eene andere bedoeling1 en we zullen die vrij zeker opmerken1 wanneer we1 met een stukje papier of met een paar vingers1 den kapitein en zijnen luitenant bedekken en aan onzen blik onttrekken4 ,de overblijvende figuren staan nu stil4 ,besluiteloos staan ze op een hoop bij elkaar4 ,het vendel komt niet meer van zijne plaats2 het wacht4 ,de gang1 die er in zat1 is er uit4 ,wel zijn er nog eenige figuren in gaande beweging uitgebeeld1 maar het geheel maakt den indruk van talmend en treuzelend halt houden4 ,illustration3 ,intocht in ,jeruzalem 7van ,piloty74 ,zoodra we de bedekking wegnemen1 komt het heele vendel weer vooruit4 ,de schilderij geeft niet een groep schutters1 in schilderachtige wanorde bijeengeplaatst1 ze geeft het uitrukken4 ,het vendel rukt uit4 ,en het zijn de twee officieren1 die er actie aan geven4 ,door hun bewegen wordt alles in beweging gezet4 ,hun gaan geeft gang aan de heele compagnie4 ,was er dus ook reden voor ,rembrandt1 om voor deze twee figuren de hoofdaandacht te vragen8 ,in hen bracht hij alle actie bijeen1 die voor het heele vendel noodig was1 en spaarde ons de vervelende vertooning van eene gansche verzameling gaande beenen en gaande voeten4 ,hebben we nu niet meteen het antwoord op de vraag1 waarom ,banning ,kok en ,ruitenberg ten voeten uit zijn afgebeeld1 en waarom ze ook1 ten voeten uit1 in het licht zijn gezet8 ,het kwam op hunne beenen juist aan6 ,ze moesten aan 't loopen voor eene heele compagnie6 ,laten we de beweging van dit gaan eens aandachtig beschouwen1 en ons daartoe voor den geest halen1 wat we opmerken aan menschen1 die langs den weg loopen4 ,dit bepaalt zich volstrekt niet tot het regelmatig en afwisselend verplaatsen van de beenen4 ,eerstens komt daar gewoonlijk bij het heen en weer gaan van de armen1 wat toevallig bij de beschouwing van onze twee figuren van geen belang is1 omdat ze geen van beiden de armen los laten hangen4 ,tweedens3 in het geheele lichaam eene beweging1 waarop we hier wel de aandacht moeten vestigen4 ,bij elken pas gaat namelijk het lijf en daarmee het hoofd op en neer2 het rijst en daalt4 ,bijzonder duidelijk nemen we dit waar1 als een troepje menschen zich met elkaar voortbeweegt zonder in den pas te marcheeren2 al de hoofden en hoofddeksels dobberen dan op en neer1 als door eene deinende golfbeweging4 ,duidelijk is dit vooral1 als ze achter een niet te hooge haag aan ons oog voorbij trekken4 ,en zie1 het is dit op en neer deinen van de bovenlichamen1 wat we in ,banning ,kok en ,ruitenberg beginnen te voelen1 als we ons de moeite geven1 eenigen tijd aandachtig hun gaan aan te kijken4 ,de tweede schijnt juist het oogenblik door te maken1 dat hij omhoog veert1 terwijl de eerste dit net weer achter den rug heeft4 ,eene schilderij kan wel is waar geen werkelijk bewegen te zien geven1 maar toch kan de schilder uit de kleine veranderingen1 die tezamen de actie uitmaken1 eene zoodanige keuze doen1 dat wij den indruk krijgen1 alsof het beeld de beweging zelf te zien geeft4 ,dit gelukt hem alleen1 als hij eene nauwgezette studie van de zaak maakt1 en als hij van nature bedeeld is met het juiste gevoel voor actie1 voor veerkracht en voor evenwicht4 ,hij moet zich1 al werkende1 levendig voor den geest kunnen stellen1 hoe hij eene menschelijke gedaante langs den weg heeft zien gaan1 hoe elk lichaamsdeel op eigenaardige wijze aandeel kreeg in de beweging van het gaan1 hoe een hoofd zich telkens even omhoog richt bij het verplaatsen der lichaamszwaarte van het eene op het andere been4 ,naar een model1 dat in zijn atelier de verlangde houding en stand aanneemt1 kan hij niet werken1 als hij zoo iets wil weergeven4 ,het verkeert in rust1 en om de rust is het hem juist niet te doen4 ,voor eene figuur als van ,ruitenberg zou een model hoogstens de plaatsing van de voeten en de buiging van de beenen te zien kunnen geven4 ,maar niet het omhoog veeren1 het opbeuren1 dat ons in het bovenlijf1 in den hals en het hoofd zoo treft4 ,hoe langer men er op ziet1 hoe minder men zich aan dien indruk kan onttrekken4 ,en tegelijk beginnen we op prijs te stellen1 dat de schilder zijn volle licht en zijne lichtgele kleedingstoffen spaarde voor deze figuur2 zij springt daardoor des te beter in 't oog4 ,er is naar aanleiding van dit onderwerp nog eene opmerking te maken3 de twee vrienden loopen namelijk niet gelijk4 ,reeds trok het onze aandacht1 dat ze niet in denzelfden pas marscheeren4 ,terwijl ,banning ,kok zijn rechterbeen juist naar voren gebracht heeft1 en hij zijne lichaamszwaarte bezig is op dat been over te brengen1 is het rechterbeen van ,van ,ruitenberg reeds gestrekt1 het ondersteunt diens zwaartepunt en geeft aan het linkerbeen gelegenheid om naar voren te komen2 de voet rust dan ook nog slechts met de punt van den teen op den grond4 ,maar behalve het verschil in tijdmaat1 is er een wezenlijk onderscheid in de manier van loopen4 ,men zou elk van hun tween er aan kunnen herkennen1 zooals we trouwens onze kennissen dikwijls herkennen aan hunnen gang4 ,ruitenberg maakt groote passen1 bijna te groot voor iemand van zijne lengte4 ,hij komt met eene zekere drift opzetten4 ,zijne nadering heeft min of meer een dreigend aanzien4 ,het linkerbeen1 dat zich thans nog achter bevindt1 wil zich gestrekt en op eene vinnige1 kordate manier naar voren bewegen4 ,als ons oog van dit driftige1 besliste mannetje naar den grooten1 vierkanten ,banning overgaat1 doet diens voetstap ons weldadig aan4 ,rustig en goedsmoeds schrijdt hij voort4 ,wel ook met meer dan gewoon burgelijke snelheid1 even goed als zijn buurman1 maar zijn gang is niet nijdig1 niet gestrekt1 niet als de gang van den gymnast1 die zijne leden aan korte1 besliste bewegingen went4 ,illustration3 ,groep uit de ,nachtwacht4 ,zooals hij daar aan komt stappen1 heeft hij eerder iets vertrouwelijks over zich dan de kleine ,kuitenberg4 ,dit onderscheid in beider gang is door den schilder aan de twee levende personen nauwkeurig ontleend4 ,want het behoeft onze aandacht niet te ontgaan1 dat hetzelfde verschil ook spreekt uit beider lichaamsbouw en vooral uit beider gelaatstrekken4 ,de een ziet met een vol1 breed gezicht de wereld in1 uit een paar wijd geopende en vrijmoedig opziende oogen4 ,de andere heeft in zijne magere trekken niet dat aantrekkelijke2 hij mag wat scherpzinniger wezen1 scherper is hij ook1 en hij ziet min of meer sluw onder den hoed uit1 die hem in de oogen zit1 terwijl ,kok dat kleedingstuk achter op het hoofd staat4 ,ieder mensch draagt zijnen hoed1 zooals zijn karakter is4 ,de gang is dus in overeenstemming met grootte1 met breedte1 met gelaatsuitdrukking1 vermoedelijk ook met karakter4 ,dit verleent aan de twee naast elkaar loopende figuren het echte leven2 de een is een geheel ander mensch als de ander4 ,aan beider eigenaardigheden heeft de schilder recht gedaan1 terwijl hij bovendien de actie van hun gaan wist te gebruiken1 om aan de heele groep van personen de bewegelijkheid te geven van een troepje uitrukkende schutters4 ,want1 om den hoofdindruk van onze schilderij niet uit het oog te verliezen1--dit uitrukken is eigenlijk het onderwerp1 dat de schilder behandelen wilde4 ,we behoeven niet lang te raden1 waarom hem dit aantrok4 ,sinds overoude tijden is het uittrekken van de gewapende macht een soort volksfeest1 dat toen zoowel als nu zich mocht verheugen in de belangstelling van het publiek4 ,wie zal ook ontkennen dat het een levendig1 een aardig tooneeltje is1 zoo door de straten den bonten stoet te zien voortmarscheeren1 muziek of trommelslag voorop1 vaandels boven de hoofden vliegend1 wapens blinkend en kletterend1 het geheel door straatjeugd omstoeid1 door volwassenen met welgevallen gadegeslagen4 ,het lag voor de hand1 dat zoo'n tooneeltje hem geschikt voorkwam1 om daarin de bestelde portretten tot een geheel te vereenigen4 ,het tweetal1 dat aan het hoofd van den stoet marscheert1 en dat zijne beweging aan de gansche schaar weet mee te deelen1 heeft nu intusschen nog eene andere taak te vervullen4 ,in hen moet ook blijken1 wie het zijn die hier uitrukken4 ,al dadelijk zien we in gestalte1 houding en fieren1 vasten gang iets1 dat ons zou bevreemden1 als we het opmerkten in twee burgerluitjes1 die samen een straatje omwandelden4 ,wanneer we twee deftige heerschappen met zooveel tred1 zooveel levendigheid en met zoo'n druk handbeweeg door onze straten zagen passeeren1 zouden we zeker meenen dat een ernstig ongeluk was gebeurd1 en zij er op uitgingen om hulp van politiemacht in te roepen4 ,hier is iets uitgedrukt1 dat strijdt met het gewoon burgerlijke2 en dit was juist noodig om van de figuren militairen te maken4 ,ze hebben het krijgshaftige gekregen1 om te zijn1 wat ze moesten wezen3 schutters2 en wel schutters1 aan wie de verdediging der stad zou kunnen worden opgedragen in tijden van oorlog4 ,voor het gansche vendel zijn de officieren met militaire eigenschappen toegerust4 ,toch zijn ook weer zij het1 die in het militaire het burgerlijke mengen4 ,het stuk mocht niet ontaarden in de voorstelling van eene krijgshaftige groep veteranen uit het beroepsleger van stadhouder ,frederik ,hendrik4 ,dit zou gebeurd zijn1 als de aandacht meer en in hoofdzaak ware gevestigd geworden op het echte krijgsmansuiterlijk van den man1 die onder het gaan zijn geweer laadt1 links van ,banning ,kok1 of op de drie1 die we weer links van dezen waarnemen4 ,allemaal typen van krijgslieden4 ,maar de gezichten van ,ruitenberg en ,kok zijn geen tronin van in kruitdamp verweerde veteranen4 ,men houdt ze wel dadelijk voor burgerlijke ingezetenen1 die met den krijgsmansstand weinig gemeen hebben4 ,het blijven burgers1 zij het dan ook burgers1 die zich vandaag als mannen van wapenen doen gelden4 ,al doen ze dit laatste goed1 men ziet hen wel aan1 dat zij in een vredelievenden kring thuis behooren4 ,banning ,kok is niets meer of minder dan ,wethouder van ,amsterdam en zit in die functie op het kussen naast dokter ,nicolaas ,tulp1 wiens portret ,rembrandt tien jaren vroeger1 in #afcb1 had gemaakt4 ,in het welsprekend handgebaar van den kapitein vinden we ook iets1 dat in strijd is met soldatenmanieren1 of althans geene strijdlustige bedoelingen verraadt4 ,het geeft wel is waar aan den persoon eene levendigheid1 die een burger1 als hij zich door de straat beweegt1 vreemd zou staan en eerder aan den krijgsmansstand doet denken2 maar tegelijk is het toch ook van eene vreedzame natuur2 we kunnen dezen krijgsman geen andere oogmerken toeschrijven1 dan om met zijn mannen uit te trekken1 en vreedzaam oefening te houden in het hanteeren van de lans of het schieten op een doel1 misschien op den haan1 dien het meisje draagt4 ,zoo gemoedelijk loopt niet de landsverdediger te gesticuleeren1 die den wreeden vijand tegemoet gaat1 en vrouw en kinderen voor 't laatst vaarwel heeft gezegd2 en zoo rustigjes loopt een ander niet met de hand in de zij1 te luisteren naar het discours van eenen lotgenoot4 ,het zijn dus ook al weer ,banning ,kok en ,van ,ruitenberg1 in wie het karakter uitgedrukt is van het soort krijsvolk1 dat hier uitrukkende is voorgesteld4 ,evenmin als het voorafgaande1 is dit door ,rembrandt op diepzinnige wijze verzonnen2 het denkbeeld lag voor de hand4 ,althans1 we krijgen den indruk1 dat dit zoo was4 ,groote kunstwerken wekken gewoonlijk de gedachte1 dat ze eenvoudig van opvatting en samenstelling zijn1 dat ze den kunstenaar gemakkelijk van de hand zijn gegaan4 ,het middel1 dat aangewend is om de hoofdpersonen onder ieders aandacht te brengen1 is eveneens heel eenvoudig2 de schilder heeft ze letterlijk in 't licht gezet1 en de rest van zijn doek nogal rijkelijk met schaduw bedacht4 ,of dit licht de kenmerken heeft van zuiver daglicht1 dan wel of er iets onnatuurlijks in is1 kan men niet beoordeelen met eene zwarte prent voor zich2 het zijn de kleuren1 die dit uitwijzen1 en deze kan men alleen zien op het origineel in het ,rijksmuseum4 ,maar dat het een helder en schitterend licht is1 laat geen twijfel over1 ook niet als op onze plaat de kleuren ontbreken4 ,toch heeft men lang in twijfel verkeerd1 met welk licht men hier te doen had4 ,de donkere achtergrond bracht velen op het idee1 dat ,rembrandt een nachtelijk tooneel bedoelde1 bij voorbeeld het rondgaan van een nachtwacht van schutters1 bij het licht van toortsen of flambouwen4 ,vooral ,fransche reizigers1 die in de achttiende eeuw ,amsterdam bezochten en op de ,voetboogdoelen tegen den breeden schoorsteen het stuk gingen zien1 stonden er vast op1 dat het de ommegang van de nachtwacht was4 ,langzamerhand hebben onze voorouders zich daarbij neergelegd4 ,in den pruikentijd schijnen zij niet veel oog voor schilderkunst gehad te hebben1 en vertrouwden ze er op1 dat een ,franschman het weten kon4 ,men ging dus spreken van de ,nachtwacht van ,rembrandt4 ,en dien naam behield het stuk1 toen het naar het stadhuis1 en zelfs later nog1 toen het onder de regeering van ,lodewijk ,napoleon in #ahjh naar het museum verhuisde1 toen deze koning het stadhuis inrichtte tot vorstelijk paleis4 ,meer dan honderd jaar is het een ,nachtwacht gebleven2 eerst in de negentiende eeuw brak de morgen aan1 begon het daglicht te gloren1 en zag men het bespottelijke van de benaming in4 ,in den mond van het volk leeft die echter nog voort4 ,zoo zien we1 hoe weinig er maar noodig is1 om wit zwart en zwart wit te heeten1 om van dag nacht te maken4 ,als men de bedoeling van den kunstenaar maar net precies niet vat1 keert men ze totaal om4 ,wie thans de schilderij onder goede verlichting ziet1 kan niet gelooven1 dat onze voorouders den dag voor nacht hebben gehouden1 zoolang hun de schellen niet van de oogen waren gerukt4 ,zij heeft met nacht niets te maken1 of men moet zich voor den geest roepen1 in welk jaar ,rembrandt's penseel dit meesterwerk voltooide4 ,het was in #afdb1 in het jaar toen hem ,saskia door den dood ontviel1 toen hij alleen in zijn groote huis achterbleef met een kind van nog geen jaar1 en avond aan avond eenzaam in het woonvertrek zat1 waar zijn jonge vrouw zoo dikwijls tegenover hem had gezeten1 als hij uit zijn werkplaats met teekengerei was binnengekomen1 om in huiselijke gezelligheid allerlei schetsen te maken4 ,het was het jaar1 toen voor hem het licht onderging1 dat acht jaren lang zijn levensweg had beschenen4 ,droefenis en somberheid waren in zijn huis1 droefenis en somberheid waren ook in zijn gemoed4 ,hij doorleefde een tijd1 die was als een nacht van troosteloosheid4 ,slechts n ding kon hem staande houden in zijn leed2 dat was zijne kunst4 ,zijne liefde voor het penseel hield den levensmoed er in4 ,uit die dagen van droefheid werkte hij zich op1 grooter en roemvoller dan voorheen4 ,treffender wordt voor ons zijne groote kunst1 als we weten1 welke omstandigheden zijn gemoed beheerschten4 ,we zien dit meesterstuk van het sombere jaar #afdb als een lichtgestalte staan tegen den donkeren achtergrond van zijn huiselijk leed4 ,in zooverre is het gepast1 het korporaalschap van ,frans ,banning ,kok ,rembrandt's ,nachtwacht te noemen4 ,maar overigens lijdt het geen twijfel1 of de hoofdpersonen zijn in het volle daglicht geplaatst4 99 99 99 99 99 ,,vervolg ,,van ',t ,,korporaalschap4 ,na deze uitvoerige bespreking van een paar hoofdpunten1 kunnen we slechts kort nog bij eenige ondergeschikte zaken stilstaan4 ,we merken dan eerst op1 hoe fraai de schaduwkant van ,bannings linkerhand tegen de lichtkantjes staat langs duim en vingers1 hoe los en welsprekend het gebaar is1 en hoe de slagschaduw geworpen wordt op het kleed van ,ruitenberg4 ,ze ligt er niet op1 zooals de randversierselen er vast op zitten1 maar ze glijdt er los en bewegelijk overheen4 ,het eene maakt deel uit van het wambuis1 het andere niet4 ,ook bij het lijk op de ,ontleedkundige les merkten we1 hoe zorgvuldig ,rembrandt bestudeerde de manier van eene schaduw om ergens op te vallen4 ,bij het beschouwen van de vier voortschrijdende beenen herinneren we ons die van ,michiel de ,ruyter en ,zeeger op de plaat3 ,dat is onze man4 ,bij ,banning ,kok en ,ruitenberg alles verschillend3 schoeisel1 kleeding1 kleur en bouw1 houding1 beweging en stand4 ,het is natuurlijk1 dat de beschouwing van dit stuk zich grootendeels bepaalt tot de hoofdpersonen4 ,de tijdgenooten1 en vooral de leden van het schuttersvendel merkten dit ook op en namen1 voor zoover ze er belang bij hadden1 het den schilder kwalijk4 ,eerlijk gezegd1 we kunnen hun geen ongelijk geven4 ,ieder lid van de compagnie moest een som van honderd gulden betalen4 ,en hoe waren sommigen voor dit bedrag op het doek gebracht8 ,aan den rechterkant1 waar de man met witten kraag zijn hand uitsteekt1 staat achter diens arm een persoon1 die op het portret van zijn heele gezicht niets dan twee oogen en een stuk neus terugvond4 ,wel wat weinig voor zijn honderd gulden6 ,verklaarbaar is het1 dat ,rembrandt het na #afdb met bestellingen van schutterstukken niet druk meer gehad heeft4 ,het was zijn eerste en zijn laatste4 ,toch heeft hij van enkele personen veel werk gemaakt4 ,eene aangename figuur bijvoorbeeld is de man1 die links van den kapitein zijn geweer laadt4 ,er is in de wijze van gaan iets onzekers1 iets dat aan waggelen1 aan wijdbeens loopen doet denken4 ,dit is scherp opgemerkt van den schilder4 ,we voelen er de onvastheid in van iemand1 die1 al loopende1 met beide handen iets bezig is te doen aan een zwaar voorwerp1 en die het gemis merkt van zijne armen1 welke anders onder het gaan door slingerbeweging een gevoel van gemak en evenwicht geven4 ,wat ons het meest verwondert1 ook ,banning ,kok was met zijn konterfeitsel niet tevreden6 ,hij noodigde voortaan andere schilders uit1 als hij zijn eigen beeltenis1 die van zijn vrouw of die van zijn korporaalschap wenschte te hebben4 ,we weten1 dat een zekere ,ludens er in #affj een van hem gemaakt heeft1 maar het nageslacht stelde weinig prijs op het stuk2 in #agab is het nog eens voor f#bfc verhandeld2 daarna ging het waarschijnlijk verloren4 ,banning ,kok nam het ,rembrandt misschien kwalijk1 dat die hem een gelaatskleur had gegeven van nogal in 't oog loopende roodheid4 ,voor de ware schoonheid zal hij mogelijk net zoo weinig hebben gevoeld als de dichter ,joost van den ,vondel4 ,deze1 een tijdgenoot van ,rembrandt1 wonende als hij in ,amsterdam1 heeft allerlei beroemde personen in gedichten bezongen1 maar nooit den grootsten onzer schilders4 ,hij had1 naar het schijnt1 geen begrip van schilderkunst4 ,en keer spreekt hij een oordeel uit over een portret1 door ,van ,rijn geschilderd1 en zegt dan onder anderen3 ,de verf vergaat1 de deugd zal eeuwig blijven4 ,zoo'n versregel is pittig en heeft klank4 ,een oogenblik zijn we geneigd het eens te zijn met wat de dichter beweert4 ,immers1 de roem van buitengewone deugden is onvergankelijk1 en eene verfkorst kan vergaan4 ,maar bij nader inzien blijkt alles maar woordenspel te zijn4 ,de persoon1 op het portret uitgebeeld1 is met zijnen roem1 met zijne deugden1 met zijnen naam reeds lang vergeten2 de onvergankelijkheid was niets dan een dichterlijk compliment4 ,het geminachte verfkorstje bestaat echter nog1 wordt in eere gehouden1 is voor geen goud te koop en maakt de glorie uit van zijnen bezitter4 ,van vergaan is geen sprake3 deze veronderstelling was slechts eene dichterlijke onnoozelheid4 ,de deugd verging1 de verf leeft voort4 ,de tijd heeft ,vondel gelogenstraft4 ,we mogen van het ,korporaalschap niet afstappen zonder het naast de ,anatomische les te hebben gelegd4 ,beide schilderijen zijn portretstukken1 waarop eene groep van meerdere personen is voorgesteld4 ,op beide heeft de schilder getracht1 om het stijve van een troepje menschen1 dat bij elkaar staat of zit1 te vermijden4 ,hij bracht er een denkbeeld in2 de beschouwer kan meenen1 dat het eene dient om te laten zien1 hoe eene ontleedkundige les gegeven werd1 het andere hoe de zeventiende-eeuwsche schutters uitrukten om op het doel te schieten4 ,en intusschen ontbreken de goede eigenschappen van een portretstuk in geen van beide4 ,tot zoover gaan de stukken gelijk met elkaar op4 ,er is echter ook verschil4 ,en dit moet ons niet verwonderen4 ,de ,les dagteekent uit #afcb1 ,banning ,kok uit #afdb4 ,daar liggen tien jaren tusschen1 een tijdperk1 dat in het leven van ieder mensch iets beteekent1 maar dat van veel beteekenis moet zijn in het leven van een kunstenaar4 ,in die tien jaren had ,rembrandt wel opnieuw een groot man kunnen worden1 als hij in #afcb al zijne kunst eens had verloren4 ,wat moet zijne vaardigheid en zijn schildersoog dan wel gewonnen hebben1 nu hij bleef1 wie hij was1 en tien jaren achtereen dagelijks teekende1 etste en schilderde4 ,we kunnen helaas aan zwarte nadrukjes niet al de veranderingen zien1 die 's meesters wijze van werken heeft ondergaan tusschen de ,les en ,banning ,kok4 ,maar althans n zeer belangrijke merken we op1 en die leert ons veel4 ,op de ,les wordt eene hoofdrol gespeeld door het cadaver4 ,dit is het voornaamste middel1 waarmee de schilder aan het portretstuk de beteekenis van eene gebeurtenis geeft4 ,het is echter een willekeurig toevoegsel1 dat er alleen op gekomen is1 omdat ,rembrandt dat zoo had verzonnen4 ,of misschien was het denkbeeld wel van een ander afkomstig4 ,in elk geval3 het is een toevoegsel1 dat niet meewerkt1 om de bedoeling van het stuk te bevorderen4 ,de portretten worden er niet beter om4 ,wel stelt het ,dr4 ,tulp in de gelegenheid1 om mooi en ernstig les te staan geven1 zooals hij dat kon1 wanneer hij bezig was2 maar daartoe was eene kleinigheid ook voldoende geweest3 een beentje1 een schedel1 eene bladzijde uit een boek1 of iets dergelijks4 ,nu ligt daar het lijk2 de zon beschijnt het2 het vormt den aantrekkelijksten hoek van het geheele stuk2 mooi bewerkt is het2 alles goed en wel4 ,maar--het had gemist kunnen worden4 ,een dergelijk verwijt treft het ,korporaalschap niet4 ,wat daar aangewend is1 om gebeurtenis in het stuk te brengen1 is aan de hoofdpersonen zelf ten goede gekomen4 ,dr geen aandacht dan voor hen1 op wie ze plichtmatig door den schilder gevestigd moest worden4 ,dr alleen opeenhooping van goede eigenschappen in twee personen1 om de andere figuren te ontlasten en onzen blik meer op en punt te vestigen4 ,dat ene punt is wel degelijk een onmisbaar onderdeel van het geheel4 ,de tien jaren zijn voor ,rembrandt dus niet onvruchtbaar voorbijgegaan4 ,we erkennen1 dat het cadaver op de ,les een gelukkige kunstgreep was om den beschouwer te boeien2 maar we worden gewaar1 dat tien jaren later hetzelfde doel bereikt wordt1 zonder het te pas brengen van vreemde zaken4 ,een bewijs dus van grooter meesterschap4 ,een ander bewijs zien we in de handeling3 hoeveel malen moet iemand gaande menschen in allerlei stand hebben geschetst1 om in een portretstuk zooveel vaardigheid aan den dag te leggen als hier4 ,de personen op de ,les toonen daarentegen nog weinig beweging1 al zijn de handgebaren van ,tulp zeer juist weergegeven4 ,in #afcb gaf de schilder zijne figuren in rustige houding bij elkaar2 in #afdb durft hij de beweging tot onderwerp van behandeling te nemen2 zelfs de persoonlijke onderscheidenheden in de beweging4 ,illustration3 ,simeon in den ,tempel4 ,de vergelijking der beide stukken toont aan1 dat de schilder in de eerste jaren van zijne loopbaan nog niet was1 wat hij later werd4 ,wat hij toen maakte was grootsch2 maar hij zelf zou de man worden1 om den vroegen ,rembrandt te overtreffen4 99 99 99 99 99 ,,simeon ,,in ,,den ,,tempel4 ,de ,simeon in den tempel is een bijbelsch stuk4 ,maria1 de moeder van het ,jezuskindje1 ligt op den steenen vloer neergeknield4 ,jozef1 ook eene knie buigende1 houdt in de hand de duifjes1 die voor offer bestemd zijn4 ,de hoogepriester heft zegenend zijne handen op2 ,simeon heeft het kindje gegrepen1 slaat het oog naar boven en spreekt de bekende woorden3 ,nu laat gij1 ,heer1 uwen dienstknecht gaan in vrede1 naar ,uw woord2 mijne oogen hebben uwe zaligheid gezien4 ,een paar landlieden zijn toevallig getuige van het tooneel1 evenals twee schriftgeleerden1 die op den voorgrond op een rustbank zitten4 ,omhoog welven en kruisen zich de tempelbogen1 die door weelderig versierde kolommen worden gedragen4 ,daar heerscht schemering1 evenals op de breede trap1 waar tal van tempelgangers op en afgaan4 ,om reeds bij den eersten aanblik de attentie te vestigen op de hoofdgroep1 laat de schilder de ruimte van den tempel in het halfdonker4 ,op ne plaats valt het zonlicht naar binnen1 en wel door een venster1 dat zich links boven in het gewelf zal moeten bevinden4 ,de schriftgeleerden zitten buiten het licht2 ofschoon in letterlijken zin op den voorgrond geplaatst1 trekken ze geenszins het eerst de aandacht4 ,dat doen zeker wel de hoogepriester en ,simeon het meest4 ,de eerste door zijne koninklijke gestalte1 waar1 in lange1 statige1 plooien1 de mantel omheen hangt4 ,hij doet denken aan ,jezus op de eerste prent van de ,opwekking van ,lazarus4 ,de gebogen lijn1 van het hoofd achter over den hals en den rug1 is hier zuiverder van beloop2 bij ,jezus voelen we ter hoogte van den linkerschouder en iets lager eene afwijking1 die niet duidelijk de bedoeling laat doorschemeren4 ,zuiver van uitdrukking is de hand2 ze wuift en wenkt het neergeknielde paar de woorden toe4 ,in de pols is juist genoeg buiging achterover1 om het gevoel van stille verrukking uit te spreken2 de hoogepriester neemt deel in de zaligheid van dit grootsche oogenblik4 ,boog de hand zich in neerwaartsche richting1 dan kregen we den indruk1 dat hij min of meer uit de hoogte den zegen gaf4 ,de vingers staan uitgespreid1 alsof ze tintelen van de aandoening1 waarmee de plechtigheid hem vervult2 vooral de pink staat wijd uitgespannen2 zoo zien we dat bij iemand1 die zijne woorden spreekt in ontroerde bezieling4 ,niettemin is de hand onschoon van teekening4 ,evenals die van ,jezus op de eerste ,opwekking1 is ze breed en plat1 de vingers zijn kort en stomp1 de geleding is niet zuiver gevoeld4 ,in de nijging van het hoofd ligt iets herderlijks4 ,het drukt bezorgdheid en deelneming uit4 ,zoo staat een geestelijke tegenover hen1 die zich aan zijne leiding toevertrouwen4 ,zoo neemt hij ze1 in figuurlijken zin1 onder zijne vleugels1 in zijne bescherming4 ,en wie zoo toegesproken zijn1 keeren huiswaarts met een gevoel van vertrouwen op de toekomst1 met het geloof1 dat alles wel goed zal komen4 ,met de geheele figuur staat in 't licht2 alleen dat deel1 waarin de schilder de uitdrukking wilde leggen4 ,daar zien we ook het duidelijkst1 hoe de statiegewaden er om hangen4 ,lange plooien gaan sierlijk van den hals tot op den grond en slepen zelfs nog na4 ,zwaar en dik is de stof4 ,hier en daar kreukelen de plooien overdwars4 ,van het hoofd af hangt een priesterlijk sieraad over den hals en op den rug4 ,het ligt er rustig en plat uitgespreid4 ,de zijlijn volgt de buiging van den hals1 de onderkant de ronding van den rug4 ,alles plakt zwaar en solied op elkaar4 ,het verlichte handje draagt onzen blik van den hoogepriester op ,simeon over4 ,het is een licht-schakel4 ,ontzaglijk is het1 de vervoering1 de geestesverrukking van dezen grijsaard te zien4 ,men hoort hem met groote stem1 met woest geluid tot den ,heer zijnen ,god roepen en de woorden spreken1 die boven aangehaald zijn4 ,hij acht geen omstanders1 ziet geen vader geen moeder1 geen hoogepriester1 maar voelt zich het hart zwellen van dankbaarheidsdrift1 nu hij den lang verwachten ,messias in de armen sluit4 ,het is eene uiting van den sterksten hartstocht1 eene ontroering1 die den aandachtigen beschouwer door de ziel gaat4 ,illustration3 ,groep uit ,simeon in den ,tempel4 ,de moeder ,maria1 ofschoon niet ten volle begrijpende1 slaat vol zalig gevoel de handen op de borst tezaam2 haar moederhart zwelt1 nu haar kind den grijsaard zoo in gloed zet en hem zulke woorden ontlokt4 ,jozef1 eenigszins in de schaduw gesteld1 weet nog minder1 wat hij van de ontboezeming van ,simeon moet denken4 ,toch zit ook hij met vaderlijk welgevallen het tooneel aan te zien4 ,zijn gemoed wordt zachter bewogen dan dat van ,maria2 zijne gevoelens zijn meer gematigd4 ,in het volle licht behoefden ze niet gesteld te worden1 mits ze toch ook de aandacht niet ontgingen4 ,de schilder laat hem daarom neerknielen in de schaduw van den hoogepriester4 ,maar eene zachte1 stille weerkaatsing van den gloed van ,simeon ligt over zijn wezen4 ,het is eene weerkaatsing van den lichtgloed1 zoowel als eene weerspiegeling van de gemoedsbeweging1 maar beide sterk getemperd4 ,eene belangrijke rol laat ,rembrandt de boertjes spelen1 die toevallig langs de groep heenliepen en even bleven staan4 ,het misbaar van den grijsaard moet zijn oorzaak hebben2 wat mag er wel aan de hand zijn8 vragen ze zich af4 ,ze komen nieuwsgierig een stapje nader4 ,die met de hooge muts ziet er vrij onnoozel uit en zal niet veel wijzer worden1 al staat hij er vooraan bij4 ,de middelste van de drie is een echt type4 ,waren ze er zoo in de dagen van ,rembrandt1 in #afca1 wij kennen ze zoo nog4 ,de handen onverschillig op den rug1 het hoofd tusschen de schouders gezakt1 hoogruggig door den veldarbeid1 den kop vooruitgestoken met een norsch1 bullebakkig gezicht4 ,men ziet hem aan1 dat hij ontsticht is over het misbaar4 ,toch werpt hij een onderzoekenden blik op het kindeke1 een blik1 dien men niet licht vergeet4 ,terwijl hij neerziet1 is het1 alsof zijn wrevelige trekken zich ontspannen4 ,een klein1 teer kindje1 wie kan daarbij ook onverschillig blijven6 ,voor ons is het geen raadsel1 waarom zijn gezicht opklaart2 wij leven twintig eeuwen na de ,jeruzalemsche gebeurtenis1 en ons is het gegeven om te overzien1 wat dat ,kindeke geworden is1 en welke dingen ,het verkondigd heeft4 ,zie1 voor wie waren later de predikingen van ,jezus het meest bestemd1 op wie maakten ze het eerst indruk6 ,wie sloten zich aan en lieten zich doopen8 ,waren het niet de eenvoudigen van geest8 ,waren zij het niet1 wier verstand klein was1 wier begrip van de dingen niet verging8 ,rembrandt voelde behoefte1 om het groepje in den tempel aan te vullen met een paar van deze eenvoudige zielen4 ,dat zou voor den beschouwer de herinnering levendig houden van wat er later gebeuren moet4 ,in de simpele landlieden1 die met belangstelling komen toekijken1 zien we de toekomst van het eerste ,christendom4 ,nog in een ander opzicht zijn de boertjes merkwaardig4 ,laten we niet uit het oog verliezen1 dat ,jezus in het land ,kanan geboren werd2 de ontmoeting met ,simeon had plaats in den tempel te ,jeruzalem2 het volk1 dat de trappen op en afging1 of toeschouwer was bij ,simeons geestesvervoering1 waren ,isralieten1 ,joodsche landbouwers1 ,oosterlingen dus4 ,de kleedij1 die de ,joden in het begin onzer jaartelling droegen1 komt overeen met die1 waarin zich thans nog ,arabieren en ,syrirs steken4 ,de meeste schilders hebben getracht1 als ze een bijbelsch tafreel behandelden1 om hun figuren het voorkomen van ,oosterlingen te geven4 ,soms sloegen ze den bal wel mis1 en schilderden ze ,italiaansche landlieden in plaats van oud-,isralitische1 maar ze hadden dan toch de bedoeling1 er een buitenlandsch tintje aan te geven4 ,deze bedoeling vinden we bij ,rembrandt niet4 ,hij doet geen moeite om het ,bijbelverhaal te doen spelen in verre landen1 onder vreemde volken4 ,de boertjes zijn echt ,hollandsche typen4 ,ze komen regelrecht uit ,ransdorp1 ,broek-in-,waterland of ,ouwerkerk-aan-den-,amstel4 ,in hun blauwen kiel heeft de schilder hen door ,amsterdam zien gaan1 of in de weide bij hun vee bespied4 ,wel zien ze er anders uit dan het landvolk uit onzen tijd1 maar ook buiten de steden wisselt en verandert de kleederdracht4 ,en zoo als ze hier in den tempel staan1 zoo heeft ,rembrandt in zijn tijd hen op verschillende platen naar het leven geteekend2 nu eens met eene hooge1 dan eens met eene lage muts op het hoofd4 ,zoo was in zijnen tijd hunne dracht4 ,hij brengt dus de gewijde geschiedenis over op vaderlandschen bodem4 ,vreemde kleederdrachten voor herders en landlieden versmaadt hij4 ,hij weet1 dat tal van menschen zich op dat vreemde blind kijken1 en geen oog hebben voor het wezenlijke van de schilderij4 ,ze zullen de voorstelling beter gaan voelen en begrijpen1 als de figuren menschen zijn gelijk zij zelf2 als die in gelaatstrekken1 in kleur1 in houding en in kleeding gewone1 echte ,hollanders zijn4 ,jezus had immers heel goed in ,holland geboren kunnen zijn4 ,was niet de ,republiek der ,vereenigde ,nederlanden een zeer bijzonder land8 ,had de ,god der ,vaderen niet geholpen1 om haar van de ,spaansche tirannij te bevrijden8 ,had ,hij de zaak der ,hervorming niet doen zegevieren8 ,was er en protestantsch land zoo met aardsche rijkdommen en met welvaart gezegend8 ,een uitverkoren volk1 daarvoor hielden onze voorouders zich4 ,zij waren een tweede ,isral4 ,alles1 wat ginds in het ,oosten1 aan de oevers van de ,jordaan1 was afgespeeld1 speelde zich ook hier af1 dachten ze4 ,hunne geschiedenis was eene afspiegeling van de ,bijbelsche4 ,als zoo een geheel volk denkt1 valt het den kunstenaar gemakkelijk1 zich ook in die richting te bewegen4 ,hij denkt niet alleen1 hij stelt zichtbaar voor4 ,het ,joodsche wordt ,hollandsch2 de schaapherders van ,ephrata en de wijnbouwers van de berghellingen van ,judea1 komende in den tempel van ,jeruzalem1 worden melkboeren uit de omstreken van ,amsterdam4 ,en waarom ook niet8 ,over de heele aarde wonen menschen van en natuur2 het denken en voelen is wel overal ten naastebij hetzelfde4 ,vooral onder de volksklasse1 die hier is voorgesteld1 onder de eenvoudigen van geest1 die opgroeien te midden van de natuur4 ,hiermee kunnen we afscheid nemen van de blauwgekielde tempelgangers1 om nog even eenen blik te slaan op het tweetal1 dat op den voorgrond in de schaduw zit4 ,de eerste laat het tooneeltje1 daar voor hem1 niet onopgemerkt passeeren4 ,hij steekt het hoofd onderzoekend vooruit4 ,zooals het handje en de arm op de leuning van den stoel liggen1 kan men zich denken1 dat hij bijna van zins is1 op te rijzen en nader te treden4 ,nummer twee wisselt met hem een blik van verstandhouding4 ,hij krijgt argwaan1 dat de zaak niet in orde is4 ,schriftgeleerden1 zooals zij misschien zijn1 nemen het met godsdienstaangelegenheden zeer nauw4 ,ze dulden geene uitdrukkingen in strijd met de ,joodsche wet4 ,of zij in de woorden van ,simeon iets hooren1 wat hun verdacht voorkomt1 willen we niet nagaan4 ,maar ons treft hunne tegenwoordigheid op deze plaats4 ,reeds bij dit voorval uit het leven van ,jezus zijn ze dwarskijkers1 in letterlijken en in figuurlijken zin4 ,rembrandt geeft ze voorshands nog een plaatsje in de schaduw1 terwijl hij de aanstaande volgelingen van den ,nazarener in het volle licht zet2 maar ze zijn er toch1 en ze brengen ons te binnen1 hoeveel leed ze later zullen uitstorten over het hoofd van het ,kindeke1 dat nu nog zoo onnoozel in ,simeons armen ligt4 ,ten slotte een enkel woord over de geschiedenis1 die dit schilderijtje heeft doorgemaakt4 ,voor wien en voor hoeveel ,rembrandt het maakte1 weten we niet4 ,het duikt in #agcc uit het onbekende op4 ,bij eene verkooping ten huize van een ,haagsch burger werd het voor f#hcj verkocht2 men weet dit uit een rekeningenboek4 ,een mooie prijs voor dien tijd6--,later werd het aangekocht voor de verzameling van ,stadhouder ,willem ,v4 ,de groote gebeurtenis voor het stuk moest echter eerst komen tusschen #ahaj en #ahac4 ,toen ,nederland als aanslibsel van ,fransche rivieren bij het ,keizerrijk was ingelijfd1 vond ,napoleon1 dat alle kunstwerken1 die aan den ,staat behoorden1 naar de hoofdstad des rijks moesten verhuizen1 naar ,parijs4 ,de ,simeon was door ,prins ,willem ,v bij zijn vertrek naar ,engeland in #agie natuurlijk in den steek gelaten1 evenals de verdere roerende en onroerende have2 de staat had er zich over ontfermd1 en nu ontfermde ,napoleon er zich weer over4 ,het werd met tal van andere schilderstukken ingepakt1 op eenen wagen geladen en verzonden4 ,de bedoeling was1 om het ,louvre er mee te verrijken4 ,wagenvrachten en wagenvrachten van kunstwerken ondergingen ook in de andere ,fransche wingewesten hetzelfde lot4 ,men was er in ,parijs verlegen mee4 ,de opeenhooping was zoo groot1 dat een paar jaren later het werk der schifting en der tentoonstelling nog niet afgeloopen was4 ,napoleon kwam ten val1 voordat alles een plaats had gekregen4 ,toen hij in #ahae voorgoed van het wereldtooneel verdween1 was het ,louvre meer pakhuis dan museum4 ,spoedig daagden van de onderscheiden herstelde regeeringen afgevaardigden op1 om uit den rommel op te eischen1 wat door ,napoleons ambtenaren naar ,parijs was vervoerd4 ,ook van de regeering der ,nederlanden4 ,simeon maakte de terugreis naar ,den ,haag1 en kreeg daar in het ,mauritshuis het plaatsje1 dat hij nu nog inneemt4 ,moge hij er blijven tot in lengte van dagen1 om nog vele bezoekers het hart te verheugen4 99 99 99 99 99 ,,eene ,,ondergaande ,,zon4 ,het licht is voor ,rembrandt gedurende al zijne levensjaren een geliefdkoosd onderwerp van studie geweest4 ,wat is er ook schooner6 ,wie kan onverschillig zijns weegs gaan1 wanneer hij des ochtends buiten is bij het opkomen van de zon8 ,wie sluit dan het oog voor de lichtspelingen langs lucht en wolken8 ,voelt ook niet ieder zich door zonneschijn meer aangetrokken tot de vrije natuur1 dan door bewolkte1 vreugdelooze luchten6 ,en dan des avonds bij het ondergaan der zon6 ,welk een kleurenspel wordt ons iederen dag opnieuw bereid6 ,nimmer vervalt de natuur in herhaling4 ,altijd weer is ze verrassend en nieuw in haar getoover met lichtverven en kleurvloeiingen4 ,oud en jong1 arm en rijk1 ongeschoold en welonderwezen1 alles heeft er oog voor4 ,geen mensch1 of wel ns in zijn leven heeft hij nen zonsondergang genoten1 wel ns heeft hij bij dit natuurverschijnsel aandachtig stil gestaan4 ,daar zonk de vuurbol ter kimme4 ,het licht1 dat den ganschen dag slechts licht was geweest1 werd nu kleur4 ,de huizegevels in baksteen blonken eens zoo rood als anders4 ,de witte raamkozijnen bleven wit1 maar waren toch1 zonderling wonder1 te gelijk ook rood4 ,de hagelwitte gordijnen eveneens1 ofschoon het wit toch vlekkeloos rein bleef4 ,de grijze1 stoffige straat--wie zou ooit op de kleur van eenen straatvloer letten6--behield hare grauwe steenkleuren1 en trok niettemin het oog door een purperen schijn4 ,daar waren de schoone1 groene boomen6 ,schenen niet ook zij van hetzelfde purper doortrokken1 terwijl groen toch groen bleef4 ,de stammen stonden te blozen als frissche wangen3 maar grauw en grijs en bruin was onveranderlijk de kurkschors4 ,met geene woorden kon men noemen1 wat elk ding voor verven kreeg4 ,zoodra men het beproefde1 gaf men slechts eene opsomming van de kleuren1 die er waren bij heldere dagverlichting4 ,een raadsel was het1 dat de zon bij het scheiden nog opgaf4 ,een moeilijk raadsel6 ,van de ondergaande zon tot den levensavond van onzen schilder is eene schrede minder groot1 dan men wellicht zou denken4 ,daar hangt in het ,rijksmuseum te ,amsterdam een werk1 de ,staalmeesters heet het1 dat hij voltooide in #affa1 en dat het laatste groote stuk is1 waaraan hij zijne zorg wijdde4 ,we schromen1 als we het naderen1 om de gedachte uit te spreken1 doch ze laat zich niet terugdringen3 dit kunstgewrocht is het afscheidslicht1 dat eene ondergaande zon nog gaf4 ,eene ontzaglijke ziel spreekt hier haar laatste woord4 ,en ook dit laatste woord is een raadsel1 is hetzelfde raadsel1 wat de avondzon weet voor te leggen4 ,ook hier heeft elk ding zijn eigen kleur1 zijn eigen verf1 zijn eigen kleurvermengingen2 maar tegelijk straalt ook hier elk ding eenen rossigen gloed uit1 eene tint1 die nergens aan te wijzen1 en toch overal te vinden is2 die op geen voorwerp ontbreekt1 en toch op alles de natuurlijke kleuren handhaaft4 ,we zien het roode licht niet1 we ondergaan het4 ,overal kunnen we aanwijzen zuiver bruin1 zuiver wit1 zuiver zwart1 en overal toch voelen we het uitstralende rood1 dat nergens is1 dan alleen in het kleed1 dat over de schuine tafel gespreid ligt4 ,het grijpt ons aan1 als we bedenken1 dat de zon1 na al haar schoone licht1 eindelijk tot het avondrood komt1 en dan niets schooners meer geven kan4 ,dan moet ze ondergaan4 ,ze heeft het schoonste bereikt4 ,en ,rembrandt is het eveneens gegaan6 ,zijn gansche leven is geweest3 grooter en grooter worden4 ,we zagen het bij de twee ,opwekkingen1 we zagen het bij de ,anatomische les en het ,korporaalschap1 we ontdekken het nogmaals bij de ,staalmeesters1 twintig jaren later gemaakt1 in den levensavond van den kunstenaar4 ,hij begint groot in #afcb4 ,steeds wast hij1 en meenen wij1 dat het hoogste bereikt is2 maar steeds overtreft hij weer1 wat hij te voren maakte4 ,elk stuk vinden we onovertroffen1 tot hij zelf een nieuw meesterwerk schept1 en ons de oogen opent voor de tekortkomingen van het voorgaande4 ,en wat hij op het eind van zijn leven te zien geeft1 is niet alleen weer beter1 dan wat vooraf ging2 het lijdt aan geene gebreken meer1 het bereikt alles1 wat bereikt wou worden4 ,wat de schilder wilde1 gelukte2 en er is niets groots1 dat hij vergeten heeft te willen4 99 99 99 99 99 ,,vergelijkingen4 ,omdat we ons met een zwart prentje moeten vergenoegen1 zullen we bij de beschouwing de kleurhoedanigheden laten rusten1 dat wil dus zeggen1 het wonderlijkste wat er aan de ,staalmeesters is op te merken4 ,toch is vooral aan het tafelkleed wel iets te zien van de kleurenpracht4 ,daarin zit1 zelfs in onzen zwarten afdruk1 nog eene mengeling van al den vervenrijkdom1 dien we ons in een weelderig weefsel kunnen denken1 en van al de tintelingen1 die het licht daarop kan doen ontstaan4 ,groote vlakken van zachte belichtingen en zachte verdonkeringen wisselen met elkaar af4 ,daardoor heen zien we breede1 horizontale kleurbanden gaan1 en door deze weer lichtricheltjes van onder naar boven1 of reeksen lichtnoppen van rechts naar links4 ,het gedeelte1 dat links om de tafel heen hoekt1 geeft op andere wijze1 zonder mengeling1 de kleurfiguren te zien1 die de wever door zoo'n kleed weet heen te werken4 ,vergelijk hiermee nu de lap stof1 die op de plaat ,evertsen in de ,staten van ,zeeland over de tafel ligt4 ,droog en dor geeft hier de grijze kleur aan wat schaduw is4 ,rembrandts kleed gloeit van warmte1 van innerlijke kleurenpracht1 van ,oosterschen tapijtenrijkdom2 het andere is koud en mat1 arm van weefsel en arm van kleur4 ,illustration3 ,de ,staalmeesters4 ,voor het overige moeten we van kleurbeschouwing afzien1 en ons voornemen1 om in het ,rijksmuseum de schade in te halen4 ,wat er van de ,staalmeesters in een zwarten afdruk overblijft1 is echter niet zoo gering1 of het zal ons duidelijk worden1 dat we hier te doen hebben met een onsterfelijk gedenkteeken4 ,het spreekt nog meer van ,rembrandts grootheid dan wat voorafgegaan is1 meer dan het ,korporaalschap of eenig ander kunstwerk4 ,illustration3 ,evertsen en de ,staten van ,zeeland4 ,we beginnen niet1 met naar zeldzame eigenschappen te zoeken4 ,juist in de afwezigheid hiervan schuilt eene verdienste4 ,stel maar naast elkaar het ,gezelschap op het ,muiderslot en de ,staalmeesters4 ,beide vertoonen een groepje burgermenschen uit de #ag;de eeuw1 uit #afai en uit #affa4 ,het verschil in kleeding en kapsel duidt wel een verschillend tijdperk aan4 ,wat uit #afai dagteekent1 staat in dit opzicht dichter bij de ,anatomische les1 terwijl de figuren uit #affa ons bekend voorkomen1 wegens de overeenkomst met ,jan de ,wit1 het portret op ,levensverzekerings-en ,spoorboekjes4 ,beide gezelschappen bevinden zich binnenshuis1 dus in eene omgeving1 die we een interieur zullen noemen4 ,bij dit interieur bepalen we het eerst onze aandacht4 ,op het ,muiderslot valt het daglicht binnen door een venster1 dat we ter linker zijde kunnen zien4 ,het vergunt ons1 om buitenlicht naast kamer-of binnenlicht te stellen1 want bij het venster is een stukje witte muur4 ,tusschen dit wit en het wit van de vensteropening bevinden zich een viertal schaduwstrooken1 die we met een potlood of een reepje papier kunnen bedekken4 ,dan merken we op1 dat beide witte strooken gelijk zijn1 misschien wint de muur het van het buitenlicht nog in helderheid4 ,wie nu in het eerste het beste vertrek even eene vergelijking maakt tusschen het een en het ander1 zal opmerken1 dat de verhouding juist andersom moet zijn4 ,al is een binnenmuur in het licht gezet1 hij moet toch voor het zonlicht1 dat de buitenwereld beschijnt1 onderdoen in helderheid4 ,een geschilderd interieur mag hiervan niet afwijken1 of het is geen interieur meer4 ,op den vloer spreekt de fout nog sterker4 ,ver in de kamer1 tot onder den stoel van den ouden heer1 die met zijnen rug naar de tafel zit1 is het licht krachtiger dan buiten de openstaande deur4 ,hem voorbij merken we hetzelfde op aan enkele voorwerpen3 aan het tafellaken1 het doekje1 dat de dienstbode op den rug hangt1 het zijmuurtje links van den schoorsteen1 zelfs aan eene versiering tegen den schoorsteen4 ,ondanks deze gebreken zeggen we toch1 dat de plaat een interieur voorstelt1 omdat we een venster1 een deur1 een binnenmuur en kamermeubelen zien2 die doen ons besluiten3 het moet een binnenhuis wezen4 ,maar eerlijk gezegd3 het is er geen4 ,hoe het moest zijn om er een te wezen1 leert ons het stuk van ,rembrandt4 ,alles is hier in eene matte1 grijze tint gezet1 die overal doet gevoelen1 dat we ons binnenshuis bevinden4 ,wanneer eene vensteropening werd aangebracht1 zou daardoor het daglicht kunnen vallen in eene helderheid1 die sterk afstak bij de verlichting van de muurgedeelten op den achtergrond4 ,dit muurtje met het schoorsteentje vinden we bijna in dezelfde gedaante op het ,muiderslot terug4 ,we kunnen in het voorbijgaan deze twee onderdeelen naast elkaar stellen4 ,beide bestaan uit houtbetimmering en gepleisterd metselwerk4 ,op het ,muiderslot is het eerste erg donker1 het laatste1 zooals we reeds opmerkten1 veel te licht van kleur4 ,wie door de oogharen naar de betimmering kijkt1 kan den gepleisterden muur best voor een stuk lucht houden1 dat heel in de verte achter het beschot oprijst4 ,er is geen samenhang tusschen de twee4 ,de teekenaar was bang1 dat we geen steen van hout zouden onderscheiden en maakte de verschillen veel te duidelijk4 ,de achterwand valt uit elkaar4 ,ook schijnt hij zich heel ver achter het schilderijtje boven de kast te bevinden4 ,illustration3 ,muiderkring4 ,achter de heeren ,staalmeesters zien we hout en steen in bijna dezelfde tint4 ,het verschil is gering4 ,toch ontgaat ons het stoffelijk onderscheid niet2 er zijn kleinigheden1 die daarvoor zorg dragen4 ,let maar eens op de kantlijn1 waar de voor-en zijkant van den schoorsteenmuur elkaar ontmoeten2 op het ,muiderslot is die lijn langs een liniaal getrokken2 het is een pracht van een rechte lijn4 ,bij ,rembrandt helt ze ten eersten een weinig naar rechts2 en dat is verklaarbaar4 ,zoo'n oud stuk gemetselde schoorsteen rijst gewoonlijk niet loodrecht omhoog4 ,ten tweeden is ze heel fijn met korrels afgebrokkeld2 ook dit is voor een gepleisterden muur heel juist1 en meer waarschijnlijk dan de ongeschonden liniaallijn op den ,muiderslotschen schoorsteen4 ,ten derden is het niet een zwart-getrokken lijn1 maar juist het tegenovergestelde1 een lichtkantje4 ,ook dit beantwoordt aan de werkelijkheid4 ,alleen dit kantlijntje zou reeds duidelijk genoeg zeggen1 dat het bovenste deel van den achterwand gepleisterde steen is4 ,door acht te geven op dat1 wat in het ,muiderslot ontbreekt1 worden we gewaar1 wat eene goede eigenschap is van de ,staalmeesters4 ,het is een interieur4 ,we zeggen niet3 het moet er wel een wezen2 het is er een4 ,het interieur is echter maar achtergrond en bijzaak2 de figuren zijn hoofdzaak4 ,we tellen er zes1 den bediende meegerekend4 ,na hetgeen we opmerkten bij de vergelijking van ,anatomische les en ,korporaalschap1 zal het al dadelijk de aandacht trekken1 dat ,rembrandt afgezien heeft van middelen om te groepeeren1 zooals hij in #afdb nog noodig vond4 ,voegde hij de leden van het ,korporaalschap nog z samen1 dat de schilderij er uitzag1 alsof ze eene beroemde gebeurtenis voorstelde1 de ,staalmeesters kruipen maar heel gewoon bij elkaar1 zooals ze dagelijks in hun beroep bij elkaar zitten4 ,het stuk stelt niets voor4 ,het is een portretstuk1 zonder meer4 ,een kunstgreep1 zooals het cadaver op de ,les1 anno #afcb1 trok den schilder na dertig jaren niet meer aan2 zelfs het kunstmatig bijeenvoegen niet meer1 gelijk het stuk uit #afdb te zien geeft4 ,van al het gekunstelde1 komedie-achtige1 dat zijne vroegere werken kenmerkte1 en dat men toen schoon vond en thans nog schoon vindt1 omdat het zoo volmaakt van kunst is1 van dat alles is hij terug gekomen4 ,op zijn leeftijd is de arbeid geen spel met wondertooneelen4 ,hij zet heel gewoon1 zonder ophef1 de figuren naast elkaar op eene rij4 ,behoudens kleine afwijkingen1 die zijn smaak hem ingaf3 nommer twee van links af moest even oprijzen1 om de eentonigheid van eene vijfkoppige rechte lijn te breken2 de bediende mocht wel post vatten tusschen twee der heeren midden op het doek1 maar hij kreeg zijne plaats toch iets dichter bij den een dan bij den ander1 en deed met zijn gezicht dus geen regelmatigen driehoek ontstaan4 ,staalmeester nommer twee1 van rechts af1 werd met half afgewend bovenlijf neergezet1 om niet twee gelijkvormige schouders1 hoeden en witte kragen naast elkaar midden op het doek te krijgen4 ,dit zijn kleine schikkingen1 die bijna toevalligheden lijken2 als vijf menschen ordeliik om eene tafel geschaard zitten1 zal men juist dergelijke afwijkingen opmerken4 ,ze houden het midden tusschen stijfheid en gezochtheid4 ,hoe eerlijk en eenvoudig de schilder er naar streefde1 om niets anders te maken1 dan portretten1 blijkt ook uit het spel der handen4 ,op de les zoowel als op het schutterstuk is dit een ding van belang4 ,het spreekgebaar van ,dr4 ,tulp1 de wijze hoe hij zijne mededeelingen over de spierbeweging toelicht1 trekt sterk de aandacht4 ,de handen zijn vrij in de ruimte gezet1 tegen een donkeren achtergrond1 en ze hebben voor het geheele stuk eene groote beteekenis1 gelijk we boven reeds zagen4 ,ook die van ,frans ,banning ,kok zijn in 't oog loopend op den voorgrond gebracht4 ,rembrandt schepte er behagen in1 om te laten zien1 wat hij met handen kon4 ,maar in #affa zal hij gemeend hebben1 dat het zien van een portret een te ernstig werk is1 om daarbij afgeleid te worden door bijzaken4 ,toch zou het wegmoffelen van de handen ook eene fout geweest zijn4 ,immers1 als we een groepje menschen1 dat rond eene tafel zit1 opnemen1 zonder dat zij het bemerken1 dan zien we wel in het eerste oogenblik de gezichten1 maar het kan toch zijn1 dat we in de tweede plaats ook toevallig naar de handen zien4 ,daarom gaf hij ze wel aan zijne figuren1 maar zoo1 dat we ze slechts terloops en eerst na de gezichten ontwaren2 hetzij dan versmald gezien1 als bij nommer een1 hetzij in de schaduw gezet1 als bij nommer twee1 hetzij in de onmiddellijke nabijheid van den tafelrand en het boek1 zoodat ze hiermee als het ware n geheel uitmaken1 en niet als afgezonderde lichtplekken tegen den achtergrond vrij in de ruimte staan4 ,echter wist hij ook met terzijde geschoven handen nog gedachten uit te drukken3 let maar eens op1 hoe juist de rechter van den middelsten sinjeur ons zegt3 maar het staat hier toch6 ,het kloppen met den rug van de vingers op de bladen van het boek kan niet anders beteekenen4 ,de houding van het hoofd en de gelaatsuitdrukking bevestigen het4 ,eene sterk sprekende eigenschap van ,rembrandt op dezen leeftijd is dus1 dat hij zich beperkt4 ,in jonger jaren groeide zijne kunstdrift als een welig gewas met ver-uitschietende1 bloemdragende loten4 ,nu snoeit hij2 alles wat weg kan1 gaat weg2 de verzonnen tooneelen zijn het spel der handen gevolgd4 ,slaan we nogmaals een blik op de ,les naast de ,staalmeesters1 dan valt ons ook in de gezichten iets op4 ,op het eene trekken de blanke1 hooge en breede voorhoofden1 de in verlichte vleeschkleur geschilderde wangen1 en op het andere de oogen1 de neuzen en de monden de aandacht4 ,is het niet1 alsof de geneesheeren uit #afcb allemaal toevallig kleiner van oogenbouw waren1 fijner van neus en mond1 maar hooger van voorhoofd en opzichtiger van wang1 dan de staalwaardijns uit #affa8 ,dezen schijnen groffer van maaksel te zijn geweest dan genen4 ,de zaak is1 dat de schilder in zijn eerste jaren veel aandacht schonk aan de vleeschkleuren1 de vleeschpartijen1 zooals men dat noemt4 ,hoe ouder hij werd1 hoe meer hij er echter naar streefde1 niets dan het leven en de ziel uit te drukken4 ,deze las hij meer in oogen1 mond en neus dan in de schilderachtige licht-en kleurverschijnselen van het gezichtsvleesch of in den bouw van het gelaat4 ,onwillekeurig bracht hij ze tot meerdere uitdrukking1 met het gevolg1 dat wij ze eerder opmerken4 ,treffend is het in dit opzicht1 dat hij voor de gelijkenis van de geneesheerlijke koppen alle voorhoofden noodig achtte1 en ze ieder met zijne eigenaardigheden schilderde1 terwijl hij ze bij de staalmeesters1 op eene enkele uitzondering na1 onder de hoeden wegstopte1 als niet terzake dienende4 ,met de baardjes en kneveltjes kon hij dit moeilijk doen2 maar toch worden ook deze minder op den voorgrond gebracht dan in #afca4 ,van knevels en baarden gesproken1 het prentje ,evertsen voor de ,staten van ,zeeland1 eene historieplaat van een negentiendeeuwschen teekenaar1 geeft figuren uit hetzelfde tijdvak als ,rembrandts ,staalmeesters4 ,ze zijn alle voorzien van snorren en puntbaarden1 vervaardigd naar een zelfde model1 in dezelfde punt gedraaid1 van dezelfde dikte1 in denzelfden gebogen vorm4 ,het lijken gehuurde tooneelsikjes en tooneelknevels1 die de heeren vr gedaan hebben1 om er kranig uit te zien4 ,naast zulke zaken erkennen we eerst recht1 hoe bij ,rembrandt elk ding tot juistheid komt4 ,wat geven zijn kort afgeknipte smalle haarlijntjes op de verschillende bovenlippen een heel ander denkbeeld van de mode anno #affj4 ,z moet het er uitgezien hebben2 de valsche spullen van de heeren ,staten zijn eene bespotting4 ,in den loop der jaren heeft alzoo ,rembrandt ook het groote snoeimes gezet in zijne neigingen bij het schilderen van koppen4 ,hij beperkte zich hoe langer hoe meer tot datgene1 wat het wezenlijke is1 wat het leven weergeeft4 ,dat1 wat hij vroeger mooi vond1 en wat hem daarom aantrok1 liet hij weg1 als het voor het eigenlijke doel niet diende4 ,in #afcb stonden al de koppen1 ofschoon kunstig bijeengeschikt1 als afzonderlijke portretten tegen een donkeren grond2 in #affa steken ze zoo blank en rond niet af1 maar worden in het interieur opgenomen4 ,dat de ,staalmeesters een portret is1 wordt in het geheel niet verbloemd--immers1 het heeft niet den schijn van eene gebeurtenis4 ,de ,les doet wel1 alsof ze een voorval is1 en toch denken we dadelijk3 die heeren zijn uitgeportretteerd4 99 99 99 99 99 ,,wat ,,portretten ,,bijeenvoegt4 ,de ,staalmeesters staan of zitten voor ons1 alsof we hen in het werkelijke leven onverwachts overvielen4 ,de schilder heeft hen zoo weten te treffen1 dat we niet zeggen3 kijk1 die zijn er voor gaan zitten om er goed op te komen4 ,en toch zijn ze dat juist wel4 ,zelfs vestigen vijf van de zes hun blik op den kunstenaar4 ,maar zooals ze naar hem--en omdat wij in zijne plaats nu staan-naar ons kijken1 wekt het de gedachte3 ze zien naar iemand1 die binnenkomt4 ,en dit is iets anders dan3 ze zien naar den man1 die hen uitteekent4 ,het verschil is fijn gevoeld4 ,door ,rembrandt is deze indruk vastgehouden3 alle heeren keken op1 toen ik binnenkwam1 en schenen te vragen3 wie is dat nu8 ,hij bearbeidde hen1 niet zooals hij ze voor zich zag zitten1 wanneer ze n voor n in zijne werkplaats kwamen om te poseeren2 maar met datgene op de gezichten1 wat hij eventjes had waargenomen1 toen hij voor 't eerst binnenkwam4 ,hij schilderde hen met in achtneming van eene lichte verwondering1 van eenen vragenden trek op het gelaat4 ,dit was eene natuurlijke1 ongemaakte uiting1 doordat alle tegelijk iets vreemds hoorden en het hoofd naar den kant draaiden1 vanwaar het geluid kwam4 ,eene uiting van leven1 die door de personen niet eerst overdacht is2 zonder overleg kwam dit zoo op hunne gezichten2 ze hadden zelfs den tijd niet1 om een slimmer of een opgewekter gezicht te zetten1 dan hun van nature eigen was4 ,nommer een van rechts af is bijvoorbeeld niet een van de snuggersten geweest4 ,rembrandt doorzag dit met den eersten oogopslag3 in de hoog opgetrokken wenkbrauwen1 in de dikke oogleden1 de slaperige oogjes1 de vooruitstekende bovenlip voelde hij het4 ,daarnaast zit een1 die van de natuur geen welgemaakt gezicht heeft meegekregen3 het is wat te lang en te smal1 de lippen zijn te dik4 ,maar hij behoort tot de lieden1 die ondanks hun uiterlijk1 een ieder aantrekken door iets prettigs en iets vriendelijks in de oogen en om den mond4 ,de middelste van de vijf had juist het woord1 en liet zich in zijn betoog door ,rembrandt's binnenkomen niet storen4 ,de volgende rees overeind1 misschien om ter meerdere klaarheid er een ander boek bij te halen2 aan den draai van zijn hoofd zien we1 dat zijn opstaan met de komst van den schilder niet in verband staat2 hij stond al1 en heeft1 ondanks den blik op den binnenkomende1 andere dingen in het hoofd4 ,dit vooral is duidelijk aan hem te zien4 ,om kort te gaan3 de gelaatsuitdrukkingen zijn overvallen2 niet bij een1 maar bij allemaal4 ,de verrassing is de levenstinteling die allen eigen is4 ,neem er n figuur uit1 aan die verrassing is merkbaar1 dat hij bij de anderen op dit portretstuk thuis behoort4 ,bij geen van de zes stijgt de uiting tot verbazing1 bij geen heeft ze den schijn van onverschilligheid4 ,ze is bij allen even sterk2 we voelen zoo heelemaal1 dat allen onder denzelfden indruk even opzien2 dat ze als een groep1 die bijeenzat1 door ,rembrandt zijn opgemerkt4 ,wat hen vereenigt1 is geen vertooninkje van eene les of van eenen optocht1 maar eenzelfde gemoedstoestand2 ze doorleven eene zelfde1 gelijke gewaarwording4 ,en dat maakt hen n4 ,niet eene vreeselijke ontsteltenis1 eene groote angst1 eene woeste drift2 die zouden te veel ophef hebben gemaakt4 ,het blijft bij eene nauwelijks merkbare aandoening4 ,iets als een zacht rimpeltje1 dat bij windzucht even over al de watervlakjes van een plasje loopt4 ,zoo ondergaan ook de bloemen in de wei alle gelijkelijk het voorbijgaan van een avondwindje4 ,de schilder zelf is het middelpunt van aller opmerkzaamheid4 ,we kunnen ons hunne verrassing best voorstellen1 toen hij binnenkwam4 ,zijn roem was reeds lang gevestigd2 ze vonden het streelend1 dat de groote ,rembrandt in hun midden verscheen4 ,bij voorbaat zijn ze in opgewekte stemming over hun afbeeldsel1 dat natuurlijk wel slagen zal1 en dat misschien een beroemd stuk kan worden4 ,deze gewoon menschelijke gedachtetjes spreken uit hunne trekken4 ,de schilder heeft dat allemaal door en door echt in hen voelen leven4 ,hij maakte geene figuren van hen1 hij bracht ze zelf op het doek2 het was geen namaak1 geen afbeelden2 het was de aandoening1 het denken1 het verrast worden1 het zich prettig gevoelen zelf1 wat hij gaf4 ,daar dit bij twee menschen nooit precies hetzelfde is1 al lijken ze uiterlijk nog zooveel op elkaar1 wordt de verscheidenheid van gezichten ook grooter1 naarmate dat innerlijke sterker spreekt4 ,we zien het hier4 ,er is uiterlijk zeer veel gelijkenis tusschen sommigen1 en in kleeding tusschen alle4 ,maar ieder denkt er zijn eigen van1 als ,rembrandt binnenkomt2 en dat zet hen allen ver uiteen1 als zeer onderscheiden en heelemaal verschillende menschen4 ,wij krijgen den indruk1 dat dit geene figuren1 geene afbeeldsels zijn1 maar wezens1 die bestaan4 ,we worden door al de oogen1 door al de verschillende manieren van oogopslag zoo aangetrokken1 dat we op het gelijke in kapsel1 hoed1 kraag1 kleeding en houding nauwelijks letten4 ,in den oogopslag zit hier een belangrijk deel van de portretten4 ,daarin voelen we1 dat de heeren zoo even nog met neergeslagen oogleden naar de tafel1 naar het boek of naar elkaar zaten te kijken2 door het binnenkomen worden de blikken opgeslagen2 is het niet1 alsof we deze beweging er in voelen8 ,en geeft de schilder niet bij ieder afzonderlijk iets aparts in die beweging8 ,bij alle verschilt de teekening van het opgeslagen ooglid1 en bij ieder is het optrekken van de wenkbrauwen weer anders dan bij de overigen4 ,als we al de monden langs zien1 merken we ook hierin de verscheidenheid4 ,wat is die bij den bediende dun van lippen en heel anders dan bij den sinjeur1 achter wiens rug hij staat4 ,en zie daarbij nu weer eens nummer een van rechts af1 hoe die de onderlip achteruittrekt en de bovenlip iets vooruitsteekt4 ,deze deelen van het gelaat dragen wezenlijk veel meer de uiting van karakter en leven1 dan de vleeschpartijen1 die ,rembrandt in vroeger jaren op den voorgrond bracht4 ,hij is dus sedert het ,korporaalschap1 ofschoon dit een meesterstuk was1 steeds hooger gestegen4 ,alles wat naar komediespel geleek1 liet hij varen2 wat het zieleleven van zijne figuren sterker kon uitdrukken1 greep hij als hoofdzaak aan4 ,naar het uitwendige werd hij eenvoudiger1 naar het innerlijke forscher en grooter4 ,bedenken we nog bovendien1 welke wondere lichtspeling en kleurverlichting het oorspronkelijke stuk der ,staalmeesters den beschouwer te zien geeft1 dan kunnen we gerust zeggen1 dat ,rembrandt aan het eind van zijn leven een onovertroffen schilder was4 ,hij had groote voorgangers gehad2 en onder deze voorgangers was hij zelf in jonger jaren een groot kunstenaar geweest4 ,doch hij eindigde zijne loopbaan als een1 die hooger staat dan allen1 ook hooger dan hij zelf eertijds stond4 ,in den jare #affi overleed hij4 ,op welken dag weet men niet4 ,den #hsten ,october werd hij ter aarde besteld4 ,voor f #ae werd hem een graf gegraven in de ,westerkerk te ,amsterdam4 ,het bespelen van het carillon was in dien prijs begrepen4 ,wie het graven van een graf met f#ae kon betalen1 behoorde tot den gegoeden stand4 ,dit stelt ons gerust omtrent de geldelijke omstandigheden1 waarin hij in de laatste jaren verkeerd had2 we behoeven niet te gelooven1 wat meermalen beweerd wordt1 dat hij arm gestorven is4 ,en zijn leven is rijk geweest1 rijk aan genot4 ,hij heeft vele menschen en vele dingen gekend en begrepen4 ,kennen en begrijpen is genot4 ,als wij ernstig trachten zijne werken te kennen en te begrijpen1 zullen we deel hebben in de erfenis die hij naliet3 genot van te zien en te begrijpen4 ,de erfenis is groot genoeg voor een geheel volk3 wie zich de moeite geeft om te willen1 kan mede-erfgenaam worden4